De Lustige Reiziger

Verslagen

Ik zit er als een dood vogeltje bij.

Mijn moraal is gedaald. Tot ver onder het vriespunt. Elfstedentocht temperaturen worden aangetikt. In mijn hoofd. En dat nog wel op uw eigenste 1e kerstdag (hier duurt het nog een dag of 10 voordat het kerst is).

Vorig jaar had ik ook al niet echt op 1e kerstdag. Precies op het moment dat u zich verslikte in de net niet helemaal gare kerstkalkoen (volgende keer toch even een uurtje eerder opzetten en zachtjes laten stoven). Stond ik in een vliegende storm mijn fiets tegen een Marokkaanse berg op te duwen. En dit jaar is het niet veel anders.

De dag begon ook al een beetje vreemd.

Ik had een niet al te best nachtje gedraaid. Veel liggen woelen. In het hangmatras. Vroeg klaarwakker. Net niet helemaal fijn. Er was ook geen ontbijt te regelen. Daarom zat ik de droge brokkelige broodjes van gisteren weg te kauwen. En water diende als surrogaat voor een lekker warm bakje thee.

Het plan is om aan het einde van de dag in Debark te geraken. En dat ligt maar 35 kilometer verderop. Appeltje eitje (zou mijn lieve vriendin Marleen zeggen). D'r is alleen een kleinigheidje. Eigenlijk twee kleinigheidjes.

                                                                          de sanitaire voorzieningen in mijn hotelletje

Laat ik 's beginnen met kleinigheidje nummero uno: we moeten vandaag 1300 meter omhoog. Dat is 1,3 kilometer. En dat is best wel een fuckin eind de lucht in. Mm.......omdat u blijkt geeft nog maar weinig overtuigd te zijn, wil ik in 1 adem kleinigheidje nummero twee onder uw aandacht brengen. Dat klimwerk moet verricht worden op een steenslag-puin-weg.

Potdomme, lieve lezer. 

Ik had op ietsje pietsje meer begrip gehoopt. Iets meer inlevingsvermogen. 'Ooit van het woord empathie gehoord? Iets van een steuntje in mijn rug had ik wel verwacht (of liever nog: een steuntje in de vorm van mijn fiets aanduwen). Maar ik begrijp het al. U laat het mij op eigen kracht doen. Van uw zijde hoef ik niets te verwachten. Dat ik het maar even weet. Ik hoop dat u zich dit jaar verslikt in die halfgare kalkoen..........

Afin. Ik stap op.

En na 50 meter asfalt gaat - zoals verwacht - de weg over in steenslag (maar als u hier puinbaan invult, dan reken ik dat ook goed). Na een kilometertje of 4 word ik getrakteerd op de grootste kinderen-terreur die ik in Ethiopië heb meegemaakt. Een heel peloton kinderen achtervolgd me. Het schreeuwt. Het roept. Het is bij het hysterische af. Ze van me af schudden lukt me onmogelijk. De weg loopt een ietsje omhoog. En de puinbaan nodigt alleen maar uit tot behoedzaam en zeer omzichtig voortbewegen.

En dat doe ik maar. Uiteindelijk raak ik van ze af. Maar een nieuw blik hysterische kids wordt al weer opgetrokken. En hunnie feest begint gewoon van voren af aan. Totdat ik een beetje vaart kan maken. En dan ben ik van ze af. Toch merk ik dat deze gebeurtenissen meer energie van me vragen dan goed voor me is. Daarom stop ik even voor een pauze. Maar wacht. Daar komen ze al weer.......

(ik heb een filmpje gemaakt https://youtu.be/PsZ3i0_L5rQ die u kleine indruk krijgt van de kids terreur, die me de hele reis begeleid heeft, het filmpje duurt in totaal 3 minuten en 53 seconden, op 1 minuut en 53 seconden hoort u mij ‘uit de bocht vliegen’/zelfbeheersing verliezen)

Ik fiets verder. En de puinbaan begint nu serieus - in haardspelbochten - te stijgen. Ik moet van m'n fiets af. Het betere duw werk kan beginnen.

En dan voel ik dat er iets mis is met mijn fiets. Hij trapt door. Verdorie. Heb ik gisteren - met het verwisselen van de binnenband - dan toch iets niet helemaal goed gedaan. Ik laad m'n spullen af. Zet m'n fiets op de kop. En zie dat mijn excentrische trapas (jah mense, een trapas die zichzelf excentrisch noemt, die kost een paar eurootjes, maar dan hebbie ook wat) niet goed in het frame geborgd is.


Potdomme!! 

Gisteren toch niet helemaal goed opgelet. Mm........ ik ben de laatste dagen meer aan mijn fiets aan het sleutelen dan me lief is. Het is even een klusje - die ik onder het toeziend oog van een mannetje op 10 starende mensen - uitvoer. Maar ook dit weet ik tot een goed einde te brengen. De fiets doet weer wat ie doen moet. En ik vervolg mijn duwpuinweg.

In de verte word ik opgewacht door 2 kereltjes. En ik zie/voel meteen dat ze wat anders in de zin hebben dan wat ik gewoon ben bij kinderen. Laat ik het zo zeggen: er gaat weinig vrolijkheid van deze mannetjes uit. Ik duw mijn fiets vooruit en passeer ze. Ze beginnen me op gepaste afstand te volgen. Hebben grote stokken in de hand. Waarmee ze op de keien slaan. En ze maken een snerpend hoog geluid. Opeens zijn ze verdwenen. Ik duw mij fiets de zoveelste haarspeldbocht in. En .....daar vliegen me twee echt grote keien om de oren. Ze missen hun doel. Gelukkig maar. Want als zo'n kei zijn Gerrit-doel raakt -wat hunnie bedoeling is - dan zullen er voorwaar grote gelukken gebeuren. Met mij.

Ik zie de knapen niet meer. Maar weet dat zij dit op hun geweten hebben. Na verloop van tijd vertonen ze zich weer. En de vijandigheid en brutaliteit neemt toe. Dit zou wel 's flink uit de hand kunnen gaan lopen. Ik verzin een list. Ik probeer op een iets minder steil stuk wat vaart te maken. En ik stop net na een haarspelbocht. Parkeer mijn fiets. Maak me zo groot en breed mogelijk. En loop ze tegemoet. Met een houding van 'kom maar op mannen. Ik lust jullie rauw.'

Met dat ze me opmerken geef ik een enorme brul af. En loop ze rennend en wild gebarend tegemoet. Na enkele seconden van totale bevriezing - van hunnie zijde - zetten ze het op een lopen. Maar ik houd het rennen ook vol. Ik zal ze krijgen. Godverdomme!! Inmiddels zijn ze een heuvel opgerend. En met nog wat toeroepende woede uitingen en gebalde vuisten van mijn zijde, hoop ik maar dat ze hun lesje geleerd hebben.

Ik stap op. En kijk geregeld in mijn achteruitkijkspiegel. Maar zie ze niet meer. Ik ben al uren in de weer. En heb pas 14 ongelofelijk zware kilometers afgelegd. En heel gestaag voel ik de energie mijn lichaam uitvloeien. Ik probeer nog wat energie terug te winnen door een droog broodje pindakaas, een verrotte banaan en wat slokken water naar binnen te werken. Maar echt energiek wil het lijf niet worden. De benen voelen als pap. En ook mijn doorgaans goed meewerkende hoofd, laat het vandaag afweten. Sombermans in eigenste persoon.

Ik duw. Ik sleur. De ene haarspelbocht in. de ander uit. en verdikkie. Daar is er al weer 1. En .....en daar ....iets verderop.......staan drie kerels op me te wachten. Ze maken een vijandige indruk. Het begint steeds vervelender te voelen. Deze stikverlaten puinweg dwars door de bergen.

Ik moet nog 21 kilometer afleggen. En moet nog ruim 1000 meter stijgen. Ik ..... ik.....voel dat ik dit niet ga volbrengen. De energie is er niet. De moraal heeft zijn bodem bereikt. Het is mijn dag domweg niet. En deze drie mannen, die me daar staan op te wachten, die helpen ook niet echt mee. Vlak voor ik deze mannen heb bereikt, heb ik mijn besluit genomen. Ik maak een draai. En laat me langzaam naar beneden rollen. Twee haarspelbochten naar beneden. Daar zet ik mijn fiets op de standaard. Ik ga proberen - met grote weerzin - een lift te regelen. En dat zou nog wel 's niet mee kunnen vallen. De afgelopen 2 uren is er niets gepasseerd.

Ik heb geluk. Na 10 minuutjes wachten komt er een bus.

