De Lustige Reiziger

Surviving in Peace

Lieve lezer.

Bent u in voor een fijne gezellige - en toch ook wel enigszins onderhoudende - quizvraag? Fijn!

Wat – denkt U – is het meest gebombardeerde land ter Wereld?

Wij zijn eergisteren in Vientiane (hoofdstad van Laos) binnen gefietst. En ik moet zeggen: de eerste aanblik en ervaringen bevielen ons wel. Het is relatief klein, overzichtelijk en interessant.

We hebben dan ook besloten om er twee dagen te verblijven. Om de stad te verkennen en ook om onze fietsbenen wat rust te geven. Toch bestegen wij onze karretjes vanochtend. En niet zomaar. Wij cirkelen een kilometer of vier door de stad op weg naar het COPE bezoekerscentrum.

In het COPE bezoekerscentrum zul je niet snel verdwalen. Het is zo groot als een ouderwetse - gymnastiekzaal. Klein en overzichtelijk dus. Dat geldt in veel mindere mate voor het verhaal wat daar verteld wordt.

Wij nemen U naar de periode 1965 – 1975. Gedurende negen jaar bestookten de Amerikanen, Laos met bommen. Er is uitgerekend dat elke acht minuten een bom op Laos werd gegooid. Negen jaar lang dus.

Het werd de geheime oorlog genoemd. Geheim omdat het Amerikaanse congres destijds in het ongewisse werd gehouden. Geheim omdat er relatief weinig aandacht aan geschonken werd en wordt.

De geheime oorlog kwam voort uit angst van de Amerikanen - en toenmalige President J. F. Kennedy -dat het communisme in de regio verder zou oprukken en dat Laos er ‘besmet’ mee zou raken. En dat moest de kop ingedrukt worden.


Wat ook meespeelde was dat vliegtuigen die op weg waren naar Vietnam, en hun doelen niet konden vinden, hun bommen en granaten niet mee terug mochten en konden nemen naar hunnie thuisbasis. Dat werd als te gevaarlijk beschouwd. Gevolg was dat ze hun ‘ballast’ boven Laos loosden……..

De geheime oorlog kwam ten einde in 1973 toen er hier in Vientiane een akkoord werd getekend. De geheime oorlog maakte van Laos het meest gebombardeerde land te wereld.

Eerlijk gezegd dachten wij zelf dat Vietnam het meest gebombardeerde land was. We hadden van oorlog en bombardementen in Laos tot vanochtend geen weet. Tot we dit museumpje bezochten.

Er zijn in negen jaar tijd, 260 miljoen clusterbommen op Laos gegooid. Van die 260 miljoen zijn er 80 miljoen niet ontploft. Dat betekent dat die dingen overal en nergens nog in de bodem zitten en een enorm gevaar vormen.

En nu komt de clou: nog steeds vinden jaarlijks tientallen Laotianen de dood tijdens het bewerken van het land en ook bijvoorbeeld bij het maken van vuur. Wat ook gebeurt is dat kinderen zo’n ronde bal (bom) vinden, en daar mee gaan spelen, met soms de meest vreselijke gevolgen.

Ook wordt er verteld dat men, met eenvoudige goedkope metaaldetectoren op zoek gaat naar de munitie in de grond, om het ijzer, als inkomstenbron. Voor 1 kilo krijgt men 1000 tot 2000 Laotiaanse kip, wat omgerekend nog geen 5 tot 10 eurocent per kilo is. En dat is natuurlijk niet zonder gevaar.......

We zien een film waarin een familie vertelt over de dag dat hun leven veranderde.

De mans des huizes maakte een vuur en terwijl het vuur opwarmde ontplofte een clusterbom die in de bodem van hun huis lag, waar ze uiteraard niet van wisten. De man raakte flink beschadigd aan hoofd, armen en benen. Ook werd hij blind.
Hij kan geen inkomen meer genereren voor zijn gezin (vrouw en twee kinderen). De zorg droop er bij dit gezin vanaf……

Oud president Barack Obama heeft Laos – als eerste Amerikaanse President – in 2016 bezocht. En nog sterker; hij heeft het COPE-museum bezocht. Of het bezoek van Obama de directe aanleiding is geweest weten we niet, maar de Amerikaanse regering heeft de opknapbeurt van het museum gefinancierd.

COPE werkt aan hulpmiddelen voor mensen die door de bommen gewond zijn geraakt. Ze maken protheses voor armen, benen en andere ledematen. En vragen aandacht voor deze vreselijke tragedie die tot op de dag van vandaag voortduurt.

COPE heeft een treffende lijfspreuk: Surviving in Peace.

Het bezoek maakt diepe indruk op ons.

RammeldeBammel

Buschauffeurs zijn klootzakken!! De grootste die er op deze aardbol te vinden zijn.

Deze ietwat stevige uitspraak komt voor U wellicht wat uit de lucht vallen lieve lezer, en ik bied op voorhand mijn excuses aan U aan lieve lezer. Echter, ik het U allemaal fijntjes uitleggen.

Die bussen moeten geweldig duur zijn, dat kan niet anders. Bij de onderhandelingen tijdens het aankopen van zo’n gevaarte moeten er bepaalde onderdelen wegbezuinigd zijn. Dat kan niet anders. Zo vermoed ik dat de remmen het onderspit hebben moeten delven tijdens het aankoopproces.

Ik vermoed dat de onderhandelingen ongeveer zo verlopen zijn: ‘Ok, ok we zijn het eens over de prijs, hand erop. U krijgt geleverd een bus, stoelen, twee automatisch openslaande deuren, een stuur, een versnellingspook, een toet toet toeter, maar de remmenlaten we achterwege. Die accessoire leveren we niet mee. Dat lukt domweg niet voor de afgesproken prijs’.

