De Lustige Reiziger

Marktplaatsje

Tegen - negenen des ochtends - wordt er aangebeld.

Plaats van handeling: het appartement waar ik de laatste nacht in Tunesië doorbreng. in het plaatsje Hergla. Waar ik gisteren fietsend ben aangekomen. 

Het blijkt de verhuurder van het appartement te zijn. Met nog wat mensen. 

Ze komen huisraad halen. En wel uit de ruimte waar ik nu verblijf. “Ik zal toch wel netjes de huur betaald hebben? Krijg ik hier te maken met een recent door de Tunesische regering opgelegd uitzettingsbeleid jegens fietsers? Alle Hollandsche fietsers het land uit! Deze in het bijzonder”!

“Geen idee”.

Voor ik het goed en wel in de gaten heb. Verdwijnen bank. Bed. Wat stoelen. En een kastje. Een ‘marktplaatsje’ zo lijkt het. Dus eh.....even samenvatten. terwijl ik nog in het appartement zit, wordt een deel van de huisraad opgehaald. Een kort moment maakt zich een bescheiden vorm van verbijstering van mij meester. Maar als snel tover ik een glimlach om mijn mond. En help de mensen nog een ietsje sjouwen ook. Ik kan er eerlijk gezegd de humor wel van inzien.

Er blijven nog 2 stoelen achter. En ik heb er toch maar 1 nodig. Althans ik kan, dankzij mijn diëtiste, er toch maar op 1 tegelijk zitten. Dus daar kan ik moeilijk een probleem van maken. Er blijft een plastic soort camping tafeltje en dito stoel staan. Daar zitten mensen aan de Spaanse kust op hunnie camping ook weken op. Dus ja. Wat zal ik moeilijk doen voor dit korte dagje dat ik hier nog zit. 

Er blijft nog wel een matras liggen. Dat is wel fijn. Daar kan ik nog even wat vooruit rusten/slapen. Want ik ga een nachtje overslaan. Ik vlieg namelijk in de nacht en komt zondagochtend in alle vroegte aan op Schiphol.

                                                        Klaar voor vertrek

De kartonnen doos - die op de heenreis flink beschadigd was geraakt en waar mijn fiets in het vliegtuig vervoerd moet worden - heb ik gisteravond met vier (!) rollen ducktape weer enigszins in het oorspronkelijk model weten te boetseren. Maar als je zeg dat de doos stijf van de ducktape staat - en daardoor geen kant mee op kan -  keur ik het antwoord ook goed.

De fiets is (deels) gedemonteerd en reis gereed gemaakt. Het neemt al met al zo’n vijf uren in beslag. Ik heb er de hele dag voor ingeruimd. En met een lekker muziekje op de achtergrond gaat het eigenlijk heel relaxed.


Lieve mensen.

De dag die je wist dat zou komen, is gekomen. Dit is het einde van fietsreis door Tunesië

Het was een mooi terugzien. Met Tunesie. Na ruim 30 jaar! Toen met een vierwielaangedreven jeep. In een ander leven.  Nu op een door mijn benen aangedreven tweewieler. In het leven dat ik nu leid.

Ik prefereer het laatste.

Ik heb iets van 700 kilometer gereisd. En heb daarvan 50 kilometer ‘ gesmokkeld’. Op fietsdag vijf kreeg ik te maken met lichamelijk ongemak. Waardoor een extra rustdag noodzakelijk werd. Een dag later heb ik me 50 kilometer verderop laten brengen door een pick-up truck. En ben toen weer - op eigen kracht - verder gefietst.


Ik val u nog lastig met wat foto’s die het weblog tot nu toe niet gehaald hebben. Maar die wellicht toch de moeite van het bekijken waard zijn.





O ja, er heeft zich nog iets van een unicum voltrokken dit weblog. Roel was 1 keertje (!) niet de eerste met het geven van een reactie. Maar zonder gekheid: dank voor het meelezen en reageren. Het is dan toch dat je niet helemaal alleen reist.








Tot een volgende fietsreis!


Gerrit

Slakkenreus

Ik kan me niet herinneren ooit zo’n lelijk een stad te zijn binnen gereden.

“Gaat het goed met je Gerrit”? 

Prima lieve en ook wel enigszins aandachtige en betrokken lezer. Maar tis hier gewoon ff niet zo mooi. Veel industriegedoe. Electricteitsdingetjes. Brandstofopslagmeuk. Een vliegveld. En een brede, drukke hectische weg. Waar het als Hollandsche fietser goed oppassen is om niet van de sokken gereden te worden.

Zelfs bij het opdraaien naar de boulevard richting de medina van Sousse kan het me allemaal nog niet bekoren. Als dit het pareltje van de Sahel moet zijn, dan kan dat pareltje nog wel een flinke poetsbeurt gebruiken. Ruk maar een flinke lading poetsdoeken en liters Silvo aan.

Het is zo onaangenaam lelijk dat ik er geen foto’s van maak. In plaats daarvan krijgt u van mij een glaasje (Fabeltjeskrant) grenadine. Althans, dat kan je er van persen: een granaatappel, die hier zo langs de weg groeit......

De hele dag al volg ik de kuststrook. 


Dat blijkt een gouden greep. Want de weggetjes langs de kust zijn doorgaans lekker rustig. En zijn wat winkeltjes. Wat restaurantjes. En ik maak het zeeleven vanaf de fiets mooi mee. 


Van tijd tot tijd stop ik even. Drink en eet wat bij. Het is warm. Erg warm. Ik heb al anderhalve tube zonnebrand weg gesmeerd. En dat is nodig ook.

Na 76 kilometer - met de wind in de rug - draai ik de medina van het geweldig hectisch drukke Sousse in. Het hotel zou in de medina liggen. En daar is het even zoeken in de vele nauwe straatjes. Maar dan heb ik mijn hotel gevonden. Het ligt verscholen in de rand van de medina. De kamer is klein. De prijs ook.

Het is nog betrekkelijk vroeg en ik ga de medina maar ‘s bekijken.
(Speciale aandacht -bij onderstaande foto voor de REUS, die slakken verkoopt)





Morgen nog 1 dagje fietsen. 