Ik zwaai. Vraag of ik mee kan. Onderhandel over de prijs. En binnen 5 minuten liggen bagage en fiets op het dak van de bus. De afgeladen bus. Waar al 20 mensen staan. En ik prop me er bij. De bus kreunt en steunt. Krakend in haar voegen neemt ze haarspelbocht na haarspelbocht. We gaan echt waanzinnig omhoog. En af en toe knijpt uw eigenste ervaring-correspondent zijn oogjes even toe als we met de wielen van de bus een afgrond langs scheren. Het is typisch zo'n bus waarvan je wel 's in het nieuws hoort dat er ergens in een ver en vreemd land zo'n afgeladen gevaarte in een afgrond naar beneden is gerold. Resultaat: 35 doden waarvan een 1l toerist. Op een fiets heb je controle. In zo'n bus ben je overgeleverd aan de grillen van de berg. En de stuurmanskunst van de chauffeur.

Maar goed. Op het gedetailleerde feit na dat mijn portemonnee tijdens deze reis is gerold, heb ik de eindbestemming levend en wel bereikt. Ik weet wel. Dit tracé was mij op de fiets nooit, nimmer, nothing gelukt. Zo eerlijk moet ik zijn. Ook voor een Gerrit in goede doen waren deze 20 kilometers te zwaar geweest.

Ik laat me net voor Debark afzetten. Breng m'n fiets in stelling. En constateer dat ie gelukkig onbeschadigd is. Met een ronduit katterig gevoel rijd ik Debark binnen. Ik had dit stuk eigenlijk niet willen bussen maar fietsen.....grr....... !!

Met het binnenrollen in Debark merk ik ook nog 's dat dit dorpje en ik niet snel vaste verkering gaan krijgen. Het is saai. Het straalt iets vervelends uit. Het is de toegangspoort naar het Nationale Park 'the Simien Mountains' en mede daarom lopen er (te)veel op geld beluste types rond. Ze willen allemaal wat van me. En dan vooral m'n geld. Het voelt gewoon niet goed.

Eerlijk gezegd ben ik teleurgesteld. Moe. Op. Een ook een beetje triestig. Het is een beetje schemerig in mijn hoofd. Het voelt als een enorme nederlaag dat ik deze berg niet op heb kunnen fietsen. Ik vind er niets meer aan. Kutklote reis!! Ik zoek een kamer die goed bij mijn gemoedstoestand past. Hij is basicer dan basic. Ik ding enorm af. Vandaag is het geen dag om teveel te betalen. Ik probeer wat eten te scoren. Maar allemaal fijntjes en goed zal het vandaag niet meer worden. Ik ken mezelf.

Maar ik weet ook dat morgen de vlag er weer heel anders bij zal hangen. Dit is gewoon een dipdag. Elke reis heb ik er 1. En vandaag heeft de dip als saus dag uitgekozen. Ik heb het er maar mee te doen.

Ik ga morgen een rustdag nemen. En proberen een trekking te regelen voor een dag of zes. In de - naar zeggen – fantastisch mooie Simien Mountains. Even de fiets parkeren. Even iets anders doen.

Dat zal lichaam en geest vast goed doen.

Etappe: Zarima - Debark

Km: 14 (+ 20 met bus)

Gruwelijk

Ik bestijg om 8.00 uur, des ochtends, mijn karretje.

Lekker vroeg. Ik was uitgeslapen in mijn hotelletje. Heb de rekening betaald. En wil nog graag een paar koele uurtjes meepakken. De gemiddelde Ethiopiër vindt het maar brrrrrrr-koud. Zo 's ochtends vroeg. Ze lopen nog met doeken om hun lichamen geslagen op straat. Een beetje wakker te worden.


Mijn vertrek uit het hotel in Adi Arkay is niet ongemerkt gebleven. 

Op de plek waar ik wat flessen water insla, drommen hele hordes jeugd bijeen. Wat een hectiek. Ik koop drie 1,5 liter flessen water. Want volgens de verhalen ga ik op mijn route voorlopig niets tegenkomen waar ik mijn water- en voedselvoorraad kan aanvullen. Daarom heb ik gisteravond een mango gekocht, 2 bananen en 3 sinaasappels. En vanochtend heb ik nog vier broodjes weten te bemachtigen. Daarnaast heb ik nog een behoorlijk voorraadje gedroogd voedsel aan boord. Maar dat wil ik liever alleen aanspreken in noodgevallen.

De eerste 8 kilometer heb ik geen centje pijn. Ik hoef geen trap te doen. Alleen maar bijremmen. Ik bevind met in 1 van de mooiste gebieden van Ethiopië. De afdaling is machtig. En de uitzichten zijn van een betoverende schoonheid. Niets aan het handje. Zou je zeggen. Echter, bij kilometerpaaltje nummero negen is het afgelopen met de daalpret.

De weg loopt omhoog. En niet zo'n beetje ook. De ene haarspeldbocht volgt op de andere. En als ik die andere door ben. Dan wacht daar weer een volgende. En als ik die..... Nou ja, u heeft een beeld. Het is een gruwelijke klim. Als ik een keer 4 procent omhoog mag dan is het feest op mijn fietsje. Dan slingeren de slingers naar hartenlust. Dan kan ik de taartjes niet aanslepen. Echter meestal is dat niet zo. Dan stijg ik zeven procent. Of meer. Soms gaat het naar 12 procent. Dat trek ik allang niet meer. En daarom leg ik significante meters van deze klim duwend en sleurend aan mijn fiets af.

Na anderhalf uur klim- en ruwwerk rol ik het bergdorpje Bermariyam binnen.

Mijn komst wordt al vroeg opgemerkt door een flinke groep kinderen. Ze schreeuwen en rennen met me mee. En willen natuurlijk weer MONEY en PEN. Als ze doorkrijgen dat ze bot vangen, wordt hun gedrag minder plezierig van aard. Een jongen zondert zich af van de groep. En loopt via een pad schuin omhoog. Ik zie het gebeuren en weet al wat ie van plan is. Hij wil me vanaf de heuvel met stenen gaan bekogelen. Mijn oog blijft hem volgen.

Ik zie dat ie een steen oppakt. Op dat moment geef ik een enorme oerbrul af. Waardoor het ventje de steen van schrik uit zijn handen laat vallen. Gevaar geweken zou je zeggen. Nou, lieve lezer, ik ken mijn Ethiopische Inerjaheimers. En ik blijf waakzaam. En als ik 500 meter verder fiets, vliegt me toch nog een flinke steen om de oren. Het mist zijn doel (nl mijn hoofd) op een metertje. Maar toch.

Na een kilometertje lekker horizontaal gefietst te hebben (heeeeeerlijk) ga ik een fantastische afdaling in. Ik ben ruim een kwartier aan het wenden en keren. En hoef alleen maar te remmen. Tot ik beneden bij de rivier kom. En daar begint het klimspel weer van voren af aan.

Deze klim is nog gruwelijker dan de vorige. Gelukkig is het wegdek van uitstekende kwaliteit. De weg is in september van dit jaar opgeleverd en is zo glad als een spiegel. 

Ik klim naar boven. Maar steeds vaker moet ik er af. Het is domweg te steil om de trappers nog rond te kunnen malen. Om 11.30 uur verplicht ik mezelf om tenminste 1 vol uur pauze te nemen. Ik vouw mijn stoeltje uit. Neem plaats in de schaduw van een boom (waar het 29 graden is, uit de schaduw is het 44 graden!). En neem mijn lunch. 


Heel af en toe passeert een auto. Of een bus. Maar verder is heel stil en rustig in deze contreien. Wel hoor ik aan het weinige passerende verkeer (dat in dezelfde richting als mij rijd) dat ik voorlopig nog niet op een afdaling hoef te rekenen. Het gemotoriseerde verkeer puft, steunt en kraakt in haar voegen in hunnie weg naar boven.

Na een uurtje stap ik op.

En vrij energiek trap ik een paar 9 procent haarspelbochten weg. Ik neem af en toe pauze. Praat mezelf moed in. Neem wat foto's. Praat mezelf nog meer moed in. En trek verder. Na een tijdje rijd ik het dorpje Chewber (het staat niet op mijn kaart maar het bestaat toch echt lieve wegenkaartsamensteller). En dat is mijn fijnste ontmoeting tot nu toe.


