De Lustige Reiziger

Ferry

We maken de oversteek van Hunested. Naar Rørvig. Met Ferry.

In Rørvig wonen welgeteld 1053 inwoners. Ik heb speciaal voor U een telling gehouden. Niets is mij immers teveel.

Ik moet u zeggen: dat was - gezien het vrij geringe aantal personen - vrij gemakkelijk tellen geweest. Voor mij. Ware het niet dan ik op 1034 in ene de tel kwijt raakte. Dat van die tel kwijt raken heb ik wel vaker last. Concentratie dingetje. Ik ben dan afgeleid. Heeft zeer waarschijnlijk te maken met mijn inmiddels toch enigszins gevorderde leeftijd. Of m’n kale hoofd. Of dat ‘buikje’ dat ik ondanks mijn strikte dieet er maar niet af krijg. Kies zelf maar.

Maar goed. Ik ben een doorzetter. U kent mij inmiddels. Ik ben niet voor 1 Deens Smørebrod te vangen. Ben natuurlijk gewoon opnieuw begonnen met tellen. Wel een beetje vervelend voor al die inwoners van dit dorpje. Want ja, die moesten natuurlijk ff spijbelen van hun werk en school. En door die hertelling ging die spijbeltijd ietsje langer duren dan voorzien. En daarbij moest het dorpshuis een uurtje langer worden afgehuurd. Maar het bleef gelukkig beperkt tot wat boze gezichten en een enkele steek-onder-water-opmerking.

De tweede telpoging slaagde wel (was natuurlijk extra geconcentreerd bij nummertje 1034!!). Uiteindelijk beleeft de teller steken bij 1053. Vandaar dat ik deze volstrekt zinloze informatie fijn met U kan delen lieve lezer. Want U moet weten, als het om U gaat, is geen Deense golf mij te hoog. Geen oversteek te ver. Geen smørebrød te .......

Vanochtend gingen we op pad onder een zwaar bewolkte hemel. En die ging vergezeld van een stormachtige wind.

Ons ontbijt bestond deze ochtend uit een paar slokken Seven Up. U begrijpt: de eerste opdracht was een fatsoenlijk ontbijtje te scoren. Dat lukte in het bruisende city centrum van het dorpje SLANGERUP. We hebben de plaatselijke supermarkt wat bakken yoghurt en maar liefst twee bananen afhandig gemaakt. Tjonge, wat keken die op hun neus bij het afrekenen......Die meuk hebben we - onder de reële dreiging van regen - op een stadsbankje verorbert.

We zetten koers naar Hundested. Een kleine 40 kilometer verderop. Vandaar vertrekt een boot die ons naar de overkant zal brengen. En dat komt goed uit. Want daar willen we precies naar toe. De overkant.

Maar voordat we in Hundested aankomen moeten we een stormwind trotseren. Een stormwind die zijn weerga niet kent. De boomtakken waaien met wildemansarmen aan de bomen. De stormwind loeit door de ventilatiegaten van onze fietshelmen. Die onze regenpakken doen bollen.

Het landschap waar we doorheen fietsen is weids van aard. We vinden weinig beschutting. En de stormwind vindt het vast lekker om die woeiwind recht in onze gezichten te bløzen. Anders zou ik ook niet weten waarom dat nou zo nodig moet.

Op een goed moment schuilen we in een bushokje. En blazen wat uit. We kijken elkaar aan .........pff.....dit is geen kattepis. Wat op zichzelf ook wel weer fijn is. Want als die in je gezicht blaast..........

Joan heeft enkele jaren gelden van die superlichte donzen bodywarmers gekocht. Tot nu toe bleven die dingen thuis of dobberden ze ergens onderin onze fietstassen. Ik voel me er een Michelinmannetje (zonder ster) in. Maar nu bewijzen ze hun waarde. In onvervalste bitcoins.

Lezersvraag: wat zit er in deze blikken?????? Wie weet dat?

Na 29 kilometer stoempen en ploerten in een echt niet zo mooie omgeving komen we aan in het dorpje Frederiksværk. We fietsen naar het centrum en Joan vindt daar een soort dorpshuis. Sympathieke plek. Daar serveren ze koffie, warme chocolademelk, omelet met uitjes uit Peru (niemand weet waarom) en burgers.

We hebben er een fijn gesprek met twee vrijwilligers die daar de tent runnen. Ze verhalen over de gevolgen die Corona voor hen heeft gehad. En vooral voor de mensen (vooral ouderen) waarvoor dit dorpshuis in het leven is geroepen. Het dorpshuis vervult een belangrijke functie voor mensen die alleen zijn. Ze organiseren spelletjes- en muziekavonden. Ze proberen laagdrempelig te zijn en houden daarom de prijzen laag.

Een van de vrijwilligers (zijn bakte de omelet voor ons) is de voorzitter. Ze is dag en nacht bezig om de boel draaiende te houden. Ze verhaalt over de isolatie tengevolge van corona voor de ouderen in dit dorp en schetst de gevolgen. Die zijn vergelijkbaar met de gevolgen voor jongeren en ouderen in Nederland. Schrijnend.

Met de nodige hartelijkheid nemen we afscheid. En zetten koers naar Hundested. Een kilometer of tien, waar we - eindelijk - de wind van opzij, van achteren hebben. Halleluja! De Deense windheer zij geprezen.

We bereiken de haven alwaar de Ferry (gek trouwens dat al die boten Ferry heten, daar gaan ze voor zeker de originaliteitsprijs niet snel mee winnen.....er zijn toch zat namen die er fijn op rijmen) net de haven in komt varen. Helaas is het kaarverkooploket gesloten. We bemachtigen snel een kaartje uit een ticketautomaat voor de overtocht. En dat is hartstikke efficiënt, I know, U heeft gelijk lieve lezer. Maar tis ook wel een beetje jammer.

Mag ik op dit punt even een persoonlijk dingetje met U delen? Fijn!

Jammer vind ik het dat de kaartjes tegenwoordig niet meer verkocht worden door zo’n man (heette meestal Ferry by the way) die nog een paar jaar ‘moet’ werken en voor wie z’n pensioen in het zicht van de haven is (letterlijk en figuurlijk). Zo’n man in een allang niet meer smetteloos wit overhemd met van de morsige vlekken erin die zo heerlijk routinematig en sjagerijnig de bootkaartjes aan je verkocht. Waarbij de pensioengeur al door het loket naar buiten kwam zetten. Heerlijk vond ik dat altijd.

