Tegenwind
Opeens snappen we waarom mensen ervoor gekozen hebben om naar Berlijn te fietsen. In plaats vanuit Berlijn naar die Niederlande te karren.
We hebben gisteravond ons kampement opgeslagen in een stad. Nou ja, Stadt Oldendorf heette het plaatsje. En we stonden op een grote lege weide, waar alleen wat jeeps stonden.

De Mamut-camping wordt beheerd door een echtpaar uit Almelo. Die hebben het terrein (63 ha bos) van defensie gekocht (de Duitsers waren wel klaar met oefenen). En daar exploiteren ze een bos waar je lekker met je crossauto mag rond karren. Tegen betaling overigens. Uit heel Duitsland - en ook Nederland - komen mensen crossen in de bossen van dit echtpaar. De camping wordt met name in het weekend bevolkt. Wij zijn nu nagenoeg de enigen.
Des avonds heb ik jullie Oranje elftal - vanuit mijn slaperige slaapzak - nog zien spelen tegen 11 Italiaanse pizzabakkers (en dan heb ik het niet over de bakkers van de ronde schijven veelal belegd met lekkere ham-champignons-ui-zalm-artisjok-ananas-salami-paprika en nog veel meer smakelijke naar eigen keuze te beleggen pizzameuk).

Oei oei oei!!!
Het Nederlandse woord âvoetballesâ heeft na gisteravond een andere betekenis gekregen. Die gasten sneden toch maar mooi en best wel vaak door jullie Hollandsche kartonnen pizzabodem-verdediging. En ik weet wel: jullie verwachtingen zijn hoog gespannen. Jullie willen zelfs Europees kampioen worden komende zomer. Ik zou toch tegen jullie Hollandsche Oranje Leeuwen harten willen zeggen: besteed nog wat tijd aan oefenen.
Doet onze Deutsche Manschaft ook en dat bevalt doorgaans heel goed....

Na een best wel koude nacht staan we vroeg op. We maken ontbijt. En zitten om 8.30 uur op de fiets. Na een uurtje fietsen breekt de zon door en worden onze lichamen wat meer opgewarmd.

Tot 14.00 uur is de wind afwezig. Maar dan trekt ie aan. Tot zover niets aan het handje. Geen probleem. Best wel overzichtelijk. Echter, het is niet alleen de wind die ons parten speelt. Het klimwerk is ook weer begonnen. Dit alles gecombineerd met toch wel wat vermoeide benen maken dat we ........een bak koffie/warme chocolademelk weg slurpen en een stuk pflaumentorte mit Sahneweg naar binnen knagen.
Dat mensen verkiezen om de route andersom te fietsen begint langzaam wortel te schieten in ons bovenkamertje. Ze hebben de wind meer mee dan wij. Niet dat we er nu nog veel aan hebben. Want ja. Als we ons nu door de wind mee laten voeren, dan geraken we nog verder van huis.........

We vervolgen onze weg. De wind loeit om onze helmen,. De uitzichten zijn mooi. De weggetjes rustig. De dorpjes uitgestorven. We komen tegen 16.30 aan in het niet al te bruisende - maar het o zo fijne en rustige - dorpje Nieheim.

We hebben een kamer geboekt via internet. Meestal gaat dat goed. Maar u voelt âm wellicht van fietskilometers ver aankomen: deze keer niet. We vinden het hotel, hebben ook keurig een reservering in the pocket, maar de hoteldeur zit dicht. En om een lang verhaal kort samen te vatten: de deur blijft dicht. Navraag leert dat er meer toeristen Hier tegen een dichte deur aanlopen en dat het hotel niet goed beheerd wordt.

We vinden gelukkig een prima alternatief. Hier gaan we onze vermoeide benen wat rust geven.
We hebben namelijk het plan opgevat om de geplande rustdag te laten voor wat ie is. Laat âm lekker de klere krijgen die rustdag. Rusten doen we een andere keer wel. We willen âs proberen door de vermoeidheid heen te fietsen. Kijken of dat gaat. Plus. We wilden onze route beĂ«indigen in Winterwijk. En dan met de trein naar Nijmegen reizen. Om vandaar naar huis te fietsen. Maar zoetjes aan is het idee ontstaan om echt helemaal naar huis te fietsen. Dat betekent wel dat we vanaf nu tenminste 70 km per dag moeten afleggen. En dus ook geen rustdag kunnen inplannen.


