De Lustige Reiziger

Genocide

Gaat er in uw  eigenste bovenkamertje een waarschuwingslampje branden bij het horen van de naam: Pol Pot? Of dat er in uw huiskamer wat alarmbellen afgaan bij het horen van ‘de Rode Khmer’. 

Zo niet?! 

Ga dan op zoek naar het koetouw van de klokkentoren in uw stad of dorp. Neem een koevoet mee. Breek in. En als je dat touw gevonden hebt, geef er maar ‘s een flinke waarschuwing zwengel aan. Because, dat ‘rode leger’ - onder aanvoering van meneer Pol Pot - vermoorde in vier jaar tijd ruim 2 miljoen Cambodjanen. En als dat al niet veel klinkt: de bevolking van Cambodja bestaat grofweg uit 8 miljoen inwoners......

En mocht U nu denken: “Ah Gerrit, ah Joan, maar dat is vast heel erg lang geleden”. Nou, dan moeten wij U toch eventjes uit uw historische droom helpen. Het is nog geen vijftig jaar geleden gebeurt.

Wij zijn aanbeland in Phnom Penh. De hoofdstad van Cambodja. De plek waar de ellende begon op 17 april 1974.

Na jarenlange onderdrukking door de Vietnamezen en later ook de Amerikanen waren de Cambodjanen aanvankelijk blij met de komst met de nieuwe ‘ bevrijders’. De slingers werden uitgehangen. Ballonnen opgeblazen. Mensen waren uitgelaten en blij. Die gasten van de Rode Khmer werden als helden de stad binnengehaald. Maar de vreugde duurde niet lang. Nog dezelfde dag werd alle inwoners van Phnom Penh bevolen om de stad te verlaten. Binnen drie dagen was de hele stad verworden tot een spookstad. 

De bewoners werden afgevoerd naar het platteland. Alwaar ze moesten werken. En dan kwam je er nog betrekkelijk goed vanaf.

Ze hadden met name hoogopgeleiden bij de veter. Was je medicus, professor of universitair geschoold. Dan ging je er zonder pardon aan. Maar ook als je een bril op had (en dus intelligent was) was dat een aanleiding om je te vermoorden. Was je een monnik: dan ging je er aan. Had je ‘zachte’ handen, dan werd verondersteld dat je hoogopgeleid was. En werd je vermoord. Om kogels te sparen werden kleine kinderen tegen bomen doodgeslagen........ Kortom: een gruwelijkheid die zijn weerga niet kent.

In het centrum van Phnom Penh is een museum over de genocide. Het Tuol Sleng Genocide Museum. Dit museum is gevestigd in een oude school die het rode leger gebruikte om bekentenissen los te weken van gevangenen. Zodra er een bekentenis was (op schrift) werd je alsnog vermoord.

We lopen door tientallen martelkamers. We staan in de cellen. We zien martelwerktuigen. We zien foto’s van de laatste veertien  - door de bevrijders in 1979 gevonden en gefotografeerde - vermoorde gevangen, die doodgeknuppeld zijn. Doodknuppelen deden ze om kogels te sparen. Doodbloeden was ook een methode. Hele gezinnen en families werden vermoord opdat eventuele nazaten geen wraak zouden kunnen nemen....... In de laatste ruimte zien we foto’s van massagraven en een vitrine vol met schedels........

Het is een indrukwekkend bezoek. Met hele indringende en gruwelijke foto’s. Bezoekers zijn stil. Foto’s worden nauwelijks gemaakt.

Wat ons raakt is dat het geen wreedheden zijn van lang geleden. ”Ze zijn nog zo recent”. Ik herinner me nog dat ik beelden zag op onze zwart wit TV thuis. Aan de Bovenheigraaf in Wezep. Pol Pot en de Rode Khmer waren in die tijd veel in het nieuws. Het duurde overigens nog tot 1978 voordat de wereld goed en wel in de gaten had welke wreedheden zich hier afspeelden.

                    zie de betegelde schoolvloer en de provisorische gemetselde cellen.......


De echo’s van de oorlog klinken vandaag de dag nog na in Cambodja. Door het museum. Maar ook nog door iets anders.

De Rode Khmer heeft namelijk miljoenen mijnen gelegd tijdens zijn/haar bewind. Het hele land lag (en ligt) bezaaid met landmijnen. En daarom hebben we een paar dagen geleden het Cambodjaanse mijnenmuseum bezocht niet ver van Siem Reap.

Je hebt grofweg 2 soorten: mijnen die mensen op moesten blazen. En mijnen die tanks moesten opblazen. Alleen weten die mijnen zelf het onderscheid niet te maken. Hoe dan ook. Het gevolg is dat tot op de dag van vandaag Cambodjanen ledematen verliezen omdat ze - bijvoorbeeld bij het bewerken van het land - op een mijn stuiten.

