Ik worstel en kom boven
We hadden een bijzonder sfeervol plekje voor de nacht weten te bemachtigen, a room with a view, oftewel, we keken uit op zee. En dat was uitzicht was zonder meer prachtig. Het plekje bracht ons ook wat verkoeling, want we hebben ook nog even heerlijk met onze zweterige fietslijven op het, au au, kiezelstrand in de branding kunnen zitten.
Verder waren er wat hobbels aan deze plek, de stroom viel de hele avond uit, WiFi was āproblemā, het was er dus niet, en er was door de stroomuitval ook nauwelijks water. Enkel het geluid van de branding onder ons raam.
Na dit alles doorstaan te hebben stapten we vanmorgen met frisse moed op onze fietsjes, want we gaan vandaag klimmen, de bedoeling is tot ongeveer 1000 meter hoogte, serieus werk dus, en voor mij de eerste keer. Na nog even het nodige water ingeslagen te hebben, gaan we op pad, we drinken ons nog steeds ongans, er is nauwelijks tegenop te drinken.
In Albaniƫ betaal je met de Lek, maar wij zijn ook lek, denk ik.

Gaandeweg de rit wordt de omgeving steeds mooier, groener, en zijn er, niet onbelangrijk, minder medeweggebruikers. We zien serieuze bergen en weten, over een paar kilometer zijn we aan de beurt, de klimbeurt, wel te verstaan. Als dat begint lijkt het wel mee te vallen, mooi rustig glooiend, prima te doen. Ik zeg nog tegen Gerrit, als het zo 21 kilometer door gaat, vind ik het prima, dat klimmen. Mooi hoor. Maar ja, dat gaat natuurlijk nooit lang goed, en we moeten aan het werk, echt aan het werk. In de zin van af en toe zelfs afstappen en je fiets omhoog duwen. Of gewoon afstappen en proberen je ademhaling weer op orde te krijgen, wat bij drinken en weer opnieuw beginnen.

We vinden langs de weg een mooi plekje om even wat te eten, onder een olijfboom, in de schaduw. Daar passeren 2 AustraliĆ«rs ons op de fiets en ze komen even ervaringen uitwisselen. Ze komen uit de richting waar wij naartoe gaan (yep, zij gaan naar beneden, de bofkonten) en zijn laaiend enthousiast. Ok, dat geeft moed. En die hadden we nodig. De laatste 5 kilometer is echt worstelen voor me. Gerrit helpt me zo nu en dan door terug te lopen en mijn fiets mee omhoog te duwen, samen met zijn peptalk en de enthousiaste reacties van voorbijgangers maakt dat ik het kon. Enā¦ā¦.de wetenschap dat er een afdaling komt. En wat voor een, die afdaling is echt fan-tas-tisch! Daarvoor hoef je alleen de fotoās te bekijken, woorden zijn overbodig.




Na de afdaling nog wat kilometertjes naar het plaatsje waar we een onderkomen willen zoeken, en ehā¦. Nee he, het venijn zit hem in de staart en dat is nu niet anders. Klimmen maar weer!
Ik stik van de honger en we knijpen bij het eerste restaurantje in de remmen, schuiven daar binnen no time een bord pasta naar binnen zodat we een slaapplek kunnen zoeken. Daar komt de volgende kink in de remkabel, er schijnt hier vlakbij een muziekfestival te zijn en er is geen kamer vrij in de omgeving, zegt men.

Maar daar is ineens onze Griekse vriend, de reddende engel uit Athene, die toevallig een kamertje vrij heeft om de hoek, we lopen mee, en treffen een heerlijk schoon onderkomen, met alles wat we nodig hebben. Hoe mooi kan het zijn!
Joan
46 kilometer
Russen
Op de dag dat in Nederland bekend werd gemaakt dat er vier verdachten in beeld zijn in het MH 17 drama, fietsen wij in Albaniƫ.

We krijgen de persconferentie een behoorlijk eind live mee dankzij een uitstekende WiFi verbinding in het restaurant waar we, in de koelte van een goed werkende airco, van een welverdiende rustpauze genieten. We begrijpen dat er nu, na vijf jaar intensief speuren door het JIT, vier verdachten in beeld zijn. Drie Russen en een OekraĆÆner. En dat die knakkers aangeklaagd zullen worden. En dat de strafzaak in 2020 van start zal gaan. Tjonge, wat een knap staaltje speurwerk zal hier aan ten grondslag hebben gelegen. Petje af.