Potdomme. Ze rijden als gekken die buschauffeurs. Ze knallen binnen en buiten de bebouwde kom zonder af te remmen met hoge vaart door en remmen voor twee Hollandsche fietsers: ho maar!

Helemaal onbekend ben ik er niet mee. Op eerdere fietsreizen heb ik reeds enige ervaring opgedaan met onze niet remmende busvrienden. Ik heb dan ook zonder veel moeite een top 4 voor U samengesteld, hierkomtie:

Op 1 staan buschauffeurs in Sri Lanka (daar had er 1 ons enkele jaren geleden bijna overhoop gereden….)
Op twee: Peru en Bolivia (maar waarschijnlijk heel Zuid Amerika): wat een kamikazepiloten zijn dat!
Op drie: Nepal (geen woorden voor.....)
Met stip komt Laos op vier binnen.

Goed opletten dus!!

We zochten vanochtend naar iets van een ontbijt, maar niet nadat we opgestaan zijn. Anders zou de volgorde wat raar overkomen en zou dat wellicht hiero her en der wat vragen kunnen oproepen.

We hebben gek genoeg minder spullen bij ons dan wanneer we een maand gaan fietsen. We hebben geen tent bij ons, geen stoelen, geen regenpakken en geen kookgerei. De inschatting was dat bij het fietsen in Azië we al die spullen niet nodig zouden hebben. En omdat we zelf dus niet kunnen koken deze reis is het daarom wat meer zoeken naar eten.

We scoren niet ver van ons overnachtingsadres een omelet. De onvermijdelijke gestoomde rijst en noedels – die er standaard bij geserveerd worden – slaan we deze ochtend vriendelijk af. Met het binnen knagen van de omelet (met gesnipperde groene pepers) kunnen we voorlopig wel vooruit.

We stappen op en gaan verder waar we gisteren gebleven waren. Het volgen van de weg die voert naar de hoofdstad van Laos: Vientiane. We hebben nog ruim 100 kilometer af te leggen. En dat gaan we in twee dagen doen.

Laos is overwegend (60%) boeddhistisch. En dat is te merken aan de vele tempelcomplexen, monniken in oranje gewaden, en andere vaak kleurrijke uitingen waar we aan voorbij trekken. Voorbij ja, want bij elke tempel stoppen zou betekenen dat we een verlenging van een jaar of twee van onze reis moeten aanvragen. En dat zouden wij wel willen, maar of onze werkgevers daar zomaar mee akkoord gaan…..?!

Maar van tijd tot tijd stoppen we en bezichtigen we een tempel. Het schijnt dat elke man in Laos die zich boeddhist noemt verplicht enige tijd in zo’n tempelcomplex moet wonen en dienst doen.

We trekken voort en doen ons tegoed aan de vele lekkernijen die langs de weg verkocht worden.

Ik ben een groot liefhebben van desolate plekken. Iets wat ooit iets was en wat een functie had, en dat plots verlaten en achtergelaten is.

In Oldebroek stond ooit een melkfabriek die tot ver in de jaren tachtig gebruikt werd. Boeren brachten er hun melk. In de fabriek werd de melk verwerkt. Zomaar opeens verloor de fabriek zijn functie en stond het gebouw leeg. Het heeft tientallen jaren leeg gestaan. Prachtig vond ik het. Bomen groeiden naar verloop van jaren het gebouw uit.

In Laos gebeurt dit met benzinestations.

Ik weet niet hoe het werkt, maar het lijkt erop dat iemand s’ ochtends nog de dagprijzen op het bord heeft ingegeven, en dat ‘s middags de chef langkwam (deed ie nooit) met de mededeling dat het benzinestation per direct ging sluiten. Want zo treffen wij het aan. De laatste brandstofprijzen staan nog op het bord.

Joan moet een sanitaire stop en dat kan prima bij dit benzinestation. Er staat geen rij, je hoeft geen kaartje te kopen, je kan ze doorlopen.

En nu zou ik graag schrijven dat we verder trokken en dat waren we zeker en vast ook van plan. Ware het niet dat een lekke band roet in het eten gooit.

De achterband. En dat is bij het merk Santos waar wij op rijden: gekloot. Je moet namelijk het hele achterwiel demonteren. En dat kan je niet doen voordat je het frame aan de onderzijde losdraait, de ketting slap legt, het easyfix setje loskoppelt en het hydraulisch remsysteem demonteert. En ik kan U zeggen lieve lezer: dat schrijf je sneller op dat dan je dat in de praktijk net zo snel fikst.

Ik leg er – onder toeziend oog van het plaatselijke bandenplak buurtcomité - een nieuw binnenband op. Plakken van de lekke band doen we later wel.

Na een uurtje klooien kunnen we verder. De tot nu toe glad geasfalteerde weg verandert in de hobbelige vol met gaten weg. Door het gesleutel aan mijn fiets (in bijna 40 graden klein nulletje C) ben ik wat uit mijn fietsritme geraakt. We vallen een eettentje binnen en bestellen rijst, ei, soep, flessen water en houden een ruime pauze.

Daarna stappen we op en gaan we avondeten en ontbijt voor de volgende dag regelen. De afgelopen dagen was er op dat gebied moeizaam iets te vinden, maar verdikkie we treffen een heuse supermarkt met een automatische schuifdeur, die overigens qua assortiment niet al teveel te bieden heeft.


Naast deze supermarkt is een plek waar de lange afstand bussen een korte stop houden. Passagiers kunnen een supersnelle sanitaire stop houden en snel iets eetbaars scoren. Maar wel snel, want ja, de ongeduldige chauffeur drukt al weer op z’n toet toet toeter. Afknijpen en snel instappen dus voor de passagiers……..

Ons oog wordt getrokken naar een zilverkleurig tempelcomplex, waarvan Joan zegt dat het wel wat weg heeft van een Efteling attractie. En daar wil ik het even met U over hebben lieve lezer.

