De Lustige Reiziger

Regen en wind

Gereden kilometers: 50 km
Etappe: Haapsalu – Kardla

Regen of wind

Bij het kiezen van een fietsvakantie-bestemming slaan we het raadplegen van een klimaattabelletje op internet doorgaans niet over. Best belangrijk als je wilt gaan fietsen en kamperen dat het zo nu en dan een beetje aardig weer is, en vooral……..droog.
Dat regenpak waar Gerrit over schreef mag zo nu en dan echt wel even van zolder gehaald worden, het is niet voor niets aangeschaft natuurlijk.
Maar om nou te zeggen dat ik er naar uitkijk, nee.
Fietsen met een zonnetje op je bol is toch echt leuker.
Tot nu boffen we enorm, de dame van de eerste camping vertelde dat het huidige weer uitzonderlijk is voor Estland en de tijd van het jaar.
Maar goed, er komt blijkbaar een eind aan het bofkonten, en dat gaat vandaag gebeuren.
Zeggen ze…..

We zijn op tijd wakker en nadat de nodige yoghurt en eieren er in zijn gegaan, stappen we op ons fietsje en nemen afscheid van de blokhut die gisteravond ternauwernood aan een flinke fik is ontsnapt. Inge (zo heet de blokhut) is vast blij dat we vertrekken, en ik denk dat ze een weekje vrij neemt om bij te komen van die Hollanders met hun pyromane neigingen.

Op weg naar de ferry die ons naar Hiiumaa gaat brengen.
Wel waait het wat harder dan gisteren…..en had ik al verteld dat we op het punt staan om op de ferry te stappen? Die grote boot, waar we 5 kwartier op zitten?



Ik denk met enige zorg aan mijn imposante zeeziekte verleden als kind en aan Gerrit, die zijn reistabletje trouw heeft ingenomen, maar ik weet ook dat ze mij niet helpen en bereid me voor op een onvervalste portie beroerd worden. Zodra ik aan wal sta treft mij altijd een wonderbaarlijke genezing, dus dan maar 5 kwartier met de kiezen op elkaar.

Om kwart over 11 fietsen we beiden fris en fruitig zonder enige schade de wal weer op.
Soms valt iets onverwacht heel erg mee!

Wat niet meevalt is de wind, die is er veel, en vaak, en krachtig, zeer krachtig mag ik wel zeggen.
Het is dat we inmiddels weer goed getrainde beentjes hebben, anders waren we zo achterstevoren weer de ferry op geblazen. Of niet eens van de ferry gekomen, dat kan ook.
Hoe dan ook, het waait. En steeds harder.
Tegelijkertijd wordt het om ons heen steeds rustiger, de auto’s en vrachtwagens van de ferry zijn verdwenen, we komen geen mensen tegen, helemaal niets.
Zo fietsen we door, tot nu toe is alles waar wat er over Estland wordt gezegd.
Het is echt een prachtige omgeving om te fietsen.



En passant rij ik bijna pardoes over een adder of wat het ook mag wezen, en springt er op 5 meter een ree in de berm naast me de lucht in, om vliegensvlug te verdwijnen in de bosjes.
Altijd leuk, van die Freek Vonk momentjes…..

Omdat ons motortje af en toe voer nodig heeft om te blijven draaien schakelt Gerrit zijn supermarkt/restaurant/camping-en-meer-wat-je-nodig-kunt-hebben-zoek-app in en vinden we in een ontzettend groot en chique gebouw een plek waar we even kunnen eten.

Terwijl we dit doen, begint het buiten te regenen, flink te regenen, serieus te regenen.

We wachten nog even, maar dan worden die gezellige regenpakken toch uit de tassen getoverd en zijn we gewoon ontzettend stoer.  Aan de stoerheid komt al gauw een eind, want eigenlijk duurt die regen helemaal niet zo lang en pellen we ons weer uit deze charmante vermomming.

Eind goed, al goed zou je zeggen, maar helaas…….
De wind is het land nog niet uit en neemt revanche.
Geen idee wat we verkeerd hebben gedaan, maar jeetje mina, wind hebben ze hier hoor.
En ja, we zitten op een eiland, en ja, dat is dus dicht bij zee, maar dan nog.

Had ik trouwens al gezegd dat we tegenwind hadden?
En met vlagen, waardoor je constant bezig bent je schrap te zetten, te schakelen en te herstellen.
Aan het eind van de dag kwam er een vlaag die ons beiden met fiets en al bijna omver gooide, en ik nog even fijntjes op de middenstang stuiterde.
Gelukkig geen blijvende schade, maar prettig is anders.



Als toetje moesten we nog op zoek naar een overnachtingsplek, wat hier niet helemaal meevalt.
Onze vrienden van Booking.com zijn natuurlijk weer onze redders in nood, en zo komt het dat we ook vanavond een droog, warm en veilig onderkomen hebben gevonden om ons voor te bereiden op alles wat er morgen komen gaat.

Joan

Anti-stofinfuus

Gereden kilometers: 65 km
Etappe: Padise - Haapsalu


Lieve lezer. Je zag het altijd net zien.

Ben je de hele (fiets)dag op alles voorbereid. Je hebt keurig je hellempie op. Fijntjes een achteruitkijkspiegeltje gemonteerd. Je hebt handschoentjes aan. Kijkt bij het oversteken goed naar links. Naar rechts. En weer naar links. Waarschuwt elkaar voor achteropkomend verkeer. Neemt alle verkeersregels in acht.
De motorrijders onder u kennen het vast ook wel. Wanneer een lange rit aanstaande is, dan worden pak, handschoenen en laarzen aangeschoten en zal het rijden beginnen. Maar ff een boodschapje doen op de hoek van de straat, kan best met korte broek en slippers…….

En zo is het met fietsers ook. Voor ff de boodschappen doen. Ah, laat die helm maar zitten. En die handschoenen hoeven voor dat kleine stukje ook niet. En ach we fietsen ook wel ff aan de linkerkant van de weg. En ja, fuck dat achteropkomend verkeer. Ben je veilig en wel de fietsdag door gekomen. En ben je veilig en wel de fietsdag door gekomen. Tot op het campingterrein. Daar ontstaat vervolgens het idee om nog even boodschappen te gaan doen. Op de fiets.

Natuurlijk, je zal net zien dan gaat het mis.



Na een stevig ontbijt zijn we vanochtend vroeg op pad gegaan. Door het bos, terug naar onze route met wegnummer 8. Op de 8 wordt flink aan de weg getimmerd. Lange stukken van bij elkaar een kilometer of 20 rijden we op een weg van steenslag. Regelmatig passeren ons grote vrachtauto’s die het puin aanvoeren. Daarbij maken ze zulke grote stofwolken dat we zo af en toe aan het anti-stofinfuus moeten.

De verder rustige asfaltweg voert grotendeels door bos (loof- en naaldbomen). Zo af en toe helt de weg een ietsje om daarna gelukkig ook weer terug te hellen. En dat is fijn. Anders zou het voorwaar een hele tour worden om weer terug op onze aardbol te geraken.

Af en toe stoppen we even om onze vochthuishouding op peil te brengen. En de inwendige maag knort van tevredenheid als we er worstjes, crackers, bananen, nootjes en andere lekkere meuk met een trechtertje in gieten. De weg is 40 km lang en gedurende die 40 km zijn er geen voorzieningen in de vorm van winkeltjes of restaurantjes of huizen.  Eten hebben we zat bij ons. Maar zo tegen het einde van de weg is de watervoorraad tot enkele druppeltjes gereduceerd. Het is al met al flink zonnig en de temperatuur schuurt vandaag tegen de 27 graden aan. Het smeren van zonnebrand is een must. En we spuiten de nodige flacons muggenmiddel leeg. En gieten flink wat water naar binnen.

Gelukkig is er aan het einde van de weg een kleine supermarkt. Waar eigenlijk alles te koop is wat een beetje fietser of mens nodig denkt te hebben. En nog veel meer.

We kopen kaasblokjes, ham en 2 grote bakken yoghurt. We nemen plaats op de trottoirband net buiten de supermarkt (en dat komt omdat we er binnen geen konden vinden, we hebben ECHT gezocht, lieve lezer, en als we ‘m gevonden hadden dan hadden we echt …… U zegt? Beter zoeken?! Jah hoor ’s even als u het beter denkt te weten, ga dan zelf zoeken! Betweters!!)

Maar goed.