Het goede nieuws is dat veel mijnen inmiddels geruimd zijn. Het minder goede nieuws is dat er in het Noord Westen van Cambodja nog tienduizenden moeten liggen.

We krijgen een indrukwekkende (audio)tour door het museum. Met tal van wetenswaardigheden en indrukken die je eigenlijk liever niet ziet en hoort.

Zo is de mevrouw die ons kaartjes verkoopt slachtoffer van een mijn.

Ik wilde - voorafgaande aan mijn bezoek - een grap maken dat ze die mijnen maar om Volendam moesten leggen om de oorsprong (die bron van ellende) van dat vreselijke Nederlandsche levenslied, die Hollandsche meezingers, die smartlappenfabriek  een gevoelige - en wat mij betreft fatale - klap toe te brengen (en eerlijk gezegd vind ik dat nog steeds). Maar na afloop van het bezoek aan dit mijnenmuseum heb ik helemaal geen zin meer om grappen te maken.

Als het U allemaal niets zegt en/of geïnteresseerd bent geraakt: bekijk dan de film ‘the Killing Fields’ maar ‘s. Beetje gedateerd. Maar het geeft een indringend beeld van de tragedie die zich hier in Cambodja heeft afgespeeld. En voor U die in het gelukkige bezit zijn van een Netflix abonnement: check de film ‘ First they Killed my Father’ ‘s. Deze film geeft ook een ‘goed’ beeld van de gebeurtenissen.

Morgen gaan we naar Choeung Ek, ook wel genoemd: ‘the Killing Fields’. Ongeveer 20.000 gevangenen uit de eerder beschreven ‘ school’ werden hier naar toe gebracht en vermoord. De lichamen zijn er begraven in 129 massagraven. 

En dan te weten dat dit slechts 1 van de vele Killing Fields is.........

Gerrit & Joan

Angkor Wat

Op Nieuwjaarsochtend wreven Uw eigenste verslaggevers des 3.15 uur in de ochtend de slaap uit de vier ogen. En maakten we ons op voor een nachtelijke rit naar het ticketcentrum van de Wereld beroemde tempels van Angkor Wat.

Om 4.30 uur des ochtends stonden wij vooraan (ellebogenwerk) in de rij om tickets voor deze waanzinnige toeristische ‘ attractie’  te bemachtigen. En om 5.00 uur zaten wij - in het park - op twee plastic stoeltjes te wachten tot de zon op kwam. 

Allemaal speciaal voor U. Er zit geen millimeter eigenbelang bij, lieve lezer. Enne. Voordat U zich nu bezwaard gaat voelen: wij doen het met plezier. Echt waar, het is in het geheel geen opoffering. Wij doen het graag. U bijpraten. U op de hoogte brengen. U informeren. U bijspijkeren. 

En daarbij en benedendien: het bespaart U mooi een retourtje Siem Reap (met overstap in Bangkok). Vroeg u nest uit om een kaartje te bemachtigen, en helemaal .......... Okay, okay, okay! Ik stop al.

Hierkomenonzemeestfijnefoto’s:

Gerrit

Puntkomma

Ietwat vervreemdend. Dat is ‘t. 

Vanochtend bij vertrek moesten we zoeken naar iets wat ontbijt leek. En een ruime 70 kilometer verderop staat een supermarkt waar Keeken (onze woonplaats) nog een puntje aan kan zuigen. En Millingen aan de Rijn (niet ver bij ons vandaan) nog lering uit zou kunnen trekken. Om van Leuth en Kekerdom maar niet te spreken. Die zouden met een jaloerse blikken naar deze supermarkt in Siem Reap kijken.

Na een - toch wel heel erg - droog broodje Nutella. En met een - smaakje - aangelengde fles water om het droge goedje weg te spoelen. Togen wij vanochtend - op Oudejaarsdag - naar vreemde en onbekende oorden. Die oorden zijn natuurlijk niet echt onbekend, we zijn goddomme die kerel - waarvan me de naam even niet te binnen schiet die Amerika ontdekte - tenslotte niet. Maar voor ons dus onbekend. En dat komt dan weer omdat we er nog nooit nimmer nada geweest zijn.

En dat onbekende krijgt nog meer vorm omdat we vandaag niet de hoofdweg gaan volgen. Maar de achteraf paadjes. Oei, wat zijn die mooi. En rustig. En wat menen we hier het authentieke platteland te zien. Er wordt wat met rijst geklooid. En meisje probeert over te steken. Een koe knaag wat gras weg. Er scharrelen kippen. Het land wordt bewerkt. Er worden voorbereidingen voor een huwelijk getroffen. Er gebeurt van alles.

