De Lustige Reiziger

Labyrint

Het is nog maar 60 kilometer fietsen. 

Naar de hoofdstad van Tunesië. Die hoofdstad die in mijn hoofd altijd al zoiets van een verre exotische bestemming is. Daar kan ik niks aan doen. Is altijd al zo geweest. Alle reden om er nu ‘s koers te zetten naar dit door mij zo verlangde oord.

Maar dat ga ik lekker niet doen.

Ik ben vanochtend vertrokken uit een hotel dat van binnen meer weg heeft van een paleis. Het ding heeft maar liefst 485 kamers en vier etages. En u mag raden in welke kamer en welke etage ons aller Gerritje toebedeeld kreeg. Verdomd. In 1 keer goed!

Het hotel bestaat alleen maar uit badgasten. Het is de straat oversteken, een klein stukje Saharazand wandelen en dan bungelen de gepedicuurde kalknagel-teentjes al in het water. 

Ideale plek voor een hotel dus. Ik ben maar een vreemde vogel in de ogen van de hotelgasten. Met m’n fiets en alle fietsspullen. “Die moeten we maar op de 4e etage parkeren”, moeten ze wel haast gedacht hebben.

Het buffetontbijt was een ware belevenis. Om 7.00 uur stroomde de zaal vol en vulde iedereen de borden met meer eten dan waarvoor de grootte van het bord bedoeld is. Na een half uurtje kauwen was de eetpret voor de meeste gasten wel voorbij. Tot mijn afgrijzen bleef op bijna alle tafels meer dan de helft van het verzamelde eten onaangeroerd liggen.........Waarom zoveel opscheppen????

Onze kippen zouden zich bij de aanblik van zoveel (over)eten meteen rechtsomkeert gemaakt hebben. Geen beginnen aan! Er moet potdomme ook nog tijd overblijven om eieren te leggen. 

Ik ga zeker nog naar Tunis deze reis. Maar buig eerst af naar het Westen: naar Cap Bon. Cap Bon is een soort wormvormig aanhangsel waarover ik heb gelezen - in een reisgids van ruim tien jaar geleden - dat het er mooi en rustig is.

Eerlijk gezegd valt beide de eerste kilometers flink tegen. Het is druk. Stoffig, Industrieel. Veel af een aan gerij met zwaar vrachtverkeer. En dan komen daar ook nog de onvermijdelijke wegwerkzaamheden bij. En een stevig tegenwindje. Het wordt al met al een beetje werken, dat fietsen.

Na 40 kilometer rijd ik verkeerd.

U zult zeggen, Gerrit hoe kan dat nu jonge. Stukje kwaliteit. Stukje kennis. Een flinke brok ervaring. Flikker het in een emmer, roer er even in. Kijk in de rondte. En bij wie kom je terecht? Precies!


Ja, lieve lezer. Ik kijk er ook van op. Dat ‘t mij gebeurd. Maar tis gebeurd. En ik kom er ook nog ‘s vrij laat achter. Ik probeer af te snijden. Om zo weer op de route te komen. En daar raak ik verstrikt in een labyrint van landweggetjes. Van het nivo: best wel mooi, maar nauwelijks begaanbaar. Die weggetjes staan weliswaar wel op mijn GPS. Alleen de pas gebouwde muren en gebouwen niet. Een muur belemmert mij om de hoofdweg - die ik wel kan zien - maar met geen mogelijkheid kan bereiken.


Na anderhalf uur klooien, besluit ik het enige te doen dat mij goed lijkt. Terug fietsen naar het punt waar ik dit labyrint ooit ben begonnen. Het is nog een hele zoektocht met bijbehorend klimwerk. Maar eh.......YES!!! Gevonden! En nu terug waar ik verkeerd ging. Het is een kilometer of 7.


Op dat punt aangekomen val ik een restaurant binnen. In Tunesië bestel je eten. En wat je ook besteld, er komt altijd soep en brood mee. Meestal een linzensoep. Deze is lauw en fantastisch lekker.  

Ik doe wat inkopen en trek verder. 

Om 15.30 uur begint de zoektocht naar een hotel. Die zijn dun gezaaid hier. Er is 1 hotel. Voor een kamer moet ik het lieve sommetje van 125 euro afrekenen. Leuk, maar ik zoek toch maar even verder. Ik laveer mijn fiets tussen de SUV’s en andere best wel grote automobielen die voor het hotel geparkeerd staan. En zoek verder.

Uiteindelijk vind ik een kamer voor 25 euro. En moet daarvoor 5 kilometer terug fietsen. Geen probleem. Ik zit bij ontzettend vriendelijke en hartelijke mensen in huis op een aparte verdieping.  Volgens mij ben ik hun eerste gast ooit. Ik kan er koken. Poepen. En de was doen.

Dat gaat allemaal wel lukken hier.


Teleurstellingstranen

Ik moet verdorie goed uitkijken. En zorgvuldig op mijn fietstellen passen. Ze steken hier, zonder goed uit te kijken, de weg over. En lopen me bijna met fiets en al omver.