We besluiten om nog 12 km verder te fietsen. De benen willen nog. De geest ook,. De billen ietsje minder. Maar dan hadden ze maar geen billen moeten worden. Die 12 km brengen ons in Haapsalu. Haapsalu, een klein stadje, ligt niet ver van de ferry (dat is niet de naam van een persoon, d.w.z.  Dat kan best een naam van een persoon zijn -maar dat bedoel ik hier niet – ik bedoel een boot, ik denk ik zeg ’t ff, want niet iedereen van jullie heeft voldoende opleiding genoten, ja k’ moet u even terugpakken van net over die trottoirband, jullie begonnen….eerlijk is eerlijk).


De 12 kilometer gaan fijn. Er ligt een fijn fietspad langs een best wel drukke weg. En als er geen sprake was geweest van een flinke tegenwind, dan had het net geleken of we de wind meehadden. We rollen het plaatsje binnen. Vinden easy gemakkelijk een camping. En vinden er onderdak in een blokhut. Die heeft twee bedden. En verder vinden een paar honderd muggen het er ook erg fijn. Precies wat we nodig hebben.

We doen wat boodschappen en daar gebeurt het……..

Ik meldde u eerder over het nodige onheil wat je zou kunnen overkomen. Echter, wees maar gerust lieve lezer. Vandaag is ons niets overkomen. Alles verliep vlekkeloos. Het boodschappen doen ook. En zelfs mijn benzinebrander – bij het koken - vloog voor de verandering ’s een keer niet in de fik (al dacht Joan, daar een moment, en ik eerlijk gezegd ook even, maar dat weet zij niet, heel anders over).

Alles liep op rolletjes en enig ongeluk is ons vandaag bespaard gebleven (Had ik u toch fijntjes op het verkeerde been gezet, d.w.z. op het spreekwoordelijke verkeerde been. Ik zou dat u nooit echt op het verkeerde been zetten, want daar komen pas echt ongelukken van, u kent mij, ik zou dat noooooooit doen. Althans, niet bij u).

Rest mij u nog twee essentiële zaken mede te delen.
1. Ik heb dit stukje geschreven met een paar duizend muggen die om mijn hoofd zoemen en vindt dat een prestatie van formaat (u zegt het toch niet, dan doe ik het zelf wel, sorry voor de enigszins ruzieachtige sfeer in dit stukje, maar u had ook niet over die trottoirband moeten beginnen. Dat is een pijnpuntje…..)
2. De muggenpijn werd ietwat verzacht omdat op de achtergrond de spiksplinternieuwe cd van Ben Howard uit mijn jaren geleden gekochte speakerboxje van de LIDL schalt. En die nieuwe plaat is fantastisch!!

Morgen hopen wij de overtocht te maken na het tweede grootste eiland van Estland. En dat is nog niet alles! Er wordt een flinke bak met regen voorspeld. Ik hoop dat de Gerrit Hiemstra van Estland er helemaal naast zit. Net zoals onze eigenste Gerrit Hiemstra. Want dan zou het allemaal nog best wel mee kunnen vallen. Maar omdat ik vermoed dat er toch maar 1 enige echte Gerrit – ik-zit-er-best-vaak-naast-qua-weersverwachting- Hiemstra is, promoveren we onze regenkleding toch maar voorzichtigjes.

Van de onderkant van de tas. Naar de- hier-ligt-het-lekker-voor-het-grijpen-etage.

Gerrit

Rusland

Zondag 17 juni 2018

Gereden kilometers: 45 km
Etappe: Saue - Padise

In Estland zijn in juni de nachten kort.  
De zon gaat onder om 22.40 uur en weer op om 4.04 uur.
En dan nog wordt het niet echt donker, waardoor slapen niet eenvoudig lijkt te worden.
Binnenkort wordt hier en in de omringende landen midzomernacht gevierd, waar we hoogstwaarschijnlijk wel een stukje van gaan mee beleven.



Ik heb stille hoop dat het eerdere gebrek aan slaap ervoor gaat zorgen dat ik toch een goede nacht ga maken, want daar ben ik wel aan toe, en Gerrit inmiddels ook, na het schrijven van zijn stukje gisteren…..

Ons onderkomen staat trouwens in Saue, en ziet eruit als een schattig blokhutje voor kabouters.
Het heeft een bed, een wandrekje, een kapstok en een spiegel en daar houdt het ook gelijk mee op.

De Frikadellisoep zit overigens nog veilig in de tas, we hebben geheel zelfstandig een culinair kampeerhoogstandje voor elkaar weten te prutsen waar we vandaag uitstekend op hebben kunnen fietsen. Who needs Frikadellisoep?

Want we zijn vanmorgen vertrokken om binnen enkele dagen in, of eigenlijk op Hiiuma te belanden.
Om onze route nog eens te bestuderen,  pakte ik gistermiddag een kaart die we hier in een brochure van het een of ander vonden, en daar zag ik iets geks. Althans, voor mij iets geks.
Ik ben geen Nobelprijswinnaar, heb alleen HBO en dacht toch wel enige kennis te bezitten, maar hier keek ik toch een beetje van op.

Ik zag tot mijn grote verbazing namelijk dat er ook een stukje Rusland tussen Polen en Litouwen ingeklemd zit! Ofwel, Polen en Letland grenzen aan elkaar!

IK WIST HET NIET! (Hopelijk breng ik nu niet mijn ouders tot schande?)
Nu ben ik benieuwd of er mensen zijn die dit lezen en denken….echt??
Daarom doen we er maar een fotootje bij, dat scheelt jullie een rondje Googlen.
Voor de mensen die het wel wisten, chapeau!!
De eerste die ik ermee confronteerde was Gerrit en die wist het gelukkig ook niet.
Wat een opluchting! En fijn, zo’n gelijkgestemd reismaatje! Ik kan weer verder.

De fietstocht vandaag was heel erg fijn, na de eerste wat drukkere wegen te hebben gehad, werd het steeds rustiger en hebben we veelal enkel met z’n tweetjes door bosrijk gebied kunnen fietsen.
De wegen zijn vlak en goed, een heel verschil met Portugal vorig jaar, waarbij het vooral heel veel klimmen was op hobbelige wegen.

Als ik 1 minpuntje mag noemen…… De insecten.
Ik reageer zowel fysiek als mentaal nogal hysterisch op alles wat vliegt en zoemt, met een speciale voorkeur voor alles wat steekt en mij als souvenir met jeuk en dikke bulten laat zitten.
En dat doen ze nogal, dus we sprayen wat af met Deet en Autan, en dan nog weten ze me te pakken te krijgen. Voor wie nog een gouden tip heeft, we zitten naast de mailbox!



Onderweg kwamen we en passant nog even de Baltische Zee tegen, en dat was een mooi moment om een hapje te eten.
Een niet al te toeschietelijke worstjesverkoper kon aan ons zijn eerste portie kwijt, en eerlijk is eerlijk, hij was niet te vrolijk, maar worstjes bakken kan de beste man!

Sowieso zijn de mensen hier niet van het extraverte, er kan meestal nauwelijks een woord af, bijvoorbeeld in winkels. De gezichtsuitdrukking van man of vrouw wordt gratis en voor niks feilloos op dit concept afgestemd. Een Duitse fietser die we onderweg tegenkwamen, had deze ervaring ook en legde ons uit dat het iets te maken had met Russische mentaliteit. Kort gezegd kwam het op het volgende neer:
Je bent betrouwbaar als je ernstig doet, en dus onbetrouwbaar als je lacht.
Weer wat geleerd….



Vandaag zijn we halverwege de middag in een soort openluchtmuseum in het bos beland, wat eigenlijk een camping is, vol met oude landbouwspullen, dieren, blokhutten, sauna’s en buitensport.
Het klinkt vreemd, maar het is echt waar.

We hebben ons tentje opgezet en krijgen vanavond en morgenochtend als het goed is een lekker maaltje. Dus de Frikadellisoep blijft nog even in de tas……

Joan



Aarden

Lieve lezer. Ik geef het maar meteen toe. Ruiterlijk. 