Als ik dat tot een goed einde breng. Dan heb ik het eindpunt van mijn reis bereikt. Dan is de Tunesië toer ten einde. Ik moet nog wel proberen mijn fietsdoos - die nauwelijks nog een doos mag heten - weer in- en aan elkaar te plakken.

Wanneer dat allemaal lukt. Dan brengt het vliegtuig mijn zaterdag weer naar Holland. Daar vandaan zal ik u nog een berichtje sturen.

Afgelegde afstand: 72 km.

Oehoe

Vandaag zet ik koers richting Madhia. Een oud vissersdorpje. Het zou er mooi moeten zijn.

Echter, eerst ga ik nog even bij het Colosseum kijken. Het bouwwerk is zo dichtbij. En de kans dat ik ‘m over een jaar over dertig nog ‘s ga bekijken. Die acht ik niet zo groot.

Gisteren liep ik er binnen. Met nog 20 andere toeristen. En ik dacht nog dat het met die toeloop van toeristen nog wel wat meeviel. Maar dat moet iets van toeval geweest zijn. Of het juiste moment van de dag.


Want eh..... deze ochtend .......is heel andere Colosseum koek. Ik sta er iets van te kijken.
De groepen komen uit alle hoeken en gaten richting de oude arena gelopen. Russen en Italianen. Er loopt zo’n volgvlaggetjesman of -vrouw voorop. En die leid de meute naar het strijdtoneel. 

Ik probeer ze nog te waarschuwen. Te behoeden voor naderend onheil. Maar jammer genoeg is mijn Russisch de laatste jaren wat weggezakt. En mijn Italiaans - behoudens het bestellen van een pizza Salmone bij La Stalla in Zwolle - is ook wat onderbelicht gebleven.

Ik roep nog iets van ‘gladiatoren’. En iets van ‘leeuwen’. Die hunnie nagels al jaren niet meer geknipt hebben. En dat leeuwen - met hunnie best wel lange scherpe tanden - halfjaarlijks de tanden laten controleren. Wordt gewoon vergoed. Zit in het pakket. En ik schreeuw vlak voor de toeristen de arena betreden nog iets van huid. En iets van haar.

Echter lieve lezer. U begrijpt het al. Mijn waarschuwingen vallen als zaad in voedselarme, dorre Colosseum aarde. Tja. Dan moeten ze het zelf maar weten. Als ze zichzelf zo graag de dood in willen jagen. 

Mijn tocht gaat verder.


By the way: voor het Colosseum stond een man en zijn kameel. Hij had een geweldig aanbod. Een ritje op dat bultige hobbelpaard van ‘m. Voor maar 1 Dinar. Inclusief foto. Da’s op zich nog wel te doen. Voor die prijs ga je nog niet meteen failliet. Maar ik heb hoogtevrees. En ik houd niet van van bulten. Geef mijn portie dus maar aan Kamelen-Fikkie. Of voor mijn part steek je die hele kutkameel in de fik. Ik ga er niet op zitten.

Ik wilde dus niet. En die boodschap kwam bij onze vrolijke kamelenvriend maar moeizaam aan. Hij bleef maar in mijn oor tetteren. Het werd ietsje opdringerig. Toen heb ik ‘m tegenvoorstel gedaan. Een ritje op mijn geweldig fijne bultloze fiets. En dat ik daarvan dan een foto van hem maak. Voor 10 Dinar. Slechts! Ik vond ‘t een schappelijk aanbod. Hij geloof ik niet.....


De weg heuvelt wat meer dan ik had verwacht. Het is flink warm. Maar al met al prima te doen. Al krijg ik nog wel wat aanvallen van honden te verwerken. Als de Colosseum-leeuwen ooit nog ‘s opraken. Dan kunnen deze motherf&^%$#@ers er zo voor in de plaats ..........

In 2010 en 2011 vond de Arabische lente plaats in Tunesië. Vanaf dat moment is Tunesië een democratisch land. Het land wordt wel gezien als het enige Afrikaanse democratische succesverhaal. Op zich mooi. Maar helaas heeft het land sinds enige tijd te maken met economische terugval. En daarmee stijgt de sociale onrust in het land. 

On top off the bill overleed afgelopen maart - op 92 jarige leeftijd! - president van Tunesië: Benji Caid Essebi. En vanwege zijn overlijden zijn er vervroegde verkiezingen uitgeschreven. De Tunesiërs worden dus in staat gesteld om een nieuwe President te kiezen. En die verkiezingen worden komende zondag gehouden. 

Er zijn iets van 27 kandidaten. Waaronder 2 vrouwen. Er is dus wat te kiezen voor de Tunesiërs.


De afgelopen dagen wordt ik er volop mee geconfronteerd. Posters. Geluidsauto’s. En groepen die bij elkaar komen om muziek te maken. Met vlaggen zwaaien. Op trommels slaan. En posters uit te delen. Het gaat er nogal geestdriftig aan toe.

Vandaag stop ik bij zo’n promotieclubje. Jonge enthousiastelingen die helemaal los gaan voor kandidaat nummer 10. Gisteren had ik nummer 11. Enne.....die heb ik een adviesje gegeven. Ongevraagd. Dat wel. Maar toch. Ik heb het advies gegeven om z’n bril recht te laten zetten. Die stond namelijk knetterscheef op de poster. Dat gaat met het uitvoeren van beleid natuurlijk ook helemaal mis. Dat kan niet anders.


Maar vandaag spreek ik dus de mensen van kandidaat nummer 10 aan. Die willen allemaal met mij op de foto. En dat gaat zo. Allemaal 1 voor 1 met een arm om me heen. En dan de poster van kandidaat nummer 10 zo voor mijn buik. Ik zie aanvankelijk het voordeel - mijn bolle buik is namelijk zo fijntjes aan de foto onttrokken - en daarom lach ik mijn tandvlees-tanden meermaals bloot. Ik krijg potdomme kramp in m’n bek van de plastic glimlach die ik iets te lang naar mijn zin moet vasthouden. Er worden zo een stuk of twintig foto’s van mij gemaakt.

Tot zover het goede nieuws.

Wat als nu blijkt dat nummer 10 een soort Geert Wilders of meneertje Baudet blijkt te zijn? En wat als mijn foto zo’n succesnummer wordt dat ie gebruikt gaat worden voor toekomstige promotiedoeleinden.? Zo van eh.....:  “Kijk ‘s, deze Hollandsche fietser steunt ons beleid ook”. Of van eh.......“Kijk, deze lijst-fiets-duwer ondersteunt ons beleid ook”.