Vond het dan ook altijd leuk om tegen zo’n man te zeggen - nadat dat ik de kaartjes in mijn bezit had (die volgorde zou ik wel aanhouden, is een tip doe er uw voordeel mee) - of ie het al gehoord had. En dat ie dan met lichte irritatie in z’n stem zei: ‘wat moet ik gehoord hebben?’ En dat ik dan antwoordde: heeft U niet gehoord dat de overheid onlangs heeft besloten om de pensioengerechtigde leeftijd met vijf jaar te verlengen. Goh, dat hoorde ik zojuist op het journaal....... Lullig voor iedereen die bijna van z’n pensioen dacht te genieten........

En dan weglopen.

Tuurlijk is kinderachtig. Weet ik ook wel. Maar ook heerlijk toch?! Beetje krabben aan de Deense pensioenkorst.

Nog geen tien minuten later wordt het anker gelicht en varen we uit. Eh ja.......mijn zeemansbenen en vooral mijn zeemansmaag krijgen het zwaar te verduren. De golven zijn pretty high. Joan (die ruime ervaring heeft in het zeilen) zegt dat het lang geleden is dat ze zulke hoge golven heeft gezien.

Zij loopt met een - wat mij betreft - net iets te stoere en vaste tred over het dek. En juicht zo’n beetje bij elke hoge golf. Maakt foto’s. Kijkt blij. Ik daarentegen slik een reistabletje, sla mijn klamme knuistjes aan de reling en probeer te overleven. Dat zijn kort en goed de verhoudingen aan boord (Jaaaah, lach maar, heb zelf maar ‘s zo’n vriend(in)......)

We komen halverwege de middag aan in Rørvig. Op het eerste gezicht stelt Rørvig niet veel voor. Maar schijn bedreigt lieve løzer. Het dorpje heeft maar liefst drie makelaars. Een ijssalon. Een supermarkt. En wat eetgelegenheden.

Maar bovenal. Er hangt hier een ander sfeertje. Moeilijk onder woorden te brengen. Maar het heeft iets kleinschaligs. Iets knus. En dat voelt fijn. Net zo fijn als het het onderkomen dat we vinden. Een huisje voor ons alleen.

Hier gaan we de nacht doorbrengen. En dan gaan we dromen over heeeeeel veeeeeeel wind.

Die ons morgen - hopelijk - in een paar vrolijke uurtjes of zo naar de volgende bootovertocht zal blazen.

Gerrit

Slangerup - Rorvig
Fietsdag 2
40 km.

Sangria

Lieve løzer.

Wat had ik U graag geschreven dat met het bestijgen van onze karretjes we deze ochtend een zonovergoten Kopenhagen zouden binnen fietsen. Dat de korte broeken niet aan te slepen zijn. Dat onze zonnebrillen het werk niet aankonden. Dat de mensen in rijen voor de ijssalons stonden om niet veel later met hunnie tongen langs de zoete koele ijssmurrie te raspen. Dat de terrassen uitpuilden. Dat het verkoelende bier niet aan te slepen was. Dat het .....

Oh, wat had ik U dat graag geschreven.

Het idee om - bij het krieken van de dag - onze lijven ‘s fijn te verwennen met een tubetje of twee zonnebrand hebben we vrij snel laten varen (varen is in dit kader vrij toepasselijk). Bewolking. Een strakke wind. Regen. Veel regen. Erg veel regen viel ons ten deel.


Onze eerste fietsmeters rijden we dan ook onder herfstachtige omstandigheden. De tweede fietsmeters trouwens ook. En de derde fietsmetertjes verlopen trouwens ook niet helemaal droogjes. We hebben wind tegen. De regen slaat met een vlakke hand in onze gezichten. En geselt onze lijven. Het Deense vocht drupt op onze bovenbenen. En vandaar op het glimmend zwarte asfalt.

Dit lieve lezer. Dit zijn van die momenten dat ik mezelf afvraag, ‘wat doe ik hier’. En mocht die vraag wat lastig te beantwoorden zijn. Meteen door naar vraag 2; En die luidt: ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig’. En mocht deze vraag ook nog niet meteen uitnodigen tot een antwoord, dan stel ik me de vraag: waarom zit ik niet net als zovelen in een aangenaam zonnetje, met de onderbeentjes en voetjes (met kalknagels) lekker bungelend in iets van een zwembad van een tropisch eiland. Met de warme frisse wind door mijn haar (als ik dat nog had kon dat best....).

Met die palmbomen en kokosnoten die net niet op je kop vallen. Maar wel door midden knappen. En dat je zo’n halve kokosnoot aan je mond zet en dat dan het sap dan zo over je onderlip richting je kin sijpelt. Of met een fijn glaasje sangria in de rechterhand. En een glaasje rivella (ben ik gek op) in de linkerhand. Of een all inclusive vakantie. Waarom ik niet. Hoe komt het toch dat ik niet op dat idee kom. En hunnie wel.

Het stellen van die vragen worden allemaal goed gerekend door de juf. Die is niet eens geïnteresseerd in het antwoord. Ze geeft je meteen een sticker. En dan maar hopen dat ie blijft plakken met al die nattigheid........

Verdorie. De afgelopen weken was het weer in Denemarken vrij stabiel droog. Maar sinds vandaag heeft de Deense Gørrit Hiemstrøa het iets minder goed met ons voor. Vandaag regent het. Ook de komende dagen voorspellen weinig goeds. Tenminste als je niet van regen houd. Mocht je daarentegen wel van regen houden, dan zit je goed. Dan ben je spekkoper. Dan ben je het mannetje. Dan sta je vooraan in de rij. Haantje de voorste. In dat geval ...... Afin, U heeft een beeld.


We fietsen in de buitenwijken van Kopenhagen. Een vuilniswagen leegt containers. Kids krijgen les op school. Een restaurant wordt bevoorraad. Het lijkt een gewonedinsdagochtend. Behalve dan dat wij er fietsen. In de regen. Of is dat misschien hier ook een soort van ‘gewoon’ hierø?!

We arriveren spoedig in citycentre Kopenhagen. We fietsen er dwars doorheen.


