De Lustige Reiziger

Van Tallinn naar Tallinn

Van Tallinn naar Tallinn

Pak een grote emmer (een jampot, blik, jerrycan, po of een ton is ook goed. En mocht je helemaal onthand zijn dan neem je gewoon de GFT bak (echter wel even je groene bakkie op de kop flikkeren, bij voorkeur bij de buren, in de voortuin, en mochten ze niet zo rijk zijn dan maar op hunnie balkonnetje en als ze die niet hebben gewoon op de stoep knallen die meuk).

Nou ja, kijk zelf maar even. Als ie maar leeg komt.

Knal er een flinke hoeveelheid Scandinavië in (koel wegzetten, even laten rusten). En vul ‘m dan af met een flink deel Russische invloeden. Pak dan een grote pollepel en roer net zolang tot de klonten weg zijn en er een stroperige ietwat waterige (dit i.v.m. de nodige regen die we hebben gehad) massa ontstaat. Door er paar duizend muggen bij. En wat daglicht. En voilà!! Dan heb je Estland.

En laat dat nou net (heeeeel toevallig) het land zijn dat we de afgelopen twee weken doorkruist hebben met onze fietsen.

Het land is zo vlak als de Flevopolder en daarom alleen al een genot om door te fietsen.  Er wonen 1,3 miljoen mensen. En dat valt op. Het is er super rustig. En ook dat is een genot voor een fietser. Er is ruimte zat. Je kunt je tentje overal opzetten. En veelal sta je stik alleen. En ook dat is genot, tenminste als je daar naar op zoek bent.

Minder genotsvol zijn de muggen. We hebben een paar liter DEET leeggespoten en dat hielp voor even. En daarna kwamen die zoemende muggenfuckers weer terug.

Het is te hopen dat die muggen de Russische bezetters ook flink te pakken hebben genomen. Eerlijk gezegd was mij de bezetting van de Russen (tot 1994) ontgaan. En dat is flink onterecht want die (vrij recente) gebeurtenis heeft grote indruk gemaakt op een generatietje of twee hiero.

O ja, nog een dingetje. De zon gaat tegen 23.00 uur des avonds min of meer onder (met de nadruk op min) en die komt vrolijk om 4.00 uur des ochtends weer op. En eigenlijk wordt het nooit echt helemaal donker in de zomermaanden. Daar moet je tegen kunnen. Gelukkig waren we meestal vermoeid van het fietsen, kamperen, koken, fietsen, kamperen, koken, fietsen, kamperen ...(nou wordt het flauw....) dat we meestal goed sliepen. Maar het zou je gemakkelijk kunnen ontregelen.

Het is ook een land waar nooit je mond openvalt van de spectaculaire uitzichten, afgronden, valleien of welk ander moois je maar zou kunnen verzinnen. Want dat is er gewoon niet. Maar in z’n rust, flora en fauna en rustige vlakke wegen is het niet moeilijk om genietmomenten te ervaren.

De Esten zijn eh.....hoe zeg ik dat netjes .......tja ......terughoudend. Ja, terughoudend dekt de lading het best. Mensen zullen nooit naar je informeren. Of vragen stellen. Of naar je toe komen. Dat was de rode lijn tijdens deze reis. Het maakt niet uit, maar daar hebben we even aan moeten wennen.

Een van de mooiste dingen die ik heb ervaren zijn de kleine winkeltjes. Die er maar staan te staan in het ogenschijnlijk middle off nowhere. Ik vond het een groot feest als we weer aanlegden bij zo’n winkeltje (waar je overigens gewoon contactloos kon betalen!) .


Na ruim 600 fietskilometers knepen we vrij plotseling en hard in de remmen. En dat was precies op tijd. Want op dat punt lag onze camping. En toen was de fietsreis ten einde. Een bezoek aan de hoofdstad van Estland, Tallinn, vormde een mooi sluitstuk.


Dank je wel voor het meelezen.

Tot later.

Gerrit
Joan

 

Loodjes

Dinsdag 26 juni 2018: Salevere – Kulamaa (61 km)
Woensdag 27 juni 2018: Kullamaa – Lepaste (44 km)
Donderdag 28 juni 2018: Lepaste – Saue (50 km)

 De laatste drie fietsdagen van deze reis door Estland beschouwen we als de mooiste en meest smaakvolle van deze reis.  Een onverwacht genoegen.