Alle Libiërs kielhalen. Alle homo’s het land uit. Mensen met een scheve bril linea recta naar het Colosseum brengen. En alle vrouwen met handtassen deporteren naar een eiland in de stille Zuidzee (waarbij ik alle eerlijkheid moet zeggen dat ik voor dit laatste programmapunt  nog enig begrip zou kunnen opbrengen .....sorry dames). 

Of dat meneertje de kandidaat nummero 10 in ene over de Uil van Minerva begint te lullen. In het Latijn! Of dat ie gaat roepen: “willen jullie meer of minder uilen?”. En dat zijn aanhangers dan roepen .... oehoe, oehoe, oehoe ......!!

Ik bedoel: als dat de belangrijkste programma speerpunten van meneertje kandidaat nummer 10 blijken te zijn. In dat geval. Ben ik toch mooi de lul!



In het midden van de middag rol ik Madhia binnen. 

Het lijkt een grappig plaatsje. Maar de vast ooit zo charmante Medina is jammer genoeg zorgvuldig en gedegen verkloot. Met al z’n souvenir verkopers. Ik heb ‘t daar snel gezien. Wegwezen. Voor je ‘t weet ga je met een kruiwagen aan souvenirs naar huis. Die je over drie jaar op een aanhanger moet flikkeren. Om ze daarna naar de stort te brengen. 

Ik ga kijken bij de zeemansgraven. Helemaal aan het eind van Mahdia. 

De begraafplaats grenst aan de Middelandse zee. Eerst denk ik nog het vrij bescheiden van schaal is. Maar als ik met mijn fiets omhoog ga en naar rechts draai. Dan kan ik de hoeveelheid wit gekleurde graven bijna niet af kijken. “Dat zijn er geen tientallen. Geen honderden. Maar duizenden”!

Ik wil niet respectloos overkomen. “Maar als er zoveel doden op zee vallen. Als het zo vaak mis gaat. Als er zoveel graven zijn. Wordt het dan geen tijd voor een cursusje”? Preventief van aard. Ter voorkoming van verder onheil. 

Zouden we zo’n cursusje niet hoog op de Tunesische politieke-urgentiekalender kunnen zetten?! 

Een concepttiteltje zou kunnen zijn iets van eh.......eh......de cursus: hoe voorkom ik dat ik voortijdig op dit - overigens prachtige gelegen- zeemanskerkhof kom te liggen. (Is misschien wel wat lang. Ben ik met u eens. Maar het dekt de scheepslading wel fijn).

Cursusonderdelen zouden bijvoorbeeld kunnen zijn. Iets van eh....eh.........wanneer je precies moet bukken als de fok..... En dat niet je aan het anker moet gaan hangen als het te water ..... En dat je niet met die peddels zonder waarschuwing vooraf in de rondte moet gaan slaan....... En dat je midden op zee de rubberen stop niet uit de bodem  ..........En meer van dat soort handige maritieme weetjes. 

Tuurlijk. Ik heb de ballen verstand van boten. Maar ik ga er dan ook niet op zitten. En hunnie wel. 

Afijn.

Ik laat de doden graag achter me. Morgen trekt de fiets karavaan weer verder. Naar de parel van de Sahel. 

De stad Sousse.


Afgelegde afstand: 67 km.

Tandvleescolosseum

“Ik moet stoppen”. 

“En wel nu. En wel hier. En wel meteen”!

Ik knijp hard in de remmen. En zoek naarstig naar een geschikte plek. Die vind ik achter wat grote hoge cactussen. Mijn bidon zet ik haastig spuitklaar. De deksel van het busje biotex trek ik - onder de nodige hoogspanning - open. En met de nodige wanhoopspogingen frommel ik een rol wc-papier uit een van mijn tassen. Ik laat m’n broek zakken en direct daarna verlaat een aanzienlijke hoeveelheid - waterige substantie - mijn lichaam. Als ware het een plotselinge bruine Golfstroom. Die de weg van de minste weerstand heeft gevonden. 
Dat benadert de werkelijkheid ‘t meest. 

Echter, mocht u een kruisje zetten bij ‘ tsunami’ dan keurt de examenkeuring commissie  -gespecialiseerd in bruine waterige substanties - dat vast ook goed. En als u dan net kantje boord stond (4,9) dan kan u dat net mooi over de grens trekken (heb ik toch mooi even mijn hele studieleventje notedopperig samengevat).

Ik hoop maar dat ik uw eetlust niet heb aangetast. En mocht dat wel zo zijn: mijn welgemeende excuses. Ik heb ‘t in 2011 in Pakistan ook een keer gehad. Een acute diarree aanval. Toen vond ik een goede plek achter een grote kei. Ik denk dat die kei er nu nog van onderste boven is. En ik denk dat die cactus vanavond bij thuiskomst ook een bijzonder verhaal te vertellen heeft (normaal reageert ie aan het einde van de werkdag wat stekelig richting thuisfront, maar nu heeft ie echt een goed verhaal).

“Wat lucht dat op”! Pfffff!!!!


Ik ben vanochtend voor zevenen vertrokken uit Kairouan. De etappe is ruim zeventig kilometer lang. En ik moet zeggen: “dat schrijf je een stuk sneller dan je het fietst”. 

Kairouan is een wat conservatieve religieuze stad. Met een mooie medina en een grote moskee. Beide bekijk ik nog even voor ik echt vertrek. Het heeft vannacht flink geregend. De plassen water staan nog in de straten. Dat maakt dat het buiten ‘drukkend’ aanvoelt.

Kairouan uit fietsen is nog een klusje. Het is al druk op straat en ik moet goed opletten.

Na 30 kilometer fietsen las ik een pauze in. Tot nu toe heb ik nog geen centje pijn. Maar ik wil mijn krachten goed verdelen. Ik moet er nog ‘s 45 kilometer wegtrappen.

Het leven is - wat mij betreft - te kort om steeds - als het om reizen/vakantie gaat - steeds naar het zelfde plekje terug te gaan. Ieder zijn ding natuurlijk. Daarover geen discussie. Maar onze planeet heeft zoveel mooie, gave en interessante plekjes te bieden dat ik er de voorkeur aan geef om steeds weer een nieuwe locatie te zoeken. Om te kijken hoe het daar is.