We komen er al spoedig achter dat we met deze razendsnelle sightseeing toer de middeleeuwse hoofdstad van Denemarken - met z’n 630.000 inwoners - flink tekort doen. Er is namelijk erg veel te zien. De gebouwen zijn prachtig. We fietsen door de kleurrijke haven (Nyhavn). We zien de fontein van Gefion of Gefjun (maar als ik Pablo de Pielstom had neer gepend dan had u mij waarschijnlijk ook geloofd). Kortom: we passeren heel veel interessant stuff.


Na een uurtjes karren bereiken we ons echte startpunt van deze reis. Het beeld van de kleine zeemeermin. Dit beeldje is geïnspireerd op het sprookje van Christian Andersen. Van tijd tot tijd worden de handen of het hoofd van het beeld vernield. En moet het weer gerestaureerd worden. Maar vandaag blinkt ze in de zon (you wish). Dit punt hebben we uitgeroepen tot het officiële startpunt van onze reis. Hier zal onze fietsreis naar huis echt gaan beginnen.

Kopenhagen ligt op twee eilanden: Seeland en Amager. We gaan vanaf deze eilanden naar het vasteland naar Arhus. Daarvoor zullen we twee boten gaan nemen. Vandaar zullen we zuidwaarts fietsen om uiteindelijk over drie weken weer voet aan vaste wal te zetten in unsere Heimat. Maar het zou ook kunnen dat we er linea recta naar toe spoelen met deze hoeveelheden regen........

Kopenhagen in komen is een ding. Eruit komen ook. Het duurt een kilometer of 35 voordat we de bebouwing en relatieve drukte achter ons laten. Gelukkig wordt het droog. Nog steeds fietsen we langs een iets te drukke provinciale weg. Dat moet beter kunnen.

Maar dan stort de regen weer op ons neer.

Joan meldt dat de waterdichtheid van haar schoenen zojuist zijn grenzen heeft bereikt. Op mijn beurt heb ik moeite om het GPS schermpje op mijn telefoon af te lezen. De fietshandschoenen zijn doorweekt. Alles is nat en koud.

We laten het idee varen (wat heb ik vandaag toch met ‘varen’) om vandaag te gaan kamperen. Het weer is te slecht. Goed idee, maar nog niet zo gemakkelijk in de praktijk te brengen. We bevinden ons in een vrij landelijke omgeving. Campings zat. Maar het vinden van een onderkomen met iets van een dak en iets van een hoofd is hier helemaal nog niet zo eenvoudig.

Na enig puzzelwerk op onze telefoons vinden we een eenvoudig doch voedzaam plekje.


We verleggen onze route. En komen op rustige weggetjes. Kijk, zo hebben we het bedoeld. Het wordt zowaar droog.

We vinden de erg mooie plek In het plaatsje SLANGERUP. Voor ons is een piepklein kamertje beschikbaar. Het is allemaal erg krapjes. Maar ja, als je verliefd bent heb je niet veel ruimte nodig.


Er zijn geen voorzieningen in de nabije omgeving. En door de vele regen afgeleid zijn we een soort van vergeten om inkopen te doen. En dus spreken we ons noodrantsoen aan. Inmiddels is het gedroogde voedsel al wel een corona jaar over datum. Maar ok.

Terwijl we ons bereidde noodrantsoen zitten weg te kauwen.........Verdomd, ‘zien we het goed, dromen we misschien.........het zal toch niet.......is het echt.......is dat niet .....

de ZON?!

Gerrit

Trekking

Lieve lezer,

Zonder dat we het beiden wisten heeft U onlangs meegedaan aan een prijsvraag.

Wees gerust. U ziet nergens aan vast maar eh....toen ik U vroeg om te raden waar wij onze fietskettingen strak zouden trappen. Toen ik U vroeg waar onze banden de teer van het asfat zouden doen slijten. Toen ik U onlangs vroeg welk land met angst en beven naar onze komst uitziet. Wat toch het land zou zijn waar ze nu al de economische schade van ons verblijf in kaart aan het brengen zijn. The country waar ze nu al de straten afzetten..........

Na dat bericht.Toen. Toen reageerde U massaal.

Sommige van U dachten dat wij naar Nova Zembla zouden vertrekken. Of naar Rwanda (niet slecht gedacht trouwens want dat is het enige Afrikaanse land waar je op dit moment van schrijven naar toe kan reizen). Een aantal van U dachten dat we eindeloze rondjes rond ons eigen huis zouden fietsen. Er was zelfs iemand die dacht dat we een trekking zouden doen. Of dat we zouden gaan bergkammen. Allemaal goed bedacht natuurlijk. En het had ook best gekund. Voorwaar geen slechte gedachten. En misschien leuk voor later. Echter dat gaan wij niet doen.

Nee.

Wij gaan fietsen van Kopenhagen naar ........eh.....ja......dat is nog wat onduidelijk. Kan Groningen worden. Emmen (of all places). Of naar huis. Hangt van onze zin, tijd en conditie af. Zeker is wel dat we drie weken de tijd hebben. En ook zeker is dat de route ongeveer 950 kilometer zal bedragen en dat we zoveel mogelijk op kleine paadjes en onverharde weggetjes zullen fietsen.

Aanstaande dinsdag hopen we in Denemarken te arriveren. Woensdag vangt de fietstrip aan.

Een zekerheidje gaat zijn (en U mag dit opvatten als een stevige waarschuwing) dat bepaalde personen er in dit weblog er flink van langs gaan krijgen. Afzagen bij de enkels gaat een geheel nieuwe betekenis krijgen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan zweefteef ‘ Lieke van Lexmond’. En haar zus. Die kunnen beter op korte termijn emigreren. Naar Nova Zembla of zo. Of Rwanda. Die gaan er flink van langs krijgen. En ook onze Defensie minister - in haar vrije tijd tevens in te huren als tuinkabouter - mevrouw Ank Bijleveld. Die gaan er in dit weblog niet helemaal ongeschonden vanaf komen. Zomaar een greep uit mijn irritatie grabbelton.

Maar naast deze iriitatieongein gaat het zeer vermoedelijk ook een bijzondere reis worden. En daar ga ik U mooi nu nog niets over vertellen. Echter rond fietsdag 7 of 8 leest U hier meer over. Stay tuned.

Ok.

