PelikaanWim
Niet ver van ons zit een Pelikaan wat vis weg te kanen.



En wij? Wij ‘kachelen’ over een super stille weg. En aanschouwen dit allemaal.
De ochtend begon zoals die meestal begint. Met wakker worden. De slaap uit de oogjes wrijven. En het besef – we zijn in Afrika - in het hersenpannetje opstoken van het nivo ‘ waakvlammetje’ tot een aanvaardbare gloeiend vuurtje. En echt lastig is dat niet hiero, because the temperaturen zijn here van zichzelf are best wel behoorlijk hoog. Dus dat vuur zou je gemakkelijk en bij voorkeur achterwege kunnen laten.
We knallen een half stokbrood naar binnen. Gieten er wat thee en koffie achteraan. Hangen de tassen aan de fietsen. Geven de ketting wat drupjes olie. Zetten de GPS op standje ‘ hiero willen we naar toe’. En weg zijn we.

Echter, eerst stoppen we bij een boulangerie om wat brood in te slaan. En daar staat ie! Onze Wim. Wim from Alpen aan de Rijn. Wim spreekt ons aan en we hebben meteen een klik. Wim heeft een huisje in Saint Louis waar we zo in mogen. Maar ja Wim , we staan op het punt om Saint Louis – na onze rustdag er te hebben doorgebracht - te verlaten en ja……. we zijn niet voornemens om snel terug te keren…….er zijn nog zo veel mooie plekken op onze ronde aarden bol …………
Maar Wim, nu we elkaar toch spreken, jij die de streek goed kent, hoe zit met die weg naar Louga? Is die route eigenlijk wel begaanbaar?
Die alternatieve route die we thuis liggend op onze sofa hebben uitgestippeld, bungelend in onze hangmat, aan een joint lurkend, laveloos – van een overdosis rode wijn - over de veranda hangend (dat geldt overigens alleen voor Joan, ik wil dit graag benadrukken ……….u dacht toch zeker niet dat ik……eh……ik dacht toch we in de afgelopen jaren toch een relatie hadden opgebouwd waarin er enige sprake is van vertrouwen en wederzijds ………)
Ok, u heeft gelijk: Ik dwaal een ietsje af.
Want lieve lezer, thuis een route uitstippelen mag dan misschien wel het halve werk wezen, maar je moet ‘m nog wel ff fietsen hiero. En eerlijk gezegd, hadden we gisteravond besloten om voor de ‘ zekere’ route te gaan. De route waarvan we zeker weten dat ie begaanbaar is. En de avontuurlijke route lekker de avontuurlijke route te laten. Die moet z’n avonturen maar aan anderen vertellen.
Maar terug naar Wim. Hij belt wat bekenden. En die verzekeren ons dat ‘de Chinezen’ de alternatieve route aan het asfalteren zijn. De weg is nog niet klaar – er zijn stukken die we moeten ‘ overbruggen’ – maar we zouden een heel eind moeten kunnen komen.

Het traject is 80 km lang. Je fiets 60 km door mul zand drukken – ik verzeker u – dat word je een keer zat. Vaak al na 2 kilometer. En soms al na 1. Maar nog vaker na 50 meter. Wim is een gouden gozer, super enthousiast en hij maakt een betrouwbare indruk. We nemen afscheid van deze hartelijke man. En fietsen het bedrijvige Saint Louis uit.
We stoppen bij een benzinestation. Overleggen. Kijken elkaar indringend aan. Overleggen nog een keer. Wegen de consequenties. En nemen een besluit.

En dus fietsen we nu op de alternatieve route. Langs de Atlantische Oceaan. Fuckerderduck. Dank je wel Wim. Wat is het hier mooi!!!

Na 20 km komt er een afslag en doet het wegdek z’n naam eer aan. Weg asfaltdek. Maar het zand is hard en goed te befietsen. Later word het muller. En net voordat we onze zorgen met elkaar willen delen doemt het fonkelnieuwe inktteerzwarte asfalt zich aan. Er staat een vrouw met een vlaggetje. Een rood vlaggetje. She is the asfalteer Boss! And the Boss says: gemotoriseerd verkeerd mag er nog niet op. Maar twee onschuldig kijkende, vragende fietsers mogen er wel op. Dus we hebben het rijk alleen.
Wauw!


Tot aan onze eindbestemming voor vandaag zien we het zwarte asfalt onder onze rubberen hoepelende spakencirkels rollen. Na 80 kilometer bereiken we tegen vieren Louga. We trekken onze bivakmutsen vakkundig over onze hoofden – ideetje van Joan* – zelfgebreid, kriebelt als de hel en erg warm by the way - en ‘overvallen’ het eerste zichtbare benzinestation. (* waar die haar opvoeding heeft genoten???)