Vlak voordat we onze reis begonnen introduceerde onze Hollandse Efteling jongens en meisjes een nieuwe attractie: Danse Macabre (ik moeste het even voor U opzoeken lieve lezer, er gaan dagen voorbij dat ik de Efteling niet met een bezoek vereer).

Nu las ik op NOS.nl dat mensen meer dan 3,5 uur in een rij hebben gestaan voor deze attractie.
Lieve lezer, dit is toch het beste bewijs dat marktwerking in de zorg desastreus uitpakt. Dat duizenden van die randdebielen in alle vroegte uit hun bed rollen, in een auto stappen, onderweg nog dure brandstof tanken, een veel te duur parkeerkaartje kopen, bij de kassa een kaartje kopen a’s 54 euro p.p.en dan uren in een rij gaan staan voor een attractie in de Fucking Efteling. Ons zorgsysteem faalt. De geestelijk gezondheidszorg bevind zich aan de afgrond van een diep ravijn. We gaan ten onder. Het hele land gaat ten onder. Randdebielen!!! Dat zijn het!!!!!!!!

Wij kopen geen kaartje staan niet in een rij maar staan met z’n tweeën naar dit bijzondere sprookjesachtige tempelcomplex te staren. Waarvan we niet kunnen bepalen of het nu mooi of niet mooi is.

De voorgaande 170 kilometer fietsten we op glad asfalt. Maar sinds een kilometer of 20 worden we ruw door elkaar geschud. De kwaliteit van het wegdek is ….eh…..avontuurlijk. Dat is de meest positieve beschrijving die we er aan kunnen geven. Tjonge jonge, wat een gehobbel en gebobbel. Onze botten worden ruw door elkaar geschud.

We hebben nog 1,5 kilometer te fietsen op de RommeldeBommel & RammeldeBammel weg als……….mijn achterband opnieuw leegloopt. Potdomme. Het hele feest kan weer opnieuw beginnen.

Gelukkig vind ik de oorzaak nu wel. In de achterband steekt een minuscuul klein ijzerdraadje. Die veroorzaakt de lekkage-ellende.

Des avonds gaan we op zoek naar eten. En dat lukt deze keer vrij snel.

Ik kan U zeggen: het was niet al te duur, de bereiding ging tegen de verwachting in best wel snel, het vlees was mals en de smaak was goed te doen.

MIAUWWWWWW!!!!

Afstand: 51 km

Superfijn

We hoeven maar 200 meter het stuur recht te houden en strak vooruit te fietsen. En dan gooien we het stuur om en slaan we rechtsaf.

We zetten koers naar de Kapitale hoofdstad van Laos: Vientiane.

We gaan geen rare en opmerkelijke fietsavonturen aan vandaag. Joan is wat ziekig. Een schraperige keel. Een neus die steeds wil verstoppen. Opgezette klieren. Wat verhoging. En pap in de benen. Kortom: U heeft een beeld van haar gezondheidstoestand.

Eergisteren viel het fietsen haar zwaar en daarom hebben we gisteren een rustdag ingelast. Ze is een dagje diep onder de wollen dekens gekropen. Gelukkig voelt Joan zich vandaag wat beter. Vandaar dat we koers zetten naar Vientiane.

Maar dat doen we niet voordat we wat eten en drinken scoren. We kopen een zak brood voor je weet maar nooit. Die kunnen we dan ergens onderweg fijn besmeren met Nutella. We kopen (standaard) drie 1,5 liter flessen water en die vullen we gedurende de dag aan met nieuwe flessen. Elke tien kilometer stoppen we om flink bij te drinken. Met de huidige temperaturen verdwijnt het transpiratievocht uit onze lichamen sneller dan we kunnen aanvullen. Maar we doen wat we kunnen.

Na 15 kilometer zien we een bananenverkoopster. Bananen zijn ook altijd fijn om bij je te hebben, voor de broodnodige energie aanvulling.

Bananen kopen in Laos is een avontuur.

Die worden doorgaans per kilo verkocht. Echter, wij willen geen kilo, wij willen vier stuks van die gele kromme rakkers. Het is een flinke uitdaging om dat elke keer aan bananenverkopers duidelijk te maken. Maar ook deze keer lukt dat na een tijdje. Met de nodige precisie en voorzichtigheid worden de vier bananen door de verkoopster met een sikkelvormig mes van de overige bananen gescheiden. Op mijn grapje welke bananen nu alimentatie moeten betalen wordt hier in Laos slechts lauwtjes gereageerd. Terwijl ik het zelf een vrij geslaagde grap vind………

Afijn.

De laatste fase in het bananenverkoopproces is aangebroken. Het betalen. De kiloprijs is volstrekt helder. Daarover zal de discussie niet gaan. Maar ja, wat is de prijs van vier bananen?

Ik weet niet of deze bananenverkoopster gewoonweg geen zin heeft om die rekensom te maken, of dat het een te ingewikkelde opdracht voor haar is. Maar ze gebaart dat we ze gratis mee mogen nemen. Dat is geweldig lief maar dat willen we niet. We betalen haar een fijn bedrag.

Hoe dan ook, wij zijn vier bananen rijker.

We fietsen verder. We stoppen zo af en toe voor een fraaie tempel. Er zijn er hier genoeg te vinden.

We ontvangen veel support zo langs de weg. De mensen zijn goedlachs en vinden het prachtig als we een paar woorden in het Laotiaans terug zeggen.

Na een kilometer of zestig gaan we op zoek naar onderdak. Geweldig kieskeurig zijn we niet maar het eerste Guesthouse zakt qua hygiëne en comfort door de ondergrens. We wijzen het af. Dat afwijzen doen we deze keer iets gemakkelijker omdat we nog twee ijzers in het vuur hebben binnen een straal van 10 kilometer. Bij het tweede ijzer is het raak. Hier gaan we een nachtje blijven.