Als u - lieve lezer - er nu voor zorgdraagt dat de tegenwind wel een rustdag gaat nemen of dat U regelt dat ie de andere kant opblaast. Dan doen wij het fietswerk wel.
Kijken of het allemaal lukt.
Maandg 7 september 2020
67 km, Stadt Oldendorf
Dinsdag 8 september 2020
64 km, Nieheim
Physalis
We willen deze zondag âs goed beginnen.

Met die kenmerkende en heel fijne nazomer september-geur in de neus vertrekken we uit Isselburg. Een plaatsje dat zich op een onbewaakt ogenblik heeft uitgeroepen tot toeristisch oord. En niet geheel ten onrechte. Het is een fraai en aantrekkelijk plaatsje dat tevens een uitvalsbasis is voor wandelaars die het Harz-gebergte willen verkennen.

Gisteren hebben wij de eerste echte klimmeters gemaakt. En die vielen nog best zwaar. Maar âs kijken wat de dag van vandaag voor ons in petto heeft.


Nou, dat wordt spoedig duidelijk als we een fors klimmetje voor de kiezen krijgen. We fietsen op onverharde paden - door het bos, door akkers met luzerne - maar altijd weg van de doorgaande wegen. We fietsen over betonplaten, kinderkoppen of asfalt. De ondergrond is zo divers als je maar hebben kan. En ook dat maakt het fietsen wat zwaarder. We keren en we wenden wat af. Van tijd tot tijd maakt de route een zwaai en rijden we door een mooi stadje. En daar houden we dan zo soms een fijne pitstop.


De heuvels maken vandaag minder indruk op onze benen dan de fietsdag van gisteren. De hoogten zijn vergelijkbaar maar de stijgingspercentage zijn prettiger. Of zouden onze benen moeten wennen aan het klimmen.......

Ergens onderweg kwamen we de lampionplant tegen. Physalis alkekengi voor de fijnproevers onder u.
De eerste keer dat ik âm in levende lijve tegen kwam was in 1995. Ik kocht toen een boerderijtje - ergens op de Veluwe - van oude mensen (veel oudere mensen hadden âm vroeger in de tuin staan). Het is een wat rommelig groeiend plantje. Met een onbetekenend wit bloempje. Maar na de bloei onthult de plant zijn ware aard. Die komt begin september naar boven: de oranje lampionnen.
Die lampionnen luiden de vroege herfst in. En ze doen nog meer.

Ze vertellen je dat als je nog wil BBQ'en je dat als de wiedeweerga moet gaan doen. En dat je ook alvast een beginnetje kan maken met het inklappen van je parasolletje. En dat je je garagebox ook wel kunt uitruimen want de plastic tuinmeubeltjes van Hartman moeten er een plek krijgen. En dat je je moet haasten om de laatste tubes zonnecrĂšme nog bij de drogist uit de voordeelbakken te plunderen. En dat je......afijn, u heeft een beeld.
Prachtig vind ik die lampionnen.
We hebben ze zelf dit voorjaar gezaaid en heb de jonge planten - net voor we op reis gingen - in de voortuin geplant.
September roep ik uit tot de mooiste maand van het jaar. Die September-dagen klungelen zo heerlijk lekker tussen de zomermaanden en de herfst in. Het is vaak mooi weer. En heerlijk fietsweer ook!

We belanden - aan het einde van onze fietsdag - in een pension âdie Rote Rosenâ. Het is eenvoudig van snit. Laat ik het zo zeggen: het Hilton hotel hoeft niet bang te zijn voor concurrentie. Het Amstelhotel mag stoppen met angstbeven. En ook een gemiddelde Hollandsche jeugdherberg kan de faillissement aanvraag nog even uitstellen.
Maar ook hier zal het slapen wel gaan lukken.
We zijn vandaag precies halverwege de reis. We hebben nu al zin in de volgende fietsdag. Lang hoeven we er niet op te wachten. Want heel toevallig staat ie morgen al weer op het program.
Afstand: 61 km (zaterdag 5 september 2020)
Afstand: 57 km (zondag 6 september 2020)
Ballenbak-stad
De fietsdag begint onder een grote grijze donsdekbedden Beter Bed deken. U weet wel, met de rettertet-kut-clown. Met die rolfluit. Die moeten ze ritueel slachten. En dan bedoel ik niet die rolfluit.

