De Lustige Reiziger

Instelling

Je zie het wel 's gebeuren met topteams.


Ze moeten spelen tegen een veel mindere tegenstander. En gaan bewust of onbewust met de verkeerde instelling het veld in. Onderschatting. Wanneer de wedstrijd begint blijkt de tegenstander toch meer in z'n mars te hebben dan vooraf gedacht. Tandje erbij. Even aanzetten. Zou je zeggen. Maar dat juist lukt dan niet meer. Je draait die verkeerde instelling gedurende een wedstrijd bijna nooit meer om.


Iets dergelijks is met mij gebeurd vandaag.


Na een extreem slechte niet-slaap-nacht vertrok ik mooi vroeg uit Balakot. Ik heb de hoogste bergen gehad en maak me op voor een easy day. Lekker vlak. En de eerste 15 km klopt dat ook precies. Ik ben zo enthousiast geraakt dat ik een leuk doorsteekje ga maken. Ik ga via Muzaffarabad en Muree naar Islamabad. Ik mis dan twee dingen. De Wah-gardens. die ik als groot tuinenliefhebber op mijn lijstje heb staan. Maar ik mis ook een flink stuk van de drukke Grand Trunck Road. En dat laatste geeft de doorslag.


Ik heb een goede keus gemaakt. De ingeslagen weg is smal. Groen. Grove dennenbossen. Afgewisseld met zo hier een daar een Eucalyptusboom. Een verdwaalde Agave. Een bananenboom. Een Cipres. De weg is ontdaan van verkeer. Platteland. Bewoners in de weer met mais. Aardappelen. Schoolkinderen wandelend in de berm. Very peaceful allemaal. Daarbij schijnt de zon hoog aan de hemel. De kachel wordt flink opgepookt tot wel 33 graden. Boven nul. Alle reden om blij en tevreden te zijn. En dat ben ik ook.


De weg wordt gaandeweg iets minder van kwaliteit. Maar prima befietsbaar. Na 13 km stuit ik op een slagboom met de tekst 'STOP'. Ik besluit in de remmen te knijpen. Heb ook weinig keus. Een enorme schreeuwlelijk schreeuwt (dat heb je overigens al snel met een schreeuwlelijk, dat ie schreeuwt) bevelen naar zijn onderdanen. Die lopen net zo hard als hij schreeuwt. Laat ik het zo zeggen: het tempo zit er aardig in.


Mister screamnoise gebaart dat ik moet komen zitten. Hij wil praten. Ik liever niet. Ben niet zo'n prater. Maar neem toch plaats op het omgekeerde frisdrankkratje. Ik ben inmiddels vrij ervaren in dit soort meetings. Gebruik het vaak als een rustpauze. Eet wat. Drink wat. Het zal allemaal wel niet zo'n vaart lopen. Hij wil mijn paspoort zien. Dat kan. Na enkele ogenblikken van studie komt hij tot de conclusie dat ik niet door mag. Ik sta nl op het punt om de zelfstandige staat Kashmir te betreden. En dat gaat niet. Daarvoor heb ik niet de benodigde papieren. Kashmir is nl geen onderdeel van Pakistan.


Ik probeer de man in het Nederlands (doe of ik geen woord Engels spreek, iets dat hem tot razernij drijft) op andere gedachten te brengen. En vertel hem dat ik niet voornemens ben om de zelfstandige staat Kashmir eigenhandig de komende twintig kilometer op te willen heffen. Teneinde deze dan heel snel, voordat ik Kashmir weer verlaat, samen te voegen met Pakistan.


Weet u, wij hebben immers in Holland ook twee zelfstandige enclaves die zich willen onder- en afscheiden. De ene doet dat door met een zachte 'g' te spreken. De andere door zich totaal onverstaanbaar uit te drukken. Ik heb bij beide nog nooit pogingen ondernomen om hen op andere gedachten te brengen. Daar ben ik gewoon het type niet voor. Ik heb er op zichzelf ook geen moeite mee. Met dat afscheiden. Laat ze lekker hun gang. Maar kom, genoeg gepraat. Ik stap 's op. Dan kan ik mooi de komende twintig kilometer van uw mooie en zelfstandige Kashmir gaan genieten.