“En wha maken die fietsdagen dan zo mooi Gerritje? ” Nou trouwe en lieve volger, laat mij dat u eens verschrijven........ nou ja.......uw eigenste spanningsboogje (qua het verteren van lettertjes) is wellicht aan een onderhoudsbeurtje toe dus laat ik de lettertjes maar ’s achterwege laten en het in  beelden vertellen.

Hierkomenzedan:




Morgen nog een laatste bijdrage, en dan zit het weer op. Voor even. Want we gaan dit jaar nog een paar mooie reisjes maken.

Gerrit

Mooi plekje

Etappe: Orissaare – Salevere
Afstand: 51 km

 Het mooiste kampeerplekje tot nu toe houdt in dat wij overnacht hebben in ons tentje in de achtertuin van een gepensioneerd Fins echtpaar, tussen de fruitbomen, bloemen en de aardbeienplanten, in goed gezelschap van hun 2 labradors. Essie en Art.

Die laatste twee hebben ons gisteravond geheel vrijwillig en onbaatzuchtig geholpen met het doen van onze afwas, omdat wij zo slim waren om al onze gebruikte pannen, borden en bestek op tafel achter te laten om even bij de Finnen binnen te gaan zitten voor electriciteit en wifi.

Gelukkig hou ik erg van labradors en is Gerrit een vreedzaam man, dus de honden dartelen waarschijnlijk nog steeds door de achertuin heen. Geen zorgen.

De vrouw des huizes heeft een heerlijk ontbijt voor ons klaargezet, en al eet ik het thuis nooit, nu gaan er 3 borden havermoutpap (porridge) in met de zelfgemaakte aardbeienjam, waardoor de havermout als vanzelf naar binnen glijdt. Nog 3 gebakken eieren en 2 koppen koffie er achteraan en ik ben klaar voor de dag.

Onze  reis gaat vandaag richting het vasteland, we nemen afscheid van Saaremaa, en vervolgen het  laatste deel van onze reis op het vasteland van Estland. Om daar te komen moeten we eerst een dam overfietsen. Deze dam verbindt het eiland Saaremaa met het kleinere eiland Humu. Vanaf Humu nemen we de ferry naar het vasteland. Onze laatste boottocht deze vakantie. De hele weg naar de ferry is het wat regenachtig, maar zodra we bij de ferry aankomen, breekt de zon door. 

Dat belooft wat voor de rest van de dag! Wat zijn we toch een geluksvogels!

Maar zodra we van de ferry afkomen, heeft het weer zich bedacht.  Blijkbaar was het allemaal te mooi om waar te zijn en we moeten flink trappen anders waaien we zo achteruit, hup, de ferry weer op. En dat was niet het plan van vandaag, we willen juist verder.

Er valt van die vieze miezerregen waardoor je constant in dubio bent of je dat zweetpak nu wel of niet gaat aandoen, of misschien alleen de broek? En dan met dat dunnere of dikkere jasje?

En wat te doen met die wind, die steeds sterker wordt? Telkens op tijd een versnellinkje terugschakelen dan maar, mijn knieen willen nog langer mee.  Kortom, een flink aantal kilometers is het fietsen en intussen vooral kiezen en afwegen wat te doen. Zo blijf je wel bezig, zullen we maar zeggen.

Wat begint op te vallen, is dat de omgeving waar we doorheen fietsen steeds aantrekkelijker wordt, naarmate we verder komen. Gevarieerder, groener, anders groen dan op de eilanden. We belanden op kleinere weggetjes, en zien nog maar af en toe bebouwing, in de vorm van een huis wat ver van de weg staat. Na een tijdje zie ik een bordje. Matsalu. En ineens begrijp ik waarom het hier zo mooi is. Dit is een nationaal park, en we fietsen hier niet zomaar  en toevallig. Ik heb dit deel van de route hierheen verplaatst vlak voordat we vertrokken.

