De Lustige Reiziger

Behind the scenes

Lieve lezer. 

We halen de koude meteen maar uit de lucht. We laten het smeedijzer niet eerst afkoelen. We houden U niet in bandenspanning. We laten het tromgeroffel achterwege. We wachten niet met het opblazen van de ballonnen. We steken meteen van wal.

“WE HAVE MADE IT”!

Onze rubberen Robbie-banden zijn Ho Chi Minh zonder 1 keer lek te rijden Ho Chi Minh binnen gerold. Niet zonder kniezen. Niet zonder stoot of slag. En ook niet zonder enige vertraging.

Want Ho Chi Minh - lieve vriendjes en vriendinnetjes - is een geweldig drukke stad. De laatste 15 kilometer kwamen we in het drukke stadsverkeer van deze miljoen stad terecht. Duizenden brommertjes krioelden naar hartelust om ons heen. Maar het is gelukt. Zonder kleerscheuren. Gelukkig en fijn. En dan zit zo’n reis er plots op. Dan heb je je laatste fiets metertjes zomaar achter de rug. Dan knijp je in de remmen in de wetenschap dat het v.w.b. deze reis de laatste keer is. En dat is best raar! 

Na 1200 kilometer fietsen door Thailand, Cambodja en Vietnam is het dan zomaar over. 

Nou ja. Helemaal over is het nog niet. Want weet U. Fietsreizen is pas echt leuk als je op je fietsje zit. Het asfalt onder je voelt wegglijden. Dat je ogen fietsend en wel blijven haken achter de mooiste landschappen. Fietsen is pas echt leuk als je fijne ontmoetingen hebt. Of als je op een pontje zit die je naar de overkant van de rivier brengt. Fietsen is fijn als mensen je aanmoedigen door een duim op te steken. Fietsen is pas fijn als je op je fiets zit.

Fietsreizen is ietsje minder inspirerend als je ze uit elkaar moet sleutelen en aan boord van een vliegtuig moet zien te krijgen.

“Pardon, U zegt? U vraagt? Wablief? Heb ik U goed begrepen? U wenst meer achtergrond informatie? U wilt een kijkje achter de schermen?“.

”Nou dat kan. Met plezier zelfs”.

We hebben op ons startpunt in Bangkok onze Schiphol-fietsdozen achtergelaten. Je kunt immers die kartonnen ondingen moeilijk 1200 kilometer met je meeslepen. Dat heeft dan wel tot gevolg dat we op ons eindstation - Ho Chi Minh - onze fietsen weer in kartonnen dozen dienen te proppen. Anders neemt het vliegmachine Kumpanietje onze fietsen ZEKER & VAST niet mee. 

Op vorige fietsreizen verzamelde ik dan grote stukken karton. Kocht ik 10 rollen duc tape. En boetseerde en kleide ik van al die meuk dan weer een doos waar de fiets in past. Een doos die door de vliegtuigmaatschappij geaccepteerd wordt.

Hier in Ho Chi Minh hebben we heel erg mazzel. We zijn lid van een club ‘de Wereldfietsers’. En een lid attendeerde ons dat er in Ho Chi Min een bedrijfje zit die - tegen betaling - van oud karton een fietsdoos voor je maakt. We gaan op zoek. En lopen door de stad. 

Het bedrijfje zou achter een postkantoor zitten. Dat is alles wat we weten. We gokken dat met ‘het postkantoor’ het Centrale Postkantoor bedoeld wordt. Dat vinden we. En na even zoeken vinden we het dozenbedrijf ook. Het heeft nogal wat taalvoeten in aarde voordat we duidelijk gemaakt hebben wat we willen: een doos van 180x102x23 cm. En dat we er ook verpakkingsmateriaal bij willen. En dat dit alles - bij voorkeur - bezorgd moet  worden bij ons hotel. Maar het lukt allemaal.

De dozen worden keurig bezorgd bij ons hotel. Zo mooi is het nog nooit gegaan. Dit bespaard ons een serieuze dag  struinen langs afvalcontainers. Leuren bij fiets verkoopwinkels (dozen zijn altijd te klein, dus heb je er vier nodig, en daar maak je er dan weer 1 van). Bedelen bij witgoedwinkels. En het verzamelen van pizzabodems (en dan moet je die uit de supermarkt hebben, die bodem van kartoooooooooonnnnnn)!

En nu zijn wij aan zet. De fietsen moeten inpak gereed gemaakt worden. Trappers eraf. Stuur demonteren. Banden (bijna) leeg. Alles goed vast zetten met Tie Wraps. En veel noppenfolie ter bescherming van de fietsen. Want er wordt gegooid met de dozen. Tja, wat zou U doen als u - zwaar onderbetaald - de hele dag, in de drukkende hitte, met die bagagemeuk zou moeten dealen. “Smijten met die handel”. Ik snap dat wel. Goed beschermen dus!

En dit alles doen we op straat. Ons hotel heeft helaas geen parkeergarage of schuurtje waar we ongestoord ons werk kunnen doen. Eigenlijk is dit - op straat - veel leuker. We hebben veel aanspraak. Een Nederlands echtpaar is heel geïnteresseerd en besluit - na ons gesprek - fietsen te gaan huren en in de Mekong Delta te gaan fietsen......

