Tinifififit
Hoera, hoera. Het is feest!
Wat ben ik blij dat ik de geboorte aan mag kondigen van onze nieuwe aanwinst. Ze is ruim 1600 meter hoog. En ze weegt een waanzinnig groot aantal loodzware kilo`s (we moeten u het precieze aantal kilo`s schuldig blijven, er zijn al tien weegschalen naar z`n grootje geholpen). We hebben haar al een naam gegeven. En noemen haar Tini.
Maar bij nader inzien is er weinig reden om feest te vieren. Om eerlijk te zijn. T`is een kutkind. Een gedrocht. Ik zie er als een berg tegenop. Het lijkt nu al een kreng van een kind te zijn. Ze heeft op alles wat te vitten. Nu al. Ik moet nog naar de Burgelijke stand om aan te geven (ik geef haar eigenlijk liever af). We noemen haar bij nader inzien en nog net op tijd geen Tini. Maar Tini Fififit.

Geachte lezer. Wat kan een fietsdag toch raar lopen. Zo fiets ik nog te ploeteren op een geweldige bergpas. En zo rol ik een best wel grote stad binnen. En zit binnen een mum van tijd in een cafe op een plastic tuinstoel. Met maar liefst 3,5 poot. Temidden van allemaal jonge Marokaanse kerels. Llive naar Real Madrid-Deportivo te koekeloeren. Niet helemaal mijn ding. Echter helemaal negeren kan ik het niet. Want de TV beslaat een hele wand. En het geluid staat op nivootje kom-ik-zal-uw-trommelvliezen-s-ff-in-no-time-naar-de-knoppen-helpen. En ik moet zeggen. Dat lukt heel aardig.
Maar de dag zou de dag niet zijn als ie niet ergens een begin had gehad.

Toen het licht door mijn tentje brak, zo rond 7.30 uur vanochtend. En ik al twee keer de gebeden van de Imam probeerde te negeren, wat van geen kanten lukte overigens. Besloot ik het hele zaakie op te breken. En daarna op te staan. Dat hele opbreken van mijn tent en het daarna inpakken van mijn spullen begint langzamerhand een routineklus te worden. Met een uurtje ben ik meestal startklaar.
Ik moest 1,5 kilometer terugfietsen naar het centrum van Agdz. Om daar de doorgaande weg naar Quarzazate te nemen. Na een ontbijtje en de noodzakelijke inkopen vertrek ik. Het is niet zomaar een doorsnee fietsdag. Ik verlaat vandaag zachtjes de Draa Vallei, met z`n palmen. En Oases. En ruil die in voor het Hoge Atlas gebergte. En da`s nog niet alles. Ik ga vandaag ook een heuse bergpas bedwingen.

Ook vandaag laat de wind zich gelden. En gelijk aan de vier voorgaande weken blaast ie vol in m`n snufferd. De wind loeit en giert door de ventilatiegleuven van mijn fietshelm. Hebben die ook `s wat te doen. Heb ik verdorie ook voor betaald. En nu worden ze eindelijk aan het werk gezet.
Ik heb me er inmiddels bij neergelegd. Dat ie de verkeerde kant opwaait. De wind. Waar ik ook ga. Welke richting ik ook uit fiets. Ik heb `m deze hele fietsreis tegen. Ik zie het niet langer als een probleem, maar als een feit. En dat helpt enorm. Soms praat ik tegen `m. Lieve woordjes. Om `m gunstig te stemmen. En dat helpt dan weer geen ene malle moer. Hij blijft gewoon zijn dagelijkse bezigheid onverdroten uitvoeren. En dat is deze Hollandsche fietser lastig vallen met zijn grootste hobby. Tegendraads woei zeggen. Nou ja. Moet ie lekker zelf weten. Mij heeft ie er niet meer mee.
Behalve de tegenwezigheid van wind begint de weg vanaf fietsmetertje 1 te stijgen. Niet hard. Maar toch. Naar 11 kilometer begint het serieuzere werk. Ik ben aan de voet van de bergpas gekomen. Die me 20 kilometer lang flink aan het werk gaat zetten.

Na vele haarspeldbochten en drie fietsuren later denk ik de top bereikt te hebben. En maak daar deze een fijne zgn top-foto.

Maar helaas. Ik heb te vroeg de feestbalonnen opgeblazen. Ik moet nog drie kilometer verder fietsen. Ik laat de lucht weer uit de balonnen lopen (wel in de goede richting, dat zult u begripen). In totaal ben ik ruim vier uren aan het klimmen. En dan. Dan. Eindelijk heb ik haar bedwongen. Het kreng! De Tizi n Fififit. Het heeft me op een hoogte van ruim 1800 meter gebracht. Ik ben geweldig opgetogen.

Net als auto`s die me onderweg naar de top gepasseerd zijn of me tegemoet kwamen. Raampjes gingen open. Gebalde vuisten werden zichtbaar. Ik heb mensen zien applaudiseren. En kreten horen slaken. En aanmoedigingen horen roepen. Je zou er verwaand van raken.