                                                                                      het bergdorpje Chewber

De kinderen zijn er lief. De volwassenen behulpzaam. En er is tegen mijn verwachting in een klein winkeltje. Waar ik mijn watervoorraad kan aanvullen. Ik koop 1 grote fles. En 1 flesje mangosap. Ik drink zoveel water uit de waterfles dat de inhoud van het mangoflesje in de waterfles past. Ik ben van  nature al niet zo'n geweldige drinker. En al dat water drinken gaat me wat tegenstaan. En toch weet ik dat ik mijn vochthuishouding op peil moet houden. En daarom meng ik het water met wat zoete meuk. Als ik het mangoflesje leeg laat lopen maak ik op het einde nog een wring-beweging. Met de bedoeling om het flesje tot de laatste druppel leeg te schenken. De menigte mensen moet hier erg om lachen. Als ik daarna mijn mango-geel-geworden waterfles omhoog houdt onder de kreet: 'ETHIOPIA BIERA' kan ik niet meer kapot. Met veel gelach en veel bedankjes van mijn kant, neem ik afscheid van dit dorpje en haar fantastische bewoners.

(een filmpje van het binnenrijden in dit dorpje is te zien op https://youtu.be/UCCHcjfoDZk Duur: 3 minuten en 57 seconden).

Ik moet nog ongeveer 15 kilometer afleggen. En die zouden volgens zeggen voor een belangrijk deel dalend moeten gaan. En dat klopt bijna. De eerste kilometer gaat het vrijwel horizontaal. En daar ik word behoorlijk op mijn huid gezeten door een groepje kinderen. Maar ditmaal speel ik een beetje me ze. Ik fiets een eind vooruit en laat dan mijn snelheid zakken. Als ze dat zien rennen ze de longen uit hun lijf om bij me in de buurt te komen. Als ze me dan tot 25 meter genaderd zijn. Geef ik weer gas. En zo gaat het een tijdje door. Tot ik de afdaling in zet.

Ik zie mijn einddoel voor vandaag, Zarima, beneden in het dal liggen. En ik geraak in een lange afdaling met misschien wel 70 haarspeldbochten. Misschien! Ik ben nl. afdalend bij bochtje 69 een beetje de tel kwijt geraak. En om nu weer omhoog te fietsen en opnieuw te beginnen met tellen........ dat leek mij iets teveel van het goede. U zult mij dit niet euvel duiden mag ik hopen. Ik daal behoedzaam en gecontroleerd. Maar al met al heb ik er toch nog flink de vaart in. Honderd meter voordat ik Zarima binnen zal rollen, loopt mijn achterband in 1 klap leeg. Klapband! Ik rem. En sta stil.

Oef. Lekke banden komen altijd ongelegen. Dus deze ook. Maar had ie misschien niet even 500 meter kunnen wachten. Dan had ik wellicht een mooi schaduwplekje kunnen zoeken en ....... Jah, lieve lezer: ook in Ethiopië worden geen zoete broodjes gebakken.

Ik laad mijn fiets af onder een brandende zon die 44 graden naar beneden straalt. Door het (al dagen) ontbreken van zonnebrandcrème voel ik mijn lichaam aan alle kanten verbranden. En daarom wil ik dit bandenplaklusje snel uitvoeren. Ik haal al mijn tassen van mijn fiets. Zet 'm op z'n kop. En haal de buitenband van de velg. Check of er ergens een doorn zit. Maar gek genoeg kan ik die niet vinden. De binnenband dan maar. Oeiiiii. 'Die laat zich niet eens meer volblazen.' Ai!! Ik zie het al. De binnenband is bij het ventiel gescheurd. Ik vermoed een combinatie van de hoge temperaturen en de te warm geworden velgen door het vele noodzakelijke remknijpwerk. Daar kunnen binnenbanden niet zo goed tegen.......

Mm....da's niet fijn. Want nu wordt de hersteloperatie een stuk groter. Er komen wat kinderen zeuren om MONEY en PEN. Gedecideerd gebaar ik dat ze door moeten lopen. Die 'afleiding' kan ik er nu niet bij hebben.

Een nieuwe binnenband dus. Dat betekent dat ik eerst mijn ketting slap moet leggen. En dat is bij een SANTOS fiets altijd iets van een klusje. Als dat gelukt is moet ik mijn interne versnellingsapparaat demonteren. Mijn hydraulische remsysteem moet er af worden geklikt. De achterwielborging er uit. En dan pas kan ik het achterwiel uit de as nemen. Ik verricht die werkzaamheden met precisie. FF geen gelul. Geen afleiding. Even zorgvuldig werken.

De binnenband is inderdaad naar z'n grootje. Ik leg de reserve binnenband erop. En begin alle gedemonteerde delen in omgekeerde volgorde weer terug te plaatsen. Ik doe het met grote aandacht en precisie . En dat is niet geheel zonder reden. 

In Bolivia kreeg ik ook te maken met deze klus. En dat liep verkeerd af. Flink verkeerd. Want door het fout terugplaatsen van mijn achterwiel, reed ik 1 ferme trap het interne versnellingsapparaat naar z'n grootje. En daarmee was mijn Zuid-Amerikaanse avontuur in 1 klap ten einde. En kon ik gaan backpacken. En om dat niet weer te laten gebeuren heb ik thuis flink geoefend. Maar ja, thuis oefenen OF in the middle of nowhere met een temperatuur van 44 graden. Da's toch net ff andere Wiegert-Ketelapper-binnenband-koek.

Maar na een half uur heb ik de klus geklaard. Voorzichtig maak ik een proefritje. En tot mijn vreugde functioneert alles naar behoren. Ik ben geweldig trots deze klus geklaard te hebben. Een jongetje die ik eerst had willen wegsturen, heeft me goed geholpen. Ik vind het zo lief van hem dat ik opeens de behoefte voel om hem te belonen. En dat terwijl hij er niet om vraagt. Hij is het eerste Ethiopische mannetje dat 5 BIRR van mij krijgt. Eerlijk verdient. Hij is de koning te rijk. (minder fijn was dat ie dat trots als een pauw zijn vriendjes in het dorp is gaan vertellen want toen kwamen die vriendjes .........).

Na 500 meter rol ik trots - en met een hagelnieuwe binnenband rijker - het dal-dorpje Zarima binnen.

Het blijkt er drukker en groter dan ik had verwacht. En ik word overspoeld (dat woord gebruik ik heeeeeel bewust) door een grote menigte dorpsbewoners. Mij was verteld dat hier geen overnachtingsplek te vinden zou zijn. Maar ik waag toch een poging. Met het halve dorp achter me aan. Gaan we wat uit golfplaten opgetrokken huisje langs. En vangen een paar keer bot. Uiteindelijk vind ik onderdak ik een zeer prettige omgeving. De voorzieningen zijn nihil. Zo zal k me niet kunnen douchen. Maar dat kan me niets schelen. Het voelt goed hier. De mensen zijn super aardig.

Ik raak er in gesprek met vier jongeren. 1 van hen is leraar (en ik kan de gelegenheid niet onbenut laten om te vragen of hij zijn leerlingen wil vragen om ietsje minder met stenen naar een Hollandsche fietser te gooien .........hij moet lachen......hij weet wat ik bedoel...).

De jonge kerels vinden het fijn om Engels te spreken. Het zijn ook voetballiefhebbers. Ze refereren nog even aan de goal van Robin van Persie tegen Spanje tijdens het WK in Brazilië. Ook in Ethiopië heeft men daar naar gekeken en van genoten. Ik bestel een bord pasta. En drink een biertje.

Het is een fijn plekje. Het zal me wel gaan lukken hier vanavond.

 

Etappe: Adi Arkay - Zarima

Km: 42

Cursusje

'Nu heb ik er genoeg van', lieve lezer' 

Ik heb er al dagen last van. En nu ben ik het zat ook. Wat een geklooi. Ik ben er klaar mee. Ieder mens heeft ergens een grens liggen. 
Bij de een ligt ie ergens anders dan bij de ander. En bij de ander weer ergens anders dan bij de 1. En sommige mensen leggen de lat zo hoog......dat ze er gemakkelijk onder door kunnen lopen. Die figuren heb je ook. Maar MIJN grens is nu bereikt.

Vanochtend heb ik mijn fijne naar pisgeur walmende kamer achter me gelaten. Met plezier. Dat zult u begrijpen. Als je je oogjes toe hebt gedaan. En je ligt lekker te snurken. Dan heb je er niet veel last van. Maar bij het krieken van de dag. Tijdens het kakelen van de haan. Het uit de speakers galmende ochtendgebed. En het hard openslaan van de stalen kamerdeuren om 6 uur des ochtends (jah, onze Ethiopische vrienden zijn er elke dag vroegjes bij) trok de alles doordringende geur van urine weer fijntjes in mijn neusgaten. 