Deze reis is daarop een uitzondering. Ik ben namelijk als ‘s in Tunesië geweest. Dat moet zo’n eh......31 jaar geleden geweest zijn. In een ander leven.

Het was mijn eerste reis naar het echte buitenland. Mijn eerste vliegreis. Het was de tijd dat je stapels reisgidsen bij het plaatselijke reisbureau ging halen. Avonden lang in die dingen zat te bladeren. Die ingewikkelde prijslijsten (met die kut-kleine-lettertjes) zat te bestuderen. En er dan nog steeds niet snapte hoeveel het je nu ging kosten. Je koos een reis/bestemming. En ging dan die reis ging boeken. Bij dat reisbureau.

De reis was een fly-drive naar Tunesië. Een groepsreis. Met een heuse Safari in de grootste bak speelzand van onze planeet. Duur: vier dagen. Aansluitend vier dagen strand vaka Ik was 23 jaar oud. Het was mijn huwelijksreis.


Ik knal er nog 10 kilometer uit.

Op 40 kilometer merk ik dat ik het wat lastig begin te krijgen. De kilometers van de afgelopen anderhalve week - en het reizen - eisen hun tol. Ik vraag me op dit soort momenten altijd af waar nu eigenlijk het grootse pijn zit. Mentaal of fysiek. Ik denk dat het nu een mentale kwestie is. En een klein beetje fysiek.

Ik hak het resterende deel van de etappe in partjes van 10 kilometers. En begin de eerste van drie partjes af te werken. 

Veel herinner ik me niet meer van die reis naar Tunesië. Nou ja. Nog wel wat. Dat er in het vliegtuig een fles Champagne werd opgetrokken voor het nieuwbakken bruidspaar. En dat een deel van het vliegtuig applaudisseerde. Dat we in Sousse in een hotel werden ondergebracht. Dat we met twee jeeps op pad gingen. Dat in onze groep een vrouw zat die bovenmatig geïnteresseerd was in Perzische tapijten. En niet kon stoppen met daarover te praten. En haar dochter die zich daar mateloos aan irriteerde. Een man met rugklachten Die (dus) altijd voorin moest zitten. Veel gehobbel. Veel zand. Het ‘gehuil’ van de Imam. Soep met van die grote pitten. Kamelen. Flink aan de diarree geweest. En .........een bezoek aan het Colosseum van El Jem. 

Mijn maag kan nog niet veel aan merk ik. 

Ik koop wat appels en schil er elke 10 kilometer eentje. Ik zal toch wat moeten eten. En appels kan ik wel binnen houden. In Ouled Chamekh - een van de vele dorpjes waar ik doortrek - schuil ik even voor de regen. Ik maak snel contact met meer schuilende mensen. Ze zijn allemaal geïnteresseerd en goedlachs. Na een half uurtje trekt de regen op. En ga ik verder.

Nog 20 kilometer. Het gaat een beetje op het tandvlees nu. Ik trap een wat lichtere versnelling. En probeer de krachten te verdelen. Maar ik heb ‘t even zwaar.

Mijn gedachten gaan weer terug naar 31 jaar geleden. Over wie ik toen was. Wat ik toen wist. Hoe ik toen in het leven stond. En over mijn vader. Die ernstig ziek was. 

Mijn vader kreeg op een kwade dag de hik. Die maar niet over ging. De arme man heeft maanden en maanden de hik gehad. Zonder onderbrekingen. Zonder een pauze. Hij werd bedlegerig. De artsen stonden voor een raadsel. Hij kon er niet bij zijn op onze trouwdag. We besloten (toch) om die reis naar Tunesië te maken. Na terugkomst overleed mijn vader. Nog geen week later. Zijn hart kon het gehik niet langer bolwerken. Zou ik onder die omstandigheden weer zo’n reis maken? Ik heb me er wel ‘s schuldig over gevoeld......

Wat wist ik van andere culturen? “Niks”. Het is mede om die redenen dat ik deze reis heel graag wilde maken. Een keer terugkeren naar een plek waar ik in een ander leven al ‘s geweest ben. En kijken hoe dat voelt! Hoe dat kijkt. Hoe ik dat ervaar. En ook de gelegenheid hebben om wat herinneringen en gebeurtenissen ‘s rustig de revue  te laten passeren.

Mijn resten nog 10 kilometer. Mijn billen nemen de rauwheid van vers gesneden rosbief aan. Ondanks het feit dat ik een prima zadel heb is de billenkoek nu echt op. 

Aha! In de verte rijst het Colosseum op. Dat geeft energie. 

Het Colosseum is de enige echte plek waar ik nog een herinnering aan heb. Ik weet nog dat ik daar aankwam. En dat er wat souvenir verkopers voor de ingang stonden. En dat er veel zand was. En dat het warm was. En dat je even snel binnen kon kijken. En daarna weer snel verder moest. Het programma afwerken. 

Het bouwwerk komt steeds dichterbij. Trap voor trap. 

De laatste kilometers fiets ik gemakkelijk weg. Ik doorkruis straatjes. Fiets door steegjes. Ontwijk zo behendig mogelijk auto’s en scooters. Waren die er 31 jaar geleden ook al?

En plots sta ik er pal voor. Boem!! Knal!!!

Ik ben trots dat ik - 31 jaar later - dit op mijn fietsje bereikt heb. Eigenlijk ben ik veel trotser dan 31 jaar geleden. Toen ik hobbelend en klotsend in een vierwiel aangedreven jeep dit UNESCO WERELDERFGOED MONUMENT bezocht. 

Ik kijk naar het gebouw. Tjonge, wat glijd de tijd toch door je vingers: 31 jaar geleden al weer. Wat is er in die jaren allemaal gebeurd......

Goed ik ben hier. En nu. Dat moment laat ik vereeuwigen. Een allerliefst meisje wil deze oude knar wel fotograferen. En aldus geschiedde.