En eerlijk is eerlijk: ze deed niet eens verschrikkelijk veel pijn. Die Tini. De benen waren van gehard staal vandaag. De pezen van betonijzer. De spieren als kabels van hoogspanningsleidingen. Het bloed gierde als hydraulische olie door mijn aderen. Ik leek goddomme de man van 5 mijoen wel. Of de Hulk. Of de sterkste man van Nederland. Vandaag kon niets me deren.
En misschien daarom wel werd ik het slachtoffer van een ietsje pietsje overmoed.
Want ik had in het enige dorpje op dit trace best een plekje voor de nacht kunnen zoeken. Het was tenslotte al 14.30 uur toen ik de top bereikte. Maar sterk als ik me voelde dacht ik wel even door te kunnen knallen. Naar Quarzazate. 40 kilometer verderop. Een grotere stad. Met vast een hotel. En een bed.

En ik zal de pleister er in 1 keer aftrekken. Dat is ook gelukt. Maar het ging niet vanzelf. De weg ging flink op en neer hier in het hoge Atlas gebergte. Kortom, ik moest behoorlijk wat klimwerk verzetten. En kwam net voor de duisternis inviel deze drukke stad binnen gerold. Wat een overgang. De hele dag in de bergen. Rust. zuivere lucht. Geweldige uitzichten. En van het ene op het andere moment bevind ik me in een krioelende mensenmassa. Het kwam als een echte schok voor me.
Ik vind snel een hotel. Met de gezelligheid en uitstraling van een voormalig oostblok-hotel. Niet je meisje mee naar toe nemen. Is een tip, doe er je voordeel mee. Tenzij het een snolletje voor dr bij is. Dan zou het kunnen.
De kamer heeft een fijne douche. En een bed. Ik vind om de hoek een flink bord spaghetti. En bestel er daarna nog eentje. Tot grote verbazing van het bedienend personeel. Die zich afvragen waar ik die pastaslierten laat.
Met nog tien dagen te gaan ben ik nog slechts 200 km van mijn einddoel: Marakesch. En ondanks de zware fietsdagen die me nog te wachten staan. Moet dat goed haalbaar zijn.
Daarom ga ik een omweg maken door een prachtige vallei. Ik heb een geweldig mooie route gevonden. Op mijn kaart. Die ook rete zwaar is. Maar een beetje overmoed kan geen kwaad. Ik ben de enige die er mogelijk last van gaat ondervinden.
Nu snel te bed. De spaghetti-slierten 1 voor 1 zien te verteren.
En uitrusten.
Etappe: Agdz - Quarzazate
73 km
Babel
Picture this!
Een toeristenbus. Met Amerikaanse toeristen aan boord. Beweegt zich traag voort door een bergachtig landschap. Een aantal toeristen ligt wat te dommelen. De meesten vergapen zich aan het aan hen voorbij trekkende machtig mooie bergen.
Op hetzelfde moment staan twee jongetjes op de helling van een berg te spelen. Met een geweer. Stiekum gepikt van hun vader. Ze rommelen wat. Ze experimenteren wat. Ze proberen wat. En opeens gaat het geladen geweer af. Per ongeluk. De kogel gaat door het raam van de toeristenbus. Ook per ongeluk. De kogel raakt een Amerikaanse toeriste. In de hals. Ze raakt ernstig gewond. Grote paniek in de bus. Grote paniek bij de jongens. Ze rennen verschrikt weg.

Lieve lezer. Gisteren ben ik over de N9 van Zagora naar Tinzoulin gefietst. Een prachtige weg die me door de Draa Vallei voerde. De Draa is normaliter een rivier. En nu ook. Echter de Draa staat al een hele tijd droog. Gelijk alcoholisch minnend Marokko. Dat sinds 1975 ook droog staat (uitgezonder een aantal vergunninghoudende hotels in het hogere segment, die mogen bier en wijn schenken). En langs de rivier loopt een vallei. En ik vermoed, maar helemaal zeker weten doe je het nooit, dat het daarom de Draa Vallei wordt genoemd. Maar `t is en blijft een gok. Hang me er dus niet aan op.

In de vallei staan palmen. Die zijn er niet vanzelf gekomen. In vroeger tijden trokken de kamelenkaravanen van Noord naar Zuid. Met dadels die men in het Noorden had geoogst. Om deze te verkopen in bijvoorbeeld Sudan. Al reizende snoepte men zelf ook wel `s stiekum een dadeltje. En spuugde de pit uit. En zie hier de reden van de honderden kilometer lange palmenstrook. En ik fiets er dan ook al ruim 200 km langs op.

Gisteren ben ik express ietsje eerder gestopt om zo`n Oase (Palmerie) `s wat beter te bekijken. Want het is nogal een dingetje hier. Die palmen. De palmen leveren om te beginnen dadels. Die worden hier geoogst als ze oranje-geel zijn. Daarna worden ze te drogen gehangen totdat ze bruin zijn. Voordat ze verpakt worden, wordt het stof er afgespoten.

