De Lustige Reiziger

DriekwartierKoot

De ingelaste rustdag van gisteren was er 1 van grote noodzaak. Ik was moe.
 

Gisterochtend  heb ik de wervelende zondagmarkt van het naburige dorpje Senbete bezocht.

'Een hele ervaring.' Allereerst omdat ik de enige NIET Afrikaan was die de markt bezocht. En daarom naast bedden, kamelen, kleding en heel veel andere spullen een bezienswaardigheid op zichzelf was.

Zelden ben ik me zo bewust geweest van mijn huidskleur. Het was verzengend heet. En ik ging ik bijna van mijn stokje van de hitte. Bij gebrek aan iets van schaduw dronk ik wat flessen water leeg. Om de vochthuishouding een ietsje tegemoet te komen. Maar jeetje: 'wat was het stoffig heet zeg!!'.

Daarbij werd ik wat lastig gevallen door jongelui die zo'n witman maar wat interessant vinden. Iets te interessant wat mij betreft. Na een anderhalf uur ronddolen had ik wel gezien. En ben ik teruggekeerd naar het hotel. En om iets preciezer te zijn. Naar mijn bed. Bijkomen. Afkoelen. Pas halverwege de middag begon ik me weer een ander mens te voelen.

 

Tijd om naar de kapper te gaan.

In Ethiopie vind je kappers in een met golfplaten bezet schuurtje (alles is hier trouwens met golfplaten aan elkaar gebakken). Ik nam plaats en ik kreeg zo'n wit boordje om mijn nek gevouwen. Net iets te strak. Of het nu door de witte-boorden-opgeknoopte-ademnood kwam. Ik weet 't niet. Echter. Hier zo zittend en naar adem happend gingen nwillekeurig mijn gedachten uit naar kapper Koot.

Al vanaf dat ik een heel klein Gerritje was werd ik gekapt door kapper Koot. Waarom? Mijn vader werd er ook geknipt. Daarom ging ik ook.

Kapper Koot zetelde in Oldebroek. En dat was toch gauw drie kwartier fietsen. Kapper Koot was van de oude stempel. Hij nam de tijd. Of je nu kaal was.  Een gereformeerde scheiding. Of een Hervormd bromfietshelmkapsel. Of een Katholieke misbruik Coupe. Of een Hollandsche bos met krullen. Zoals ik. Hij knipte je drie kwartier lang. En onder het knippen rolde het ene dorpsverhaal over het andere. En buitelde de ene roddel over de andere heen. Kapper Koot was eigenlijk meer verteller dan kapper.

Ook kapper Koot vouwde een wit boordje bij me om. Vroeg hoe ik geknipt wilde worden (goed uitdunnen, ik had geen idee wat dat was, maar dat was opdracht van mijn moeder). En dan begon ie te knippen. En te vertellen.

Ik was er beducht voor om vier of vijf knipwachtenden voor me te hebben. Reken maar uit. Vijf maal drie kwartier. Plus de drie kwartier die hij met mij bezig was. Dan was je meer dan een halve zaterdag onder de knippannen. Daarom fietste ik al om 6.30 uur weg van huis. En stond ik uiterlijk 7.15 uur bij kapper Koot op de stoep. En dan was het nog drie kwartier wachten. Zomer en winter. In weer en wind. Maar IK was de eerste. Altijd! Niemand was zo gek om drie kwartier van tevoren op zijn stoep te gaan zitten.

Kapper Koot knipt nog steeds. Minder frequent. Hij heeft zijn schaapjes op het droge geknipt in al die jaren. Maar toch knipt ie nog. Enkele jaren geleden ben ik nog een keer gegaan. Gewoon omdat ik langs kwam. En omdat hij op dat moment klantloos was. En omdat mijn haar er aan toe was. En omdat ik een sentimentele ouwe lul aan het worden ben. Gewoon om herinneringen op te halen. En gewoon om het Oldebroeker dorpsleven nog ‘s door te nemen. Drie kwartier lang. Hij neemt er nog steeds de tijd voor. Slow knipping! Heerlijk!!!

