De Lustige Reiziger

SCHAAMSPOOR (dag 2)

Gisteren was het spoorzoeken gevorderd tot station Austerlitz.

Vanuit het station werden de 12000 Joden naar drie verschillende kampen getransporteerd: Pithiviers, Drancy en Beaune la Rolande. De kampen stonden bekend onder de naam: wachtkamers van de dood.

Op de laatste dag van mijn speurtocht naar Sarah ga ik twee van de drie kampen bezoeken. Althans, wat er nog aan herinnerd.

Eerlijk gezegd is de zin maar matig. De vorige dag heeft me behoorlijk uitgeput. En van het onderwerp schiet je niet als vanzelf in de lach. Dus kost het me wat moeite om weer in de mood te komen. Maar na een fijn ontbijt en met een stuk gebeten verhemelte aan dat verduiveld lekkere stokbrood. En wat bakken thee achter de kaken. Ga ik op pad.

Omdat het verkeer in en rond Parijs je zo lekker in een houtgreep kan nemen ga ik vroeg op pad. Achterlijk vroeg. Lieve lezer, u lag nog op bed. Zekerheidje! En zo niet, dan bent u gek! Mijn eerste reisdoel is Drancy.

Na een half uurtje filevrij toeren onder de rook van Parijs arriveer ik in Drancy. Drancy is een wat smerig grijs- en grauw aangeslagen voorstad van Parijs.

Het is zondagochtend. Zo hier en daar wordt een marktkraampje opgezet. Ik vermoed voor een markt die later op de dag zal plaatsvinden (ik hoor mijn moeder al zeggen: 'mut dat noe mien jonge, markt op zundag'. Ja mam, dat moet. Hier wel!

Ik heb geen idee waar ik zoeken moet. Ergens somewhere hier in deze vrij troosteloze buitenwijk  moet het kamp gelegen hebben. Maar waar? Geen idee waar ik het zoeken moet.

In ene rijd ik langs een monument. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een treinwagon staan. ‘Verdorie, zou het hier zijn?' Na de auto geparkeerd te hebben, loop ik na de overkant van de straat.

Wauw, hier is het kamp dus geweest. Een groot monument met veel opschriften herinneren aan het kamp. Achter het monument ligt een spoorrails. En daar weer achter staat een wagon. Een originele wagon met daarin iets van een museumpje: het Drancy Memorial Museum. Het interneringskamp kamp Drancy werd bewaakt door Franse gendarmes. De werking van het kamp stond onder het bevel van de Gestapo.

Theodor Dannecker, de belangrijke figuur, zowel in de razzia (Raffle) als in het leiding geven aan het kamp 'Drancy', wordt beschreven als een 'gewelddadige psychopaat' Hij was het die beval de geïnterneerden te verhongeren, hij verbood ze zich te bewegen binnen het kamp, te roken, te kaarten enz.'

De plek raakt me. Ik loop wat rond. Probeer me in te leven. Schiet wat foto's. Ik loop rond, probeer me in te leven. En schiet nog meer foto's. Hier lag het kamp dus. Vanuit station Austerlitz (Parijs) werden een deel van de 12000 Joden hier naar toe gebracht. Voor wie het kamp overleefde wachtte het transport naar Auschwitz.

Ik kan me maar moeilijk losweken van deze plek. Net als dat bijna lukt en ik weg wil lopen komt een vrouw naar me toe gelopen. Ze is oud. Grijs. Krakkemikkerig (mijn vriend Klaas zou zeggen 'reanimeren helpt niet meer', jah dat zijn zijn woorden, kan ik niets aan doen, bel hem maar op.

Ze spreekt vloeiend Frans. Echt. Zonder enige twijfel. Ik niet. Met veel meer zonder twijfel. En dat maak ik haar duidelijk. Ze vraagt me of ik weet wat hier gebeurd is. Ik antwoord  dat ik dat weet, en dat ik daarom naar hier ben gekomen. Ze mompelt iets van 'verschrikkelijk' en 'tragedie'. We wisselen wat woorden, enkele blikken van verstandhouding en schudden elkaar de hand. Er volgt een kleine maar gemeende omhelzing. Ik moet niet te hard knijpen.......

Ze wankelt verder. Ik heb tranen in de ogen. En loop naar mijn auto. Daar scheld een Fransman mij de huid vol vanwege mijn vermeende verkeerde parkeergedrag. Ik scheld terug (mijn Frans is zo slecht nog niet), maar ik verlies. Welcome in the real World Gerrit!

De laatste etappe van mijn spoorzoeken is op zoek te gaan naar het tweede kamp.