Wij maken onze fietsroutes altijd met een programma dat heet ‘ride with gps’. De routes die je hiermee maakt, kun je op je telefoon in een app zetten en zo navigeer je. Het programma geeft een route speciaal voor fietsen, maar je kunt zelf hieraan nog sleutelen, en kleinere paadjes kiezen, bijvoorbeeld met behulp van Google Streetview. Dat geeft je inzicht hoe de weg of omgeving er ter plaatse exact uitziet, waardoor je veel invloed hebt op de omgeving waar je fietst, afhankelijk van je voorkeur.  Overigens werkt dit niet bij alle landen.  Duitlsand bijvoorbeeld, is in actie gekomen toen de Google autootjes opnamen kwamen maken, en omdat het te bewerkelijk was om streetview met alle regels en restricties goed te kunnen maken, heeft Google de auto’s teruggetrokken uit Duitsland. Er is wel  wat zichtbaar in Duitsland, maar bij streetview zie je vooral een grote witte vlek.

Dat geldt gelukkig niet voor Estland en vandaar dat we nu enorm kunnen genieten van de fietstocht door het nationale park Matsalu.

Gevolg is wel, dat er eigenlijk, of gewoon geen camping is. Er zou ergens een soort guesthouse moeten zijn, maar daar aangekomen, treffen we een verlaten terrein en is er geen mens te zien. Enkel wat gebouwtjes en picknicktafels en wat stoelen. Geen water, toilet of douche.



We besluiten om ons tentje hier op te zetten, en hier de nacht door te brengen, er zijn veel slechtere plekken te bedenken en bovendien.....het regent niet meer!

Joan

Ontmoet

Etappe: Kuressaare – Orissaare
Afstand: 60 km

We vertrekken van het meest zuidelijke puntje van het eiland richting het Noorden.

En dat hele ‘vertrekken’ is een verstandige keus. Want ons vrolijke vliegtuigje staat aanstaande zaterdag op ons te wachten. En als wij er niet zijn, dan kan het maar zo zijn dat ie zonder ons en onze fietsen de kuierlatten neemt. Tis nogal een ongeduldig heerschap.

Na een kilometer of 20 nemen we een kijkje op het terrein waar een Orthodox klooster staat. We staan nog maar net om ons heen te kijken of een zuster komt naar ons toe gelopen (het is niet mijn zuster overigens). Ze biedt aan om de kerk van binnen te bekijken. Een verzoek waar wij graag op ingaan. 

Ze blijkt Duitse van afkomst te zijn en ziet het als haar roeping om met vijf andere zusters het Orthodoxe geloof aan de man te brengen. Dat valt niet mee. De financiële middelen zijn beperkt en ze moeten alle zeilen bij zetten om het terrein en de gebouwen te kunnen onderhouden.

Onder de indruk van zoveel toewijding vervolgen we onze weg.

Na 40 kilometer is er het plezier van een winkeltje. Voor het winkeltje is dat fijn, want er zijn zowaar weer wat omzetpegeltjes om binnen te slurpen. Ook voor ons is het fijn omdat in ruil van die europegeltjes wij onze voorraden weer kunnen aanvullen.

Een meisje (duidelijk onder invloed van drank of drugs) spreekt ons. Het wordt een ietwat wazig gesprek We hebben met haar te doen. En hier ontmoeten we misschien ook wel de keerzijde van het zo vredig en lieflijke groene eiland. Want hier zien we iets dat we op verschillende plekken (winkeltjes, benzinestations et.) wel meer gezien hebben. Volwassen mensen zwaar onder invloed, sjouwend met plastic tassen vol met drank, zwalkend op de benen, midden overdag.......

Het perspectief om aan het werk te geraken zo horen we is op deze eilanden nihil. Veel jongeren trekken naar de steden. En daarmee raken de dorpen leger en leger. En vallen noodzakelijke voorzieningen weg. Waardoor er nog meer mensen wegtrekken en.........

Misschien wordt het gebrek aan perspectief wel verdoofd met drank.  En niet al te fijne ontmoeting met dit onderwerp.

