Bengaals sop
Ruim drie maanden over smalle zanderige palmpaadjes en afgelegen bananenplantage weggetjes met gaten en drempels rijden eist z’n tol.

Boutjes en moertjes gaan rammelen, handvaten worden vies, velgen smerig, de ketting piept en kraakt vanwege tussen kruipend zand en het frame wordt bedekt met een flinke laag Maleisisch stof.
Lieve lezer, U bent slim. U heeft het allang door. U ziet ’t al van verre aankomen (en dan bedoel ik niet in gewicht): het is Nationale fietsonderhoud en -poetsdag!


Op onze rustdag in Hutn Melintang (maar het had ook gemakkelijk Mutm Geilintanm of Oegstgeest kunnen zijn, het zal u een Maleisische worst zijn, vermoed ik zo maar) rijd ik nietsvermoedend naar de plaatselijke carwash waar een vijftal mannen bezig zijn om auto’s te wassen, te poetsen en het interieur weer tip top in orde te maken.
Zodra ze mij met mijn fiets zien moeten ze lachen. Ze houden de hogedrukspuit al in de spuitstand en ik kan nog maar net voorkomen dat ze mijn fiets onder ‘vuur’ nemen.

Dat hogedrukspuiten is namelijk precies wat je niet moet hebben (Willem Lammertink kan dit bevestigen). Want de druk van die spuiten is zo groot dat je kans loopt dat het vet uit de kogellagers gespoten wordt. Dus probeer ik met alle tact en vriendelijkheid die ik bezit te regelen dat ik de hogedrukspuit zelf ter hand mag nemen. En dat lukt. Maar niet nadat de mannen de fiets lekker met zeep onder hebben gesproeid.
Ik raak aan de praat met de mannen. Ze komen uit Bangladesh. Ze verdienen in Maleisië hun geld met het schoonmaken van auto’s. Het land waar uurlonen veel hoger liggen dan in hun thuisland. Een deel van het verdiende geld sturen ze naar hun families thuis. Ze werken vaak jaren achtereen in Maleisië zonder dat ze hun geliefden zien.

Ik begin de fiets in te sponzen en sla niets over. De velgen, de spaken, het frame, de handvaten het hele zaakie moet schoon. Het is een graadje of 40. De zon staat hoog aan de hemel en strooit haar stralen met veel plezier over mij uit.
De fiets begint langzaam te glimmen. Ik ook. Met name mijn voorhoofd neemt de glans aan van een glimmende kokosnoot. Ik ben drijfnat. Het transpiratievocht stroomt van mijn lijf met een snelheid als de watervallen van COO. En – lieve lezer - dit is pas de eerste fiets……

Mijn gedachten glijden naar een moment eergisteren. Joan en ik hielden even stil bij een supermarkt. Onze watervoorraad moest aangevuld. Naast de supermarkt was een bank gevestigd. Daar stonden een groep van circa 40 mannen voor de deur. Het was ons meteen duidelijk dat het geen Maleisiërs waren.
Ik draai de fiets op z’n kop omdat ook de onderkant een schoonmaakbeurt verdient. Daar wordt ie het meest vies. De naaf moet er aan geloven, de binnenzijde van de spatborden en ook de onderzijde van het frame wordt van zand en modder ontdaan.


We maakten een praatje met de Bengalen. Een van de groep sprak goed Engels en vertelde ons dat ze gingen werken in de palmindustrie. Ze hebben een contract voor een periode van 3 jaren getekend. En gaan voor het grootste palmbedrijf in de omgeving werkzaamheden verrichten. We zien veel mensen in de palmplantages – als we onderweg zijn - met enorme lange stokzagen in de weer, om de onderste dode palmtakken af te zagen. Eenmaal gezaagd, slepen ze de takken naar een verzamelpunt. Zwaar en taai werk!
Op onze vraag wat ze nu bij de bank doen, antwoordde de man dat ze een bankrekening gingen openen. Een voor een mochten ze bij de bank naar binnen.

Ik spuit de onderzijde van de fiets af en ontdoe het van zeepsop. Dan draai ik de fiets om, en spuit de hele fiets nog een keer af. En ik vraag of ik een tweede fiets (fiets van Joan) mag halen en of ik die dezelfde VIP behandeling mag geven? Dat mag!
De situatie van de Bengaalse autopoetsers en de mensen die in de palmindustrie werken is helemaal niet vrolijk, blijkt uit een vorig jarig verschenen rapport van UNITED NATIONS, HUMAN RIGHTS.
Zij schrijven:
"De situatie van Bengaalse migranten die al enkele maanden of langer in Maleisië wonen, is onhoudbaar en onwaardig", aldus de experts. "Maleisië moet dringend maatregelen nemen om de ernstige humanitaire situatie van migranten aan te pakken en hen te beschermen tegen uitbuiting, criminalisering en andere mensenrechtenschendingen."
Ze merkten op dat veel migranten bij aankomst in Maleisië merken dat ze geen werk hebben zoals beloofd en vaak gedwongen worden om langer te blijven dan hun visum toestaat. Als gevolg hiervan lopen deze migranten het risico om gearresteerd, vastgehouden, mishandeld en gedeporteerd te worden, aldus de experts van de UN.

Ik rijd mijn van water druipende – waterfiets -naar het hotel. En haal de fiets van Joan. Ook deze krijgt een zeepbeurt en ondergaat dezelfde VIP behandeling. Het normaal gesproken weinig inspannende werkje – maar nu in de volle zon en 40 graden – eist bij mij zijn tol en maakt dat ik zelf een zeepbeurt nodig ga hebben. Ik heb geen droge vezel meer aan mijn lijf. Hoe zou dat bij mijn Bengaalse ‘poetsvrienden’ zijn? Die staan een deel van de dag auto’s te poetsen uit de buurt van de overkapping, in de volle zon …….
Als ik helemaal klaar ben bedank ik de mannen uitvoerig in het Maleis (Terima Kasih) en geef hen een fijne fooi. Laten we hopen dat de omstandigheden voor deze groep mensen spoedig mag verbeteren.
En nu de fietsen opgefrist en klaar zijn, ben ik aan de beurt.
Ik vraag ze tot slot of ze nog even de hogedrukspuit ter hand willen nemen…….
Reacties
Reacties
Lekkerrrrrr karweitje Gerrit, ik bedoel de hoge drukpunt en zelfreiniging natuurlijk 😉
Echte gentleman dat je de fiets van Joan ook doet. Toppertje hoor.
Schrijnend verhaal over het misbruik van arbeidskrachten, overal het zelfde hé
Mooie plaatjes weer
🚴♀️🚴♀️ Enjoy
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}