En probeer dan nog maar 's je broodje omelet, met ui, tomaat en 1 fijn gesnipperdegroene peper met ondersteuning van een kopje thee met veel smaak naar binnen te werken. Toch lukt dat. Maar niet zonder dat ik dwars door een plastic tuinstoelben gezakt. Die ik maar even vergoed heb aan de dienstdoende restauranthouder.
 

Ik sla proviand voor de dag in. En ga op pad. Het beloofd de eerste van de drie loodzware dagen te worden. Ik moet over hoge bergen en door diepe dalen. Om  uiteindelijk in Debark te geraken. Debark is de toegangspoort tot het Nationale Park 'the Simien Moutains' genaamd. Met toppen die de 4000 metervoverstijgen. Ik overweeg om in Debark mijn fiets voor een dag of vijf te parkeren. En een heuse trekking te gaan doen in het Nationale Park.

Maar voor het zo ver is moet ik er nog wel zien te geraken. En dat valt voor de drommel nog niet mee. 


De eerste kilometers daal ik flink. Maar daarna moet ik dat hele daalstuk weer compenseren met het nodige klimwerk. Pff......dat valt niet mee. De stijgingspercentages zijn vanaf 7 procent. En met een fiets met volle bepakking is dat een hele tour. Ik kom in het dorpje Haidi. Het is een lange straat met aan weerszijden hutjes gebouwd met hout uit de overvloedig aanwezige Eucalyptusbossen. Het plaatsje kent een prachtige boom waar mensen onder zitten te keuvelen. Ik houd er een korte stop. In no time wordt ik vergezeld door de nodige kinderen.
(van het binnenrijden in Haida heb ik een flimpje gemaakt: 
https://youtu.be/e9NIxgXCNIQ (duur: valt best mee)
 

Na het nuttigen van een banaan en de nodige slokken water. Trek ik verder. Ik word getrakteerd op een fantastische afdaling. En dat is fijn. De benen hebben even rust. Maar tot zover het goede nieuws. Bel de feesttaart maar weer af. Berg de slingers maar weer op. Ontdoe het cadeau maar van het pakpapier. Want opnieuw wordt ik uitgenodigd om te gaan klimmen. 

Ik probeer de uitnodiging af te slaan (zoals je bij een slecht feestje ook wel 's doet, Neeh,we kunnen echt niet, want we hebben al een ander feest....). Maar toch weet ik mezelf te overreden me over deze berg heen te worstelen. Anders kom ik nooit in Debark. En zal ik de Simien Mountains nooit gaan zien.

 
Ik worstel me naar boven. Ik trek. Ik sjor. Ik schuur. Ik duw. Ik hijg. Ik loop, Ik transpireer. Harder dan ik bij kan drinken. Ik verbrand levend -onder een zon die een temperatuur van 41 klein nulletje C. produceert (en even een detail tussendoor: m'n zonnebrandcrème is op) En denk je nou dat die meuk ie hier verkrijgbaar is? Nou neuhhhh. Kortom het gaat best lekker.
 

Om 13.00 uur duw ik mijn fiets op de top van de berg. Daar zetelt serdert jaren het bergdorpje Adi Arkay. Ik zou het stil houden. Maar jongens en meisjes, wat ben ik er blij mee. 

Waar ik minder verheugd van raak is dat er een ontvangstcomité van een dozijn kinderen om me heen zwermt. Deze man is kapot. Tot op z'n schoenveters afgebrand. Helemaal aan z'n eind. Lichaam en geest branden even op een waakvlammetje. Het hart pompt nog maar met moeite het bloed rond. De aderen staan op knappen. De spieren staat op springen..... 

En dan die F*&%#@k&%$#@G kinderen. Die hard in mijn oren schreeuwen. Aan m'n fiets sjorren. Er wordt een beroep gedaan op mijn zelfbeheersing en op nog een heleeeeeeeeboel handige en noodzakelijke andere competenties. 

Jammer genoeg was ik niet in de gelegenheid om de laatst gehouden cursus 'wat-kan-ik-het-beste-doen-als-ik-steenkapot-een-dorpje-in fiets-en-12 kids-gaan-aan-mijn-fiets-hangen-en-aan-mij-sjorren-moet-ik-ze-dan-afschieten-of-toch-maar-niet. Kijk als ik die cursus had gevolgd. Dan had ik geweten wat ik nu had moeten doen. Maar ja, druk druk druk he! Die ogenschijnlijke overbodige maar achteraf toch zo ontzettende nuttige cursussen schieten er dan lellijk bij in.

Er is een soort van hotelletje waar ik een bord spaghetti bestel. Ik zit voor dood in een plastic tuinstoel. Het ziet er niet uit. Het is bijna nog erger dan die randdebielen (kutpubliek, reken ik ook goed) dat 1 keer per jaar naar de Toppers gaat. Met dat gegeven heb je  de onderkant van de samenleving aardig bij elkaar geharkt. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben er qua niveau nu niet ver van af.

 
Ik zal niet zeggen tot overmaat van ramp. Maar hier zittend voor dat hotel, wachtend op mijn dampende bord spaghetti, stopt er een bus met Griekse toeristen. Ze zijn o.l.v. een gids op een rondreis door Ethiopië. Ze vinden mij geweldig stoer. En iedereen wil (eerst apart en later als groep) met me op de foto. Of ik m'n fiets even net zo wil zetten dat het goed gaat met de zon en het foto's maken. 

Tuuuuuuuuuurlijk!!!!!!!!! No problem!!!!!! Ik ben helemaal niet moe......

Ook de cursus NEE-zeggen als het even echt niet gaat, heb ik gemist. Ik zei namelijk toen ze me vroegen of ik aan die cursus mee wilde doen wel een keer NEE. Nu nog de kwaliteit proberen te ontwikkelen om NEE te zeggen als dat echt moet........ Is daar ook een cursus voor?

 
De Grieken vertrekken weer. En ik blijf als een dood vogeltje achter. Het lichaam is leger dan leeg. Opper dan op. Er moet nu snel iets van energie mijn lichaam in. Anders komt het niet goed. Snel eten bereiden is de Ethiopiër niet gegeven. Wachttijden van een half uur zijn gewoon. Het kan ook zomaar een uur duren.

Uiteindelijk komt het eten dan ik naar binnen schrok (en ik bedoel hier niet de verleden tijd van schrikken). Ik bedoel dat ik het bord onder een hoek van 30 graden tegen mijn kin heb gezet en de hele meuk, als ware het een trechter, zo naar binnen gelepeld heb. Ik knap er iets van op. 

Ik neem een ferm besluit. Ik trek vandaag niet verder. Ik moet herstellen van deze mega-inspanning. En me voorbereiden op de komende twee fietsdagen die nog zwaarder gaan worden. En dan zal er ook geen hotel of ander overnachtingsadres zijn. Dan zal ik een plek moeten vinden waar ik mijn tentenkamp op kan slaan. En zal ik voor de eerste keer mijn kookgerei in stelling gaan brengen. Daar zie ik wel naar uit.

Ik doe er goed aan om inkopen te doen. En me geestelijk en fysiek op te laden voor wat gaat komen. Ik vind een kamer in het dorpje. En installeer me.

O ja, potdomme. Ik was het zat. Ik was er klaar mee. Maar waar ook alweer mee? 

Nouwwwh......mijn voorband blijft leeglopen. Langzaam. Maar gestaag. Elke dag moet ik er wat lucht bij blazen om 'm op de juiste spanning te houden. En daar word ik het langzaam een beetje zat van. Ik heb de band er al drie keer af gehad. Maar ik kan geen gaatje vinden. Ik ben er heleeeemaaaal klaar mee. Nu ga ik er wat aan doen.  Met het vaste voornemen om tot een iets permanentere oplossing te komen dan de vorige herstelpogingen.

Ik demonteer mijn voorwiel. En ruil de onwillige binnenband om voor mijn reserve binnenband. Het klusje neemt een half uur in beslag. En tijdens deze werkzaamheden wordt ik gade geslagen door een flinke groepbelangstellenden die ademloos en zeer gecontreerd toekijken. Ik overweeg, na terugkomst in Nederland, de cursus te gaan geven -op-je-vingers-gekeken-worden-is-helemaal-niet-erg-als-je-er-maar-een-cursusje-bij-Gerrit-voor-best-veel-geld-voor-hebt gevolgd.

