De Lustige Reiziger

BADDAY

Ik sta op (want dat lijkt met gewoon handig, eerst opstaan en dan andere dingetjes doen, in die volgorde, zo doe ik het meestal trouwens en dat bevalt mij het best, andersom kan wel, maar doe maar niet, is een tip, doe er je voordeel mee) en voel me niet lekker. Neeuuh! Not at all. Zelfs. De maag borrelt, het lijf voelt grieperig, gevoelig. De keel schraapt. De neus snuit alle kleuren.

Nie fijn!!

Helemaal niet fijn. En zeker vandaag niet. Want vandaag staat een ruim 80 kilometer lange rit op het program. Die me uiteindelijk moet brengen naar La Paz. Hoofdstad van Bolivia. Met 800.000 inwoners.

La Paz is ook een van de onveiligste steden van Zuid Amerika. Met name voor toeristen. Maar ik heb grote plannen. Want het is ook een mooie stad. En er is veel te doen en te bekijken. Maar goed. Eerst moet ik er nog maar zien te geraken.

Ik start rond 8.00 uur en de weg klimt wat (3-4%) en daalt ook weer wat (3-4%). Goed beschouwd is het een vrij zinloze missie van die weg. Verspilde energie ook. Als ie nou gewoon vlak blijft is er niets aan de hand. En daarbij. Het maakt het fietsleven van een Hollandsche fietser net ff ietsje easier. En de weg zelf hoeft ook niet zoveel moeite te doen. Met al dat gestijg en gedaal. Als ik weg was zou ik het wel weten. Dan ging ik er mooi vlak bij liggen. Dat adviseren ze bij Beter Bed ook. Zo vlak mogelijk blijven liggen. Maar goed. Moet ie zelf weten: die weg. Daar is ie tenslotte mooi weg voor. Of weg van. Van dat stijgen en dalen.

Afin, na een kilometer of 10 draait de weg. Ik draai mee. En zet koers naar La Paz. Helaas voor mij draait de wind niet mee. En die staat nu hard te blazen. In mijn richting. In mijn verkeerde richting dan. Recht op mijn hersenpan (overigens veel meer pan dan ...... maar dit terzijde). Drommels nog an toe. Ik heb nog 70 kilometer te weg te trappen. En de wind staat zo hard te blazen dat ik nog maar in versnellinkie 3 kan fietsen (soms moet ik naar 2 terug.....).

Ik knoert. Ik ploert, Ik zwoeg, Ik zweet. Dit wordt een ware helletocht. En ik voel me best wel ziek eigenlijk. Ik houd me voor dat elke kilometer er een (1) is. Maar ik merk ook dat het steeds langer duurt voordat ik  weer een kilometerkraaltje op mijn telraampje naar rechts kan schuiven. Dit wordt, wat zeg ik, dit is een loodzware dag. Niet fijn!!

Na 30 kilometer afzien. Echt afzien. Val ik Batallas binnen. Ik ben helemaal kapot. Op het centrale plein zitten wat vrouwtjes te kokerellen. Ik eet er een smakelijke  bouillon. En kauw een ondefinieerbaar goedje weg van het niveau: goed binen te houwe. Ik koop nog twee bananen, wat flessen water en een mango.

Het voedsel valt goed. En ik krijg zowaar wat meer energie. Maar dat geldt ook voor de wind. Die heeft kennelijk tijdens mijn pauze nog 's goed nagedacht. En bedacht dat het het leven van dit Gerritje nog best wat zuurder te maken valt. En het toch al niet onaanzienlijke ochtendwinkkrachtje trekt nog maar 's gezellig een paar knopen aan.

Verdomme. Deze rit doet pijn. Ik geniet niet meer van het landschap. De omgeving. Ik let onvoldoende op het verkeer. De scherpte is er helemaal af. Alles is gericht op het halen van de eindbestemming. De ene trap, na de andere trap. Maar het doet echt pijn. En ik voel dat ik door een paar barrières aan het heen fietsen ben. Iets met pijngrens. Iets met uitputting. Iets met verzuring in het kwadraat. Pijn, pijn, pijn!