Ze worden overal in de vallei, langs de weg te koop aangeboden. En ook worden de dadels geexporteerd. Zodat wij er aan ons keukentafeltje (of in de kamer, of badkamer, op het toilet, op je zolderkamer, in de hal, in de kelder, of op het terras of op je gazonnetje, nou ja, kijk zelf maar even waar jij je dadeltje wil knagen) er ook van kunnen snoepen.

Maar da`s nog maar een (1) van de toepassingen van de palm.
De afgestorven bladeren van de palmen worden veelal door vrouwen bij elkaar gezocht. Er worden omheiningen van gemaakt. En manden van gevlochten. En het wordt ook gebruikt om vuur mee te maken. De dode stammen worden over de lengte in vieren gespleten om daarna gebruikt te worden als constructiemateriaal (bv. voor het stutten van de daken). Eigenlijk worden alle delen van de palm gebruikt. Niets wordt ongebruikt weggegooid.

Onder de palmen (in de oase) speelt zich een wondere wereld af. Je kunt een stukje grond kopen. Die grond is nl zeer geschikt (vruchtbaar) om groenten te verbouwen. Momenteel staat er veel luzerne, dat als veevoer gebruikt wordt. Maar ook bloemkool en tuinbonen groeien er. Er is een zeer vernuftig irrigatiesysteem bedacht om het water dat van de bergen komt daar te voeren waar ze het willen hebben.
De Oase die ik nu beschrijf bestrijkt toch al snel 5 vierkante kilometer. Je kunt er gemakkelijk verdwalen.

Vanochtend ben ik met een gevoel van lichte opwinding vertrokken. Nu begin ik elke fietsdag met een gevoel van lichte spanning. En blijde verwachting. Over wat gaat komen. Wat me deze fietsdag weer gaat brengen. Welk avontuur me te wachten staat. Welke landschappen me weer zullen begroeten. Welke mensen ik weer zal treffen. Vrolijke opwinding dus. Maar deze dag is anders dan de andere dagen. De etappe is qua omvang goed te doen. Slechts 45 kilometer hoef ik weg te trappen. Dus dat is op zichzelf niet de veroorzaker van de opwinding. Maar ik heb snode plannen. Lieve lezer.
Ik ga vandaag een Kasbah (uit leem en steen opgetrokken serie huizen) bezoeken. En niet zomaar 1. De oudste nog in tact zijnde Kasbah in Marokko. Goed bewaard gebleven. Deze dateert uit de 16e eeuw. En er is nog iets. Met deze Kasbah.
Deze Kasbah wordt regelmatig gebruikt voor filmopnamen. The English Patient is hier gerdraaid bijvoorbeeld. En……….een van mijn favoriete films aller tijden is hier (deels) opgenomen: Babel. Met in 1 van de hoofdrollen: Brad Pit (die eindelijk `s een fatsoenlijke film afleverde). Babel won destijds een Oscar en de verwachting was dan ook dat de film grote bezoekerscijfers zou halen. Helaas is de film aan het grote publiek voorbij gegaan.
De film gaat over hoe misverstanden, miscommunicatie. onbegrip. En hoe momenten van ondoordachtzaamheid en foute beslissingen een mensenleven ingrijpend kunnen beinvloeden. Kortom, geen flilm om met een lekkere familiezak chips nou `s ff ontspannen voor te gaan zitten. Maar een gelaagde film met 3 verhaallijnen die door elkaar lopen. En alle drie dit zelfde thema hebben.
Hoe het verder ging?
Nadat de jongetjes zijn weggerend. Is de bus doorgereden naar het eerste beste stoffige en geheel van de buitenwereld geisoleerde bergdorpje. Daar aangekomen kijken de bewoners verwonderd naar de grote bus. En de toeristen met hun dikke buiken. En foto- en videocamera`s. En hun vreemde taal. De toeristen op hun beurt zijn erg argwanend naar de lokale bevolking.
Als eenmaal de ernst van de situatie tot de dorpsbevolking is doorgedrongen wil die graag helpen. Met alle goede bedoelingen. Maar de cultuurverschillen en de taalbariere`s maken dat de bus met de inmiddels bang geworden toeristen vertrekt. De gewonde toeriste (actrice: Julie Miller) en haar man (Brad Pit) worden aan hun lot overgelaten. De dorpsbevolking ontfermt zich over hen.
De jongens krijgen inmiddels op hun falie van hun vader, die lucht heeft gekregen van het voorval. De jongens worden door de politie opgepakt en behandeld als criminelen. Zodra de media er lucht van krijgt wordt het zelfs een Internationale kwestie. `Terroristische aanslag op Amerikaanse toeriste` vormen de headlines van de kranten. Er wordt in de Amerikaanse media om vergelding gevraagd, om politieke maatregelen.......