De buit is een halve liter vanilleyoghurt, vier pakjes vruchtenyoghurt, 1 blikje sprite, 1 blikje fanta en een zak chips. En die zijn a. binnen 10 minuten soldaat gemaakt, b. naar binnen gewerkt, c. verhuisd naar de eeuwige jachtvelden in Darmstadt. Kiest u maar! We konden wat energie gebruiken na deze inspannende, zeer hete fietsdag.

Aan de overkant van het benzinestation ziet Joan een park met hutjes. We melden ons. Keuren de kamer goed. Betalen wat. En hier gaan we wat lekkers koken en de nacht doorbrengen.
Moe maar voldaan zei de Pelikaan.
(Dank je wel Wim uit Alphen aan de Rijn voor deze prachtige route)
Gerrit
Afstand: 80 km
Saint Louis
Gisteren.
De benen waren van gewapend beton. De armen van gehard ijzer. De spieren hard als staal. En een geest vol verwachting. En dat was maar goed ook. Want we hadden de nodige kilometertjes weg te trappen.
De weg van Louga naar Saint Louis. – de meest Noordelijk gelegen stad van Senegal – is asfaltglad en niet al te druk. Na een wat aarzelend begin ontwikkelen we gaandeweg een ongelofelijke snelheid.
Die snelheid is geen doel op zich. Echter, vandaag voelt het goed en trappen we de 78 kilometers makkelijk weg. Zo makkelijk dat we halverwege de middag Saint Louis verblijden met onze komst. We vinden snel een eenvoudige doch voedzaam hotel voor twee nachten.
Twee nachten jah!!
Want Saint Louis is In 2000 toegetreden tot de lijst van Unesco Wereld Erfgoed. En eerlijk gezegd zijn we razend benieuwd naar deze stad. De steden die we tot nu toe aandeden hadden niet veel te bieden. En we zijn wel toe aan iets van cultuur snuiven, is weer ’s wat anders dan lijm……
Saint Louis is met 1-2-3- secondenlijm tegen de Atlantische Oceaan aangeplakt. Maar die lijm – onder invloed van de hoge temperaturen – rekt wat uit. Of het ze hebben gewoon goedkope meuk gebruikt, dan kan ook. Hoe dan ook: er zijn er eilandjes ontstaan.
De voorstad is gek, druk en vrij smerig. Dan is er de visserswijk. Die ligt tegen de Atlantische Oceaan aangeplakt (die lijm werkte wel). Het koloniale centrum – dat in het midden op een eiland ligt – probeert de historie uit alle macht probeert te verbergen. Maar voor wie goed kijkt lukt slaagt ze daar toch niet helemaal in.
Gebouwen stralen – weliswaar in de verte – een rijk verleden uit (je hebt wel een verrekijker met een loepfunctie nodig om het waar te nemen, maar toch). Dit komt tot uiting door de rijke versieringen, de smeedijzeren balkons en de geplaveide straten. Maar veel is verdwenen. En het gaat een enorme klus worden voor de Unesco jongens en meisjes om dit allemaal weer in ere te herstellen (en later te onderhouden).
Het is ook een vissersstad. Honderden prauwen liggen in de haven. En dagelijks varen de boten uit naar zee om in de ochtend terug te keren met een lading verse vis. Het is geweldig kleur- en geurrijk en het is een bedrijvige drukte van belang bij de boten.
“Ja, ja, ja allemaal fijn Gerrit en Joan, maar waar the fuck blijven die foto’s die jullie vandaag in Saint Louis maakten”?!
Rustig, rustig, rustig, lieve (en toch ook wel enigszins ongeduldige) lezer.
Ehh…… hier they cum:









Afstand: 78 kilometer
Muiterstreken
Vanochtend hebben we ons tentenkamp opgebroken bij een zeer gastvrije familie. We duwen onze fietsen door het mulle zand richting de asfaltweg. In het bescheiden dorpje konden we flessen water en stokbrood kopen. En dat was voor de eerste 25 km voldoende om de fietskilometers goed te kunnen doorstaan.

We volgen een zeer avontuurlijke asfaltweg. Het avontuurlijke zit er ‘m omdat ie vol met gaten en kuilen zit. Het savannelandschap – waar het 8-9 maanden van het jaar kurkdroog is en waar lange grassen, struiken en her en der bomen groeien - is van een betoverende schoonheid. Evenals de ieniemienie dorpjes waar we door rijden. Een klein jongetje zet het op een brullen als ie ons – buitenaardse fietsende wezens – ziet.