Het is al met al een heel werkje. Van tijd tot tijd pauzeren we wat. Joan koopt flesjes water en twee broodjes bij een straatverkoper die naast onze kartonnen bouwwerken staat.

We moeten nog vervoer naar het vliegveld regelen. Daarvoor kijken we morgen op straat naar een geschikt vervoermiddel (er is altijd wel iemand te vinden die wat Vietnamese Dongen wil verdienen. Daar ligt niet de grootste uitdaging.

Die ligt ongetwijfeld op het vliegveld Van Ho Chi Min.

In Bolivia moest ik ‘s 3 uur praten en al mijn overredingskracht gebruiken om mijn fiets aan boord van het vliegtuig te krijgen. Een hele grote Boliviaanse stewardess hield bij hoog en laag vol dat deze TV het vliegtuig niet in kwam.

In Ethiopië moest mijn fiets drie keer uit de doos voordat ie aan boord mocht. En moest ik ‘m in de bagage afhandelingshal zelf door de scanner douwen.

In Pakistan zou de doos niet in het vliegtuig passen. Dat ging zover dat ik het vliegveld op ben gelopen, en bij het vliegtuig - aan het dienstdoende personeel - heb aangegeven dat ie weliswaar rechtop niet door de deur van het ruim paste (daar hadden onze Pakistaanse vrienden namelijk een welverdiend punt). Maar als je de doos diagonaal houdt dan .......

In Marokko was er op het vliegveld geen deur te vinden waardoor de fietsdoos zou passen. Het duurde uren voordat een passende deur gevonden was. Alleen.......de sleutel van die deur ontbrak. De beheerder van de sleutel had een dagje vrijaf genomen. Het duurde 1,5 uur voordat die deur openging ......

Of in........ afijn.....er zijn nog meer voorbeelden, maar ik wil U niet vermoeien.

U begrijpt. Wij gaan morgen vijf uur - te vroeg - naar het vliegveld. En daar wachten ons vast weer nieuwe fietsdoos avonturen. Waarover we U dan op een volgende reis weer fijn kunnen vertellen.

We laten U achter met wat fijne foto’s die het weblog tot op heden niet gehaald hebben. Maar wacht...... ik ben U nog iets verschuldigd.........iets wat dreigt een twijfelachtige traditie te worden.......DE SMERIGSTE WASBAK OF TOILET OF DOUCHERUIMTE van deze reis. En ja, er kan er maar 1 de smerigste zijn. Nouwwww, hierkomtiedan:

We willen u beiden bedanken voor het meefietsen en het reageren op onze verhalen en dan met name op mijn slappe geouwehoer (ik ben me terdege bewust van de zure leesappel waar ik U telkenmale weer door heen laat bijten zodra ik mijn bijdrage toevertrouw aan het World Wide Web). 

Het was weer erg leuk en fijn om jullie reacties te lezen.

O ja, hier komen de foto’s dan echt:

Joan & Gerrit

Fietsstaking

“ Heel eerlijk, lieve lezer”?!

De grootste FUN van een rustdag is de volgende dag. En dat is de dag dat we weer op onze fietsen springen. En dat we weer onze eigen koers mogen bepalen. Onze eigenste richting uitzetten. En in onze remmen mogen knijpen als het ergens leuk en interessant is.

Lieve lezer. Nu moet u niet denken dat wij onze rustdagen vervelen of zo. Of met lange gezichten rondlopen. Of dat we stroperig naar de wijzers van onze klokken zitten te staren. Of als zombies ......... Neeh, zo is het ook weer niet. Maar eerlijk is eerlijk. Het zijn een beetje verplichte en ook wel noodzakelijke nummers. De benen en billen verdienen van tijd tot tijd wat rust. En die geven we ze op zo’n rustdag. 

Op zo’n rustdag is het dan vaak wat uitslapen. Wat eten. Wat bijslapen. Wat eten. Wat verder slapen. Wat eten. En drommels nog an toe: dan is het alweer avond. Tijd om te slapen.Het goede nieuws is. Dat het meestal ook wel weer ochtend wordt. En dan mogen we weer. Jippie de Langkous Pippie!!

En morgen is dus vandaag!

We rijden het best wel drukke stadje My Tho uit. En belanden al snel op heerlijke ‘kleine weggetjes’. Plots komen we op een plek waar de Chrysanten-oogst in volle gang is. De planten worden gekweekt in potten en zijn gereed om ingeladen te worden. De planten vinden hunnie weg naar uw eigenste vensterbankje.

Niet veel verder komen we in een gebied waar de oogst van het ‘ Dragon-fly fruit’ (De Pitaja) in volle gang is. Het vrucht van een cactusachtige plant. Deze soort komt van nature voor in Mexico en Midden- en Zuid Amerika. Maar is dus op een keertje -  toen de wind de goede kant op blies - overgewaaid naar Vietnam. 

Als je ‘m door midden snijd is zie je wit vruchtvlees met allemaal kleine zwarte pitjes. Als ie goed rijp is, is ie zoet van smaak. Het is nu oogsttijd. De vruchten worden - op laagjes krantenpapier - in manden gelegd. Om daarna hun weg naar de supermarkt af te leggen.