Toen ik U enkele dagen geleden vroeg naar welk land wij zouden afreizen, toen was dat een vrij impulsieve actie. U mag weten: het inpakken van alle spullen, is voor mij DE absolute HEL. Geen hoofdletter aan gelogen. Ik kan er niet tegen om een pakklijst van 8 A4tjes (lettertype Arial 8!!) door te moeten worstelen. Dan die spullen te moeten zoeken, Vinden. En daarna planmatig in een tas moeten proppen. Echt, ik trek dat slecht. Ik raak er elke keer licht ontspoord door. Dat is mijn minst gelukkige dag van het jaar. Gelukkig is Joan er om die dag in goede banen te leiden..... (U heeft een beeld van de sfeer hoop ik).

Maar die tassen-spullen-foto is dus gemaakt op het moment dat we - na een hele dag zwoegen - bijna klaar waren.

Wat lief dat U toen reageerde op mijn bericht en foto. Spontaan ontstond het idee om een verloting te houden onder de inzenders. Daarom hebben we de namen van Willemijn, Willemijn B, Gerda, Roel, Marcel, Bram, Paul B en Lieke in een grote schaal gedaan. En in het bijzijn van onze Duitse notaris (en U weet die zijn zeeeeeeer betrouwbaar - in de oorlog ietsje minder - maar ok nu wel) hebben we een heuse trekking gehouden en heeft Joan een greep gedaan.

Ladies and Gentleman.......(roffeldepoffel)................the winner is: WILLEMIJN!

Willemijn je kunt je prijs uitkiezen op www.taartjesvantootje.com. En na onze fietsreis neemt Joan contact met je op welke koek/taartje je hebt gekozen en waar we die naar toe kunnen sturen/brengen.

Ok lieve vrienden. Mocht U niet gediend zijn van (mijn) ongein. U kunt zich vrij gemakkelijk afmelden van dit weblog. En mocht dat onverhoopt niet goed lukken, ga dan naar uw meest plaatselijke Gamma (vergeet uw voordeelpas niet, scheelt toch altijd wat). Koop een flinke hamer. En geef uw telefoon/IPad/Laptop/PC een flinke klap. En daarna nog 1. En mocht het ding nog bewegen, nog 1. Dat schijnt vrij effectief te zijn. U krijgt dan geen berichtjes meer.

Voor alle anderen: erugh leuk dat je meefietst.

Met een vriendelijke fietsgroet,

Gerrit (en Joan)






RaRa......waar gaat de reis naar toe?

Natte Sok Oorlog

Komt u dit bekend voor lieve lezer?

Dat je hoort en leest dat ergens in verwegiestan enkele honderden mensen om het leven zijn gekomen. Omdat hunnie bussie van de weg is geraakt. En in een ravijn is gekukeld. En dat ergens in Bolivia een bus van de weg is geraakt. En dat niemand meer haarfijn kan vertellen hoe dat nu precies is gekomen. En dat ergens in Nepal door aardbevingen en –verschuivingen een duizend of 10 mensenkindertjes het golfplaten dak boven hunnie hoofd zijn kwijt geraakt.

En dat je na het horen of lezen van al die narigheid met je net aangetrokken sokken naar je eigenste doucheruimte loopt. Om nog net even snel wat deodorant onder je oksels te spuiten. Of om je tandvlees nog even goed te raggen.
En dat je daar dan net precies met je sokken in een plas met water stapt. En dat dan dat vocht dan in je sokken trekt. En dat dan je voeten nat worden. En nu net nu je haast hebt..... Herken je ook dat je precies op DAT moment die natte sok een stuk vervelender vind dat al die narigheid die ik hierboven schreef.

Ik moet eerlijk zijn. Ikke wel.

Ik vind zo’n natte sok super kut. Want dan moeten die sokken weer uit. Anders loop je de hele dag met natte voeten. En moet je weer andere sokken zoeken en moet je je weer haasten.....

Het nieuws van die doden hoor of lees ik ook wel hoor. Echt wel. Maar het raakt me in directe zin minder dan die natte sokken. Op een of andere wijze glijdt dat nieuws van die doden gemakkelijker van me af. En de gevolgen van die natte sok beklijft. Die natte sok irriteert me.

Lieve lezer. Eind 2016, begin 2017 maakte ik een fietsreis door Ethiopië. Het kriebelde bij mij al jaren. Nu hoor ik U denken: Gerrit spring ’s onder de douche jonge. Iets met water en zeep. Effe goed boenen. Weg kriebel. Maar dat bedoel ik niet lieve lezer. Ander soort kriebel. Kriebel om dat land dat ’s te vereren met een bezoek. Niet dat mijn aanwezigheid van dit West Afrikaanse land het de mensen daar ook maar een steek verder zou brengen. Zeker en vast niet. Integendeel. De kans leek mij groter dat mijn aanwezigheid het land aan de afgrond zou brengen.

Maar dat risico ging ik graag aan.

Ik kende Ethiopië destijds alleen van de hongersnood (1 miljoen doden!) die het land in de jaren tachtig trof. En van Live Aid. (voor de jongere televisie kijk buis kindertjes onder U: Live Aid was een groot popfestival waarvan de opbrengst ten goede kwam aan Ethiopië). U2, Queen, the Who. Paul Young, Phill Collins, Madonna, Hall & Oats en nog een hele rij aan artiesten traden op. Ik volgde het hele concert op tv, met natte haartjes op het lederen bankstel aan de Bovenheigraaf te Wezep onder het genot van de nodige flessen cola en zakken chips met ala Bolognese smaak van Croky. Daar ging ik die hongersnood mooi mee te lijf. Dat zou 'm leren. Er werd een slordige 150 miljoen pond bij elkaar gezongen. En die hulp hielp de Ethiopiërs uit de hongersnood-brand.

Hoe noodzakelijk die hulp destijds ook was. Ik wil meneertje de initiatiefnemer Bob Geldof met terugwerkende kracht en de kennis van nu er toch niet helemaal en volledig voor bedanken. Want tot op de dag van vandaag denken de Ethiopiërs dat een blanke gelijk staat aan een geldautomaat. Waar je naar hartenlust geld uit kan tappen. Enne....als je als Hollandsche fietser passeert en niet met de nodige bankbiljetten naar hunnie zwaait. Dan gaan hunnie zoete lieve kindertjes je (massaal) bekogelen met best wel grote stenen (een van de belangrijkste redenen waarom wereldfietsers Ethiopië mijden als reisbestemming, Maar dit geheel by the way en terzijde).