En meisjes die gedroogde stront aan het verzamelen zijn -om vuur te kunnen maken om de couscous voor vanavond te kunnen bereiden – kijken ons ook met enig ongeloof aan. In deze streken zijn Westerse mensen een ware belevenis. Laat staan als die zich op een fiets voortbewegen.
Van tijd tot tijd stoppen we even. Even bijtanken. Even bijeten. En dan weer verder.

Toch zit het me niet lekker. Met die drie roepende knakkers nu al een kilometertje of drie zo kort op in onze achterwielen. Het word tijd dat we die gasten afschudden. Tijd voor een list. Mijn hersenpannetje maakt overuren. In de verte zie een een gebouw. En mensen. Daar ligt de oplossing! Ik zeg tegen Joan dat we daar naar toe fietsen. Zodra we het gebouw bereiken, knijpen we hard in de remmen en stoppen plots. Duwen de fietsen met kracht door het mulle zand naar de ingang van het gebouw. Onze achtervolgers verbouwereerd achterlatend.
We hebben geluk!
We zijn gestrand in het gemeentehuis van het plaatselijke dorpje. We worden hartelijk ontvangen en krijgen een rondleiding door het bescheiden gebouw. Via de algemene ruimte, het secretariaat belanden we op een leren bank in het kantoor van de burgemeester. Na het uitwisselen van beleefdheden en onze fietservaringen met deze burgervader nemen we afscheid.
Bij het naar buiten lopen van het gebouw zien we dat de drie muiters zijn vertrokken. Gelukkig! We kunnen onze weg veilig vervolgen.

Na een kilometer of 20 komen we op een kruising. Kruisingen van wegen zijn altijd fijn. Er is handel en – in dit geval – een benzinestation. En die heeft een koelkast. En in die koelkast staan koele drankjes en yoghurt. En de koelkastdeur kan open, en ……….. kortom: we eten onze buikjes rond.
We zetten koers naar Louga.

(.......met gevaar voor eigen leven - dit willen we niet onvermeld laten - hebben we deze foto gemaakt speciaal voor Ronaldo oetHattem......)

Louga is onze eindbestemming voor vandaag. Maar wat zien we daar? Tientallen aasgieren. Die zich tegoed doen aan een dode ezel. Geen fraai gezicht voor mensen met zwakke darmen of aanhangers van de Partij van de Dieren. Maar je kunt die aasgieren geen ongelijk geven dat ze dit buitenkansje aangrijpen om hunnie bevederde buikje ’s ff fijn rond te eten. Onze fotocamera’s maken overuren.

Tegen drieën en 62 kilometer achter ons latend rollen we Louga binnen. Wat zweterig, moe maar ook voldaan. We vinden snel een hotel met een vrij koele kamer.
Morgen gaan we naar Saint Louis. Daar zien we erg naar uit. Saint Louis staat op de Wereld Erfgoed Lijst en schijnt het bezichtigen meer dan waard te zijn. Door mijn ziekzijn in Gambia lopen we 1 dag achter op ons kilometerschema. Dat gaan we morgen compenseren. D.w.z: we gaan twee fietsdagen in 1 dag proppen. Dat betekend dat we veel kilometers gaan maken.

Dus nu eerst maar ’s even fijn bijeten met Senegalese Yassa - vis/kip met rijst en – met citroen gezuurde – uienmengsel.
Jammie de pammie!
Gerrit
Afstand: 62 km.
Bonne Nuit
Ook al is het vakantie, toch rinkelt ons wekkertje om 7 uur ’s morgens in Touba.

Gisteren hebben we op onze rustdag de grote moskee van Touba bezocht, maar vandaag gaan we grote stappen maken, stappen richting Saint Louis om precies te zijn, ons meest Noordelijke doel. Maar voordat we daar zijn, moeten we eerst Touba uit. En dat is best een klus. Een klus van 20 kilometer om precies te zijn. Aangezien we al een paar keer door Touba zijn gefietst weten we wat ons te wachten staat, desalniettemin kost deze 20 km veel energie, omdat je constant moet opletten.
De taxichauffeurs zijn van het soort, ik heb schijt aan de spiegels aan mijn wagen en ook aan die 2 Toubabs op de fiets. Dus als hij naar rechts wil om passagiers op te pikken gaat ie naar rechts, en als zijn maatje 2 keer op het dak slaat, trapt ie het gaspedaal weer in. Zoiets.