Het is een prachtige kleurrijke vrucht waar je - als ie in onze supermarkt schappen ligt de liggen - zo maar 5 europegeltjes voor neer moet tellen. We vervolgen onze weg over heerlijke weggetjes en zien nog een heleboel Pitaja- kwekerijen.

Rond het middaguur belanden plots in een dorpsmarkt. We pauzeren er. En maken plezier met de vrouwen die hun waar aan de man proberen te brengen.

De laatste 10 kilometer van deze fietsdag fietsen we parallel aan een snelweg. Deze snelle weg brengt gemotoriseerd verkeer naar de Ho Chi Min (het voormalige Saigon). Het is niet de mooiste route van onze reis. Echter, ook langs een ietwat inspiratieloze weg komt altijd wel weer iets moois tot bloei.

Onze fietsen staken de strijd als we in Ben Luc aankomen. Ze willen gewoonweg niet verder. Iets met hunnie CAO of zo. En dan wat specifieker: Punt 5, lid a. En dan de zinsnede in de 3e alinea. En dan net achter de 2e komma. Dat stukje tekst. Daar deugt iets niet aan. Dan vallen ze over. Daar hapert de ketting. Daar spaken  ze......

Afijn.

Er is geen praten aan. We proberen ze nog wat te paaien. Met een nieuwe polderoverleg-binnenband. Wat slijmerige kettingolie. Een vrucht van de Pitaja. Maar ze willen van niets weten. Ze vouwen de spandoeken uit. Ze werpen barrières op. Ze verdommen het gewoon om nog 1 wielomwenteling verder te rijden.

Voor ons is het wat lastig te beoordelen allemaal, daar hunnie CAO in vloeiend Vietnamees is opgekalkt. Maar. Echter. Wellicht. Misschiennnnn......heeft de weigering om door te fietsen een relatie met de hier heersende temperaturen. En de bijbehorende hoge luchtvochtigheid. Is een aanname. Maar zou goed kunnen.

Maar ok! 

Als dat de stand van zaken is. Dan gooien wij het hakbijltje er ook bij neer voor vandaag. We vinden een eenvoudig hotel dat ons wel een nacht onderdak in hunnie kribbe aan wil bieden.

Als onze fietsen hunnie kwaaie koppen weer op standje positief hebben gedraaid. Als dat zo is. Mocht dat zo zijn. Bij het krieken van de dag. Morgen. Dan hebben we nog 1 fietsdag tegoed.

Naar Ho Chi Min!

Afgelegde afstand: 54 kilometer

Katterug

Mijn fietshandschoen vertoont gaten. 

En dat is maar goed ook, lieve lezer. Anders konden mijn vingers en duim er wel ‘s geen gat meer in zien. En ja, waar zou ik die slungelachtige lichaamsdelen dan moeten laten? Beetje in de lucht steken of zo. Of onder m’n oksels verstoppen. Maar dat ziet er raar uit. U zegt, lieve volger? In de bilspleet? Meent U dat nu werkelijk?! Dat meent u toch niet? Da’s toch niet echt fris. Vind u dat - bij nader inzien - zelf ook niet?!

Afijn.

Er zitten nu ook gaten op plekken in mijn handschoen waar ik ze liever niet heb. En daarom laat ik die gaten dicht naaien door een kundig uitziende mevrouw. Ik maak nog wat grapjes over extra ventilatiegaten en zo. En dat ik er geen gat meer in zie.....

Echter. Dit is niet het type mens dat de humor van straat schraapt met een pleeborstel. Niet het type mens dat snel een glimlach om de mond ......... laat ik het zo zeggen: van grapjes is ze niet gediend. Er moet een klus geklaard worden. En dat zal ze doen ook. 

Tijdens het wachten passeert een kruiwagen met bloemkolen. Dat heeft tot gevolg dat dat nummer van Andre van Duin (heeeeeele grote bloemkooooole!) de rest van dag in mijn hoofd op een heel lelijke wijze nazeurt. Na een minuut of tien krijg ik de handschoen terug. 

Wat denkt U? Geen gat meer te zien.

We bestegen onze karretjes vanochtend nadat we uitgecheckt hebben bij het hotel -dat zoveel sterren bezit dat de leiding overweegt om de pui te verbreden - omdat ze die reeks aan sterren anders niet op het gebouw geplakt krijgen. 

We banen ons een weg door Tra Vinh. Een best wel drukke stad die voorbereidingen treft voor een fijn feestje. Ballonnen wapperen. Met bolle wangen vol geblazen vlaggen klitten bij elkaar. U begrijpt het al: het is al met al een vrolijke boel hiero. Het lukt ons alleen niet om te achterhalen wat de aanleiding tot het feestje is. Tja, en om nou een beetje feest te gaan lopen vieren - en voorop te gaan lopen in iets van een polonaise - zonder helemaal te weten waarom. Dat lijkt ons geen strak plan. We fietsen lekker door.

En dat doen we over mooie rustige weggetjes met bloemrijke bermen. Op een goed moment nemen we een afslag. Op weg naar de pont die ons de rivier zal overbrengen. We arriveren op plaats delict. Proberen de veerman te spotten. Iets van een kaartje te kopen. De loopplank te detecteren. De roeispanen ter hand nemen.........Maar wat we zien. Geen pont. Wel zien we in de verte een brug. Aha!  Er valt iets van een Vietnamees kwartje. “Zou het misschien kunnen dat de pont recentelijk plaats heeft moeten maken voor deze brug”? 