Zo gezegd. Zo gedaan. Met een sierlijke zwaai werp ik mezelf op mijn fiets. Maak gebruik van de beperkte ruimte tussen de twee slagbomen. En trap een forse negende versnelling weg. Achter mij een hoop commotie. De schreeuwlelijk verkeert vermoedelijk in alle staten. Ik word (heel snel) per auto teruggehaald. Eenmaal terug doe ik of ik het allemaal net niet helemaal begrepen heb. Hierop wordt het verhaal me nog 's haarfijn uit de doeken gedaan. Hij wint. Ik moet terug.


Fuckerderduck! Ik heb de pest in m'n lijf. Normaal onderga ik dit soort teleurstellingen erg relaxed. Maar nu niet. Ik stop in het eerste en dus het beste dorpje voor een bezinningpauze. Een aankomend advocaat spreekt me aan en houdt me een half uur aan de praat. Ietwat gestudeerde mensen vinden het verry interesting zo'n foreigner. Daarbij kunnen ze mooi hun Engels oefenen. Een pauze heb ik daardoor niet echt gehad. Maar ik ben voldoende afgeleid om mijn weg weer te vervolgen. Ik heb het vizier weer op positief staan.


Na 30 kilometer fietsen bereik ik het punt waar ik vanochtend ongeveer begonnen was. Wat ik nog niet weet is dat de fietsdag dan eigenijk nog moet beginnen.


Ik trap de trappers richting Manshera. En begin om 14.00 uur aan een klim. Een forse klim. Stijgingspercentages van 11, 12 en 13% zijn regel. De uitzonderingen zijn schaars. Heel schaars. De ene haarspeldbocht volgt op de andere. Ik transpireer als een bezettene. Zweetdruppels spatten onophoudelijk via mijn neus en pet uiteen. Op de stang. Er gaat meer vocht uit dan er in gaat. Het gaat maar door en door. Ik moet er regelmatig af voor een pauze. Op een bepaald moment leg ik me neder in de berm. Ik ben kapot. Helemaal aan het eind. Ik heb een kwartier nodig om op adem te komen. Pas dan ik weer door. 1 uur en drie kwartier duurt de onafgebroken klim.


Eindelijk heb ik iets van een top te pakken. Precies op dat moment stopt er een auto. Vier mannen klimmen uit de auto. Ik zweet als een otter. Ik heb geen droge vezel meer aan mijn lijf. Alles is door en door doorweekt. Zweet.

De mannen willen van alles van me weten (dit gebeurd elke dag een keer of .......vier, vijf). Dit is zo'n moment dat ik oprecht te doen heb met wielrenners van een grote koers. Tweehonderd kilometer fietsen. Over de finish komen. Zwaar naar de klote. En dan een microfoon onder je snufferd. Het overkomt mij nu ook. Geen 200 km. Geen microfoon. Maar toch.


Ditmaal zijn het vertegenwoordigers van een sigarettenmerk. We kletsen een kwartier over politiek. Pakistan. De Pakistanen. Hun werk. Mijn reis. En na de nodige kiekjes (ik kom in heel wat Pakistaanse familiealbums) vervolg ik mijn weg. Naar beneden.


Echter de afdaling is maar van korte duur. Een nieuwe klim begint. Een kleine afdaling volgt. Een nieuwe klim begint. Ik word er gek van. Het gaat dertig kilometer zo door. Ik begin langzaam aan 'aardigheid' in te boeten.


Uiteindelijk, uiteindelijk, uiteindelijk. Uiteindelijk rond 17.30 uur bereik ik het zeer drukke, zwaar chaotische en lawaaierige Manshera. Na het nodige vragen en de nodige omwegen kom ik in een hotel.