Wij vertrekken vroeg uit onze benauwde hotelkamer die naar kots rook en ook niet geheel (of geheel niet, u mag kiezen) proper was. Meer details zal ik u besparen om uwer eigen bestwil en uwer eetlust (want wellicht staat er een lekkere bitterballengarnituur op uw eigenste program, of een geile stamppot boerenkool, en ja ik ken mijn plaats: wie ben ik tenslotte om dat voor u te verpestenā¦).
Als snel bereiken we Fier, of Fier ons. Dat weet ik nooit helemaal precies. Fier is de vijfde grote stad van Albaniƫ. In de buitenwijken wordt flink gebouwd. Er verrijzen grote betonnen blokkendozen waarin verschillende winkels zijn gevestigd. En verder is, dat kan ik u, na grondig onderzoek mijnerzijds, veilig vertellen is er in Fier weinig om Fier op te zijn.
In een van die blokkendozenwinkels denken we een ontbijt te kunnen scoren. Dat valt tegen. Brood is er niet. En een lekker stukje beleg ook niet echt. Het lekkerste is een flinke bak vruchtenyoghurt. Die lepelen we leeg. Daar doen we het voorlopig mee.
We fietsen de stad verder in en daar vinden we een bakker die ons wat bananen en een bol brood verkoopt.

In de stad zelf wordt hard aan modernisering gewerkt. We banen ons een weg door de werkzaamheden en sturen omzichtig om de werkmannen heen. Zo karren we langzaam de stad uit.
Ook AlbaniĆ« wordt in de vaart der volkeren opgestuwd. En daar hoort natuurlijk een strook asfalt bij waarop je lekker hard kan scheuren met je automobiel. Waar je het rubber van je eigenste bandjes kan laten roken. Waar je je 15 klepper met extra inspuiting boven een toerental van 500 ās effe flinkā¦ā¦ā¦ok, ok, okheeee, ik begrijp āt. U heeft een beeld.

Zoān strook asfalt heet ook wel een snelweg. Nou die ligt hier. Wij laten die fonkelnieuwe snelheidsduivel weg links liggen en nemen de weg die voorheen werd gebruikt. Die is nu lekker rustig. Het zit wel vol met de nodige kuilen en scheuren. Maar we fietsen voor het eerst lekker rustig.
Het landschap verandert snel.

Het wordt mooier. Olijfbomen, Eucalyptusbomen en wijngaarden trekken aan ons voorbij. Het wordt heuvelachtiger. Er zijn mooi uitzichtpunten.. Het is heerlijk! Zo is fietsen bedoeld.

Ik help een jongetje - als een volleerd fietsenmaker - zijn afgelopen ketting weer lopend te krijgen. We zoeken we zoeken van tijd tot tijd een strookje schaduw op om even aan de intense hitte te ontsnappen.

Na een uurtje of vier fietsen komen we in Vlore.
Oei, hier zijn ze bezig om een onbeduidend plaatsje naar een mondaine badplaats te transformeren. Brede boulevards, heuse fietspaden (met wuivende palmen links en rechts) en mooi geplaveide stoepen en terrassen. Het doet wel erg luxe aan. We fietsen er door en krijgen een azuur blauwe zee in het vizier.

āAha, als het niet waar is. De zee! Altijd weer die zee. Die is de grote boosdoenerā. Als de zee er niet was geweest, was dit stadje voorwaar net zo stoffig en verlaten geweest als veel van de dorpjes waar we doorheen zijn geweest. Maar ja, die irritante zee. Die zorgt weer ās voor dat alles geüpgraded moet worden. Dat alles spic en span er bij ligt. Dat dit plaatsje in de vaart der volkeren wordt opgestuwd. Met zoveel vaart dat er hordes toeristen naar toe komen. En nog meer plekje spic en span gemaakt worden. En dat er dan nog mee toeristen komen. En dat er dan nog meer plekje spic en span gemaakt worden. En dat er dan nog meer toerisā¦ā¦ā¦ā¦ā¦Om kort te gaan: het is allemaal de schuld van de zee.

Maar goed ze zijn hier ook niet gek. Die hebben hier ook wel door dat die zee weer ās roet in het Albanese eten gooit. Om de zee op zijn beurt te FUCKEN zetten ze er mooi een hele zooi hotels voor. Kan je die zee mooi niet meer zien. Eigen schuld, dikke bult! Net goed, had ie maar geen zee moeten worden. Klerelijer van een plas water dat ie is.
Maar goed, daar waar de zee nog wel te zien is (en gelukkig is dat voor het grootste deel) is ie prachtig. En zijn de uitzichten voortreffelijk.

