De Lustige Reiziger

Soepkip

Lieve lezer, We gaan een jaar of zestig terug, naar de kukeleku-tijd.

Mijn vader hield kippen. Grote bruine legkippen waren het. Die kocht hij ergens in maart. Een deel van het jaar voldeden de kippen aan de verwachting. Echter aan het einde van het jaar nam de eierproductie af en ging de kop eraf.

Mijn moeder vulde dan een grote ijzeren ketel met heet water. Daar verdwenen de gedode kippen in. Ze werden ontdaan van veren en ingewanden, waarna ze in een enorme pan met water op het vuur gingen. Een hele dag lagen die kippen tegen de kook aan gaar te worden.

Lieve lezer, dit zijn de momenten waarop ik mezelf afvraag waarom ik mezelf niet ergens terugvind in een waterig zwemparadijs, met mijn onderbenen bungelend in het water. Met mijn rug vastgeplakt aan een verwarmde knuffelmuur. In mijn rechterhand een gezellig zoete piña colada en in mijn linkerhand een grote, bodemloze emmer met knisper-krasper-borrelnootjes.

In de licht koelende schaduw van een wuivende palmboom. Met iets verderop een hangmat die loom heen en weer wiegt en me ongevraagd uitnodigt voor wat bungelwerk.

Lieve lezer, dat zou fijn zijn geweest.

Zou.

Want ergens onderweg — in die oh zo essentiële besluitvormingsfase van het fietsreisleven — heb ik toch een andere afslag genomen. Ik ben in Ierland beland. Een zompig nat Ierland, met een koude, stormachtige zeewind tegen dat ervoor zorg draagt dat ik een wit uitgeslagen, koude middelvinger heb.

Om nu te zeggen dat ik het meteen naar mijn zin heb: dat gaat wat ver. Maar Ierland stond al een tijdje op een soort wensenlijstje. Het moest er eens van komen. Dus ik moet niet zeuren.

En mooi is het hier wel.

Ik stuur van het ene schilderachtige weggetje naar het andere licht heuvelende weggetje. Verkeer is er nauwelijks. En het verkeer dat er wél is, is mij opvallend gunstig gezind.

Het weer daarentegen niet.

Zeker, er zijn mooie zonnige momenten. Maar de helft van de fietsdag regent het en moet het regenpak aan. En dan weer uit. En dan weer aan. Ik word er bijkans tureluurs van.

Als de kippen gaar waren, haalde mijn moeder ze uit de pan en schraapte ze het vlees van de botten. Dat vlees werd gebruikt voor de kippensoep. De botten gingen naar de hond.

Als ik na acht uur fietsen in de regen - in het dorpje Castlebar- van mijn karretje rol, voelt het net of ik me de hele dag in een zachtjes kokende pan warm water fietsend heb voortbewogen. Ik voel me precies een soepkip.

En nu ben ik gaar.

Je hoeft alleen het vlees nog van mijn botten te halen.

Reacties

Reacties

Roel

Kip ik heb je

Klote weer hoor, dan krijgt Singing in the Rain toch een heel andere dimensie.
Maar, je bent een bikkel hé


Enjoy 🚴‍♀️

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!