Het allerbelangrijkste vandaag is dat Joan zich na 68 kilometer fietsen nog prima voelt. En dat is superfijn

Afstand: 68 km

Anarchie

Met nog acht kilometer te fietsen worden we plots staande gehouden.

Mevrouwtje Joan, meneertje Gerrit, de road is gesloten tot 17.30 uur. We kijken op onze klokjes en zien dat het pas 14.15 uur is…….

We vertrokken vanochtend vroeg met goede zin. Sowieso met de gedachte dat we nog 3,5 maand mogen rondfietsen in Azië. En dat het asfalt voorzien is van een helblauwe kleur met witte wolken en een hemel die asfalt glad is. Maar vooral met het vooruitzicht dat dit onze eerste volledige fietsdag in Laos gaat worden.

De inwoners van Laos zitten er warmpjes bij en zullen niet snel koud vatten. Het land ligt namelijk fijntjes ingesloten tussen Myanmar, China, Vietnam, Cambodja en Thailand. Er wonen ruim 7 miljoen mensen en is daarmee het meest dunbevolkte land in Azië. Maar tot zover dan ook wel het goede nieuws, lieve lezer. Want Laos is van alle eerder genoemde land het armst.


En dat arm zijn dat merk je. Bijvoorbeeld aan de doorgaans wankele toestand van de wegen. De staat van de huizen en het aanbod in de winkeltjes. De sfeer is totaal anders dan die in Vietnam. Rustiger, relaxter en het is ook groener. De Mekong rivier vergezeld ons deze fietsdag. We trappen onze eerste kilometers hier in Laos met buitengewoon veel plezier en met een brede glimlach weg.

De fietsdag verliep heuvelachtig maar nergens deed het echt pijn. Echter van de laatste 15 kilometer zijn ze hier in Laos vergeten de feestversiering aan te brengen. De ballonnen op te blazen. En vergeten de toastjes met eiersalade te besmeren en de kaasblokjes van een Laotiaans vlagprikkertje te voorzien.

Die laatste kilometers lopen namelijk bergop. En niet zo’n beetje ook. De stijgingspercentages zijn nog net van het niveau fietsbaar. Maar veel gekker moet het niet worden. Haarspeldbocht, na haarspeldbocht, na haarspeldbocht stijgen we verder.

Eindelijk hebben we het topje van de berg bereikt. Nu zullen we ons ’s fijn naar beneden laten zoeven. Maar dat is buiten de Laotiaanse waard gerekend, lieve lezer. Want precies op het punt dat we de afdaling willen inzetten staat er een rij wachtenden. We worden opgehouden door een man in een geel hesje en een vervelend puberjong met van die etter en puspukkels op van die slofslippers. ‘Neeh, Hollandsche fietsers, U mag er niet door. Er wordt aan de weg gewerkt, en die weg hebben wij hermetisch afgesloten. Om 17.30 uur heffen we de afzetting op en mag U weer verder fietsen’.

Heel eerlijk. Ik kan vrij goed wachten. Ik heb een behoorlijke hoeveelheid geduld meegekregen. En dat de zon tijdens dat wachten onverbiddelijk op onze hoofden brand, ach, dat valt allemaal best wel mee. Maar goed, het is wel 3 uur en 15 minuten wachten. Echter, wat veel erger is: we zullen de laatste acht kilometer dan in het diepe duistere avonddonker naar ons overnachtingsadres moeten fietsen. En dat is een weinig aanlokkelijk vooruitzicht (het streven is om altijd om - veiligheidsredenen - voor het vallen van de duisternis ergens binnen te zijn).

De rij achter ons zwelt aan. En na een uur wachten trekt de eerste automobilist de stoute schoenen aan. Hij schuift de wegafzetting opzij. En rijdt door. De man in het gele hesje reageert niet. De puberjongen wel. Hij sloft naar de wegafzetting en plaatst deze meer strategisch naar het midden van de weg. Dan volgt een andere auto. De rijdt ook door de afzetting heen. Daarna wat brommertjes. Complete anarchie ligt op de loer.

Zoals dat werkt in dit soort situaties: als hunnie door mogen rijden, dan mogen wullie toch ook doorrijden. Joan trekt de fietshandschoenen aan (en voegt toe, Ik dacht, ‘laat ze de tering krijgen met dat wachten!’) en ik volg haar voorbeeld. We stappen op – kijken vooral niet om - en fietsen langs de wegafzetting.

Er wordt inderdaad over een lengte van 3 kilometer serieus aan de weg gewerkt. De wijze waarop dit gebeurt (mannen die in de volle zon stenen stuk slaan en deze met blote handen in een zelf gemaakte beton vlecht constructie verwerken) maakt diepe indruk op ons. Tjonge, wat een slechte werkomstandigheden……

We laten de wegwerkzaamheden achter ons. En niet veel later vallen we een klein dromerig dorpje binnen. Hier hebben ze een bed voor ons opgemaakt. En is er een douche waar stromend water uitkomt.

En iets te eten vinden zou toch ook moeten lukken.......


Wat een fijne anarchistische fietsdag.


Na Hin
Afstand: 57 km

Venz

Vandaag is alles anders.

Verliepen onze fietsdagen tot nu toe zo vlak als net iets te droog gebakken pannenkoek (mijn lieve moeder was er een ster in). Zo vlak als de Flevopolder. Zo plat als een dubbeltje. Dat – ontzettend lieve lezer – dat gaat nu veranderen.