En kom, laat ik mijn rotte vullingen meteen en al helemaal maar doorbijten tot op het klokhuis van de zure appel. Ik ben er niet zo goed in. Vliegen. En daarom delegeer ik dit zweefklusje doorgaans maar aan iemand anders. Veelal moet ik voor deze prestatie wel iets van een vergoeding betalen in de vorm van wat euro-pegeltjes. Maar dat neem ik voor lief. Heb het er graag voor over. En los daarvan. Ik weet niet, twijfel wat, of wanneer ik het zelf doe, dat vliegen, of dat wel tot een bevredigende afloop zou leiden. Voor mijzelf niet. Voor mijn medepassagiers niet. Voor het vliegtuig in kwestie ook niet (wellicht wel voor de schroothandelaar). En ook niet voor Joan. Die deze reis heel fijn met mij mee reist.

Gelukkig had de dienstdoende piloot een goede dag. Of het moet zijn dat hij vroeger in de pilotenszweefschoolbankjes – in tegenstelling tot mij – wel goed heeft opgelet. Want, meneertje de brokkenpiloot zette het vliegtuig vanochtend veilig en wel aan de grond. En dat is fijn. Heel fijn!

Want. Ik ben geen held, dat wist u al lang. Dat had u van afstand al gezien. Ik had het eigenlijk niet eens hoeven zeggen. Er niet de aandacht op hoeven vestigen. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat ik wat bangig ben om te vliegen. Nou ja, bangig…..weet eerlijk gezegd niet helemaal of dit de lading van het ruim wel helemaal fijn dekt. Verkrampte handen, stramme spieren, klotsende oksels, rommelende maag en een klamme balzak. Het is mij allemaal niet vreemd wanneer ik die stalen vogel binnenstap. En vooral als dat ding het ruime luchtruimsop kiest. En ik ben al helemaal geen held wanneer dat ijzeren gevaarte iets gaat doen waarvoor ie (volgens mij en naar mijn bescheiden mening) iets gaat doen waarvoor ie helemaal niet geconstrueerd is. DALEN. Gadverdamme. Als ik dit (overigens vrij essentiële onderdeel) van het vliegen er op een of andere wijze uit kon knippen, dan zou ik de luchtvaart schaar ter hand nemen. En het cursusje knippen-voor-gevorderden (dat ik lang geleden, dat wel, en met veel pijn en moeite, maar toch goed gevolg heb afgerond) in praktijk brengen.

Maar goed. We hebben onze vaste voet weer op de aarde geplant En hebben iets van wortel geschoten. We zijn er. Monica die de camping beheert waar we de eerste nacht gaan doorbrengen staat ons fijn op te wachten. Bij het vliegveld. Met auto. En aanhanger. Want daar moeten onze fietsdozen op. Ze is onzeker. Het blijkt dat ze is gescheiden en nu de klussen, die haar man deed, zelf moet doen. Ze heeft niet veel ervaring met het chauffeuren met een grote aanhanger. We stellen haar gerust en zeggen dat ik eventueel ook kan rijden. Het is een half uurtje karren van het vliegveld naar de camping. We komen heelhuids aan. De fietsen ook, hoewel de dozen waarin ze verpakt zitten toch wel wat beschadigd zijn.

Onder een blakend zonnetje harken we alle losse fietsonderdelen bij elkaar En proberen wat boutjes en moeren uit op plekken waar nog ruimte is. Na een uurtje of twee zijn zijn alle boutjes en schroefjes op. De fietsen zien er bijna weer herkenbaar uit.

We fietsen de benen wat los, en rollen zo het slaperige zaterdagmiddag dorpje binnen. Dat opvallend genoeg drie grote supermarkten heeft. We bezoeken er twee en doen er onze inkopen. Op een bankje in het park stillen wij onze hongerige -we-zijn-vannacht-om-drie-uur-vertrokken-magen-en-hebben-sindsdien-nagenoeg-niets-meer-gegeten- magen. We zoek een bankje. En laten het dorpsleven aan ons voorbij trekken. Een bruid en bruidegom zien de toekomst – relatie technisch - zonnig in en rijden luid toeterend aan ons voorbij. Ik roep nog iets na van ‘ regel de alimentatie alvast, maak wat financiële afspraken, je weet maar nooit’, maar mijn toch best wel goed bedoelde tips verstommen onder een deken van vrolijk feestgedruis.  Moeten ze het zelf ook maar weten, maar kom later niet bij me van eh……. Naast deze vrolijke bedoeling gebeurt er hier verder niets. En dat is fijn. Heel fijn!

Strakjes gaan we koken. En proberen we iets van een tekort aan slaap in te halen. Misschien helpt het wat om te AARDEN. Ik (Gerrit) heb altijd wel een dagje nodig om te aarden. Even contact maken met de omgeving. Met het land. De gewoonten. Geluiden. Nieuwe kleuren. En geuren. Dat duurt bij mij altijd een dagje.

Morgen stappen we op de fiets en gaan we twee weken door dit land trekken. Eerst gaan we zuidwaarts langs de kust. Dan gaan we via twee eilanden weer naar het vaste land. En daarna weer door het binnenland naar het Noorden.  Als je zin hebt, fiets dan vrolijk met ons mee.

En nu KOKEN!

Alleen over dat koken doemt hiero at this moment een klein dilemaatje aan het horizontale vergezicht. We twijfelen namelijk nog ietsjepietsje. Wordt het de ‘KANALIHASULT’ of de ‘ FRIKADELLI-SUPP’. We kunnen maar moeilijk kiezen. Het ziet er zo lekker uit! Geen ideeeeeee.......!!!

Wat zou u doen lieve lezer?

 

Potdomme, bijna vergeten: we zijn in ESTLAND!

Gerrit Pleijter
Joan de Visser

Lineaal

Lineaal

Mijn tweede kerstdag begint met een wandeltrekkebeen gang naar het St. Gabriel Hospital. In Addis Abeba.

Tja. Ik was ook liever begonnen met het afkluiven van de kerstgeit. Of het kribbeschaap. Of als het echt moet, dan wil ik ook wel wat aan de kribbe zelf knagen. En als er niks anders voorhanden is. Dan wil ik ook nog wel wat kerststalstro herkauwen. Ik ben echt de meest veeleisende niet lieve lezer. Maar de gang naar het ziekenhuis is een noodzakelijke. Mijn voet doet pijn. De wond ziet er slechter uit dan gisteren. Het voelt van geen kanten goed.

Het is tweede kerstdag. Hier. Het aanbod van patienten is niet geweldig groot. En het aanbod van beschikbaar artsen gaat daarmee hand in hand. Logisch. Die zitten natuurlijk ook het liefst thuis onder the Christmastree. Een beetje kerstcadeautjes uit te pakken.

Na eventjes wachten is er toch een arts beschikbaar. En mijn eerste indruk van de man is ook dat ie liever zijn rooster had willen ruilen met een collega. Maar ja, die had vorig jaar ook al met kerst gewerkt. En die heeft vast zijn portie aan mijn dokter Fikkie gegeven. Dus die moet - geheel tegen zijn kerstzin in - vandaag de kersthonneurs waarnemen.

Dokter Fikkie overziet het slagveld en is niet blij met wat hij ziet. De voet is lichtjes ontstoken en hij begrijpt niet - hoe zijn collega - mij eergisteren heeft kunnen adviseren om de voet niet van een verband te voorzien (altijd fijn: twee verschillende medische meningen over 1 en hetzelfde probleem.....).

Hij begint de voet schoon te maken. En dat gaat er bepaald niet zachtzinnig aan toe. Volgens mij heeft ie echt een kersthumeur! Daarna begint ie - met een ijzeren tang - wat stukken gerimpelde blaarhuid te verwijderen. En tijdens dat klusje heeft ie ook niet bepaald de kerstgedachte in zijn achterhoofd. Hij moet zo af en toe even weg om een telefoon te beantwoorden. En dat geeft mij de gelegenheid om wat op adem te komen van deze behandeling. Eenmaal terug spuit hij een halve tube antibioticazalf op mijn voet leeg. Smeert het spulletje uit over mijn voet.  En dekt het af met een gaasverband. En daarna zwachtelt hij mijn hele voet in.

Ja, kerstvoetvolger. Ik ben tweede kerstdag ook wel 's vrolijker begonnen. En u vast ook.

Gisteravond had ik het mooie plan opgevat - als het met mijn voet de goede kant op zou gaan - om in de mij nog resterende tien vrolijke fietsdagen het merengebied - wat ten zuiden van Addis Abeba ligt - te vereren met een bezoek. Ik had het plan helemaal klaar liggen. De tassen al klaar staan. De ketting gesmeerd. De geest zo rijp als een overrijpe Ethiopische mango. Maar nu ik het ziekenhuis uitloop op de stoffige weg richting mijn pension. Slaat de twijfel hard toe.