Maar goed terug naar die wolkendekken.Â
Waterdruppels willen er nog net niet uitvallen. Maar die kunnen zich elk moment bedenken. Het is kantje boord. De wind daarentegen heeft een duidelijker standpunt ingenomen: die heeft vandaag geen zin in woeien en waaien. De temperatuur en de hoge luchtvochtigheid maken dat het al snel warm en vochtig aanvoelt.

We zetten koers naar het Noordelijke uitlopers van het Harz-gebergte. De rustdag van gisteren heeft ons goed gedaan. De benen voelen weer als vanouds. Het lichaam energieker. De zin is goed. Laat die Harz bergen maar komen. Daar zal het meer serieuzere klimwerk van deze fietsreis gaan beginnen. Maar dit lijkt vooralsnog een redelijk rustig dagje te worden.

Na 7 kilometer loopt de weg langzaam maar zeker omhoog. Dat is een eerste test, die meteen de bovenbenen doet vollopen. Het landschap verandert langzaam van vlakke akkers en krijgt een meer heuvelachtig karakter. De lijsterbessen geven kleur aan het landschap.
Bij een supermarkt kopen we wat kaas, ham en yoghurt in. En laten ons dit goed smaken.

We koersen een kilometer of 20 door en houden dan onze grote pauze. We bestellen in een Grieks restaurant een omelet die........nooit komt. Nee, na ruim en uur wachten geven we de omeletten pijp aan Maarten. We eten wat meegebrachte worstjes, noten en fruit. En vervolgen onze weg.

Tegen 16.00 uur rollen we Ballenstedt binnen en bereiken we ons onderkomen voor de nacht.Â
Het blijkt een studieinstelling te zijn voor mensen die een rijschool willen beginnen. De opleiding van personenautoâs duurt 15 maanden. Als je die met goed gevolg heb afgelegd, kun je nog vervolgstudies doen voor motoren en vrachtautoâs. Ik ben al blij dat ik mij rijbewijs in vijf pogingen hebben kunnen halen en laat deze gifbeker-studie aan mij voorbij gaan.
Er zijn in de school allerlei zaken die verwijzen naar de opleiding die hier worden verzorgd. Ook koffie- en soepautomaten ontbreken niet.



De school heeft kamers voor de studenten die door de week willen blijven overnachten. Maar in het weekend staan deze kamers te huur. En wij hebben er 1 weten te bemachtigen.
Morgen de bergen in. Fietst u mee?
Afstand: 58 km.
Mondkapjes-gedoe
We zijn lichtjes in verwarring.
Het valt ons op dat de mondkapjes-plicht hiero wat anders wordt nageleefd als in het deel van Duitsland waar wij wonen. Om de onduidelijkheid weg te nemen vragen we toch maar âs aan iemand hoe dat zit. Wanneer moeten die dingen nu gedragen worden, en wanneer niet (wettelijk gezien)?

In Duitsland is het net even ietsje pietsje anders geregeld dan in ons mooie Holland, wordt ons ten verstaan gegeven. Hier hebben de 16 deelstaten (provincies) best veel zeggenschap. Duitsland is een zgn. federalistische staat. De LĂ€nder (zoals de deelstaten heten) hebben een eigen regering die op veel terreinen, zoals onderwijs, natuurbescherming,waterhuishouding, gezondheidszorg, culturele zaken en de media (pers, radio en televisie), hunnie eigen beleid mag bepalen.
De deelstaten moeten wel binnen de kaders blijven van de wetten die Frau Angela (de bondsregering) heeft opgesteld. Daarnaast zijn er beleidsterreinen waar ze geen invloed op hebben. Zoals de buitenlandse politiek, defensie, spoorwegen en belastingen.
Maar over mondkapjes hebben ze het dan wel weer voor het zeggen. Elke deelstaat mag daar eigen beleid voeren. En dat maakt dat in de deelstaat Saksen Anhalt (waar we nu doorheen rijden) bezoekers geen mondkapjes in restaurants hoeven te dragen, maar bedienend personeel wel. En in supermarkten andersom. Terwijl in de deelstaat Nordrhein Westfalen mondkapjes in alle openbare gelegenheden verplicht zijn.

