Smokkelwaar
We nemen zonder veel ceremonie en emotie afscheid van het onderkomen waar we de afgelopen nacht onze luikjes sloten en vanochtend – al waren het luxaflexjes – weer omhoog trokken.
Het was er niet om over naar huis te schrijven. En als we toch de behoefte zouden voelen om wat schrijfwerk te verrichten, dan zou het voorwaar geen lange brief worden. En mocht u -lieve lezer - tijdens de afgelopen Sinterklaas de smaak van het rijmen te pakken hebben gekregen en de schrijf honneurs voor ons waar zou willen nemen, zorg er dan voor dat je rijmt op: ‘(kei)hard matras’, ‘lekkende spoelbak’, ‘onvriendelijke eigenaar’ en ‘karaoke restaurant’. Dan heb je ons onderkomen in 1 rijmbrief aardig samengevat.

Het is mistig en fris als we onze fietsen bestijgen. Ik herhaal: het is mistig en fris. Voor ons frisjes, voor de gemiddelde Thai is het ijskoud. Die frisheid hebben we nog niet eerder meegemaakt.
Elke fietsdag begint met het insmeren van ons hoofd, armen en benen met zonnebrand factor 50. En dat smeren moet ook echt aan het begin van de dag, want na een kwartier fietsen krijg je het spulletje er niet meer opgesmeerd. Daar wil zeggen: dat er op smeren gaat wel, maar het transpireert er met dezelfde gang weer uit.
Fris dus. We hebben onze truien niet voor niets mee.
De etappe van gisteren – met een lengte van 75 kilometer – en waarbij er na 30 kilometer nog een flinke berg op ons lag te wachten - is ons niet in de warme kleren gaan zitten. We voelen bij het opstaan de stramme beenspieren behoorlijk. Vandaag lijkt een betrekkelijke vlakke etappe te worden.

De eerste fietsuren verlopen meer dan prettig. Het asfalt is glad. De mensen aan wie we voorbij trekken groeten ons vriendelijk en de zon strooit haar zonnestralen met veel enthousiasme over ons uit. De warmhoud truien kunnen al snel uit.

Van tijd tot tijd houden we een korte drinkpauze. We hebben het ons eigen gemaakt om elke tien kilometer een drinkpauze in te gelasten. Dat moet wel, want we transpireren harder dan we bij kunnen drinken.
We slaan vrij plots rechtsaf. Een onverhard weggetje op. Daarmee snijden we 15 kilometer af. Leuk bedacht, maar een beetje uitdagend is dit doorsteekje van 7 kilometer wel. Het is nog net van het niveau fietsbaar. Het gaat op en neer. Maar het is ook wel weer geweldig fijn en mooi.

In Thailand fietsen is een waar feest! Echter zoals bij elk feest is er altijd we een ‘gast’ of ‘knakker’ die je ietsje pietsje minder graag mag. Die op een feestje net de laatste borrelnootjes voor je weg grist. Het laatste speciaal biertje voor je neus wegkaapt. En die net de zilveruitjes (incl. vlaggetje) van het blokje jonge kaas afknaagt waardoor dat blokje kaas toch net iets minder lekker smaakt. Nou ja, dat soort types, je kent ze wel. Misschien bent U zelf wel zo iemand lieve lezer………dan komt het U zeker bekend voor.
In Thailand zijn dat soort types: de ‘honden’.
Ze hebben hier een heel speciaal ras: het kuitenbijtende-grote-witte-tanden-ik-kan-best-wel-hard rennen ras. Van tijd tot tijd krijgen we een aanval te verduren. Met name op de afgelegen weggetjes – waar we veelal op fietsen – zijn de honden ronduit agressief. Ze zijn weinig voorbijgangers gewend, laat staan twee Hollandsche fietsers. We hebben stenen op zak en een stok achterop de fiets voor het geval dat…………..En neeh, dat is niet zielig, althans niet voor die M@#$uckers van honden.

Het binnendoorweggetje heuvelt en kronkelt wat. En wordt gaandeweg beter van kwaliteit. En .........is van een betoverende schoonheid. Bananen- en mandarijnenplantages trekken aan ons voorbij. Ook hier – in dit afgelegen gebied – wonen en werken mensen.
Na 40 kilometer fietsen vallen we onze steun en toeverlaat in bange tijden binnen: de Seven Eleven supermarkt. Die vind je in heel Thailand. Na het openslaan van de deuren van de 7/11 stap je een ijskast in. De airco bij de 7/11 loeit altijd op volle sterkte. En dat is klimaat technisch gezien niet helemaal fijn, maar je kunt er wel fijn afkoelen. En koele etenswaren en drankjes naar binnen werken.

Als het maar even kan proberen we de lokale mensen een steuntje in de rug te geven door regelmatig juist daar wat bananen, ananassen en mandarijnen te kopen.
We stappen weer op voor de laatste 35 fietskilometers van vandaag. We fietsen van een tamelijk bosrijk- naar agrarisch gebied.

Waar in het noorden van Thailand de rijstvelden nog onaangeroerd laten liggen (na de afgelopen oogstperiode), zijn ze hier – enkele honderden kilometers zuidwaarts – bezig met het bewerken van de grond en zijn zelfs grote velden de afgelopen weken met rijst aangeplant. Het is prachtig om door deze velden met juist aangeplante rijst te fietsen.

Dat aanplanten gebeurt in dit deel van Thailand met machines. Maar soms slaan die enkele rijen, stroken of hoeken over, en die ontbrekende delen worden dan handmatig ingeplant.

Waar we in Vietnam en Laos onze watervoorraad aanvulden met flessenwater gekocht langs de stalletjes langs de weg, heb je in Thailand zo soms de mogelijkheid om je waterfles bij te vullen bij speciale watervulstations. Voor 8 Bath (minder dan 30 cent) kun je gemakkelijk 2 flessen van 1,5 liter vullen. En dat doen we. Weer een paar plastic flessen afval bespaard!