Is het wel wijs om in deze voettoestand op een fiets te klimmen? Weg van ziekenhuiszorg? Kan ik de afstanden uberhaupt wel fietsen met deze ingezwachtelde en pijnlijke voet? Hoe verder ik de stoffige weg af trekkebeen, hoe meer de twijfel toeslaat. De voet doet ook verdraaid veel pijn.

'Mmmmmm...........ik moet dit eens goed overdenken'.

Na een half uurtje strompelen, bij mijn pension aangekomen heb ik een besluit genomen. Een ferm besluit. Ik ga proberen naar Nederland terug te keren. Op naar goede zorg. Om te herstellen. Opdat mijn voet weer kerngezond wordt. En ik weer fris en fruitig aan de (werk)slag kan.

Ik schakel mijn zorg- en reisverzekering in. En vraag wat ze voor me kunnen betekenen. Veel. De artsen beoordelen een foto van mijn voet (die ik opstuur) als urgent. En de zorgverzekering - buiten de reisverzekering om - gaat alle kosten dekken. Ze regelen een vlucht voor over twee dagen. En zo komt mijn reis plotsklaps - en ook wel enigszins onbevredigend - einde. Dit einde had me echt heel anders voorgesteld. Wat een domper!

Maar ja, lieve lezer. De Gerrit levensreislijn - en de uwe vast ook niet - wordt nu eenmaal niet langs een rechte lineaal getrokken. En eigenljk is dat maar goed ook. Niet altijd even fijn. Zeker niet! Maar wel zo avontuurliijk.

Als kind zette ik de passerpunt op het papier. En probeerde dan een mooie cirkel te trekken. Omdat ik wel ‘s onvoldoende druk uitoefende op de passerpunt, schoot die tijdens het draaien van de passer, dan uit het papier. En dan ging de potloodpunt een eigen leven leiden. En daardoor kreeg de bedoelde ronde cirkelvorm, een heel andere - vaak veel creatievere en meer verrassende - vorm.

En zo is het met deze reis ook een beetje gelopen.

Ik had het hele Noordelijke Circuit willen fietsen. Tot Lalibella ging dat goed. Zwaar. Maar goed. Vanaf Lalibella was het wegdek te slecht, en heb ik 200 km vliegend afgelegd. Van Aksum naar Gonder heb ik weer gefietst. Op enige dagen na: superzware en -prachtige bergetappes!!! In Gonder trof mij het noodlot. Daardoor moest ik noodgedwongen naar Addis Abeba vliegen. Daar waar ik zo graag zo rond de 20e januari fietsend was komen binnenrollen.

Natuurlijk had ik de laatste 800 kilometer fietsend willen afleggen. Maar het mocht niet zo zijn. Die moeten we maar bewaren voor een andere keer.


Ethiopië is een boeiend en kleurrijk land. Niet gemakkelijk om door te trekken met een fiets. Een van de grootste moeilijkheden die ik heb ervaren zijn de kinderen. De kinderen die van grote afstand aandacht trekken door te roepen, schreeuwen. Onderwijl kilometers lang met mij meehollend. En daar bleef het niet altijd bij. Stenen gooien, met stokken slaan. Het behoort allemaal tot het repertoire van de Ethiopische jongelingen. Niet een paar keer. Maar tientallen keren. Per dag. Ik was er op voorbereid. En in de meeste gevallen ben ik koelbloedig gebleven gelijk een ijskoning. Maar soms, vermoeid als ik was, schoot ik wel eens een keertje uit mijn slof.

Waar ik ongelofelijk van genoten heb is het fietsen zelf. Het doorkruisen van de - zeer gevarieerde - landschappen. En genieten van  het passeren van dorpjes waar ogenschijnlijk niets gebeurd. En de veelal warme ontmoetingen met de plaatselijke bevolking. Ik merk dat ik daar mijn energie uit haal. Energie om de volgende dag de tassen weer aan mijn fiets te hangen. En de ketting weer strak te trappen. Op naar nieuwe landschappen. Nieuwe dorpjes. Waar ogenschijnlijk niets gebeurd.

Ontegenzeggelijk heeft Ethiopië een aantal prachtige en unieke bezienswaardigheden. Die niet voor niets door het Unesco zijn onderkend en toegevoegd zijn aan het lijstje van het Unesco Wereld Erfgoed. Prachtig zijn de - uit rotsten gehouwen kerken - in Lalibella. En ook het Nationale Park 'de Simien Mountains' is van ongekende schoonheid.

Ik wil er niets aan af doen. Echter. De hiermee samenhangende toeristenmeuk staat me tegen. Niet alleen in Ethiopië. Maar in landen waar ik de afgelopen jaren doorheen ben gefietst. Ik heb er inmiddels een behoorlijke allergie voor ontwikkeld. Voor deze plekken. De tarieven schieten als raketten omhoog. En de mensen die zich in die toeristenbranche bezighouden zijn gewoon niet mijn piece off cake. 


En ook de bevolking in de dorpjes van die bezienswaardigheden zijn anders dan elders. Ik was altijd weer blij als ik op mijn fietsje mocht springen. Weg van die commerciële boevenbende. Ik begrijp hunnie belang wel. Maar ik vind het maar niks. Lekker fietsen, de vrijheid voelen, kopje thee drinken langs de weg, een bord met vers gesneden Papaya-eten. Even kletsen met de stukadoor. Of de buschauffeur. Zet dat maar op de Unescolijst. Meer heb ik niet nodig.

En verder ben ik nog niet zover dat ik een mooie analyse of samenvatting van het land, de mensen of van deze reis kan maken. Daarvoor komt het einde van deze reis iets te plots. Wellicht dat dat in de komende weken/maanden wel gaat lukken.

Ik wil je oprecht bedanken voor het meelezen. En hoop dat je er van tijd tot tijd wat van genoten hebt. In het bijzonder wil ik Roel bedanken die elk verhaal (weer) heeft gelezen en steeds in staat was om een vrolijke reactie te schrijven. En die ik (bewust) in het ongewisse heb gelaten over de afloop van de reis. 

'Roel: nu weet je hoe het is afgelopen'. Ik ga je snel mailen! En ook Joan en Ronald wil ik bedanken. Zij hebben me (op de achtergrond) flink geholpen en bijgestaan toen alle communicatiemiddelen wekenlang waren uitgevallen en ik ook bijna geldloos was omdat ik geen geld kon pinnen..........Thanks!!


Ik heb buitengewoon veel plezier beleefd aan het schrijven van de dagelijkse stukjes. Steeds onder sterk wisselende omstandigheden. En altijd met een deadline van een laptopbatterij die - volledig opgeladen - ongeveer een half uurtje energie gaf. Dat maakte het schrijven spannend en soms wat onzorgvuldig. Sorry voor de (vele) schrijvfoudten. 

Tot een volgende reis. Want die gaat er bij leven en gezondheid zekers te weten komen.

Gerrit Pleijter

Etappe: Addis Abeba  

Km: -

 

MoordKerst

Het is vandaag zaterdag 7 januari. En het is niet allenig 7 januari. Neeeehh!!! Het is ook nog 's eerste kerstdag!

U vraagt zich waarschijnlijk hardop af of - er behalve met mijn voet - er ook in mijn hersenpannetje bepaalde dingetjes niet helemaal goed gaan. Terechte afvraag. Maar u vergist deze keer lieve lezer. Ik heb voor 1 keer bij het rechte eind. In Ethiopie vieren ze vandaag - 7 januari 2017 - eerste kerstdag.

Dat zit zo (ik gooi er even een 'stukje' educatie tegenaan).

Het kalendertje dat de Ethiopiër bij de les tracht te houden is gebaseerd op de oude Koptische kalender, die het daglicht ooit zag in het oude Egypte. Het jaar bestaat hier uit 13 maanden. En elke maand beslaat 30 dagen. De 13e maand bestaat uit 5 of 6 dagen. En er is nog meer. Ethiopië zou een waar walhalla zijn voor mensen (vaak vrouwen!!) die er graag een jaartje of wat jonger uit willen zien. Waaaaant. De kalender hier loopt 7,5 jaar achter bij onze Gregoriaanse kalender. Dus als u hier na toe vliegt - - graag wat jonger zijnde vrouwmens - en u stapt het vliegtuig uit. Dan bent u in 1 klap 7,5 jaar jonger!