Ik reed iets van vijf jaar geleden op een snelweg ergens in Nederland. Toen ik een andere snelweg wilde opdraaien werd ik plots staande gehouden door een aantal motoragenten. Ik begreep er aanvankelijk niets van. Stilstaan midden op een snelweg, dat was me nog nooit gebeurd. Wat bleek, een grote stoet lijkwagens, met daarin de lichamen van de MH 17 passagiers trokken aan mij voorbij. Er leek geen einde aan die stoet te komen. Daar werd ik stil van. Heel indrukwekkend.
Bezweet en wel komen we aan in de kustplaats Radhime. En vinden een hotel (jawel, ook wij verblijven in zoān dingā¦.!). Bij het aftuigen van de fietsen komt er een gezin naar mij toe en vraagt belangstellend: āWhere are from? Ehā¦we are from Holland. And you? We are from Russia!ā
Mooi. Gek. Toch. Die mensen kunnen er ook niets aan doen van de MH 17 en zo. Die hebben vast die raket zelf niet gelanceerd. Het lijkt me ook dat deze mensen ook niet op onze aardbol geplant zijn om passagiersvliegtuigen uit de lucht te schieten. Dat lijkt me sterk. Dat uit zoveel miljoenen Russen nu precies hier die ene Rus loopt dieā¦ā¦. Nee, dat zal niet. Maar toch voel ik vandaag even geen behoefte om een verder gesprek aan te knopen.
Althans vandaag even niet. Morgen vast weer.
Gerrit
Afgelegde kilometers: 59
Kipmongool
Vandaag zijn we van Durres naar Fier gefietst.
Dat zal u, toch behoorlijk door ons gewaardeerde lezer, zeer waarschijnlijk en anders vermoedelijk en anders naar u stellige verwachting en anders voor zeen Albanese worst zijn.
Maar helemaal voor niets schrijven doe ik het niet.

We hebben te maken gekregen met een dompertje. Joan eigenlijk. In de laatste kilometers van onze eerste fietsdag kreeg ze plots te maken met een heftige blessure. Niets echt ernstigs (ik schrijf dit ter geruststelling), echter vervelend genoeg om niet voluit door te kunnen fietsen (en te lopen). Oorzaak: en paar millimeter te hoog afgesteld zadel.


Daarom zijn we voorzichtigjes 12,5 kilometer terug gefietst naar de kuststrook met zān toeristen en hotels (en dus voorzieningen) en hebben daar intrek genomen in het minst wanstaltige hotel dat we in de gauwigheid konden vinden. En daar twee dagen (noodgedwongen en met tegenzin) rust genomen.
Na twee dagen rust voelde Joan zich vanochtend gelukkig weer goed genoeg om detocht voort te kunnen zetten.

We fietsen langs een (te) drukke weg. We moeten deze dagen doorkomen om in het echt mooie deel van Albanie terecht te komen. Er zijn voldoende benzinestations langs deze weg. En dat is fijn. Daar kunnen we namelijk koel water kopen. Water is misschien op dit moment wel het allerbelangrijkste voor ons. Met de hier heersende hoge temperaturen is bijdrinken prioriteit nummero uno.

Gaandeweg verandert het landschap en wordt het wat heuvelachtiger, groener en mooier. Maar we zullen nog zeker een dag van 60 kilometer moeten maken voordat het landschap meerspectaculair wordt.

We belanden tegen vieren in een hotel langs de drukke autoweg. Behalve een bed, het verkopen van brandstoffigerspul en een koelkast met bier bieden ze geen service.

Dan moeten we onze eigenste kookkunsten maar tonen. Vandaag staat Mongoolse kip op het menu.
Ziet er toch beste ā binnen te houwe uitā ? Niet dan?
Mee eten?
Gerrit
Afgelegde kilometers: 65
Strakheet
Het is half tien des ochtends.

We bestijgen onze karretjes. En trachten daarna heelhuids de stad uit te komen. Wel in deze volgorde, anders kon het voorwaar nog wel ās een langdurige kwestie worden.
Er is weliswaar een poging gedaan om naast de hoofdweg ā door een overijverige ambtenaar - iets van een fietspad aan te leggen. Maar dat is nauwelijks fietsbaar. Het zijn korte stukjes die steeds met een hoge stoeprand eindigen en ook weer met hoge stoeprand beginnen. Geen beginnen aan dus.