Een van mijn hobby's is het verzamelen van vogelverschrikkers, althans de foto’s, anders zou het een mooie boel worden…..U dacht toch niet echt dat ik die dingen uit de grond zou trekken en achterop de fiets zou meenemen…….lieve lezer toch…….. ik had U hoger ingeschat. Dat valt me echt van U tegen.
Neeh, de hobby is om zoveel mogelijk vogelverschrikkers in zoveel mogelijk verschillende landen op de gevoelige plaat vast te leggen. In Vietnam staat de teller op nul, zero, nada, nots, nothing. In Laos heb ik er twee te pakken gekregen. Maar Thailand spant de kroon. Ik heb er al tien mogen fotograferen. Hierbij een aantal van mijn ‘veroveringen’ op deze reis tot nu toe:



(mocht u ooit ’s een vogelverschrikker zien, spring dan van uw fiets,/of maak een noodstop met uw auto en spring eruit en maak een foto voor mij en stuur die dan naar mij op. Dan komt ie in mijn ‘fotomuseum’).
Wij zijn onderweg naar het historische park van Sukhothai. Je kunt er ruïnes bekijken van de oude hoofdstad van het koninkrijk Sukhothai. Het staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Joan heeft uitgevonden dat 60 kilometer ten noorden van dit belangwekkende – maar ook wel toeristische park – een ander park ligt. Minder bekend, het bezichtigen waard en veel minder toeristisch.

We hebben een hotel geboekt niet ver van de ingang van dit park. Dat we morgenochtend in alle vroegte willen bezoeken.
Na 77 kilometer fietsen knijpen we in de remmen. Toevallig net bij de ingang van ons hotel. Er is slechts 1 probleem: het hotel weet niet van onze reservering af. Dat heeft bij het management van het hotel de nodige consternatie en vertraging tot gevolg.
Maar U begrijpt het al. Alles kwam terecht in de welbekende kannen en kruiken. De appel viel niet rot van de boom. De olifant liep netjes langs de porseleinkast.
Kortom: wij trekken onze zweetsokken uit, voorzien de fietsketting van een drupje olie voor de rit die morgen komen gaat en gaan vanavond de hele avond laveloos aan de bar hangen: borrelnootjes eten, een heel krat speciaal biertjes achterover slaan en zilveruitjes met Thaise vlaggetjes wegknagen.
Die kutkaas blokjes eten we niet maar smokkelen we de zaak uit en die bewaren we als afleidingsmanoeuvre voor de bijtgrage honden.
Daar gaan we er zeker en vast nog een aantal van tegenkomen deze reis……
Tambon Yan Yao, Thailand
73 km
WAT lopen
We vertrokken vanochtend best vroegjes uit Chang Mai.

Chang Mai en z’n 1.2 miljoen inwoners waren nog niet helemaal wakker. En eerlijk gezegd wij ook niet, lieve lezer, na twee fiets loze dagen. Het was dat ons reiswekkertje ons dwong om onze slaapzakken te verlaten, anders hadden we er waarschijnlijk nu nog in liggen stinken.
We waren namelijk best wel WAT moe.
Het was voor ons de afgelopen twee dagen ‘WAT lopen’ in Chang Mai. De stad herbergt 1011 Tempels (die heten hier ‘Wat’) Chang Mai heeft daarmee de hoogste tempeldichtheid van heel Thailand. En U kent ons inmiddels lieve lezer: wij hebben ze allemaal hoogstpersoonlijk– exclusief en special- voor U geïnspecteerd. Teneinde U die verre reis naar Thailand zelf niet (meer) hoeft te maken. Dat ie van uw bucketlist verwijderd kan worden. Dat U er niet meer voor hoeft te sparen, dat U er niet meer aan hoeft te denken.
Om het risico geheel en al uit te sluiten dat u bij het aanschouwen van de Duizend en tiende tempel wellicht wat ‘tempelmoe’ wordt zullen we het aantal foto’s van tempels beperkt houden en er wat andere foto’s tussendoor frommelen.
Hierkomenze: (tekst loopt door vanaf de laatste foto))














Vandaag (dinsdag 17 december) zijn we dus vertrokken uit Chang Mai.
De stad uit fietsen verloopt gladjes. We kiezen de fijne kronkelende binnenweggetjes en fietsen al best wel snel de stad uit en zijn weer – waar we het zo fijn vinden – op het platteland. Hoewel de term ‘platteland’ niet al te letterlijk genomen moet worden …..

Hoewel we het meest hevige klimwerk van deze reis achter de rug hebben, staat ons vandaag nog een flinke klim te wachten. Net voor de klim – op 33 kilometer fietsen - houden we pauze. Een pauze die tevens benut wordt om klimmoed te verzamelen.

Na een half uurtje rust stappen op en slaan naar 400 meter rechtsaf. Het bergachtige gebied in. De eerste molshoop heuveltjes doorstaan we met gemak. Maar daarna moeten we – voor het eerst deze reis – van onze fietsen af, om diezelfde fietsen vervolgens kilometer na kilometer omhoog te duwen. We zijn er eventjes zoet mee……..

Eenmaal bovengekomen volgt een gedeeltelijke beloning in de vorm van het 200 meter naar beneden suizen van de berg. Halverwege de berg slaan we rechtsaf. En vandaar loopt het lichtjes naar beneden.

Het eindpunt van vandaag ligt niet vast. Er zou een overnachtingsadres moeten zijn, maar we hebben vooraf niets geregeld. Op goed geluk dan maar.

Het lukt. In een stoffig bergdorpje dat al jaren in een diepe slaap verzonken lijkt, vinden we onderdak. Eenvoudig. Matras op de grond. Geen airco.
Maar het is helemaal prima zo. We redden ons wel hier.

Oh wacht, niet vergeten: ons dagelijkse wasje moet nog……...
9010
'Heel eerlijk, lieve lezer, een beetje kinderachtig vond ik het wel'.
Ik voel dat ik U enige uitleg verschuldigd ben na dit enigszins cryptische begin.