Kapper Koot moet voor altijd blijven knippen. En vooral. Vertellen.

En ook nu ga ik dus netjes gekapt en met herwonnen energie op pad.

De eerste kilometers stijgen lichtjes. En daarna gaat het weer wat naar beneden. Op 10 kilometer staat een lelijke puist om me te wachten. Het duurt - ook hier weer - drie kwartier voordat ik ‘m bedwongen heb. Kapper Koot heeft er vast de hand in gehad. Zijn geest waart overal.

Maar voordat ik echt op de top ben krijg ik weer te maken met onze gezellige Ethiopische belhamels. Ze toeteren in mijn oren. En rennen kilometers met me op. En hun aantal neemt hand over hand toe. Bergop kan ik ze absoluut niet afschudden. Ik blijft stoicijns. Wordt niet boos. Ben niet blij. Ik trap gewoon door. Reageer nergens op. Maar dan ook nergens. Eenmaal boven schakel ik een tandje bij. En ben snel van ze af. Tot de volgende heuvel zich aandient. Dan wordt er weer een belhamelblik open getrokken.

Ik heb mezelf, gisteren op mijn rustdag, ‘s even vermanend toegesproken. 'Ik laat mijn fietsplezier toch niet door die kwajongens vergallen. Ben je mal.' Naarmate ik meer naar het Noorden kom zal het belhamelgehalte qua hevigheid alleen nog maar toenemen. Zelfs stenengooiende kinderen zijn daar niet uitgesloten. Ik heb mezelf beloofd niet boos te worden, maar gewoon te doen waarvoor ik gekomen ben. Fietsen en genieten van Ethiopie en alles wat het te bieden heeft. Incluis the money roepende en meerenende kids.

In deze streken noemen ze me TOERKIE!!

En dat komt omdat er paralel aan de weg die ik rijd een nieuwe spoorlijn wordt aangelegd. Die spoorlijn gaat Addis Abeba met het Noorden verbinden. Of andersom. Dat ligt er aan in welke trein je zit.

Afin. Die spoorlijn wordt aangelegd door een Turkse firma. Als de kinderen, maar ook volwassenen, een ander iemand zien dan een Afrikaan dan wordt ie automatisch geascocieerd met de Turkse aannemer. Vandaar TOERKIE!! Ik zelf kan de relatie maar lastigjes leggen tussen een Turkse aannemer die met steentrucks af en aan rijd. En ik. Simpele fietser. 'Ze zullen toch niet denken dat ik in mijn fietstassen stukken steen vervoer en die..........'!

 
Na 20 kilometer stap ik af. Vouw mijn stoeltje uit. Eet een banaan. Een sinaasappel. En een half klef wit broodje met pindakaas. En dat alles onder het toeziend oog van een toenemend aantal kwekkende vrouwen die mij geweldig interessant vinden. Echt tot rust komen doe ik niet. En daarom stap ik maar weer op.

De route glooit verder zonder echte hoogte- of dieptepunten. Qua wegdek. Ik passeer van tijd tot tijd een dorpje. Het enige dat opvalt is dat het weer wat vruchtbaarder wordt. Het is met 34 graden ook net iets minder warm dan (eer)gisteren.

 
Na 59 kilometer kom ik aan in Kemesi. Een dorpje verder dan ik vooraf had bedacht. Ik check in bij het leukste en schoonste hotel tot nu toe.

Dit was een fijn dagje.

Etappe: Ataya - Kemesi

Km: 59

 

Reacties

Reacties

Roel

Geknipt en geschoren Gerrit, en dan weer lekker op weg, slalommend langs de belhamels.

Gelukkig mooi weer en vol herinneringen aan je eigenste kapper Koot
Mooie dames wel hoor, die eet toeschouwers.

Trap en knip voorzichtig
ciao

sandra

Wat een prachtige foto's weer, Gerrit!!! En ik geniet van jouw verhalen!

Lida

Erg leuk om jouw belevenissen te lezen.
Mooie foto's!
Ik verheug me alweer op je volgende verhaal.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!