De Lustige Reiziger

944

We stappen op voor de laatste etappe van deze reis.


Maar niet voor we ontwaken uit onze trekkershut. Die op een iets te uit de kluiten gewassen camping in Woold (nabij Winterswijk) staat. Zeg maar: een mega-camping.

De mens iets van recreatiemogelijkheden bieden is fijn, echter ik zou er toch voor pleiten er iets (beter) beleid op los te laten. Strakjes hebben we meer campings dan natuurgebieden, en dan lijkt de hele bedoeling van recreëren in de natuur toch iets aan z'n doel voorbij te schieten.......


Met deze tip voor onze provinciale beleidsmakers in gedachten ligt voor ons vandaag een ruime 55 km in het verschiet.

Een fietsreis door Duitsland maken heeft nooit hoog op mijn lijstje van favoriete fietslanden gebungeld. En als er dan toch iets moest bungelen, dan hing ie waarschijnlijk ergens helemaal onderaan.

Er zijn nog zoveel andere fijne bestemmingen te kiezen. Duitsland komt nog wel een keer aan de beurt. Als ik echt oud en versleten ben. Of zo. Een half jaar geleden had ik dan ook niet kunnen denken dat we in september 2020 van Berlijn naar huis zouden fietsen. En dat is toch gebeurd.

Corona zorgde er voor dat we onze plannen moesten bijstellen. Een september-reis naar Jordanië was al gepland. En een reis van Kopenhagen naar huis was ook al geregeld voor dit jaar. Het werd dus Duitsland.

Rond het middaguur vinden we een fijne plek om even bij te tanken. De dag is zonovergoten, maar het is nog wel fris. Een warme chocolademelk en een bak koffie slurpen we zo weg. Het lichaam warmt wat op.

We trekken verder.

Twintig kilometer voor de streep komen we weer in het ons zo vertrouwde Duitsland. We passeren de grens. Worden welkom geheten in onze deelstaat, steken de grote Kattenbrug van Emmerich over. Daarna fietsen we over de dijk - langs de Rijn - naar huis.

Nog 5 kilometers en ........we draaien de dijk af. Langs de pizzeria. De - vers geasfalteerde - provinciale weg oversteken. Klein stukje nog. En dan. Dan zijn we thuis!!

Na een reis van ongeveer 944 kilometer - en nog wat luttele meters, en wat pietluttige centimeters en nog wat achtergebleven millimeters - staan we vandaag weer veilig op onze oprit.

We zijn in 14 dagen tijd van Berlijn naar huis gefietst over de R1. De R1 is de oudste fietsroute van Duitsland. Wij hebben er slechts een stukje van gedaan. Het ding loopt nog veel verder door.


Twee weken geleden togen met een toet toet bus van Nijmegen naar Berlijn over de best wel fijn geasfalteerde snelle toet toet snelweg. Vanuit Berlijn - via Potsdam, en allerlei kleine uitgestorven dorpjes - fietsten we naar huis. We fietsten over allerhande kleine paadjes, gravelwegen. olifantenpaadjes, asfalt, betonplaten en bospaden. Mocht U zich afvragen of we dan geen enkele keer tijdens deze reis op een drukke weg hebben gefietst?. Nee. Hulde aan de route maker.

Ondanks het feit dat we relatief dicht bij huis zijn gebleven - waardoor je zou kunnen denken dat het een vlakke rit was - was het van tijd tot tijd toch een zware tocht. De voor 40% onverharde zand- en gravelpaden maakten dat onze wielen van tijd tot tijd wat minder makkelijk rolden. Ook de vele klimmetjes in het middendeel van de reis maakten dat onze benen soms de verzuringsgraad bereikten. We hebben ook ervaren dat de tocht beter van huis naar Berlijn te fietsen is. Of het moet zijn dat je een ontzettende fetisj hebt voor tegenwind. En we hebben ook meer dag kilometers gemaakt dan we gewoon zijn. Namen slechts 1 rustdag. Dat heeft ook bijgedragen aan de zwaarte van deze tocht.

De landschappen waren gevarieerd. Dan weer parkachtig. Bosrijk. En dan weer fietsten we dagen langs akkers. En kwamen we door stille dorpjes. We hebben ook veel bezienswaardigheden aan ons voorbij zien trekken. En we hebben veel van dat moois links of rechts laten liggen. Domweg omdat we graag wilden fietsen.

Overnachtingsadressen waren er genoeg. Campings, hotelletjes, pensions, trekkershutten waren vaak met een kleine omweg van de route te bereiken. Supermarkten vonden we ook te kust en te keur. We werden vrienden voor het leven met de supermarkten: we kochten er vaak ons ontbijt en verorberenden dat dan op zo’n plastic tuinmeubelsetje dat voor de supermarkt stond of op een bankje ergens in de buurt. Prima te doen!