Met deze nieuw opgedane mondkapjes-kennis vangen we de tocht van vandaag aan. Maar niet voordat we de NETTO geplunderd hebben. En ons tegoed hebben gedaan aan de nodige ontbijt meuk.
De rit is wat minder afwisselend dan de voorgaande dagen. We trekken door een vrij open landschap waar de wind vrij spel heeft. Tot zover is het allemaal vrij overzichtelijk. Ware het niet dat de wind behoorlijk is aangetrokken. En ook dat is niet onoverkomelijk. Echter, we hebben âm tegen. Dat maakt het fietsen vrij stroperig. En dat net op de dag dat we in kilometers flink vooruit willen komen.

Na 50 kilometer stoppen we in een fijn stadje. Het fijne is dat er een Chinees is die ons een heerlijke soep (door zoân luikje) reserveert met gebakken WAN TAN deeg-achtige-dingen. Dat zorgt er voor dat we weer nieuwe energie opdoen. We zoeken via onze telefoon ook naar onderdak voor een stad die 25 km verderop ligt. Na wat teleurstellende pogingen (vol geboekt, niet open, te duur) hebben we succes. We vinden en boeken een pension.
En daar zetten we om 15.00 uur âs middags koers naar. De wind loeit om onze helmen heen. En de eerste waterdruppels vallen naar beneden (wat je al snel hebt met waterdruppels, maar dit terzijde). De regenjas wordt uit de mottenballen getrokken. Maar het valt allemaal mee. De regen heeft er vandaag geen zin in en houdt -net als een man van middelbare leeftijd - toch een keertje op met nadruppelen.
Op het einde van de rit geraken we toch weer in een meer bosrijk deel. De paadjes worden er smaller. En de heuvels hoger. Of is het misschien dat we wat vermoeid raken......


Met de tong op onze schoenen en de billen zo rauw als een halfgare biefstuk, bereiken we het onbetekenende stadje Stassfurt. Alwaar we vriendelijk worden ontvangen door de eigenaresse die ons een eenvoudige doch voedzame kamer aanbiedt.
Hier gaan we vannacht de oogjes toe doen. En morgen houden we hier onze welverdiende rustdag.
Afstand: 80 km.
Maarten
Hij werd geboren op 10 november 1483 in Eisleben te Duitsland. Hij was mij er eentje. En niet zomaar eentje. Welnee. Hij was broeder, priester en theoloog. Tegelijk.

Op een goede dag had ie 95 stellingen op zijn zolderkamertje bij elkaar bedacht. En niet zomaar wat stellingen. Stellingen waarmee hij de wantoestanden in de Katholieke kerk aan de kaak wilde stellen.
Het kon hem - op een goede dag allemaal - niet veel meer schelen. Hij toog naar de bouwmarkt, kocht een hamer en wat spijkers, haalde bij de kassa zijn wat vergeelde gamma voordeelpas tevoorschijn (dat leverde jammer genoeg geen voordeel op, want hij stond bij de Karwei), betaalde en ging naar de slotkerk in Wittenberg. Daar spijkerde hij de 95 stellingen aan de deur (sloeg verdomme ook nog een keer op zân vinger, maar goed). Het spijkerwerk van Maarten leidde de reformatie in en het wordt gezien als het begin van het protestantisme.

Allereerst wil ik Maarten niet bedanken voor dat ie dat gedaan heeft.
Nee, als ie die stellingen lekker voor zichzelf had gehouden dan was dat hele protestantisme er nooit gekomen. En dat had mij dan weer een karrenvracht zondagochtend kerkdiensten bespaard. Als die hele Maarten met dat gespijker van âm er niet was geweest had ik op zondagochtend lekker in mijn bed kunnen blijven stinken. En nu zat ik in rij 14 pepermuntjes van het merk KING (niet te vreten) door te geven. Als Maarten lekker op zân zolderkamertje was blijven ruften en een beetje scheten had zitten laten in zân donsdekenbedje en niet zo uitslofering 95 stellingen had zitten bedenken dan was de reformatie er nooit gekomen en had ik niet de seconden en minuten op mijn horloge weg hoeven koekeloeren tijdens de preek.
Ik zeg: bedankt Maarten!
Maar ok. We staan nu voor de negentiende eeuwse kerkdeur van de slotkerk in Wittenberg. De deur waar onze Maarten die 95 stellingen openbaar maakte. En ok. Dat historische feitje wilde we niet helemaal aan ons voorbij laten gaan.

