De Lustige Reiziger

TOK

Het is een uurtje of zeven. Des s' ochtends.

Ik neem vijf slokken sinaasappelsap. Heerlijk spul. Daar zal ik het voorlopig mee moeten doen. Daar zal ik mijn kilometertjes mee rond moeten trappen. Er zijn namelijk geen eetvoorzieningen in dit dorpje. Ik zal mijn ontbijtje moeten uitstellen.

Ik breek mijn tentje op. Pak het hele zaakie in. En begin te fietsen. Ik moet al snel de strijd staken. Voor even. De handschoenen moeten aan. Het is maar 6 klein nulletje C, Mij is al verteld dat hoe zuidelijker ik zal gaan hoe lager de temperaturen zullen zijn. En die voorspelling begint zich langzaam te bewijzen.

De weg stijgt wat. Daalt wat. En mijn grote vriend 'de wind' is ook weer van de partij. Gelukkig maar. Zonder deze 'vriend' zou het maar een saaie bedoeling zijn. Maar hij is nogal nadrukkelijk aanwezig. Hij waait. Hij woeit. Hij stuift. Hij wuift. Maar nooit vanuit de richting die ik graag zou willen.

Gaandeweg wordt het weer lekker warm. En kunnen de handschoenen en de laagjes kleren weer onder mijn fantastische netje dat ik over mijn achterassen heb gespannen. Dat netje is een uitkomst. Ik hoef dan niet steeds mijn fietstassen te openen. Maar prop de zooi gewoon onder mijn elastische netje.

En ik smeer meteen maar weer met zonnebrandcrème. Want zonder die meuk verbrand ik alive. Halverwege de dag is de temperatuur al weer opgelopen tot een graadje of 28 (s' Avonds daalt de temperatuur tot dichtbij het vriespunt, althans dat verteld men mij, ik ga het natuurlijk niet zelf checken, ik heb wel betere dingen te doen......tuurlijk....je dacht toch niet dat.......).

Na 15 kilometer openbaart zich een oase aan de horizon. Ik kan het bijna niet geloven. Ben oprecht verrast. En eerlijk gezegd ook wel een beetje blij.

Uit het niets staan er opeens drie hotels/restaurants langs de weg. Ik stop. Loop naar binnen  en stal mijn fiets ook binnen op een plekje waar ik 'm in het oog kan houden. Niet veel later zit ik achter een bak anijsthee. En twee broodjes gebakken Huevo (ei). Tjonge, daar had ik in de verste verte niet op gerekend. Wat komt me dit goed uit. Naast het restaurant zit een winkel waar ze alles verkopen. Ik sla ruim in. Mijn ervaring in Bolivia is dat als je eenmaal zo'n plek hebt, dat dan de eerste 100/150 kilometer er weer ff niets is waar je alles is.

Ik fiets verder. Maar nu met een volle maag. En dat fietst toch net ff fijner.

Er wordt hard aan de weg gewerkt. En regelmatig veranderd het asfalt in een puinbaan. En omdat er ook nog wel 's wat water uit de hemel valt, veranderd zo'n puinbaan in een kleiige glijbaan. Leuk voor the kids. zo 'n attractie. Maar voor mijn betekend het dat ik me behoedzaam moet voortbewegen teneinde niet in een kleimannetje te veranderen. 

Rond 15.00 uur geraak in het dorpje Sica Sica.

Ik overweeg om door te fietsen. Maar navraag of er in het volgende dorpje ook iets van onderdak is leert me ........ tja, leert me eigenlijk niets. De meningen zijn namelijk nogal verdeeld. Het ene kamp zegt dat er wel een Alogimento is. Maar weer anderen bezweren me dat er niets te vinden zal zijn (de laatste groep blijkt bij nader inzien gelijk te hebben....). In Sica Sica is zeker wat te vinden. Daarom blijf ik plakken.

In het Alogimento San Pedro (hopelijk geen depedance van de gevangenis) wordt mij een kamer aangeboden voor 25 Bolivianoos (2,5 euro). Een zeer eenvoudige kamer. Met doorzakbed. Ik denk speciaal gemaakt voor mij. De douche zou warm zijn. Maar dat wordt altijd beloofd. En dat kan ik me hier bijna niet voorstellen. Maar eerlijk is eerlijk. Als je alleen de 1e minuut in beschouwing neemt. Dan is het zo. Vanaf minuut 2 wordt het lauwwarm. Vanaf minuutjenoemero 3: ijs en ijskoud. De uitbaters zijn overigens allervriendelijkst. En dat verwarmd het ijslichaam enigszins........

Ik heb wat reparatiewerk aan mijn fiets te verrichten. Gedurende een paar dagen is er iets van een schurend aanloopgeluid. En dat is niet helemaal hoe de fietsontwerpende verkoopboer het ooit bedoeld heeft. Dat aanlopen moet 'm ergens in zitten. Het kost me toch al snel anderhalf uur sleutelen voordat ik het euvel verholpen heb.

Het zou een zeer rustig nachtje kunnen worden hier. Ware het niet dat een deel van de mannen die aan de 250 kilometer lange weg van La Paz naar Orouro werken er ook hun onderdak vinden. En dat onderdakvinden schijnt niet helemaal zonder het gebruik van enige alcoholische versnaperingen gepaard te kunnen gaan. Nog steker. Helemaal niet zelfs. En hoe later de avond.......

Ik eet voor de verandering als diner maar weer 's: kip met patat.

Toooook, tok, tok, tok tok tok.............

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!