Duitsers (ik generaliseer even fors) zijn geïnteresseerd in wat je doet. En spreken hun waardering er voor uit. Het zijn doorgaans heren (en dames) in het verkeer. Als personenauto’s je tegemoet komen op een rustig weggetje, stoppen ze hun auto, en rijden pas door als je gepasseerd bent. Het is ook een stuk minder druk en vol als in Nederland. Gisteren vielen we Winterswijk binnen (zaterdagmiddag) en de drukte en de hoeveelheid mensen overviel ons wat. Dat hadden tijdens twee weken fietsen in Duitsland nergens meegemaakt.

Het was een fijne manier om Duitsland (het land waar we wonen) beter te leren kennen. De gebruiken. De omgangsvormen. De huizenbouw. De flora en fauna. Het winkelaanbod. Noem maar op.


Het is goed om weer thuis te zijn. De fietsen verdienen een grondige schoonmaak- en onderhoudsbeurt. En jawel, er liggen nog een aantal fiets ideeën- en bestemmingen gereed om in uitvoering te brengen. Echter, dan moet eerst dat vervelende virus de Wereld uit. Daarbij zijn onze fietsplannen volstrekt ondergeschikt. Het gaat me/ons vooral om uw en onze gezondheid.

Blijf daarom zo gezond mogelijk, en dank U wel voor het meefietsen, -lezen en reageren.

Hopelijk tot snel.

Gerrit & Joan

Zaterdag 12 september 2020
59 km, Woold (Winterswijk)

Zondag 13 september 2020
60 km, thuis


Totale afstand: volstrekt onbelangrijk, had ik maar zoveel geld op mijn bankrekening, maar toch........944 kilometer.


Wijsneuskapje

Gisteren waren we er te moe voor. Te uitgeblust. Te weinig energiek.

Daarom brengen we vanochtend een fris en fruitig een bezoek aan de stad Munster. U weet wel die stad van de vrede van Munster (1648). Dat het einde van de 80 jarige Oorlog betekende.

En nu ik hier zo rond fiets herinner ik me dat je vroeger (misschien nu nog wel) van die busreizen had van 1 dag waarop je dan s’ ochtends vroeg met een touringcar naar Oberhausen of Munster ging. Daar gedropt werd. En aan het einde van de middag moest je je dan weer bij de bus melden, en werd je weer huiswaarts gereden.

Als mijn oude, versleten hersenen - en inmiddels al aan de aftakeling retourtocht begonnen - me niet in de steek laten, dan heeft mijn moeder mij als kind wel ‘s met zo’n busreis meegenomen. Niet dat ik me er ook maar iets van herinner. Maar toch. Goh....wat zal/zou mijn moeder het hier mooi gevonden hebben.......

Het binnenfietsen van de stad is een waar feest. Het is nog erg vroeg en dat vind ik het allermooiste moment van de dag. Zo’n stad die langzaam uit een septembernacht ontwaakt en zich op maakt voor de dag.

Een middenstander die z’n straatje schoon staat te vegen. Een gemeentereiniger die nog snel het straatvuil weg bezemt. Toeleveranciers die hun waar bij de winkels brengen. En dit allemaal voordat de klanten / toeristen komen om hun euro-doekoes weer te laten rollen. Het is - zo ‘s ochtends - een beetje stiekem gluren, backstage / achter de schermen kijken van een stad die straks weer de schone schijn ophoudt..

Wij verlaten Munster niet voordat we een aantal belangrijke en bovenal mooie gebouwen hebben gezien. Waaronder de Sint-Paulusdom. Ook moet er een bak koffie en vruchtenthee achterover worden geslurpt. Bij het binnengaan van het restaurant worden we er door het personeel fijntjes op gewezen dat het mondkapje - behalve de mond - ook de neus moet bedekken. Waarbij ik denk: het is toch een mondkapje. En geen mond & neus afdekkapje. Zou dat mondkapje wel willen. Promotie maken. Van mondkapje naar mond & en neus afdekkapje. Ziet er hetzelfde uit, echter je kan er meer mee. En het klotekapje zou meteen de prijs verhogen. Want zo zijn ze. Laat mij die mond-neuskapjes kennen.

Wat een Wijsneus ben ik toch.

Maar goed, beter een Wijsneus dan Roodkapje. Want U weet waar die eindigde. In de neus van de grote boze beer, die zich nog maar ternauwernood uit de klokkentoren - via een wit bloeiende Rambler roos - naar beneden liet zakken om vervolgens ritueel geslacht te worden door Assepoester met behulp van haar zilveren snowboots en zeven smurfen. En dat alles omdat Roodkapje geen mond-neuskapje droeg. En het verhaal wil dat dat eigenlijk een behoorlijk onterechte dood was want Roodkapje droeg wel degelijk een mond-neuskapje. Maar die was aan het gezicht onttrokken door haar rode kapje, maar dat hadden de zeven smurfen niet gezien. En Assepoester was blind, dus die kon het niet zien. Als je het al met van een afstandje bekijkt is het toch een behoorlijk rottig einde voor Roodkapje. Dat gun ik haar niet. En U vast ook niet lieve lezer.