We proberen de prachtige stad Wittenberg fietsend achter ons te laten.
En dat valt helemaal nog niet mee. We fietsen ons âdoodâ op de rivier. We fietsen terug. Doen nog een poging. Maar er is iets met de route aan de hand. Het lukt ons niet om de route op te pakken. Een man spreekt ons aan. Er wordt gebouwd. We moeten een omleiding fietsen om weer op de R1 te komen, zo wordt ons te verstaan gegeven. Iemand anders komt zich er mee bemoeien. En heeft een afwijkende mening.
En dan gebeurd iets dat ons in Duitsland vaker overkomt. Er ontwikkelt zich een discussie tussen de twee Duitsers die in onze Nederlandse ogen en oren vreemd voorkomen. Het is schreeuwen, het is roepen, het heeft iets ......onaangenaams. Iets ongemakkelijks.
Sinds we in Duitsland wonen worden we hier meermaals mee geconfronteerd. Duitsers spreken elkaar nogal direct aan op het gedrag van de ander. Dat gaat vaak gebiedenderwijs. U moet.....Ga naar achteren.....Ik wil dat U ...... Leg die flessen neer.......

Dat zijn wij Nederlanders helemaal niet gewend. En we accepteren het ook vaak niet van de ander. Duitsers daarentegen kunnen het heel goed van elkaar hebben. En dat is fijn omdat er anders wellicht een conflict zou ontstaan. En vandaar uit wellicht iets van ruzie. En als je niet uitkijkt is er sprake van hoog oplopende spanningen. En wellicht vormt het het startpunt van een volgende oorlog*
* U moet weten dat ik van Joan niet steeds tegen Duitsers over de Oorlog mag beginnen. Best jammer. Want dat is toch mijn favoriete onderwerp, en ja, waar moet je anders met Duitsers anders over praten...... Ja bratwurst, Die Manschaft......maar ja ben je ook gauw uitgeluld.......en ik weet ât, het heeft iets kinderlijks, iets onvolwassens.......echter het is ook heel leuk...........maar ok ok ok ....je houd geen vrienden over.....dus enig begrip kan ik wel voor haar terughoudendheid op dit punt opbrengen.


We kiezen voor de meeste overtuigende en minst hard schreeuwende persoon en volgen de omleiding. Dat blijkt een geweldige keuze. Want na 10 minuten om-fietsen zitten we weer op de route en koersen we al weer spoedig en snel op prachtig rustige achteraf-paadjes waarvan oorlog geen sprake is.
Na 78 kilometer fietsen vinden we het mooi geweest. We stranden in Dessau. We kamperen illegaal op het terrein van de Dessauâer botenvereniging. Die vereniging heeft een fijn afgestelde antenne als het gaat om het vinden van een goed stekkie. Ze kunnen namelijk hunnie booties zo in de rivier de Elbe laten glijden.

Er wordt ons verteld dat de beheerder - die een oogje in het botenzeil moet houden - net is vertrokken. En dat ie morgenochtend pas terug komt. Het ideale moment om de tent op te zetten op het terrein van deze botenvereniging. Fijn langs de Elbe. Als ie morgenochtend zijn gezicht weer laat zien, is de nacht toch al voorbij en breken we ons kampement toch op. No problemo!
We dineren bij een Vietnamees afhaalrestaurant gezeten aan 2 plastic stoelen met dito tafelkleedje. Alwaar het knetter-knoert-ploertiger heet is.
Het leven is goed.
Afstand: 79km.
Dekking
We aanschouwen het. En laten het maar over ons heen komen. Er is toch niet aan te doen. Ja, we kunnen er naar kijken. Het laten gebeuren. En als het allemaal achter de rug is de schade maar opnemen.
De route is mooi. Maar het fietsen gaat vandaag wat zwaar.

De tweede fietsdag is doorgaans de zwaarste van de reis. Niet doorvragen nu. âGerrit hoe komt dat dan? Hoe zit dat? Vanwaar? Waar ligt dat aan ten grondslagâ? Geen idee lezer. Het is zo. Ik heb ook geen tijd om allemaal uit te zoeken hoe dat precies zit. En ik wil het ook niet weten ook. Soms zijn dingen zoals ze zijn. En als ik dat weet. Dan is het voor mij goed.
Zoals ik ook weet dat de derde fietsdag doorgaans minder goed gaat als de eerste. Maar al weer een stukje beter dan de tweede. De vierde fietsdag gaat alweer ietsje beter dan de derde. Alhoewel de eerste fietsdag het dan nog altijd wint van de tweede de derde en de vierde fietsdag. De vijfde fietsdag is een rustdag. De zesde fietsdag gaat het de eerste 10 kilometer klote. Om vervolgens de eerste fietsdag te overtreffen. Ik weet niet waarom. Maar zo gaat het altijd. U heeft er niets aan. Maar ik denk. Ik deel dit even met u. Dan weet U het ook.