En dat is een tip die u voorwaar niet te vanzelfsprekend terzijde moet leggen.

Een vliegurenenkeltje naar hier zal zo ongeveer 300 eurootjes kosten. En uw eigenste schoonheidsspecialiste - al die jarenlange plamuur-behandelingen bij elkaar opgeteld - is zeker en vast een heel stukje duurder. Voilà!! De keuze lijkt mij niet zo lastig meer. Uw 'schoonheidsideaal' komt simpelweg neer op een zuivere economische berekening. Neem ik graag voor mijn rekening. Stukje service van mijn kant. Graag gedaan. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee. Dames!


Eerste kerstdag gaat hier bepaald niet ongemerkt voorbij. En dat is niet zo gek. Want Ethiopië beschouwd zich - al dan niet terecht - naast Israël als DE grondlegger van het (Orthodoxe) Christendom. De kerk (ook Moskee) spelen hier een heel belangrijke rol. Mensen zijn heel toegewijd. Gaan veelal voorafgaande aan hun werkdag eerst naar de kerk om te bidden. Restaurants en winkels zijn - net als bij ons - versierd. En het leek me vandaag - bij uitstek - 's een goed idee om een tourtje door Addis Abeba te maken. Bij uitstek omdat het openbare leven plat ligt, de straten leeg zijn, en dat is fijn voor de Hollandse fietser.

Ik zit dan ook al om 7.00 uur des 's ochtends op mijn fietsje. Eigenlijk te vroeg, want mijn beschadigde linkervoet is geheel ontbloot. En de temperatuur houd daar nog geen rekening mee. Na een kwartiertje fietsen is mijn voet verworden tot een ijsklomp. En ik val een restaurantje binnen dat er vrolijk en iets van warm uit ziet.

Het personeel is kerst verkleed. En ze maken foto's van elkaar. Ze dansen - op de knalharde tonen die blerren uit een aan de muur hangende tv - er lustig op! Ik eet wat. Maak wat foto's. En na een uurtje hoop ik maar dat het buiten inmiddels wat warmer is geworden. Ik stap op en zie even verderop een flinke rij mensen staan. De rij wachtenden staan voor een slagerij. Aha. Niet anders dan bij ons is kerst ook een eet-verwendag. En is bij ons het gevleugelde dier de klos. Hier is het rund of schaap die 2e kerstdag niet gaat halen. De rij wachtenden zwelt aan. Mensen hebben er graag een half uurtje wachten voor over.


Ik fiets verder en kom bij een prachtig mooie kerk. Met een heuse kerststal. Mensen zijn er aan het bidden. Een meisje dat als engel verkleed is laat zich gewillig fotograferen. Ik fiets een rondje om de kerk. En kom uit op een straat met bijna uitgebloeide Pauwlonia's. De bomen zijn prachtig echter de kerstsfeer is hier ver te zoeken. Opdringerige jongeren zorgen er voor dat ik deze wijk spoorslags verlaat. Lang leve mijn 14 versnellingen!!

Ik fiets door een wijk waar het minder pluis is.

Het is iets van 9.30 uur en de cafés hier bollen uit van de dranklustige mannen. Stomdronken lallen ze over straat. En zwaar aangeschoten prostituees zijn naarstig op zoek naar wat laatste ochtend-klanten.

Prostitutie in Ethiopië is wijd verspreid en algemeen geaccepteerd. Er zit hier geen stigma op. Anders dan in onze cultuur. Soms zijn het studentes die een stuiver hopen bij te verdienen. En dat is dan weer het gevolg van een sociaal vangnet dat hier ten ene male ontbreekt. Je moet in dit land je eigen boontjes doppen. Echter, veelal is het regelrechte uitbuiting van meisje die geronseld worden op het platteland. En te werk worden gesteld in de vele nachtclubs die Addis rijk (of arm) is.

Aangenomen wordt dat 50% (!!!) van alle sex-werkers in Ethiopië besmet is met het Hiv-virus. En dan nog even een fijn kerstfeitje er tegenaan gooien. 75% van alle vrouwen in de leeftijd tussen 15-49 jaar heeft enige vorm van besnijdenis ondergaan.

Maar er is ook goed nieuws.

De voorlichting betreffende HIV op scholen is inmiddels gemeengoed. En ik met eigen ogen gezien dat bij de ingangen van de PHARMACYS grote borden bij de ingang staan die condoomgebruik propageren. Ook op het platteland. En op scholen wordt aandacht besteed aan de gevolgen van besnijdenis. Maar op beide terreinen zal nog veel werk verzet moeten worden om de cijfers/percentages de goede kant op te duwen.

Na 20 kilometer kris kras fietsend door de 4 miljoen tellende hoofdstad van Ethiopië eindigt deze eerste kerstfietsdag in een restaurant. Waar gezinnen - opgedoft en wel - kerst vieren met het eten van taartjes. Nou ja. Half opgegeten taartjes. Door de kerstkids. En daarna gaat de kerstkids-frisdrank over tafel. En daarna zetten ze het kerst versierde restaurant op stelten. En maken ze het onveilig door heen en weer te rennen. Te vallen. En dan keihard te huilen (sommige mensen noemen het ook wel krijsen). Terroristen in de dop. Hier schiet het kwaad wortel. Als je het mij vraagt. 

Ik vraag de serveerster welke taartje zij het lekkerst vind. Ze wijst 'm aan. Die bestel ik. En kauw het zoet gelaagde kunstwerkje tot het laatste kruimeltje weg. 'Zie kinderen: zo heeft de bakker het bedoeld, het kan best!!' En nu ik 'm op heb. Ga ik mijn moordplan ten uitvoer brengen.

Ik ben namelijk de eerste hier in Ethiopië die een handje vol met kerstkinderen gaat vermoorden...........ik zoek nog even naar een geschikt - bepaald niet snel en pijnloos - moordwapen.......even kijken........ah....daar heb ik 't........een gebaksvorkje!!

Nu Sijt Welecome.

Maar geen afscheid zonder een kerstgroet (ik vermoed de laatste in vrijheid) van uw eigenste Ethiopische kerst-kindervriend.

Etappe: Addis Abeba - 

Km: -

 

Kindblij

Ik trekkebeen - zo blij als een kind - over het stoffige steenslag pad.


Een blijdschap die herinneringen oproept. Als toen ik als klein Gerritje voetbalde op het pas gemaaide en gehooide stoppelweiland. Of het gevoel wanneer ik eindelijk 's mijn even tevoren verloren knikker terugwon. Of toen ik op mijn zestiende verjaardag dat horloge met blauwe wijzerplaat Kado kreeg van mijn ouders. Die blijheid. Van toen. Die voel ik nu ook.

Lieve lezer. Toen ik gisterochtend opstond. Naar mijn voet keek (u weet  vast nog wel dat gisteren een kokend hete vloeistof over mijn voet stroomde). En het lichaamsdeel aanvoelde. Was ik ietsje pietsje minder blij. De voet zag er ronduit lelijk uit. En het voelde van geen kanten goed. Eerlijk gezegd maakte ik me geweldig veel zorgen.

Ondanks dat ondernam ik toch pogingen om mijn voet weer fietsbaar te maken. Ik wil tenslotte dolgraag mijn fietsreis voortzetten.

Als eerste sneed ik mijn linker sportschoen aan snot. Dat willen zeggen: met mijn scherpe Opinal mes verwijderde ik nagenoeg de gehele voorwreef. Het werd als het ware een sandaal. Opdat de bovenzijde van de schoen geen druk meer zal geven op het verbrande deel van mijn voet. Verder stelde ik mijn zadel lager af, zodanig dat ik met mijn hak - met links - zal kunnen fietsen. Ik stap op. Doe wat proefritjes. Heuvelop. Heuvelaf. Opstappen. Afstappen. Kracht zetten. Gewoon een stukje vlak. Het gaat wel maar.......niet echt van harte. En dit proefritje is nog maar kinderspel bij wat me de komende 800 kilometer te wachten zal staan. En mijn bagage zit er nog niet eens op. Dus het fietsen zal nog zwaarder aanvoelen dan nu. 

Mm..........

Langzaam begonnen er wat realiteits- en verstandskorreltjes mijn bovenkamertje binnen te druppelen. En ik begon mezelf wat vragen te stellen: Hoe verantwoord is dit nog? Loop ik geen risico op infecties? Met al dat stof. Met die volop brandende zon op m'n voet. Met het transpiratievocht dat op mijn voet zal komen. En al die viezigheid hier? Ik wil natuurlijk niet nog verder achter op geraken qua gezondheid.