Afin.

We stappen op onze karretjes. Waar de akkers gisterochtend nog omarmd werden door een deken van dikke mist - is deze ochtend met zon overgoten.

Met het wegtrappen van de eerste kilometers voelen we onze zware benen.

De twee vorige dagen hebben we respectievelijk bijna en ruim 80 kilometertjes weggetrapt. En die rekening (inclusief verzuurde spieren, opgerekte pezen, schurende knieschijven, zeurende liezen, krakende polsen, ingegroeide teennagels, en holle kiezen) ga je hoe dan ook een keer betalen. Vandaag lijkt het PAYDAY te worden.

Het is elke keer weer opvallend hoe snel de drukte van de stad in een kilometer of vier geheel en al verdwenen is. De kleine rustige weggetjes liggen hier voor het oprapen.

We fietsen door een prachtig en gevarieerd landschap.

In het dorpje Havicksbeck houden we - rond het middaguur - een stop bij een pizzeria. De eigenaar weet weel van James Bond films en houd er een hele verhandeling over. Best wel lang trouwens. Best wel heel erg lang.........Salades en pizza’s kan de man ook prima bakken. Al worden aan het tafeltje naast ons twee aangebrande pizza’s door hem geserveerd. Met dank aan James Bond.

Aan het eindje van de fietsdag belanden we in Coesfeld. In deze plaats zien we voor het eerst een verwijzing naar een Nederlandse plaats: Winterswijk. En dat vervult ons met ietwat weemoed. Want dat betekent dat we in de buurt van de Nederlandse grens zijn beland en dat onze reis zo zuurtjes aan op z’n einde loopt. En dat het uit is met de fietspret.

Maar goed. Zover is het nog niet. We mogen nog twee dagen.

(sorry, voor de weinig bijpassende foto’s, het uploaden gaat ff niet zo lekker)

Donderdag 10 september 2020
81 km (echt meer dan we aankonden)
Munster

Vrijdag 11 september 2020
67 km, Coesfeld

Fibre Fix Spoke

Het was een veelbewogen dag vandaag. En dat kwam niet alleen door de vele kilometers die we vandaag achter ons lieten.

De dag begon met een fijn ontbijt in een fijn hotel in een fijn dorpje. Allemaal fijn. Wat ook fijn was, was dat we met een fijne afdaling begonnen. Minder fijn was dat daarna een paar pittige klimmetjes op het program bleken te staan, die de kuiten deden aanspannen en de bovenbenen bijna deden verkrampen.

Rond het middaguur deden we ons tegoed aan een cous cous salade, een beker yoghurt en water.

We stapten op en KNAL PANG!

Ik rem meteen. Spring mijn fiets af. En controleer de achterzijde van mijn fiets (daar kwam de KNAL PANG vandaag). Niets te zien. Gerustgesteld stap ik op. En trekken we verder.

Na verloop van tijd loopt mijn achterwiel aan. Het schuurt. Het schaaft. Het maakt geluid. En als vakantiefietsers ergens een bloedje hekel aan hebben is het een fiets de kraakt, schaaft of schuurt. (de volgorde boeit even niet). We rijden naar een parkeerplaats. Gooien alle bagage van onze pakezel. En onderwerpen de fiets nog ‘s aan een goede en nauwkeurige inspectie.

Aha. Spaak kapot. Vandaar de KNAL PANG. En dat verklaart het schuren en schaven van het wiel. In die ronde metalen spaken-velg komt er - met het knappen van een spaak - komen de krachten anders te liggen en komt er meteen een kleine slag in. Niets aan het handje. Ik heb alles bij me.

Eerst pak ik de spaaksleutel. En probeer de gebroken spaak uit de nippel te draaien. Dat lukt niet erg goed. Eigenlijk lukt het niet. Ik heb een tangetje nodig. En ik heb wel tangetjes. Maar die werken niet goed genoeg. Geen nood. Haal ik gewoon spaak en nippels uit het wiel. Ik heb gelukkig reserve-nippels bij me.

Ok, eerst maar even de reserve-spaken pakken. Die zijn wel essentieel voor dit reparatie klusje. Waar heb ik die ook al weer? Mm.... niet in mijn achtertassen. In de voortassen dan? Ook niet.......mm.........in de grote tenttas dan? Ook niet!

Ai........knots vergeten in te pakken. Shit.

We schelden wat heen en weer. Er wordt door Joan met het uit China meegebrachte Chinees porselein gegooid. En dat maakt op zichzelf niet zoveel uit. Maar ze gooit het in mijn richting. Ik op mijn beurt scheld haar de huid vol en probeer iets van een wurggreep.......

Neeh........lieve lezer. Niets van dit alles. De reserve-spaken zijn er inderdaad niet. Maar we maken in alle rust een plan om de zaak op te lossen. Mijn gedachten gaan onwillekeurig terug naar mijn allereerste fietsreis - in mijn eentje.