Enfin.

Ik wilde naar Ethiopië toe om het wereldkampioenschap ‘stenen ontwijken’ en geheel nieuwe betekenis te geven. Maar vooral om te kijken hoe het de mensen - na die ellendige jaren tachtig - vergaat.

Ik startte mijn fietstocht in de hoofdstad van Ethiopië: Addis Abeba. En fietste Noordwaarts. Kwam door de prachtigste landschappen. Ervoer extreme hitte (hoogst gemeten tempie: 48 klein nulletje C.). Kwam in dorre gebieden. Zag prachtige historische plekken. En was verrast hoe bergachtig en vooral hoe groen het land was.

Maar waar het mij altijd om te doen is op mijn reizen: de piepeltjes.Ik had de mooiste gesprekken. Ik sprak – zittend op een omgekeerd wat wankelig kratje coca cola met jongeren. Die vertelden mij – in perfect Engels!!!) hoe de hongersnood – in de jaren tachtig van de vorige eeuw – de samenstelling van hun familie ingrijpend verandert heeft (elke jongere had wel opa of oma die het leven had gelaten). En tijdens dat vertellen haalden ze een flesje cola uit een ongekoelde koelkast en boden mij dat aan. Als teken van hun gastvrijheid. Vol trots vertelden ze me hoe de circa 40 verschillende bevolkingsgroepen in Ethiopië al decennia lang in vrede naast en met elkaar leefden.

We hadden veel plezier en er was sprake van wederzijds respect. Hunnie respect kwam voort uit het feit dat ik naar Ethiopië was gekomen. En hun land wilde leerde kennen. En dan ook nog op een fiets. Mijn respect ontstond omdat ik jonge. levenslustige mensen sprak met historisch besef en een wagonlading optimisme.

Het werd in velerlei opzichten een bijzondere reis.

Na mijn vertrek uit Ethiopië is daar het nodige veranderd.

Er waren verkiezingen. Premier Abiy Ahmed trad aan. Onze Abiy zorgde er al spoedig voor dat Ethiopië vriendjes werd met Eritrea. Dat leverde onze Abiy kort daarna zelfs de Nobelprijs van de Vrede op.

Het was ook een prestatie van formaat. De verhoudingen tussen beide landen stond namelijk reeds lange tijd onder stevige druk. Er werden in de jaren negentig zelfs oorlogen gevoerd tussen beide landen. Toen ik in 2016/2017 in het grensgebied fietste was de situatie nog steeds gespannen. Buitenlandse zaken gaf het advies om er niet te reizen...... Een landsgrens oversteken was toen nog onmogelijk.Dat maakte ook dat ik destijd niet naar Eritrea kon reizen.

Ondanks de gesloten grenzen lukte het tientallen Eritreeërs (per dag) om de grens met Ethiopië over te steken. Gewoon om de situatie in Eritrea te ontvluchten. Zeg maar eh...dat je van een land dat helemaal niets heeft, vlucht naar een land dat niets heeft.

Ik fietste op de grensweg en passeerde twee vluchtelingenkampen. Bij de derde (en tevens laatste) ben ik afgestapt en heb dit vluchtelingenkamp bezocht. Toen ik verder fietste kwamen mij Eritreeërs tegemoet lopen op veelal blote voeten in de stoffige hete berm van de straat. Op weg naar het opvangkamp.

Premier Abiy maakte het mogelijk om de landsgrenzen weer over te steken. Ethiopiërs konden naar Eritrea. Eritrees konden weer naar Ethiopië. Dat gold overigens niet voor de Eritrese vluchtelingen. Die waren niet meer welkom in hun thuis land.

Op 9 november 2019 druppelden de eerste berichten mijn Duitse huiskamer-laptop binnen. ‘Schermutselingen in Ethiopië, aan de grens met Eritrea’. Op 19 november 2019 las ik berichten dat er mortiergranaten werden afgevuurd op de stad Aksum in de provincie Tigray. Een van de meest noordelijk gelegen steden in Ethiopië.

Verdomme, daar heb ik gefietst, dacht ik. Door haar stoffige straten. Daar waar het zo knetter heet was. Daar heb ik overnacht in het ‘the Ark hotel’. En heb s’ ochtends bij mijn vertrek nog met een groep jongeren en de eigenaar staan praten. Die mijn fiets zo graag even wilde vasthouden. Daar heb ik de zuilen van Aksum bezocht. Daar heb ik door de straten gedoold, daar heb ik .....

De zuilen van Aksem

Vanaf dat moment ben ik het nieuws wat nauwgezetter gaan volgen.

Ik las dat er een onafhankelijk strijd in het noorden van Ethiopië was uitgebroken. Noordelijke milities raakten aan de knok met elkaar. En wat niet hielp was dat het leger er zich ook mee begin te bemoeien. Wat ook niet echt hielp was dat de Eritreeërs hun oorlogstuig ook weer uit de mottenballen hadden opgeduikeld en keurig hadden opgepoetst. Ze staken de grens over en vielen de vluchtelingenkampen aan. Internet verbindingen werden plat gelegd. Het gebied werd afgesloten voor iedereen. Journalisten, hulporganisaties. Niemand kwam er meer in.

We moeten het dan ook doen met aannames en spaarzame ooggetuigen verslagen. Er wordt gesproken over honderden misschien wel duizenden doden. Er wordt bericht over openbare executies. Verkrachtingen op grote schaal van vrouwen en nog jonge meisjes, In een stad zijn 600 mensen gedood met machetes en hakmessen. De stad Aksum schijnt gebombardeerd en geplunderd te zijn. En boze tongen beweren dat deze oorlog wel ’s de vormen kan aannemen van een heuse genocide.

Het is voor mij onvoorstelbaar om te lezen.
Is dit het land waar ik in 2016/2017 met mijn karretje fietste?
Is dat hetzelfde land waar die ongelofelijk lieve mensen wonen die ik ontmoet heb? Als ik er niet geweest zou zijn, zou het nieuws dan van mij zijn afgegleden? Zoals zoveel slecht nieuws dat via verschillende kanalen mijn huiskamertje en brein binnen rolt......