 
Als mijn fiets weer als vanouds is. Heb ik gelegenheid om te kijken hoe het nu echt met de onwillige binnenband zit. Er blijkt een miniscuul gaatje in te zitten. Ik plak de band meteen. Die kan mooi vanaf nu als een volwaardige reserve binnenband dienen.

Het was vandaag 1 van de allermooiste ritten als het om het landschap, de bergen en de bijbehorende uitzichten gaat. Zonder enige twijfel. Ik bevind me in een geweldig en prachtig stukje Ethiopie. ‘Maar wat is het zwaar om hier de trappers rond te malen.‘

Heel eerlijk. Ik heb vrees voor wat me de komende dagen te wachten staat. 

 

S(j)hov(f)el

Toen ik vanochtend vertrok uit Enda Aba Guna had ik eerst nog niet zo door.

‘Er stonden wel erg veel mensen langs de weg te kijken. Een uitzwaai comité? Allemaal en alleen voor mij?’ Dat zou toch wel heel bijzonder zijn. Ik wist 5 minuten geleden nog niet eens dat ik hier zou fietsen. Hoe konden zij dat dan weten? Maar als het niet voor mij is. Voor wie of wat dan wel. Ik infomeer wat rond. In het vierkant. Probeer nog een trapeziumvormpje. En wat blijkt: er komt hier zo een heuse wielerwedstrijd langs. 'Aha, vandaar dat iedereen zo langs de weg staat.'

Ik schaar me bij alle toekijkers. En het duurt niet lang voordat de eerste auto's met veel toeters en bellen voorbij komen. Gevolgd door een peloton renners. Nadat de hele meute gepasseerd is, stap ik ook op. Kijken of ik ze bij kan halen......

Net nadat ik Enda Aba Guna uit ben stuit ik op een gebouw van de UNHCR. Het gebouw blijkt een eerste opvang en registratiepunt te zijn voor vluchtelingen uit Eritrea (het Noordelijk gelegen buurland). Dagelijks ontvluchten zo'n 200 mensen de slechte politieke en economische situatie in hun thuisland. En wagen de oversteek. Ze komen van een land waar niets is, naar een land waar ook niets is. Maar waar ze hopen dat het net iets beter voor hen zal zijn.

Ze lopen circa 100 kilometer voordat ze hier worden opgevangen. Met onder andere geld uit ons mooie landje zijn er in deze grensregio vier vluchtingenkampen ingericht. Daar worden de Eritreers gehuisvest, krijgen ze onderwijs, en is er schoon drinkwater voorhanden.


Lieve lezer. Het beloofd een enerverende en gevarieerde dag te worden. Qua route. En die belofte wordt al snel ingelost.

De eerste kilometers zijn nog redelijk vlak. Echter, dit fijne horizontale fietsgenoegen wordt teniet gedaan door een stormachtige vlagerig waaiende wind die me schuinrecht in mijn snoet waait. Ik verbruik best veel energie om een ietsje vooruitgang te boeken.

Na een kilometer of 20 doemt er in de verte een figuur op. Ik begin er redelijk het oog op te krijgen: een andere Wereldfietser!! Het blijkt Dave uit Engeland te zijn. De begroeting is allerhartelijkst. We zijn beiden blij om een partner in Crime te ontmoeten. We praten honderduit. Verhalen over onze andere reizen. Vragen aan elkaar of we nog iets nodig hebben op onderdelen gebied. En wisselen route informatie uit. Hij doet precies de route die ik doe, maar dan in de omgekeerde richting. Na een half uurtje nemen we foto's. Wensen elkaar alle goeds toe. En trekken verder. Ieder in onze eigen richting.

Na het plaatsje Togo Ber daalt de weg spectaculair. En langdurig. Over een lengte van circa 10 kilometer gaat het in totaal ruim 600 meter naar beneden. De dalingspercentages liggen tussen 4 en 8 procent. Met mijn recente valpartij nog in het voorhoofd (en knie, elleboog en rib), en de nog steeds aanwezige stormachtige wind, daal ik behoedzaam. 'Met langzaam dalen kom ik ook wel beneden' is mijn gedachte. En zo is het maar net.

De ene haarspelbocht, volgt op de andere. En de andere volgt weer op die ene. Ik kronkel wat af. Mijn hand verkrampt van het vele pompende remmen. Na misschien wel 50 of 60 bochten kom ik uiteindelijk - heelhuids - beneden. Dit hier heet de Kloof van Tezeke.
(ik heb een filmpje gemaakt van een deel van deze specatulaire afdaling, en die is in versnelde vorm te bekijken op https://youtu.be/d0Vl7R6vl7o Duur: 3 minuten en 22 seconden)

Mijn temperatuurmeter geeft het getal van 44 graden aan. Ik geef er ‘s een klein klapje op. Het lijkt mij wat veel. Maar hij blijkt het toch bij het verzengende hete rechte eind te hebben. (ik had een foto van mijn temperatuurmetertje moeten maken....grrrrrr.......).

Ik begin de verzengende hitte nu ook te voelen. Ik drink mijn bidons harder leeg dan goed voor m’n watervoorraadje is.Ik maak wat foto's. En weet dat ik nu 10 km moet klimmen. Weer terug naar een hoogte van 1300 meter. Met dezelfde stijgingspercentages waar ik zojuist mee naar beneden ben gekomen. Dat wordt hard werken.


Maar eerst fiets ik naar de brug. 

Vlak voor ik de brug over ga staan er - over een lengte van 100 meter - links en rechts van de weg krakkemikkerrige hutjes. En in 1 van die hutjes is – tot mijn verbazing - een klein soort van winkeltje te vinden. Hier weet ik een kopje thee - met een in olie gebakken krakeling- naar binnen te slurpen. Ik vul mijn watervoorraad als nooit tevoren aan. In alle hoeken en gaten prop ik een fles water. Want het is knetter heet hier. En ik moet zo een hoge bergpas bedwingen, waar halverwege vast geen water te vinden zal zijn.

Na een half uurtje stap ik op. En rijd over de brug. Waar – het inmiddels gebruikelijke - ‘kids-ontvangstcomité’ me begroetend tegemoet loopt. (daarvan heb ik een filmpje gemaakt. https://youtu.be/RFhUI0PpZwg Duur: 2 minuten en 22 seconden)

Het klimwerk kan beginnen.

Na een klein aanloopje. Gaat het vrijwel meteen flink omhoog. Ik trap energiek het kleinste verzet weg. Van de wind heb ik hier zo in de bergen geen last meer. Ik voel me sterk. Dit gaat me lukken.

Na een kilometer of drie passeert een shovel.

Met de chauffeur had ik eerder op de route al kennis gemaakt. Hij stopt. Zet zijn graafbak naar beneden. En gebaart dat ik mijn fiets er in moet zetten. Mm....... Ik twijfel even. Maar niet langer dan een paar seconden. Ik zet mijn fiets in de laadbak. En ga er zelf, in de bak, naast zitten. De chauffeur heft de bak omhoog. En hij zet de shovel in beweging. De berg op. Allemachtig! Dit is fantastisch!!

Ik heb geen idee hoe ver hij de berg op moet. Maar elke meter die ik niet hoef te klimmen is mooi meegenomen. Op een goed moment stopt hij. En ik denk dat dit het eindstation is. Niks ervan. Hij wil een foto maken. Hij vind het veel te mooi. Zo’n Wereldfietser in zijn shovelbak. Na het foto's maken gaan we verder. Helemaal tot de top. Daar aangekomen trakteer ik 'm op een biertje en bedank ‘m hartelijk. (van deze shovelrit heb ik een kort filmpje gemaakt https://youtu.be/BUwbrM4Draw Duur: net ff meer dan 2 minuten).

‘Tjonge, wat ging dat mooi zeg.’

‘Zo gemakkelijk ben ik nog nooit een berg ‘opgereden.’ Ik denk dat ik mijn volgende reis maar met een shovel maak.......
De shovelchauffeur waarschuwt me dat ik verderop de route met 'stolen people'  te maken zal krijgen. Ik begrijp niet goed wat hij zegt . Maar we zullen zien. Na een kilometer of wat wordt het me duidelijk. Ik nader een immens vluchtelingenkamp. Dat zal ie wel bedoelen. Mm......

Het vluchtelingenkamp wordt gerund door vertegenwoordigers uit Noorwegen. Die trekken daar de kar. Ik zie veel 4x4 jeeps voorbij trekken met een sticker van de Noorse UNHCR. Ik raak aan de praat met 2 voetballiefhebbers. Zoals ze zelf zeggen: vluchtelingen uit Eritrea. Ze wonen al 7 jaar in het kamp. Uitzicht op iets permanents is er voorlopig niet. We kletsen wat over voetbal. Maken foto's. Prima kerels!