Gisteren hebben we 74 kilometertjes weggetrapt. Op zichzelf geen buitengewone prestatie. Het wegdek deed z’n naam een keer geen eer aan: het wegdek was goed geasfalteerd, de rit verliep gladjes. De zon scheen, er was niet al te veel verkeer. En dat maakte dat we al om 14 uur in het slaperige dorpje Tay Son aankwamen.

Tay Son ligt aan de voet van een berg. En bovenop die berg ligt de grenspost die toegang geeft tot Laos. En omdat we naar Laos willen, kunnen we niet om die berg heen. Want ja, om nu onze kostbare vakantiedagen te besteden aan het wegbeitelen van die berg, dat is misschien wat veel gevraagd. Dat beitelen op zichzelf zou nog wel gaan, maar vind maar ’s een GAMMA of PRAXIS hier waar je een geschikte en enigszins betaalbare hamer & beitel op de kop kan tikken…… Daarbij: ik ben mijn GAMMA voordeelpas vergeten, dus een eventuele korting kan ik op mijn buik beitelen…….

Afijn….

Een flinke klim ligt ons in het verschiet. We hebben een overnachting gezocht zo dicht mogelijk aan de voet van de klim.

Want ja, weten nu al: de klim gaat ons vele uren bezighouden. Bovengekomen zullen de douaniers van Vietnam en van Laos ons het hemd van het lijf vragen. En als we daar zonder kleerscheuren doorheen zijn gekomen, moeten we nog 35 kilometer Laos in fietsen. Tijd om snel te beginnen dus.

We beginnen met eh……. het zoeken van een eh…….poncho! De regen valt namelijk met bakken uit de hemel. Een regenpak is met deze temperaturen een absolute NO GO. Die hebben we thuisgelaten. Dus dan maar een poncho.

De eerste 8 kilometer kunnen we de bovenbenen wat warmdraaien. Maar kort daarna begint het klimfeest. Na een venijnig klimmetje moeten we even op adem komen. We zijn pas op een hoogte van nog geen 100 meter. We moeten naar 800!

Het wordt – zo fietsend naar de grens van Laos – steeds groener en groener. De (lichte) regen die ons vergezeld versterkt de ervaring van het fietsen in een subtropisch klimaat. Het ruikt naar pas gemaaid gras. De nevel slaat uiteen op onze gezichten en begeleidt ons tijdens het fietsen naar verder omhoog.

We hebben goede zin. De berg blijkt uitstekend fietsbaar te zijn. De stijgingspercentages zijn goed te doen. We hoeven eigenlijk niet te stoppen om op adem te komen. We klimmen gestaag door naar een hoogte van 200 meter, 300 meter, 400 meter.

Ze zijn op dit traject aan het boetseren en kleien met de verschillende bruggen die we over moeten steken. Van tijd tot tijd worden we in een haarspeldbocht even staande gehouden, en mogen na een vrolijk praatje met de verkeerbegeleider weer door. We zijn inmiddels op 500 meter aangekomen. We trappen door naar 600. Nog 160 hoogtemeters te gaan. De vermoeidheid wil maar niet komen. We trekken nu profijt van onze frequente bezoeken aan de sportschool in het afgelopen jaar.

We komen hoger. De wind trekt aan. Het wordt kouder. We zijn doorweekt. De combinatie transpiratievocht, regenwater en het vuil van de straat maakt dat er geen droge vezel meer aan ons lijf te vinden is. We voelen ons viezer dan vies. De fietsen zien er uit als beesten.

Nog een haarspeldbocht. Nog 100 hoogtemeters te gaan. De omstandigheden laten zich nu het beste vergelijken met een koude regenachtige Hollandsche herfstdag. Nog een bocht. En nog een. Nog 50 hoogtemeters te gaan.

Joan fietst sterk naar boven en ligt steeds net iets voor me. Ze ziet als eerste een gebouw dat eruit ziet als het immigratiekantoor. Ze gaat naar binnen en informeert. De grenspost blijkt naar een paar bochten naar boven te liggen.

Niet veel later rijden we tegen een slagboom aan. Dat wil zeggen: we remmen precies op tijd om niet tegen het ding aan te knallen. En helemaal onverstandig is dat niet, Want de slagboom wordt bewaakt door stoere en nogal formeel uitziende Vietnamese douaniers.

Grenzen passeren, ik ben er dol op. Sowieso vind ik het fantastisch om op een degelijke reis meerdere landen aan te doen. Als je denkt het ene land (in dit geval Vietnam) een beetje door te hebben, dat je denkt te snappen hoe het werkt, dan moet je weg zijn. Tijd voor nieuwe geuren. Tijd voor nieuwe kleuren. Tijd voor nieuwe ervaringen. Althans, dat heb ik.

Ik kan ongelofelijk veel bewondering opbrengen (en hier ligt geen spoortje cynisme onder) voor mensen die elk jaar naar dezelfde vakantiebestemming gaan. Zelfde huisje of caravan. Zelfde favoriete restaurantje. Zelfde gerecht. Zelfde campingwinkeltje, daar waar de Venz melk hagelslag al vakantiejaren lang op het linkerschap, 3e plank van rechts staat. En dat dat ook altijd zo blijft. Vakantie jaar na vakantiejaar.

Ik wou (en nog een x, ik meen dit) dat ik dat kon. Maar ik kan dat niet. Er moet steeds weer iets nieuws, iets onverwachts gebeuren. En eerlijk; dat is niet altijd fijn, comfortabel en handig. Zeker niet. Soms zelfs in tegendeel.

Wat ik geleerd heb gedurende mijn fietsreizen: zorg dat je een volle maag hebt voordat je de grens perikelen in wordt gezogen. Ze duren altijd langer dan je denkt of verwacht. En met een volle maag kun je eventuele tegenvallers of vertragingen net iets beter het hoofd bieden.

Net rechts van de slagboom zit een eettentje. Daar eten we onze buikjes rond, wisselen onze overgebleven Vietnamese Dong(s) in voor Laotiaanse Kip(en). En vervangen onze Vietnamese SIM kaarten voor die van LAOS.