Hoe zou het met die mensen zijn? De mensen die ik ontmoet heb in dat gebied. Daar waar het nu zo naar is. Mensen die zo vol levenslust zaten. En die zo trots waren dat ze – hoe verschillend ook – zo vredelievend naast en met elkaar leefden.
Hoe zou het met hen zijn?

Ik vraag het me gewoon af. Vooral als ik weer ’s mijn badkamer binnen ga. En dan iets met een natte sok.....

Gerrit

944

We stappen op voor de laatste etappe van deze reis.


Maar niet voor we ontwaken uit onze trekkershut. Die op een iets te uit de kluiten gewassen camping in Woold (nabij Winterswijk) staat. Zeg maar: een mega-camping.

De mens iets van recreatiemogelijkheden bieden is fijn, echter ik zou er toch voor pleiten er iets (beter) beleid op los te laten. Strakjes hebben we meer campings dan natuurgebieden, en dan lijkt de hele bedoeling van recreëren in de natuur toch iets aan z'n doel voorbij te schieten.......


Met deze tip voor onze provinciale beleidsmakers in gedachten ligt voor ons vandaag een ruime 55 km in het verschiet.

Een fietsreis door Duitsland maken heeft nooit hoog op mijn lijstje van favoriete fietslanden gebungeld. En als er dan toch iets moest bungelen, dan hing ie waarschijnlijk ergens helemaal onderaan.

Er zijn nog zoveel andere fijne bestemmingen te kiezen. Duitsland komt nog wel een keer aan de beurt. Als ik echt oud en versleten ben. Of zo. Een half jaar geleden had ik dan ook niet kunnen denken dat we in september 2020 van Berlijn naar huis zouden fietsen. En dat is toch gebeurd.

Corona zorgde er voor dat we onze plannen moesten bijstellen. Een september-reis naar Jordanië was al gepland. En een reis van Kopenhagen naar huis was ook al geregeld voor dit jaar. Het werd dus Duitsland.

Rond het middaguur vinden we een fijne plek om even bij te tanken. De dag is zonovergoten, maar het is nog wel fris. Een warme chocolademelk en een bak koffie slurpen we zo weg. Het lichaam warmt wat op.

We trekken verder.

Twintig kilometer voor de streep komen we weer in het ons zo vertrouwde Duitsland. We passeren de grens. Worden welkom geheten in onze deelstaat, steken de grote Kattenbrug van Emmerich over. Daarna fietsen we over de dijk - langs de Rijn - naar huis.

Nog 5 kilometers en ........we draaien de dijk af. Langs de pizzeria. De - vers geasfalteerde - provinciale weg oversteken. Klein stukje nog. En dan. Dan zijn we thuis!!

Na een reis van ongeveer 944 kilometer - en nog wat luttele meters, en wat pietluttige centimeters en nog wat achtergebleven millimeters - staan we vandaag weer veilig op onze oprit.

We zijn in 14 dagen tijd van Berlijn naar huis gefietst over de R1. De R1 is de oudste fietsroute van Duitsland. Wij hebben er slechts een stukje van gedaan. Het ding loopt nog veel verder door.


Twee weken geleden togen met een toet toet bus van Nijmegen naar Berlijn over de best wel fijn geasfalteerde snelle toet toet snelweg. Vanuit Berlijn - via Potsdam, en allerlei kleine uitgestorven dorpjes - fietsten we naar huis. We fietsten over allerhande kleine paadjes, gravelwegen. olifantenpaadjes, asfalt, betonplaten en bospaden. Mocht U zich afvragen of we dan geen enkele keer tijdens deze reis op een drukke weg hebben gefietst?. Nee. Hulde aan de route maker.

Ondanks het feit dat we relatief dicht bij huis zijn gebleven - waardoor je zou kunnen denken dat het een vlakke rit was - was het van tijd tot tijd toch een zware tocht. De voor 40% onverharde zand- en gravelpaden maakten dat onze wielen van tijd tot tijd wat minder makkelijk rolden. Ook de vele klimmetjes in het middendeel van de reis maakten dat onze benen soms de verzuringsgraad bereikten. We hebben ook ervaren dat de tocht beter van huis naar Berlijn te fietsen is. Of het moet zijn dat je een ontzettende fetisj hebt voor tegenwind. En we hebben ook meer dag kilometers gemaakt dan we gewoon zijn. Namen slechts 1 rustdag. Dat heeft ook bijgedragen aan de zwaarte van deze tocht.

De landschappen waren gevarieerd. Dan weer parkachtig. Bosrijk. En dan weer fietsten we dagen langs akkers. En kwamen we door stille dorpjes. We hebben ook veel bezienswaardigheden aan ons voorbij zien trekken. En we hebben veel van dat moois links of rechts laten liggen. Domweg omdat we graag wilden fietsen.

Overnachtingsadressen waren er genoeg. Campings, hotelletjes, pensions, trekkershutten waren vaak met een kleine omweg van de route te bereiken. Supermarkten vonden we ook te kust en te keur. We werden vrienden voor het leven met de supermarkten: we kochten er vaak ons ontbijt en verorberenden dat dan op zo’n plastic tuinmeubelsetje dat voor de supermarkt stond of op een bankje ergens in de buurt. Prima te doen!


Duitsers (ik generaliseer even fors) zijn geïnteresseerd in wat je doet. En spreken hun waardering er voor uit. Het zijn doorgaans heren (en dames) in het verkeer. Als personenauto’s je tegemoet komen op een rustig weggetje, stoppen ze hun auto, en rijden pas door als je gepasseerd bent. Het is ook een stuk minder druk en vol als in Nederland. Gisteren vielen we Winterswijk binnen (zaterdagmiddag) en de drukte en de hoeveelheid mensen overviel ons wat. Dat hadden tijdens twee weken fietsen in Duitsland nergens meegemaakt.

Het was een fijne manier om Duitsland (het land waar we wonen) beter te leren kennen. De gebruiken. De omgangsvormen. De huizenbouw. De flora en fauna. Het winkelaanbod. Noem maar op.


Het is goed om weer thuis te zijn. De fietsen verdienen een grondige schoonmaak- en onderhoudsbeurt. En jawel, er liggen nog een aantal fiets ideeën- en bestemmingen gereed om in uitvoering te brengen. Echter, dan moet eerst dat vervelende virus de Wereld uit. Daarbij zijn onze fietsplannen volstrekt ondergeschikt. Het gaat me/ons vooral om uw en onze gezondheid.