Nadeel is wel dat we niet snel vooruitgaan. En dat komt omdat de paden onverhard van aard zijn. Kuilen wisselen bulten af. En dan wisselen bulten weer kuilen af. Verschillende keren rolt er iets van onze fiets. Flessen water. Maar ook de fietstassen moeten we geregeld van het zand oprapen. Omdat ze het gehutseld en gehutsel zat zijn. En die fiets vervolgens met een hoop kabaal verlaten. Ook de handen en de polsen krijgen het flink te verduren van zoveel aardschokken. 

Na een fijne 25 kilometer keren we terug naar de hoofdweg. Nog 50 km te gaan. Die trappen we eigenlijk vrij vrolijk en soepeltjes weg. Tegen drieën komen we in het drukke Siem Reap aan.

U weet (en zo niet dan nu) ik geloof niet in een hemel. En ook niet in een hel. Hoewel ik moet zeggen - als ik het dan toch voor het kiezen heb - dat van die twee de hel mij nog het meest aanlokkelijk in de oren klinkt. 

Dat komt omdat daar - volgens zeggen - altijd een vuurtje zou branden. En ik ben gek op vuur (Sjinkie Knegt trouwens ook en dat schept een band, ik heb ‘m dit jaar een flesje thinner cadeau gegeven, ik dacht: ik kom ‘s origineel uit de hoek, maar dit geheel terzijde). 

Afin. De hel dus. En dat het daar altijd lekker warm zou zijn. En ik heb een hekel aan koude. Dus laat maar branden dat vuur. Heerlijk! En ik heb ook begrepen dat het er ook niet tocht. Dat is fijn want aan tocht heeft deze jongen een broertje dood.

Over doodgaan gesproken. 

Dat zou ik hier niet aanbevelen. In Siem Reap. Want hier heb je de toeristenhel. Men oh Men! De afgelopen tien fietsdagen hebben geen blanke witte toerist gezien. En hier struikel je er letterlijk over. We laveren tussen de talrijke toeristenbussen. En vrouwen met vlaggetjes, die je godverdomme dan moet proberen te volgen. Ik wil‘t niet. Ik kan ‘t niet. En daarbij, ik heb toch vakantie. Waarom zou ik IN MIJN VAKANTIE achter zo’n trut (want dat zijn ‘t) met zo’n kutvlag aan moeten lopen?

Echter. Het goede aan toeristenoorden is dat alles voorradig is. We kopen zonnebrandcreme, want die dreigde de bodem te bereiken. En eten. Want ook die voorraad is geslonken. We slaan blikken groente in, want dat is ook lastig te vinden onderweg. En verder kunnen die toeristenoorden me gestolen worden.

Over stelen gesproken. Nou ja.....steel dan ook weer niet helemaal alles. En zeker hier niet. Want. In Siem Reap zijn de Wereldberoemde tempels van Ankor Wat. 

Wat?

Ok, ik herhaal het nog een keer: de wereldberoemde tempels van Ankor Wat. 

Wat? 

De tempels van ..........Ja, potdomme nu begint u mij te fucken..... 

Tempels dus.

Morgen des vier uur in des ochtends zullen wij ons fietsjes bestijgen en proberen bij de kassa van de Tempels van eh.......(ja, flikker maar op, ik zeg het niet nog een keer....) een kaartje te bemachtigen. En voor alle toeristen uit,  de tempels voor dag en dauw te aanschouwen.

Wij praten U daar natuurlijk weer fijn over bij lieve lezer. Maar niet nadat Ik/wij u een prachtig 2020 willen toewensen. Enne.... ik weet niet hoe het U vergaat. Maar met het verstrijken van de jaren begin ik toch steeds meer waarde te hechten aan ‘weer een jaar voorbij’. 

Toen in ik nog echt jong was vond ik dat een feest. Vuurwerk, Oliebollige bollen. Gezelligheid, Oudejaarsconference (als het maar niet Freek de Jonge was, want die kwam er bij ons thuis niet op....).

Maar tegenwoordig - met het verstrijken der jaaren - denk ik toch steeds vaker en bewust: potverdomme, weer een jaar in gezondheid volbracht. Weer een jaartje dichter bij de dood. Dat ook. Maar ook weer een jaar er bij. En met een beetje goede wil sta ik morgen op en kan ik er weer een dagje bij tellen. 

En tel daarbij op de gedachte en het voornemen om zoveel mogelijk goede dingen te doen in dit relatief korte aardse leven. Fijn betekenisvol werk te hebben. Zoveel mogelijke lieve mensen om me heen verzamelen. Een beetje over onze aardkloot fietsen. En dat dat allemaal kan. En hoe dankbaar ik daar eigenlijk voor ben. En.....