Een ander gevolg van een grote stad is de zichtbare armoede. In de kleine dorpjes waar we doorheen fietsen is er veel meer zorg voor elkaar, lijkt het.
Zijn er volwassenen in de buurt, en wordt er eigenlijk niet gebedeld. Aan het begin van onze reis ontmoetten we Hannes, een gepensioneerde Duitse man, die getrouwd was met een Gambiaanse en zodoende het dorpje waar we op dat moment zaten goed kende. Hij vertelde dat er daar 6000 mensen woonden, en er geen politie of iets dergelijks is. Als iemand iets fouts doet, kan hij vertrekken.
Hier is het echt anders. Zodra we stilstaan, bij een winkel of tankstation, komen overal jongetjes vandaan met emmertjes, om te bedelen.
Mannetjes vanaf een jaar of 5,6, vaak slecht gekleed, zonder schoenen en onverzorgd.
Ze zijn in no time bij je. Vaak hebben we er zo 15 a 20 om ons heen. Het zijn nooit meisjes overigens.

Als we om ons heen kijken zien we ook kinderen met een bloes of shirt van een school, met rugzakken om, samen lopend en pratend naar school te gaan. Helaas is dat niet voor ieder kind hier weggelegd, en we denken dat hier honderden, en waarschijnlijk wel duizenden kinderen bedelend de dag doorkomen. Ik weet dat dit gebeurt, en kan me er redelijk voor afsluiten, maar vanmorgen werd ik er even verdrietig van, ook dit is reizen door Senegal.

Gelukkig zijn er ook vrolijke momenten, zoals de enorme groep kinderen die ons zo ongelooflijk vrolijk begroet bij een klein dorpje. Een meisje gaat er zelfs bij dansen. Het communiceren blijft lastig, maar we bekijken elkaar, zwaaien, lachen en uiteindelijk maakt Gerrit een foto van mij met al die kinderen, waar de sfeer volgens mij wel van afstraalt.
Terwijl Gerrit bij de kapper zat, werd ik zittend op het stoepje ervoor, aangesproken door een oudere man, die erg nieuwsgierig was naar onze reis. In mijn beste Frans kon ik enigszins duidelijk maken wat we aan het doen waren en zonder te vragen kreeg ik een tip voor een Auberge, 20 km verder.

Die Auberge is het nooit geworden, misschien bestond ie niet eens, of niet meer. Dat is me wel duidelijk, het is hier niet altijd wat het lijkt, of wat het zou moeten zijn. Geeft niets. Door het ontbreken van de Auberge, en het tonen van onze tent-foto (foto is goud waard inmiddels!) mogen wij ons tentje opzetten in de tuin van wederom een ontzettend gastvrije familie.

Tussen de geiten, kippen, duiven en een paard, koken we ons potje en rusten we uit, want moe zijn we, na een lange fietsdag. De familie zit ook in de tuin met alle kinderen, en af en toe zwaaien en glimlachen we naar elkaar.
Omdat het rond 19 uur donker wordt kruipen we de tent in met onze iPod. Als het donker is horen we ineens een hoop tumult, en gegiechel, en Bonne Nuits! We kijken vanaf ons matje naar buiten en voor de open tentopening staan alle kinderen te giebelen en nieuwsgierig naar binnen te kijken, totdat ze door de volwassenen weggestuurd worden. Wij moeten er erg om lachen, al die koppies die je in het donker aanstaren en je dan ook een goede nacht wensen. Beter kun je het toch niet krijgen?
Bonne nuit!
Joan
Afstand: 65 km.
Niets is wat het lijkt en geloof niet alles wat ze zeggen
Vandaag vertrekken we uit hotel Balkan (why, oh why) in Diourbel om af te reizen richting Touba, maar niet voordat we het petit dejeuner hebben genuttigd. Wat aanvankelijk inderdaad nogal petit leek, maar met het verstrijken van de tijd kwam er telkens wat bij, en eitje, een plakje cake, een glaasje jus, zodat het ongeveer het meest vorstelijke ontbijt tot nu toe lijkt te zijn.

Vertrek uit Diourbel dus. Met de opkomende zon ontstaan er prachtige plaatjes en we stappen even af om wat foto’s te nemen. Een passerende dame biedt zich aan als fotomodel, van dat onverwachte aanbod ben ik zo van mijn à propos, dat de foto op zichzelf niet eens mooi werd, maar de dame in kwestie had er veel plezier van.
We stellen ons in op een kalm, kabbelend fietsdagje. Slechts 45 km, dus alles in de koelte van de ochtend, we trekken zelfs even lange mouwen aan, het is natuurlijk ook wel januari!


Gaandeweg merk ik dat ik wat moeite heb met fietsen, het loopt niet gladjes, rolt niet makkelijk. Gisteren legden we 70 km af en sprongen we zo fit als een hoentje van de fiets, nu ben ik na 30 km wat mat aan het worden. We spreken het uit tegen elkaar, ervaren beiden hetzelfde. De wind staat recht in onze gezichten te blazen en het wegdek is aan de zijkanten slecht, dus stuiteren we zo nu en dan wat op en neer, en heen en weer. Dat zal het zijn. Geen zorgen, maar even accepteren. Onderweg even een variatie op de dode dieren, nu liggen er pinda’s, daar is iemand iets verloren, maar we laten ze maar even liggen.