Dat blijkt zo te zijn. We fietsen naar de brug. Bedwingen ‘m. En gaan verder.

Na een kilometer of 30 is het tijd om de inwendige mens wat aandacht te geven. We stoppen bij een stalletje. En er wordt een heerlijk soep voor ons gemaakt. Soep bestaat hier veelal uit een heel lekkere bouillon. En daarna is het afwachten wat ze er verder instoppen. Groenvoer. Noodles. Hond. Kikker. Slang. Schildpad (alleen de pad, daar ben ik heel precies mee, daar sta ik op, ik krijg die schild namelijk niet weg gekauwd). We weten niet precies wat er vandaag in de soep verwerkt zit. Maar onze lege fietsmagen zijn vandaag niet al te kieskeurig.

We fietsen door en komen in een gebied waar gewerkt wordt met kokosnoten. De bananenbomen en palmen groeien hier talrijk.

In dit gebied gebruiken ze alles van de palmboom. De bladeren worden gedroogd en als dakbedekking gebruikt. De stammen worden te koop aangeboden (ik weet niet waar ze daar mee doen). 

We stoppen bij een van de vele fabrieken waar ze. de kokosnoot in tweeën hakken (het kokosvocht is er dan al uit). De buitenste schil wordt verwijderd. Het vruchtvlees wordt er uit gehaald. Het is een arbeidsintensieve klus. Wat werkgelegenheid bied aan honderden mensen in dit gebied. Met - vast niet bestaande - ARBO regels neemt men het hier niet zo nauw. We vinden het interessant om te zien. Maar worden ook wel wat stilletjes bij de enorme fysieke arbeid die hiermee gepaard gaat. En de abeidsomstandigheden waarin de werkzaamheden plaatsvinden.

Een fraai rommelige zandweg brengt ons weer in de bewoonde wereld. En de bewoonde wereld bestaat hier uit een vers geasfalteerde weg. Die heeeeeel druk is! En waar knetterhard gereden wordt. We concentreren ons teneinde dit onderdeel van onze fietsreis tot een goed en veilig einde te brengen.

We geraken via Ben Tra voor de brug naar My Tho (vind ik een fijne zin, ik weet niet waarom, maar ik weet bijvoorbeeld ook niet waarom ik pakjes boter zo fijn vindt om vast te pakken, je kent ze wel, die rechthoekige pakjes boter in het koelvak van uw eigenste supermarkt, oh man, die pakjes kan ik de hele dag wel door mijn handen laten gaan, geen idee waarom, moet er wel bij zeggen, dat als ze eenmaal aangebroken zijn, dan is voor mij het plezier er wel vanaf, je krijgt er dan altijd van die vette klauwen van, dus ongeopende verse pakjes boter, HEEEEEERLIJK!!

Maar dit terzijde, lieve lezer. Ik ben geloof ik de rode boterdraad een ietsje aan het kwijt raken. Excuses. Welgemeend ook.

Dat stad My Tho is onze bestemming voor vandaag. De brug bestaat uit twee delen. De eerste brug is qua hoogte nog te doen. Maar brug twee is van een de categorie: best-wel-pittig! Deze brug heeft een zogenaamde katterug. En is best lollig en ook pittig om deze brug op te fietsen. Onder de brug stroomt de rivier de Mekong. Onder veel Azië-fietsers een magische rivier. Sommigen volgen de Mekong op hun fietsreizen van begin tot waar de rivier uitstroomt. Wij steken ‘m alleen over.

My Tho is de toegangspoort tot de Mekong Delta. Maar in ons geval geldt het tegenovergestelde. Wat is het tegenovergestelde eigenlijk van een toegangspoort? Een uitreis-trechter?! Is dat wat? Kunt u daarmee instemmen?

Hoe dan ook. We hebben de Mekong Delta al gefietst. Voor ons is het binnen fietsen van My Tho juist afscheid nemen van de Mekong Delta.

Morgen lassen we een rustdag in. En daarna hopen we in twee dagen tijd naar onze eindbestemming (qua deze fietsreis, om elke onduidelijkheid meteen weg te nemen) te fietsen: Ho Chi Min.

Gerrit

Afgelegde kilometers: 71

Zondag

Het is zondag, zo’n zondag waarop de gemiddelde Vietnamees vast denkt, laten we eens lekker buiten de deur gaan ontbijten, eens een keer wat anders dan altijd dezelfde hap thuis.

Dat plan hadden wij ook. Niet zozeer vanwege de variatie, want we zijn niet thuis, maar meer, en eigenlijk vooral omdat er niks in huis was. Beter gezegd, ons onderkomen bood niets, en onze tassen, op een pot Nutella na, evenmin. Thuis zijn er voldoende Duitse bakkerijen die je een heerlijk frühstuck voorschotelen, maar hier moeten we creatiever zijn. Het cafeetje verwijst ons naar het restaurant aan de overkant, maar voor rijst en vlees vind ik het iets te vroeg. Verder speuren levert ons verse pistolets op, die ze hier vullen met van alles, maar dat doen we nu wel even zelf. Terug naar het cafeetje voor een kop koffie erbij en smullen maar.... helaas biedt het café louter koude dranken, en yoghurt, dus dat wordt het dan. Om ons heen zitten mensen op hun zondags aan hun koude drankjes en verbaasd zien we brommertjes af en aanrijden met etagères vol warm eten in de hand. Catering op z’n Vietnamees. Zo werkt dat hier dus!