Als ik verder trek wordt ik in ene vergezeld door twee fietsers. Ook zij wonen in het kamp. Aanvankelijk is het contact prettig en lachten we wat af. Maar dan komen er nog twee 'vriendjes' bij en dan slaat de sfeer geleidelijk om. Ze willen water, geld en vast nog veel meer. Op een goed moment word ik een soort van klem gereden. Ik was er ietsje op voorbereid en geef een slinger aan mijn stuur wurm ik me er tussenuit. En dan word ik 'gered' door het feit dan ik sterk ga dalen. Dat houden ze nooit bij. Dat waren geen prima kerels!!

Ik leg nog 16 kilometer af. Ik klim wat. Ik daal wat. En merk daarbij dat de sfeer hier in het Noordelijk deel van Ethiopië wat minder gemoedelijk wordt. Kinderen dringen agressiever aan. En vragen met veel bombarie en geschreeuw om mijn aandacht. Dave, die ik enige uren geleden ontmoette, vertelde dat hij is bekogeld met stenen, is geslagen met stokken en hij zou zelfs van zijn fiets geduwd zijn. Ok, ik ben dus een gewaarschuwd mens. En we zullen zien. Maar vooralsnog hanteer ik het zelfde principe: onverstoorbaar door trappen. Genieten. And then, See what Happens.

Ik vind een zeer eenvoudig onderkomen voor de nacht. Je zou het zonder enige moeite 'een beetje S(j)hov(f)el' kunnen noemen. Voor 100 BIRR (4 euro) krijg ik een bed, zonder WC en douche, maar wel met een alles overheersende en doordringende pisgeur. Kom er nog maar ' s om. Als je er om vraagt dan is het nooit beschikbaar. Dan is het er niet. Hebben ze er nooit van gehoord. Of kennen ze het niet. Of dan is die kamer net verhuurd. ‘Had u maar iets eerder moeten komen meneertje Pleijter. Dan had u een kamer gehad met een scherpe heerlijke alles doordringende pisgeur. Te laat. Jammer! Voor u!!’

En als je er net niet helemaal op zit te wachten. Ziehier. Dan krijg je het er gewoon gratis en voor niks bij. Dan is het er gewoon. Zonder enige moeite. En on top off that staan er twee speakers die verschillende soorten stampmuziek door elkaar produceren. En als extra kers op de muziektaart ook nog ‘s in geheel overstuurde vorm.

De adonissen van je konnissen (herkenbaar voor wie vroeger veel naar Curry en van Inkel luisterde op de radio) knallen zo ongeveer uit je eigenste oorschelpjes. De firma Beter Horen zou er in dit Ethiopische dorpje wel bij varen. Die kunnen hier ook wel hunnie gratis hoordagen organiseren.......

Kortom, dit hotel is een ideale plek om 's even rustig bij te komen van deze enerverende dag.

(ohhhhhh, die pisgeur is ECHT NIET te harden.........)

Etappe: Enda Aba Guna - Maitsebry

Km: 65


Noodtoestand

Ruim zestig procent van de Ethiopiërs hangen het (orthodox) Christelijke geloof aan. Ongeveer dertig procent de Islam. De overige 10 procent is afvallig. Of heeft een ander geloof.

Je ziet het aan het straatbeeld. Gesluierde vrouwen en meer Westers geklede vrouwen vermengen zich met elkaar. Bijna elk dorp waar ik doorheen trek heeft een Moskee en een of meerdere kerken. En ook strak om 4.30 uur schalt hier het ochtendgebed uit de speakers van de Moskee. De Ethiopiërs die ik ontmoet zijn er behoorlijk trots op dat deze twee religies vreedzaam met elkaar samenleven. En dat mogen ze zijn. Want ik nagenoeg alle landen waar ik tot nu toe ben geweest leven deze twee religies op gespannen voet. Is er gedoe. Of worden er burgeroorlogen gevoerd.

Ik heb een uitstekend nachtje gedraaid.

Of het nu komt door het flesje cola. Of de biertjes. Of de pillen die ik gisteravond in heb genomen. Of een combinatie van die drie. Ik weet het niet. Maar vanochtend voelde ik me beter dan gisteren. Nog niet helemaal top. Maar top genoeg om de etappe van zo’n 60 kilometer te voltooien.


De eerste 30 kilometer vliegen voorbij. Ik fiets door een nagenoeg vlak landschap, waar aan beide zijden van de weg volop landbouw wordt bedreven. Later wordt het landschap droger en meer dor. Mijn snelheidsmeter tikt de 46 kilometersnelheid aan. Het gaat best wel hard zo voor de wind.

Nog voor twaalven rol ik de stad Shira binnen.

Dit blijkt tot mijn verrassing een best wel grote en drukke stad te zijn. En dat is fijn. Want het is de hoogste tijd om mijn voorraden aan te vullen. Ik moet Noodlesoup zien te bemachtigen, tandpasta, benzine (voor mijn brandertje, dat u niet denkt dat ik mijn fiets heb ingeruild voor een brommert), zonnenbrandcreme en meer noodzakelijke meuk voor een Wereldfietser.

Ik bemachtig het een en ander. En scoor wat te eten op het terras van een hotel. Daar rolt ook net een groep Denen binnen. Die een groepsreis door Ethiopie maken. En dat is maar goed ook, want als ze een groepsreis door Biddinghuizen aan het maken waren (wat natuurijk een prima alternatief zou zijn), dan waren ze flink uit koers aan het geraken.

Het zijn overigens de weinige toeristen die ik tegenkom gedurende mijn reis. De reisleider verteld me dat veel mensen hun reisplannen naar Ethiopie hebben geannuleerd. De Ethiopische regering heeft enkele maanden voor mijn vertrek de noodtoestand afgekondigd. Ik weet niet of dat met mijn komst te maken had. Maar die noodtoestand. Die geldt nog steeds.

Reden hiervoor waren de onlusten in de regio van Addis Abeba en Gonder. Bij die onlusten zijn ook twee Nederlandse bedrijven (rozenkwekerijen, ja uw vaasroosje komen voor een belangrijk deel uit Afrika, als u dat nog niet wist) geplunderd. Van 1 weet ik dat die haar bedrijfsactiviteiten in Ethiopië inmiddels heeft beëindigd. Hierop heeft onze Buitenlandse Zaken het reisadvies naar Ethiopië aangepast. Het werd niet negatief maar er golden wel restricties. Dat heeft mijn voornemen om naar Ethiopië af te reizen toch nog even aan het wankelen gebracht: moet ik gaan of niet. Maar uiteindelijk heb ik besloten om toch te gaan. Maar veel toeristen en reisorganisaties hebben anders beslist. En dat maakt dat het aantal toeristen zeer gering is. Jammer voor de toeristenbranche. Fijn voor mij.

Na een kom soep en een bord rijst met vlees achter de kiezen stap ik op. En vervolg mijn weg zuidwaarts. Het blijft vlak. Ik weet niet wat me overkomt. Dit zijn de eerste echte vlakke fietsmeters in heel Ethiopië. Laat ik er nog maar van genieten. Want er staat me de komende weken nog heel wat klimwerk te wachten.

Tegen half vier rol ik (tot mijn verbazing) Enda Aba Guna binnen. Tot mijn verbazing ja. Want ik dacht in Dabauna binnen te rollen. Maar mensen verzekeren me dat dit Endapaguna is. Ik kan het moeilijk geloven want ik dacht toch echt in Dabauna binnen te rollen. Maar nee hoor. Dat dorpje moet ik dan gemist hebben. Want ik ben toch echt in Enda Aba Guna. Mijn fietskaartje verteld me dat ik Dabauna ben. Maar de inwoners van Enda Aba Guna vertellen me dat ze toch echt inwoners van het dorpje Enda Aba Guna zijn. En niet van Dabauna.

Ik zou toch zweren ......

Enda Aba Guna is een klein plattelandsdorpje. Waar een doorgaande weg doorheen trekt. En waar de armoede en eenvoud van afdruipt. Met mijn komst heeft het dorpje er een bezienswaardigheid van formaat bij. De Eifeltoren valt er bij in het niet. Het Rijks kan er niet aan tippen. Van Gogh zou er een moord voor doen. Of tenminste zich een oor afsnijden. De jeugd loopt uit. Mensen roepen. Mensen lachen. En kijken me allemaal na. Of lopen met me op.