Over laten liggen gesproken. Wat ik erg lastig vind om te zien, is het niet te vermijden afval. Bijna alle fietsdagen zien we langs de route afval langs de weg, in de berm. Soms een beetje, soms echt hele grote stukken vol. Ik vind het zo zonde. Ik begrijp dat men afvalverwerking of het milieu hier niet als prioriteit heeft, en waarschijnlijk geeneens weet wat men ermee aan moet, maar het is eigenlijk echt geen gezicht. En het is allemaal plastic, blik wat er nog tientallen jaren, of misschien langer zal liggen.

We pauzeren even op een bankje met ons bekende recept, stokbrood met chocoladepasta, en beginnen dichtbij Touba te komen.
Touba is een bijzondere plaats. Het is de heilige stad van het mouride broederschap, en beschikt over een indrukwekkende moskee (de grootste van West Afrika). De stichter van het mouride broederschap is sjeik Amadou Bamba. Men herdenkt hier de Grand Magal, de dag dat de stichter in ballingschap ging, en de Petit Magal, de sterfdag van deze sjeik. Deze herdenkingen trekken honderdduizenden mouride pelgrims, ook uit aangrenzende landen, naar Touba. De in 1963 gebouwde moskee herbergt het graf van de sjeik en tijdens de Magal wil elke pelgrim het graf aanraken. Met honderdduizenden pelgrims kun je je voorstellen dat dit een nogal, eh, drukke bedoening zal zijn. Volgens mij is er nu geen Magal, dus een paar honderdduizend minder belangstellenden morgen. (Ik weet het trouwens niet zeker…..)

Deze pelgrimstochten zorgen ervoor dat er tijdens de Magal slaapplaatsen worden aangeboden in Touba. Buiten deze periodes zou hier geen bed te vinden zijn voor een overnachting.
Dat lijkt ons wat sterk. Zo`n grote stad, daar is vast wel een bedje voor 2 vermoeide fietsertjes te vinden.
We naderen de plaats Mbacke, waar een Campement Touristique zou moeten zijn, maar afgaande op de recensies is dit een plek waar je liever niet de nacht doorbrengt. We zien de accommodatie, maar besluiten door te fietsen naar Touba zelf, zo`n 8 kilometer verder, en daar te gaan vragen naar een slaapplek. We voelen ons alweer wat fitter, dus waarom niet?

Misschien omdat er o-ve-ral geschreven wordt dat er niks is, Gerrit en Joan? Is dat een mogelijkheid?
Na een enerverende rit door de verkeersdrukte van Touba, doen we bij een prachtig gebouw navraag bij een politieman. En alsof de beste man onze reisgids zelf heeft geschreven, krijgen we exact het verhaal wat ik hierboven schrijf. Er is niks, nada, noppes aan hotel, pension of ook maar iets wat in de buurt komt. Alleen tijdens Magal mensen!
Conclusie:
Erger wordt het niet, wel warmer overigens, we stijgen weer ruim boven de 40 graden uit, we kijken elkaar aan, stappen op onze fietsjes en gaan met ons hebben en houwen terug naar Mbacke, 8 km terug, op hoop van zegen en duimen gekruist.
Bij het Campement Touristique aangekomen ziet het er eigenlijk niet eens onaardig uit. En ook de verwelkoming is niet verkeerd. De prijs van de kamer is te doen, en als we de kamer zien, begrijpen we echt niets van de recensies. Hier kunnen wij ons prima redden de komende 2 nachten, en dat gaan we dan ook maar doen!
Joan
Afstand: 58 km
Diourbel
Kent u dat gevoel lieve lezer?
Dat gevoel van dat je lijfelijk opstaat maar dat je geest niet goed wakker wil worden? De hele dag niet? Dat de slaap de hele dag in je blijft zitten? Dat je niet goed ontwaakt?
Gisterochtend best wel vroeg hebben we onze slaapplaats verlaten.

Senegal bevalt ons. De mensen zijn relaxed en vriendelijk. En het fietsen gaat fijn hier. We moeten nog ontbijten en dat doen we met stokbrood dat rijkelijk besmeerd is met een bruin goedje dat verdacht veel weg heeft van iets van chocolade. Dat kun je hier in veel ‘stalletjes’ voor een habbekrats kopen. Meestal spoelen we het weg met een vruchtensapje of met een flesje cola. Als moet gezegd dat die cola vaak beter valt dan het flesje zelf. Met het innemen van het flesje zelf zijn we onlangs gestopt. Dat voelde meteen beter……
Als dat achter de kiezen zit, kopen we water. Dat is in flessen van 1.5 liter goed verkrijgbaar. Meestal hebben we een litertje of tien standaard aan boord. En we kopen fruit. Meestal zijn er bananen, mandarijnen of appels te koop. En dan gaan we op pad.