deze foto is afkomstig uit een fotoboek dat in de ruimte ligt
Ik sta nu precies, maar dan ook precies, in de ruimte, op de plek, waar de opname plaatsvond waar Brad Pitt zijn gewonde vrouw bijstaat.
En eerlijk gezegd gaat me niet om Brad Pitt. Helemaal niet zelfs. Je kunt me nauwelijks een liefhebber van zijn oevre noemen. Hij zat toch ook met die hoe-heet-die-muts-ook-alweer in die Titanic film. Ja toch? Of was dat die knul van Di Caprio? Ah, what the fuck. 1 pot nat. Alle twee is `t helemaal niks..
Ik heb de hele Titanic-film zitten hopen en bidden dat die boot het zou overleven. En dat Brad Pitt of dat jong van Di Caprio het loodje zou leggen. En als dat gebeurd was dan had die verschrikkelijke Celine Dion dat hele kutnummer (WANT DAT IS `T) ook niet ten gehore hoeven te brengen. Daarmee was ons veel leed bespaard gebleven lieve lezer. Dat had heel koopavond minnend Nederland veel leed bespaard. Je kon goddomme in elke Hollandse koopgoot dat nummer uit de speakers horen knallen. Ik kwam in die tijd de deur niet echt uit, als dat niet perse noodzakelijk was……… Ik raak, net als de Titanic, lichtjes uit koers. Merk ik.
Maar goed. Terug naar de Kasbah. Het feit dat mijn favoriete film hier, hier precies op deze plek, voor een deel gedraaid is maakt dat ik een zekere sensatie ervaar.
Nog specialer wordt het als ik hoor dat de jongen die het geweer heeft doen laten afgaan, en ter plekke door de filmcrew gecast is, de neef blijkt te zijn van de gids die me rondleidt. `Oh, zegt ie quasi nochalant: hij moet hier ergens rondlopen`. Even later zie ik inderdaad de knaap in levende lijve. Inmiddels heel wat jaartjes ouder. Ik vind het leuk om hem te zien. Maar zo te zien is hij al te vaak met dit fenomeen geconfronteerd. Hij kijkt wat afwezig. Ik laat deze filmster verder maar met rust.
Ik verlaat de Kasbah. Stap op. Om nog slechts 6 kilometer af te leggen. Via een fijne onverharde weg. Die me dwars door een Oase voert en uiteindelijk naar Agdz brengt. En nu zult u zeggen:`Gerrit wat kan mij dat schelen`' Jah. Mij komt het toevallig goed uit. Want daar wilde ik precies naar toe. Agdz. Echt waar. Sommige voorvallen kun je nauwelijks toeval noemen. Dat moet bijna wel voorbedachte rade zijn.
Het is vier uur en het is een drukte van schooljeugdbelang op de weg. De schooljeugd gaat in twee groepen naar school. Schooltijden zijn van 8.00 tot 12.00 uur. En een tweede groep gaat van circa 14.00 uur tot 18.00 uur. De hogere opleidingen gaan van maandag tot zaterdag naar school. En hebben grote `gaten` in hun rooster. In die `roostergaten` gaan ze naar huis. Hiermee proberen ze de hitte grotendeels te vermijden.
Ik doe wat inkopen. En vindt een camping. Die eigenlijk meer voor campers is (zoals alle campings in Marokko). Maar hier vind ik een stukje gras waar mijn tent prima kan staan.
Ik sta in een Oase. En ook hier moet de Kamelen-dadel-karavaan langs zijn gekomen en de berijders een paar pitjes hebben uitgespuugd. Want ik sta onder, hoe kan het ook anders:
De hier onvermijdelijke palmbomen.
Etappe Zagora-Tinzoulin- Agdz
BillenBonnie
Gisteren heb ik een dagje in de Sahara doorgebracht (best wel stoer om dat te mogen en kunnen zeggen).
Het dorpje Mahimd (waar ik verbleef) heeft de uitstraling van een wildwest dorpje. Met wat winkeltjes. Er wordt wat gesmeed. Wat getimmerd. Er sukkelt een ezeltje wat te sukkelen. Er spelen wat kinderen. En er loopt een asfaltweg midden doorheen.
En dan.
Dan opeens. Dan stopt het asfalt met langer asfalt te wezen zijn. En gaat het op een bepaald moment over in zand. De Sahara. Heel speciaal en bijzonder om die overgang te mogen zien.
Mahmid bestaat behalve dit WildWest dorpje ook uit een oude Kasbah (een uit leem opgetrokken dorp). De meeste toeristen hebben de blik op het zand gericht en laten de oude kasbah links liggen. En helemaal terecht is dat niet.

Ik ben er een kijkje gaan nemen. Het werd een bezoek dat gemengde gevoelens losmaakte. De Kasbah is prachtig mooi. Maar kinderen vielen me erg lastig. En werden zelfs wat te opdringerig. Echt fijn en vrij rondlopen was nauwelijks mogelijk. Een fatsoenlijke foto nemen ging eigenlijk ook niet fijn. Vrij snel zocht ik een rustigere plaats op. Schudde hiermee de kinderen van me af. En verliet de Kasbha.
Daarna heb ik een aantal uren door een stukje Sahara geslenterd. Heb me verwonderd over de onmetelijke vlakte. En heb het stof (want er is geen zand te bekennen, althans niet zoals wij het kennen) door mijn vingers laten glijden. Zover ik maar kon kijken: stof, stof en nog `s stof. `De aarde verworden tot een woestenij, gereduceerd tot stof`.

