De Lustige Reiziger

Jeugdherbergtrauma

Ik zal een jaar of zestien zijn geweest en fietstte toendertijd al heel wat af.

Ik was lid van de Nederlandse Jeugdherberg Centrale – zo heette dat toen nog. Voor een paar gulden mocht je ergens - in een jeugdherberg - op een slaapzaal overnachten. Lekker goedkoop. Paste uitstekend bij die levensfase.

Vandaag staat volgens de boekjes de mooiste rit van deze reis op het programma. Ik ga de Sheeffry Pass fietsen. Pittig heuveltje, maar daar krijg je ook wat voor terug: grootse uitzichten, ruige bergen, dat werk.

Precies om 8.00 uur stap ik op mijn fiets.
En precies om 8.01 uur stap ik weer af.

Regenpak aan.

En ik zal u iets verklappen, lieve lezer: dat regenpak is die dag niet meer uit geweest. Het kwam met complete emmers tegelijk uit de hemel vallen. Allemaal precies op mijn kale bolletje. Want mikken kunnen ze, die Weergoden.....

En het gekke is: terwijl ik dit opschrijf, moet ik denken aan Pakistan.

Ik fietste in 2012 ruim een maand door Pakistan en trok daar een tijdje op met een Nieuw-Zeelandse vrouw en haar toenmalige vriend. Tijdens het fietsen biechtten we elkaar op dat we al acht dagen niet gedoucht hadden. Niet uit overtuiging of spirituele verdieping – de mogelijkheid was er gewoon niet.

In Pakistan is aan van alles tekort. De stroom valt geregeld uit en de watervoorziening is nogal… avontuurlijk onberekenbaar georganiseerd. Dan fiets je dus de hele dag in veertig graden en ben je al rijdend stof aan 't happen en kun je je ’s avonds dus niet wassen. Acht dagen achter elkaar.

En het wonderlijke is: de eerste drie dagen heb je daar echt last van. Je voelt je plakkerig. Vies. Maar ergens rond dag vier komt er een omslagpunt. Dan maakt het eigenlijk niet meer uit. Dat klinkt misschien smerig of ongeloofwaardig, maar ik heb het later op mijn fietsreizen wel 's vaker ervaren.

Met regen werkt het hetzelfde.

Je bereikt een punt waarop je denkt: vooruit dan maar. Het regent toch wel. Die regen trekt zich niets aan van mijn humeur, en inmiddels doe ik dat ook niet meer. Regenpak aan en fietsen. Schuilen doe ik niet eens meer. Gewoon doortrappen.


Na een uur kletsnat doortrappen sta ik voor de Sheeffry Pass. De eerste meters omhoog voelen zwaar, maar gek genoeg blijkt de klim goed te doen. Af en toe stop ik voor een foto. Er zitten wat venijnige stijgingspercentages tussen, maar het gaat prima. De uitzichten zijn prachtig en ook - wanneer ik over de top ben - is het traject tussen de bergen door geweldig mooi.


Totaal verregend (of: als een verzopen kat......U mag kiezen, ik reken beide keuzes goed.....) kom ik aan in het dorpje Leenaun. Het dorp heeft een craftshop, een kruidenier die - enige tijd geleden - de spreekwoordelijke pijp aan Maarten heeft gegeven, en twee pubs.

Bij één van die pubs val ik naar binnen. Ontdoe mij van m'n regenkleding. Bestel soep. Later ook nog een stuk carrotcake. En dan breekt het moeilijkste moment van de dag aan.

Ik ben weer een beetje warm geworden. En dus moet ik opnieuw mijn natte fietskleren aantrekken. M'n natte fietshandschoenen weer om de vingers trekken. De natte fietshelm op. Brrr....... Buiten regent het nog steeds pijpenstelen. Dat is bepaald niet fijn.

Ik had me voorgenomen te kamperen, maar begin ernstig te twijfelen aan dit briljante plan.

Alternatief is hetLeenaun Hotel, maar de kamerprijzen die ze per nacht rekenen vind ik meer passen bij een volledig verzorgde midweek - inclusief gratis massage - ergens somewhere in het hoogseizoen.

Zes kilometer verderop zit een jeugdherberg.
Daar ga ik het proberen.

Ik fiets verder door de stromende regen. Na zes kilometer sla ik af en via een wat kronkelende, heuvelende weg kom ik bij de herberg aan.

Ik bel aan.
Er zit niemand achter de receptie.
Ik loop naar binnen.
Kijk wat rond. Geen gasten. Geen personeel. Op goed geluk open ik een deur van een slaapzaal.

Niemand.

Het doet me ineens denken aan mijn eerdere jeugdherbergervaring.

Plaats delict: Wolfheze.

Ik was zestien en maakte met enige regelmaat fietstochtjes door Nederland. En overnachtte in jeugdherbergen. In de jeugdherberg moest je klusjes doen. Ik deed de afwas. Twee oudere dames – toen in mijn ogen al met een vrij prehistorisch uiterlijk – droogden af.

Op een gegeven moment werd de afwasborstel - met veel bombarie - door een van de dames uit mijn handen gerukt, met de mededeling dat “de dames nog meer te doen hadden”. Het schoot blijkbaar voor geen meter op met mijn afwastechniek, terwijl ik echt mijn uiterste best stond te doen om de vaat netjes af te leveren.

Ik zeg 't niet graag, maar neem het ook niet terug: ik hoop dat die dames inmiddels dood zijn. En dat ze mogen branden in de HEL!

U merkt: een klein traumaatje.


Maar goed, in deze jeugdherberg zal ik daar geen last van hebben.

Ik ben de enige gast.

En voel me weer even zestien.

Reacties

Reacties

Roel

Forever Young Gerrit.
Best veel bepakking op je fiets als je eigenlijk alleen je regenpak nodig hebt 😉

Enjoy 🚴‍♀️

Rian

Klinkt als de ultieme Ierland ervaring maar ik gun je echt wat zon morgen.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!