Na een kilometer of 20 bouwen we vaak een eerste stop in. Rusten wat. Eten wat. Meestal onder een toeziend oog of meerdere toeziende ogen. En dan gaat het weer verder.

Gisteren was onze eindbestemming Kaolack. De economische dragers van Kaolack zijn pinda’s en zout. Van dat zout merkten toen we Kaolack naderde. Het leek verdikkie net of we door een winterlandschap fietsten. Maar van iets van winter is hier geen enkele sprake. De zon staat at this moment dit deel van de aardbol toch echt flink op te warmen tot iets van wat op een kookpunt lijkt.

Als we iets verder fietsen verdwijnen we in een ongelooflijke hectische drukte. Alles krioelt door elkaar en we fietsen door straten die belegd zijn met plastic afval. We eindigen in Hotel Paris. Zeker niet het eenvoudigste onderkomen deze reis. We verwennen ons zelf een beetje.
Vanochtend zijn we om 7.30 uur vertrokken. Hoewel nog niet helemaal wakker willen we de eerste 40 kilometer in de betrekkelijke koelte van de ochtend afleggen. Vandaag staan er 70 op het program.
Dat gevoel van niet helemaal wakker zijn verdwijnt als sneeuw voor de zoutzon, als we Kaoloack uit proberen te fietsen. Het is knetterdruk. Het is de eerste schooldag na de vakantie. Jongelui lopen kris kras over straat om naar school te gaan. En ook het maandagochtend werkers zijn op straat te vinden. Busjes, taxi’s en aangespannen ezeltjes proberen zich een weg te banen. We moeten alert manoeuvreren in dit hectische verkeer. En goed wakker zijn want anders zouden er voorwaar zomaar ongelukken kunnen gebeuren.
Je kunt jezelf de aankoop van een wekker besparen (is een fijne gratis bespaartip van uw eigenste correspondent van dienst). Gewoon om half 8 op je fietsje door Kaolack een fietsritje maken, en je bent Kaolockwakker!

Pas na 8 km fietsen neemt de drukte minder hectische vormen aan. En wordt de weg rustig.
De weg heuvelt lichtjes. En na een ietwat moeizaam begin, rollen de kilometers nu als een bezetene onder onze rubberen banden weg.



We komen steeds noordelijker. Het landschap wordt steeds desolater en droger. Grote vlakten droge uitgebloeide vegetatie wordt afgewisseld met zo hier een daar een struik (acacia) of een boom. We genieten van dit monotone landschap. De asfaltweg die er enkele jaren doorheen is gelegd is glad en dat maakt het fietsen tot een waar feest. Wat ook helpt is dat de wind lichtjes van achter-opzij waait.

Wat opvalt is dat er veel dode dieren langs de weg liggen. Joan ziet ze. Ik ruik ze. Honden, geiten, ezels, slangen, Afrikaanse koeien, half vergane paarden….. het ligt allemaal langs de weg, weg te rotten. Gisteren stopten we precies op een plek waar een dood dier lag om even wat bij te drinken….. Dat was een fijn plekje….geeft toch net ff dat aroma……
Veel eerder dan we voorheen hadden gedacht rollen we net na het middaguur het plaatsje Diourbel binnen.
Diourbel zou ik niet snel aanbevelen als u van plan bent uw geliefde te verrassen met een romantisch uitje. Het is niet echt een bruisende metropool waar je je dagen zou kunnen vermaken. Er is een rotonde (check!) waar een ezeltje wat aan z’n hoef staat te krabben (dubbel check!!). En er waait wat plastic diagonaal over de straat (drie dubbele check!!!). En eerlijk gezegd heb ik dan het lijstje hoogtepunten qua beziens- en beleefwaardigheden nu wel aardig samengevat. Of ik zou het scheefgezakte verkeersbord nog vermeldenswaardig moeten maken. Kortom: er is niets te beleven.