We verkiezen de hoofdweg himselff. Eerst is het vrij hectisch, echter gaandeweg wordt het verkeer minder. Helaas geldt dat ook voor het de kwaliteit van het asfalt. We cirkelen wat om de grote gaten heen en proberen onze fietsen zo hobbel de bobbelloos mogelijk een weg te laten banen.
Gisteren heeft een toestel van de ijzeren vogelvloot van onze Franse vriendjes en vriendinnetjes van Transavia ons veilig en wel afgeleverd op het vliegveld van Tirana. Tirana is de hoofdstad van Albaniƫ. En Albaniƫ op haar beurt is een Balkanlanden.
U komt er vast niet elke dag. En wij ook niet. En daar gooien we precies het pijltje in de alibiroos. Een prima reden dus om dit land ās te vereren met een bezoek.
Dit bijna 3 miljoen inwoners tellende land ligt een beetje kalfverliefd ingeklemd tussen Montenegro (Noorden) en het het zuiden flirt wat met Griekse schonen. Het westen doet lepeltje lepeltje met Kosovo en Noord MacedoniĆ«. Oostelijk probeert het land aan te pappen met de Adriatische zee. En mocht je je watertrappeldiploma op zak hebben, dan kan je zo ā met twee vingertjes boven water, dat dan wel - naar ItaliĆ« trappelen. En daar afgekomen een welverdiende kartonnen pizza wegkauwen. Want dat land is niet ver verwijderd van AlbaniĆ«.
Nou, daar zo ongeveer kun je je eigenste punaise in de landkaart drukken.

Gisteren (op de dag van aankomst) vond ik mezelf terug in een vrij stoffige, naar olie riekende en wat verlopen parkeergarage. Met zo hier en daar een verlaten auto. En een verdwaalde motormachine. En tussen als dit fraais deed ik een interessante poging om onze karretjes ā of wat er voor door moet gaan - uit de fietsdozen te hijsen en ze weer in elkaar te ministecken*.
(* ministecken deed je eind jaren zeventig, ik heb ooit een paardenhoofd geministecktā¦..niet als hobby oppakken, tis kutwerk, is een tip, doe er je voordeel mee).
Toen de karretjes/dozen de vluchthaven uitrolden had ik het al gezien. Een doos was flink beschadigd. En dan is het altijd maar weer spannend of de fietsen er heelhuids uit tevoorschijn komen. En toen moesten ze nog vervoerd worden naar het hotel. En dat ging ook niet zonder slag of stoot. Of eigenlijk wel. Er kwamen de nodige slagen en stoten aan te pas. Met vereende krachten wisten de taxichauffeur en ik een vierkante vorm in een cirkel te douwen. Kortom: de dozen zouden eigenlijk niet in zijn auto moeten passen, maar we krijgen het toch passend.
Helaas heeft mijn karretje dit reisavontuur niet geheel ongeschonden doorstaan. Maar de wielen draaien nog. Het stuur stuurt nog. De trappers malen de ketting rond. Wat heeft een fietsmens nog meer nodig?
De heersende temperaturen van vandaag (en vermoedelijk de komende twee weken) maken dat we na een kilometer of 15 fietsen, geheel en al doorweekt van het zweet ben. Er zit geen droge draad meer aan onze lijven. Het is een graadje of 32 en dat gecombineerd met een hoge luchtvochtigheid maakt dat ik echt even serieus overweeg of het verstandig is wat we aan het doen zijn. Ik kan echt hele hoge temperaturen aan, maar ik heb nog nooit de combinatie hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid ervaren. Althans, niet op deze wijze.
Ik maan mezelf tot rust. Het is de eerste dag. Gewoon rustig blijven doortrappen. Verstandige keuzes blijven maken. En een daarvan is: blijven drinken.

We fietsen naar het het westen naar de kust. Zodra we daar zijn aangekomen wanen we ons in Zandvoort aan Zee. Wanstaltige hotels rijzen op uit het strandzand. We fietsen langs mensen met gebruinde lijven. Kinderen met zwembandjes om. En we zien tussen de hotels door, kleurige parasols wapperen in de wind..
Nieuwsgierig geworden slaan we zomaar een weggetje in. En plots staan we oog in oog met de Adriatische zee. Daar word ik blij van. We eten wat bij, drinken nog meer. En vervolgen onze weg.