Imposant. Elk gevoel van referentie ontbreekt in die onafzienbare zandvlakte. Geweldig mooi. Fijn ook om het op deze manier te doen. Ik heb even in de verleiding gestaan om me te laten vervoeren verder de woestijn in. Maar ik had geen zin in toerristengedoe met een overnachting. Het onvermijdelijke kampvuur. Waar ik dan in kleermakerszit bij moet gaan zitten (slecht voor je liezen joh!). En als je vette pech hebt heeft iemand een gitaar mee die net niet de beginnerscurus `gitaar spelen is toch WEL leuk als-je-er-maar-oog-voor-hebt-en- zes-goedgestemde- snaren-met-goed-gevolg-heeft afgerond. En dat je dan moet zingen: ` My Bonnie is over the Ocean`!! In Canon!!!!! Dat is het alllleeerergste!!!!!! Met dan van die zandkorreltjes tussen je tenen. FLIKKER TOCH OP!!


Ah wel lieve lezer. U vindt mij misschien maar een saaie lul. Dat zou goed kunnen. En eerlijk gezegd vind ik dat daar wel een kern van waarheid in berust. Ik ben het eigenlijk gewoonweg en geheel met u eens. Op dit punt verschillen wij niet van inzicht. Een langdurig conflict op dit punt zit er niet in. Echter. Het is domweg niet aan mij besteed. Ik wordt er niet meteen een nog gelukkiger mens van.
Aan het einde van de dag heb ik het Saharastof uit mijn schoenen geschud. En besloot dat het zo mooi geweest was. Ik ben met fiets en al tot in de Sahara gekomen. Ik heb `m gezien. Gevoeld zelfs. Ik heb `m door mijn vingers laten glijden. Ik heb `m op mijn netvlies. Ik heb foto`s kunnen maken. Ik heb een stukje geproefd. En dat was heel speciaal. En daar laat ik het bij.
En vandaar dat ik vandaag (4 januari 2016) al weer op mijn eigenste kameel heb plaatgenomen. Deze kameel hobbelt ook. Maar ik moet `m ook zelf aandrijven. Mijn eigenste fietskameel.
Ik heb een stoer plan in mijn fietshoofd. Ik wil vandaag in 1 ruk terugrijden naar Zagora. Totale lengte? Honderd kilometertjes!!. De route die ik al gereden heb. Dat moet wel. Meer wegen zijn zo snel niet voorhanden.
Al na acht kilometer trappen merk ik twee dingen op.
1. Ik heb vandaag niet helemaal de fietsvorm te pakken om gemakkelijk 100 kilometer weg te trappen
2. Ik heb wind tegen. Fors! Had ik me er eindelijk zo op verheugd om na 4 weken
tegendraadse winden, nu eindelijk `s de wind mee te hebben. Is ie de afgelopen nacht
gedraaid. Verdikkie. Dat is een lelijke streep door de 100 kilometer-rekening.

Na 30 kilometer neem ik een eerste pauze. Zittend op de rand van een stoep nuttig ik wat mandarijnen. Een kromme gele banaan met bruine vlekken. Brood met nutella. En jus d` Orange. Ik voel de lome vermoeidheid in mijn lijf. En weet dat het zwaar gaat worden.
Ik zet mijn kilometerteller weer op nul. Een psychologisch dingetje. Een nieuwe etappe van 48 kilometer vangt aan. Ik besluit een net iets andere route te nemen dan op de heenweg. En pak de doorgaande weg.
Na 20 kilometer word ik traag gepasseerd door een jongeman op een brommer. Vanwege de wind, de zon, en het afzien zit ik licht voorover gebogen. Heb de blik naar net iets voor mijn voorwiel gericht. En merk dus niet op dat de jongeman een dertigtal meters verderop zijn brommer heeft geparkeerd. En zie dus ook niet dat .........hij zijn broek tot op zijn enkels heeft laten zakken.
Op het moment dat ik ter hoogte van hem ben kijk ik op. En kijk hem recht tegen z`n billen. Waar hij, voorover gebogen, met enige nadruk met zijn vinger naar wijst. En hij roept er ook wat bij.
Voordat ik verder schrijf. Voordat u verder leest. U moet iets weten. Als het puntje bij het paaltje komt, ben ik uiteindelijk gewoon een wezeper boerenlul. Niet meer. Niet minder. En u mag mijn geloven: er gaan dagen voorbij dat ik niet met een dergelijke kwestie geconfronteerd wordt.
En eerlijk is eerlijk. Ik dacht voor een moment dat de man last had van zadelpijn. Dat ie last had van z`n achterwerk zo zittend op het brommerzadel. Dat ie pijn had. De arme man. En dat ie mij om een zalfje vroeg. En ik stond bijna op het punt om te remmen en mijn billenzalf-tube te voorschijn te toveren. Echt en eerlijk waar.