Blijf daarom zo gezond mogelijk, en dank U wel voor het meefietsen, -lezen en reageren.

Hopelijk tot snel.

Gerrit & Joan

Zaterdag 12 september 2020
59 km, Woold (Winterswijk)

Zondag 13 september 2020
60 km, thuis


Totale afstand: volstrekt onbelangrijk, had ik maar zoveel geld op mijn bankrekening, maar toch........944 kilometer.


Wijsneuskapje

Gisteren waren we er te moe voor. Te uitgeblust. Te weinig energiek.

Daarom brengen we vanochtend een fris en fruitig een bezoek aan de stad Munster. U weet wel die stad van de vrede van Munster (1648). Dat het einde van de 80 jarige Oorlog betekende.

En nu ik hier zo rond fiets herinner ik me dat je vroeger (misschien nu nog wel) van die busreizen had van 1 dag waarop je dan s’ ochtends vroeg met een touringcar naar Oberhausen of Munster ging. Daar gedropt werd. En aan het einde van de middag moest je je dan weer bij de bus melden, en werd je weer huiswaarts gereden.

Als mijn oude, versleten hersenen - en inmiddels al aan de aftakeling retourtocht begonnen - me niet in de steek laten, dan heeft mijn moeder mij als kind wel ‘s met zo’n busreis meegenomen. Niet dat ik me er ook maar iets van herinner. Maar toch. Goh....wat zal/zou mijn moeder het hier mooi gevonden hebben.......

Het binnenfietsen van de stad is een waar feest. Het is nog erg vroeg en dat vind ik het allermooiste moment van de dag. Zo’n stad die langzaam uit een septembernacht ontwaakt en zich op maakt voor de dag.

Een middenstander die z’n straatje schoon staat te vegen. Een gemeentereiniger die nog snel het straatvuil weg bezemt. Toeleveranciers die hun waar bij de winkels brengen. En dit allemaal voordat de klanten / toeristen komen om hun euro-doekoes weer te laten rollen. Het is - zo ‘s ochtends - een beetje stiekem gluren, backstage / achter de schermen kijken van een stad die straks weer de schone schijn ophoudt..

Wij verlaten Munster niet voordat we een aantal belangrijke en bovenal mooie gebouwen hebben gezien. Waaronder de Sint-Paulusdom. Ook moet er een bak koffie en vruchtenthee achterover worden geslurpt. Bij het binnengaan van het restaurant worden we er door het personeel fijntjes op gewezen dat het mondkapje - behalve de mond - ook de neus moet bedekken. Waarbij ik denk: het is toch een mondkapje. En geen mond & neus afdekkapje. Zou dat mondkapje wel willen. Promotie maken. Van mondkapje naar mond & en neus afdekkapje. Ziet er hetzelfde uit, echter je kan er meer mee. En het klotekapje zou meteen de prijs verhogen. Want zo zijn ze. Laat mij die mond-neuskapjes kennen.

Wat een Wijsneus ben ik toch.

Maar goed, beter een Wijsneus dan Roodkapje. Want U weet waar die eindigde. In de neus van de grote boze beer, die zich nog maar ternauwernood uit de klokkentoren - via een wit bloeiende Rambler roos - naar beneden liet zakken om vervolgens ritueel geslacht te worden door Assepoester met behulp van haar zilveren snowboots en zeven smurfen. En dat alles omdat Roodkapje geen mond-neuskapje droeg. En het verhaal wil dat dat eigenlijk een behoorlijk onterechte dood was want Roodkapje droeg wel degelijk een mond-neuskapje. Maar die was aan het gezicht onttrokken door haar rode kapje, maar dat hadden de zeven smurfen niet gezien. En Assepoester was blind, dus die kon het niet zien. Als je het al met van een afstandje bekijkt is het toch een behoorlijk rottig einde voor Roodkapje. Dat gun ik haar niet. En U vast ook niet lieve lezer.

Afin.

We stappen op onze karretjes. Waar de akkers gisterochtend nog omarmd werden door een deken van dikke mist - is deze ochtend met zon overgoten.

Met het wegtrappen van de eerste kilometers voelen we onze zware benen.

De twee vorige dagen hebben we respectievelijk bijna en ruim 80 kilometertjes weggetrapt. En die rekening (inclusief verzuurde spieren, opgerekte pezen, schurende knieschijven, zeurende liezen, krakende polsen, ingegroeide teennagels, en holle kiezen) ga je hoe dan ook een keer betalen. Vandaag lijkt het PAYDAY te worden.

Het is elke keer weer opvallend hoe snel de drukte van de stad in een kilometer of vier geheel en al verdwenen is. De kleine rustige weggetjes liggen hier voor het oprapen.

We fietsen door een prachtig en gevarieerd landschap.

In het dorpje Havicksbeck houden we - rond het middaguur - een stop bij een pizzeria. De eigenaar weet weel van James Bond films en houd er een hele verhandeling over. Best wel lang trouwens. Best wel heel erg lang.........Salades en pizza’s kan de man ook prima bakken. Al worden aan het tafeltje naast ons twee aangebrande pizza’s door hem geserveerd. Met dank aan James Bond.

Aan het eindje van de fietsdag belanden we in Coesfeld. In deze plaats zien we voor het eerst een verwijzing naar een Nederlandse plaats: Winterswijk. En dat vervult ons met ietwat weemoed. Want dat betekent dat we in de buurt van de Nederlandse grens zijn beland en dat onze reis zo zuurtjes aan op z’n einde loopt. En dat het uit is met de fietspret.

Maar goed. Zover is het nog niet. We mogen nog twee dagen.

(sorry, voor de weinig bijpassende foto’s, het uploaden gaat ff niet zo lekker)

Donderdag 10 september 2020
81 km (echt meer dan we aankonden)
Munster

Vrijdag 11 september 2020
67 km, Coesfeld

Fibre Fix Spoke

Het was een veelbewogen dag vandaag. En dat kwam niet alleen door de vele kilometers die we vandaag achter ons lieten.