De route is niet zo heel mooi. We fietsen parallel aan een vrij drukke snelweg. Ik fotografeer een vogelverschrikker (ik spaar hunnie fotoās teneinde ooit nog ās een vogelverschrikkerwereldposter samen te kunnen stellen).
De zon blijft onverminderd strakheet haar stralen over ons uitstrooien.
Na ruim 50 kilometer knijpen we in de remmen. Toevallig precies op de plek waar een hotel staat. Er staat een bed voor ons gereed. Er is iets van een douche (wat zijn we daar aan toe!!) Iets van eten. En iets een koele koelkast met lauwe drankjes.

Dit was een bemoedigend eerste afspraakje met AlbaniĆ«. We plakken er nog maar ās dagje aan vast.
Morgen.
Gerrit
The Next Level
Fietsen kan ik, dat weet ik wel na Portugal, Estland en Tsjechiƫ en alle weekend tripjes.
Maar fietsen in Afrika? Al filosoferend over bestemmingen viel ineens het woord ā Senegalā, en hadden we een serieus gesprek over fietsen in een land, waar eten, temperatuur en hygiene toch echt een ander peil heeft dan in ons eigen landje. Maar ik was wel nieuwsgierig gewordenā¦..We bespraken, bereidden voor, spraken door en besloten, we gaan naar Senegal!En zo geschiedde..

De afgelopen dagen heb ik in gedachten onze reis herbeleefd, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik met een enorm positieve en dankbare blik terugkijk op onze fietstocht door Senegal en Gambia.Wat was het prachtig om langs een rivier in Gambia, vanuit mijn slaapzak de mooiste sterrenhemel in mijn leven te zien, die ga ik nooit vergeten.

Om al die kinderen te zien rennen, roepen en zwaaien, zoveel en vaak, dat ik inmiddels automatisch reageer als ik ergens āToubabā hoor.
Ik voelde me hier snel op mijn gemak, al is dat ook niet moeilijk met zulke vriendelijke mensen. Kom er in Nederland maar eens om, of je bij iemand in de achtertuin mag kamperen, ik geef je weinig kans. Laat staan dat je er een maaltijd bij krijgt.

Die sfeer maakte ook dat ik me nooit echt onveilig heb gevoeld, elke behulpzaamheid was oprecht en de contacten hartverwarmend. Soms was een situatie spannend, vinden we een slaapplek, en gaat die vrachtwagen echt opzij?


Het is heel fijn om te ontdekken dat ik de warmte goed kon verdragen, op een enkele keer na, maar dat vond ik gerechtvaardigd als ik hoorde dat het boven de 40 graden was.


En natuurlijk ga ik sommige dingen niet missen, met stip op 1 de muezzin, die 5 x per dag oproept tot gebed. Zeker toen de luidspreker letterlijk naast onze kamer stond, werd het echt een beetje te dol. Net als de jongens die direct om je fiets of om geld vragen. Ik kon er afstand van nemen, en ik weet hoe het komt, maar het is soms echt een beetje irritant. Gelukkig waren ze in de minderheid en was het nooit bedreigend of echt vervelend.

4 weken terug fietsten we hier weg, uit Toubab Dialao, en vandaag kwamen we terug met een hoofd en hart vol herinneringen. Ik ben dankbaar dat we gezond en heelhuids terug zijn, en dat ik, bij de paar moeilijkere momenten op de kennis en ervaring van Gerrit heb kunnen en mogen leunen. Dankjewel, lieve Gerrit, dat is ontzettend fijn en leerzaam geweest! Maar ik ben vooral blij dat we samen zoān mooie en bijzondere reis hebben kunnen maken. Want dat is het, zonder twijfel. In het begin, tijdens het fietsen zei Gerrit ineens: ā We zijn Afrika!ā En dat zinnetje hebben we nog vaak herhaald. Het is te gek, dat je zomaar op je fietsje door Afrika kart.


Mijn Afrika debuut is volgens mij geslaagd, dus op naar The Next Level!
Joan
AMEN!
Vrienden mogen ām Thies noemen.
Oude bekenden staat ie het ook toe om Thies tegen ām te zeggen. Zakelijke relaties twijfelen nooit, die zeggen standaard Thies. Maar de meesten noemen ām gewoon Thies. En wij dus ook maar.
We vertrekken uit de stad Thies. Dat gaat niet ongemerkt. Eerst kijken we rond op het centraal station van Thies. Ik houd zooooo van treinen en stationnetjes!