Nou als eerste: we ontvangen nog wel ’s persoonlijke berichtjes van mensen die onze reis in twijfel trekken. Die menen dat wij thuis voor onze houtkachel zitten, de chocoladeletters (wat waren ze duur dit jaar!!) net achter de rotte kiezen hebben, en dat we ons momenteel opmaken voor de onvermijdelijke kerstboomkransjes en kalkoen kakelende rollade etentjes.
En dat wij dat fietsen door Vietnam en Laos maar een beetje uit ons klein duimpje zuigen. Dat al dat geschrijf over zonnestralende brandende hitte, hoge bergen en transpiratievocht dat gelijk een watervallende en stromende rivier door onze bilspleten stroomt, dat dat maar verzinsels zijn.
Het valt me wat tegen van sommigen dat van ons denken.
Maar niet getreurd: hier komt een bewijsstuk. Wij hebben namelijk afscheid genomen van het mooie en fijne Laos. En zeggen Sawasdee kha/khap (hallo) tegen de inwoners van Thailand.

Deze foto is genomen op de Friendship bridge die over de rivier de Mekong stroomt. Aan de ene zijde van de brug is de grens van Laos. Aan de andere zijde Thailand. En de foto is genomen precies op het midden van de brug. Waar ik eigenlijk nog in Laos sta, en Joan in Thailand.
Vijf jaar geleden fietsten wij zes dagen door Thailand toen we op weg waren naar Cambodja en de Mekong delta (Zuid Vietnam). Toen ik destijds mijn eerste meters in Thailand fietste begreep ik opeens waarom beginnende Wereldfietsers in Thailand gaan fietsen. Het asfalt is glad, Het verkeer is alert en er zijn voldoende voorzieningen.

Neem bijvoorbeeld de 7/11 (Seven Eleven). De naam refereert aan de openingstijden. De 7/11 is een manusje van alles. Vergelijk het met uw eigenste buurtsuper en plus het dan nog een beetje op. Je kunt er je SIM kaart kopen en opladen,. Je kunt er kant en klare maaltijden laten opwarmen en nog veel meer handige dingen. Het aanbod van artikelen is reuze en een groot verschil met de vaak eenvoudige winkeltjes in Laos en op het platteland van Vietnam, waar het aanbod veelal beperkt is.
Zodra we een eerste 7/11 zien knijpen we in de remmen, wisselen we onze Laotiaanse SIM kaarten en wisselen we die voor een Thaise provider. We pakken wat Bath’s van de Thaise bank af en kopen artikelen die we de afgelopen 1,5 maand gemist hebben.
We zijn de meest Noordelijke grensovergang die je in Thailand kunt vinden gepasseerd. We vinden het namelijk een leuk idee om vanuit het verste Noorden van Thailand naar het zuiden van Thailand te fietsen. En daarmee een mooie dwarsdoorsnede van het land te befietsen. Om dat uiterste puntje van Thailand te bereiken moeten we 20 kilometer noordwaarts fietsen En dat doen we.

We komen door Citrus (mandarijnen) plantages, En zien ook de sorteerfabrieken. Ook trekken Ananasvelden langs onze ogen voorbij en zien we rubberbomen (daarover later meer).
We trekken voornamelijk door agrarisch gebied. De rijstvelden liggen er dor en doods bij. Komend maart begint het regenseizoen in Thailand en dan begint de rijstteelt weer. De eerste boeren starten voorzichtigjes met de eerste voorbereidende grondwerkzaamheden. De grond wordt geploegd of gefreesd. En sommige percelen worden nu al ingezaaid en de percelen worden onder water gezet.




Het is een prachtig gezicht en we fietsen graag op de kleine binnen weggetjes om van tijd tot tijd in onze remmen te knijpen en de boeren en hunnie werkzaamheden gade te slaan. We knopen wat gesprekjes aan met locals. De meeste mensen zijn de Engelse taal in meer of mindere mate machtig en dat maakt het communiceren wat gemakkelijker.

Plots – tussen al die fijne Thaise landerijen – botsen we tegen een nogal Witte Tempel.

Dat komt op zich goed uit wat we wilden het religieuze bouwwerk toch bezichtigen. We hadden gehoord dat ze wat ‘witte’ schilderhanden te kort kwamen. En u kent ons lieve lezer, wij zijn de beroerdsten niet. We willen beste een handje helpen. Echter, niet voordat er voldoende verf beschikbaar is. ‘Of ik die effe wilde gaan halen’. Had ik verdikke verdorie-dag net niet de Praxis voordeel kaart bij me. Ja, prijsbewust als ik ben, loop je dan toch weer een mooie korting mis.

Ik weet het nog heel precies: RAL 9010. Dat was wat de monnik tegen me zei, toen ie me beval om de verf te gaan kopen. Ik vroeg het nog goed na: RAL 9010? Hij zei: dat klopt RAL 9010. Ik zei : weet U het zeker? Hij wist het zeker. Dus toen heb ik 2 miljoen blikken verf gehaald. RAL 9010. Voor de iets minder ingewijden: RAL 9010 is vrij wit van kleur, met een iets gelige toon.

Nou, en wij aan de slag. Gelukkig waren er meer helpende handen. Maar al met al was het toch nog een behoorlijk precies en tijdrovend klusje om die Tempel 9010 wit te krijgen.
En juist toen we zo’n beetje klaar waren kwam de monnik langs. Hij vond toch dat die gelige kleur het wit wel wat overheerste. Hij wilde ‘m nog witter hebben. En toen deed ie iets waar ik een hekel aan heb: hij probeerde zich er tussenuit te draaien. Hij ging goochelen met getallen. En zei ie tegen mij dat ie RAL 9001 had gezegd, terwijl ik 100% zeker weet die ie 9010 heeft gezegd. Zo kinderachtig!!
Joan is in dit soort situaties iets geduldiger dan ik, want ik moet U eerlijk bekennen lieve lezer: Ik was er wel klaar mee. In die zin, ik ga die tempel voor geen goud overnieuw met 9001 wit schilderen. Dat mag ie zelf doen. Klerelijer!
Maar des ’s avonds – toen ik de gebeurtenissen – nog ’s rustig de revue liet passeren ontstond er een soort van wraak plannetje ……
Hebben we toch stiekem die hele tempel in 1 nacht blauw geschilderd. Laat ‘m de Finke Tyfus Tering krijgen die RAL 9010 monnik.