De grenspost van Vietnam loopt bepaald niet over van duidelijkheid. We moeten flink zoeken naar hoe het werkt. Maar uiteindelijk krijgen we een stempel waar volgens mij opstaat: ”fijn dat U er was twee Hollandsche fietsers, maar U heeft ons land nu wel voldoende onherstelbare schade aangebracht, sodemieter nu maar op”.

En daarmee nemen we – met wat pijn in het hart - afscheid van Vietnam.

We fietsen door. We bevinden ons nu in een stukje niemandsland. Dat vind ik altijd het leukste stuk van het passeren van landsgrenzen. In feite zijn we nu nergens. Niet in Vietnam. Niet in Laos. Ik heb me wel ’s afgevraagd of je in dit stuk niemandsland zou kunnen wonen. En wat dan je status is …..

Het grenskantoor van Laos is duidelijk herkenbaar. Na 15 minuten hebben ze ons voorzien van de broodnodige stempels in ons paspoorten en kunnen we door.

Laos is voor ons een grote onbekende vlek. We zijn er beiden nooit geweest en waar zich hier de campingwinkel precies bevindt en op welk schap we de Venz melkhagelslag kunnen vinden: We hebben (nog) geen idee. En oh, wat is dat fijn!

We houden U met veel plezier op de hoogte en hierbij speciaal voor U – lieve lezer – hierbij de eerste LAOS foto's:

Lak Sao (Laos)
Afstand: 74 km

Knisper Knasper Knesper

Ik zal er maar eerlijk voor uit komen.

Ik heb een beperkt aantal heimelijke genoegens. Heimelijk tot nu toe, want ik ga ze nu met U delen. U heeft dat wel verdiend ontzettend lieve en trouwe lezer (Roel, Geesje, Hidde lezen al vanaf 2011 mee…..).

Ik kan op reis maar moeilijk zonder van die wattenstaafstokjes. U weet wel, van die stokjes met aan weerszijden watjes waarmee je zo heerlijk in de oor kan draaien. Oh man, wat is dat lekker! En ik weet ‘t: de oorarts is faliekant tegen en heeft daar vast ook hele goede redenen voor bedacht. Maar ik zeg: Fuck die oorarts! Oh…..wat is dat toch heerlijk, dat gedraai in het oor!

Tijd voor een tweede ontboezeming.


Een ander genoegen vind ik het eten van verse cornflakes in combinatie met ijskoude melk. Ik weet niet wat het is, ik vind dat verrukkelijk. Dat geknispper-knesper tussen de tanden en kiezen. Oh man, je kunt me er voor wakker maken. Ik weet niet van ophouden.

Het is dat mijn koolhydraat arme dieet het me in geen velden en wegen toestaat. Anders zou ik als ik U was nu aandelen bij Kellogs Cornflakes aanschaffen. En ik zou als ik U was al uw zuur verdiende spaarroebels inzetten. Uw geldbeurs geheel en al omkeren. Want ik kan de omzet – en daarmee de aandelenkoers - in mijn eentje naar grote hoogten doen stijgen. Ik houd U op de hoogte als het zover is….. (maar let dan wel op dat ze u niet pakken voor het hebben van ‘voorkennis’ en met een naheffinkie komen….).

Over Cornflakes gesproken: Vietnamezen ontbijten overigens ietsje pietsje anders dan wij gewend zijn te doen.

Gebakken rijst, gestoomde rijst, gekookte aardappelen, gebakken aubergine, een goed gevulde noodlesoep en tal van warme gerechten vormen een doornormaal begin van de dag voor ontbijt knagend Vietnam. Volgens mij leggen ze daarmee niet alleen een fundament voor de dag maar voor het verdere verloop van hunnie hele leven.

Gisteren zijn we na een 50 kilometer lange rit in knoertwarm weer, fietsend langs badderende waterbuffels en rustieke haventjes met kleurrijke houten vissersboten, gearriveerd in Vinh. En dat hadden we back terug in de jaren zeventig niet kunnen denken. Because en omdat de hele stad Vinh tijdens de Vietnam oorlog tot op de fundamenten vernietigd is. Niets stond meer overeind.

En dat zie je bij het binnenrijden van Vinh. Het heeft er voor gezorgd dat in de hele stad geen historisch gebouw te vinden is. De straten zijn recht en symmetrisch en gebouwen zijn relatief nieuw en daarmee modern en hoog. Vinh is daarmee niet het meest fonkelende pareltje op onze reis.

‘Waarom dan toch Vinh uitgezocht om daar een dagje te blijven Gerrit en Joan’?

Nouwwww….lieve lezer, de benen willen na iets van 500 kilometer stoempen en ploerten wel ‘s even iets van rust. En Vinh lag op de route, en ja, dat is fijn. Want om omweg te maken naar bijvoorbeeld een iets meer bezienswaardige stad als Parijs of Istanboel, dat leek ons net iets te dolletjes te worden en vonden dat ook geen recht doen aan de gedachte van een rustdag. Vandaar Vinh dus.

Vietnamezen zijn luidruchtig. Althans vanuit ons perspectief bezien. Zelf zullen ze er een stuk minder last van hebben.

Jah, ik bedoel: als er een groep Vietnamezen een paar generaties terug tegen een andere groep had gezegd: ’Jeetje wat zijn jullie luidruchtig’, dan lijkt het me toch gek dat die andere groep niet een welwillend oor voor dit ongemak zou hebben gehad. Dat die niet ontvankelijk zouden zijn geweest voor de argumenten van de andere groep. En dat die mensen het s’ avonds nog ’s met de buren tijdens ‘t wassen van de auto’s op de oprit hadden besproken, En dat ook die gezegd zouden hebben: die groep heeft eigenlijk wel gelijk. Het is misschien niet onverstandig om inderdaad ’s wat minder hard te praten. En minder lawaai te maken. En minder te toeteren. En dat we van die dialoog, dat proces nu - generaties later – de volle vruchten zouden hebben kunnen plukken. Dat had me wel waarschijnlijk geleken.