Weet u. Mocht deze beschaving ooit ter ziele gaan (wat ik niet hoop, echter ook niet uitsluit). En miljoenen jaren later opgegraven worden. Stukje voor stukje. En mochten ze dan op een mooie dag bij deze foto uitkomen. En het fotootje zorgvuldig afgestoft hebben. Dan weten ze dat een Hollandsche fietser hier ooit is geweest.

Twee keer zelfs!

Afgelegde afstand: 78 km.

AJAX

Het is 5.15 uur (en neeeeeeh, dit is geen tiepvoudt!)

Maar dat zie ik pas nadat ik me realiseer dat ik wakker wordt geschud. “Geen gelul, gebak van Krul”, moet onze banketbakker gedacht hebben. Hij is van mening dat de werkdag aangebroken is. En iedereen moet meedoen. We worden allemaal uit bed getrommeld.

Het komt me eerlijk gezegd wel goed uit. Ik wil vandaag vroeg op pad. En dat vroege opstaan is een fijn begin van dit voornemen.


Gisteravond werd ik door de zoon des huizes het hele dorp door gesleurd. Ik moest bij alle familie langs. Of beter gezegd: alle familieleden wilden mij zien. Het is namelijk nogal een voetbalfamilie enne.........de zoon had op de achterzijde van mijn fiets het woord “AMSTERDAM’ zien staan. De link met AJAX had ie in no time gelegd. En tja. Dan ben je toch iets van de klos. We liepen over de inkorten tijd overvloedig nat geregende straten. In het schijnsel van lantaarnpalen die nog net deden waar ze voor ingehuurd zijn. Maar meer moeite doen dan nodig is. Neu, dat is aan die palen niet besteed.

Ik zag meer vreemde mensen aan me voorbij trekken dan de hele afgelopen fietsweek. Iedereen wilde een glimp van me opvangen. IK ben een attractie, praat over AJAX - en de laatste minuut in de halve finale CL - en overwoog om er een stak marketingplannetje op los te laten. Of op z’n minst entreekaartjes te verkopen. Ik at meer zoete koekjes dan goed voor me is. Ik slurpte meer zoete drankjes weg dan mijn blaas aan kan. Pas tegen tienen keerden we terug naar huis. Moe maar voldaan ging ik op de bank liggen. In de woonkamer van de banketbakker en zijn gezin.

Ik krijg een vorstelijke hoeveelheid ontbijt voorgeschoteld dat ik nooit en te nimmer in 3 ontbijten krijg weggewerkt. Na een zeer hartelijk afscheid waarbij ik overladen wordt met cadeau’s, zit ik al om 6.30 uur op mijn fiets. Heerlijk! Al die aandachtontvangsten zijn hartverwarmend. En interessant. Echter - zonder een klaagzang te willen aanheffen - ze zijn ook wel wat vermoeiend. 


Het reisdoel voor vandaag is Kairouan. Een best wel grote stad. Ruim zestig kilometer zuidwaarts. 



Het eerste stuk gaat over de doorgaande route naar het zuiden. Maar al snel - in het dorpje Sibkha - neem ik een afslag. En kom op een heerlijk rustige weg. Het is windstil. De begroeiing neemt steeds een beetje meer af. Het wordt kaler. Minder vruchtbare grond. Het gele zand rukt op.

Ik zie ik een vrouw in de weer met het snijden van suikerriet. Ik maak een praatje en ga verder.





Tegen 12.00 uur rol ik Kairouan binnen. Ik zoek meteen een fijn eetplekje waar een goede doorloop is. Er zijn restaurantjes waar niets te doen is. Maar die laat ik links liggen. Hier is het een af en aan geren. Borden met friet en kip zijn niet aan te slepen. Ik krijg een bordje friet. En een hele kip. Dood. Gelukkig wel. En die werk ik redelijk helemaal naar binnen.


De luchtvochtigheid is hoog. Ik heb de afgelopen uren flink wat energie verbruikt merk ik. Ik giet er nog een flesje cola achteraan. Mooi, ik kan er weer even tegen.

Ik vind een hotel. Met een zwembad. Waar ook nog water in zit. Ik neem een verfrissende duik. Doe een was. En rust wat.

Voor morgen heb ik mijn zinnen gezet op El Djem. Een Amfitheater. Zeventig kilometer verderop. El Djem is ‘de’ belangrijkste bezienswaardigheid van Noord Afrika.

Afgelegde afstand: 62 km.

Zelfbewust

Ik weet niet of u wel ‘s een feestje te vieren hebt. Maar dat zal toch zeker. 

En dat u dan de hulp inroept van uw eigenste banketbakker. Dat u naar naar hem toe gaat en dat u een vrolijke feesttaart besteld. Of een assortiment broden voor een gezellig geinige broodmaaltijd met vrienden. Ik weet ‘t natuurlijk niet precies van u. Maar het zou mij niets verbazen dat dat wel ‘s gebeurd. Het het zou me ook niets verbazen als de bakker aan al uw wensen tegemoet komt.

Maar wat nu, als u bij de bakker binnenkomt, en u vraagt om een slaapplek?

Bij het krieken van de dag sta ik op. Ik kies dat moment meestal onbewust. Dan valt het licht door de ramen en draai ik de Gerrit Pleijter luxaflexjes open. En dan begint mijn dag. Bevalt op zich goed. Dat moment van de dag de ogen openen. Heb ook niet het voornemen om daar op korte termijn significante veranderingen in aan te brengen.


Omdat er in dit afgelegen oord niets van eten te bemachtigen is, maak ik melkpoeder aan en meng er een zakje brinta-achtig spul bij. Ik knal er een banaan bij om de smurrie wat zoeter te maken. Niet dat dit nu meteen een feestmaal is dat ik mijn gasten als vanzelfsprekend voor zou zetten. En waar ik de slingers voor zou ophangen. Echter het vult de maag. En daar gaat het voor nu even om. 

Ik ben niet helemaal in vorm.

Dat begon gisteravond al. Bij aankomst in het - van God en en iedereen verlaten - bungalowpark waar er - voor een zacht prijsje - een hele bungalow voor mijn alleen ter beschikking werd gesteld. Ik voelde me er wat eh......verloren. En daarbij was ik me erg bewust van mijn eigen aanwezigheid.


Ik weet niet of u dat gevoel kent? Dat je precies weet waar je bent? En wat je aan het doen bent? In mijn geval in Tunesië. Maar ook in een geheel afgelegen en verlaten oord. In m’n eentje. Zonder enige vorm van back-up. En dat je je daar helemaal bewust van bent. Te bewust!