Toen de we de laatste penseelstreek blauw hadden uitgestreken, onze handen verfvrij hadden gemaakt en alle sporen van onze aanwezigheid hadden uitgewist, zijn we pijlsnel op onze karretjes gesprongen.
Wegwezen hier! Op naar Chang Mai. Die stad is zo groot, daar kan ie ons toch niet vinden.

En anders geven we deze ‘jonge’ gewoon de schuld…..
Chedi Luang
Afstand: 66 km
Bedenkknakker
Kent U dat lieve lezer?
Dat uw verwachtingen hoog gespannen waren, en dat de werkelijkheid nog mooier uitpakte? Dat het nog beter was en werd dan U in uw stoutste dromen had kunnen bedenken? Of nee, laten we een andere
situatie bij de kop pakken.
Dat uw verwachtingen juist heel laag gespannen waren? Dat u er op voorhand geen hoge pet van op had. Dat u eigenlijk dacht dat er geen bal aan zou zijn. Dat u vooraf het idee had dat U zich
stierlijk zou gaan vervelen. En dat die verwachting dan geheel anders uitpakt.

Joan en ik puzzelen wat af. En dan heb ik het niet over die totaal nutteloze, stompzinnige en tijd verspillende kruiswoordpuzzels.
Dat de dingen bedacht worden: OK! Daar kan ik met een wagonlading frisse tegenzin met moeite enig begrip voor opbrengen. De bedenker heeft 3 huizen op de Bahama’s en reist elk weekend naar de haven van Monaco waar een Miljoenen kostend jacht voor hem/haar gereed ligt alwaar in de linkerhand van de eigenaar een frisse sangria bungelt en waar hij/zij met de rechterhand probeert het een toastje met kaviaar te eten en dit tracht te combineren met het maken van …………een kruiswoordpuzzel……

Eh nee, lieve lezer: nu trap ik zelf in de val. Wedden dat die kruiswoordpuzzel-bedenkknakker nog nooit zelf zo’n puzzel heeft gemaakt. Wedden om een tientje?!
Maar goed, dat het ooit bedacht is en dat daar nu de vrolijke financiële vruchten van geplukt worden dat is deze meneer of mevrouw moeilijk kwalijk te nemen. Maar dat je je hoofd breekt – en je kostbare tijd besteed - om die dingen te maken?!! En probeert op te lossen!!
Wat is nu toch de zin om een ander woord voor bijvoorbeeld het woord boot te verzinnen? Er is toch niets mis met dat woord? Staat gewoon in de Dikke van Dale. Het ding vaart als een dolle. Roeispanen erbij. Ja, je stoot je kop een paar keer in de sloten van Giethoorn aan de Fuckin houten bruggen. Ok. Maar wat is verder het probleem? Waarom moet er opeens een ander woord verzonnen worden voor boot.

En dan moet dat woord ook nog ’s aan totaal onzinnige eisen voldoen, zoals: het moet bestaan uit vijf letters (want er schijnen maar vijf vakjes beschikbaar te zijn, niemand weet waarom???). En d’r moet een O in voorkomen (de oplossing vind U overigens onderaan deze tekstuele bijdrage)
Why?? Waarom zou je dat doen? Wat heb je er in vredesnaam aan Welk Wereldprobleem wordt daar nu mee opgelost? Welk conflict wordt daarmee ietsje dichterbij een oplossing gebracht met het oplossen van die puzzel?
Aan mij niet besteed. Brrrrr…. ….. Nu zou dat trouwens ook kunnen komen omdat ik 1. Geen geduld voor heb. 2. Dat ik geen idee heb wat ik met de lege vakjes aan moet. Ik ging ze altijd van ellende maar inkleuren……..
Afijn.
Puzzelen dus.

Joan en ik zijn voornemens van Luang Prabang – gelegen in het centrum van Laos – koers te zetten naar de meest Noordelijk gelegen grensovergang van Laos en Thailand. We willen daar namelijk de
grens naar Thailand oversteken. Maar dat voornemen is fietsend niet zo heel gemakkelijk in praktijk te brengen.
Weg 13 – de meest voor de hand liggende route – hebben wij tot onfietsbaar verklaard. De kwaliteit van het wegdek is van het nivootje ‘abominabel’. Niet te doen! Een andere route betekent
een extra lus van 500 kilometer. En die lus herbergt best veel hoge bergen waar we overheen moeten. Een derde optie – een binnendoor route - is erg ongewis. Grote delen lijken onverhard te zijn.
Kortom we dubben. En dubben. En dubben. En kruiswoord puzzelen wat raak. En zoeken naar alternatieven.
Zwemmen over de rivier de Mekong – die naar de grens van Thailand stroomt - is een optie, maar waar laten we onze fietsen dan. Ja, U zegt lieve lezer? Ombouwen tot waterfietsen. Zou kunnen, maar is
met mijn technische beperkte kennis best een arbeidsintensief klusje. Daarbij, het is toch al weer even geleden dat ik mijn watertrappeldiploma – na 5 pogingen destijds – heb gehaald. En ja, 250
kilometer watertrappelend over de Mekong, is voorwaar een hele onderneming. Afvaller 1 dus.
Het vliegtuig pakken. Willen we niet. Daarbij moeten we dan twee dagen uittrekken voor het in elkaar plakken van twee fietsdozen (anders neemt de vliegmachine baas de fietsen niet mee). Afvaller 2.
Een touringcar dan. Die gaat over weg nummero 13. Doet er 19 uur over. Je komt volledig door elkaar geschud en geradbraakt aan. Afvaller 3.
Allemaal lekker die afvallers. Maar wat blijft er over?