Mooi. Het wordt tijd om er echt in te gaan geloven. Ik ben in Enda Aba Guna en ben gewoon een stukje verder op mijn wegenkaart dan ik dacht. En nauwelijks vermoeid. Ik vind een eenvoudig hotel. Met dito sanitaire voorzieningen.

Voor 2 euro mag ik er de nacht doorbrengen. Voor dat bedrag wil ik wel een poging wagen.

Etappe: Selekleka - Endapaguna

Km: 59

Lek

'Morgenstond heeft goud in de mond.' 

Dat mag dan mooi zo wezen. Maar in mijn mond schittert het goud voor alsnog niet. En dat zou zomaar, met veel gemak en zonder enige terughoudendheid met de dekking van mijn ziektenkostenverzekering te maken kunnen hebben. Die dekking heeft nl een stevige relatie met de beschikbare inhoud van mijn portemonnee lieve lezer. Dus dat had gemakkelijk gekund. Echter dat is niet de ware reden van mijn fonkel loze gebitje.

De ware reden is dat mijn dag begon met een lekke band.

Tja. Met het opladen van mijn karretje in de vroege ochtend voelde ik dat er iets niet in de haak was. De voorband stond zacht. Snel en vakkundig - u kent mij lieve lezer- heb ik het probleem natuurlijk zo maar eventjes in een wip verholpen.


'Nouuuuwwwwww, zo ging het niet helemaal.'

Want ik kon geen lek vinden. Ook met mijn fabeltastische lekzoekertje niet (dit is een klein plastic doosje met daarin kleine perpexballetjes, die gaan draaien als ze een lek detecteren erg handig als er geen emmer water voorhanden is, en ik vind het zoooooooo'n gesleep om steeds een emmer water met me mee te zeulen, dat klotsende water trek ik nog wel maar dat verdomde gezwaai van dat hengsel, en dat gaat ook nog wel maar dat kloteding dat breekt steeds af, kutemmer, daarom dus een 'lekzoeker').

Ik heb de buitenband van binnen en van buiten gecheckt. Maar ook daar waren geen oneffenheden waar te nemen. In een soort van een ten einde raad ongewisse geestestoestand heb ik tenslotte het binnenwerk van het ventiel maar vervangen. Wellicht dat daar de bron van alle ellende zit.

See what happens!

Maar voordat ik op kan stappen vragen nog wat jongeren mijn aandacht. Ze willen van alles over mijn fiets weten. Over de techniek. Maar ook over hoeveel zo'n fiets wel niet kost. Ik noem meestal een bedrag dat een fractie is van wat de fiets werkelijk heeft gekost. Ik wil nl. niemand in verlegenheid brengen. En wil ik ook niemand op 'verkeerde' gedachten brengen. 

Maar deze mannen laten zich niet met een kluitje in het spreekwoordelijke riet sturen. En daarom vertel ik hunnie maar 's echt wat ie heeft gekost. Hun ogen worden zo groot als knikkers. Het ongeloof is groot. En ik vind het maar een gênante vertoning. Daarom haast ik me er bij te vertellen dat ik er flink voor heb moeten sparen voordat ik tot aankoop van mijn vehikel over kon gaan. Ik neem afscheid (nadat ze allemaal stuk voor stuk met fiets op de foto zijn gegaan) van de mannen en neem me voor om NOOOOOOOIT maar dan ook NOOOOOOIT meer de echte prijs te noemen.

Ik vertrek uit Aksum. De meest Noordelijk gelegen stad in Ethiopië. Er staat me een redelijk vlakke etappe te wachten. Redelijk vlak in Ethiopië betekend altijd nog wel dat er klimmetjes van 4 a' 5 procent in zitten. Maar dat is te doen. Nou ja, ze zouden goed te doen moeten zijn. Want ik ben vanochtend niet geheel okselfris opgestaan. Dikke keel. Zweterig. Loopneus. Niet helemaal te pas.

Ik rijd parallel aan de grens van Eritrea. Dat ik dichterbij Eritrea zou kunnen komen, dan ik nu ben - is ondenkbaar. Eritrea en Ethiopië leven in onmin met elkaar (en dan bedoel ik de overheden). Voor de bron van deze onmin-ellende moeten we terug in de tijd. Naar november 1997. Reist u even mee?

Eritrea introduceerde toen een nieuwe munteenheid die ook de BIRR in Ethiopië zou moeten vervangen. Ethiopie zag dat niet zitten en doodde een aantal Eritreers bij de grens. Daarop bestookte Eritrea het vliegveld in Addis Abeba. En ook hier vielen doden. En zie hier. Een conflict was geboren. In februari 1999 escaleerde de boel. Het werd oorlog. Tienduizenden - aan beide zijden - verloren het leven in deze bloedige strijd. Eind 2000 werd een staakt het vuren overeengekomen. In Algiers werd dit schriftelijk bekrachtigd en daarbij werd overeen gekomen dat er over de volle lengte van de grens tussen Ethiopië en Eritrea een 25 km gedemilitariseerde zone zou worden ingesteld. En aldus geschiedde. En die zone wordt heden ten dage nog steeds in stand gehouden. Beide landen houden elkaar sindsdien - ieder vanaf hun eigen grondgebied - met het nodige militaire vertoon nauwlettend in de gaten.

Mensen uit Eritrea en Ethiopië kunnen elkaar nog steeds niet bezoeken. De grens zit potdicht. En ook met het vliegtuig is er geen rechtstreekse vlucht te boeken van en naar beide landen. Dan zou je zeggen: 'vlieg dan via een ander land.' Prima bedacht lieve lezer. Fijne oplossing. Echter u komt er met een Ethiopisch of Eritreers paspoort gewoonweg niet in.

Voor wat het waard is: in 2005 verklaarde het Hof in Den Haag Eritrea schuldig aan het beginnen van de Oorlog. Maar ja. Daar hebben al die dode mensen die nu onder grond liggen te koekeloeren natuurlijk een broertje dood aan. Enne, ff terug naar het begin. Waar is al die oorlogsellende ook al weer mee begonnen?

Midden op de dag rol ik voorzichtigjes Selekleka binnen. En dat voorzichtig rollen doe ik om twee redenen.

Ik voel dat mijn fiets van achteren wat zwabbert. En dat is niet normaal. Hij is ondanks de zware bagage normaal gesproken zo stijf als een hark. Dus er moet iets aan de hand zijn. ‘Aha, een lekke achterband!’ Een Acacia-doorn steekt door de buitenband. Twee lekke banden op 1 dag. Mm........ Er is in dit stoffige dorpje een opvallend luxe hotel. Ik stop er. En eet in het restaurant een bord pasta.

Ondanks het lekkere eten begin ik me na deze rustpauze met de 5 minuten steeds minder lekker te voelen. Ik heb het plan om nog 30 kilometer door te fietsen. Echter, helemaal zitten zie ik dat eerlijk gezegd niet. Ik informeer of ze een kamer hebben. Die hebben ze. En ik besluit zonder lang na te denken om hier te overnachten.

Ik sleep mijn boeltje – koortszweterig en wel - vier etages naar boven. Doe mijn kleren uit. Spreek mijn medicijnenkastje - voor het eerst deze reis- maar ‘s liefdevol aan. En ga liggen. Languit. Uitgeteld.

Hopelijk voel ik me morgen wat beter.


Etappe: Aksum - Selekleka

Km: 36

Zuilvorming

Ik heb een - voor mij - nogal lastig doch ferm besluit genomen.

Tja. Ik voelde me de afgelopen dagen wat opgejaagd. Ik heb nl. thuis een reisplan opgesteld. En reeds in de tweede fietsweek - hiero in Ethiopië - fiets ik al flink achter de feiten aan. Ik loop achter. Nu al dag of vijf. Ik kan gewoonweg de dag kilometers die ik wilde maken niet wegtrappen. Oorzaken: Het wegdek is minder goed van kwaliteit. Maar belangrijker nog: de bergen zijn talrijker hoger dan ik verwachtte. Met een kilometertje of 50/55 zijn mijn energiereepbenen meestal op. En ik was uitgegaan 70/75 km.

En daar komt nog bij dat de bergweg die ik van Lalibella naar Sekoto zou afleggen (130 km) momenteel door Chinezen en Turken onderhanden wordt genomen. En dat onder handen nemen zal er in de toekomst toe leiden dat deze weg prima te fietsen zal zijn. Alleen, heb ik daar nu eventjes helemaaltjes nietjes aan. Hij ligt er helemaal uit. Het is verworden tot een puinbaan. Daar kan ik met mijn fietsje niet rollend over heen.