Ik moet een jaar of zeventien zijn geweest. Volledig onervaren trok ik er op uit met mijn Gazelle Flying Dutchman. Veel te zwaar beladen trok ik per fiets naar Denemarken (mijn moeder vroeg destijds: waar ligt Denemarken eigenlijk? Ik moest haar het antwoord schuldig blijven......).

Ik maakte in Denemarken een mooie fietslus. Beleefde er mooie en minder mooie avonturen. Toen ik terug reisde naar huis - door Duitsland - brak mijn fiets ergens voorbij Bremen. Ik moest met mijn zeventien jaar en kapotte fiets naar een fietsenmaker. Die maakte mijn karretje vakkundig. En 2 dagen later kon ik mijn reis vervolgen.

En nu - zoveel jaren later - gaat er weer in Duitsland iets kapot aan mijn fiets. Iets dat ik gemakkelijk en snel zou kunnen repareren (een gebroken spaak vervangen kost 20 minuutjes). Maar dan moet er wel een reserve-spaak voorhanden zijn. En die is er dus niet.

We besluiten rustig door te fietsen naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Die zoekt. En zoekt. En zoekt. En is behulpzaam. En zoekt. Maar vind niet. Ik heb 26 inch wielen met een speciale naaf. En deze fietsenmaker heeft niet de juiste maat/lengte spaken.

Oei. We zitten lichtjes in de knoei.

Nu gaat het wel knetteren tussen ons. Joan raapt de scherven van het Chinese porseleinen bij elkaar en ik krijg ze alsnog naar mijn hoofd ....... Neeh......lieve lezer. U had dat graag willen lezen. U bent wel van een beetje sensatie. Als het U zelf maar niet betreft. Ik ken U inmiddels een ietsje. Maar ook nu blijven we in control.

En dat komt ...........(roffffffel) .........omdat we een noodspaak aan boord hebben. The Fibre Fix Spoke (als je vakantiefietser en noodspaak Googled krijg je een fijn filmpje te zien over de montage van deze noodspaak)

De noodspaak bestaat uit een nylon koord. Die op een speciale wijze moet worden aangebracht. En dat koord vervangt de ijzeren spaak voor de rest van de reis. Eenmaal thuis gekomen demonteer je het koord. En monteer je een echte spaak.

De fietsenmaker die ons in de weer ziet met het nylon koord, schudt aanvankelijk zijn hoofd. Hij gelooft er niet in. Maar als we het montagefilmpje drie keer bekeken hebben. En we tot montage overgaan, slaat zijn scepsis om in ‘geloof’. “Die Hollanders hebben ook voor alles een oplossing, weet hij uit te brengen”.

Opgelucht en voldaan trekken we verder. We hebben de heuvels - voor de duur van deze reis - achter ons gelaten. We fietsen zo goed als vlak verder.

Na 80 kilometer fietsen vinden onze lichamen het welletjes geweest. We beginnen lichte vormen van overbelaste spieren en andere lichaamsdelen te ontwikkelen.

Joan had gisteren last van een kuitspier. Ik had vandaag last van een trekkende - en daardoor zeurende - rechterlies. Gelukkig weten we de juiste rek-oefeningen te doen. En iets te sleutelen aan onze fietsafstelling. En hiermee worden de klachten niet erger.

De rit van vandaag brengt ons in de stad Gutersloh. En dat voelt alweer iets meer als thuis. En dat komt dan weer omdat we in dezelfde deelstaat zijn aangekomen waar we zelf ook wonen: Nordrhein Westfalen.

Morgen trekt de tocht naar de stad waar de vrede (einde 80 jarige Oorlog) getekend is.

Mag U raden welke stad we morgen aandoen?


Afstand: 79 km.

Tegenwind

Opeens snappen we waarom mensen ervoor gekozen hebben om naar Berlijn te fietsen. In plaats vanuit Berlijn naar die Niederlande te karren.

We hebben gisteravond ons kampement opgeslagen in een stad. Nou ja, Stadt Oldendorf heette het plaatsje. En we stonden op een grote lege weide, waar alleen wat jeeps stonden.

De Mamut-camping wordt beheerd door een echtpaar uit Almelo. Die hebben het terrein (63 ha bos) van defensie gekocht (de Duitsers waren wel klaar met oefenen). En daar exploiteren ze een bos waar je lekker met je crossauto mag rond karren. Tegen betaling overigens. Uit heel Duitsland - en ook Nederland - komen mensen crossen in de bossen van dit echtpaar. De camping wordt met name in het weekend bevolkt. Wij zijn nu nagenoeg de enigen.

Des avonds heb ik jullie Oranje elftal - vanuit mijn slaperige slaapzak - nog zien spelen tegen 11 Italiaanse pizzabakkers (en dan heb ik het niet over de bakkers van de ronde schijven veelal belegd met lekkere ham-champignons-ui-zalm-artisjok-ananas-salami-paprika en nog veel meer smakelijke naar eigen keuze te beleggen pizzameuk).