Ok, ok, ok.....sorry lieve lezer....ik probeer er nog wat diepgang in te smijten, maar ik hoor het al: dat wordt niet op prijs gesteld.

Laaf U dan maar aan de nodige alcoholische versnaperingen. Nuttig wat oliebollen, Knabbel wat borrelnootjes Aan snot. Knaag de nibbitschips zak maar leeg. En mochten er vanavond in uw directe omgeving zich mensen bevinden: houd elkaar vanavond dan om 24.00 uur maar net ietsje langer vast dan U wellicht toch al van plan was. 

Op het nieuwe jaar! 

Weet u wat, als we nu gewoon een puntkomma zetten; en daarna weer door gaan. Maar dan nog net ietsje bewuster dan we in 2019 al deden. Is dat wat?

Alle goeds gewenst in 2020!

(EnEn.......een speciale boodschap voor Ronald en Ineke (die zijn getrouwd vandaag, tenminste is ga er vanuit dat ze beiden JA hebben gezegd - zou wat zijn - ik was er immers niet bij om het zaakie te begeleiden.....): HEEEEEEEEL VEEEEEL GELUK IN DE LIEFDE!!!!)

Gerrit (en m.u.v. dat stukje over kut en de hel) ook Joan

Beursverlies

Na een goed nachtje slapen worden we om 7 uur gewekt door onze wekker.

De wekker zetten is iets wat eigenlijk niet bij vakantie hoort, maar misschien wel bij reizen. Het zorgt ervoor dat we kunnen profiteren van de nog koelere temperatuur zodat we, als het echt warm wordt, al de nodige kilometers erop hebben zitten. We hebben een standaard ochtendritueel, waarbij geen woord teveel wordt gezegd, en ieder zijn/haar ding doet. Al onze spulletjes hebben hun vaste plek in een vaste tas, en die gaan op hun vaste plek aan de fiets. Zo eenvoudig kan het zijn. Als je alles een vaste plek geeft en op de juiste plek teruglegt ben je nooit iets kwijt, is mijn motto.....

We hebben ooit in Praag ‘s ochtends vroeg een bus moeten nemen, en sindsdien weten we dat we in staat zijn om binnen een half op te staan, een tent af te breken, alles in te pakken en op de fiets te kunnen zitten.

Vandaag niet anders, en we beginnen aan de route die de voorlaatste zal zijn van onze bestemming Siem Reap, wat voor vandaag betekent dat we ruim 50 km voor de boeg hebben. We hebben gekozen voor een iets drukkere weg, in verband met de voorzieningen zoals winkeltjes en plekjes om te eten, en het feit dat kleinere weggetjes veel kilometers toevoegen aan de route. 

De heerlijke soep van gisteravond is met een noodtempo door onze lichamen verwerkt en al snel merken we dat er iets in moet. Er is weinig te krijgen hier, dus het wordt (weer) een noodlesoepje. 

Als we een eindje verder zijn zien we aan de overkant een grote gedecoreerde boog, met een bord waar we kunnen afleiden dat er na 800 meter iets is. Dat iets blijkt een tempel complex te zijn, en voorzichtig betreden we het terrein, we hebben namelijk een korte broek aan, en van mijn eerdere bezoek aan Thailand weet ik dat dat niet op prijs gesteld wordt. 

Gelukkig is dit hier niet het geval en worden we uitgenodigd om de tempel te bezichtigen. Even later, buiten, raken we nog even in gesprek met enkele jonge monniken. We worden zelfs uitgenodigd voor een viering morgen, met 100 monniken! Wat ontzettend jammer dat we hier niet naartoe kunnen. 

Nadat we wat foto’s hebben genomen, verlaten we het terrein weer. We willen net de weg opgaan, als ik tot mijn schrik zie dat mijn telefoon weg is. Die zit namelijk altijd op een vaste plek in mijn stuurtas, weet u nog???  We analyseren, fietsen terug, vragen, zoeken, maar geen telefoon te zien.. We besluiten om nog eenmaal de weg af te fietsen en beiden naar 1 kant van de weg te kijken, en warempel, Gerrit ziet ineens mijn telefoon aan de rand van de weg liggen. Wat een opluchting!! 

We kunnen weer verder. Het is een heerlijke dag, met veel mooie ontmoetingen. De Cambodjanen zijn enthousiast en vriendelijk, de kinderen roepen en zwaaien nog niet zoveel als in Senegal en Gambia, maar ze komen in de buurt. 

De taal is soms een klein obstakel, maar met handen en voeten lukt het ons telkens om aan eten of onderdak te komen, en nu we dichter bij Siem Reap komen, wordt er meer Engels gesproken. Hier wil ik nog wel even blijven!