Het goede daarvan is dat het je helpt te realiseren dat je enige voorzichtigheid in acht moet nemen. Geen onverantwoorde risico’s moet nemen. Oplettend moet zijn voor loergevaar. Maar wanneer dat gevoel doorslaat, dan verkrampt het je. 

Het is me tot nu toe op al mijn fietsreizen slechts zelden gebeurt. Echter nu overviel het me wat. Ik deed de dingen die ik moest doen. En ging vroeg te bed. Helaas was het gevoel bij het opstaan niet weg.

Wat niet mee helpt is dat de eerste kilometers stijf omhoog gaan. Over een nauwelijks te befietsen gravelweg. Maar gaandeweg daalt de weg. En kom ik veilig en wel op de doorgaande weg. Ik ga eerst het dorp in. Om inkopen te doen. Deze fietsdag zullen er naar verwachting nauwelijks bevooradingspunten zijn. Ik sla 5 anderhalve liter flessen water in. Een paar stokbroden. Sla een danoontje achterover. En maak de bank wat geld afhandig (dat zal die Tunesische banken-boeven leren!)

Er is nog iets dat niet helpt. 

Mijn gisteravond zorgvuldig geplande dagafstand zou 55 kilometer bedragen. Maar nu geeft mij GPS toestel opeens het lieve sommetje van 110 kilometer aan. Ik snap er niets van. “Hoe kan dat?” Ik keer het ding drie keer om. Geef ‘m een paar rake klappen. Stamp er een paar keer op. Maar niets helpt. Hij blijft op 110 kilometer staan. “Tja, dat ga ik vandaag - in dit heuvelachtige - landschap never nooit niet halen”.

Mijn moraal zinkt naar een dieptepunt.

Ik kom zelfs in de verleiding om de afslag naar Enfidha te nemen. Daar ligt het vliegveld waar vandaan ik zaterdag aanstaande weer vertrekt. Maar ja, wat moet ik daar nu al. 
(U begrijpt, het gaat even niet zo lekker....)

Ik spreek mezelf streng toe. En herpak me. We volgen het originele plan. Kan niks verdommen. Rustig doortrappen. Trap voor trap. Heuvel voor heuvel. En nu het hoofd in standje positief. Geen gelul.

Na een kilometer of tien kom in een vriendelijk ogend dorpje. Mensen groeten me. Ik groet terug.  Het wordt stilaan mooier en mooier. Ik merk dat de mist in mijn hoofd gaandeweg iets aan het optrekken is. 


Ik check mijn GPS apparaat en zie tot mijn grote verrassing dat ie nu nog 45 kilometer te fietsen aangeeft. “Maar ik heb helemaal nog geen 55 kilometer gefietst, toch?”. Ik snap er niets van. Mijn hoofd klaart nu helemaal op. Want dit is hoe ik het gisteravond had bedacht. En dit zijn haalbare kilometers. Tjonge, wat een fijne meevaller.

Mannen en vrouwen zijn op een heuvel aan het werk. Ze zijn met stenen in de weer. En verbranden spul. Een dikke zwarte rookwolk wordt gevormd. En die blaast diagonaal over de weg. En ik moet er dwars door heen fietsen. Het is heuvelop. Dus dat gaat niet heel snel. Ik hoop maar dat het een niet al te chemisch spulletje was wat ze daar aan het verbranden waren....... 

Het landschap wordt mooier en mooier.

Ik zak af naar het zuiden waar de grootste zandbak van onze planeet z’n opwachting zal maken. Echter, is hier de grond nog vruchtbaar. Er wordt er gewerkt op het land. Het heuvelt naar hartelust. Soms doen de benen pijn. Maar meestal is het goed te doen. Er is maar zo heel af en toe iets wat op verkeer lijkt.

Na 30 km rust ik in Zaghouan.

Een ieniemienie dorpje. Zorgvuldig verstopt en geconserveerd in het binnenland van Tunesië. Ergens tussen wat heuvels. Er is hier niets eetbaars te scoren in de vorm van een café of restaurant. Wel wordt me een stoel aangehouden. In de schaduw van een boom. En een bak diepzwarte thee met suiker (maar wanneer u een kruisje zet bij: een kopje met suiker met wat thee, dan reken ik dat ook goed, met een sticker van de meester). Die ik niet mag afrekenen. Wat een hartelijkheid! “Wat een gastvrije- en goedlachse mensen zijn de Tunesiërs”! Mijn eerder gekochte broodjes besmeer ik met Nutella. Maar ik krijg ze maar moeilijk weg gekauwd.



Ik heb niet helemaal mijn dag. De maag rommelt wat. De benen voelen papperig.

Tegen tweeën bereik ik Ennadhour. Het geplande eindpunt voor vandaag. De knollen zijn op. De pepers rood. En de rapen gaar. Ik overweeg nog even om vandaag een deel van de jump - naar Kairouan - (de etappe van morgen) te maken. Maar die afstand bedraagt nog ‘s 60 kilometer. En dat trek ik vandaag echt niet.

In dit dorpje is niks. Nou ja, niks. Een kruidenier. Een apotheek (daar sterft het hier van in Tunesië). Een Lasbedrijf. Auto-onderdelen kun je er ook kopen. Maar een hotel? Niente. Nada. Nothing. Zero.

Ik loop bij de plaatselijke banketbakker naar binnen. En vraag ‘m of er in dit dorp een overnachtingsplek is. Het antwoord luid - zoals verwacht - nee. Dat verbaasd me niets eerlijk gezegd. De bakker denkt na en vraagt me naar een tijdje of het echt een hotel moet zijn. Ik antwoord: nee. Een slaapplaats is voldoende. Daarop vraagt hij of ik in zijn huis wil overnachten. Tja, van zoveel hartelijkheid wordt ik verlegen.

Hij verlaat meteen zijn winkel - waar klanten staan te wachten (wat me overigens helemaal niet fijn lijkt als je nog net een paar broden tekort kwam voor de Tunesische broodmaaltijd met vrienden en dat je die nog net effe snel bij de bakker om de hoek ..........).