Oei oei oei!!!

Het Nederlandse woord ‘voetballes’ heeft na gisteravond een andere betekenis gekregen. Die gasten sneden toch maar mooi en best wel vaak door jullie Hollandsche kartonnen pizzabodem-verdediging. En ik weet wel: jullie verwachtingen zijn hoog gespannen. Jullie willen zelfs Europees kampioen worden komende zomer. Ik zou toch tegen jullie Hollandsche Oranje Leeuwen harten willen zeggen: besteed nog wat tijd aan oefenen.

Doet onze Deutsche Manschaft ook en dat bevalt doorgaans heel goed....

Na een best wel koude nacht staan we vroeg op. We maken ontbijt. En zitten om 8.30 uur op de fiets. Na een uurtje fietsen breekt de zon door en worden onze lichamen wat meer opgewarmd.

Tot 14.00 uur is de wind afwezig. Maar dan trekt ie aan. Tot zover niets aan het handje. Geen probleem. Best wel overzichtelijk. Echter, het is niet alleen de wind die ons parten speelt. Het klimwerk is ook weer begonnen. Dit alles gecombineerd met toch wel wat vermoeide benen maken dat we ........een bak koffie/warme chocolademelk weg slurpen en een stuk pflaumentorte mit Sahneweg naar binnen knagen.

Dat mensen verkiezen om de route andersom te fietsen begint langzaam wortel te schieten in ons bovenkamertje. Ze hebben de wind meer mee dan wij. Niet dat we er nu nog veel aan hebben. Want ja. Als we ons nu door de wind mee laten voeren, dan geraken we nog verder van huis.........

We vervolgen onze weg. De wind loeit om onze helmen,. De uitzichten zijn mooi. De weggetjes rustig. De dorpjes uitgestorven. We komen tegen 16.30 aan in het niet al te bruisende - maar het o zo fijne en rustige - dorpje Nieheim.

We hebben een kamer geboekt via internet. Meestal gaat dat goed. Maar u voelt ‘m wellicht van fietskilometers ver aankomen: deze keer niet. We vinden het hotel, hebben ook keurig een reservering in the pocket, maar de hoteldeur zit dicht. En om een lang verhaal kort samen te vatten: de deur blijft dicht. Navraag leert dat er meer toeristen Hier tegen een dichte deur aanlopen en dat het hotel niet goed beheerd wordt.

We vinden gelukkig een prima alternatief. Hier gaan we onze vermoeide benen wat rust geven.

We hebben namelijk het plan opgevat om de geplande rustdag te laten voor wat ie is. Laat ‘m lekker de klere krijgen die rustdag. Rusten doen we een andere keer wel. We willen ‘s proberen door de vermoeidheid heen te fietsen. Kijken of dat gaat. Plus. We wilden onze route beëindigen in Winterwijk. En dan met de trein naar Nijmegen reizen. Om vandaar naar huis te fietsen. Maar zoetjes aan is het idee ontstaan om echt helemaal naar huis te fietsen. Dat betekent wel dat we vanaf nu tenminste 70 km per dag moeten afleggen. En dus ook geen rustdag kunnen inplannen.

Als u - lieve lezer - er nu voor zorgdraagt dat de tegenwind wel een rustdag gaat nemen of dat U regelt dat ie de andere kant opblaast. Dan doen wij het fietswerk wel.

Kijken of het allemaal lukt.

Maandg 7 september 2020
67 km, Stadt Oldendorf

Dinsdag 8 september 2020
64 km, Nieheim

Physalis

We willen deze zondag ‘s goed beginnen.

Met die kenmerkende en heel fijne nazomer september-geur in de neus vertrekken we uit Isselburg. Een plaatsje dat zich op een onbewaakt ogenblik heeft uitgeroepen tot toeristisch oord. En niet geheel ten onrechte. Het is een fraai en aantrekkelijk plaatsje dat tevens een uitvalsbasis is voor wandelaars die het Harz-gebergte willen verkennen.

Gisteren hebben wij de eerste echte klimmeters gemaakt. En die vielen nog best zwaar. Maar ‘s kijken wat de dag van vandaag voor ons in petto heeft.

Nou, dat wordt spoedig duidelijk als we een fors klimmetje voor de kiezen krijgen. We fietsen op onverharde paden - door het bos, door akkers met luzerne - maar altijd weg van de doorgaande wegen. We fietsen over betonplaten, kinderkoppen of asfalt. De ondergrond is zo divers als je maar hebben kan. En ook dat maakt het fietsen wat zwaarder. We keren en we wenden wat af. Van tijd tot tijd maakt de route een zwaai en rijden we door een mooi stadje. En daar houden we dan zo soms een fijne pitstop.