Joan

Pim Poi Pet

Het eten van soep vormt het hoogtepunt van deze dag. Ja, lieve lezer. Ik kan er ook ff niets aan doen. Mijn leven is nu eenmaal ook geen aaneenrijging van woest vette onvergetelijke reeks gebeurtenissen. Maar het eten van soep was de leukste ervaring van de dag.

Nou ja, een goeie tweede plaats is weggelegd door iets wat we vanochtend deden: het passeren van een landsgrens. En wel die van Thailand en Cambodja. Na vijf dagen fietsen zijn we namelijk aan de grens van Cambodja gekomen. We hebben gisteren - vlak aan de grens van Cambodja - een rustdag ingelast om benen en billen wat rust te gunnen. De dag daarvoor hadden we een fijne 68 km afgelegd om aan de grens te geraken.

Vanochtend vroeg togen we naar de grensstad Poi Pet. Daar aangekomen was het een levendigheid van jewelste. Thaise handelaren proberen hun meuk over de grens te brengen om die te slijten aan de Cambodjanen. En Cambodjanen proberen hetzelfde trucje uit te halen maar dan in de andere richting. Het maakt dat het een ongeorganiseerde levendige toestand is. 

Het uitschrijven bij de Thaise grens loopt als een goed gesmeerde ketting/op rolletjes/soepeltjes (Kies zelf maar). Ze willen graag van ons af denk ik. Daarna fietsen we een kilometer in een stukje niemandsland. Tot we bij de Cambodjaanse grenspost komt. Daar moeten we het - in Nederland geregelde visum - het paspoort en een ingevuld formuliertje aan een beambte overleggen. Die zet wat stempels (YES!!!!!!!, ik houd zooooooo van stempels in mijn paspoort). En klaar is de Cambodjaanse keeshond. Woeffff!!!! We mogen het land in.

Waren we net gewend aan het links fietsen in Thailand. Nu mogen we weer rechts van de weg karren. We wisselen ons Thaise geld om. Kopen een Cambodjaanse telefoon- en internetsimkaart. En belonen ons zelf met een flinke bak lemontea en koffie. Geen gezeik, iedereen rijk!

Het reisdoel is vandaag de stad Sisophun. Nee, niet dat ding dat thuis altijd verstop raakt. En waar je bij het ontstoppen zo lekker je rug kunt verdraaien. Nee die niet. Maar een echte Cambodjaanse stad die zo’n 50 km verderop ligt.

We volgen de doorgaande weg. We merken dat het er hier wat ongeorganiseerder toe gaat dan in Thailand. Het verkeer haalt driedubbel in. En de brommertjes passeren ons links en rechts als de kans krijgen. Het land lijkt ook wat minder welvarend als hunnie Thaise buren. De mensen groeten ons met ‘hello’ en ze lachen als ze ons zien. Het bevalt ons Hier wel. 

We stoppen bij een eettentje en ....tja.....we zijn niet geweldig kieskeurig..... maar eh.....hoe zeg je dat zo genuanceerd mogelijk .......dat was voor verbetering vatbaar. Een kookcursusje ‘ koken voor beginners’ was hier op z’n plaats geweest.....

Tegen drie uur vallen we de stad Sisophon binnen. Het fietsdoel voor vandaag is gehaald. Hoera! Na twee vruchteloze pogingen om in een hotel te geraken, lukt het bij de derde poging. Daar mogen onze fietsen wel mee naar binnen......

Na een douche en wat rusten gaan we op zoek naar iets eetbaars. We komen uit bij een soeprestaurant. (Helaas hebben we geen foto’s daarom wat tekst).

We krijgen een hete pan met bouillon - op een vuur - voorgeschoteld. Met daarbij bakjes groente, vlees, kruiden en nog meer meuk waarvan ik met geen mogelijkheid thuis kan brengen wat het allemaal is. Die spullen moet je zelf in de hete bouillon knallen en daarmee maak je je eigen soep. We worden geholpen want we hebben geen idee in welke volgorde en zo dat allemaal moet.

Het is gezellig druk en we zitten aan een druk kruispunt, waar het Cambodjaanse verkeer en leven voor ons langs kruist. We zijn er eventjes mee, de avond valt voor onze voeten enne......de soep is buitenaards lekker.

De avond valt. De magen zijn gevuld. We gaan maar ‘s Pim-Pam-Petten. Of zo.

Gerrit

Afgelegde afstand: 53 km.


Wondervoet

Tja, gisteravond ging ik dus door mijn enkel.

