De Lustige Reiziger

Warmhartig

Gisteren hebben we van een ouderwetse rustdag genoten. 

Zo eens in de vier dagen moet dat van ons zelf. Niet eens zozeer omdat het conditioneel niet meer gaat, maar meer omdat het zitvlak enige rust behoeft. Ondanks het feit dat we onze zadels met de nodige zorg hebben uitgekozen (enne…..don’t forget the Europeegeltjes die hiervoor over de toonbank hebben moeten rollen.....) gaan de billen na circa 250 km fietsen toch wat protesteren. En dat is op zich niet erg. Geeft ons mooi de gelegenheid om wat aan groot onderhoud te doen. 

Mijn achterwiel loopt een ietsje aan en ik kon de afgelopen dagen maar niet vinden wat de oorzaak is van dit schurende ongemak. Ik sleutel een uurtje of drie en dan heb ik het voor elkaar. Ik, niet gezegend en belast met een enorme hoeveelheid technische kennis, heb toch het klusje fijntjes geklaard. D.w.z., ik kreeg het niet voor elkaar en toen heb ik een hamer gepakt en…… neeh, neeh, neeh, zo is het niet gegaan lieve lezer. Ik heb echt gesleuteld onder het toeziend oog van mijn vriendin (drukverhogende factor!!!) en ondanks dit gegeven toch het klusje geklaard. En daar ben ik gepast maar toch ook wel behoorlijk trots op! Later op de avond laat ook het benzinebrandertje het afweten. En ook die brandende kwestie los ik met succes op. 

Mijn leraar ‘ machinekennis ‘ van de lagere landbouwschool in Oldebroek zou met terugwerkende kracht trots op mij kunnen zijn. Maar ik denk eerlijk gezegd dat als ie er van gehoord zou hebben ie meer verbaasd zou zijn. Of eigenlijk, hij zou er geen bal van geloven dat ik die klusje geklaard zou hebben. Een diep ongeloof zou zich van van deze man meester hebben gemaakt. Wat op zich niet slecht is voor een leraar dat ie zichzelf iets meester maakt……. Sorry……..

Ik kon er destijds qua technische kennis helemaaaal nix van. Echt niet. Het interesseerde me ook geen bout. Of was het nou een moer? Zie, daar ga ik al. Tijdens de lasles plakte de elektrode aan de werkbank en met het afstellen van een 4 takt motor liep bij mij alles in het honderd. Terwijl het er toch echt maar vier waren.

Afin. 

We bepalen onze route voor de komende vijf dagen en daar doemt iets van een probleem op. We kunnen namelijk maar moeilijk kiezen. Gaan we onderlangs de Gambarivier? Of, gaan we door het zuiden van Senegal fietsen? 

Ai ai ai!! Daar komen we niet uit. Beide route’s spreken ons aan, maar we krijgen tegenstrijdige berichten over de toestand van het wegdek. De weg door Gambia zou erg matig van kwaliteit zijn. De route door Senegal zou iets gevaarlijker zijn omdat er hier en daar  landmijnen in de bermen (kunnen) liggen. En als nu bekend was waar precies dat ‘ hier’ en/of dat ‘ daar’ is, dan zou het voorwaar geen problemen geven. Maar dat is niet het geval. Daarbij staat de route er om bekend dat er wel ’s iets van kleine criminaliteit plaatsvind……. 

Lastig. We besluiten om vandaag (onderweg) wat meer route informatie in de te winnen. En morgen nemen we ons besluit.

Vanochtend hebben we pal aan de grens van Gambia gelegen hotel verlaten. En konden (moesten eigenlijk) aansluiten in een lange rij wachtenden die net als wij naar Gambia willen.

“Wat houd ik er toch van: GRENSOVERGANGEN! Heerlijk vind ik ze”. De hectiek, de spanning, de reuring die er heerst. Ik smul er van. Van mij mogen ze alleen al om die reden de controle aan de landsgrenzen in Europa weer in ere herstellen. Morgen invoeren. Gewoon aansluiten, lekker lang wachten, kofferbak leeghalen en dan van die douaniers met morssige blouses die net iets te ernstig en net iets te belangrijk kijken bij het controleren van het paspoort. Heerlijk!!