Een boot dan? Een slowboat. Er vaart inderdaad eens per 2 dagen een boot naar de grens met Thailand. Deze vaart over de rivier de Mekong. Doet er 2 volle dagen over.
Een slowboat is een smalle lange ijzeren bak, waar men een houten raamwerk (wanden en dak) op heeft aangebracht. Als stoelen worden afgedankte bestelbusjes stoelen gebruikt. Een oude ronkende dieselmotor completeert het slowboat plaatje.
We twijfelen. 2 lange dagen op een boot?! Pff…..
Ik ben in de jaren zeventig een aantal malen met mijn oudste broer en zijn gezin (ik moet een jaar 5 of 6 geweest zijn) een aantal malen met een rubberboot het Veluwemeer overgestoken naar het vogel-eiland ter hoogte van Elburg. Ik reken deze boottochtjes tot de saaiste die ik ooit in mijn leven gedaan heb. En die overtocht duurde een half uur heen en een half uur terug. Deze boottocht duurt 2 dagen…….

Er schijnt ook een speedboat te gaan, die doet er 8 uur over, maar alleen als je het overleeft, anders ben je eerder klaar en ook meteen voorgoed klaar (en dit is geen grap). Je krijgt een integraal helm op. En daarna gaat het feest beginnen. De boten scheren en stuiteren Gods Gruwelijk hard over het water. Regelmatig vallen er dooien en halen de boten de eindstreep niet. Afvaller 4 dus.

We informeren bij de pier van de slowboat, en ja, de fietsen kunnen mee, we kopen 2 kaartjes. We gaan het doen.

Laat ik een lang bootverhaal inkorten tot enkele alinea’s. De MEKONG wordt door veel Azië reizigers beschouwd als een mythische rivier. Complete tours worden rond het thema MEKONG georganiseerd
Joan en ik zijn er 5 jaar geleden vele kilometers langs en regelmatig overheen (brug) gefietst. Mij deed die rivier helemaal niets. Gewoon een grote – wat uit de kluiten gewassen – lange sloot gevuld met water. Niets meer, niets minder. Ik begreep al die ophef over die MEKONG niet.

Daar moet ik op terugkomen, lieve lezer. Na twee dagen slowboaten op MEKONG.
Je moet de MEKONG niet van een afstand bekijken, je moet er OP varen. En dan zie je pas hoe het rivierleven langs de Mekong in z’n werk gaat.

Compleet geïsoleerde dorpjes trekken aan ons voorbij. Mensen die de was doen in de MEKONG. Die rijst zeven in de rivier. Dieren die er drinken. Mensen die er vissen. We zien een olifant. Complete moestuinen zijn er aangelegd op de oevers van de MEKONG. En nog veel en veel meer. Je komt ogen tekort.
De slowboat is voor de mensen die langs de rivier wonen het enige vervoermiddel om van A naar B te geraken. En hun spullen te vervoeren. Met regelmaat legt de slowboat dan ook aan en neemt iemand aan boord of zet iemand op de rotsblokken af. En vaart dan snel weer verder.

De slowboat is alles behalve een toeristische attractie, maar een essentieel, betaalbaar en onmisbaar vervoermiddel voor de locals. Ja, er varen toeristen - zoals wij – mee op de boot, maar die mengen geweldig fijn met de locas. Ik speel verstoppertje met een meisje van 3. Er heerst een fijne relaxte sfeer aan boord.


Een reis waarvan we beiden op voorhand niets van verwachtten, waar we zelfs wat tegen opzagen, is een van de hoogtepunten van onze reis - tot nu toe - geworden.


Vlak voor de invallende duisternis meren we aan in het grensplaatsje Hua Xay. Vandaar is het nog 10 kilometer fietsen naar de grens van Thailand. De grens oversteken doen we morgen.
Nu gaan we een plekje voor de nacht zoeken. Onze laatste nacht in Laos.
*oplossing kruiswoordpuzzel = sloep, maar drijvend kadaver reken ik ook goed, je moet zelf maar kijken of je die twee woorden in de vijf beschikbare vakjes kunt proppen……klein schrijven (=een tip: doe er uw voordeel mee)………..doe er ook maar ’s wat voor……..lieve maar toch ook enigszins luie en passieve lezer*
Hua Xay
Afstand: 125 km (slowboat)
Braakballen
Het bezoeken van Luang Prabang stond hoog op ons verlanglijstje.
Niet voor niets. De vierde stad van Laos herbergt tal van religieuze bouwwerken. En U kent mij inmiddels lieve lezer: als het aankomt op het gebied van religie, dan bent U bij mij aan het juiste adres, dan staat U in de juiste rij, dan bent U bij het juiste loket aanbeland.
Maar goed: ik ga U niet langer lastig vallen. Hier komen de fijnste Luang Prabang foto’s.
Nouwwwwwww…..wacht even: er moet nog wel iets verteld worden.
Want hoezeer we ook genoten hebben van de stad en haar religieuze bouwwerken, er was iets van een dissonant. Iets wat de goede sfeer een ietsje deed verdunnen.

Vijf jaar geleden hebben de ministers van Transport van China en Laos een overeenkomst gesloten. China zou een spoorlijn bouwen die loopt van de Chinese stad Kunming naar de Laotiaanse hoofdstad Ventiane. Een traject van 1000 kilometer. Gevolg: sinds een tijdje rijd er een hypermoderne hoge snelheidstrein door een van de armste landen van Zuid Oost Azië. De spoorlijn doorkruist het prachtige platteland van Laos, splitst dorpjes in tweeën en/of gaat er met een hoog viaduct overheen. Fietsend hebben we de spoorlijn diverse malen gekruist. Eenmaal hebben we de trein in levende lijve mogen aanschouwen. Het is werkelijk geen gezicht.
Die spoorlijn vormt een directe verbinding tussen China en Laos. Kosten: een slordige 5 miljard. Beide ministers waren maar wat in hun nopjes toen de handtekeningen waren gezet. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de Chinese minister – eenmaal thuisgekomen het meest tevreden moet zijn geweest. Dat ie zijn benen op een hocker heeft gelegd, zijn vrouw een zoen heeft gegeven en toen een champagneflesje heeft doen ontkurken. Immers, de Chinezen hebben een directe verbinding met Laos, er kan dus volop handel gedreven worden met Laos en de overige landen. Laos daarentegen heeft flink wat leningen moeten afsluiten om financieel bij te dragen aan de tot standkoming van de spoorlijn. U mag drie x raden bij wie de leningen door de Laotianen zijn afgesloten. U zegt, lieve lezer: de Chinezen? Dit antwoord is met Chinese precieze gegeven en goed bevonden. Sticker van de juf.
Deskundigen spreken hun twijfel uit of de Laotianen die leningen ooit zullen kunnen terugbetalen aan de Chinezen. En of het hen economisch gezien de voorspoed gaat brengen die hen is voorgespiegeld. Dat China een zorg zijn. Die hebben hunnie spoorlijn mooi liggen.