Daarvoor moet ik twee uur zuidwaarts rijden. En dat doe ik. Helemaal alleen ben ik niet. Integendeel. Hollandsche auto's met fietsendragers, doodkisten met Oma op het dak en sleurhutten vergezellen mij  (of ik hen, beide reken ik goed) op onze tocht Zuidwaarts. Op zichzelf fijn. Echter, we hebben een verschillend doel.

Dat merk ik maar al te goed als ik na 1,5 uur oostwaarts wijk. Mijn vrienden rijden rechtdoor. Op naar het Zuiden. Koene ridders, dat zijn 't. Hopelijk komen ze onderweg geen geboefte tegen en halen ze hun eindbestemming zonder door struikrovers overvallen te zijn. En anders hoop ik maar dat Dick Turpin (ons Dickie) in de buurt is en hen te hulp zal schieten. Ik kan helaas niets meer voor hen doen.

Ik rijd op een superrustige tolweg. Tussen glooiende akkers en graanvelden. Ik heb enige moeite een vakantiegevoel te onderdrukken.

Na twee uur karren rijd ik een mooi klein na stokbrood geurend Frans dorpje binnen. Beaum la Rolande.

Beaum la Rolande is een mooi slaperige dorpje verstopt tussen glooiende akkervelden en zonnebloemen. De kerkklokken doen waar ze voor ingehuurd zijn. Geen toeristen hier. Only locals. In een cafe neem ik een bak thee en kauw wat Franse zoetigheid weg. Het barmeisje is goed gelukt. Ik mag wel zeggen; erugh goed gelukt! Het uitzicht is mooi. Ik heb geen dorst. Maar neem nog een bak. En nog een. Tja, de hormonen moeten ook wel 's naar de kermis....

Er doemt wel een probleem op. Meerdere zelfs. Om helemaal precies te zijn: vier!

1.   ik wil het kamp vinden
2.   het herinneringsmonument
3. de plaatselijke begraafplaats
4. en het station. Het station waar vandaan de Joden naar Auswitz zijn vervoerd.

Het moet er allemaal nog zijn. Maar waar? Daar vertellen boek en film niets over.

Ik durf het mooie barmeisje er niet naar te vragen. En alle andere locals ook niet. Op deze vredige zondagochtend vragen naar Vel d' Hive..... dat is toch een beetje hetzelfde als een Pakistaan vragen in Abbottabad waar Osama Bin Laden is geliquideerd. En er dan in een adem bij zeggen dat je Amerikaan bent. Of in het overbevolkte F-sidevak van Feyenoord zeggen dat je AJAX supporter bent. Het lijkt me gewoon geen goed idee. Ik durf het niet. Dat is het eigenlijk.

En daarom ga ik maar wat rondrijden. Daar waar het kamp was moet nu een technische school gevestigd zijn. In de nabijheid van de school moet een watertoren staan. Dat moet dan maar het richtpunt zijn. Na vele malen van keren en draaien vind ik de school.

Het is zondag. En vakantie. Dus is het uitgestorven. En het hek is hermetisch afgesloten. Maar hier moet het dus geweest zijn. De school ligt aan de Rue des Desportes (Deportatielaan). Fijn dat ze een passende naam hebben gevonden. En dat ze niet gekozen hebben voor ‘Rue de Republique' of ‘Rue Vive le France'. Met die Fransen weet je het maar nooit. Gelukkig had de plaatselijke-met-straatnamen-belaste-ambtenaar-voldoende historisch besef toen ie de naam op het bordje schilderde.

Slechts honderd meter richting het dorp staat een monument. Een zwart marmeren steen met daarop goudkleurige letters. Een monument met daarop alle namen van de Joden die in het kamp hebben gezeten. Indrukwekkend. Rillingen. Kippenvel. Ondanks de hitte.

Na een half uurtje zijn de rillingen wel verdwenen en zoek ik naar de begraafplaats. Op deze begraafplaats liggen Joden. Waaronder vier kinderen. Zij hebben de ontberingen in het kamp niet overleefd. Zij hoefden niet meer naar Auschwitz......




Het is knoertheet. En de begraafplaats is best wel groot. Ik loop alle stenen af. En nog een keer. En nog een keer. Maar na een vol uur zoeken slenteren en speuren vind ik ‘de' steen niet. Het zweet gust van mijn voorhoofd en op een of andere wijze loopt het zoute vocht via mijn bilspleet naar beneden. Jah...beetje rare lichaamsbouw! Dank u lieve lezer. Ik weet ‘t. Ben me er bewust van. Je krijgt er ook heel lastig vaste verkering mee.... ja lach maar ....heb 't zelf maar 's.....!