De route is fijn en verloopt mooi en rustig. We koersen voornamelijk door grove dennen bossen. Over doorgaans goed geplaveide wegen. We klimmen wat. We dalen wat. En trekken van tijd tot tijd langs akkers. De enige mensen die we tegenkomen zijn fietsers die de R1 de andere kant op fietsen. We groeten vrolijk naar elkaar.

De dorpjes lijken uitgestorven. Gelukkig is er van tijd tot tijd een supermarkt, waar een bak koffie gescoord kan worden en waar we wat inkopen doen. Die we - gezeten op de plastic stoelen bij de Supermarkt - meteen verorberen.
De zon schijnt overvloedig. En er zijn fraaie wolken aan de hemel. Dat die fraaie wolken iets in petto hebben voor de avond weten we dan nog niet.....

Tegen het einde van de middag rollen we Radigke binnen.
Raddigke is ergens een keer in slaap gesukkeld. Vergeten de weker te zetten. En nog steeds niet ontwaakt, wanneer wij het met een bezoek vereren. De eigenaar is aller vrolijkst en wijst ons een fijn plekje onder een ooude eikenboom. We weten dan nog steeds niet wat ons te wachten staat. We zetten onze - gisteren kletsnat geworden - tent op en drogen hem zo goed en kwaad als dat gaat. De zon doet de rest van het drogende werk.

Joan richt de inmiddels droog geworden tent in. I do the cooking. While I do the cooking it starts to rain.
Eerst rustig. Kalmpjes. Drup voor drup. Maar dan steeds harder. En harder. En harder. En nog harder. Het lijkt op een wolkbreuk. Nee, het is een wolkbreuk. Er komen onvoorstelbare hoeveelheden water naar beneden. Joan drijft de tent uit en zoekt ergens onderdak. Nog langer in de tent blijven is niet te doen. Golven water stromen door onze tent. Een golfslagbad is er niets bij. We overwegen serieus - een kort moment - om entree te gaan heffen bij de ingang. Maar de steeds toenemende waterstromen verhinderen ons woeste buisennis plan. En daarbij: onze entreekaartjes zouden doorweekt raken en daardoor onverkoopbaar worden. Weg plan. Het blijft keihard regenen. We vrezen voor onze inboedel.

Zoals zo vaak met fotoâs geeft dit niet helemaal de chaos weer.......
Na een uur vermindert de regen en kunnen we de schade opmaken. Er is sprake van de nodige consternatie. We zijn niet de enigen met natte spullen. De eigenaar van de camping bied ons een leegstaande trekkershut aan. Dat aanbod nemen we niet lang in overweging. We verkassen.
Morgen maar zien hoe onze spullen uit de tent te voorschijn komen.
Afstand: 64 km.
R1
We moeten de tent in. En snel een beetje.

Vandaag laten we Berlijn trap voor trap steeds verder achter ons. We volgen de R1 route. Dat is de oudste fietsroute die door Duitsland loopt. De route loopt vanuit Berlijn door naar Sint Petersburg. Zo ver gaan wij het niet brengen deze reis. Wij gaan juist de andere kant op.
De R1 route vermijdt doorgaande wegen en dat maakt dat we al snel op kleine paadjes fietsen. Waar we niet alleen zijn. Het is zondag. En half sportief Berlijn heeft zijn racefietsje uit de mottenballen gehaald. En zoeft met een blij gemoed de heuvels af. Wij komen ze tegen. En als zij naar beneden zoeven. Dan moeten wij onze fietsjes omhoog werken. Heel moeilijk gaat dat niet. De zon schijnt uitbundig. Ons humeur is goed. De conditie is goed. We hebben goede zin.