Aha. We geraken in Orissaare. En ik weet ‘t. Het zal u aan uw reet roesten. Het had wat u betreft ook Oegstgeest mogen zijn. Of Nieuwegein. En mij eerlijk gezegd roest het mij ook een beetje. Echter ook een beetje niet. Waaaaannnnnt, hier staat de boom van het jaar 2015. Ja lieve lezer ik weet. Ik ben een jaartje of drie te laat. Ik kan ook tellen, u heeft gelijk. Maar u hebt mij in 2015 ook niet even een seintje gegeven zodat ik tijdig af kon reizen en de boom persoonlijk de felictiatieslagroomtaart in de boomschorssnuffert heb kunnen douwen.

Affin. Ik ben er nu. Beter laat dan nooit.

Het bijzondere aan de boom is dat ie midden op een voetbalveld staat. Precies op de middenstip. Onverlaten hebben ‘m talloze malen getracht te verwijderen, maar dat is (gelukkig maar!) nooit gelukt. En dat is fijn. Want wekelijks worden hier nog een voetbalwedstrijd gespeeld. Raar maar waar.

Zoals zo heel soms komt de verwachting (in mijn hoofd) niet helemaal overeen met de werkelijke situatie. Ik bedoel: de boom staat er. Midden op het voetbalveld. Precies op de middenstip. Tot zover geen probleem. Maar het voetbalveld zeluuufffff.....tja......het valt een ietsje tegen.

ik had een stadionnetje verwacht. Waar ik over hekken zou moeten klimmen om naar de boom te kunnen lopen. Waar ik kettingen had door moeten knippen om mij toegang te verschaffen. En dat ik dan vanaf de 2e ring de boom had kunnen zien staan.... Dat werk.

Maar niets van dit alles. Het is een achteraftrapveldje. Met een hobbelige mat gras. En een atletiekbaantje daarom heen waar de ondergrond bestaat uit rubberen tegels die hartstikke ongelijk liggen. Een beetje turner kan er z’n oefening ‘brug met ongelijke liggers ‘ met gemak uitvoeren.

Deze ontmoeting loopt ietwat op een teleurstelling uit. Maar dat ligt natuurlijk geheel en al aan mijn vooraf ingebeelde verwachting. Want de boom zelf is voowaar en helemaal geen teleurstelling. Zou wat zijn. Dan zou ie 150 jaar een beetje teleurgesteld staan te wezen. Had ie aan aan het  Prozacinfuus gemoeten. En zo staat ie er helemaal niet bij. Hij is best wel vrolijk. En dat komt natuurlijk omdat ie vast alle uitslagen van de gespeelde wedstrijden uit z’n takkenboshoofd kent. En alle onterecht gegeven stafschoppen heeft ie opgeslagen in zijn worteldak. Hij staat mooi 1e rang. Hij heeft voorwaar geen reden om  sombertjes te wezen. En wij ook niet.

We fietsen door en komen op het mooiste kampeerplekje tot nu toe.


Gerrit

Red Terror

Er klinken klanken die de aandacht trekken. We verlaten ons ontbijt spoorslags om een kijkje te nemen.

Aha, er is een herdenking gaande. Verrek, dat is waar ook. Estland viert dat het 100 jaar geleden onafhankelijk is geworden. Onze eigen Koning was vorige week in Estland om dit feit met de Esten te herdenken (en vast ook om wat fijne handelscontracten binnen te hengelen, maar dit geheel terzijde).

De Esten maken er werk van. En het geheel verloopt heel erg formeel en officieel. Die herdenking.

Het is ook niet niks.

Estland is pas vanaf 1918 een zelfstandige staat. Want het is maar net hoe je ‘onafhankelijk’ definieert. Estland werd namelijk in 1940 door Sovjettroepen en daarna in 1941 door Duitse troepen bezet. Na verdrijving van de Duitse troepen,  eind 1944, kwamen de Russen opnieuw langs. En niet zomaar of om ff een bakkie te doen. Met een lekker kaakje er bij. Neu neuh!! Ze bleven plakken. Tot 1994!!

Tijdens deze jaren vluchtten enkele honderdduizenden Esten  naar het westen . En soortgelijke aantallen Esten werden in strafkampen geïnterneerd. Een groot deel van hen kwam nooit terug uit deze kampen en hun plaatsen werden ingenomen door Russen die uiteindelijk meer dan een derde deel van de bevolking gingen vormen; in de steden liep dat op tot de helft.