Gisterenavond laat kwam ik aan in een regenachtig Enfidha. Enfidha ligt ruim 100 kilometer ten zuiden van Tunis. Aan de kust. 

Ik had verwacht dat op deze zonnige vakantievlucht zou uitpuilen met puisterige jongelui die nog een weekje zon zouden willen meepakken. Maar het merendeel van het driekwart gevulde vliegtuig bestond uit - in verre gaande staat van ontbinding verkerende - ouderen.
(sorry, sorry....ik had geen ouderen moeten zeggen.... sorry). Ouderen hebben ook recht op zon! Nogmaals sorry!

Die oudjes keken toch wel een beetje op hun neus toen het vliegtuig voet aan wal zette. Het water spatte uiteen op het asfalt. Een heuse bak met water viel op Tunesië. 
Ongeloof maakt zich van de passagiers meester. Iets met rauw. En iets met dak. En iets met vallen. 

Een rij voor me kijkt vrouwlief haar man aan met een blik van: “dit was niet de bedoeling, hier hebben we godverdomme dat hele eind niet voor gevlogen.  Hier geven we onze zuur verdiende - niet geïndexeerde pensioenpegeltjes - niet aan uit”. De eerste teleurstellingstranen worden met de meegebrachte badlakens gedroogd.
                                              Inpakken op Schiphol

Maar eerlijk gezegd, mij kwam die regen ook niet zo goed uit. 

Mijn fiets wordt vervoerd in een kartonnen doos. Als die uit het vliegtuig komt, staat ie meestal wel een tijdje buiten te koekeloeren. Normaal is dat niet zo erg. Maar in de regen?! Ik bedoel: karton en water. Dat is niet een heel fijne combinatie. En het zou allemaal niet zo erg zijn wanneer ik die doos niet hoefde te gebruiken voor de terugreis. Maar dat moet wel.

Ik ben er niet gerust op. Helemaal niet.

De fiets in mijn bezit krijgen - na zo’n vliegreis - is altijd een heel avontuur. Als de laatste reizigers hunnie bagage al lang van de rolband hebben gepakt, de douanecontrole al lang en breed gepasseerd zijn, en vermoedelijk in hunnie hotel de eerste wijntjes naar binnen staan te schuiven, staat Gerritje nog te wachten. Te hangen. in een geheel verlaten aankomsthal. Hopend dat de fiets ergens uit de krochten van het vliegveld in zicht komt. 

Opeens hoor ik iets van geschuif. 

Aha, dat zal mijn fietsdoos zijn. Nou ja, daar is tie dan wel. Maar tot zover het goede nieuws. Veel karton zie ik niet meer. Laat staan een doos. Het ding is doorweekt. Stuk. Uit elkaar gevallen. Mijn fiets is compleet door de bodem gezakt. De wielen steken er boven uit. Het ziet er niet best uit. 

Het hele zaakie moet ook nog in de regen op een autodak 20 kilometer verderop worden gebracht naar mijn eerste overnachtigsplek. “Verdorie, waarom regent het nu precies, nu ik hier aankom met mijn kartonnen doos”. Ik had die oudjes (hiervoor) misschien niet zo hard moeten aanpakken. God straft meteen! En medogenloos.

De man die me komt ophalen fronst op alleraardigste wijze zijn wenkbrauwen. “Hoe krijg ik dat hele zaakie mee”, straalt hij uit. Zijn auto is veel te klein. En inderdaad we krijgen de fiets nevor nooit niet in de auto gedouwd. We hijsen de doorweekte doos op zijn autodak. En met mijn zelf mee gebrachte touw zetten we de boel zo goed en kwaad als mogelijk vast. En zo rijden we in de diep donkere Tunesische avond naar mijn overnachtingsplek.

Gelukkig is het inmiddels gestopt met regenen.


De eerste fietsmeters zijn altijd speciaal. Na een kort nachtje heb ik mijn fiets in elkaar gesleuteld. En ben ik vertrokken. Ik realiseer me deze eerste meters hoe rijk ik ben. Dat boerenlulletje Gerrit Pleijter geboren te Noord Veluwe hier mag fietsen. Op een ieniemienie postzegeltje. Zomaar ergens op onze ronde aardkloot. Het emotioneert me.

Wat gaat deze reis me weer brengen? Wat ga ik beleven? Welke mensen zal ik treffen? Hoe zullen de landschappen zijn die ik zal doorkruisen? Welke ervaringen zal ik opdoen? Waar zal het lastig zijn? Waar zal ik wat moeten overwinnen? Waar wordt het adembenemend mooi?


Van tijd tot tijd stop ik. En schuil vanwege hevige regenbuien die gelukkig nooit lang duren. Ik heb het naar mijn zin. En trap de eerst kilometertjes vrij en soepeltjes weg.


Na een kleine 60 kilometer ben ik in Hammamet. Een kustplaats. Gelegen aan de golf van Hammamet. Kilometertje of 60 onder de hoofdstad Tunis.