Ik keer terug naar mijn auto en pak mijn aantekeningen er nog een keertje bij.

Ik lees dat het een steen is die ingelegd is met kiezelstenen. Een Joods gebruik. Ik loop nog eenmaal terug. En zoek nu gericht. En vindt de steen in vijf minuten.

Ik heb wat bloemen gekocht bij de plaatselijke bloemenzaak (want dat leek me het handigst om ze daar te kopen) en die leg ik bij de steen.     

Mijn laatste zoekspoor is het vinden van het treinstation. Het treinstation waarvan de Joden naar Auswitz vervoerd werden.

Ondanks het kleine formaat van het dorp, vind ik het pas na een zoektocht die ongeveer drie kwartier in beslag neemt. Overal geweest maar net niet daar...... en ja daar nu net precies .......daar ligt het station.

Het ziet er nog uit als een station. Maar nu is het een....... kinderdagverblijf. Strange. Very strange! Een kleine plaquette rechts boven de ingang herinnerd aan het verschrikkelijke gebeuren. Ik denk niet dat veel moeders als ze hun kroost elke ochtend brengen er veel aandacht voor zullen hebben....

Ik loop naar de achterzijde van het station en daar liggen de rails nog. Ongebruikt. Aangetast door de tijd. De weersinvloeden. De tand des tijds. Die hebben hun verwoestende werk gedaan. Maar het ligt er nog. De koude rillingen lopen me bij 28 graden klein nulletje C over  armen en rug.

Ik probeer de route te reconstrueren die men vanuit het kamp naar het station heeft afgelegd. Ze moeten dwars door het stadje zijn gelopen. Via Rue de Roland. En toen over de Avenue de la Gare. Die loopt uit op het station. Het kan niet anders.

Op 5 augustus 1942 vertrokken van hier de treinen naar Auschwitz. Het werd konvooi nummer 5 genoemd.


Het is 16.30 uur. Ongeveer op dit tijdstip komt meneertje, in z'n vrije tijd lekker in de weer met pilletjes en drankjes maar nu serieus fietsende, Wiggens aan op de Champ Elysees. Als winnaar (als is dat natuurlijk nooit helemaal zeker.....iets met pillen, iets met bloedtransfusies....)

Ik realiseer me dat mijn zoektocht ten einde is. Opeens is het over. En uit. Ik maak nog wat foto's. En eet wat in het tegenover gelegen café met uitzicht op het station.

Ik mijmer nog wat na en laat alle ervaringen nog 's de revu passeren. Ik heb zoveel mogelijk het spoor van Sarah gevolgd. De inktzwarte bladzijde van de recente Franse geschiedenis met eigen ogen aanschouwd.

Maar helemaal ten einde is mijn zoektocht niet realiseer ik me. Ik heb de afgelopen jaren best een aantal van die vreselijke kampen bezocht. Maar Auschwitz nog nooit. Verplichte kost eigenlijk. Dus dat ga ik binnenkort maar 's doen.

Lieve mensen. Bedankt voor het meelezen!

Gerrit Pleijter

Het is 4 uur in de ochtend. Ze zijn ons komen halen.
Ik zeg u vaarwel, ik heb spijt van alle pijn die ik u kon
aandoen en alle problemen die ik u heb gebracht.
Weet dat ik van u heb gehouden ofschoon ik het nooit
aan u heb kunnen bewijzen.
Mijn lieve vrienden, ik omhels u allen. Bid voor mij.
Tot spoedig. Uw Edith

(gedicht van een Joodse vrouw die is opgepakt tijdens Vel d'Hive)

Reacties

Reacties

Harriette

Jeetje Gerrit,

Pittig en triest lezen op de nuchtere maag maar goed dat er weer bij stilgestaan wordt. Mag inderdaad nooit vergeten worden!!

Roel

Emotionele roetsjbaan Gerrit, zelfs zonder de hormonen :-))

wederom boeiend om te lezen, net als het verhaal

ciao
ROel

Marcel

Gerrit, fantastisch kun jij schrijven!

één hele grote fout, Feyenoord heeft geen F-side of F-sidevak!! De F-side hoort bij die andere club.

Freek

En toch hebben 'mensen' dit allemaal gedaan. Hoe ziek of gehersenspoeld moet je toch zijn!!

nannie aarts

indrukwekkend mooi geschreven ik heb de film gezien over sarah bedankt dat ik mocht meelezen groetjes nannie.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!