En er speelde nog een belangrijke overweging door mijn hoofd.

Mijn vrolijke werkgever stelt mijn in de gelegenheid om dergelijke reizen te kunnen maken. En daar ben ik haar meer dan geweldig dankbaar voor. En we hebben afgesproken dat ik 24 januari as. weer fris en fruitig aan de slag zal gaan. En ik kan het domweg niet verkopen om nog 's een fijntjes een aantal weken ziektewet aan deze zeven weken vast te plakken. Dit verkoop ik niet aan mezelf. Maar ook niet aan hunnie. (By the way: ik schrijf dit niet omdat een aantal van hen meelezen, maar omdat ik dit intrinsiek van mening ben!!)

Kortom. Ik wil geen onverantwoorde gekke risico's nemen. Ik wil een opinie van een deskundige. En op basis daarvan beslissen wat verstandig is om te doen. Alleen. Er is een detail. Een kleinigheid. Die noodzakelijke en goede geneeskundige zorg ga ik hier - in de regio waar ik me nu bevindt - never nooit niet vinden. Maar waar dan wel?

En toen ging het snel. In mijn hoofd. En in mijn handelen.

Ik informeerde. Wat rond. Wat vierkant. Wat rechthoekig. En wat bleek. Er is hier een landingsbaan. (en waarschijnlijk vertrekt er dan ook wel 's een vliegtuig) Ik informeerde nog wat. En boekte een vliegticket naar Addis Abeba. Daar zal ik geneeskundige zorg kunnen vinden. Morgen kan ik al weg. Even overweeg ik om fiets en spullen achter te laten. Maar dat voornemen laat ik varen. Als in Addis geconstateerd wordt dat ik niet meer mag fietsen, zal ik de spullen toch ook moeten ophalen. Tussen het vele slapen en rusten door - mijn lichaam heeft een flinke optater gehad - maak ik mijn tassen vlieg klaar. En ging op tijd onder de wol.


Vanochtend stond ik vroeg op. Zwachtelde mijn voet in. Schoof 'm .......aaaauuuuwwwhhhh........in mijn schoen. At een broodje met nutella. Die ik wegspoel met een paar slokken water. En dan.....dan .....dan merk ik dat de gebeurtenissen met toch wel hebben aangegrepen. En dat de 17 kilometer die ik straks naar het vliegveld zal gaan fietsen, zeer waarschijnlijk mijn laatste van deze reis zullen zijn. Ik raak een kort moment ietwat geëmotioneerd.

Een -werkelijk beeldschone jonge vrouw uit Brussel - die van mijn verhaal heeft gehoord, loopt mijn kamer binnen. Overziet het slagveld, en geeft me een knuffel. Tja.......

Ze biedt nog aan om vervoer voor me te regelen naar het vliegveld. Maar dat aanbod sla ik vriendelijk af. Als dit de laatste 17 km zijn die ik fiets in Ethiopië.. Dan fiets ik die! De vrouw - en het hotelpersoneel - zwaaien me met bezorgde blik uit.

Ik stap op. En begin te fietsen. Het valt niet eens tegen. Het is de drukste weg die ik tot nu toe heb gereden. Verkeer komt van alle kanten. En het oppassen geblazen. Ik leg de 17 kilometer in iets van een uurtje af. En kom ruim op tijd bij het vliegveld aan. Even tevoren neem ik een pauze. Eet wat. Drink wat. Want ik weet. Straks barst de vliegveldpersoneel-hysterie van -hoe-moet-die-fiets-in-hemelsnaam-aan-boord-van-dit-vliegtuig in alle hevigheid los. Zo gaat het overal en altijd. En dan kan je maag maar beter goed gevuld zijn. De geest fris van de lever. En alles op standje 'POSITIEF'!

Ook nu is het niet anders. Ik ga het kort samenvatten: ik weet van de dame die mijn fiets (eigenlijk) door de scanner wilde (dat NOOIT past) hoe haar kindjes er uit zien en ik weet hunnie namen ook. En het hoofd van het vliegveld ontbood me in zijn kantoor en verzekerde me dat mijn fiets een VIP-behandeling zou krijgen (wat ook gebeurde, twee mannen ontfermenden zich over mijn karretje en hebben 'm persoonlijk aan boord gehesen, zeluf gesien).

Kortom. Het is me weer gelukt!

De vlucht naar Addis verliep smooth. Mijn spullen kwamen heelhuids het vliegtuig uit. En niet veel later fietste ik de miljoenenstad Addis Abeba in. Ik probeer mijn hotel te vinden waar ik na aankomst (3 dec.) heb overnacht. Op gevoel rijd ik een richting uit. Geweldig veel aanknopingspunten heb ik niet. Maar na anderhalf fietsen zie ik iets bekends. En niet veel later klop ik op de metalen deur van mijn hotel. Ze zijn blij me heelhuids terug te zien.

Ik ben ook blij. Maar helemaal heelhuids ben ik niet. Ik bel met de eigenaresse. Vraag naar een goede kliniek. Ze adviseert me. En ongeveer 10 minuten later loop ik richting het Commerciele Hospital. Waar ik aan de ingang gefouileerd wordt. Ik vraag de portier of hij mijn linkervoet voor 1 keer over wil slaan (ik maak maar niet de grap dat ik daar de bom heb verstopt.....maar is natuurijk wel een goeie tip voor als je boef bent.....en je hebt snode plannen.......gewoon trekkebenen met je linkervoet......).

Na binnenkomst is de eerste aanblik vertrouwenwekkend. Alles blinkt. Straalt. Schoon. Glazen pui. Marmeren vloer. Dokters in smetteloze witte jassen. En er is een heuse receptie. Ik moet een patiëntenkaart invullen. En moet het astronomische bedrag van 8 euro betalen (waarbij ik graag aanteken dat dit bedrag voor mijn zeer overkomelijk is, maar voor veel Ethiopiërs is een dergelijk ziekenhuis/zorg niet weggelegd. Gewicht wordt bepaald. Bloeddruk wordt opgenomen. En 15 minuten later zit ik tegenover Dr. Michael.

Dr. Michael heeft er verstand van. Overziet het slagveld. En concludeert. Het grootste deel van mijn voet heeft een 1e graads verbranding opgelopen. En dat is buitengewoon goed nieuws. Volgens hem. Want daardoor ligt de huid niet open. En er kunnen volgens hem geen infecties -van buiten - optreden. Een beperkt deel is 1,5 graads verbrand. Daarvoor geeft ie me wat zalf mee. Drie maals daags licht insmeren. Hij adviseert om zoveel mogelijk open schoenen te dragen.

Enne....what about.....cycling Doctor? (hij is inmiddels op de hoogte van mijn reis).

'No problem Gerrit. Take three days off rest and then......get on your bike AND ENJOY!!!!'

Kijk. Dat maakt me nou zo blij!!!

Als een kind.

Etappe: Gonder - Addis Abeba (vliegtuig)

Km: -

Watervoet

Weet u het nog? Ik zou voor het slapen gaan mijn bidons nog even gaan uitkoken...........

Lieve lezer.

Het is dinsdag 3 januari 2017. Het is 22.30 uur. Plaats delict is Gonder. En dat stadje ligt in het Noord-westen. Van Ethiopie. Ik bevind me in the Emergency Room van het University Hospital.

Over het hoe en waarom zal ik u uitvoerig berichten. Zet u schrap. Daar gaat ie.

In de late dinsdagavond van de derde januari was ik alle voorbereidingen aan het treffen voor de fietsdag van morgen. Ik wilde koers zetten naar Addis Zemen. Ruim zeventig kilometer zuidwaarts gelegen. En had mijn fiets al fijntjes in gereedheid gebracht. Ook had ik al eten ingeslagen. Gelukkig was mijn grieperigheid een ietsje afgenomen. Niets dat me nog in weg stond om morgen de trappers weer fijn rond te malen.

Nou. 1 dingetje dan nog. Mijn bidons moeten nog worden 'uitgekookt'. Ik maak er een gewoonte van om gedurende elke reis, elke vier weken, mijn bidons te ontsmetten. Ik vul ze dan af met water. Daar doe ik dan mijn dompelaar in (een elektrisch te verwarmen spiraal). En die kookt het water dan snel tot een kookhoogtepunt. En daarmee hoop ik alle aanwezige en verzamelde bacteriën in mijn bidons te hebben geëlimineerd. Routineklusje. Kind kan de bidonwas doen. Geen vuiltje aan de bidonhemel.