Ik had vanochtend in mijn bedje een stoomfluit gehoord. Ik weet dan nooit of ik dat geluid met mijn gesnurk teweeg breng. Of dat er een echte trein op het punt van vertrekken staat.
(OVERIGENS HEB IK NA DIT BEZOEK BESLOTEN OM DE HELE BOVENVERDIEPING VOL TE BOUWEN MET SPEELGOEDTREINTJES, DIE MARKLIN EN LIMAROMMEL, U KENT HET VAST WEL, EN MOCHT IK GAANDEWEG MET RUIMTEGEBREK TE KAMPEN KRIJGEN, DAN TREK IK DE TUIN ER BIJ AAN (Joan weet dit nog niet, dus hou het nog even stil.....dat maakt de slagingskans van dit vergevorderde breinplannetje een ietsje groter...... hoop ik......)


Daarom hebben we de route langs het station van Thies gelegd. Ik heb niet gedroomd, er is sprake van een heus station, een loket, een wachtruimte eneen heus spoor. Het is allemaal niet veel, maar het is er.
We blazen de aftocht. En komen in de grootste, hectische, kleurrijk weekmarkt van deze reis terecht. We kopen wat fruit en proberen ons een weg te banen, op weg naar rustigere oorden.

Fotoās maken is meestal mooi werk. Meestal!

Als we koeien zien lopen in het ochtendstof, stoppen we. Halen onze cameraās tevoorschijn en gaan plaatsjes schieten. Met fotoās maken zoom je in, zie je details, en vaak veel meer dan je met het oppervlakkige menselijk oog waarneemt. Ik zie koeien, stof en een vuilnisbelt. En als ik door mijn lens kijk zie ik opal dat stinkende vuil mensen lopen. En ook kinderen. Die op blote voeten in die poel van smerigheid naar iets waardevols te zoeken. Misschien een mooie foto, maar de schrijnende beelden raak ik maar moeilijk kwijtā¦ā¦
Wel verdikke!

Senegal en Gambia hebben zich de afgelopen maand goed gedragen - beide landen zijn zo vlak als de Flevopolder - maar nu hebben we een serieuze klim voor de holle kiezen. Boven gekomen puffen we even uit. Alvorens we weer naar beneden suizen.
En toen. Toen horen we ons plots AMEN zeggen!
Lieve lezer, ik voel dat ik u ā na het lezen van de voorgaande zin ā iets van een verklaring schuldig ben.
Er is een tijd geweest dat ik naar de kerk ging. De Pauluskerk. Het was het type kerk waar de religieuze Ranja met een grote hoeveelheid water verdund werd. Zoān kerk waar je het woord Gods vrolijk met een rietje naar binnen zoog.

Toen ik een jaar of 11 was kregen we een nieuwe dominee. Een nogal vooruitstrevende dominee. Die eigenlijk alles anders deed dan de trouwe kerkgangers tot dan toe gewend waren.
Ik herinner me dat ie ultrakorte preken hield. Ik heb onthouden (wellicht dat ik het een ietsje romantiseer) dat ie bij zijn eerste preek na een kwartier plots āAMENā zei. NA EEN KWARTIER! Ik herhaal: NA EEN KWARTIER!! Er ging een schok door de kerkstoeltjes. Wat?! Was het nu al afgelopen? We waren immers nog maar net begonnen. We zaten potdomme net. Mensen hadden nog niet de kans gekregen om weg te dommelen. De pepermuntjes waren nog niet eens rond gegaanā¦ā¦ā¦ā¦..
Een preek van 35 minuten (en misschien binnen uw eigenste kerk wel 40 minuten of langer) was eerder regel dan uitzondering. Maar deze dominee speelde het klaar om zijn (eigentijdse, praktische en krachtige) boodschap ā die hij altijd langs de meetlat van de bijbel wist te leggen - in 15 minuten te verpakken. Vond ie lang zat. Meer tijd had ie niet nodig. En je had er altijd wat aan. Geen zware boodschappen, geen schuld of zonde aanpraten maar positieve boodschappen en handvatten waar je de (werk)week mee door kon. Heeft ie meer dan 20 jaar volgehouden by the way. Mooie bevlogen man!!
Net zo plots als hij AMEN zei, zeggen Joan en ik ook AMEN.

We fietsen namelijk op een rode gravelweg. En die kennen we. Hier reden we een maand geleden ook. En we zien de Atlantische Oceaan. En dit uitzicht kennen we ook van een maand geleden. Dat betekend dat onze lus rond is. Dat betekend dat onze reis plots tot een eind gekomen is.