Gisteren heb ik geprobeerd een stukje te fietsen op deze puinbaan. Maar dat ging echt niet. Ik heb geprobeerd gemotoriseerd vervoer te regelen. Maar ook met een 4x4 Jeep kom je er niet door. Ik kan niemand vinden die de 130 km wil afleggen. Er is domweg geen oplossing. Niet met de fiets. Niet met een auto. Niet over de weg. Ik kan wel terug van waar ik ben gekomen. Maar dat idee kan me weinig plezieren. Ik ben al achter op m’n schema. En dan ook nog terug moeten. Mm.........

Ik heb er eerlijk gezegd een half nachtje van wakker gelegen.

Bij het krieken van de dag meen ik een oplossing te hebben gevonden. Het schiet me te binnen dat Lalibella heeft een piepklein vliegveldje heeft (1 asfaltbaan midden tussen de bergen). Daar zou wellicht een mogelijkheid kunnen liggen. Ik informeer de volgende dag. En er blijkt - tot mijn verrassing - elke dag een vliegtuig te vertrekken. Enne,' plek zat hoor meneertje Pleijter. Zegt u maar wanneer u wilt vertrekken'.

Tot mijn grote surprise blijkt ook mijn fiets ook mee te kunnen. Ik heb er mijn bedenkingen bij - meestal is het kantoorpersoneel dat de tickets verkoop een ietsje pietsje optimistischer dan de praktijk vaak uitwijst - en daarom laat ik deze belofte maar even fijn op de ticket vermelden (en dat was een goed plan, want op het vliegveld gedoe, gedoe. gedoe.........)

Ik koop een ticket. En zal me dan ruim 200 km noordwaarts laten vliegen. Met een klein vliegtuigje van Ethiopien Airlines. Daarmee zal ik de achterstand op mijn schema in 1 klap inlopen.

Ik had nog even wat twijfel. Omdat het ook wel een beetje voelt als 'verraad'  aan mijn oorspronkelijke plan. En daarom heb ik Whatsapp-overleg met mijn vriendin Joan. Joan appt rake teksten. En text verstandige woorden. Het helpt me om mezelf definitief over de streep te trekken.

Het is ook niet helemaal zoals ik het van te voren had bedacht. Maar ja. Mijn halve leven loopt al anders dan ik ooit had bedacht. En eigenlijk is dat heel goed nieuws. Ik zou het niet (meer) anders willen. Dat is het avontuurlijke. Het overwachte ook. Ik begin me daar steeds beter in thuis te voelen. En leg me sneller neer bij de feitelijke situatie. Dit is kennelijk hoe het moet zijn.

En daarom ben ik vanochtend - na een nacht waar ik de ogen meer open dan dicht heb gehad - om 5.15 uur opgestaan. Heb m'n boeltje gepakt. Ontbeten. En heb in het schemerdonker koers gezet naar het vliegveld van Lalibella.

Ethiopie moet nog wakker worden. De mensen die wel wakker zijn lopen langs de straat met doeken om hun lichaam geslagen. Het is een graad of 10. En dat is voor de meeste Ethiopiers bitterrrrrrrrrkoud. Ik fiets in de Ethiopische winter. Kouder dan dit zal het door het jaar in Ethiopie niet snel worden.

Ik heb mijn hoofdlampje op. En de fietsverlichting is aan. En wat is het fijn dat mijn voorlamp van uitstekende kwaliteit is. Het ding produceert een lichtbundel waarmee ik het asfalt en de gaten in het asfalt kan onderscheiden. En dat is noodzakelijk ook. Na een half uur fietsen - om 7.00 uur- wordt het licht. De rit verloopt voorspoedig. De rit - in dit ochtendlicht - is van een ongekende schoonheid. Ik ploeter wat bergen over. Maar het overgrote deel van de rit daal ik. Over voornamelijk gravelwegen, afgewisseld met wat stukjes asfalt.

Hierbij wat filmpjes die een fijne impressie geven van de gereden route:
-  https://youtu.be/A_5hKcXzYug (duur:  4 minuten en 27 seconden)
-  https://youtu.be/OQPjZs71_To (duur: 2 minuten en 25 seconden)

Ik kom tijdig aan op het kleine kneuterige vliegveldje. Met 1 landings- en vertrekbaan. Het is bijna Madurodam. Zo heerlijk klein. En kneuterig.

Bij een roestige slagboom laat ik mijn paspoort aan een bewapende militair zien. Hij bekijkt 't. Ik mag door. Bij een gebouwtje moet ik via een grote deur naar binnen. Daar staat een scanpoortje. Daar moet ik door. (enkele meters naar rechts loop je zo naar binnen en naar buiten......). Mijn bagage wordt gescand. En nu ontstaat er een VET probleem. Mijn fiets moet ook door het scanapparaat. Er is alleen een klein, minuscuul, onbeduidend, nietszeggend probleempje. Een minor detail. Het scanapparaat is kleiner dan mijn fiets. Of (en dat wordt ook goed gerekend) Mijn fiets is te groot voor het scanapparaat. Tjaaaaaa.........

Er komt een mevrouw bij. Er komt een meneer bij. Er komt nog een mevrouw bij. En er komt nog een meneer bij. Er staan inmiddels een heleboel mevrouwen en meneeren bij. En die komen allemaal eensluidend tot de conclusie dat ik mijn fiets uit elkaar moet sleutelen. Want dan past ie wel. Jah, dat begrijp ik. Maar dat gaat niet, zeg ik. Alles is met elkaar verbonden (jok ik een beetje....).

'Jah, maar dat uit elkaar halen, dat zal toch moeten.'

Die fiets moet gescand worden. Er komen nog meer mensen bij. En die gaan zich er allemaal mee bemoeien. Al die tijd, zie ik het van een afstandje rustigjes aan. Ik ben het inmiddels gewend. Het gedoe met het vervoer van een fiets in een vliegtuig. Altijd hectisch. Altijd discussie. En altijd komt het - linksom of rechtsom - ook altijd wel weer goed.

 
En zo ook nu.

In alle wijsheid is besloten dat mijn fiets niet zal worden gescand (is een tip voor potentiele teroristenboeven......ga met een fiets, stop de framebuizen vol met ........ alhoewel......bij nader inzien........doe ook maar niet......).

Ik weet iemand verantwoordelijk te maken voor mijn fiets. En vraag hem eerst de bagage van alle passagiers in het ruim de proppen. En dan als laatste mijn fiets. En echt waar. Dat lukt allemaal. 'Moet je op Schiphol ‘s proberen.'

Met een uurtje of twee vertraging vertrekken we naar het Noorden van Ethiopië. Waar het toestel de banden in Aksum aan de grond zal zetten. En dat doet het ook. Ik mag mijn fiets zo ongeveer zelf uit het vliegtuig tillen. Doe mijn tassen aan de fiets. Fiets de landingsbaan af. En En negen kilometer later fiets ik zo Aksum in. Daar vind ik een eenvoudig doch voedzaam hotelletje. Tonge, wat ging dat gemakkelijk.

Zo gemakkelijk dat ik besluit meteen door te pakken.

Ik plak mijn rugzak op m'n rug. En ga op zoek naar de 'zuilen van Aksum'. Deze zuilen zou je gemakkelijk – qua importantie - kunnen vergelijken met eh.... bijvoorbeeld de piramides in Egypte. Dus de moeite waard om te bekijken.

Maar voor ik ze vind moet ik een kaartje kopen.  In de plaatselijke VVV (een erg deprimerende omgeving) lukt dat. Een man schrijft een enorme bon uit. Dat is mijn toegangsbewijs. Daarna loop ik het stadje uit. Naar een  - met keien omzoomd – dordroog grasveldje. En daar staat ze dan: de zuilen van Aksum.

Ik maak wat foto's onder het genot van een brandend zonnetje (maar als u als antwoord: 'in een alles verzengende hitte'  geeft, dan scoort u ook een voldoende en kunt u uw boeken voor het volgende schooljaar alvast gaan kaften).

Ik keer terug naar mijn hotelletje.

Aksum is niet helemaal wat ik er van verwacht had. Het valt me een tikkie tegen. Echter. Ik vermoed dat dat meer te maken heeft met de hoogte van mijn verwachtingspatroon. Dan met de zuilen van Aksum zelf. Die kunnen er niet veel aan doen. Er valt er wel 's 1 om. Maar verder staan ze er al honderden jaren zo bij. Dus die zuilen kan ik niets verwijten.

Nee. Beter is het om mijn eigenste zuilvormige kompasje even wat nader bij te stellen. Om de  dag van morgen weer fris van geest aan te kunnen vangen.