Hammamet is voor Tunesië, toeristisch gezien een belangrijke plaats. Veel mensen gaan hier naar toe om van zon en zee te genieten. In 2015 heeft er in deze plaats een terroristische aanslag plaatsgevonden. 37 toeristen vonden er de dood. Het gevolg was dat het toerisme in Tunesië  geheel en al op z’n gat kwam te vallen. Hotels moesten sluiten. En er was lange tijd domweg geen vlucht te boeken vanuit Amsterdam naar Tunesië. 

Het toerisme is nog maar weer pas op gang gekomen. Helaas vond er dit voorjaar in Tunis weer een aanslag plaats. Dus helemaal rustig is het nog steeds niet. 

Tegen vieren val in Hammamet binnen. Badgasten - met badlakens om hun middel - rennen het strand af. De straat over. Gelukkig deze keer niet vanwege een terroristische aanslag. Maar vanwege regen. Ze zijn hollend op zoek naar een droog onderkomen. Het ziet er allemaal wat mistroostig uit.

Ik moet behoedzaam navigeren en ze proberen te ontwijken. “Ik wil geen terroristische fietsaanslag op mijn geweten hebben”.

Tunesië heeft genoeg doden te betreuren gehad.


Afgelegde afstand: 60 km.

Opwindoor

Ik zou eigenlijk het schaamrood op de kaken moeten hebben (vliegschaamte). Echter in plaats daarvan heb ik het angstig zure transpiratievocht in mijn bilspleet staan. 

Ik ben bang voor muizen, vrouwen en vliegen. En niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. Die kan flink fluctueren. En nu staat vliegen voor eventjes met stip op 1. Want ik zit nu in zo’n vliegding.

“Wat heb ik er een angst voor”, lieve lezer”.

Maar gelukkig heb ik deze vlucht enige afleiding. Want naast mij vliegen de vonken er af. Of eigenlijk de oren. Of heel eigenlijk - om precies te zijn - 1 oor. 

Een pasgetrouwd - hevig verliefd - stelletje zit momenteel in het vliegtuig naast mij. De jongen draait nu al zo’n eh...... 2 uur en 30 minuten met het puntje van zijn tong. In de rondte. In haar linkeroor! 

Voor even lijkt me dat best opwindend. Dat ga ik niet ontkennen. Het is echt niet mijn bedoeling om een discussie over dit onderwerp ontketenen. Verre van dat. “Maar bijna 3 uur lieve lezer?! Is dat niet wat teveel van het goede? Zeg nu zelf!”.

Als ik dat meisje was geweest had ik na een half uurtje tongoor draaien er - richting de nieuwbakken echtgenoot - toch ‘s voorzichtig een opmerking over gemaakt. En als dat geen vruchten af zou werpen, na een uur misschien toch iets meer tegengas hebben gegeven. Na anderhalf uur een duidelijk signaal afgeven, na twee uur iets met een vuist en iets met een tafel........

Het kan bijna niet anders of het meisje hoeft het komende jaar haar oor niet meer te reinigen. Die kan de in jaren zorgvuldige opgebouwde wattenstaafjes voorraad wel weg flikkeren. Geeft ook lekker weer wat ruimte in het badkamerkastje. Dat oor heeft de nazomer-APK-oorsmeerkeuring glansrijk doorstaan. 

“Maar bij al dat tong-oor-roeren komt er toch ook het nodige vocht vrij”?! Toch? Ik heb er niet zoveel ervaring mee, maar dat moet haast toch wel?! 

Ah!! 

Ik zie zie het tongvocht al via haar oor - over haar schouder - langs de stoelzitting lopen. Er loopt verdorie een kleverig stroompje speeksel zo op de zitting. En dat gecombineerd met mijn bilnaadvocht (pure angst, lieve lezer, pure angst) wordt het in dit gedeelte van het vliegtuig een ietwat benauwde subtropische bedoeling. Het is inmiddels zo warm en broeierig geworden. Er zouden zo bananenbomen, citrusboompies en wat fijne prikcactussen kunnen groeien.

Mocht u actuele vliegplannen hebben. En mocht u uzelf met een Transaviavogel een eindje verder op onze aardbol willen laten afleveren.. En mocht u toevallig met een Boeing 303 typenr. 975 reizen. Ga dan niet op de plaatsen 41 D, E en F zitten. Het zou er nogal vochtig kunnen wezen......

O ja, by the way. Ik ben onderweg naar Tunesië. U weet wel. Dat meest Noordelijk gelegen Afrikaanse land. Dat land waar ze met z’n tien miljoenen er wat van proberen te maken. Ik heb het plan opgevat om daar - gedurende twee weken - de boel ‘s flink op fietsstelten te zetten.

Fietst u mee?

U gaat Joan op deze reis en in dit reisverslag missen. Jammer, jammer, jammer maar Joan’s vrije dagen zijn beperkt.

(Hij tong-draait nog steeds......echt waar!)

Jo Atje

Op de dag dat onze eigenste Hollandsche eigenheimer en oud showmaster “Frankie Masmeijer”  een behoorlijke, en toch ook wel wat opmerkelijke, carrière switch heeft gemaakt (ik heb namelijk begrepen dat ie in de bananenhandel zit en dat ie die gele dingen - in een iets te krappe verpakking - de komende negen jaar uitsluitend aan gedetineerden gaat verkopen. Ook NCRV!!) zijn wij vandaag van Sarande terug naar Tirana gereisd. We hebben een taxi terug genomen naar het hotel waar onze reis twee weken geleden begon. Morgen vliegen we terug naar ons Hollandsche Heimat.