Grote delen van Estland (waaronder de eilanden waarover we nu fietsen) werden grondgebied van Rusland. Geen Est had of kreeg toegang. De door de Russen gevormde grenzen werden afgezet met prikkeldraad en streng bewaakt.

Pas in 1991 kreeg de  Sovjetrepubliek Estland  zijn onafhankelijkheid als soevereine democratische republiek terug. En pas in 1994 verliet de laatste gewapende Rus het land.

De (zeer recente) geschiedenis heeft diepe wonden geslagen in Estland en de relatie met het naast gelegen Rusland is slecht te noemen.

De herdenking vandaag trekt veel minder bezoekers dan die in 1918. Dat zien we tijdens een bezoek aan een expositie waar een foto te zien is van het zelfde plein als waar we vanochtend stonden. Vanochtend stonden er een handvol mensen. In 1918 stonden de mensen als haringen in een ton.

Alles overdenkende wekt het de indruk dat de Esten een zelfde trauma hebben opgelopen zoals wij (of eigenlijk de generaties van velen van u) van de tweede WO, en dat zij dat dan van de Russische bezetting (the Red Terror) hebben overgehouden. met dit verschil:  dat hunnie trauma een stuk  recenter is. Veel veertigers of ouder hier, hebben nog levendige herinneringen.

Eerlijk is eerlijk: het was mij in de jaren negentig een beetje ontgaan.

Indrukwekkend. Deze fiets loze dag.

Gerrit

Panga


Gereden kilometers: 34 km
Etappe:  Mustjala – Kuressaare


De lange tocht gisteren bracht ons gisteren eerst in Panga Pank, waar zich een indrukwekkende en bezienswaardige klif zou moeten bevinden, de Panga Cliff.
En omdat we er toch bijna langskwamen leek het ons een goed idee er even een kijkje te nemen. Kunnen we vast mooie foto’s maken….
Vermoedelijk is de klif vanaf zee een stuk spectaculairder om te zien, maar omdat ons dat wat tijdrovend leek hebben we van de nood een deugd gemaakt en hebben we de plaatselijke horeca maar een financiële prikkel gegeven.
Om daarna snel op onze fietsen te springen en Panga Pank maar achter ons te laten.



Onderweg passeren we soms huizen, sommige zijn nodig toe aan een likje verf, maar af en toe zien we ook prachtige huizen in opvallende kleuren.



We stoppen langs de weg bij een dame die mosterd verkoopt in alle soorten, smaken en kleuren, maar kopen alleen een kop koffie en een kop thee, we gaan geen overbodige ballast meezeulen.
De dame is (ook) niet zo spraakzaam, maar weet ons wel te vertellen dat dit weekend het midzomernacht (St. John’s / Jaanipaev) gevierd wordt, en we er rekening mee moeten houden dat het vinden van accommodatie wat lastiger zal zijn dit weekend.

Kampeerplaatsen, of liever gezegd, campings, zijn hier dun gezaaid. Erg dun is beter verwoord.
Na 65 kilometer fietsen belanden we bij een kampeerplaats bij een meer in het bos. Het ziet er prachtig uit, eenzaam en verlaten, met een goede picknicktafel met afdak.(En dat is fijn, waarom dat is, weten jullie zo zoetjesaan vast wel….)

En stiekem ontzettend leuk, want ik heb altijd al een keer willen wild kamperen. Of is het wild willen kamperen? Hoe dan ook, we zijn met z’n tweetjes en oh ja, de vliegende, stekende en irritant zoemende vrienden zijn gezellig met ons mee gereisd. Waarom ook niet, we zouden ze bijna gaan missen, en dat kan niet de bedoeling zijn. We werken systematisch onze to do lijst af. Fietsen wegzetten, tassen eraf, en op slot.
Tent opzetten, onze matjes en slaapzakken in orde maken voor de nacht, en alle fietstassen erin.



Intussen is Gerrit begonnen met koken en ik loop wat interessant te doen met een spray tegen ongedierte,(ja hoor, dat kan best buiten en het werkt nog ook) en maak wat foto’s.

