De Lustige Reiziger

Eventjes

Na het inmiddels gebruikelijke ontbijtje – bestaande uit twee wit gekleurde naar klef smakende broodjes. Ei. En de hiermee onlosmakelijke verbonden en onvermijdelijke groene peper -  naar binnen te hebben gewerkt. Hang ik onder een overweldigende en vooral starende menigte alle tassen weer aan mijn fiets. Stap op. En verlaat, tegen negenen, met een goed gevulde maag het dorpje Debre Sina. 

Kort voor mijn vertrek uit dit dorpje had ik een gesprek met medewerkers van de UN en Unicef. Ze hebben ook in Debre Sina overnacht. En ontbeten in hetzelfde hotel als ik. Ze vertellen over de staat van Ethiopie. En over het werk dat ze doen.

Ze werken o.a. aan een schoon drinkwater-programma, het verbeteren van educatie en het optimaliseren van een Nationaal gezondheidszorgprogramma. Ze vertellen dat ook Nederland financiele steun verleend. Ze spreken hun waardering uit en hopen dat Nederlandse overheid ook in de toekomst blijft bijdragen. En nadat ik hen heb beloofd de boodschap persoonlijk aan meneertje Wilders door te spelen, opdat die dan nog tijdig - voor de aankomende verkiezingen - zijn partijprogramma kan aanpassen neem ik afscheid. En wens ze veel geluk.

De afgelopen dagen heb ik vele voorbeelden gezien van het goede werk dat de medewerkers van deze organisatie verrichten. In dit land is hulp en ondersteuning van levensbelang.

Ethiopie scoort hoog op de lijst van armste landen. En de resultaten die verantwoordelijk zijn voor die score trekken dagelijks aan mijn ogen voorbij. Ik registreer ‘t. Sla het op. En maak vertaalslagen. Naar mijn eigen leven. En stel mezelf de vraag: wat draag ik bij om het leed van de allerarmsten te verlichten?

In ene schiet mij een songtekst te binnen van de helaas te vroeg overleden zanger van The Scene. The Lau (waarvan ik tientallen concerten heb bijgewoond, toen hij nog leefde, dit laatste detail wil ik niet onvermeldt laten). Hij beschrijft in het lied 'Rode Aarde' in een paar zinnen wat ik al dagen loop te bedenken. Het toeval of het geluk (kies zelf maar) van geboren te zijn in net dat ene fijne (Neder)landje waar de meeste dingen wel fijn georganiseerd zijn.  

Edelman of bedelman

Het zal je kind maar zijn

De sterrenhemel leert

Verschil is klein

 The Lau, Rode Aarde

De eerste 30 kilometer hoeven de trappers niet rond. Het gaat alleen maar naar beneden. Ik moet van tijd tot tijd even stoppen om de kramp uit mijn remvingers te laten vloeien. Het gaat best hard naar beneden. En ik moet opletten om niet in de flinke gaten die het wegdek rijk is terecht te komen. En als er geen gaten zijn. Waar ik voor uit moet kijken. Dan zijn er wel bulten. 

In de dorpjes zijn in het asfalt over de volle breedte van het wegdek, heuveltjes aangebracht. En daar kan je ook maar beter voor remmen. Anders word ik de eerste fietser die vanuit Ethiopie naar de maan wordt gelanceerd. En in dat geval zou onze Neil Amstrong daar, met terugwerkende ruimtepakkracht, nog een fijn maanpuntje aan zuigen.

Gisteren fietste ik nog op een hoogte van ruim 3200 meter. Ik ben nu afgedaald naar 1200 meter. En dat is te merken.

Er verandert veel. Het landschap wordt droger. En het wordt serieus warmer. Mijn temperatuurmeter tikt 35 graden aan. En daar hoeft ie verdomd weinig moeite voor te doen. Schaduw is een schaars verkrijgbaar goedje. Graanvelden maken plaats voor verdorde akkers. Kamelen beheersen het straatbeeld opeens. Ik kom zelfs in een heuse kamelenfile terecht. Daar heb ik een grappig filefilmpje van gemaakt: https://youtu.be/kNMTk-LR_18 (duur: 37 seconden).