Een drietiende van een seconde fliste dat daadwerkelijk door mijn hoofd. Om me gelijk daarna te realiseren dat deze man hele andere plannen heeft. Hele andere bedoelingen. Ik rijd met een vrij grote boog om de man heen. En denk dat ie daarmee de boodschap wel duidelijk binnen heeft gekregen (al is dit wellicht een ietwat ongelukkige omschrijving in dit kader....... excuses van mijn kant, u kunt uw eventuele klachtendeclartie indienen, liefst per mail, dat verwijderd makkelijker).
Forget it.
Ik zie in mijn spiegeltje dat ie z`n broek weer omhoog hijst. Hoor dat ie z`n brommer start. En verdomd: hij doet een nieuwe poging!! Ik laat`m weten middels een handgebaar dat ik niet geinteresseerd ben. En dat ie op moet rotten. Wegwezen. En dat doet ie ook. Een kwartier later komt ie me wel weer tegemoet gereden. Met z`n hoofd lichtjes naar beneden.
Jah mense, Gerritje oet Wezep maakt wat mee!!

Het landschap laat zich van z`n goede kant zien. En dat vergoedt een deel van de inspanningen die ik vandaag moet verrichten. De wind fluit hard, harstikke tegen, om mijn lichaam en fiets heen.
Om 17.30 uur (just before dark) rol ik na 100 kilometer, na 7,5 uur (netto) fietsen Zagora binnen. Op het inmiddels meer dan opgetrokken tandvlees. De zenuwen liggen inmiddels bloot. De tandarts zou meteen tot `trekken` overgaan. ` Dat wordt een kunstgebit meneertje Pleijter`, u bent toch wel goed verzekerd?`
U begrijpt. Ik ben oppererpop. Helemaal aan het eind. Rol mijn fiets een eenvoudig hotelletje binnen. Neem met mijn laatste krachten een douche. En eet daarna (want omdat nu onder de douche te doen, dat wordt zo`n gesmeer) best veel friet en vlees.
Ik knap er geweldig van op. Maar ik weet nu al. Morgen blijf ik een dagje hangen. Het wordt een rustdag!
Misschien vind ik wel ergens een fijne gitaar. Kan ik leuke liedjes zingen. Een liedje zoals `My Bonnie is weliswaar en misschien inmiddels wel `s een keertje over the Ocean, and dat is op zichzelf best wel knap van onze Bonnie, echter the steaming hot and dusty Sahara moet ze nog maar zien te halen, like Gerrit did.`.
Ik ben het met u eens. Het loopt nog niet helemaal lekker. Dit lied. En ik moet `t ook nog rijmend zien te krijgen. En eigenlijk moet er ook nog een refrein bij. En heel eigenlijk moet ik ook nog ergens een kampvuur op de kop zien te tikken. Met wat zand.
Morgen maar `s rond kijken.
Etappe Mahmid-Zagora
100 km
Deserttaste
Ja, dat begrijp ik!
Dat is de doorgaande weg naar Taugounite. Die zal me zonder al te veel wenden en keren brengen daar waar ik heen wil` Dat klopt. Daarvan ben ik op de hoogte. Zo staat het ook op mijn wegenkaart. Maar deze weg? Voert die ook naar Tagounite?
Ongebruikelijk vroeg ben ik opgestaan. Misschien wel om de teleurstellende ervaring van gisteravond zo snel mogelijk achter me te laten. Who knows?! Ik heb m`n spullen gepakt. En ben op pad gegaan. Met deze keer voldoende water aan boord. Maar nu voor de verandering maar s zonder eten. Op een mandarijntje na. Geen ontbijt dus. De komende 48 kilometer zal ik het zonder moeten doen. Domweg omdat er niets is.
Ik voel me beresterk. En weet dat ik dat kan. Fietsen op een lege maag.

De zon is wel op. Maar schijnt nog niet van harte. En dat past me wel even. Gisteren was het verzengend heet. Om half 10 sta ik op een tweesprong. Ik kan de risicoloze en zekere route naar Tagounite nemen. Of de voor mij onbekende, en dus vast hele mooie, weg naar Tagounite. Ik vraag wat rond. En krijg verschillende signalen varierend van `slecht wegdek` tot `deze weg gaat helemaal niet naar Tagounite` tot `geen probleem, prima te doen`. De waarheid zal, zoals zo vaak, wel ergens in het midden van de driehoek liggen. Ik besluit het risico te nemen. En neem de afslag. Ontbijt of geen ontbijt. What the fuck! Er is altijd een weg terug.

Ik blijk de dartpijl precies in de roos te hebben gegooid. De weg is werkelijk prachtig. Zo mooi! Het beneemt me de adem bijna. Ik passeer dorpjes die zeer fotogeniek zijn. Maar waar ook van af te lezen is dat het leven van die mensen die hier wonen ongetwijfeld minder fotor-romantisch is. Eerder. Hard en rauw.