Gisteren hebben we het stadje Gjirokaster bezocht. Iets preciezer: het kasteel. Het kasteel dat hoog boven het stadje uit torent. Zo hoog. Dat de straatjes er naar toe zo steil zijn dat je er steil van achter over slaat. We nemen een taxi naar boven. En dat is een van de betere beslissingen die we deze reis genomen hebben.

Het kasteel is bezienswaardig echter de uitzichten zijn ….. ach…..kijkt u zelf maar:

“ Goh mensen: dit was me het reisje wel. Wat waren de bergen hoog. En eenmaal boven gekomen: wat waren de uitzichten adembenemend”.

“En was het warm”. Ik kan een behoorlijke bak met warmte verdragen, echter dit was heftig. Ik weet dat U ook een fijn hittegolfje te verduren heeft in uw eigenste landje. Maar dan ook nog ‘s met een bepakte fiets bergen op fietsen (geheel vrijwillig overigens) tja, dat was een heftige klus. 

We hebben onderweg geweldig fijne mensen ontmoet. En daar willen we graag iets over zeggen. Tijdens verschillende gesprekken werden we geconfronteerd met het imago dat Albanezen denken te hebben in het buitenland. Ze zijn zich er geweldig van bewust dat er in delen van de Wereld met een criminele blik naar hen gekeken wordt.

En ik zal de PVV en T. Baudet-stemmer voor zijn: die zullen er zeker ook zijn. Criminelen. In Albanië. Zeker wel. Net zoals er criminele Belgen rondlopen, criminele Duitsers, criminele Kosovaren, criminele Ieren, criminele Noren en criminele Nederlandse bananenverkopers die hun waar proberen te slijten in Antwerpen.

Kortom: overal loopt wel tuig rond. Echter de Albanezen die wij ontmoet hebben waren zonder uitzondering warme, goedlachse- en hulpvaardige mensen.

Als je het echte ongerepte Albanië wil zien. Jammer. Dan ben je te laat. Net als wij. De kuststrook wordt al gekenmerkt door de nodige hotels en bevolkt met de daarmee onlosmakelijk samenhangende toeristenmeuk. De (schitterende) kust wordt in rap tempo (honderden hotels per jaar) meer en meer volgebouwd. Over tien jaar staat ie ramvol. Maar de mensen zijn er nog puur en wanneer je – de met bison kit tegen de rosten aangeplakte - slaperige dorpjes aandoet, doe je een flinke stap terug in de tijd.

“We hebben er een fantastische tijd gehad”.

We hebben nog een paar fotootjes die het weblog niet hebben gehaald de afgelopen weken, maar die je wellicht wel de moeite van het bekijken waard vind:



En tot slot - mede namens Joan - een dikke zoen van ons beiden voor het volgen, meelezen en reageren van/op dit weblog. Thanks Roel. En een goeie en veilige reis met je zoon toegewenst!!!!


Discover your Smile

We hebben ons woeste plan ten uitvoer gebracht en hebben de afgelopen twee dagen het Griekse eiland Corfu met een bezoek vereerd.

Fietsend door Albanië kregen we het eiland in het vizier. En zo op afstand lag het er wat verlaten en afgelegen bij. Het maakte een ietwat afwezige en enigszins verlegen en wat verlaten indruk. En wij wilden het eiland wat opvrolijken. Door er een bezoek aan te brengen. Het wat te bemensen. Laten merken dat er ook nog piepeltjes op deze planeet rondlopen die best wel interesse hebben in zo’n afgelegen plek. Dat er nog piepeltjes zijn die het avontuur opzoeken. Die nog ondernemend zijn. Die een beetje afzien helemaal niet erg vinden. Daar zelfs van genieten. Piepeltjes die nog een beetje dat Robinson Crusoe-gevoel in hun donder hebben. Mensen die……….

Tja.

We hadden het kunnen weten. Het eiland is allesbehalve verlaten. Jeden Tag meren er een handvol cruiseschepen aan. En Jeden Tag komen enkele tientallen vliegtuigen uit het luchtruim naar beneden zakken om hele wagonladingen toeristen uit te kotsen vervolgens aan de zorg van het eiland toe te vertrouwen.

Dat is overigens een spectaculaire bedoeling, het opstijgen (maar vooral het landen) van die vliegtuigen. Ze scheren rakelings langs ons hotel. We vergapen ons ongeveer tien keer per uur aan die indrukwekkende ijzeren vogels. We maken er gaandeweg zelfs een leuk raadspelletje: “welke maatschappij komt er nu weer uit de lucht zakken”?

Op 1 staat: TUI, u weet wel van “Discover your smile”. Tegen onze TUI vriendjes en vriendinnetjes zou ik willen zeggen: “ ik wil die SMILE wel discoveren, echter alleen wanneer jullie met jullie vliegtuigen ietsje pietsje hoger gaan vliegen en misschien ook ietsje pietsje minder vliegtuigen naar Corfu toe sturen. 