Alleen denk ik dat Vietnamezen het helemaal niet door hebben. Zich er helemaal niet aan storen. Dat die helemaal geen praatgroepen in het leven het geroepen om hunnie eigen luidruchtigheid te bespreken. Neeh! Die praten gewoon zo. Die vinden 5 maal per minuut op hunnie harde claxon drukken doodnormaal.

Kortom: het lawaai- en prikkelongemak dat wij in Vietnam ervaren is iets van ons.

En met die wetenschap en dat inzicht is reizen in Vietnam daarmee net als met een wattenstaafje in je oor peuren en net als het knisper knasper knesper wegknagen van cornflakes met koude melk.

Het is verrukkelijk & verslavend!


Vinh
Afstand: rustdag

Vietnamees kippenvel

De goedlachse en vriendelijke mevrouw van het hotel die onze was heeft gedaan en dezelfde mevrouw - die vanochtend om 5.45 uur (!) hard en onophoudelijk op onze hotelkamerdeur bonsde tot ik ‘m met mijn slaapdronken hoofd eindelijk opendeed – wil met ons mee. Meefietsen!

Ze uitte die wens nadat we aan haar duidelijk hadden gemaakt wat voor een reis we momenteel maken.

We doen niet moeilijk en gebaren dat ze van harte welkom is. We wijzen vervolgens naar een van onze fietstassen en maken aan haar duidelijk dat daar nog wel wat ruimte is ………..

Ze lacht hartelijk en slaat het aanbod wijselijk af.

We stappen op en volgen korte tijd de geweldig drukke A1 weg. Touringcars, vrachtauto’s en anderszins proberen twee Hollandsche fietsers een kopje kleiner te maken. Ze zijn hiertoe intrinsiek gemotiveerd en willen het klusje snel klaren. Dan zijn ze er klaar mee en hebben ze tijd om wellicht een jarenlang verwaarloosde hobby eindelijk ’s op te pakken.

Echter, voor ze toe kunnen slaan, buigen we af en fietsen we op rustige weggetjes. Ver weg van het getoeter, de drukte en ook een eind verwijderd van de eerder genoemde moordzuchtige plannenmakerij.

Wat we wel aantreffen is hoe het dagelijks leven van Vietnamezen vorm krijgt. Hoe mensen leven. Hoe handel wordt bedreven. We fietsen door rijstvelden, zien waterbuffels een bad nemen En zien – hadden we niet verwacht – zo af en toe wat Katholieke kerken.

Het blijkt dat Vietnam niet een geweldig religieus land is. Maar liefst 73% van de bevolking hangt geen religie aan. Die groep eert de voorouders en gelooft meer in aanbidding van aardse rituelen zoals 'vuur'. Vijftien procent van de bevolking is Boeddhist. Als goede derde, volgt het katholisme. Dat is ruim 7%. En daarom zien we van tijd tot tijd grote en goed onderhouden kerken in Vietnam.

We mijden de grote doorgaande wegen en dat maakt dat we al kronkelend onze route vorm geven. Het gaat minder om het doel, maar meer om de reis. Minder om het maken van fietskilometers, meer het echte Vietnamese leven leren kennen.

We hobbelen over betonplatenpaden, beproeven onze hagelnieuw gemonteerde buitenbanden op keienpaden en tonen onze stuurmanskunsten op de onverharde en mulle zandpaden. We passeren daarbij een groep waterbuffels en zien honderden moestuinen aan ons voorbij trekken.

We fietsen door bananenbomen plantages en passeren van tijd tot tijd dorpjes met vaak een levende handel. Waarbij we veelal al onze handen en voeten nodig hebben om duidelijk te maken wat we wensen.

Het aantal begroetingen en opgestoken duimen kan - ons uit Nederland meegenomen telraampje - niet meer bijbenen. We ervaren al fietsend een kippenvelmoment en delen dit met elkaar. Fietsen op deze kleine weggetjes, ver weg van toerisme, mijlenver van ticket- souvenir verkopers en nog veel verder verwijderd van toerisme menu afzetprijzen, dat bevalt ons zeer.. Het fietsen en het hier zijn ervaren we als een waar feest!

Aan het einde van deze fietsdag vinden we een enorm en geweldig luxueus hotel niet ver gelegen van de Zuid Chinese zee.

Het aantal sterren van dit hotel passen maar nauwelijks op de gevel. Alleen de entreehal van het hotel beslaat een oppervlakte waar ons woonoppervlak (thuis) nog een Vietnamees puntje aan kan zuigen. Je kunt er gemakkelijk rolschaatswedstrijden houden. Kan je nog inhalen ook.........Het sjiek geklede personeel heeft de rode loper speciaal voor ons uitgerold en geborsteld.

Joan vraagt zich bij het binnentreden van dit hotel hardop af of de luxe van DIT hotel nu helemaal precies de gedachte weergeeft van een low budget fietsreis die we van plan waren te gaan doen……….

Hoe dan ook: de nacht hier doorbrengen zou toch MOETEN lukken. Zolang ik maar niet ga dromen van rolschaatsen.

Ik kan namelijk niet zo goed tegen verliezen.....

Dien Chau
Afstand: 67 km


HardeBuikDrukArts

Het lot treft me (Gerrit) van tijd tot tijd. Dus helemaal onbekend ben ik er niet mee.

De laatste keer moet een jaar of zeven geleden zijn. Plaats delict: ergens somewhere in Ethiopië.