De heuvels maken vandaag minder indruk op onze benen dan de fietsdag van gisteren. De hoogten zijn vergelijkbaar maar de stijgingspercentage zijn prettiger. Of zouden onze benen moeten wennen aan het klimmen.......

Ergens onderweg kwamen we de lampionplant tegen. Physalis alkekengi voor de fijnproevers onder u.
De eerste keer dat ik ‘m in levende lijve tegen kwam was in 1995. Ik kocht toen een boerderijtje - ergens op de Veluwe - van oude mensen (veel oudere mensen hadden ‘m vroeger in de tuin staan). Het is een wat rommelig groeiend plantje. Met een onbetekenend wit bloempje. Maar na de bloei onthult de plant zijn ware aard. Die komt begin september naar boven: de oranje lampionnen.

Die lampionnen luiden de vroege herfst in. En ze doen nog meer.

Ze vertellen je dat als je nog wil BBQ'en je dat als de wiedeweerga moet gaan doen. En dat je ook alvast een beginnetje kan maken met het inklappen van je parasolletje. En dat je je garagebox ook wel kunt uitruimen want de plastic tuinmeubeltjes van Hartman moeten er een plek krijgen. En dat je je moet haasten om de laatste tubes zonnecrème nog bij de drogist uit de voordeelbakken te plunderen. En dat je......afijn, u heeft een beeld.

Prachtig vind ik die lampionnen.

We hebben ze zelf dit voorjaar gezaaid en heb de jonge planten - net voor we op reis gingen - in de voortuin geplant.

September roep ik uit tot de mooiste maand van het jaar. Die September-dagen klungelen zo heerlijk lekker tussen de zomermaanden en de herfst in. Het is vaak mooi weer. En heerlijk fietsweer ook!

We belanden - aan het einde van onze fietsdag - in een pension ‘die Rote Rosen’. Het is eenvoudig van snit. Laat ik het zo zeggen: het Hilton hotel hoeft niet bang te zijn voor concurrentie. Het Amstelhotel mag stoppen met angstbeven. En ook een gemiddelde Hollandsche jeugdherberg kan de faillissement aanvraag nog even uitstellen.

Maar ook hier zal het slapen wel gaan lukken.

We zijn vandaag precies halverwege de reis. We hebben nu al zin in de volgende fietsdag. Lang hoeven we er niet op te wachten. Want heel toevallig staat ie morgen al weer op het program.


Afstand: 61 km (zaterdag 5 september 2020)
Afstand: 57 km (zondag 6 september 2020)

Ballenbak-stad

De fietsdag begint onder een grote grijze donsdekbedden Beter Bed deken. U weet wel, met de rettertet-kut-clown. Met die rolfluit. Die moeten ze ritueel slachten. En dan bedoel ik niet die rolfluit.

Maar goed terug naar die wolkendekken. 

Waterdruppels willen er nog net niet uitvallen. Maar die kunnen zich elk moment bedenken. Het is kantje boord. De wind daarentegen heeft een duidelijker standpunt ingenomen: die heeft vandaag geen zin in woeien en waaien. De temperatuur en de hoge luchtvochtigheid maken dat het al snel warm en vochtig aanvoelt.

We zetten koers naar het Noordelijke uitlopers van het Harz-gebergte. De rustdag van gisteren heeft ons goed gedaan. De benen voelen weer als vanouds. Het lichaam energieker. De zin is goed. Laat die Harz bergen maar komen. Daar zal het meer serieuzere klimwerk van deze fietsreis gaan beginnen. Maar dit lijkt vooralsnog een redelijk rustig dagje te worden.

Na 7 kilometer loopt de weg langzaam maar zeker omhoog. Dat is een eerste test, die meteen de bovenbenen doet vollopen. Het landschap verandert langzaam van vlakke akkers en krijgt een meer heuvelachtig karakter. De lijsterbessen geven kleur aan het landschap.

Bij een supermarkt kopen we wat kaas, ham en yoghurt in. En laten ons dit goed smaken.

We koersen een kilometer of 20 door en houden dan onze grote pauze. We bestellen in een Grieks restaurant een omelet die........nooit komt. Nee, na ruim en uur wachten geven we de omeletten pijp aan Maarten. We eten wat meegebrachte worstjes, noten en fruit. En vervolgen onze weg.

Tegen 16.00 uur rollen we Ballenstedt binnen en bereiken we ons onderkomen voor de nacht. 

Het blijkt een studieinstelling te zijn voor mensen die een rijschool willen beginnen. De opleiding van personenauto’s duurt 15 maanden. Als je die met goed gevolg heb afgelegd, kun je nog vervolgstudies doen voor motoren en vrachtauto’s. Ik ben al blij dat ik mij rijbewijs in vijf pogingen hebben kunnen halen en laat deze gifbeker-studie aan mij voorbij gaan.

Er zijn in de school allerlei zaken die verwijzen naar de opleiding die hier worden verzorgd. Ook koffie- en soepautomaten ontbreken niet.