De energieke bakker loopt dus weg. Maakt in zijn huis een bed voor mijn klaar. Maakt de douche gereed. Zet Cous Cous op tafel. Met een bordje druiven en salade. En wat te drinken. 

Zijn huis staat tot mijn beschikking. 

Niet veel later spoel ik het vuil van mijn lichaam. In de badkamer van de banketbakker. 
In Ennadhour, In Tunesië.

Lieve help. Wat overkomt me nu toch weer.


Afgelegde afstand: 57 kilometer

Judasdruif

Het is 8.00 uur. En mijn hart maakt nu al een sprongetje. “Wat ziet het er hier mooi uit”!


Ik glijd met fiets en al, zo de zee in. Nou bijna dan. Ik rem tijdig. En stuur net op tijd naar links. Het water blijft zodoende mooi rechts van mij. En ik houd droge voeten. “Wat is het hier fijn fietsen”. Weinig verkeer. Fietsen langs de zee. Wind bijna mee. Zo is fietsreizen bedoeld volgens mij.


Ik fiets van het meest Oostelijke puntje van Tunesië richting Tunis. En volg daarbij de zee. In tegenstelling tot de Zuidzijde (weg) is het hier lekker rustig. Mooi glooiend. En de zee is steeds zicht- en voelbaar. Ik kom door slaperig dromerige dorpjes waar vrouwen ijverig bezig zijn om de pepers aaneen rijgen. Die worden daarna opgehangen om te drogen. En die kunt u dan weer bij uw eigenste Appie op de hoek - in ruil voor wat euro’s - bemachtigen teneinde een pittige rode peperschotel op tafel te toveren. U weet wel: waar je zo lekker van van kan poepen. Mocht je geen idee hebben, pak dan gewoon de Allerhande even bij.

De werkloosheid is hoog in Tunesië. Ik ontmoet jongelui die - well educated - zijn, maar nergens aan de bak komen. Sommige willen een eigen zaak opzetten. Echter veel willen weg. Uit Tunesië. Naar het Westen. Een meisje - dat ik sprak - hoopte binnen een maand de vergunning te krijgen om naar Canada te gaan. 

Ik gun het haar. Maar het is de dood in de pot. Jonge talentvolle mensen die vertrekken uit Tunesië. Terwijl het land hen nu juist zo broodnodig  heeft. Ik zie veel jongelui - op doordeweekse dagen - bij elkaar klitten. Thee slurpen. En de wijzers van de vervelingsklok minuut voor minuut zien wegkijken (op hunnie telefoons). 

Ik verveel me geenszins. Mijn tocht gaat verder.

Vandaag wil ik naar Korbous. Korbous is een bescheiden plaatsje. Echter het heeft iets speciaals. Het ligt aan zee. En de uitzichten zouden er fantastisch zijn. De weg richting Korbous heuvelt wat. Naarmate ik de kilometers wegtrap verandert het heuvelen in serieuze heuvelpuisten. Waar het een kilometer of wat hard werken is. 

De dichtheid aan winkeltjes - hier aan de Noordkant - is beperkter dan aan de Zuidzijde. Ik sla van tijd tot tijd proviand in. Water staat met stip op 1. Brood en bananen vechten om de tweede plaats. En omdat ze er maar niet uitkomen dingen nootjes naar een plek op de derde plaats. Maar vandaag gaat het vinden van voedsel wat minder gemakkelijk.

Een restaurantje heb ik niet echt kunnen vinden. Ik doe het dus maar met een stuk stokbrood van gisteren - voorzien van stuifzand - en de Nutella die van thuis is meegenomen. En spoel het stokbroodzand weg met een bak gesuikerde thee. 


Als ik al weer opgestapt ben stopt er plots een busje volgeladen met heerlijke vers gebakken en knapperige stokbroden zonder stuifzand.....

Ik kom in een dorpje waar de wekelijkse markt gaande is. Over een strook van 1 kilometer staan aan beide zijden van de weg kraampjes met uitgestalde waar. Ik houd van de bedrijvigheid. Iets verderop kan je drie hanen kopen. En ik vind het wel opmerkelijk dat ik tijdens al mijn fietsreizen zeer regelmatig geconfronteerd wordt met hanen. Dat kan toch haast geen toeval zijn? Denk u van wel? En dan ook nog ‘s hanen die kraaien. Vaak drie keer. Zou ik een soort Judas zijn?!

Ik ben niet zo Bijbelvast. Maar Judas kraaide toch ook drie keer? Of was het zijn haan? Of was het Mozes met die stoomboot van ‘m? En dat die drie keer aan z’n stoomfluit...... Ik weet het allemaal niet meer helemaal precies. Echter die Judas of die haan (1 van de 2) of die boot die deugde niet helemaal. Dat weet ik vrij zeker.


Met een ietwat onbestemd hanen-kraai-Judasgevoel vervolg ik mijn weg. Er volgt een serieuze klim. Ik klim naar 300 meter. Het gaat me prima af. Veel opgestoken duimen vallen me te deel. Bovengekomen verheug ik me op de afdaling. Een minpuntje: men heeft de bovenlaag van het asfalt geschraapt. Ze zijn precies op de top begonnen met schrapen en dan verder naar beneden. Hierdoor is een heel ruw oppervlak ontstaan, dat me dwingt om heel behoedzaam naar beneden af te zakken.

“Wat ben ik toch een druif”! 

Nou ja, dat kan er na het zijn van een ‘Judas’ ook nog wel bij. Ik had Tunesië er niet meteen mee geassocieerd, maar ze telen hier ook druiven. En de oogst is right here and right now aan de gang. Er wordt wat af gesjouwd met kisten vol blauwe druiven. Ik krijg een trosje mee voor onderweg, als appeltje voor de dorst.


Tegen drieën neem ik de afslag naar Korbous. 

Omdat ik lees dat de voorzieningen in Korbous minimaal zijn, tank ik mijn benzineflesje vol met brandstof. Het is altijd even goed opletten of ik echt ongelode bezine in mijn flesje krijg. En geen diesel of mengsmering. Daar raakt mijn brandertje binnen no time verstopt van. Maar dit lijkt goed te gaan. Mocht er in Korbous niets te kauwen zijn, dan kan ik in elk geval koken. 