Ik wil me niet opwerpen als China deskundige, maar de volgende stelling durf ik wel aan: ‘niet de Amerikanen, niet de Russen maar de Chinezen nemen de Wereld stap voor stap over’.
Fiets voorbeeld 1: in Pakistan zijn de Chinezen eigenaar van de Karakarom Highway. In 2011 fietste ik er. Die Highway door de bergen vormt een directe en superbelangrijke verbinding met China. De Pakistanen hebben er inmiddels niets (meer) over te zeggen.
Voorbeeld 2: In Senegal en Gambia (waar Joan en ik enkele jaren geleden fietsten) kopen de Chinezen grote oppervlakken grond op. De locals mogen het tegen torenhoge kosten huren. Eigenaar worden ze nooit meer.
Om u niet te vervelen, zal ik het qua voorbeelden hierbij laten. Maar ze zijn nog lang niet op….

China neemt overal in de Wereld grondposities in. En als je er maar genoeg hebt verworven, dan komt er een moment dat een belanghebbende met jouw als eigenaar moet komen praten. En dan is de Chinees spekkoper.
Terug naar Luang Prabang.
In alle grote steden in Laos zijn ultramoderne stations gebouwd. Vijf keer per dag (7 dagen per week) braakbalt de trein grote groepen Chinezen uit hun coupekrop. Die stappen in een plezierig luxe en prettig geaircoot busje en gaan van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid. Daar aangekomen hobbelen ze dan achter met zo’n vrouw met zo’n vlaggetje aan en gaan Laos 'doen'.
En dat hebben we geweten. De Chinezen nemen de steden van Laos over. Je kunt geen stap zetten of je struikelt er over. Ze zijn luidruchtig. Vrij oppervlakkig. En ze bewegen zich op manier van ‘I/We own the Place’. Het is gewoon vervelend volk. Bondig samengevat: Kut Chinezen!!
En dat is allemaal nog tot hier aan toe, maar deze grote aantallen Chinezen schaven wat plezier af van ons bezoek aan de mooiste steden van Laos. Eigenlijk worden de Chinezen en hun gedrag meer bezienswaardig dan de 'echte' bezienswaardigheden.
Hoe dan ook: hier komen dan echt de foto’s waarbij we geprobeerd hebben zoveel mogelijk Chinezen uit beeld te houden. Maar als U goed kijkt – lieve lezer – ziet u vijf zakken rijst. Daar heb ik hoogst persoonlijk vijf Chinezen in begraven.
Voor de duidelijkheid: Vijf per zak!!
En nu maar hopen dat ze niet van rijst houden........








Luang Prabang
rustdag
Satésaus
Na 70 zeer inspannende fietskilometers knijpen we in de remmen.
En dat knijpen in de remmen is maar goed ook, want waar de druk van de remblokken de velgen tot stilstand dwingen, staan we precies recht voor ons hotel. Het is goed om te merken dat met ons gevoel voor timing – ondanks de zware inspanningen van vandaag - nog niets mis is.
We zijn in Luang Prabang.
‘U zegt, lieve lezer: dat kan u niet schelen? Al waren we in Tietjerksteradeel? Al fietsten we rond de hunebedden in Borger? Al reden we rondjes op het kerkplein in Oegstgeest? U zegt, hoor ik het goed: het zal U een Laotiaanse worst wezen?
Tjonge jonge, wat een vijandigheid. Dat had ik van U niet verwacht.’ We hebben het toch al die jaren altijd best fijn met elkaar gehad?!
Ik zou de confrontatie met U aan kunnen gaan lieve lezer, maar ik bijt het puntje van mijn tong af. Laat ik de verstandigste zijn. Ik stel voor dat we tezamen de reset knop indrukken en eventjes opnieuw beginnen.
Luang Prabang dus.
Als je kaart van Nederland voor je neemt ligt Luang Prabang waar Zwolle ongeveer ligt. In het hart van Laos. Luang Prabang is een stad met maar 47.510 inwonende piepeltjes en is gelegen aan de Mekong in de provincie Luang Prabang heeft een rijke historie. Het is qua inwonertal de vierde stad van het land.

We werden vanochtend om 6.30 uur gewekt en hebben onze fietstassen bij elkaar gezocht en ingepakt. Het begint een routineklusje te worden.
De kamer waar we de afgelopen nacht sliepen was van alle basisgemakken voorzien. Er stond een bed. Het had een WC. Maar dat was het ook. Geen airco. Geen WIFI. Geen warm water. Toch hadden we het geweldig naar ons zin. Het dorpje oogde vriendelijk, de bewoners waren dat ook en het uitzicht was magnifiek.

Kort voor vertrek vanochtend bakte de eigenaar van het Guesthouse nog wat eieren voor ons. En dat moest voorlopig genoeg zijn om de tocht van 70 km te aanvaarden.
We dalen vandaag van ruim 1500 hoogtemeters naar iets van 300 hoogtemeters. Nu hoor ik u denken: ‘dat wordt een makkie vandaag Joan en Gerrit’. Nouwwww, lieve lezer: u gooit de pijl niet helemaal in het midden van de pioenroos.