Op 2: Ryanair

Op 3 t/m eh….20 of zo: een heleboel maatschappijen waarvan ik het bestaan niet wist

Lieve lezer.

Het was leuk om een uitstapje te maken naar een ander land. Je zit weer ’s op een bootje. Hebt weer ’s een paspoortcontrole (kreeg potdomme helemaal geen stempel in m’n paspoort….grrrrr……ik spaar die dingen…….) en het gebruikelijke gedonder met de fietsen. En dat alles is een prettige afwisseling van het zware klimwerk langs de kustlijn van Albanië. Maar dat is het dan ook wel….want verder is Corfu…….niet echt aanbevelingswaardig.

Ik bedoel. Als je van zand en zee houd, neem dan de boot en steek dan het water over. Naar Albanië. Dat neemt een uurtje in beslag. Het resultaat:  de stranden zijn er mooier. De mensen vriendelijker. Het is er nog een stuk ongerepter. En als het je om de doekoes is te doen: het is er een stuk goedkoper. En van Joan mag ik schrijven, dat de Albanezen ongeëvenaard lekkere bakken koffie zetten (ik heb geen idee wat ik schrijf: Ik drink alleen bier….)

“Discover your smile”.

Maar zonder grappen en grollen. We hebben ons best vermaakt op eiland en zijn, tussen het wegkauwen van de kip Souvlaki en de Moussaka, een beetje om de meute heen gefietst. 

Zie hier het Griekse fotoresultaat:



Corfu

Het wekkertje gaat. Het is 5.25 uur. We staan op.

Slaapdronken als we zijn voeren we als goed afgestelde ‘machines’ onze inpakopdrachten uit. Daar zijn we vrij bedreven in geworden. Zonder verder commentaar pakken we onze tassen in. Maken we onze fietsen gereed. Werken een ontbijt naar binnen. En als dit alles tot een goed einde is gebracht zijn we even na zessen gereed voor vertrek.

Het vroege tijdstip kiezen we om de ergste hitte het hoofd te bieden. Het wordt een flinke klimdag vandaag. En het zwaarste klimwerk willen we in de betrekkelijke koelte doen.

Gisteren hadden we een rustdag ingebouwd. Na vier dagen klimmen waren de benen en het hoofd aan rust toe. Vandaag zijn we zo fris als een hoentje. 

Dat geldt overigens niet voor de vuilniswagen die ons de eerste kilometers vergezeld. Het is namelijk vuilnisophaaldag vandaag. De wagen haalt ons steeds in. Leegt dan de vuilcontainers. Waarop wij hem weer passeren. Maar niet lang daarna passeert het ons weer. Om vervolgens weer een container te legen. En zo gaat dat een tijdje door. Tijdens dat passeren geeft de vuilniswagen een indrukwekkende stank af. Gelukkig zijn we na een kilometer of vijf van ‘m af.

Dat geldt niet voor de bergen. Daar moeten we onze fietsen tegenop zien te werken. En we beginnen meteen met een 5 kilometer forse klim. Zo’n klim waarmee je je wel een uurtje of wat kunt amuseren. En na zo’n rustdag doet dat altijd even pijn. De benen (en het hoofd) moeten weer even wennen aan het leveren van arbeid.

We komen boven. De beloning mag er zijn. De uitzichten zijn prachtig. We dalen af. En wacht: daar doemt de volgende berg al weer op. Het klimmen kan weer beginnen. We stoppen van tijd tot tijd. Om op adem te komen. En benutten die tijd om bij te drinken en wat foto’s te schieten.

Om 8.30 uur vallen we een cafeetje binnen. Daar vloeit de RAKI rijkelijk. De invloeden zijn hier Italiaans en Grieks. Er wordt in het zuiden van Albanië zelfs Grieks gesproken. Ik krijg ook een glaasje RAKI, maar die laat ik beleefd staan. Ik ben veel te bang dat dit sterke alcoholische drankje me in de benen slaat. En dan wordt het klimmen wel een bijna onmogelijke opdracht.

De zon lijkt een verlofdag te hebben opgenomen. Het is voor het eerst deze fietsreis bewolkt. Met enige verbeeldingskracht lijken er zelfs een paar druppeltjes regen te vallen. We vinden het best. De afgelopen week was het knetterheet! De hoge temperaturen - gecombineerd met een hoge luchtvochtigheid - maakten het klimwerk zeer inspannend. Dat de zon zich even niet laat zien is fijn. We klimmen, dalen, klimmen en dalen door. 

Na 45 kilometer fietsen belanden we in Sarande. Sarande is een grote stad en ligt in het zuiden van Albanië. De eerste aanblik maakt nog niet dat het liefde op het eerste gezicht is.

Dat hoeft ook niet. We hebben namelijk een stoer plan. We wagen de oversteek naar het Griekse eiland: Corfu. Vanuit Sarande is dat een oversteek – met een boot - van circa een uurtje. Dan ben je er al. We hebben gewoon zin om dit Griekse eiland ’s te befietsen. Is een spontaan idee. Kwam gisteren zomaar op. Hadden we van tevoren niet bedacht.