Ja, dat is een vervelend staartje, want het is niet enkel de enkel, maar de hele linkerzijde van mijn rechtervoet. Blijkbaar ben ik in mijn stuitende  enthousiasme over de door Gerrit bereide Globetrotter maaltijd wat afgeleid en ineens lig ik daar en voel hoe mijn voet is omgeklapt. Ik sta snel weer op en we gaan, na de schade opgenomen te hebben, eerst maar eens eten. Koud eten is tenslotte ook niks, en ik vind op de grond liggen er ook maar gek uitzien. Voor de zekerheid gooi ik er een ibuprofen tegenaan en hoop dat dat voldoende is.

‘s Avonds bij het slapen gaan voel ik de voet gonzen en kloppen en ik hou mijn hart vast voor wat ik de volgende dag ga voelen, en wat de consequenties zijn. Want fietsen met 1 voet is kort gezegd nogal onhandig.

Maar bij het opstaan valt het me reuze mee, en alles wat ik ‘s nachts voelde lijkt te zijn verdwenen. Ik besluit dat we gewoon verder kunnen en we gaan op stap.

De eerste 10 kilometer is de route wat druk, maar daarna bevinden we ons weer in prachtig gebied. Af en toe zien we zelfs wat heuvels aan de horizon verschijnen. Opvallend is dat de weg bijzonder goed van kwaliteit is. Op een gegeven moment fietsen we over een kakelverse asfaltweg, wat natuurlijk hartstikke fijn fietst. Zeker met mijn voet, die ik nauwlettend in de gaten hou en probeer deze niet te zwaar te belasten. Zo willen we wel doorfietsen tot aan Ho Chi Min! 

Maar ineens is het gedaan met het asfalt. Het verandert in een gravelweg en later in een zandweg, en we fietsen een gebied in waar niets meer is, behalve bomen, het lijkt alsof hier bomen gekweekt worden, maar het is echt een soort bos, zo groot. 

Het is een zandweg met wat kuilen erin, dus we moeten goed opletten en af en toe de kuilen ontwijken. Dat kost iets meer energie, maar de moeilijkheidsfactor neemt nog verder toe, uit het bos komen namelijk ineens 2 honden hard blaffend aanrennen en ze zijn niet van plan om te stoppen, of ons erdoor te laten! Nou hebben we elke dag al last van honden, die luid blaffend uit bosjes, huizen of tuinen aan komen rennen, en het is bijzonder vervelend, maar dit is wel heel serieus, en we zijn hier wel alleen. 

Ik pak een flinke stok en ga ermee in de lucht zwaaien, jaja, al fietsend. Een mens kan meer dan hij denkt. Samen weten we ons al schreeuwend en zwaaiend te bevrijden van deze 2 druktemakers en ze kiezen het hazenpad. Ik hou enorm van honden, maar dit is echt noodzakelijk, want gebeten worden is op zichzelf al niet fijn, maar we kunnen dan ook op zoek naar een rabiës shot. Na 10 kilometer door dit gebied te hebben gefietst raken we weer in de meer bewoonde wereld en hebben we ook weer asfalt onder onze wielen. De honden blijven overigens komen, dus die stok heb ik nog maar even bij me gehouden...

Omdat we niet zeker zijn over onze overnachting, besluiten we eerst nog een goede maaltijd naar binnen te werken, zodat we rustig kunnen zoeken, met een lege maag gaat dat vaak een stuk minder soepel.

In het restaurantje is een Thais echtpaar wat ons wil helpen en er wordt druk gebeld, we krijgen hun telefoon telkens in onze handen gedrukt, maar er komt niets concreets uit. De eindconclusie is dat we nog zo’n 25 kilometer moeten afleggen tot een grotere plaats. De vraag is of we dat nog trekken, maar echt veel keuze hebben we niet. 

Al fietsend, honden wegjagend, afgewisseld met drink en lippenbalsem pauzes en met tijd en wijle onze billen de vrijheid en wat bloed (terug)gevend, breien we die 25 kilometer eraan vast. Er was niets dichterbij, soms is het niet anders.

De beloning is een super-de-luxe kamer, studio, noem het maar zoals je wilt, maar precies wat we nodig hebben. 

We douchen, er is WiFi, en oh ja, die voet? Het is een wondervoet. Even de duimen gekruist houden, maar volgens mij is dat met een sisser afgelopen.

Joan

Afgelegde afstand: 78 km.

Ellefunts

“Joan heeft het ietsje pietsje eerder in de gaten dan ik”.

Het is op het heetst van de dag als we een stoffig dorpje vereren met onze komst. We hebben geen idee waar we precies zijn. Maar hebben iets van 50 ketting kilometertjes weggetrapt. En we vinden het mooi geweest. We zoeken iets van een slaapplek. 

Omdat het overduidelijk is dat er in de gehuchtje geen hotel is loop ik naar een willekeurig huisje. Daar opent een vrouw de deur. Ik sla mijn beide handen met de vlakke zijden tegen elkaar. En breng ze naar de linkerkant van mijn gezicht. Kantel mijn gezicht ietsje. En maak het gebaar van slapen (in mij geval snurken maar houd het stil zou ik zeggen). 