Bij het uitkoken van mijn bidons – op mijn hotelkamer - kreeg ik door een ongelukkig toeval een bidon - gevuld met gloeiend heet water - over mijn voet gegoten. Water om te koelen was niet voorhanden. En dus werd ik in een diep donkere Ethiopische sterrennacht naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd alwaar 2e graads brandwonden werden vastgesteld. Einde fietsreis.

Iets verder terug. In 2011 werd ik behandeld in een ziekenhuis in Pakistan. Ik had ‘s middags een melkproduct genuttigd. Met een acute voedselvergiftiging tot gevolg. Wat ik me daarvan nog herinner was dat ik dood- en dood- en doodziek was. Wat ik ook nog weet is dat bij het binnen treden van het ziekenhuis talloze gebruikte injectienaalden op de grond lagen. In al mijn ziekzijn had ik nog de tegenwoordigheid van geest gehad om mijn eigen schone injectienaalden-tasje uit het hotel mee te nemen……
Het Ethiopië verhaal is via deze link terug te lezen: https://delustigereiziger.reismee.nl/reisverhaal/335436/watervoet/

Tot zover mijn buitenlandse ziekenhuis ervaringen.

Terug naar het heden.

Ik lig op mijn rug. En echt – ik weet dat uw gedachten soms vreemde kronkels hebben lieve lezer – ik wil U uit de droom helpen: ik heb me gedurende deze reis niet even snel om laten scholen tot automonteur. Niets daarvan. Mooi vak, maar ben er domweg niet technisch genoeg voor.

Ik kan de patronen van het systeem plafond in onze hotelkamer dromen. Ik zou – als je me s ’nachts wakker maakt – met de ogen die patronen geheel waarheidsgetrouw na kunnen tekenen. Tot in het kleinste detail. Ik kijk er namelijk al drie dagen en nachten naar. Ik heb de route van mijn bed naar het toilet zo vaak heen en weer gelopen dat er slijtageplekken in het hoogpolige nep-hout-parket zijn ontstaan. Ik verbruik meer WC rollen in de afgelopen drie dagen en nachten dan alle inwoners van een gemiddelde middelgrote Nederlandsche stad in heel jaar verbruikt. Kortom: ik ben aan de schijterij. En goed ziek!

Mocht ik u in het verleden nog wel ’s vrij uitvoering en behoorlijk gedetailleerd ‘die schijterij verhalen' uit de doeken hebben gedaan, dan zal ik gerust stellen: deze x zal ik dat achterwege laten.
Je wordt immers wat ouder, wat verstandiger. Dat doe ik niet meer. Honderd procent zeker weten. Dat laat ik deze keer achterwege.

Nouwwwww…… vermeldenswaardig is misschien toch wel dat het waterdun is. De watervallen van Co te België vallen er bij in het niet. Ik zou er zo een toeristische attractie van kunnen maken. Met kaartverkoop en parkeerinkomsten. Leuke souvenirs. Een WC rol in de vorm van een waterval. Geurkaarsjes....... Mogelijkheden te over. Een verdienmodelletje ligt in het verschiet.

Maar hier laat ik het bij.

Nou misschien dan nog ……..de substantie heeft alle kleuren van de regenboog, met ook een vleugje oranje er in. En het lijkt ook te reflecteren. Heel gek. Ik weet ook niet waarom dat is.

Maar nu is het mooi geweest qua beschrijvingen.

Nouwww….. als laatste dan …..het geurt en het lijkt in de verte op de geur van Vietnamese Loempia’s. Maar goed, verder zal ik U niet belasten. Beloofd is beloofd.

Nou ja, als aller-aller-laatste dan: het woord spetteren heeft in Vietnam een geheel nieuwe betekenis gekregen. Ze gaan het woordenboek er hier op aanpassen, heb ik begrepen.

Bij het vertrek uit Kim Bang – alweer wat dagen geleden – voelde het lijf anders dan anders. En ik had al zo mijn vermoedens.

Gedurende de rit voelde ik me minder worden. Het lijf werd slap. De benen pap. De kracht vloeide elke fietskilometer meer en meer uit mijn lijf. Fietsen was geen feest.

Te bed dus maar.

Omdat de situatie gedurende drie dagen en nachten alleen maar verslechterde hebben we koers moeten zetten naar het ziekenhuis.

Eerst moesten we registreren. En betalen. Daarna bloeddruk. Daarna een arts die heeeeeel hard en lang op mijn buik drukt, waarna ik bevestig dat dat inderdaad mijn buik is…….. (je hoopt dat de arts in kwestie nu juist DAT hoofdstuk op de Vietnamese LOI cursus ‘hoe herken ik een buik en waar zit dat ding precies’ met goed gevolg heeft afgerond, en dan niet met een zesje of zo, niet met de hakken over de sloot…..).

Afijn.

Weer betalen. Bloedafname. Echo van de buik. Uurtje wachten. Conclusie van de arts: U bent ziek (dank voor deze verhelderende informatie, veel dank).

We worden na 1,5 uur weggestuurd met een recept voor 5 verschillende soorten medicijnen. Het idee moet hiervan zijn dat er altijd wel eentje bij zit die helpt.

Het is een beetje alsof je met je auto naar een willekeurige bandspecialist gaat en zegt: ‘doe me ’s een goeie band’. En dat ie dan vier verschillende banden monteert en zegt: Kijk maar met welke band je het beste de bochten neemt en tijdig remt……..

Hoe dan ook. Een dag later ben ik weer in staat om dit stukje te typen. En dat is meer – veel meer – dan ik de afgelopen dagen kon.

Dan u wel lieve – maar toch ook wel een beetje – harde buikdruk arts.

(en veel dank aan Joan die mij verpleegd en geduldig wacht tot we verder kunnen)

Tam Coc
Afstand: - km