Ik stop nog maar 's en schil een mango af. En stap weer op. Het lijkt alsof ik iets van energie terugvindt. Maar 15 kilometer voor La Paz is de koek toch echt helemaal verkruimeld. Opperderpop.

Het is druk in de aan elkaar geplakte voorsteden van La Paz. Normaal geniet ik van drukte. Vooral van voorstedendrukte. Maar nu niet. Ik stop bij een benzinestation en ontmoet daar weer de onvermijdelijke toeristen uit hun aricobussen komen rollen. Voor een plaspauze c.q. snackmoment. Ik klets wat met Koreaanse (Zuid) toeristen die, zoals gebruikelijk, weer gezellig met me op de foto willen. die foto gaat vast niet gebruikt worden voor een commercial van energiedranken of – repen. Of juist wel natuurlijk! Na tien minuten gaan ze met gezwinde spoed verder. Op naar de volgende bezienswaardigheid. En ik bestijg mijn trouwe tweewieler. Met iets minder gezwinde spoed. Op zoek naar een slaapplek.

En die is lastig te vinden. Want in deze voorsteden is veel gedoe. Verkeer. Er wordt veel met metaal gewerkt. En men is druk in de weer met andere industriedingetjes. Het wegdek is slecht. En het stof in ruime mate voorhanden stuift (want dat doet stof) in mijn neus en keel. Maar een onderkomen voor een vermoeide en uitgeputte fietser? Daar heeft men vooralsnog niet voorzien.

Ik vraag wat af. Ik bedel hier en daar. Maar overal krijg ik nul op het rekest. Na een uur zoeken en vragen kijk ik vanaf mijn fiets over een ommuurt perceel heen. En ontwaar iets van gras. Daar zou ik m'n tent kunnen opzettten.....

Over een grote zandbult (met vuilnis, karkassen en halfvergane honden) werk ik me een weg richting iets van een deur. Met een vijftal blaffende honden om me heen probeer ik het jongetje dat de deur opendoet te overtuigen van mijn vermoeidheid en dat het grasveldje een unieke mogelijkheid biedt om mijn tent neer te zetten. En.....ik wil er voor betalen. Maar hij weigert. Zijn moeder is niet thuis en hij kan niet beslissen. Helaas. Ik ga naar de buren. Maar die nemen een loopje met me. Eerst kan het wel, en dan weer niet. Veel gelach. Veel geinen. Ze steken de draak met me. Nemen me serieus. Ik neem onvriendelijk afscheid. Ik ben moe. Ik heb een alibi. Maar dat weten zij dan weer niet. En om nu in deze omstandigheden mijn boekje hoe-spel-ik-het-woord-alibi-in-het-Spaans-voor-de-dag-te-toveren.........Ik duw mijn fiets richting de hoofdweg.

Daar komt het eerdere jongetje me weer tegemoet. Hij heeft zich bedacht. En voor 4 Bolivianoos kan ik de nacht doorbrengen. Maar niet in een tent. Maar in het schuurtje. Ik vind het best. At this point: I'll find alles best.

Nadat ik mijn fiets met enige moeite weer over de vuilnis naar binnen heb gewerkt en me zo goed als geïnstalleerd heb komt er een kink in de kabel. Moeders heeft gebeld en heeft haar toestemming ingetrokken. Domme!! Ik moet m 'n hele spulletje weer in- en oppakken en het terrein verlaten.

Instortingsgevaar!! Dat punt heb ik bereikt inmiddels.

Ik fiets met een slakkengangetje verder en hoop op iets van een hostal of zo. Na een zevental vruchteloze pogingen (het is inmiddels 19.00 uur), en bijna donker, ik heb acht uren netto gefietst) ontwaar ik een hotel. Ze hebben plek. Ik betaal. sjouw m'n tassen en fiets naar de vierde verdieping. En ga liggen.

En blijf liggen. Wat een kutdag!!!!!!

Ik weet niet of u plannen had. Voor een feestje of zo. Maar haal de slingers nog maar even niet voor de dag. Laat ook dat balonnenopblaasding maar onder in de kast liggen, including the baloons. En snijd de taart nog maar even niet aan. Zet maar in het koelvak.

Voor later misschien!

Hasta Leugo.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!