We vinden ons onderkomen snel ā dat we nog kennen van een maand geleden - de begroeting is hartelijk en de douche lekker lauwwarm. Daar spoelen alles van onze stoffige en vermoeide lichamen af.
Behalve de mooie reisherinneringen. Die zijn er met de beste wil van de Senegalese Wereld niet af te boenen.
Die blijven lekker plakken.
Gerrit

Afstand: 50 km.
Mist
We steken onze ochtendneuzen naar buiten. Enne ........MIST.Ā

Een ongewoon begin. Tot nu toe zijn alle dagen met een stralend zonnetje begonnen. En dat doet ie vandaag vast ook. Alleen verstopt ie zich achter een dikke laag mist. Het voelt zelfs ietwat vochtig aan. Het lange mouwenshirt gaat aan.

We zetten koers naar de stad Thies. Een kalm ritje van ruim 60 kilometer.

Pindaās en cashewnoten zijn belangrijk hier. Echter, het grootste exportproduct van Senegal is cement. Dat is hier in ruime mate voorhanden. Behalve exporteren wordt het cement gebruikt om stenen van te maken. Het wordt in een mal geschept, (handmatig), vervolgens aangedrukt, de mal wordt uitgenomen en de stenen worden voor enkele dagen te drogen gelegd.

We rijden over de N2. DE route van Saint Louis naar Dakar. We verwachten grote drukte en gaandeweg de dag gebeurt dat ook. Er wordt hard gereden en verschillende keren moeten we de berm in omdat tegemoet komende, inhalende autoās ons van de weg dreigen te drukken. Dat het met de Senegalese stuurmanskunsten niet altijd volgens plan gaat bewijzen deze fotoās (deze fotoverzameling hadden we zonder veel moeite en gedoeĀ gemakkelijk kunnen uitbreiden ā¦..).

De zon heeft het inmiddels van de mist gewonnen.Ā

We rusten wat. Precies op een plek waar mensen uitstappen en opstappen in de regiobusjes. Er stappen 2 jongens uit die een naaimachine op hun schouder dragen. We zien het vaker. We zijn benieuwd of het āhandelā is of dat ze zelf met de machine in de weer gaan.

De Baobab boom is de hele reis bij ons gebleven. En ook langs de N2 zien we ām regelmatig. De boom is wijd verspreid in Senegal. De bomen worden niet zelden 25 meter hoog. En hebben een uitzonderlijk grote stamomtrek. De boom slaat water op in de dikke stammen (6-9 stuks) om de droge tijd te kunnen overleven.

Men gebruikt hier zo ongeveer alles van de boom.
De vruchten en (gesuikerde) zaden worden gegeten. De bladeren en de wortels worden als groente genuttigd. De vruchtschillen worden gebruikt om vuur te maken. Uit de bast worden vezels gewonnen om touw van de maken, het hout wordt als bouwmateriaal gebruikt en ik vergeet vast nog wat. We vinden overal producten van de de Baobab: jam, een soort kauwgum, etcā¦.

Rond 14.00 uur naderen we de buitenwijken van Thies. Er wordt flink gebouwd. Ondermeer verrijst er een spiksplinter nieuwe Moskee. Thies is een on-Afrikaanse stad. Brede wegen. Moderne bouwwerken. Het heeft hier iets Marokkaans.Ā

We hebben regelmatig autoās gezien die lijkkisten vervoerden. We vroegen ons af wat ze met de overledene doen? We hebben namelijk tot dusver geen begraafplaatsen gezien. Maar bij het binnenfietsen van Thies zien we een eerste begraafplaats.Ā
Ā

We wenden en keren wat. Worden vrolijk begroet. En vinden vrij snel een fijn hotelletje waar het goed een fijn toeven is.

Gerrit
Afstand: 62 km.
Waarom
Tijdens het fietsen heb je veel tijd om na te denken, want je kunt niet alle kilometers volop met elkaar in gesprek zijn. Je ziet elke dag, de hele dag hetzelfde als de ander, en dat is meestal heel fijn, want je weet altijd waar de ander het over heeft. Ontzettend praktisch.
Maar soms is het fijn om even in je eigen gedachten te kruipen, en soms is het gewoon pure noodzaak omdat de Senegalese auto-, bus-, taxi- of vrachtwagenbestuurder ervan overtuigd is dat dat gaspedaal zo diep mogelijk en zo lang mogelijk achter elkaar ingetrapt dient te worden. Plankgas!! En dan fietsen we liever even achter, in plaats van naast elkaar, zoals je zult begrijpen. We willen namelijk ook weer heelhuids thuiskomen.