De laatste 10 kilometer beloven - deels - pittig te worden. Ik moet een heuvel over die me - uiteindelijk via een afdaling -  naar de zee brengt. Ik voel voor de eerste keer dat de benen het lastig hebben. Ik rust van tijd tot tijd. Eet wat nootjes. Drink wat water aangelegd met vruchtensap. Ik worstel. En kom boven.



De uitzichten maakt alles goed.  

Ik laat me - spectaculair snel - afzakken naar zeeniveau. En rijd een tijdje langs de zee. 

In Korbous aangekomen informeer ik links, rechts, horizontaal, verticaal en diagonaal of er iets van een overnachtingsadres is voor een zekere Judas. Dat is er. Maar dan moet ik die - de man wijst naar boven - heuvel op fietsen. Tuurlijk. Wanneer je aan het einde van je krachten bent, moet je nog even die fuc%$@#king steile heuvel op.

Ook die steile heuvel bedwing ik. Met moeitebenen. Dat wel. Maar ook deze heuvel kan ik aan mijn verzameling - bedwongen heuvels - toevoegen. Redelijk versleten parkeer ik mijn fiets bij de entree van het hotel. Ik informeer. Er is plaats. En de prijs valt mee.

Na de plichtplegingen (formulier invullen, paspoort in drievoud overschrijven) sjouw ik alle spullen naar de 2e etage. Spoel me af. En ga op zoek naar iets van eetbaars. Ik heb wat te weinig gegeten vandaag. 

Bij het binnen fietsen van dit dorpje zag ik vanuit mijn ooghoeken dat er hier en daar wat pogingen werden ondernomen om wat eten te bereiden. Althans ik zag wat mensen met een Allerhande in de weer. 

Maar ‘s effe checken of ze het recept goed hebben aangehouden.

Afgelegde afstand: 71 km.


Zandstraalkin

Ik neem afscheid van de ontzettend aardige mensen die hun appartement aan mij ter beschikking hebben gesteld. En mij een prima nachtrust hebben bezorgd.

Om 8.00 uur bestijg ik mijn karretje. Het gaat een pittig dagje worden.
Allereerst omdat ik vandaag El Haouria wil bereiken. Het meest Oostelijk gelegen dorpje van Tunesie. Oostelijker gaan lukt domweg niet. Of je moet een boot pakken en een stukje gaan peddelen. Ja, alleen dan zou het kunnen..... 

El Haouria ligt zo’n 70 kilometer verderop. Dus dat is best een eindje fietsen.

Er is nog een reden dat het een pittig dagje gaat worden. Vannacht hoorde ik de wind om het appartement huilen. En ik hoopte in mijn dromen dat de wind bij het krieken van de dag zou gaan liggen. Maar niets is minder waar. De wind is verder aangetrokken tot nivootje stormkracht. En dat zou allemaal nog niet zo erg zijn. Maar kheb ‘m tegen. ik krijg ‘m vol op mijn kale knikker. 

Bij de eerste - dus de beste - supermarkt doe ik inkopen. Ik koop water, een smaakje om het water mee aan te lengen, wat nootjes en een stokbrood. En begin de reis.

Het is pittig. Ik trap een licht verzet en kom moeizaam vooruit. Het omliggende terrein kent nauwelijks begroeiing. De wind heeft vrij spel. Er is veel verkeer. En er wordt aan de weg gewerkt. Grote delen van de nieuw aan te leggen weg zijn voorzien van zand. En dat zand wordt door de stormwind over het asfalt gejaagd. Recht in mijn gezicht. Ik kan mooi ervaren hoe is om gezandstraald te worden. Mijn gezicht, lippen en mijn hele lichaam komt onder een laag van het scherpe zand te zitten. Als dit zo door gaat hoef ik me vanavond niet te scheren. En misschien wel nooit niet meer! Als ik mijn lippen een laagje lippenbalsem wil geven voel ik de korreltjes zand over mijn lippen schuren.


Na 30 kilometer zwoegen (ik kan zo even geen betere term bedenken die de lading dekt) ga ik rusten. Ik heb een fijn zaakje gevonden waar een heel lieve vrouw crêpes maakt. Met handen en voeten maak ik haar duidelijk wat ik wil. We doen of we elkaar begrijpen. Binnen 20 minuten tovert ze een crêpe met ham en allemaal andere lekkere ondefinieerbare meuk. Die zo goed smaakt, dat ik er nog 1 bestel.


Op dit soort zware dagen hak ik de etappe in delen. Dus niet de hele 70 kilometer. Maar gewoon stukjes. Dat is puur een mentaal dingetje. Het eerste stukje was 30 kilometer. En die heb ik maar mooi in the pocket. Nu een stukje van 14 kilometer naar het volgende dorpje: Kelibia. Dat bereik ik net na tweeën. Ook dat heb ik tot een goed einde gebracht. 

Nu wordt het lastig. 

Het laatste stuk is 25 kilometer. En ik vraag me af of ik dat nog ga doen. Ik sta in iets van een tweestrijd. Het fietsen gaat zwaar. De stormwind doet een beroep op de mentale kant van het fietsen. En ook een beetje op het fysiek. En 25 kilometer onder deze omstandigheden is nog een heel eind.

Maar on the other side: ik voel me fit. En het is eigenlijk nog te vroeg om te stoppen. Ik waag the jump. Er zullen op dit gedeelte van de etappe geen voorzieningen zijn. Geen hotels, geen winkeltjes. Dus sla ik voldoende water in. Koop een banaan. Lepel een toetje - chocolade met slagroom - naar binnen. En off we go.

Het gaat goed. Ik stop van tijd tot tijd om bij te drinken. Conditioneel zit het wel snor.
De wind blaast onverminderd door. Het verkeer gelukkig niet. 


Tegen vijven rol ik El Haouria binnen. Er zijn nauwelijks overnachtingsmogelijkheden in dit plaatsje. Maar bij het eerste onderkomen waar ik informeer is het meteen raak. Ze hebben een kamer. Pal aan zee. 


Ik spring onder de douche. En vertrouw de nodige kilo’s stuifzand aan het rioolstelsel van Tunesië toe. 

Ik ga het dorpje maar ‘s verkennen en kijken of er nog iets van eten te vinden is.

Iets met een lekker pepertje of zo.......


Afgelegde afstand: 72 km.