Ik weet overigens and by the way nog wel veel meer exotische plekjes te verzinnen die ik u niet zou aanbevelen: Oegstgeest, Nieuwegein, Biddinghuizen, Keeken….. Zijn gratis tips, doe er uw voordeel mee! Maar niet gaan miepen als je toch in van eerder genoemde plaatsen terecht bent gekomen en dat je geliefde – teleurgesteld als ze/ie is – de wellicht nog wat prille verkering vervolgens vrij plots uitmaakt. In dat geval moet u niet bij mij zijn. Ik heb u gewaarschuwd. Geen krokodillentranen. Niet zeuren om spijkers om uw gebroken hart weer aan elkaar te hameren. Of lijm om alle hartsplinters weer vakkundig aan elkaar te ‘ lijmbakken’. Ander loket graag. En netjes aansluiten achter in de rij.
Hoe dan ook.
Voor ons is Diourbel de uitgelezen plek om bij te komen na een dagetappe van 70 km.
Gerrit
Afstand: 70 km.
Betrouwbaar huis
Vandaag gaan we weer grenzen opzoeken, die van Gambia en Senegal, want we willen naar het Noorden van Senegal. Ik ben opgestaan met een beetje hoofdpijn, niets ernstigs, maar wel eentje die de hele dag voelbaar is. We gaan het zien.

Voordat we het hele sortie-entree circus bij de douane gaan doorstaan, mogen we eerst nog een keer met de boot mee vanaf Farafenni, om de Gambia rivier over te steken. Er is een brug gebouwd, maar deze wordt pas over een paar weken geopend, dus vandaag gaan we nog een keer de boot in, of eigenlijk op.

De bedrijvigheid bij de boot van Barra naar Banjul is niets vergeleken bij alles wat hier gebeurt. Het is 1 grote kolkende, lawaaiige massa mensen, auto’s, brommers, verkopers, busjes, vrachtwagens, met alle geluiden die daarbij horen. We moeten aardig lang wachten voordat we de boot op kunnen, en het erop en later eraf gaan vraagt enige defensieve assertiviteit, want waar iedereen de boot zo snel mogelijk op wil, willen ze er later weer zo snel mogelijk af.


We verlaten de boot en fietsen op een zandweg, waar aan alle kanten nog steeds dezelfde hectiek heerst. Gerrit zet de fiets aan de kant om even een foto te maken. Goed idee! Doe ik dat even met mijn mobiel voor de groepsapp. Terwijl we beginnen met fotograferen begint een vrouw te roepen en voordat ik het in de gaten heb, staat er een politieman naast Gerrit die hem sommeert mee te komen. Voor ik het echt doorheb is Gerrit weg, en kan ik niet anders doen dan wachten. Ik zie dat ze aan de overkant in gesprek zijn en Gerrit lacht nog. Ik wacht maar rustig bij de fietsen en gelukkig loopt het met een sisser af en kunnen we weer op pad gaan. (We maken overigens nooit foto’s bij politie, douane etc, maar deze man hebben we echt over het hoofd gezien)

Na een tijdje fietsen komen we bij de Gambiaanse douane, waar we onze paspoorten laten voorzien van een stempel die we bij de Senegalese grens weer nodig hebben. Het gaat vlot, en de mensen zijn vriendelijk en behulpzaam.
Bij het entree hokje van Senegal staat al een flinke rij, en we sluiten aan. Het gaat tergend langzaam, en dat is jammer, want we zitten natuurlijk liever op de fiets. Maar ons geduld wordt beloond, en we krijgen de stempel die ons toegang verschaft tot Senegal! We mogen weer!!We hebben een slaapplaats in het vizier, en niets houdt ons tegen!
Nou ja, niets?
Misschien de man die bij die 1e slaapplaats er ogenschijnlijk alles aan doet om deze nacht geen gasten te nemen? Ruimte genoeg, maar er mag ook geen tent gezet worden. Er is geen water. Geeft niets meneer, hebben we zelf, maar nee, het gaat niet gebeuren.
We fietsen verder en besluiten bij een huis wat er betrouwbaar uitziet aan te kloppen. De eigenaar begint te bellen, met iemand anders overleg te plegen en voor we het weten worden we door een vriendelijke jongeman door het plaatsje geëscorteerd naar een Auberge. Wat een paleis! Maar ja, als de dame die de sleutel heeft niet komt, gaat ook dit feest niet door……
De jongeman heeft nog een optie. Ik meer hoofdpijn inmiddels. We fietsen weer terug naar waar we begonnen, maar ook hij heeft geen overwicht.
Even verderop is een bar, met huisjes, zou dat iets zijn? Gerrit inspecteert, en keurt af. Om redenen die we hier niet uitleggen, maar laten we het houden op hygiene en aanverwante zaken.
Mooi, het begint nu een beetje vervelend te worden.
Ik zeg Gerrit dat Jozef en Maria zich vast een beetje zo hebben gevoeld als wij nu.
We besluiten om bij Meneer Betrouwbaar Huis te vragen of we de tent in zijn Betrouwbare Tuin mogen zetten, maar dan komt onze redder….
Naast Betrouwbaar Huis is een soort kwekerij die beheerd wordt door een vriendelijke man, die ik een foto van onze tent laat zien. Dat we echt alleen maar een kampeerplekje hoeven. En ineens is de oplossing er. In zijn gebouw is een lege kamer, die hij gelijk gaat vegen en daar leggen we onze matjes neer, meer hebben we niet nodig. Gerrit prutst nog een heerlijk maaltje in elkaar die ik opeet en als toetje 2 paracetamol er achteraan gooi, en dan hou ik het vandaag voor gezien.