Het ziet er hier armoediger uit. Waar er voorheen nog enkele uit beton opgetrokken huizen waren te zien, zijn er hier veelal rieten hutjes.

 

En er verandert nog wat. De jeugd wordt opdringerder. Vervelend zelfs. Tot aan aggressief toe. Als ze me zien aankomen begint het feest (voor hunnie dan, niet voor mij). Ze komen van heinde en ver aangelopen. En beginnen te roepen: YOU YOU YOU!!. GIVE ME MONEY!!!. GIVE ME PEN!!!

Ze rennen kilometers met me op. ‘Geen wonder dat die Ethiopiers zo snel zijn op de marathon.’ En dat onder voortdurend geroep en geschreeuw: YOU YOU YOU!!!! MONEY MONEY MONEY!!!! Als ik het ene groepje heb afgeschud. Dient het volgende roep-en-mee-hol-team zich al weer aan. Zo aan het begin van de dag kan ik het nog goed hebben. Maar als de krachten wegvloeien merk ik dat er een stevig beroep gedaan wordt op mijn incasseringsvermogen.

 

Na 40 km houd ik een goeie rustpauze. Eet en drink wat in de buurt van een nagenoeg drooggevallen rivier. Waar mensen hun was doen. En kleden te drogen hangen aan de brug.

En raak in gesprek met een man die werkzaam is in de Agrarische sector. Hij verteld me dat ik in het droge deel van Ethiopie verzeild ben geraakt. Hier is het minder vruchtbaar dan op de hoger gelegen gedeelten. Ook in de regentijd (die net achter de rug is) regent het hier minder. De mensen hier moeten met minder toe.

Ik zet koers naar Sembete.

Het wegdek is niet helemaal vlak en ik stijg steeds 1 a’ 2 procent. Valt plat. En daar ben ik geen groot liefhebber van. Dat je niet ziet dat je stijgt, maar het wel voelt. Daar gaan de benen juist pijn van doen. Ook de hier heersende hitte speelt me parten. Ik sla veel water (ik ben het maar Ethiopisch bier gaan noemen) naar binnen. Maar voel dat er meer vocht uitgaat dan ik er bij kan drinken.

Aan het einde van de middag bereik ik versleten en wel het dorpje Sembete. Ik ben moe, erg moe, hartstikke operderpop. En dan, dan, blijkt het plaatsje geen hotel te bezitten. Damned. Mijn tent opzetten is onmogelijk hier. Voor een hotel zal ik nog 10 km. verder moeten. Eigenlijk heb ik er de energie niet meer voor. Maar ik zal wel moeten.

De eerste 5 km gaan omhoog. De meeste van die kilometers leg ik lopend, steunend, rustend en water drinkend af. En tussendoor moet ik de opdringerige kinderen van me af zien te houden. En die combinatie van factoren vallen me zwaar. Het is afzien onder een zon die nog steeds een temparatuur van 35 graden produceert. Gelukkig gaat het na 5 km. naar beneden tot in Ataya.

In Ataya vind ik een hotel. Ik leg mijn lichaam te rusten op het bed. En kom tot een conclusie. Er is vandaag teveel van lichaam en geest gevraagd. Ik voel ‘t. En besluit ter plekke om morgen een rustdag in te gelasten. 

Even bijkomen. Even bijtanken.  Even de schrale billen van wat vettige zalf voorzien. Even wennen aan de nieuwe 30 plus temperaturen. Even de benen iets anders laten doen dan rondmalen. Even wat mangootjes en sinaasappeltjes naar binnen persen. Even lichaam en geest de ruimte geven om 1 week Ethiopie te verwerken.

'Its quit an experience my Friends!'

 Etappe: Debre Sina - Ataya

Km: 85

Reacties

Reacties

Roel

Gerrit,

heftig balen man al dat opdringerige gedoe.
je schrijft het netjes op, maar kan me voorstellen dat de ergernis op het eind van de dag groot is. Mooi stukje tekst ook van The

Hopelijk doet de rustdag je goed
slaap en mangose voorzichtig

Sandra

Poeh, ik voel de moeheid als ik het lees! En dan die rotblagen!!! Maat ja, dit is echt door ons westerlingen zelf gecreëerd. Zij weten, blank is geld!!!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!