We kopen een kaartje voor de bootovertocht. Fietsen door naar de boot. En daar begint het gedoe. 

Onze fietsen moeten door de terminal voor een check. De hele boel moet gescand worden. We komen terecht in de Griekse ambtenarijen hectiek. Heerlijk vind ik dat altijd. Van die mannetjes die op hun strepen gaan staan. Dat ambtenaar A zegt dat je daar naar toe moet. En als je daar bent. Dat mannetje B zeg dat je hier niet moet zijn. En je terug stuurt. En ben je dan terug (bij ambtenaar A). Dan stuur die ambtenaar je weer terug naar ambtenaar B.  En dan komt er ambtenaartje C bij. En die vind weer wat anders. Kortom gedoe. En eigenlijk is er maar 1 reddingsboei: RUSTIG BLIJVEN! Het komt namelijk altijd op z’n (Griekse) pootjes terecht.

Zo ook nu. Onze fietsen mogen aan boord. En nog geen uur later zetten we voet aan Griekse wal. En zijn we op het Griekse eiland Corfu We lepelen een Mousaka naar binnen. En vinden een prettig – en op het eerste oog – zeer rustig familie hotelletje. Waar – zo blijkt niet veel later – de vakantievliegtuigen indrukwekkend laag overheen vliegen (daar hopen we nog een fraaie foto van te maken).

We gaan het eiland in twee dagen tijd fietsend verkennen. We houden u natuurlijk op de hoogte, als we tenminste niet door zo’n vliegtuig van ons Griekse balkonnetje worden geblazen.

Gerrit

Afgelegde fietskilometers: 54


LEKker

Op 11 april 2019 werd het duidelijk.

Een meerderheid van onze vrolijke volksvertegenwoordigers – in de volksmond: de tweede kamer - wil dat alle Albanezen een visum moeten aanvragen om Nederland binnen te komen. Die visumplicht gold tot 2010. En toen is in aller wijsheid – naar ik aanneem – besloten om die visumplicht te laten vervallen. En nu willen ze het dus weer invoeren. Aanleiding is een flinke toename van het aantal criminele activiteiten die door de Albanese maffia worden uitgevoerd in Nederland. 

Ik heb meteen even een paar van mijn Albanese vriendjes gebeld om de berichtgeving te verifiëren. Die bezwoeren me dat ze zo beetje de Amsterdamse onderwereld in een Albanese houtgreep hebben. Maar ze moesten snel ophangen (en eerlijk gezegd weet ik niet helemaal zeker of ze hunnie telefoon bedoelden…..).

Lieve, maar ook wel wat ondergewaardeerde lezer. Het is een vandaag een beetje: “de dag die je wist dat zou komen”. Ik citeer hier met liefde de toch wel wat - maar toch ook niet geheel ten onrechte - ondergewaardeerde tekstschrijver John (f%$@*&king) Ewbank. U weet wel, die die prettig in het gehoor liggende teksten voor onze grote volkszanger Marco Borsato schrijft. En die dat met een taalkundig vernuft doet die zijn gelijke niet kent. 

Gelukkig niet! 

Marco Borsato. Waar om voor mij totaal onduidelijke redenen hele volksstammen randdebielen – want dat zijn het - een kaartje kopen om de eerder genoemde artiest van wie ik de naam niet meer uit mijn bek/typvingers krijg, te gaan aanschouwen. En wat jullie niet weten is (en dat ga ik nu verklappen-gratis tip mijnerzijds) is dat deze – laten we hem Marco B – noemen, (zou een ontsnapte TBS’er kunnen zijn by the way, zou mij persoonlijk niets verbazen) bij elke hoog noot die hij moet zingen richt ie – met gesterkte arm - zijn microfoon naar het publiek  en dan zegt: NU JULLIEEEEEE!!! “EN DAT DOET IE OM DIE IE DIE FUCKING HOGE NOTEN ZELF NIET KAN HALEN!!!!!!!!”

Kaartjes verkrijgbaar vanaf 95 europegeltjes! Er zijn nog een paar plaatsen…..met slecht zicht en gratis oordoppen……haast U!

Gisteren was een loodzware dag. 1000 meter klimmen met onwaarschijnlijke stijgingspercentages in een hitte die U de komende dagen in ons Hollandsche landje gaat ervaren, zo hebben we hiero begrepen. Met die klim zijn we gisteren ruigweg van 8.00 uur tot 18.00 uur in de weer geweest. En eerlijk: tot op de schoenveters versleten beëindigden we de fietsdag.

U voelt ‘m aankomen. Ergens moet de energieklimprijs betaald worden. En dat ‘ergens’ kon vandaag wel ’s worden.

Vanochtend vertrokken we uit de plaats waar we gisteren aankwamen. Dat leek het meest praktisch. Anders moet je eerst naar een andere plaats fietsen. En van daaruit vertrekken. Da’s niet handig. Veel handiger, efficiënter en logischer is te vertrekken uit de plaats waar je toch al verblijft. Vandaar deze keuze. 