Ik ontmoet de eigenaar. En leg mijn wensen/eisenpakket meteen maar aan hem voor. Ik ben op zoek naar een wat smoezelige kamer, met een toilet dat niet werkt, bedrading die buiten de stopcontacten steekt, een gebroken wasbak, waarvan de kranen het niet doen, afbladerende muurverf, een supersmerig tapijt, niet al te frisse lakens, smerige kussens, een douche die alleen koud water geeft bij voorkeur in dunne straaltjes, en niet alle tegeltjes moeten aan de muur zitten, liefst in een motiefje (is een persoonlijk dingetje, maar mocht dat niet tot de mogelijkheden behoren, dan zal dat wat mij betreft geen breekpunt worden) er moeten wat, liefst gebroken tegeltjes, op de grond liggen en als laatste (en dit is echt een KEIHARDE eis): een doorgezakt bed*.


Wat een geweldig toeval. Laat ie die nu toevallig nog in de aanbieding hebben. Eerlijk gezegd heeft hij er nog wel meer beschikbaar die aan deze eisen voldoen. Maar ja, ik maar een (1)nodig. Wat heb ik toch weer een geluk.


*doorgezakte bedden vind je overal. Ik heb er een oplossing voor bedacht. Ik doe net of ik in een hangmat lig. In mijn dromen doe ik dan net of ik heen en weer wieg. Dat haalt een boel ergernis weg. Andersom werkt trouwens niet. Althans bij mij niet. Maar probeer het zelf maar 's uit. Misschien bij jouw wel.


De eigenaar vraagt 1200 roepies. Ik bied 600. Dat wil ie niet. Ik vertel hem dat ik op zoek ga naar een ander hotel. En loop weg. Beneden aangekomen weet iemand dat ik 600 geboden heb (ra ra hoe dat kan?). Hij zegt dat 600 akkoord is. Ik zeg ok, 'maar weet je vriend daarboven dat ook?'. Ik loop naar boven en mijn vriend is de papierwinkel al in orde aan het maken. '600 roepies', vraag ik. Yes, 600 roepies. Mystery!


Lieve volgers: dit was de zwaarste fietsdag. By Far!! Waren de bergen zo hoog? Waren de klimmen zo lang? Nou, 't was wel behoorlijk zwaar. Maar ik heb zwaarder gehad. Waarom dan toch de zwaarste dag?


Drie redenen:

1. de superslechte slaapnacht. Ik heb nl niet geslapen. Niet goed uitgerust dus!

2. ik fiets alweer een aantal dagen zonder wegenkaart. Is me onderweg door een stelletje kinderen onder de 'spin' vandaan getrokken. Ik kan me dus niet meer orienteren op afstanden, gebieden (Kashmir) en hoogten. Erugh onhandig (wegenkaarten koop je in Pakistan niet, die zijn gewoon niet verkrijgbaar, heel misschien dat ik in Islamabad in een boekenwinkel iets op de kop kan tikken)

3, tenslotte het belangrijkste. De instelling. De verkeerde. Welteverstaan. Ik had me ingesteld op een rustige, vlakke dag. En dat is het niet geworden. Gedurende de dag kreeg ik het in mijn hoofd niet meer bijgesteld. En in de benen al helemaal niet.


Resultaat: een behoorlijk versleten Gerrit. Morgen liggen er weer nieuwe kansen, met hopelijk nieuwe prijzen.


Laten we deze dag eindigen met een gedichtje:



Zij zaten bij het kampvuur,

zij zei 'wat is het warm'

Hij zei, 'dat klopt,

dat is het kampvuur

waar je in hangt met je arm'.

Reacties

Reacties

roel

klote zonder kaarten zeg Gerrit, dat moet wel de reden zijn want aan je instelling mankeert niets. je toont naar mijn idee elke weer een ongelofelijk flexibele instelling

rustig aan

Gerrit

Hoi Roel,

Ja, dat was niet fijn, maar gelukkig heb ik gisteren een goede wegenkaart op de kop kunnen tikken.

Dus ik heb nu geen excuus meer.

Bevalt de CUBE je nog steeds?

Groet, Gerrit

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!