De Lustige Reiziger

Brasso

Ik ben van mijn vooraf uitgedachte en oorspronkelijk voorgenomen reisplan afgeweken. Het was geen doen meer.

Als ik de weersvooruitzichten voor deze regio voor de komende dagen mocht geloven (en waarom zou Allah mij verkeerd voorlichten?, ik ben immers een zieltje dat nog winbaar is) dan blijft de wind onverminderd van kracht. En hij waait ook nog `s de verkeerde kant op. Alothans voor mijn dan. Als je de kant op wil waar de wind ook naar toe waait dan is het alles behalve de verkeerde kant. Dan zou je het met gemak de goeie kant kunt noemen. .

Maar goed. Ook de temperatuur, zo is de verwachting, blijft van het leveltje: snijdend koud. Tja, we zitten op hoogte. En ik zit hier midden in de Marokaanse winter. En dat zal deze doorgaans vrolijke flierefietsfluiter weten ook. Maar goed. Winter of geen winter.Het moet natuurlijk allemaal wel leuk en fietsbaar blijven,

Tijd voor een strijdplan dus.

Ik heb mijn plannen om verder Oostwaarts te fietsen laten varen. Voorlopig. En voorlopig is dat een beetje jammer. Voorlopig jammer. Omdat ik voorlopig een paar interessante plaatsjes links van het oosten laat liggen. Maar ik hoop deze plaatsjes in het vervolg van deze reis voorlopig nog wel weer aan te doen. Voorlopig dan.

Ik heb in al mijn wijsheid heb besloten om me in twee dagen tijd af te laten zakken naar het zuiden. Richting de Algerijnse grens. Richting de Sarhara. Richting Tata.

En ik kan u zeggen: dat is gelukt. Ik ben de stad Tata binnengerold. Hier schijnt de zon weer. Hier waait het nauwelijks. En hier ga ik proberen mijn krachten en fietsplezier weer snel te hiervinden.

De afgelopen nacht heb ik doorgebracht in een Nomadentent. Op een soort van ecologische gestoelde camping. Ik mag graag overnachten op dit soort bijzondere plekken. Gewone plekken zijn er al genoeg. Daarom heten het ook gewone plekken denk ik.

Vanaf hier ben ik voornemens om de meest zuidelijke weg te nemen die er te nemen is in Marokko. Deze weg  loopt langs een bergketen (Djeble Bani) over een lengte van 265 kilometer. Niet ver van de Algerijnse grens. De reden dat deze weg niet in mijn oorspronkelijke reisplan voorkwam was dat deze weg mij enige schrik aanjoeg.

Het is een lange hete weg. Met weinig voorzieningen on te way. En al teveel informatie heb ik over deze weg niet kunnen vinden. En precies aan het begin van die weg sta ik nu. Om m`n tanden in te zetten. Om de hand aan de ploeg te staan. Om aan te vallen. Om...... afin, u heeft inmiddels wel door dat ik op het punt sta om op te stappen. En deze desertroad te gaan bedwingen.

Na 35 km fietsen komen mij twee Nederlandse fietsers tegemoet gereden. We kletsen een half uurtje. Wisselen wat routeinfo uit.  En nemen hartelijk afscheid. Zij hebben de weg gefietst die ik wil gaan. Het geeft me wat meer vertrouwen dat ik deze etappe`s tot een goed einde kan brengen.

De weg is werkelijk prachtig  Er is nauwelijks verkeer. Een enorme bergwand vergezeld me de hele tijd. De zon schijnt naar hartelust. Het asfalt stijgt een beetje. Om daarna weer een beetje te dalen. Daarna weer te stijgen. En overmijdelijk. Ook weer te dalen. Om daarna weer een beetje te stijgen. En daarna daalt het dus weer een ietsje. Dan loopt ie weer iets op. En daarna weer een ietsje af. En eigenlijk is dat maar goed ook. Dat oppen en affen. Want als een weg alleen maar af loopt. Dan fiets je verdorie zo je eigen graf in. Hoeven ze de kist alleen nog maar dicht te spijkeren. En klaar is de Keeskist. 

En wanneer een weg alleen en uitsluitend oploopt. Dan komt je voorwaar in de hemel terrecht. Voor sommigen van u is dat misschien een ultiem doel. Maar voor mij niet.

Ik heb namelijk gehoord. Er wordt gefluisterd. Ik heb horen zeggen. Vrome tongen beweren dat er in de hemel heel veel zilveren kandelaren, bestek en meer van dat blinkende spul staat. Ik ben een beetje vergeten waar het precies staat in de bijbel. Maar u bent vast meer bijbelvast dan mij. Ik hoor het graag. Maar het staat er echt.

En het lijkt me knap klote dat ik daar dan aan kom met mijn fietsje. Knettermoe en bezweet van het vele en constante klimwerrk. En dat dan een of andere profeet met een poetsdoek. En brasso. Klaar staat. En dan tegen mij zegt: `welkom Gerrit, goed dat je er bent, doe je fietshelmpie maar af, hier heb je een poetsdoek, begin maar `s lekker met poetsen. Ik kom over een jaar of tien wel kijken hoe ver je gevorderd bent`. Dat lijkt me echt helemaal niks. Altijd aan een afkeer van dat gepoets gehad. Ik ga nog liever naar de hel. Daar schijnen ze geen brasso te hebben.