De school heeft kamers voor de studenten die door de week willen blijven overnachten. Maar in het weekend staan deze kamers te huur. En wij hebben er 1 weten te bemachtigen.

Morgen de bergen in. Fietst u mee?

Afstand: 58 km.

Mondkapjes-gedoe

We zijn lichtjes in verwarring.

Het valt ons op dat de mondkapjes-plicht hiero wat anders wordt nageleefd als in het deel van Duitsland waar wij wonen. Om de onduidelijkheid weg te nemen vragen we toch maar ‘s aan iemand hoe dat zit. Wanneer moeten die dingen nu gedragen worden, en wanneer niet (wettelijk gezien)?

In Duitsland is het net even ietsje pietsje anders geregeld dan in ons mooie Holland, wordt ons ten verstaan gegeven. Hier hebben de 16 deelstaten (provincies) best veel zeggenschap. Duitsland is een zgn. federalistische staat. De Länder (zoals de deelstaten heten) hebben een eigen regering die op veel terreinen, zoals onderwijs, natuurbescherming,waterhuishouding, gezondheidszorg, culturele zaken en de media (pers, radio en televisie), hunnie eigen beleid mag bepalen.

De deelstaten moeten wel binnen de kaders blijven van de wetten die Frau Angela (de bondsregering) heeft opgesteld. Daarnaast zijn er beleidsterreinen waar ze geen invloed op hebben. Zoals de buitenlandse politiek, defensie, spoorwegen en belastingen.

Maar over mondkapjes hebben ze het dan wel weer voor het zeggen. Elke deelstaat mag daar eigen beleid voeren. En dat maakt dat in de deelstaat Saksen Anhalt (waar we nu doorheen rijden) bezoekers geen mondkapjes in restaurants hoeven te dragen, maar bedienend personeel wel. En in supermarkten andersom. Terwijl in de deelstaat Nordrhein Westfalen mondkapjes in alle openbare gelegenheden verplicht zijn.

Met deze nieuw opgedane mondkapjes-kennis vangen we de tocht van vandaag aan. Maar niet voordat we de NETTO geplunderd hebben. En ons tegoed hebben gedaan aan de nodige ontbijt meuk.

De rit is wat minder afwisselend dan de voorgaande dagen. We trekken door een vrij open landschap waar de wind vrij spel heeft. Tot zover is het allemaal vrij overzichtelijk. Ware het niet dat de wind behoorlijk is aangetrokken. En ook dat is niet onoverkomelijk. Echter, we hebben ‘m tegen. Dat maakt het fietsen vrij stroperig. En dat net op de dag dat we in kilometers flink vooruit willen komen.

Na 50 kilometer stoppen we in een fijn stadje. Het fijne is dat er een Chinees is die ons een heerlijke soep (door zo’n luikje) reserveert met gebakken WAN TAN deeg-achtige-dingen. Dat zorgt er voor dat we weer nieuwe energie opdoen. We zoeken via onze telefoon ook naar onderdak voor een stad die 25 km verderop ligt. Na wat teleurstellende pogingen (vol geboekt, niet open, te duur) hebben we succes. We vinden en boeken een pension.

En daar zetten we om 15.00 uur ‘s middags koers naar. De wind loeit om onze helmen heen. En de eerste waterdruppels vallen naar beneden (wat je al snel hebt met waterdruppels, maar dit terzijde). De regenjas wordt uit de mottenballen getrokken. Maar het valt allemaal mee. De regen heeft er vandaag geen zin in en houdt -net als een man van middelbare leeftijd - toch een keertje op met nadruppelen.

Op het einde van de rit geraken we toch weer in een meer bosrijk deel. De paadjes worden er smaller. En de heuvels hoger. Of is het misschien dat we wat vermoeid raken......

Met de tong op onze schoenen en de billen zo rauw als een halfgare biefstuk, bereiken we het onbetekenende stadje Stassfurt. Alwaar we vriendelijk worden ontvangen door de eigenaresse die ons een eenvoudige doch voedzame kamer aanbiedt.

Hier gaan we vannacht de oogjes toe doen. En morgen houden we hier onze welverdiende rustdag.

Afstand: 80 km.

Maarten

Hij werd geboren op 10 november 1483 in Eisleben te Duitsland. Hij was mij er eentje. En niet zomaar eentje. Welnee. Hij was broeder, priester en theoloog. Tegelijk.

Op een goede dag had ie 95 stellingen op zijn zolderkamertje bij elkaar bedacht. En niet zomaar wat stellingen. Stellingen waarmee hij de wantoestanden in de Katholieke kerk aan de kaak wilde stellen.

Het kon hem - op een goede dag allemaal - niet veel meer schelen. Hij toog naar de bouwmarkt, kocht een hamer en wat spijkers, haalde bij de kassa zijn wat vergeelde gamma voordeelpas tevoorschijn (dat leverde jammer genoeg geen voordeel op, want hij stond bij de Karwei), betaalde en ging naar de slotkerk in Wittenberg. Daar spijkerde hij de 95 stellingen aan de deur (sloeg verdomme ook nog een keer op z’n vinger, maar goed). Het spijkerwerk van Maarten leidde de reformatie in en het wordt gezien als het begin van het protestantisme.