Er is nauwelijks verkeer. En er is nog wel een berg waar ik over moet. Maar dat deert me niets. Met plezier maal ik de trappers rond. Het is een waar fietsfeest! Na 48 kilometer fietsen rol ik Tagounite binnen. Daar zijn wat cafeetjes. En neem om 13.30 uur mijn ontbijt. En vul mijn voorraden aan.
Ik besluit door te knallen naar Mhamid.

Nog `s 30 kilometer verder. Verder zal ook niet gaan want het asflat stopt onverbiddelijk in Mhamid. Hier begint de grootste zandbak van de Wereld: de Sahara! (de totale oppervlakte zand in de Sahara bedraagt overigens slechts 15%). De Sahara strekt zich niet alleen uit over Marokko. Maar ook over Algerije en Mauretanie, de buurlanden. En Senegal, Mali, Nigeria, Libie en Tunesie. De woestijn onthult niet alleen de troosteloze en voor sommigen desolate zandvlakten, maar juist een enorme verscheidenheid aan culturen en landschappen. Nog maar tienduizend jaar geleden was er zelfs helemaal nog geen zand. Maar bestond de Sahara uit grasland.
Nou, die Sahara dus. Daar ben ik naar op weg.
Na een politiecontrole (just in the middle offf Nowwhere) zie ik voor het eerst het Sahara-zand links en rechts van me. Ik beklim een heuvel. En zie tot zover ik kijken kan: zand. Ik verwonder me. En neem mijn eerste echte Sahara-kiekje.

Dan trek ik verder. En wordt middels borden langs de weg welkom geheten. En ook gewaarschuwd. Neem voldoende drinken mee. En meer van dat soort nuttige opvoedkundige Sahara-tips.

Als ik Mhamid nader word ik vanaf grote afstand al aangeroepen. Monsieur, monsieur. Ook komen mij mannen op brommertjes tegemoet gereden. En ik krijg legio `just only for you-aanbiedingen` toegeroepen. Alles ademt hier Sahara. Je wordt doodgegooid met overnachtingsmogelijkheden. En desertarrangementen. En kamelenritten. En 4x4 Landroversafari`s. En meer van die toeristen-dingen. En ze hebben, hoe creatief, allemaal het woord Sahara in hunnie hotelnaam of wat dan ook verwerkt.

Ik negeer ze allen. En ga naar een onderkomen dat mijn reisgids me adviseert. Daar aangekomen blijk ik de enige gast te zijn. Onderhandel strak. En vind een plekje voor de komende twee dagen en nachten. Aan de rafelranden van de teennagel die Sahara heet.
Welcome in the Desert!
Etappe Tinfou-Mahmid
Sterrenstof
Gisteren heb ik Zagora achter me gelaten.
Niets in deze stad nodigde uit om langer te blijven. Ook niet de aan snot gekookte spaghetti waar mijn smaakpupillen zo hun culinaire zinnen op hadden gezet kon me tegenhouden. En na de nacht er doorgebracht te hebben, heb ik koers gezet richting Mahmid. De gateway to the Sahara.

Na 30 vrolijke kilometers fietsen heb ik de duinen van Tinflou bezocht. De Tinflou duinen worden doorgaans bezocht door mensen die geen tijd hebben om naar de Sahara te gaan. Of er het geld niet voor hebben. Ik kom er langs. En pik ze even mee. Het kan er druk zijn. Als ik midden op de dag arriveer is er niemand. Behalve een paar Berberknapen en de overmijdelijke kamelen. Natuurlijk willen ze dat ik een ritje ga maken. Of met ze op de foto ga. En dat ik daar een fijne hoeveelheid Dirhams voor neer tel.

Ik probeer ze uit te leggen dat de allimenatie deze maand ook nog betaald moet worden. En reken ze even fijntjes voor hoeveel dat maandelijks van mijn beschikbare budget afsnoept. En om ze even de tijd te geven om deze tamelijk ingewikkelde berekening in hun bovenkamertje te laten verwerken. Leg ik ze ook nog even fijntjes uit dat een man van 50 jaar. Met een kalende kruin. Een buikje. Die zich laat transporteren op hunnie kameel ongetwijfeld een onuitwisbare maar vooral ook een onherstelbare indruk gaat achterlaten op deze toeristische omgeving. En waarschijnlijk ook op de kameel zelf. Qua traumatische ervaring.