We beginnen aan onze route, die vandaag eens wat korter is dan normaal, het is tenslotte wel zondag. We moeten tijdens onze route 2 rivieren oversteken en via een mooie weg bereiken we een kleine veerboot, waar ik niet op had gerekend, maar wat het wel extra bijzonder maakt. Met de fiets de boot op is altijd leuk. De kaartjesverkoper vindt het minstens zo leuk als wij en wil graag op de foto. Daarna stellen we ons op tussen de brommertjes en mogen we na een tijdje wachten de boot op, wat allemaal nogal snel verloopt. Gerrit neemt daar wat meer tijd voor en loopt zodoende de boot op terwijl de rijplank al omhoog wordt gedaan, het ziet er spannend uit! Na een tijdje bereiken we de overkant, verlaten we de boot en vervolgen we onze weg, totdat we hiep-hoi bij de 2e veerboot aankomen en hetzelfde ritueel zich herhaalt. Net als in Senegal en Gambia lopen op deze boot ook mensen met handelswaar en.... loten. In Thailand zagen we het al, maar hier is het vele malen erger. Overal lopen mensen met loten op straat en langs de weg, ze komen bij je staan als je eet, stilstaat enz. Het is blijkbaar een lucratieve handel.

We fietsen verder, stoppen voor een drinkpauze en ontdekken daar een prachtig bloeiende boom, waar we natuurlijk de nodige foto’s van maken, fietsen door en proberen intussen de karaoke terreur positief te benaderen door gezellig mee te zwaaien als we weer zo’n toptalent voorbij fietsen. Gedeelde smart is halve smart, is het toch?

Inmiddels begint de maag weer te knorren en stoppen we bij een klein tentje waar we wat te eten bestellen. Al etende zie ik dat de dochter des huizes ons stiekem fotografeert. Gaandeweg wordt ze steeds moediger en na het afrekenen zijn we zover dat we met elkaar op elk mobieltje op de foto gaan. We zijn benieuwd op hoeveel Facebook pagina’s we terecht zijn gekomen deze reis?

Het blijft trouwens opmerkelijk hoe weinig mede fietsers we zijn tegengekomen, één Australiër, een Nederlands stel en een keer 2 Aziatische fietsers. We hadden verwacht veel meer fietsers tegen te komen.

Het einde van onze etappe van vandaag is in zicht. We rijden een redelijk grote plaats binnen en gaan op zoek naar een onderkomen voor de nacht. Om in de lijn van onze manier van reizen te blijven wilden we het bescheiden houden. Daar zijn we in geslaagd, toch??

Joan

Afgelegde kilometers: 40 

KARAOKE-tering

De eigenaar van dit ‘je kunt een kamer huren voor 1 uur-Hotel’ heeft geen idee wat we komen doen. Waar we vandaag komen. Hoe lang we willen blijven. Hij spreekt vloeiend en - ongetwijfeld - foutloos Vietnamees. En dat helpt niet echt om antwoorden te krijgen op - deze voor hem - zo prangende vragen.

We staan deze ochtend vroeg op. We willen namelijk de botenmarkt van Can Tho zien. Het zou op de rivier krioelen van allerhande bootjes die handelswaar aan elkaar aan het slijten zijn. En U begrijpt ‘t al. Wij willen weer ‘s haantje de voorste zijn. En om haantje de voorste te zijn, moet je er vroeg bij zijn. Na 7.00 uur neemt de bedrijvigheid af. En zou er niet veel te beleven zijn.

We fietsen een uurtje. Bereiken de rivier. En tja. De boten zijn er. En de waar wordt gesleten. Tot zover het goede nieuws. Maar het valt allemaal wat tegen. En dat komt dan weer omdat we er meer van verwacht hadden. Hadden we dat niet gedaan. Dan was het waarschijnlijk ook niet tegen gevallen. Maar waren we wellicht verrast geweest. Conclusie: verwachtingen willen nog wel ‘s tot teleurstellingen leiden.

We fietsen door en doen verwachtingsloos inkopen bij de plaatselijk supermarkt.  We harken onze standaard inkopen bij elkaar. Flessen water. Bakjes yoghurt. Fruit en noten. En zijn hartstikke blij met onze buit. Daar fiksen we het de komende uren wel mee.

We mijden de grote doorgaande weg. En nemen de achterste achteraf weggetjes. Vaak minder goed geplaveid. Maar o zo mooi! Zo ook nu. Mensen groeten ons of kijken ons verbaasd na. Na een kilometer of 20 komen we plots in een heel bedrijvig dorp. Met een even zo bedrijvige markt. We kijken in de remmen. En stappen af (in die volgorde werkt het vaak - door ervaring wijs geworden - het beste). We lopen wat rond en maken foto’s.