En intussen regent het af en aan. We staan als een soort maanmannetjes ons ding te doen.
Ik ontdek op de grond hele leuke kleine beestjes, zo groot als insecten, maar het lijken wel kikkertjes.
Je hebt er niks aan, maar toch is het aardig om iets nieuws te ontdekken, toch?



Omdat het regent en je echt geen seconde kan stilstaan zonder geprikt te worden gaan we de tent in en houden het vandaag voor gezien. En wachten daar braaf en geduldig tot het stopt zodat we een keer kunnen gaan plassen, om uiteindelijk maar gewoon te gaan omdat je nu eenmaal een keer echt moet.

Maar dan wordt je de volgende ochtend wakker, kijk je uit de tent en zie je een uitzicht wat je normaal gesproken tijdens een gemiddelde werkweek niet gaat zien. Dat is wel genieten.



We doen hetzelfde ritueel als gisteren alleen dan andersom en springen weer op ons fietsje.
Vandaag gaat het meevallen, zo’n 35 km en met in het vooruitzicht een vrije dag. Wat dus zoveel betekent als een dag niet fietsen. Ik merk dat ik dat een prettig vooruitzicht vind.
Het fietsen gaat prima, maar ik ben nu even wat eerder door mijn energie heen.
De constante wind en regen, soms gecombineerd, soms wisselen ze elkaar af, maken dat ik de blik even op oneindig zet en maar stug doortrap. Het telkens wisselen van regenkleding, meer en minder laagjes helpt ook niet echt.

Net na het middaguur rijden we Kurressaare in. We hebben in deze stad een mooi plekje gevonden in een hostel waar we 2 nachten blijven om uit te rusten en de billen een vrije dag te geven. Met het elektrische kacheltje wat ons werd gegeven vanmiddag gaat dat vast lukken. De Indiase maaltijd vanavond hielp ook al een heel eind.

Gerrit heb ik een goede luistertip gegeven om meneer Kershaw te vergeten. Toen ik aan iemand vertelde dat we naar Estland gingen, noemde hij Arvo Part. Dit is een Estse componist, die ik helemaal vergeten was, maar ontzettend mooie muziek heeft gemaakt: https://youtu.be/TJ6Mzvh3XCc

Joan


Soundpaling

Donderdag 21 juni 2018

Gereden kilometers: 65 km
Etappe: Soru Puhkekula – Mustjala

Soundpaling

Ik moet op dit vroege ochtenduur ongemerkt terugdenken aan mijn tweede fietsreis.

Moet een jaar of zeventien geweest zijn. Toen ik een fietstripje naar Denemarken maakte. De eilanden waren toen nog niet door een brug met elkaar verbonden. En wilde je de oversteek maken dan was je dus aangewezen op een boot. Zo groen als gras was ik. Samen met mijn Gazelle ‘Flying Dutchman’ maakte ik de Deense wegen onveilig. Ik zou koers zetten van het vasteland naar het eiland FYN.

Toen ik in de haven aankwam zag ik dat de boot al gereed lag om uit te varen. Natuurlijk moest ik eerst nog even iets kopen, een ijsje of zo. Of een zakje TREETS (later M&M’ s, hadden ze nooit moeten doen…hadden ze gewoon TREETS moeten laten, dat zelfde kunstje hebben ze ook geflikt met RAIDER, dat werd omgedoopt naar TWIX, ik heb het daarna nooit meer gegeten….), of een lolly, of…... Ik weet het niet meer zo precies. Hoe dan ook. Ik kocht even iets. Toen ik naar buiten kwam om de net bemachtigde lekkernij op te peuzelen en mijn fiets aan boord te hijsen zag ik de boot net wegvaren. Dan maar de volgende zal ik gedacht hebben. Want er komt altijd een volgende boot. Een waarheid als een zeekoe. Alleen zou de volgende boot pas twee dagen laten weer uitvaren…….

Het eiland Hiiumaa is doorkruist. Dat lukt gemakkelijk in twee dagen. De wegen zijn groen. De bossen rustig. En als de stormachtige wind geen eten in het roet had gegooid, dan was het zowaar een echt easy rijklusje geworden. Want zo soms blies de wind ons bijna van de fietsen. En ook de regen laat zich niet helemaal van z’n zonnigst kant zien.