Over de eerste 10 kilometer hebben we meer dan een uur gefietst. We daalden eerst wel een ietsje. Maar stegen daarna weer naar 1500 hoogtemeters. Toen daalden we naar 1300 km. En toen stegen we weer naar 1450 hoogtemeters. U begrijpt: heel veel plezier van dat dalen hadden we vooralsnog niet.
Daarna sloegen we rechtsaf naar weg nummer 4.

Deze weg ging op en af. Het is zoals mijn leraar (meneer Boverhoff, dikke man met geweldig veel humor) op de hoveniers vakschool zei bij praktijkles tuinen aanleggen, als we een gazon moesten egaliseren: hij zei, ‘naast elk gaatje, ligt een bultje’.
En zo is het met dit deel van de route ook. Het is fietsbaar, maar na verloop van tijd gaan die venijnige op en af heuvels je lelijk in de kuiten bijten. Ook mentaal kan dat steeds maar op en af fietsen een dingetje worden.
We komen door de fraaiste dorpjes en haar vriendelijke bewoners. Het is geweldig genieten in dit deel van Laos.


Uiteindelijk komt deze weg (het is dan 14.00 uur, stekende zon, 35 graden +) uit op weg 13. Hier houden we een flinke pauze en eten een bord nasi weg. Gebakken rijst met ei kun je in Laos – waar ze het aanbieden - prima kopen en eten. De nasi doet mij terugdenken aan mijn moeder. Zij maakte het elke zaterdag. Mijn moeder – de trouwe lezers weten dit inmiddels – was de liefste moeder van de hele Wereld, maar geen - ik herhaal dit met weinig plezier - geen culinair wonder. Toch kon ze een heel behoorlijke nasi op tafel toveren.

Ondanks het wat stroeve begin van deze bijdrage aan het weblog heb ik heb een tip voor U, lieve lezer. Sinterklaas en Kerst staan inmiddels voor uw deurmat. Mocht U gasten hebben uitgenodigd, en hetgeen u van plan was voor hen te bereiden dreigt volledig te mislukken (bv. de eigengemaakte chocoladeletter is verbrand, de kerstkalkoen bleek nog niet dood toen u ‘m opdiende, zomaar een paar voorbeelden van mislukte gerechten die mij wel ’s zijn overkomen). Hier komt de tip: gooi er satésaus over! Echt waar; satésaus maakt alles lekker. Uw gasten zullen u prijzen voor uw culinaire kunsten. 100% succes gegarandeerd.
In Laos is deze fles (zie hierboven) chilisaus gelijk aan het effect van de satésaus. Het maakt een nasi superlekker. De flessen staan altijd en overal op tafel in restaurants. Jammer dat mijn moeder deze truc niet gekend heeft………


Het is maar goed dat we tijdens het kauwen van de nasi nog niet weten wat ons de laatste 20 kilometer van deze fietsdag te wachten staat. Maar daar komen we – en U ook lieve lezer – nu spoedig achter.
Kijk dat hele fietsen, dat kunt u ook! Geen probleem. U trekt u eigenste karretje uit de schuur, doet een drupje olie op de ketting, gaat op het zadel zitten en trappen maar. Tot zover gaan probleem.
Als je dat redelijk onder de fietsknie hebt dan kun je datzelfde prima in een ander land doen. Ik zou persoonlijk eerst even proefdraaien met een rondje Drenthe. Of een sightseeing tour door Biddinghuizen. Of ………nou ja, zoek zelf maar een fijne locatie om te oefenen.
En als dat bevallen is dan kun je prima de grens oversteken. En als je daar op je fietsje stapt en de ketting strak trap, dan zal je zien, dat gaat daar ook prima.

De werkelijke uitdaging zit ‘m minder in het fietsen zelf. Het zit ‘m meer in de randzaken. De dingen die rond het fietsen spelen. Kan ik onderdak vinden? Waar vind ik water? En waar is iets eetbaars te vinden? Hoe verhoudt ik mij tot de brandende zon? De hoge temperaturen of zo soms de verzengende hitte? De hoge luchtvochtigheid. Maar ook, hoe ga ik om met bedelende kinderen, kuitbijtende honden. De verdomd hoge bergen? Langsrazend verkeer. En de twijfelachtige kwaliteit van de wegen?
En zo’n uitdaging ligt de laatste 20 kilometer (ook nooit de eerste 20 kilometer, neeh altijd als je tot op de draad versleten bent) op ons te wachten.

Het Laotiaanse wegdek reken ik tot een van de slechtste waar ik ooit gefietst heb. In 2011 fietste ik door Pakistan. Daar heb je de gevleugelde uitspraak: ‘Pakistan kent bestemmingen, er lopen alleen geen wegen naar toe’. Laos kan zich zonder moeite scharen in de rij waar Pakistan in staat. En komt daarmee op stip binnen op plaats 2.
Zo zout heb ik het nog niet gegeten op mijn fietsreizen. Elk kort strookje glad asfalt wordt hier afgewisseld met grote gaten, gravel en grote ronde stenen waarop je botten door elkaar geschud worden. Fiets en materieel worden danig op de proef worden gesteld. En daarbij: je komt erg moeizaam vooruit. (en nee, bovenstaande foto geeft bij lange na niet hoe catastrofaal het wegdek daadwerkelijk is.....)
De laatste 20 kilometer zijn een echte struggle. Doorbijten tot op het tandvlees, afkluiven tot op het bot.
Behoorlijk afgedraaid komen we tegen 16 uur bij ons hotel aan. We waren om 7.30 uur aan de fietsdag begonnen……..
Door ervaring wijs en rijk geworden: vanavond geen ingewikkelde vraagstukken en/of onderwerpen agenderen. Lekker douchen, eten, ontspannen en hopen dat alle botten in onze lichamen weer hun oude plekje terugvinden in onze lijven.
En mocht dat niet lukken, dan gooien we er gewoon een emmer satésaus overheen.
Daarmee komt alles goed.
Tot slot: de eerste en tot nu toe enige vogelverschrikker die ik in Laos heb mogen fotograferen:

En daar ben ik heeeeeeeel blij mee!!
Luang Prabang
Afstand: 70 km
Hoedje van papier
Wij zijn niet de doelgroep.
Verre van dat. Joan komt qua leeftijd nog het dichtstbij. Maar ik ben er een aardig eind van verwijderd.