Potdomme. De dag begint met klimmen. En dat vinden onze benen niet fijn. Of is het een mentaal dingetje? Hoe dan ook: de eerste kilometers doen veel pijn. Het is te hopen dat we er beter in komen, want er moeten vandaag de nodige klimkilometers overwonnen worden.

Na een uurtje of twee knoerten en ploerten (ondertussen de fraaiste uitzichten aan ons voorbij trekkend) vallen we een cafeetje aan. Maar niet voordat we onze bivakmutsen op hebben gezet. We zijn natuurlijk niet gek.

Het café ligt aan een schattig, bedrijvig pleintje. We drinken koffie en veel, heul veel water en voeren fijne gesprekken met de lokale bevolking. Lokaal leek ons ook wel handig. Want om nu hele volksstammen van elders in te vliegen naar dit pleintje om fijne gesprekken mee te voeren…… Ik begin lichtjes te ontsporen, heeft u het in de gaten lieve lezer? Allemaal de schuld van die kut Borsato!

We stappen op en komen in een donders zware klim terecht. Tot zover het slechte nieuws. Want lieve lezer: u weet het al. Na zo’n klim volgt er? Jawel, zeg het maar……toe dan……weet u het antwoord niet? Domoren!! Het juiste antwoord is: een afdaling. Dat afdalen moet ook wel anders kom je in de hemel terecht en voor je het weet staat daar Petrus je op te wachten met drie kraaien in z’n klauwen. En er was ook iets met wat hanen. Maar ik ben de draad ietwat kwijt geraakt met dit bijbelverhaal. En dat komt omdat altijd als over dit gedeelte van de bijbel uitleg werd gegeven, de pepermuntjes langs kwamen, en die rol liet ik dan uit mijn klauwen vallen, en moest kruipend over de grond – onder en tussen de kerkbankjes door - die rol pepermuntjes weer zien te bemachtigen. En als dat gelukt was, en ik weer plaatsnam in mijn bankje,  dan was de dominee al weer vijf hoofdstukken verder…….

Afin. Afdalen dus.

Nu moet u weten dat ik een beheerste afdaler ben. Meestal. En ook nu rijd ik beheerst naar beneden. Echter, deze afdaling gaat zo stijl naar beneden dat er bijna geen remmen aan is. Het gaat best hard. Plots voel ik dat mijn fiets zich anders gedraagt dan anders. Ik heb minder controle. Opeens dringt het tot mijn door:”lekke band!”. Ik probeer bij te remmen, en dat lukt maar ternauwernood. Vlak voor een rotswand kom ik met mijn hele hebben en fietshouwe tot stilstand.

Pff….dat loop maar net goed af. 


De temperaturen zijn hier zo hoog dat de velgen snel kokend heet worden. Ik ben bang dat mijn binnenband door de hitte gescheurd is (is me in Ethiopië ook ’s overkomen). We lopen 250 meter verderop, trekken mijn fiets een meter of vijftig van de weg, waar we een dun spoortje schaduw vinden. Ik tuig mijn fiets af. Haal het voorwiel er uit. Gooi er een nieuwe binnenland op. Een half uurtje later kunnen we verder.

Het is hier schitterend. Ik denk niet dat ik in Europa (op de plekken waar ik geweest ben) het ooit zo mooi heb gezien. De kuststrook van Albanië is onwaarschijnlijk mooi!

Na opnieuw een flinke klim zoeken we - voor we aan de afdaling beginnen - een schaduwplek om bij te komen. Net als ik aan de afdaling ben begonnen. Voel ik iets ongewoons aan mijn fiets. Ik voel dat mijn fiets zich anders gedraagt dan anders. Ik heb minder controle. Opeens dringt het tot mijn door:”lekke band!”. Ik probeer bij te remmen, en dat lukt maar ternauwernood (kwestie van ‘ knippen-tekst- plakken’ mense….). En dat plakken geldt ook voor mijn voorband. Domme, het ding is weer lek.

We hebben hier wel iets met LEK. 

Je betaalt in Albanië met LEK. Nee, niet met lekke banden. Maar met de betaaleenheid LEK. Om die LEK te bemachtigen moet je wel ietsje pietsje moeite doen, want betaalautomaten zijn behoudens de grote steden dun gezaaid. 

Schaduw is hier een schaars goed. In de volle zon voer ik operatie LEK uit.

Om even terug te komen op die door ons mooie landje zo gewenste visumplicht voor Albanezen - die er overigens and by the way - niet gaat komen. Onze Europese vriendjes en vriendinnetjes steken daar een Albanees stokje voor (onze regering daarmee met lege Albanese visumhandjes achterlatend). Echter, het nieuws dat onze gouvernement dit voornemen bij meerderheid heeft, is tot in de kleinste gehuchtjes van Albanië doorgedrongen. En daarbij zijn de nuances van de berichtgeving enigszins op de achtergrond geraakt. Laat ik het zo zeggen: ze  zijn met de visum- plannetjes van onze overheid………eh….. ……op z’n zachts gezegd….eh …….niet zo ingenomen.