Ik heb mijn regenkleding een jaar of acht geleden gekocht. En die spullen (u mag dat weten) waren best kostbaar qua aanschafwaarde. Ik reis nu toch alweer heel wat jaartjes rond. En (ook dat mag u weten) ik heb diverse malen op het punt of de komma gestaan om de regenkleding op marktplaats te pleuren. “Het regent nl. nooit op mijn reizen’. Ik herinner dat ik in Peru een keer een koude hagelbui van drie uur heb gehad. De regenkleding was toen zo ver in mijn fietstassen verstopt dat toen ik het spulletje eenmaal gevonden had, als een ware detective, de bui over was. Het regent echt nooit. In Azië niet. In Afrika niet. In Zuid Amerika niet. En op mijn Europese reizen ook niet. “Wat moet ik met die overtollige ballast?!”

Maar gelukkig heb ik de spullen nog. Want hier in Estland kom ze van pas. Na een lange periode van zeer zonnig weer lijkt het wel of er een vroege herfst is aangebroken. De eerste fietsdagen was het  knetterwarm. Het gras dor. Het hooiland lag er goudgeel bij. De liters zonnebrand waren niet aan te slepen. Het bier was niet koud te houden. Maar de afgelopen dagen is er een omslag in het weer gekomen. Het lijkt potdomme wel herfst hiero.

Om 7.45 uur melden wij ons in de haven. Uiteraard gehuld in de allerlaatste mode (u kent ons inmiddels, niets is ons teveel): onze regenkleding. Hier ligt een verlaten boot op ons te wachten. Ijsjes, M&M’s of TWIX zijn er niet te koop. Gelukkig maar. We zijn de eersten. Er komen nog een vijftal auto’s bij. En wij. En dat is het voor deze overtocht.

Hoe anders was dat in 1983. In Denemarken.

De zon scheen overvloedig. De boot naar Fyn zat mudje-stampvol. En Gerritje met een grote bos krullen op zijn kruin (dat u niet denkt dat het onder mijn oksels ……) kon zich er nog net bijproppen. Op het overvolle dek. Met fiets. En grote groene legerpukkel op de bagagedrager (geleend van mijn lieve buurvrouw Lieke).

Wat me nog levendig bijstaat was dat de grote hit van dat moment over het dek schalde: Woudn’t it be good. Van die zo glad aan een aal klinkende, uitziende en die dat vast diep down inside zijn hartje ook echt wel is …. (het komt niet goed met deze zin, gewoon verder lezen) Nik Kershaw. Volgens mij is die hele Nik Kershaw zelf een paling. Aha!! Daar komt natuurlijk (en anders zeer waarschijnlijk) die palingsound vandaan. Dat moet wel. Hij is vast de grondlegger van de vreselijke kutmuziek.

Zeer waarschijnlijk (ik ga nu echt uit de aanname-stand) heeft HIJ die sound naar ons Hollandsche landje geïmporteerd (had waarschijnlijk toch niets te doen of hij had wat agendaspace op z’n palingvrije- papa-dag). Hij is gewoon in het water gedoken en is bij toeval in een palingfuik ter hoogte van Volendam blijven steken. En toen moet ie gedacht hebben, ik zal ze hier ’s wat muzikale kennis bijbrengen. Het zal mij niet verbazen als blijkt dat Nick en Simon volle zwagers van onze Nik zijn. En Jan Smit een aangetrouwde nicht. De lul.

De boot vertrekt op tijd. En dat is fijn. En is alles behalve overvol. Dat is ook fijn.  Alleen die 80’ er jaren hit van die vreselijke Kershaw krijg ik tijdens deze overtocht maar niet uit mijn kop.

En dat is helemaal niet fijn.

Voor de liefhebber of de onwetende onder u. Hier komt ie: https://youtu.be/cTLTG4FTNBQ


Niks

Woensdag 20 juni 2018

Gereden kilometers: 65 km
Etappe: Kardla -  Soru Puhkekula

Niks

The Lonely Planet (DE reisbijbel onder de reisbijbels) zegt over dit eiland Hiiumaa): ‘ there is nothing, just breath the fresh air, sit down and relax’.