Het is in Vietnam vrij gebruikelijk om ergens langs de weg te stoppen. En even te rusten. Dat kan je kosteloos doen in een hangmat. Het hele land is vergeven van de hangmattige rustplaatsen. 

Als we de hangmatten uit rollen staan we plots met onze banden in vers gedraaid asfalt. We merken het iets te laat op. En dat heeft gevolgen. Het profiel van onze banden loopt vol met het kleverige zwart terige spulletje. Ook onze schoenzolen plakken, nadat we ze (gedwongen) op het asfalt moeten zetten. Shit. (Joan denkt overigens dat hier De uitspraak ‘krijg de tering’  vandaan komt). 

Uit een eerdere ervaring weet ik dat het ongemak aan het eind van de dag voor een belangrijk deel verholpen is. Het teer slijt namelijk gewoon weer van banden en schoenzolen af.

We geraken op een doorgaande weg. Niks aan de hand. De weg is mooi. En niet te druk. Het barst van de bananenbomen. En palmBomen. En om de paar kilometer moeten we een brug over om de zoveelste rivier in de Mekong Delta over te steken. De rivier is hier ‘de’ belangrijkste transportbaan. Alles wordt over de rivier vervoerd. Bananen. Kokosnoten. En of veel meer eetbare meuk.

Na 70 kilometer de ketting op spanning gehouden te hebben, vinden we het welletjes. Veel mogelijkheden tot onderdak zijn er niet. Maar we vinden 1 plek. Nou ja, vinden?! We kunnen het eigenlijk helemaal niet vinden. We zoeken ons een slag in de rondte, wat ons overigens wel op hele mooie plekjes brengt. Uiteindelijk brengt een jongeman op z’n brommer ons naar een onderkomen toe.

De eigenaar is verbaasd. Normaal verhuurt hij zijn kamers voor 1 uur aan stelletjes met woeste plannen. Maar deze twee fietsende gasten willen de kamer voor een hele nacht. Hij begrijpt er niets van. Maar het lukt hem uiteindelijk te overtuigen om ons toch maar een kamer te verhuren. Zonder er na een vrolijk uur weer uit te komen rollebollen.

Des avonds hebben we telefonisch contact met een Engels sprekende nicht van de eigenaar. Aan haar vertellen we wie we zijn. Dat we fietsen van Bangkok naar Ho Chi Min. En nee, dat we niet hulpbehoevend zijn. En nee, dat we geen begeleider hoeven die ons de weg wijst. En ja, we blijven 1 volle nacht. En dat alles wordt in vloeiend Vietnams overgebracht aan de eigenaar en zijn gezin.

Alle klokken staan weer gelijk. De rust is weder gekeerd. Iedereen kan weer opgelucht adem halen. De spieren kunnen weer ontspannen. Er schijnt weer voldoende licht aan de horizon. Etcetera, etcetera.

En dat is fijn. Want dan kan iedereen rustig gaan slapen.

Nouwwwwww. Nog niet helemaal. Want zo tegen het sluiten van de markt-avond. Moet er mij iets van het hart. Mijn muzikale hart. 

Ik weet niet hoe het U vergaat lieve lezer. Maar als ik een goede bui heb wil ik wel ‘s een deuntje zingen. En nu hoor ik U denken: “Gerrit jonge, is dat nu wel zo verstandig, indachtig jou zangkwaliteiten”. Mijn eerste reactie richting U is: ga eerst even op zoek naar uw eigenste (noten)balk in uw eigen oog voordat U mij beticht van matige zangkwaliteiten. En de tweede reactie: heb maar niet zoveel noten op uw zang....

Maar in alle eerlijkheid. Ik kan er geen hout van. Dus U - ik zeg het niet graag - heeft wel een heel klein beetje gelijk. Ik houd mijn zangkwaliteiten (of het gebrek er aan) dan ook beperkt tot de badkamer. Of keuken. Maar buiten de deur zal het niet snel komen.

De Vietnamees staat er......hoe zal ik het zeggen......ietsje pietsje anders in. De kararoke-tentjes zijn niet te tellen. En ze voorzien in een behoefte kan ik U zeggen. Jeetje, er wordt wat af gezongen. EN VALS!!!!!!! Echt waar!!!! Vietnamezen kunnen er geen hout van. Het doet je verlangen (dat ik dit ooit nog ‘s zou zeggen) naar de 3 FUCKING J’s. Of die akelig snot slijmerige Jan Smit. Of draaiorgel-teef: Sieneke. Of meer van die figuren die zich bewegen langs de rafelige afgrond-randen van onze muzikale samenleving.

Het is VRE-SE-LIJK!! Kattegejank zou mijn moeder gezegd hebben!

Misschien is het niet kunnen zingen wel een voorwaarde om aan de Vietnamese KARAOKE mee te mogen doen. Dat als je wel kan zingen en maat kan houden, dat je dan helemaal niet mee mag doen.

Ik denk dat ik vanavond toch maar ‘s mijn geluk ga beproeven In de KARAOKE-tering bar.

Gerrit.

Afgelegde afstand: 70 km.

Rustbillen

Wij zijn inmiddels binnen gedrongen in het hart van de Vietnamese Mekong Delta: we zijn in Can Tho!