“ Where are you from? We eh…..cum from Holland! You know, the Country with de wooden shoes, tulips, Marco B. (kutartiest), Trijntje Oosterhuis (nog een grotere kutartiest) and of course Roed Goelit en Marco van Basten, en van iets recentere datum: De ligt (nee, die is niet van de verlichting) Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong. From AJAX. You know us toch well?!

“Yes we know. Van die Tulips and So. But eh……you are also the country that see us all as Criminals because your gouvernement ………”. Tja, lieve lezer: breng dan het gesprek nog maar ’s op de jongste verrichtingen van ons aller AJAX…..

Het is inmiddels vier uur. 

De zon straalt haar stralen medogenloos op onze lichamen. We rollen een aller bezienswaardig kustplaatsje binnen. “We kappen we er mee, voor vandaag”. Het was een enerverende fiets- en bandplakdag. Het is mooi geweest. 


Na enig zoekwerk vinden we een fraaie plek aan de rand van de Ionische zee (deze zee heeft ergens het stokje overgenomen van de Adriatische zee). Daarin nemen we een duik. Eenmaal boven gekomen richten we onze periscoop-hoofden richting een een stuk land dat in de zee ligt. En hebben we uitzicht op het Griekse eiland Corfou. Laat ik het zo zeggen: ik heb er wel ’s slechter voor gestaan in mijn inmiddels enigszins wel wat verder gevorderde leventje.

Wat kan het mij verdommen. Ik bestel denk ik nog maar ’s een crimineel LEKker kaasplankje.

Gerrit

Afgelegde kilometers: 32 

Ik worstel en kom boven

We hadden een bijzonder sfeervol plekje voor de nacht weten te bemachtigen, a room with a view, oftewel, we keken uit op zee. En dat was uitzicht was zonder meer prachtig. Het plekje bracht ons ook wat verkoeling, want we hebben ook nog even heerlijk met onze zweterige fietslijven op het, au au, kiezelstrand in de branding kunnen zitten.

Verder waren er wat hobbels aan deze plek, de stroom viel de hele avond uit, WiFi was ‘problem’, het was er dus niet, en er was door de stroomuitval ook nauwelijks water. Enkel het geluid van de branding onder ons raam. 


Na dit alles doorstaan te hebben stapten we vanmorgen met frisse moed op onze fietsjes, want we gaan vandaag klimmen, de bedoeling is tot ongeveer 1000 meter hoogte, serieus werk dus, en voor mij de eerste keer. Na nog even het nodige water ingeslagen te hebben, gaan we op pad, we drinken ons nog steeds ongans, er is nauwelijks tegenop te drinken. 

In Albanië betaal je met de Lek, maar wij zijn ook lek, denk ik. 

Gaandeweg de rit wordt de omgeving steeds mooier, groener, en zijn er, niet onbelangrijk, minder medeweggebruikers. We zien serieuze bergen en weten, over een paar kilometer zijn we aan de beurt, de klimbeurt, wel te verstaan. Als dat begint lijkt het wel mee te vallen, mooi rustig glooiend, prima te doen. Ik zeg nog tegen Gerrit, als het zo 21 kilometer door gaat, vind ik het prima, dat klimmen. Mooi hoor. Maar ja, dat gaat natuurlijk nooit lang goed, en we moeten aan het werk, echt aan het werk. In de zin van af en toe zelfs afstappen en je fiets omhoog duwen. Of gewoon afstappen en proberen je ademhaling weer op orde te krijgen, wat bij drinken en weer opnieuw beginnen. 

We vinden langs de weg een mooi plekje om even wat te eten, onder een olijfboom, in de schaduw. Daar passeren 2 Australiërs ons op de fiets en ze komen even ervaringen uitwisselen. Ze komen uit de richting waar wij naartoe gaan (yep, zij gaan naar beneden, de bofkonten) en zijn laaiend enthousiast. Ok, dat geeft moed. En die hadden we nodig. De laatste 5 kilometer is echt worstelen voor me. Gerrit helpt me zo nu en dan door terug te lopen en mijn fiets mee omhoog te duwen, samen met zijn peptalk en de enthousiaste reacties van voorbijgangers maakt dat ik het kon. En…….de wetenschap dat er een afdaling komt. En wat voor een, die afdaling is echt fan-tas-tisch!       Daarvoor hoef je alleen de foto’s te bekijken, woorden zijn overbodig.

Na de afdaling nog wat kilometertjes naar het plaatsje waar we een onderkomen willen zoeken, en eh…. Nee he, het venijn zit hem in de staart en dat is nu niet anders. Klimmen maar weer!

Ik stik van de honger en we knijpen bij het eerste restaurantje in de remmen, schuiven daar binnen no time een bord pasta naar binnen zodat we een slaapplek kunnen zoeken. Daar komt de volgende kink in de remkabel, er schijnt hier vlakbij een muziekfestival te zijn en er is geen kamer vrij in de omgeving, zegt men. 

Maar daar is ineens onze Griekse vriend, de reddende engel uit Athene, die toevallig een kamertje vrij heeft om de hoek, we lopen mee, en treffen een heerlijk schoon onderkomen, met alles wat we nodig hebben. Hoe mooi kan het zijn!

Joan

46 kilometer