Heel eerlijk?! 

Ik rijd tegenwoordig elke dag van Duitsland naar Nederland en ’s middags vice versa. En elke keer als ik de grens oversteek……..niet lachen nu…..’t is echt waar…..dat brengt een vrolijk spannend gevoel bij mij teweeg…….lijkt net of ik met vakantie ga……het voelt alsof ………..(laat maar, ik merk dat u hier afhaakt, tis misschien ook een puur persoonlijk dingetje van mijn kant..….).

We slagen met goed gevolg (had ik dat vroeger op school maar wat vaker kunnen zeggen……. Ja lach maar……tis namelijk echt waar…….). We worden uitgeschreven in Senegal. En een metertje of 50 verder worden we hoffelijk ontvangen door keurig geüniformeerde Gambiaanse mannen en vrouwen. Ze controleren ons medisch paspoort (dat we maar geen Cholera het land inbrengen, want daar hebben de Gambianen een broertje en zusje dood aan) en ons gewone paspoort. En hup met de Gambiaanse geit!

Wat meteen veranderd is de taal. Van het Frans naar Engels. Verder niets. Het landschap blijft onveranderd. De weg vlak en rustig. De temperatuur onveranderd hoog.

We fietsen heel relaxed 23 km verder. Daar wacht de pont die ons de Gambiarivier over zal brengen. Het is er hectisch en druk. Velen wachten om de oversteek te wagen. Een vriendelijke man (heb je hier heel veel van!!) koopt voor ons een overtocht kaartje. Hij acht het te gevaarlijk om de fietsen alleen te laten tijdens het kopen van een kaartje.

Deze pont is niet veel groter dan de gemiddelde ponten bij ons. Bij ons gaan er een auto of 20 op en nog enkele tientallen piepeltjes. Op deze pont weten ze zonder veel moeite honderden mensen te proppen. En tientallen vracht- en personenauto’s. Onze 2 fietsen kunnen er nog net bij.

De overtocht die 40 minuten duurt en is een belevenis. Er wordt handel gedreven, het is een levendige bedoeling. Laat ik het zo zeggen: als je de pot overtocht naar Wijhe of Olst in gedachten neemt, of eventueel een andere willekeurige overtocht in ons mooie kikkerlandje…..nou ….dan is het hier ietsje drukker en kleur- en geurrijker.

De pont doet wat ie doen moet. We fietsen Banjul binnen. De hoofdstad van Gambia. We pinnen, tanken benzine, vullen onze voorraden aan en eten wat. Banjul uitfietsen is een makkie. De stad is niet groot en je bent er uit voordat je er erg in hebt.

We fietsen langs de zee en komen in Serukunda. Dat is andere Banjulkoek. Wat een hectiek, wat een drukte, wat een smerigheid. De stad is eigenlijk groter dan de hoofdstad: Banjul. Dit alles komt hard onze hoofden en lijven binnen. Gelukkig nemen we naar verloop van tijd een afslag. Een zandweg. Rust. Echter, deze weg zo mul dat fietsen nagenoeg onmogelijk is. 

De laatste loodjes wegen zwaar. Door mul zand en extreme hitte.

We stranden bij een familie die ons toestaat dat we onze tent op hun grondstuk opzetten. We worden meteen uitgenodigd om mee te eten. En TV te kijken met de jongelui van de familie. We mogen gebruik maken van toilet en douche. 

We hebben fijne gesprekken en voelen ons welkom. Met hartverwarmende harten vallen we in een diepe slaap.

Afstand: 45 km.

Reacties

Reacties

Roel

Jong geleerd, oud gedaan
Ik krijg dat grensgevoel altijd op Schiphol, zeker als er een verdwaald zakmes in de tas van Tanja blikt te ziten

Gerrit

Oei, oei, oei, die ben je vast kwijt!

Roel

De dame gelukkig niet en het mes met de post naar huis gestuurd 😊

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!