Allereerst wil ik Maarten niet bedanken voor dat ie dat gedaan heeft.

Nee, als ie die stellingen lekker voor zichzelf had gehouden dan was dat hele protestantisme er nooit gekomen. En dat had mij dan weer een karrenvracht zondagochtend kerkdiensten bespaard. Als die hele Maarten met dat gespijker van ‘m er niet was geweest had ik op zondagochtend lekker in mijn bed kunnen blijven stinken. En nu zat ik in rij 14 pepermuntjes van het merk KING (niet te vreten) door te geven. Als Maarten lekker op z’n zolderkamertje was blijven ruften en een beetje scheten had zitten laten in z’n donsdekenbedje en niet zo uitslofering 95 stellingen had zitten bedenken dan was de reformatie er nooit gekomen en had ik niet de seconden en minuten op mijn horloge weg hoeven koekeloeren tijdens de preek.

Ik zeg: bedankt Maarten!

Maar ok. We staan nu voor de negentiende eeuwse kerkdeur van de slotkerk in Wittenberg. De deur waar onze Maarten die 95 stellingen openbaar maakte. En ok. Dat historische feitje wilde we niet helemaal aan ons voorbij laten gaan.

We proberen de prachtige stad Wittenberg fietsend achter ons te laten.

En dat valt helemaal nog niet mee. We fietsen ons ‘dood‘ op de rivier. We fietsen terug. Doen nog een poging. Maar er is iets met de route aan de hand. Het lukt ons niet om de route op te pakken. Een man spreekt ons aan. Er wordt gebouwd. We moeten een omleiding fietsen om weer op de R1 te komen, zo wordt ons te verstaan gegeven. Iemand anders komt zich er mee bemoeien. En heeft een afwijkende mening.

En dan gebeurd iets dat ons in Duitsland vaker overkomt. Er ontwikkelt zich een discussie tussen de twee Duitsers die in onze Nederlandse ogen en oren vreemd voorkomen. Het is schreeuwen, het is roepen, het heeft iets ......onaangenaams. Iets ongemakkelijks.

Sinds we in Duitsland wonen worden we hier meermaals mee geconfronteerd. Duitsers spreken elkaar nogal direct aan op het gedrag van de ander. Dat gaat vaak gebiedenderwijs. U moet.....Ga naar achteren.....Ik wil dat U ...... Leg die flessen neer.......

Dat zijn wij Nederlanders helemaal niet gewend. En we accepteren het ook vaak niet van de ander. Duitsers daarentegen kunnen het heel goed van elkaar hebben. En dat is fijn omdat er anders wellicht een conflict zou ontstaan. En vandaar uit wellicht iets van ruzie. En als je niet uitkijkt is er sprake van hoog oplopende spanningen. En wellicht vormt het het startpunt van een volgende oorlog*

* U moet weten dat ik van Joan niet steeds tegen Duitsers over de Oorlog mag beginnen. Best jammer. Want dat is toch mijn favoriete onderwerp, en ja, waar moet je anders met Duitsers anders over praten...... Ja bratwurst, Die Manschaft......maar ja ben je ook gauw uitgeluld.......en ik weet ‘t, het heeft iets kinderlijks, iets onvolwassens.......echter het is ook heel leuk...........maar ok ok ok ....je houd geen vrienden over.....dus enig begrip kan ik wel voor haar terughoudendheid op dit punt opbrengen.

We kiezen voor de meeste overtuigende en minst hard schreeuwende persoon en volgen de omleiding. Dat blijkt een geweldige keuze. Want na 10 minuten om-fietsen zitten we weer op de route en koersen we al weer spoedig en snel op prachtig rustige achteraf-paadjes waarvan oorlog geen sprake is.

Na 78 kilometer fietsen vinden we het mooi geweest. We stranden in Dessau. We kamperen illegaal op het terrein van de Dessau’er botenvereniging. Die vereniging heeft een fijn afgestelde antenne als het gaat om het vinden van een goed stekkie. Ze kunnen namelijk hunnie booties zo in de rivier de Elbe laten glijden.

Er wordt ons verteld dat de beheerder - die een oogje in het botenzeil moet houden - net is vertrokken. En dat ie morgenochtend pas terug komt. Het ideale moment om de tent op te zetten op het terrein van deze botenvereniging. Fijn langs de Elbe. Als ie morgenochtend zijn gezicht weer laat zien, is de nacht toch al voorbij en breken we ons kampement toch op. No problemo!

We dineren bij een Vietnamees afhaalrestaurant gezeten aan 2 plastic stoelen met dito tafelkleedje. Alwaar het knetter-knoert-ploertiger heet is.

Het leven is goed.

Afstand: 79km.