Ik weet niet hoe het u vergaat lieve lezer. Maar ik vind het fijn. Als er zo soms ’s niets gebeurt. Helemaal niks.

En laat dat nou precies zijn wat er hier is. Frisse lucht en verder niets. Geen file’s op weg naar een attractiepark. Geen vrouwen met vlaggetjes waar je als ware je een eend achteraan moet waggelen. Geen torenhoge entreeprijzen. Geen toeristen-afzet-menu’s. Geen campings die je vooraf moet bespreken omdat ze anders uitpuilen. Geen stranden vol met gebruinde lijven die zij aan zij liggen aan te koeken en waar geen zandkorreltje te vinden is. Geen bezienswaardigheden waar je geweest MOET zijn. Geen schreeuwerige reclame-uitingen die vinden dat je iets moet doen. Of iets moet kopen. Niets van dat alles is hier op Hiiumaa.

En wat houd ik daar van. Of beter gezegd. Wat ben ik daar met de jaren van gaan houden. Plekken waar niets gebeurt. Plekken waar niets hoeft. Waar niets van je wordt verwacht. Plekken waar je niet tot actie wordt aangezet. Maar waar je gewoon door mag trekken. Met een fiets. Een beetje om je heen mag kijken. Genieten van wat wat er is. Plekken. Van God en iedereen verlaten. Geïsoleerd.



Het fietsen gaat deels over asfalt. Waar je je zo heel af en toe een hartverzakking schrikt als er ‘s een auto van achterop komt. Deels voeren Gods wegen over een bovenlaag van steenslag. Lijf, leden en materiaal hebben zwaar te lijden. En ook hier gebeurt niets. We fietsen door bossen afgewisseld met grote grazige weiden. Met zo af en toe een bouwseltje of een kunstwerk. En waar zo heerlijk verder niks gebeurt.

Na 50 kilometer fietsen is een eerste winkeltje. Verlaten van alles. Het is een wat surrealistisch beeld. Een vrouw achter een verlaten kassa. Wat stellingen. Ik moet denken aan de roadmovies waar na urenlang rijden in de woestijn aan de kant van de weg een houten huisje is. En waar je dan een lauwwarm biertje kan knagen en koele hamburger naar binnen kan slurpen. Ook hier in dit winkeltje loop ik met dat beeld in mijn hoofd rond. Wat een geweldig fijne lege plek. Je kunt er precies kopen wat je nodig hebt. Niet minder, maar vooral niet meer. Dat beeld wordt vrij ruw verstoord door het feit dat ik de boodschappen hiero in the middle of niks gewoon contactloos kan afrekenen (De Esten lopen overigens met een heleboel technologie dingetjes voor op de meeste landen).

De laatste negen kilometers gaat de zadelpijn opspelen (noem dat maar niks). En de wind (daar raak je aan gewend, maar dat is natuurlijk ook niks) En een camping (met helemaal niemand, zelfs de eigenaar komt niet opdagen) is voorhanden. Verder gebeurt er helemaal niks.

“ Nou ja niks?!”.

Ik las net op uw eigenste NOS.NL dat ‘de gevaarlijke speelgoed trompet wordt teruggeroepen’.  Mocht u, muzikaal als u bent, zo’n ding onlangs bij Intertoys op de kop hebben getikt (of gewoon gejat hebben, ik kijk nergens meer van op bij u) en mocht dan ding artikelnummer 53204 hebben, laat ‘m dan meteen uit uw ventielhanden flikkeren. Want eh…. Ik.geloof dat er een gevaar is dat u ‘m inslikt bij het bespelen of zo. Of dat er geluid uit komt. Of dat je een vroegtijdige zaadlozing krijgt als je net niet de hoge C toetert. Ik weet ’ t niet precies.

Maar hoe dan ook. Zo gebeurde er vandaag toch nog wat. En dat is goed nieuws voor de lezer die dat ‘ helemaal niks’ toch maar niks vind. Maar hier ging er gelukkig weer een dag voorbij. Waar niks gebeurde.

Heerlijk!