En daarom vind ik het fijn dat wegen oplopen. En daarna we aflopen, en weer oplopen en .........

Afin.

Jammer genoeg is de asfaltlaag die ik mag befietsen afgewerkt met een erg grove split waardoor mijn banden niet lekker rollen. Ik heb een licht tegenwindje. En die combi maakt dat ik toch nog behoorlijk aan de bak moet.

Na 76 km fietsen rol ik tegen vieren het plaatsje Tissint binnen. Ik wordt meteen aangehouden door de plaatselijke politie en moet mijn paspoort afgeven. Dat doe ik nooit. Mijn paspoort afgeven. Dus geef ik aan dat ik graag met paspoort en al mee naar binnen ga om de gebruikelijke plichtplegingen zo beleefd en gedulig mogelijk af te werken. Want eh.... don`t fuck with te Maroccon Police. Of beter gezegd: De Marokaanse politie laat niet met zich fucken. Sowieso niet. Maar zeker hier niet. Zo dicht langs de Algerijnse grens.

Marokko en Algerije leven nl in onmin met elkaar. Dat is al geruime tijd aan de gang. En dat heeft er tot geleid dat het onmogelijk is om van het ene naar het andere land te reizen. De grens (over land) zit potdicht.

De oorsprong van dit grensconflict is een stuk land dat groter is dan het gehele Verenigd Koninkrijk. Het heeft een lange kustlijn. En een vijandige woestijn.  Dat zit zo.

Ooit was dit stuk grond een Spaanse Kolonie. In 1975 waren de Spanjaarden het zat. Ze namen alles mee (zelfs de doden) en gaven alles aan Marokko en Mauretanie. Aleen hebben ze dat niet helemaal fijntjes geregeld.

Het gebied viel namelijk wat tussen wal en schip. De circa half miljoen inwoners noemden zich Sahawarwi`s. Ze zijn noch Mauritaans, noch Marokaans. Ze willen geen van beide zijn. ze noemden het gebied Polisario. En begonnen een guerrillaoorlog en behaalden sucessen op de Mauritaniers. Die zich daarop wijselijk uit het conflict terugtrokken. De Marokanen niet. Die bleven en bijven standvastig. De Swahari`s worden financieel en materieel ondersteund door de Algerijnse regering. En daar zit `m precies de kneep waar het gaat om de spanning die er tussen Marokko en Algerije heerst.

De VN heeft een tienjarig staaks het vuren afgekondigd. En dat wordt door beide partijen eerbiedigd. En dat is voorlopig ook het enige positieve dat er te melden valt.

U vraagt zich misschien af waarom dit stuk land zo belangrijk is. Navraag leert dat dit stuk land begeert wordt vanwege de belastinginkosten en nog belangrijker: de grote hoeveelheden fosfaat die de bodem rijk is. Fosfaat wordt gebruikt voor landbouwdoeleinden.

Grens-gedoe dus.

Hoe dichter je bij deze strook land (de Westelijke Sahara) komt. Hoe strenger de controles. De politie deinst er niet voor terug om je fototoestel in te nemen en door je foto`s te bladeren (is me al twee keer overkomen). En dan kan je maar beter geen telefoon- of tv masten hebben gefotografeerd. Of bruggen. Of militaire basissen. Of agenten in functie. Houden ze niet van.

Tijdens dit interview wordt mij wel vier keer gevraagd of ik journalist ben. Dat is een woord dat je absoluut moet vermijden: journalist. ` Nee, Monsieur ik ben designer off historical Gardens`. Je kunt er in principe het land voor uitgezet worden. Of op z`n minst wordt het leven je zuur gemaakt. En ander te vermijden woord is dus: Algerije. Daar houden ze hier helegaar niet van.

Ik ben altijd zeer beleefd tijdens deze politieinterviews. Die doorgaans een half uurtje in beslag nemen. Voetjes op de grond. Knietjes onder een hoek van 90 graden. Handen in de schoot (jah, zo zag u Gerrit nog  nooit!!). Antwoord ik  geduldig. Glimlach veel. Dat werkt het beste. Meestal nemen de politiechef en ik in goede harmonie afscheid. Zo ook nu.

De politiechef adviseert me een hotel. Er is er eigenlijk ook maar 1 in het hele dorpje te vinden. Ik neem er mijn intrek. Was m`n kleren. En val (zeer waarschijnlijk, want je weet het nooit helemaal zeker ) in een diepe slaap.

En droom van Brasso. En poetsdoeken. Ik heb geen idee waarom. 

Etappe Tata- Tissint

75 km

Reacties

Reacties

Roel

Tatata ;-)

roel

gelukkig heb je de politie geen poets hoeven bakken ;-)
geniet van de welverdiende rust

ouwe poetsen bakker
ciao
Roel

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!