Echter, voordat we ons gaan opmaken voor de laatste episode van onze reis, verdienen de benen en billen wat rust.

Daarom nog wat fijne onderweg-reis-foto’s die het weblog tot op heden niet gehaald hebben:




Morgen ‘koersen’ we weer verder.

Joan & Gerrit

Diiiiiiiiiiiinggggg Dinge DONG

Papapapader papapader papaaapapaaa! Papapapader papapader papaaapapaaa!! Is  het lang geleden, is het lang geleden, dat mijn hartje riep ding dinge dong. Is het lang geleden, is het lang geleden dat.......

Ja lieve lezer: ik wil deze bijdrage ‘s een fijn muzikaal tintje meegeven. De ietwat ouderen onder U hebben het allang begrepen. Teach Inn, 1975. Songfestival. Winnaar namens Nederland! Voor de ietwat groenere blaadjes onder U. Check You Tube ff. Je kunt als zoekterm ‘Teach Inn’ of ‘winnaar Songfestival 1975’ of ‘dingedong’ invullen. Echter, met alleen de zoekterm ‘ZEIKNUMMER’ kom je er ook wel.

Het nummer zit sinds vanmiddag vast gebeiteld en/of geramd in mijn hoofd. En het is er met geen drie Cambodjaanse stokken uit te rammen. Maar dat hoeft ook niet meer. Want over een kilometer of wat gaan we Cambodja achter ons laten lieve volger. En dan gaan we na Thailand en Cambodja, het derde - en tevens laatste land van onze reis met onze aanwezigheid verblijden: VIETNAM!

We fietsen een kilometer of zes heel relaxed naar grens. Uit niets blijkt dat we een grenspost naderen. Geen drukte. Geen grote aanduidingsborden. Niet de gebruikelijke grenshectiek. Niets van dit alles. Alleen een stenen paaltje met daarop de tekst: International Check Point Border of Phnom Den.  En dat we nog 1.5 kilometer te gaan hebben voordat we dat punt bereiken. That’s all!!

Plots staan we voor een slagboom. Daar moeten we ons paspoort en visum tonen. En mogen we door. Iets verder belanden we in een zweterig klam hokje. Prima omgeving voor goede seks. Maar om een paspoort te laten stempelen, mag het een graadje koeler wat mij betreft. Na ietwat gedoe stampt de beambte - met van die zweterige oksels - stempels in onze paspoorten. Ik zie het maar als een bewijs van goed gedrag. Hij denkt waarschijnlijk: “Zo, Cambodja is weer verlost van deze fietsende Hollandsche druktemakers”.

Goodbye Cambodja! 

Fietsend door een stukje niemandsland brengt het ons bij een volgende slagboom. Die van de Vietnamese grens. Deze mannen zijn wat strenger. Ze zijn waarschijnlijk door hunnie Cambodjaanse buren voor ons gewaarschuwd. Zou maar zo kunnen. Moet je niet uitsluiten. Zou best kunnen.  Is niet onwaarschijnlijk.

Afin.

We komen eerst voor een slagboom te staan. Controle. Controle. En moeten dan naar een gebouw. Daar wordt ons paspoort gecontroleerd. En ons visum gekopieerd. Althans, dat laatste is de bedoeling, echter het kopieerapparaat blijkt defect. We moeten foto’s maken van onze visa en met die foto’s moeten we het land maar zien uit te komen op de 18e januari!

We krijgen ook hier een stempel. En komen daarna weer voor een slagboom. Ook hier worden we opnieuw gecontroleerd. Er zou maar ‘s iemand ongemerkt met twee fietsen, 10 fietstassen en een kanariegeel en neonoranje gekleurd T-shirt de grens passeren........ 

We fietsten over een brug. We kijken naar beneden. Zien een rivier. En - de voor Vietnam zo karakteristieke - paalwoningen. Het kan bijna niet anders: we zijn in Vietnam!

Heel gek, we moeten even bekomen van de grenswissel. Het lijkt net of we een een soort van tijdzone gepasseerd zijn. Het voelt wat onwerkelijk. We zijn allebei ietsje ontregeld. We moeten even wennen. We zoeken een koffietentje om even bij te komen. Daarna maken we de Vietnamese bank wat geld afhandig (we pakken het gewoon af, echt waar). En gaan moedig voorwaarts.

We gaan - de ons nog resterende fietsdagen - een beetje freewheelen. 

We gaan de Mekong Delta verkennen. De Mekong is een rivier. Die zich - grofweg - bij Phnom Penn opsplitst in heel heel heel veel kleine stroompjes. Eigenlijk ontelbaar. Maar dat is eigenlijk niet helemaal waar. Van dat ontelbaar. Want ‘t zou best te tellen zijn. Alleen ben je daar gruwelijk lang mee bezig. (Zij)takkewerk. Niet aan beginnen. Je komt aan fietsen niet meer toe.

Afin. Die nagenoeg ontelbare stroompjes stromen allemaal uit in de Golf van Thailand. Dat maakt dat het zuiden van Vietnam enorm waterrijk is. En door dat water labyrint gaan wij fietsen.

We gaan de kleinst mogelijke weggetjes befietsen. Vanaf de eerste kilometers is het al genieten geblazen. We fietsen tussen de rijstvelden en wat hoge heuvels. Het is groen. Exotisch. En de mensen groeten ons.