Er lopen hier best veel Westerse toeristen van een jaartje of 25. Van die vlotte jongelui, los in de heupen en in voor plezier en activiteiten. En dan is dit the right place to be. Je kunt hier raften, slingeren als een aap aan een ZIP line, tours boeken die je naar toppen van bergen of spelonkachtige grotten voeren. Je kunt in een luchtballon over de bergen zweven, in zo’n propeller zweefding als een roofvogel door de lucht cirkelen, met rubberen banden de rivier af en ondertussen barretjes aandoen waar je gezellige alcoholische versnaperingen kan nuttigen en nog veel meer hippe vlotte activiteiten waar Joan en ik ons – na rijp beraad – maar niet aan wagen. Na gedane arbeid zijn er des avonds fancy restaurantjes met hippe muziek. De menukaarten variëren van Mexicaans tot Thais. Je kunt hier alles eten waar je maag van knort.
Ik zit het wat aan te kijken.

Verdorie, die jongelui zijn nu een stuk slimmer dan toen ik 25 jaar oud was. In plaats dat ik in Laos mezelf goed zat te vermaken, werkte ik op tuincentrum/hoveniersbedrijf de Vollehof in Wezep. En zat wekenlang op m’n knieën in een - van doorzichtig landbouwplastic opgetrokken - tuinkasje, vaste planten en  coniferen te stekken. Met mijn onafscheidelijke radio in de buurt, die op dinsdagmiddag afgestemd stond op de VARA (in de tijd dat elke omroep nog een vaste radio-dag had). Die hadden de leukste muziek. Elke donderdag was het TROS dag, met s’ middags: vijftig pop of een enveloppe. Gepresenteerd door Tom Mulder. Wat had ik daar een bloedhekel aan.
Toch staat het - waar wij nu zijn – lichtjaren af van het Laos waar we de afgelopen dagen doorheen zijn gefietst.

Â

Deze mooie zijde van Laos staat ver af van de glitter en glamour backpackers wereld waar we ons nu in bevinden.
De glitter en glamour was hier 1,5 week geleden trouwens ver te zoeken. Sommige lieve lezers hadden ons in persoonlijke berichten al gewaarschuwd. In Vang Vieng (want daar zijn we) zijn 1,5 week geleden 6 toeristen om het leven gekomen: twee Denen, een Amerikaan, twee Australiërs en een Brit. Er is methanol in hunnie drankje terecht gekomen, en daar zijn ze aan overleden. Het was 1,5 week geleden vrij prominent in Nederland in het nieuws.
Helemaal onbekend is dat aanlengen van alcohol met methanol in Laos niet. Kees van der Spek (RTL) heeft er als ’s een reportage over gemaakt. En daarbij ook aangegeven welke gevaren er schuil gaan in het drinken van een degelijk drankje.
Toeristen worden door de vele hotels hier gelokt met een zgn. happy hour. Tussen 14 en 16 uur, twee drankjes voor de prijs van 1. Of soms zelfs worden drankjes gedurende een uur gratis verstrekt. Om dat betaalbaar te houden/de kosten te drukken wordt een truc uitgehaald. Alcoholische drankjes worden aangelengd met methanol. Â Methanol zit onder andere in spiritus. Het wordt ook wel brandalcohol genoemd. Dit spulletje verkeerd stoken of in de verkeerde verhoudingen mengen kan dodelijk zijn.


Je dochter is 19. Vorig jaar mocht ze voor het eerst zonder ouders op vakantie maar dan wel met een groep vriendinnen. Dat was haar niet zo goed bevallen en dit jaar wilde ze alleen. Alleen naar Azië en naar het avontuurlijke Laos. Haar eerste trip.
Vrolijk en goed gemutst stapte ze op het vliegtuig. Haar bezorgde ouders achterlatend, die hun kind nu echt moeten loslaten. En dat loslaten gaat 999.999 van de 1 miljoen keer goed. En nu dus niet. Er is iets bij haar drankje aangelengd (per ongeluk of niet) en dat is haar fataal geworden. En vijf anderen ook. Wat lijkt me dat een vreselijk bericht dat je dan als ouders dan te horen krijgt……..

Het is allemaal in 1 hostel gebeurd. Het is niet ver van ons hotel. Ik zoek het hostel op en zie dat het gesloten is. Er hangt een doek met met een weinig fijnzinnige tekst aan het hek. 'Until problem is resolved...........'. Ja de Laotiaanse overheid weet er fijntjes woorden aan te geven. De eigenaren zijn vorige week door de politie opgepakt en voorlopig kun je er geen kamer boeken. En dus ook geen aangelengde drankjes drinken……. En dat lijkt me meer dan goed nieuws!

Vanochtend ben ik met mij hoofd tegen de scherpe rand van een golfplaten dak aan gelopen. Aanvankelijk leek het mee te vallen, maar Joan die meer zicht had op de schade dan ik, schrok zich een hoedje van papier. We hebben wat in de rondte gesproeid met jodium en wat pleisters bovenop mijn kop geplakt. In de hoop dat de wond de komende dagen zal herstellen.
Maar al met al bezien – en als je dat vorige bericht in ogenschouw neemt – valt dit allemaal reuze mee.

Nee, we zijn niet echt de doelgroep hier. We voelen ons er niet at home. Morgen trekken we verder noordwaarts, in de richting van Luang Prabang. Richting mooie natuur, fijne landschappen en lieve mensen.
En hopelijk zonder aangelengde drankjes.
Veng Viang
Afstand: 25 km
Ventiane's mooiste
Morgen. gaan we Ventiane - de hoofdstad van Laos - verlaten en trekken we noordwaarts.
Maar vanzelfsprekend en natuurlijk niet zonder dat we U verblijden met de fijnste foto's 's van Vientiane.
Hierkomenze.......