De vrouw maakt duidelijk dat er hier in de directe omgeving geen plek is om te slapen. Wat natuurlijk niet waar is, want waar zou ze zelf dan slapen, maar dit geheel terzijde. 

Maar eh.....ze probeert me nog iets duidelijk te maken.....

Vanochtend hebben we onze ‘garageboxen-slaapplek’ verlaten. Het was fijn om daar te overnachten. Weg van de drukte. Schone kamer. Alleen vogelgeluiden. Vermengd met het geluid van de O ZO broodnodige Airco die ons een redelijke koele nacht bezorgd.

De eerste kilometers gaan langs een te drukke weg. Dat geeft niks, maar we geven wel wat extra ‘gas’. We ontbijten bij een tankstation op een bankje. We hebben toetjes, brood en jus d’ orange ingeslagen, en daarmee leggen we een fijne fietsbodem voor de rest van de ochtend.

Waar we gisteren door een visserslandschap koersten, is het vandaag rubber dat de klok slaat. En om de wijzers van de klok precies op de goed tijd de laten draaienschijven: de Hevea brasiliensis boom oftewel: de rubberboom. De plantages rijgen zich gedurende onze fietsdag aaneen.

De boom heeft een gladde bast en bloedt bij verwonding een soort wit melksap, de latex.  Het latexhoudende melksap wordt gewonnen door de bast van links naar rechts diagonaal aan te snijden. Het melksap loopt via een ‘gootje’ in een- aan de boom bevestigde - halve kokosnoot. Na het tappen duurt het 7 tot 8 jaar voordat de bast volledig herstel is en er opnieuw getapt kan worden.

Van de latex wordt natuurlijke rubber gemaakt. Deze industrie staat de laatste jaren flink onder druk, en dat komt vooral omdat de Chinezen een goedkoper - minder natuurlijk - alternatief aanbieden. 

Maar eh......terug naar de vrouw . Die maakt grote bewegingen met haar armen. Ik begrijp er niets van. We zoeken een slaapplek, geen eh....iets groots of zo!. Joan snapt als eerste wat ze bedoelt. Elefunts! Elephants!! Olifanten!!! De vrouw probeert ons duidelijk te maken dat in dit gebied Olifanten lopen. Aha!!!! En dat is nog niet alles. Die olifanten zijn een beetje boos.

Dat komt zo. 

Er schijnt door de Thaise overheid onlangs een slurfbelasting in het leven te zijn geroepen. En die gaat onze voorheen zo vrolijke Thaise Elephants de nodige ivoren doekoes kosten. En daar zijn ze niet van gediend. Daarbij is hunnie Olifantenivoren-beurs recentelijk flink gezakt. En ja, ook hullie kunnen het geld maar een keer uitgeveN. Hunnie aanvankelijke teleurstelling is verworden tot een lichte vorm van irritatie. En dat is nu dus omgezet naar boosheid. Flinke boosheid. Agressie! Er lopen dus zo’n 50 boze olifanten in dit gebeid rond.

Dit olifantenverhaal doet me opeens denken aan die geweldige plaat ‘ Goodbye Jumbo’ van de voormalige gitarist van the Waterboys. Ik was in de jaren 80 enorm fan van The Waterboys en elk lid die de band verliet (en dat waren er nogal wat....) volgde ik door hun solo-cd te kopen......Geweldige plaat!!

Maar ok, olifanten of niet. We zoeken nog steeds een slaapplaats. 

We vragen bij haar buren of die misschien een slaapplaats weten. En ja, die weten ze. Twee kilometer verderop is een resort. Die verhuren huisjes. We worden een eindje op weg gebracht. En proberen het resort te vinden. Dat lukt niet echt. En fietsen een stukje terug. Uiteindelijk brengt iemand met een brommertje ons er naar toe. Het is geen twee kilometer, maar tien kilometer. Best wel vermoeid en met de nodige liters transpiratievocht vallen we ons huisje binnen.

Maar niet nadat we - wederom - gewaarschuwd worden voor “the Elephants”. “Don’t Go voor zeven uur s’ ochtends op pad. En beware dat je tegen 18.00 uur binnen bent”. 

Ik krijg filmpjes te zien van olifanten (In dit gebied) die aan bomen lopen te schudden alsof het cocktailprikkertjes (zonder kaas, zilveruitje, augurk en nada vlaggetje) zijn. Dat krijgt je in Burgers Zoo, qua jaarkaart, nog in geen tien jaar te zien. Daar kunnen die “JUMBO’S in Arnhem ZOOnog een slurfpuntje aan zuigen.