Nu zou U kunnen denken. Dat wordt een plezierritje. Die R1. De inmiddels gevorderde leeftijd van Gerrit begint nu echt zijn sporen na te laten. Eerst kaal. Dan een buikje. Zeg maar gerust een BUIK. Haargroei uit de oren. Tanden beginnen 1 voor 1 uit de mond te vallen. Hij wordt wat vergeetachtig. De spieren wat strammer. En nu dus een oude mannenritje door Duitsland. De aftakeling komt nu echt aan het oppervlak drijven.
Dank, dank, dank lieve meefietsende luie stoel lezer. Wat bent u (weer) complimenteus. Ik had niets anders van u verwacht. Echter, U zit er - en niet voor de eerste keer - weer âs een beetje naast. De R1 is helemaal niet zo gemakkelijk dan je zou verwachten.
Er zitten flink wat onverharde stukken tussen. En het is regelmatig flink klimmen geblazen. Dus ik zou maar een toontje lager blazen. En dan bedoel ik niet dat u uw eigenste platenspeler uit de mottenballen moet halen en een vergeelde LP-hoes plaat op moet zetten van die kutmuziek van Toontje Lager. U weet wel, die ballen band uit begin jaren 80. Met die keurige rijmelarij teksten. En die oersaaie en o zo herkenbare muziek loopjes.

Wist U .....dat er wordt gefluisterd........er zijn geruchten ...........het schijnt zo te zijn.......dat die kutband zichzelf weer nieuw leven in wil blazen. Ik moet er niet aan denken. Ik dacht ook eerlijk gezegd dat ze morsdood waren. Mag van mij.
Ze hadden zoân nummer: â Lente in Twente. Als ik weer zoân Tukker zie, vol met bier en sympathieâ. Rijmt lekker. Eerlijk is eerlijk. Echter, ik denk dat die zanger nog nooit in Twente is geweest toen ie dat nummer in zân schommelstoel zat te schrijven. Heel even, voor de onwetenden onder U. Twente. Die enclave in het verre Oosten van ons land. Ik heb er ooit een jaar of acht bestâ gevaarlijkâ dichtbij gewoond. En laat mij U dit zeggen: als een Tukker bier drinkt, is er niet veel van de sympathie over. Jah, een klap voor je bek kan je krijgen. Dat is de sympathie die een Tukker doorgaans tentoonspreid.
Toontje Lager. Ideale schoonzonen. Dat waren het. Stiekem met je gedanst. De lafbek, durfde niet eens een meisje te vragen. En liedjes als: âzoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen, ik moet ooit nog naar de maanâ. Dat had ie moeten doen. Dan waren we mooi van die klotenummers af geweest.
Ik overweeg.....wat zeg ik .......ik begin een actiecomitĂ© van dat eh... de ICâs vol liggen en dat er geen plaats is voor zichzelf nieuw leven inblazende bands, en dat dat goed is. Is dat Corona toch nog ergens goed voor........... Mocht u dezelfde gevoelens koesteren en mij willen ondersteunen in mijn strijd om Toontje Lager het zwijgen op te leggen. En dan meteen voorgoed. U kunt uw bijdrage overmaken op mijn eigenste bankrekeningnummer.
Dit alles overdenkende rollen we Potsdam binnen.

Ik denk aan mijn oud-collega Brian, die ik onlangs met plezier weer âs sprak. Brian zei, âGerrit daar is het mooiâ. Brian, je hebt niets teveel gezegd. Wat een prachtige gebouwen. Ook de parken zouden de moeite waard zijn. Maar die moeten we links en rechts laten liggen en bewaren voor een volgende keer.


Na ruim 60 kilometer knijpen we in iets wat op remmen lijkt.
Met ons gevoel voor timing is niets mis. We staan precies voor de ingang van een camping. Lekker rommelig. Met zoân bungelende afbladderende slagboom. Met van die vaste huisjes die best een likje water gedragen verf (anders zou ik er niet aan likken, is een tip, doe er uw voordeel mee) kunnen gebruiken. De camping is bosrijk. Rustig. En ze hebben plek. Precies wat we zoeken.

We rusten wat uit. Koken wat. Om 20.00 uur vallen de eerste waterdruppels. Net op tijd lukt het ons om wat spullen droog en wel de tent in te douwen. De bui is van het nivootje âfiksâ en duurt 8 uren. Helaas blijkt onze nieuwe tweedehandse tent niet zo waterdicht als het tweedehandse foldertje van deze tenten fabrikant ons moest doen laten geloven.