Rond het middaguur houden we HALT. Niet omdat er een agent ons staande houdt. Of dat er toch iets mis is gegaan met het stempelen van onze paspoorten. Of omdat we wellicht iets teveel en te diep in het glaasje gekeken hebben (het stelt ons ietwat teleur dat die laatste gedachte bij u opkomt, maar goed). Nee, we houden halt bij een eettentje. Vinden die. En lepelen wat rijst, vlees en soep naar binnen.

Na deze rustpauze moet er ietsje gesleuteld worden aan de fiets van Joan. Daarbij verlies ik een onderdeel uit het oog. Het raakt in het zand verdwaald. Hoe we ook zoeken. Het ding is niet te vinden. Het halve dorp zoekt ondertussen met ons mee. Uiteindelijk vind een local het onderdeel. Dat wordt met gejuich ontvangen. Ik mag mijn vet geworden handen wassen. De mensen zijn zo lief hier....

We koersen door. 

Het blijft onverminderd mooi. Het barst van de brommertjes. Maar het zware verkeer laat zich op deze weggetjes niet zien. En dat maakt het fietsen tot een waar feest.

Na 49 fietskilometers houden we het voor gezien. Voor vandaag dan. U dacht toch niet dat we er - net nu we in Vietnam zijn - er de brui aan zouden geven. Tuurlijk niet! Alleen de gedachte al.

We vinden een fijn onderkomen. En dat moet natuurlijk betaald worden. De munteenheid in Vietnam heet Dong. Je betaald dus met de Dong.

Dinge DONG. Heeft U ‘m? 

Damned (dat is Vietnamees voor: potverdikkie). Dat nummer blijft maar in mijn hoofd malen. Ik krijg ‘t er niet meer uit.

Dat gaat niet meer goed komen deze reis.

Gerrit

Afgelegde afstand: 49 km.

Zitplaats

Phnom Penh is een behoorlijk grote stad, en na ons bezoek aan het museum Tuol Sleng banen we ons een weg door het drukke verkeer, op zoek naar een slaapplaats. Dat is hier niet al te moeilijk en bij de tweede plek hebben we beet, en verhuizen we al onze tassen naar de 6e verdieping waar we de nacht doorbrengen.

De volgende ochtend zijn we al vroeg op weg naar de laatste bezienswaardigheid in Cambodja, al doet die benaming misschien weinig eer aan onze bestemming, de Killing Fields van Choeung Ek. Hier werden 20.000 gevangenen naartoe gebracht en vermoord.

We maken ook hier gebruik van een audiotour, en lopen al luisterend naar de verhalen over deze Killing Fields over het terrein.

Het voelt bijzonder om op deze plek te zijn, wetende dat hier zoveel gruwelijks heeft plaatsgevonden, terwijl het een heel serene vredige omgeving is.

De vraag die constant door mijn hoofd gaat is, waarom? Waarom moesten onschuldige mensen dit doorstaan, de ideeën en wil van een ander opgelegd krijgen, onderdeel van een systeem worden, waarin zij bij voorbaat en altijd de verliezer zijn? En dan heb ik het nog niet eens over de mensonterende, beestachtige methoden die gebruikt werden om deze onschuldige mensen van het leven te beroven.

We kijken, delen onze gedachten met elkaar, maken weinig foto’s. 

Na ons bezoek aan Choeung Ek gaan we eten en kunnen we alle indrukken laten bezinken. Daarna stappen we op de fiets om een stukje dichter bij de Vietnamese grens te komen. 

De weg is druk, en soms niet al te best. Maar we hebben voor het eerst de wind mee, en dat helpt een beetje, het tempo ligt hoog en we hebben goede fietsbenen vandaag! Onderweg komen we regelmatig tempelcomplexen tegen, en soms stappen we even af om daar wat mooie foto’s van te maken.

Regelmatig nemen we een korte pauze om wat te drinken en dat doen we bij voorkeur in de schaduw. Omdat die schaduw er niet veel is, of liever gezegd, brandende zon zonder bomen langs de weg, rijden we op een gegeven moment onze fietsjes even onder een soort overkapping langs de weg. Het lijkt op een soort werkplaats of garage. We stappen af, nemen onze bidons en drinken staande wat water. 

Ineens staat er een man naast ons, met 2 plastic stoeltjes. Hij zet ze neer met een glimlach en voor we het in de gaten hebben loopt hij alweer weg. We gaan zitten, een beetje verbouwereerd en terwijl we dit naar elkaar uitspreken merk ik dat ik geraakt ben, en ik voel de tranen prikken in mijn ogen. Hoe lief, hoe attent is dit? We vroegen niets, en deze man vraagt niets van ons. Maar zo’n klein gebaar betekent zoveel. 

En zo gaat het telkens hier. Cambodjanen zijn ontzettend lieve, zachtaardige mensen, die je telkens begroeten met een glimlach, zodra je contact maakt. En regelmatig is dat de manier waarop zij met ons contact maken. Soms moeten we wat meer moeite doen om elkaar te begrijpen, maar het lukt eigenlijk altijd. 

Hoe mooi is dat?

Joan

Afgelegde afstand: 56 km.