Maar zonder gekheid: als locals dit gevaar zo vaak benadrukken dan ben je wel gek als je hun adviezen op dit punt negeert. We besluiten dan ook om morgen niet voor 9.00 uur te vertrekken.

Helaas krijgt de avond nog een vervelend Olifantenkrulstaartje. Joan mist een trede van de trap, valt vervelend en bezeert haar enkel.

We gaan zien hoe zich dat ontwikkelt.

Gerrit

Afgelegde afstand: 62 kilometer

Kerstavond

Het is kerstavond en we zitten op onze klapstoeltjes te genieten van een plakkerige dubbele witte boterham nadat we al een pakje instant noodles hebben weggewerkt. Er is hier in de buurt niets te eten te koop, dus we zijn blij dat we iets in onze tassen hadden bewaard. We zitten buiten, recht voor ons onderkomen wat het meest lijkt op een garageboxen complex, waar we box nummer 3 voor één nachtje gehuurd hebben. 

Jaren geleden bracht ik kerstavond meestal door op mijn werk, waar we na de nachtmis ons tegoed deden aan rode wijn en warme saucijzenbroodjes. Ik heb daar mooie herinneringen aan. Nu zitten we heerlijk buiten in de Thaise avond, die gelukkig wat koeler is omdat de zon inmiddels is onder gegaan, en worden er nieuwe herinneringen

Want de dag begon warm, Vochtig en heel warm. Voor Gerrit niet zo fijn omdat hij eventjes aan zijn fiets moest sleutelen, en dat sleutelen liep uit op een soort buitendouche, de rest kun je er zelf wel bij verzinnen. Je kunt de dag beter beginnen, maar het belangrijkste is, het euvel is verholpen, en we konden op pad, om weer een stapje dichter bij Cambodja te komen. 

Kort voor ons vertrek heeft Gerrit nog een dagdeel gps-cursus gevolgd waar hij allerlei nieuwe handigheidjes heeft geleerd over het navigeren met de telefoon.  Van één van die snufjes hadden we vandaag bijzonder veel plezier, namelijk het ons leiden over kleine weggetjes, kleiner dan we thuis al hadden uitgezocht. We vonden het even spannend, want voor hetzelfde geld zijn dit allemaal onverharde wegen, maar daar blijkt nauwelijks sprake van. 

Nadat we een paar minuten over een stukje drukke snelweg moeten fietsen, belanden we eigenlijk direct in een prachtig gebied vol kleine weggetjes, waar nauwelijks tot geen verkeer is, waardoor we ook regelmatig naast elkaar kunnen fietsen. Om ons heen zien we rijstvelden, bananenbomen en uitgegraven bassins waarin vis wordt gekweekt. Overal zitten en vliegen reigers en andere vogels, die op zoek zijn naar een lekker maaltje. En we zien ineens een leguaan oversteken. Helaas te snel voor onze camera, net als de watervaraan gisteren. Die bezorgde Gerrit de schrik van zijn leven door zich net naast hem met een flinke plons in een watertje te laten vallen. Ik fietste achter Gerrit en zag het gebeuren. Ik herkende het dier van de keer dat ik al eerder in Thailand was, en deze langs de waterkant zag. Ook deze was helaas te snel voor een foto, maar wie weet wat we onderweg nog gaan tegenkomen. Sowieso nog meer honden waarschijnlijk, want daar lopen er hier heel veel van rond. Dat vinden fietsers over het algemeen niet zo fijn en wij (vooral Gerrit) ook niet. Gelukkig bleven ze tot nu toe aardig op afstand, op die ene na, die nu weet hoe hard een Nederlandse vrouw kan schreeuwen.

Onderweg moet er natuurlijk gestopt worden voor een pauze en een maaltijd. Dat lukt hier prima. Je komt regelmatig tentjes tegen langs de weg waar wat gebakken wordt, in de vorm van rijst met kip of rundvlees, en daar komt standaard een kommetje soep bij. Qua taal merken we dat men minder Engels spreekt dan we hadden verwacht. Dat zorgt bij het bestellen van eten soms voor wat noodzakelijk handen en voeten werk, nou ja, alleen handen eigenlijk. En als dat niet lukt heeft men wel een vertaal app of Google translate, want de Thaise mensen zijn behulpzaam, en lief. We zijn hier nu een paar dagen en we ervaren telkens weer de vriendelijkheid waar deze mensen om bekend staan. Dat in combinatie met al het moois dat we zien, maakt dat het naar meer smaakt, en meer gaat er komen.....

Aangezien we geen WiFi hebben, en dit dus te laat online komt......hopelijk was jullie kerstavond net zo bijzonder als de onze!

Joan

Afgelegde afstand: 47 km