Dit gedrag roept bij mij de ā waaromā vraag op. Als men hier loopt, gebeurt dat namelijk echt in een ander tempo, vaak wat sloffend op slippers, zjoep-zjoep, zjoep-zjoep. Ik heb er geen last van, maar vind het opmerkelijk dat, zodra er een motor aan te pas komt, men het onderste uit de kan wil halen.Gevalletje compensatiegedrag?
En waarom is er telkens rails, maar nooit een trein?
We komen er niet echt achter. Google helpt me niet echt verder, behalve dat transport over de weg sneller zou zijn. Ja, laat dat maar aan de Senegalese chauffeurs over! Ik bedenk me nu, dat we geen enkele keer een vrouw achter het stuur hebben gezien, wel met de karren met ezels, maar auto of scooter? Niet 1 keer.

Ook heb ik me vanaf fietsdag 1 afgevraagd waarom ik vaak zoān vieze smaak in mijn mond heb als we aan het fietsen zijn? Eerst weet ik het aan de Lariam (middel tegen malaria), maar ik kom tot de conclusie dat ik gewoon heel veel vuiligheid en stof naar binnen hap. Ik probeer zoveel mogelijk met mijn mond dicht te fietsen, maar het vuil komt in alle poriĆ«n en openingen. Een sessie neuspeuteren staat hier standaard elke dag op het programma, en dat is niet onverdienstelijk.
We hebben vandaag weer lekker asfalt, en we zoeven als vanzelf vooruit.
We knijpen bij een tankstation, wederom, in de remmen, en gaan, gewoon met ons portemonneetje gevuld met West Afrikaanse Francs, inkopen doen. Overval? It wasnāt meā¦.. Nog voordat we dat kunnen doen, worden we aangesproken door 2 Amerikanen. Ze zijn met een groep leerkrachten op reis in Senegal, vinden ons erg ābraveā en onze fietsen worden volop bewonderd.We nemen de complimenten in ontvangst, maken een praatje en wensen hen een goede reis.
We vervolgen onze weg, nemen de beslissing om vast te houden aan ons plan, aangezien de drukte op de weg meevalt en we, nu we de laatste dagen van onze reis ingaan, minder ruimte hebben om extra kilometers te compenseren.
Al op de eerste fietsdag zag ik langs de weg een plant die ik erg mooi vond. De hele route lang fietsen we al langs deze plant. Soms 1 tak, een klein struikje tot onderhand een hele boom. En telkens zei ik dat ik er een foto van wilde maken. Maar het kwam er niet van, geen plek om te stoppen, even geen zin om te stoppen en soms wilde ik wel, maar was de plant er even niet. Met het naderen van de laatste fietsdag heb ik vandaag de kans gegrepen en de Calotropis procera vereeuwigd met de camera. (De naam heb ik gegoogeld hoor, geef ik eerlijk toe!)



We hadden een gesprek over de beste slaapplek, en kwamen tot de conclusie dat dit toch die plekken zijn, waarbij je het meest op jezelf kunt zijn. Het is hartverwarmend om bij mensen thuis ontvangen te worden, en warm water in een hotel is aangenaam als je een dag door het stof hebt gefietst, inclusief zonnebrand en zweet. Maar zoān klein Afrikaans hutje, waarin we nu al vele keren hebben kunnen slapen, hebben toch onze voorkeur. We kunnen ons eigen potje koken, de fietsen kunnen mee naar binnen, en je hebt wat tijd en ruimte voor jezelf.

Maarrrrrrā¦. Vandaag gaat dat niet gebeuren. Wij zitten namelijk in een luxe hotelcomplex.Inclusief zwembad. Waar we vanmiddag met onze zweterige lijven in ons fietsondergoed in zijn gesprongen. En nee, daar hebben we geen foto van gemaakt. Aansluitend konden we heerlijk warm douchen en lekkere gerechten bestellen in het restaurant, en alle WiFi hier leegtrekken. Want er zijn namelijk geen andere gasten. Dus we delen niets, alhoewel, we de dames die hier werken soms moeten delen met hun favoriete soapserie of hun smartphone. Geeft niks. Waarom? Gewoon omdat het kanā¦ā¦
P.s. Speciaal voor RonaldO heb ik met gevaar voor eigen enkels (afstapje Joan, afstapjeā¦) nog een traditioneel Senegalese vogel vastgelegd. Vermoedelijk gewoon een huismus, maar dan wel eentje van hier!

Joan