De dag begon met een fijn ontbijt in een fijn hotel in een fijn dorpje. Allemaal fijn. Wat ook fijn was, was dat we met een fijne afdaling begonnen. Minder fijn was dat daarna een paar pittige klimmetjes op het program bleken te staan, die de kuiten deden aanspannen en de bovenbenen bijna deden verkrampen.

Rond het middaguur deden we ons tegoed aan een cous cous salade, een beker yoghurt en water.

We stapten op en KNAL PANG!

Ik rem meteen. Spring mijn fiets af. En controleer de achterzijde van mijn fiets (daar kwam de KNAL PANG vandaag). Niets te zien. Gerustgesteld stap ik op. En trekken we verder.

Na verloop van tijd loopt mijn achterwiel aan. Het schuurt. Het schaaft. Het maakt geluid. En als vakantiefietsers ergens een bloedje hekel aan hebben is het een fiets de kraakt, schaaft of schuurt. (de volgorde boeit even niet). We rijden naar een parkeerplaats. Gooien alle bagage van onze pakezel. En onderwerpen de fiets nog ‘s aan een goede en nauwkeurige inspectie.

Aha. Spaak kapot. Vandaar de KNAL PANG. En dat verklaart het schuren en schaven van het wiel. In die ronde metalen spaken-velg komt er - met het knappen van een spaak - komen de krachten anders te liggen en komt er meteen een kleine slag in. Niets aan het handje. Ik heb alles bij me.

Eerst pak ik de spaaksleutel. En probeer de gebroken spaak uit de nippel te draaien. Dat lukt niet erg goed. Eigenlijk lukt het niet. Ik heb een tangetje nodig. En ik heb wel tangetjes. Maar die werken niet goed genoeg. Geen nood. Haal ik gewoon spaak en nippels uit het wiel. Ik heb gelukkig reserve-nippels bij me.

Ok, eerst maar even de reserve-spaken pakken. Die zijn wel essentieel voor dit reparatie klusje. Waar heb ik die ook al weer? Mm.... niet in mijn achtertassen. In de voortassen dan? Ook niet.......mm.........in de grote tenttas dan? Ook niet!

Ai........knots vergeten in te pakken. Shit.

We schelden wat heen en weer. Er wordt door Joan met het uit China meegebrachte Chinees porselein gegooid. En dat maakt op zichzelf niet zoveel uit. Maar ze gooit het in mijn richting. Ik op mijn beurt scheld haar de huid vol en probeer iets van een wurggreep.......

Neeh........lieve lezer. Niets van dit alles. De reserve-spaken zijn er inderdaad niet. Maar we maken in alle rust een plan om de zaak op te lossen. Mijn gedachten gaan onwillekeurig terug naar mijn allereerste fietsreis - in mijn eentje.

Ik moet een jaar of zeventien zijn geweest. Volledig onervaren trok ik er op uit met mijn Gazelle Flying Dutchman. Veel te zwaar beladen trok ik per fiets naar Denemarken (mijn moeder vroeg destijds: waar ligt Denemarken eigenlijk? Ik moest haar het antwoord schuldig blijven......).

Ik maakte in Denemarken een mooie fietslus. Beleefde er mooie en minder mooie avonturen. Toen ik terug reisde naar huis - door Duitsland - brak mijn fiets ergens voorbij Bremen. Ik moest met mijn zeventien jaar en kapotte fiets naar een fietsenmaker. Die maakte mijn karretje vakkundig. En 2 dagen later kon ik mijn reis vervolgen.

En nu - zoveel jaren later - gaat er weer in Duitsland iets kapot aan mijn fiets. Iets dat ik gemakkelijk en snel zou kunnen repareren (een gebroken spaak vervangen kost 20 minuutjes). Maar dan moet er wel een reserve-spaak voorhanden zijn. En die is er dus niet.

We besluiten rustig door te fietsen naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Die zoekt. En zoekt. En zoekt. En is behulpzaam. En zoekt. Maar vind niet. Ik heb 26 inch wielen met een speciale naaf. En deze fietsenmaker heeft niet de juiste maat/lengte spaken.

Oei. We zitten lichtjes in de knoei.

Nu gaat het wel knetteren tussen ons. Joan raapt de scherven van het Chinese porseleinen bij elkaar en ik krijg ze alsnog naar mijn hoofd ....... Neeh......lieve lezer. U had dat graag willen lezen. U bent wel van een beetje sensatie. Als het U zelf maar niet betreft. Ik ken U inmiddels een ietsje. Maar ook nu blijven we in control.

En dat komt ...........(roffffffel) .........omdat we een noodspaak aan boord hebben. The Fibre Fix Spoke (als je vakantiefietser en noodspaak Googled krijg je een fijn filmpje te zien over de montage van deze noodspaak)

De noodspaak bestaat uit een nylon koord. Die op een speciale wijze moet worden aangebracht. En dat koord vervangt de ijzeren spaak voor de rest van de reis. Eenmaal thuis gekomen demonteer je het koord. En monteer je een echte spaak.

De fietsenmaker die ons in de weer ziet met het nylon koord, schudt aanvankelijk zijn hoofd. Hij gelooft er niet in. Maar als we het montagefilmpje drie keer bekeken hebben. En we tot montage overgaan, slaat zijn scepsis om in ‘geloof’. “Die Hollanders hebben ook voor alles een oplossing, weet hij uit te brengen”.

Opgelucht en voldaan trekken we verder. We hebben de heuvels - voor de duur van deze reis - achter ons gelaten. We fietsen zo goed als vlak verder.

Na 80 kilometer fietsen vinden onze lichamen het welletjes geweest. We beginnen lichte vormen van overbelaste spieren en andere lichaamsdelen te ontwikkelen.

Joan had gisteren last van een kuitspier. Ik had vandaag last van een trekkende - en daardoor zeurende - rechterlies. Gelukkig weten we de juiste rek-oefeningen te doen. En iets te sleutelen aan onze fietsafstelling. En hiermee worden de klachten niet erger.

De rit van vandaag brengt ons in de stad Gutersloh. En dat voelt alweer iets meer als thuis. En dat komt dan weer omdat we in dezelfde deelstaat zijn aangekomen waar we zelf ook wonen: Nordrhein Westfalen.

Morgen trekt de tocht naar de stad waar de vrede (einde 80 jarige Oorlog) getekend is.

Mag U raden welke stad we morgen aandoen?


Afstand: 79 km.