De eerste bidon is na 10 minuten klaar. En ik doe de hete dompelaar meteen in de tweede bidon. Ook die komt al snel tot het kookpunt. Ik laat 'm een minuut of vijf doorkoken. Het water kookt en borrelt bekant de bidon uit. Het water is knetterheet. Zo heb ik het graag. Alle bacterieen een kopje kleiner. Dat is de bedoeling. Net op het moment dat ik de stekker uit het stopcontact wil trekken, precies op dat moment, valt de electriciteit uit.

Fuckeduck. Het is aardedonker in mijn kamertje. Op de tast probeer ik mijn hoofdlampje te vinden. Als ik die heb dan is er weer licht. En kan ik weer zien wat ik doe. Dan kan ik die stekker uit het stopcontact halen. Maar waar is dat verduivelde hoofdlampje?

Lieve lezer. We zijn aangekomen op het schaniermoment. In dit waargebeurde verhaal. Vanaf dit moment gaat er van alles fout!! Huivert u gezellig mee?

Tijdens mijn zoektocht naar mijn hoofdlampje. Tijdens het rommelen tussen mijn spullen. Tijdens het voetje voor voetje schuifelen in de aardedonkere kamer, stoot ik .......met mijn linkervoet tegen de bidon waarvan het water een minuutje geleden het kookpunt had bereikt. Het kokend hete water uit de bidon verspreid zich over mijn sportschoen. Trekt door mijn sok. En komt in aanraking met mijn huid.

In een fractie van een seconde realiseer ik me wat er aan de hand (of eigenlijk voet) is. Ik schop mijn schoen uit. Sloop de sok van mijn voet. En zeg hardop tegen mezelf: ik moet mijn voet koelen!!

Ok. Pas op de plaats in dit verhaal. Even een klein intermezzo. U moet weten. Sinds mijn aankomst hier, enige dagen geleden, is er gaan stromend water beschikbaar in het hotel (in de hele stad niet). Douchen, handen wassen, WC-doorspoelen. Het is allemaal niet bij. Ja, behalve met gekocht flessenwater kun je je hoogst mogelijke en -nodige persoonlijke hygiëne in stand houden.

Dus nu water echt een noodzaak is geworden, heb ik een vet probleem. Zonder water, geen koeling. Ik grijp - op de tast - naar de twee flessen water die ik net tevoren had gekocht. Trek de folie van beide doppen. Draai de doppen los. En laat de inhoud van de flessen over mijn voet lopen. Maar terwijl ik dit doe weet ik dat deze (beperkte) hoeveelheden water totaal niet toereikend zullen zijn mijn voet te koelen. En druppel op een gloeiende voet.

Opeens herinner ik me (deze overwegingen vinden overigens plaats in enkele seconden) dat er buiten - op de eveneens aardedonkere binnenplaats - ergens in een hoek twee hoge blauwe tonnen staan. En daar heb ik toch iemand water uit zien scheppen.....toch?. Ik open mijn kamerdeur. Sprint richting de blauwe tonnen. Gris een emmer mee. Vul die met water. En zet mijn voet er in. Damned. Dat heeft alles met elkaar een paar minuutjes geduurd.

En daar sta ik dan. Op een aardedonker en stikverlaten binnenplein. Met mijn linkervoet in een emmer met water. Al schuifelend - met mijn voet in de emmer - probeer ik mijn kamertje te bereiken. Dat lukt. Ik pak een stoel. En blijf een uur zitten. En ik moet zeggen: het valt me niet tegen. De pijn is te harden. En ik besluit het koelen goed lang vol te houden. Ik blijf totaal een uurtje of twee koelen. Dat kon allemaal nog wel 's met de spreekwoordelijke sisser aflopen. Althans, dat denk ik dan nog.

Mijn gedachten gaan terug naar mijn dochter Sanne. Die - toen ze nog heel klein was - 's door mijn in bad werd gedaan. En in het huis waar we toen woonden waren de warm- en koudwaterkraan omgedraaid. Ik vergiste me bij het opendraaien van de kraan. En het duurde even voordat ik door had dat ik mijn kleine meisje met gloeiend heet water zat af te spoelen.........

Na twee uur koelen. Haal ik mijn voet uit de emmer. En neem de schade op. En. Lieve lezer. Die valt niet mee. De vellen hangen er bij. Het ziet er lelijk uit. En eerlijk is eerlijk. Ik schrik er ook best wel van. Het valt me zwaar tegen. En er komt nog wat bij. Nu ik mijn voet uit het koele water heb gehaald. Steekt er een brandende pijn in mijn voet. Die niet te harden is. En de pijn is zelfs zo hevig. Dat ik mijn voet maar weer snel in de emmer laat zakken. Dat geeft gelukkig weer wat verlichting. Goddomme. Wat een gekloot.

Ethiopiers zijn vroege vogels. Tegen 5.30 uur des ochtends verlaten ze hun bedje. En dan laten ze vrij luidruchtig weten met hunnie (werk)dag aan de slag te gaan. Dat vroege opstaan moet natuurlijk wel gecompenseerd worden. En dat doen ze door 's avonds om 21.00 uur hunnie s' ochtends vroeg verlaten bedje, weer op te zoeken.

Het is nu 22.00 uur. Met andere woorden. Er is niemand op dit uur. Die ik kan aanklampen. Of iets kan vragen. Iedereen is in ruste. En daar zit in dan. Stik alleen. Met mijn brandende linkervoet in een emmer met water. Me voorzichtigjes realiserend dat het wellicht verstandig is dan wel noodzakelijk is om een dokter te raadplegen. Maar hoe dat aan te pakken?

Opeens schiet me iets te binnen. Het hotel aan de overkant wordt bewaakt door een guard . Elke ochtend begroet ik hem allervriendelijkst. Misschien dat ik hem kan bereiken. Ik schuifel met emmer en voet naar een stalen deur. En geef er een paar flinke bonken op. Het geluid van ijzer weerkaast in de heldere nacht. En dat sorteert vrijwel meteen effect. De man komt poolshoogte nemen. En ziet mij zitten. En dat beeld krijgt ie vast nooit meer van z'n netvlies getoverd.

Hij begrijpt er geen ruk van. Hij vraagt zich vast af wat ik hier doe. Zo in de stikdonkere avond. Op een stoel. Met 1 been in een emmer. Met water. De man moet wel denken dat er drank in het spel is. Of dat het gaat om een hem nog niet bekende - maar zeer sterk werkende - partydrug. De man spreekt geen woord buiten zijn eigen taal. En ik probeer hem duidelijk te maken dat iemand moet gaan waarschuwen. Dat lukt na ongeveer 10 minuten. Dan gaat ie iemand halen. En die iemand gaat ook weer iemand halen. En die iemand is van het hotel. En spreekt drie woorden Engels. En ik zal hierna de dialoog met deze man zo zuiver mogelijk samenvatten.

De man: what happend?

Ik: I have hot water on my foot

De man: no, there is no water in the Hotel, maybe tommorow?

Ik: No, I know, but I have hot water on my foot. It's burned.

De man: No water in the Hotel. Tommorow maybe water. today no.

En dat ging nog even zo door......

Ik denk er verstandig aan te doen om mijn tactiek te veranderen. En zeg tegen 'm dat ik naar een Hospital moet. De man kijkt me aan of ie water ziet branden (wat ook bijna waar is....). Eerst wil ik 'hot water' en dan opeens een 'Hospital'. Veeleisend mannetje, moet ie haast wel gedacht hebben. We verzanden. Dit gesprek is onder een strak heldere Ethiopische sterrenhemel ergens een doodlopend rangeerterrein opgegaan. En we naderen het stootblok. Met een flinke vaart. Godverdomme. Mijn voet begint steeds pijnlijker te voelen. En als ik 'm opnieuw uit de emmer til, dan ziet het er allesbehalve fraai uit.

Er worden (door mobiel telefoonverkeer) wat mensen gealarmeerd. Die komen. En er wordt druk overlegd. Voor mijn volledig onverstaanbaar. Maar er wordt niets gedaan.