Joan
Afstand: 58 km.
Regenwormslurf
“Ik denk dat het zo gegaan is”
Ze hebben uit Burgers Zoo een olifant gestolen. En toen stiekem lenig behendig door de douane geloodst en zo in de Atlantische Oceaan geplant – geheel tegen z’n zin overigens - zo ongeveer ter hoogte van Banjul. En die stond zich daar natuurlijk stierlijk te vervelen. Want ja, die dierentuin tralies waren niks maar die zee had ie natuurlijk ook wel een keer gezien. Had eigenlijk nog snel een verlofdag willen opnemen maar had vooraf niet een lekker dagplannetje gemaakt, dus die verlofdag had ie maar laten lopen.

Hij stond zich dus echt te vervelen en wist niet wat te doen. Hij had geen idee! In een onbewaakt ogenblik sloeg ie z’n slurf maar ‘s een eind van zich af. En hij sloeg het ding zo een eind Senegal in. Nu had ie best wel een lange slurf: zo’n 250 kilometer lang. En circa 30 kilometer breed. En toen ie z’n slurf terugtrok….toen eh…… was Gambia ontstaan. Het kleinste land van Afrika.
Gambia ligt als een soort ontstoken kronkelende dikke regenwormslurf ingesloten door de Atlantische Oceaan en op drie plaatsen door Senegal. Mocht je dat niet op je eigenste netvliesje hebben, kijk daar maar ’s op Google Maps. Vreemd!!!

Het land is maar een kwart van Nederland qua grootte en heeft circa 2 miljoen inwoners. 90% van de inwoners hangt de Islam aan (en dat zullen we elke ochtend ook vijf uur weten ook!!). De rest is Christen of gelooft in pinda’s. Want naast toerisme drijft de economie van Gambia op (overigens heerlijke !!) pinda’s en cashewnoten.

(Even een berichtje tussendoor aan de meneertjes en mevrouwtjes van de Duyvis. Die pinda’s die jullie in jullie zakjes stoppen….die zeg maar in onze supermarkt schapjes liggen…… waar komen die pinda’s eigenlijk vandaan? Enne, wat doen jullie er mee voordat die pinda’s in een zakkie gaan? Zitten jullie er over te schijten of zo? Of pissen jullie er over? Ik vraag dat because, die pinda’s uit die zakkies van jullie, qua smaakbeleving, niet in de schaduw kunnen staan van de pinda’s die je hiero zo langs de straat koopt….en als ik schaduw zeg dan bedoel ik ook schaduw, de schaduw van 10 Baobabbomen, en dat ze daar nog niet eens bij in de buurt komen. Doe er wat aan, en laat de pinda’s weer naar pinda’s smaken! U kunt eventueel reageren op [email protected]).
Vanochtend zijn we vertrokken voor de laatste hele fietsdag in Gambia. Morgen zullen we de grens naar Senegal weer oversteken. Maar eerst vandaag!

We zetten koers naar Soma. Een stoffig dorpje nabij de grens met Senegal. Het is een ontspannen ritje van 50 km. Voor het eerst deze reis laat de zon zich niet gelden. De temperatuur blijft steken op een ‘zuinige’ 30 graden.
Gambianen zijn goed- en veellachs (al zou je dat op basis van deze foto’s misschien niet meteen zeggen....).
Het woord ‘ TOUBAB’ (wat witman betekend) wordt ons honderderen keren per dag nageroepen. Maar in tegenstelling tot hun Ethiopische vriendjes – die dan met stenen gaan gooien en er wat sfeerverlagende stokslagen bij doen - leveren de Gambiaanse knuitertjes er een brede glimlach bij. We zwaaien wat af. We lijken goddomme de Koninklijke familie op Koningsdag wel. Alleen zwaaien die minder vaak……

Het landschap heuvelt wat. En we moeten zowaar wat korte klimmetjes het hoofd bieden. Maar echt naam mag het allemaal niet hebben. Officieel is Gambia zelfs vlakker dan Nederland!
Net na het middaguur vinden we een fijn onderkomen in Soma Er is na dagen weer iets van WIFI, wat te eten en we kunnen onze kleren wassen. Wat wil een mens nog meer?!
Nouwwwwh??!!
Een olifant die met z’n slurf onze kleren even uitwringt en het hele zaakie keurig aan een waslijn ophangt? Heeft ie mooi wat te doen.
Gerrit
Afstand: 52 km.