Gelukkig hebben we ons watertrappel diploma gehaald.
Afstand: 62 km.
Thuis
Lieve en geĂŻnteresseerde lezer.
U moet weten: ik ben doodsbang voor honden.
Nog angstiger dan voor vliegen. En dan bedoel ik niet die vliegen die je met een mepper tot moes kan slaan, maar dat andere vliegen. En er verzamelt zich bij het aanschouwen van honden nog meer angstzweet in mijn bilnaad dan bij het zien van muizen. En ik krijg nog klotsendere oksels van honden dan als ik in de nabijheid van vrouwen kom. Vrouwen in het algemeen. Sommige in het bijzonder.
Wanneer ik van tijd tot tijd wel âs een wandelingetje maak in het park of het bos of zo. En een loslopende hond tegen het lijf loop, of die hond mij Dan roept de eigenaar op enige afstand al:âhij doet niets hoorâ! En ik vraag dan vaak: âweet uw hond dat ookâ?
Onder het mom: âde meeste ongelukken gebeuren nu eenmaal thuisâ , hebben wij het plan opgevat om ons veilige Duitse nest te verlaten en onze karretjes te beklimmen. âTja, het coronabloed kruipt waar het niet gaan kan, lieve lezerâ.
Wij zijn vanochtend vroeg Berlijn binnen gerold. En dat ging veel gemakkelijker dan U zo op het eerste gezicht zou denken. Wij rolden namelijk met een heuse toet toet autobus binnen. Het wordt een bliksembezoek. Morgen gaan we weer terug.
Neeh...lieve lezer, niet met de bus. Wij fietsen terug!

Kijk het hele idee is dat we in ons eigen land zijn en blijven. Dus mocht er een lock-down komen met alle vervelende gevolgen van dien, dan zitten we niet vast in een ander land om voor 10 of 14 dagen het quarantainespel met elkaar verplicht te moeten spelen. Daarbij denken we dat we redelijk geïsoleerd door het land kunnen trekken. We zullen veel kamperen en verplaatsen ons grotendeels met ons tweeën. Ter voorbereiding op onze reis hebben we de plaatselijke drogisterij van de hele jaarvoorraad mondkapjes ontdaan.
En hebben onze fietsbuizen zijn volgegoten met desinfecterende gel. Tenslotte hebben we een paar kilogrammen gezond verstand aan boord getrokken. Daarmee zou het moeten lukken.

Die voorzichtigheidshalve-mening deelt niet iedereen,. Dat wordt duidelijk als we - nadat we - in de hele vroege Berlijnse uurtjes - een bakkerij ontdaan hebben van wat spiegeleieren en wat bakken thee en koffie, we verzeild raken in het begin van de grote demonstratie die vandaag in Berlijn gehouden zal worden. Goed gemutste mensen - van allerlei pluimage - lopen richting de belangrijke pleinen om zich op te maken voor een fijn dagje virus ontkenning, mondkapjes weerstand en anderhalve meter afstand koppigheid.


Tja... ik weet het niet.
Het is natuurlijk nogal fijn dat we in een democratie leven waarbij we kunnen roepen wat we willen. En ook fijn is het dat er een politiemacht van 3000 man sterk is opgetrommeld om het geheel in goede banen te leiden. En ook fijn is het dat er voldoende liters water beschikbaar is als het misschien wat minder vreedzaam verloopt dan vooraf gedacht. En als die liters water dan neerdalen op een groepje onverlaten om ze wat af te laten koelen. Allemaal fijn.
Maar het voelt ook wel een beetje als met die hond. Je kunt de feiten wel ontkennen, maar weet dat virus dat ook. En als ie het weet, houd ie er dan ook rekening met jouw afwijkende mening? Zoals Joan zo mooi zegt: het virus is geen religie waar je de vrijheid kunt nemen om er wel of niet in te geloven, het is onder ons â.

Allemaal vragen die we we maar niet stellen aan de mensen die hier rondlopen. Ze zijn namelijk met iets meer. En als zoân gesprek uit de hand loopt ben ik bang dat ik het onderspit delf. Wij fietsen rustig en vreedzaam door deze geweldig relaxte stad, waar het helemaal niet moeilijk is om je snel thuis te voelen.


We zien een stukje muur. Fotograferen Checkpoint Charlie. Vergapen ons aan de Rijksdag. En kunnen een glimp opvangen van de Brandenburger Tor (die volledig bezet is door de demonstranten).

Tegen 14.00 uur zetten we koers naar ons onderkomen. We hebben een nacht overgeslagen en dat begint ons lichtjes op te breken.
Tijd om wat bij te slapen. En krachten op te doen voor de komende twee fietsweken. Fietsweken die ons zullen voeren van Berlijn naar huis.

Als je zin hebt om coronavrij met ons mee te karren. Wees welkom!
Gerrit