Ik vraag aan iemand of ik zijn mobiele telefoon mag lenen. Ik google de termen 'Hospital' en 'Gonder' en laat het resultaat daarvan zien. En dan wordt er door iemand begrepen dat ik naar een Hospital vervoerd wil worden. Eerst wordt gepoogd om het Hospital telefonisch te bereiken. Maar dat lukt niet. Daar maar op goed geluk er naar toe.

Het duurt al met al een uur voordat er een auto komt voorgereden. Ik heb mijn handdoek gepakt. In de emmer met water ondergedompeld, opdat ie goed doorweekt is. Wikkel 'm zo goed en kwaad als het gaat om mijn voet. En met de door mijn uit Nederland meegebrachte postbode-elastieken (u weet wel, die brede elastieken die postbodes roeger aan hun stuur hingen, en vreselijk handig zijn) daarmee probeer ik de handdoek op z'n plaats te houden.

We zijn anderhalf uur verder nadat ik het water over mijn voet kreeg. De pijn is hels.

Ik stap in de personenauto. En de 12 km lange rit zal eindelijk gaan beginnen. Ik merk al snel dat de chauffeur geen familie is van Max Verstappen. En niet bij hem in de leer is geweest. En het vast ook niet van plan is. Het is een hele klus om je s' nachts over het Ethiopische wegdek (of wat daar nog van over is) voort te bewegen. Eerlijk is eerlijk. Het wegdek is rammelig. Het zit vol met grote gaten en sleuven. En je moet omzichtig slalommen tussen agressief grommende honden en dronken wandelaars. Tot zover alle begrip. 

Maar de hele weg een rijsnelheid van 30 kilometer aanhouden. Dat gaat toch wel erg langzaam. On top off that komt de man er achter dat ik uit Holland kom. 'Very nice country'! Robben. Van Persie. En hij wil met mij 's even fijn de goal van Robin van Persie tegen Spanje doornemen. Maar hier grijp ik in. Ik vond het ook een mooie goal. Geen misverstand daarover. Echter ik heb potdomme nu even iets anders aan mijn hoofd. Ik wijs 'm vervolgens op mijn voet. En ook op zijn voet. En dat is de voet die wat mijn betreft het gaspedaal wat dieper mag indrukken.

Na 30 stroperig langzame minuten (het duurde uuuuuren in mijn beleving) bereiken we iets dat op een ziekenhuis lijk(t). De slagboom wordt handmatig open gedaan. En de chauffeur wordt te verstaan gegeven dat er eerst een ticket gekocht moet worden alvorens we de eerste hulp mogen binnengaan. Maar dat wordt me echt te gortig. Ik gebaar de chauffeur dat hij dat ticket maar moet gaan kopen. Ik open het portier. En strompel - met een met water doorweekte witte handdoek aan mijn voet, als een houten Klaas-klompvoet naar binnen.

Er zit een hele rij mensen te wachten. Maar die wachten kennelijk op een andere behandeling. Want ik mag doorlopen en plaatsnemen op een zwartbruine skai-leren stoel. Een stoel waar het piepschuin aan alle kanten uitbolt. En met een leuning die zijn taak wel heel letterlijk neemt. Tegenover me zitten drie witte jassen. Achter een grijs metalen bureau. Met een matzwart blad. Ze zitten ietwat onderuitgezakt en weinig geïnteresseerd voor zich uit te kijken.

Na een minuutje of tien wachten neem ik toch maar iets van het woord. En doe een poging om de interesse van de heren ietwat op te wekken. Maar dat is niet de bedoeling. Eerst moet er de papierwinkel worden afgewerkt. Op verzoek reik ik mijn paspoort aan (die ik in de gauwigheid heb mee gegrist). En die wordt driftig bestudeerd. En daarna worden gegevens overgenomen op een papier. Langzaaaaam! De pijn aan mijn voet is hels. En die wordt nu - behalve door de doorweekte handdoek - ook al drie kwartier niet helemaal lekker meer gekoeld. En dat helpt niet mee. Net als ik weer over mijn voet wil beginnen, wordt me gevraagd wie het paspoort heeft uitgegeven.

Nou zeg ik. Dat heeft de burgemeester van Rheden hoogstpersoonlijk gedaan. Die vond mijn zo'n toffe aardpeer dat ie 'm zelf langs 's komen brengen. Ja kijk, ik heb maar een half jaartje in Rheden gewoond - ik vond het er vreselijk - en heb mijn huisje snel weer kunnen verkopen. Maar net in de periode moest ik mijn paspoort verlengen en daarom..... Godverdegloeiende!! Wordt er nog 's naar mijn voet gekeken!!!

Nee. want mijn bloeddruk moet nog worden opgenomen. Ik onderga het gelaten. Maar denk: neem mijn voetdruk maar op. In plaats van mijn bloeddruk.

Het wordt er tijd voor. Ik neem zelf initiatief. Even een gelul. Nu kijken. De papiercontainer vullen we later wel. De Ethiopische gezondheidszorg-economie ondersteunen we straks wel. Nu kijken!!!!

Ik verwijder omzichtig de elastieken. Verwijder voorzichtigjes de handdoek. Til mijn voet op. En warempel de heren komen uit hunnie stoel. Bekijken de zaak.

Een arts verteld me dat ik een 1e graads verbranding heb opgelopen. Koelen hoeft niet meer. De helse pijn die ik voel is volgens hem het logische gevolg van een 1e graads verbranding. Dat zal snel overgaan. Het vel zal morgen beginnen los te laten. En hij geeft een van zijn helpers opdracht om pijnstillers te halen. Gaasverband. En een creme met antibiotica-werking. En hij zal me twee injecties geven. Die spullen moeten van de overkant gehaald worden. Bij een apotheek. Die heeft het ziekenhuis zelf niet. Mijn chauffeur gaat de spullen halen/kopen. En na een half uur komt ie terug met het stuff.

Ik krijg de (schone) spuiten toegediend. 1 in mijn onderarm. 1 in de schouder. Door een niet al te zachtzinnige dame. Maar goed. Een kleinigheid houd je altijd. Mijn voet wordt ingesmeerd met de crème. En voorzichtigjes wordt er een gaasverbandje over gelegd. Klaar is Kees. U mag het pand verlaten.

Op mijn vraag of er nog iets afgerekend moet worden, is het antwoord dat dit een staatsziekenhuis is. De behandeling is for free. De medicijnen moeten worden betaald. Dat doe ik. En we rijden de diepe donkere nacht weer in.

Aangekomen bij het hotel doet de guard van de overkant de stalen deur open. Hij zegt niets. Hij begrijpt niets van de consternatie. Ik doe mijn hotelkamerdeur open. En daar laat ik me gecontroleerd op het bed ploffen. Nauwelijks realiseer ik me wat er gebeurd is. Het dringt maar moeizaam tot me door. Het ging ook zo snel. Ik kijk naar m'n ingepakte voet. En bedenk me dat ik figureer als hoofdrolspeler in een slechte stinkvoetenfilm. Dit zijn nu typisch van die huis-tuin-en-keuken ongelukken. Waarover je wel 's hoort. 

Hoeveel passen heb ik me deze reis al naar beneden laten storten? Hoeveel afgronden ben ik langs gegaan? Hoeveel bergen heb ik fietsend bedwongen? Hoeveel straten overgestoken? Hoeveel stenen zijn langs lijf en leden gevlogen? Hoeveel hondenbeten heb ik ternauwernood kunnen voorkomen? Hoeveel had er wel niet mis kunnen gaan? En nu. Nu word ik geveld door het water uit mijn eigen bidon!!

Ik neem een pijnstiller. Leg mijn ingepakt been/voet buiten mijn slaapzak. En probeer de slaap te vatten. Wat niet lukt. En daarom luister is de hele nacht naar muziek waar ik anders nooit naar luister. Zoals het door mijzelf illegaal getapte live concert van U2 uit 1985 op het Torhout-festival in België. Kleine microfoontjes links en rechts verstopt in de stokken van het spandoek (spandoeken mochten toen nog). Want het moest wel in stereo opgenomen worden. Vanzelfsprekend! In geen 20 jaar naar geluisterd. En nu ademloos. Tot het einde.

Wat een naargeestig einde van de dag was dit. En dat nog wel op de geboortedag van mijn moeder. En vraag ik me af: wat zullen de gevolgen hiervan zijn voor de rest van mijn fietsreis? 

Voor de 800 kilometer die ik nog te gaan heb.