Dat zou nog wel `s hele vervelende gevolgen kunnen hebben voor hunnie KK BV (Kamelen Kumpanie BV). Het zou potdomme nog wel `s eind van deze hele toeristische attractie kunnen betekenen. Of het einde van de kameel in kwestie. Kortom. Ik heb ze ten stelligste afgeraden om deze kameel dit aan te doen. En hiermee continuiteit en het voorbestaan van hun ongetwijfelde succesvolle kamelenritonderneming te waarborgen.
Klaarblijkelijk heb ik voldoende onderbouwing aan deze heren gegeven om deze kamelen-gifbeker-rit met graagte (ik hecht er aan om dit te benadrukken) aan mijn voorbij te laten gaan. Want de heren druipen af. Maar niet zonder mij uitdrukkelijk te bedanken voor het leed dat ik hen toch maar mooi bespaard heb.
Maar ook zonder (of juist zonder) kamelenrit is het hier mooi. Ik besluit een nachtje te blijven hangen. Ik ga naar het enige hotel in de buurt. Maar dat is veel te duur. Ik kan voor een zacht prijsje overnachten in een Berbertent die tegen de duin aangeplakt staat.

Ik besluit in het hotel te gaan eten. Het blijkt een speciaal hotel te zijn. Met de toepasselijke naam: ` Sahara Sky`.
Toepasselijk. Want op het dak staan wel tien verschillende telescopen. Je kunt er sterren kijken. Het schijnt een mekka te zijn voor mensen die graag naar het heelal willen koekeloeren. Geen lichtvervuiling. Altijd onbewolkt. Voor Westerse maatstaven erg goedkoop. Er boeken dan ook veel Europeanen een arrangement.
Patrick wil me me graag de sterren laten zien. Patrick is Belg. Net voorbij de middelbare leeftijd. Geen buikje. Geen allimentatieverplichting. Tot zover ik weet. En hij zou dus wel een kamelenritje kunnen maken. En woont en werkt sinds twee jaar in dit hotel. Kamer nummero 106. Elke drie maanden gaat ie even terug naar Belgie. Daar woont ie bij z`n moeder. In Knokke. Om daar mosselen en friet te eten. Die mist hij zo. Verder is het ook een noodzakelijke verplaatsing omdat zijn visum slechts drie maanden geldig is.
Er zijn geen sterren-boekingen. Ik ben de enige vandaag. Het onderwerp heeft mijn interesse gewekt. Ik zie er naar uit. Ik wil dat wel `s zien. En meldt me om 18.00 uur in het hotel. We gaan naar het dak waar Patrick alles in gereedheid heeft gebracht.
Om de kou meteen maar uit de lucht te halen. Om de zure appel meteen maar van een stevige bite te voorzien: het wordt een teleurstelling. Patrick blijkt zeer deskundig te zijn. Echter, hij weet die deskundigheid niet om te zetten in (voor mij) begrijpelijke sterrentaal.
We zijn staan al een uur op het dak. En daarvan heb ik twee minuten door een telescoop mogen kijken. Hij verhaalt en verhaalt en verhaalt en verhaalt. Legt verbanden waarvan ik het bestaan niet eens wist. En gebruikt termen die ik voor het eerst van mijn leven hoor. Ik probeer door wat vragen te stellen het gesprek naar een voor mij meer begripelijk nivo te verlagen. Echter, na 2,5 zin vervolgt Patrick zijn (standaard)verhaal. Ik voel dat ik langzaam afhaak. Qua interesse. Knik van tijd tot tijd. Hum op de goede momenten. Gaap wat. Eigenlijk hunker is naar het einde. Jammer.
We gaan eten. Patrick sorteert alvast voor op de uren die straks gaan komen. Waar ik in het verleden vaak de kool en de geit spaarde, en de hele sessie zou hebben afgemaakt. Trek ik nu de pleister er vrij hard en in 1 keer af. Het leven is te kort om tijd te verdoen. Ik vertel hem dat ik na het nuttigen van deze maaltijd mijn Berbertent (in de woestijn) ga proberen te vinden. En te bed zal gaan. Hij is teleurgesteld. Dat zie ik. De man is bevlogen. Enthousiast. En hij heeft in mij een afvallige gevonden.

Ik vertrek. Het lukt me na enig zoeken om in het woestijnstofzand mijn tent in de diepe, duistere, donkere nacht terug te vinden. Ik kruip in m`n slaapzak. En verkoop mezelf een enorme knal voor m`n kanis.
En zie alsnog sterretjes.
Etappe Zagora - Tinfou
Markman
Het lichaam wordt stijf en pijnlijk wakker deze ochtend.
De vier zeer goed bedoelde dekens waar ik op lag vannacht waren toch net niet voldoende om een fijne slaapnacht door te maken. Heupen, knieen en rug hebben het zwaar te verduren gehad op de betonnen ondergrond. Gelukkig ben ik na wat rekken en strekken weer helemaal het mannetje.
Ik ben er vroeg bij vandaag en zie de zon opkomen. En fris me op in een klein wasbakje. Met een piskoud straaltje. Pak me spullen in. En tijdens dat inpakken komt Mustaffa me een ontbijtje brengen. De onvermijdelijke muntthee. Een groot plat zelfgebakken brood dat tien keer zo lekker smaakt dan wanneer je het koopt. En een schaaltje confiture, olie en een goedje dat ik niet thuis kan brengen. We smikkelen het zittend op kussen gedrieen op.

Na het ontbijt vraag ik hoe ik hem kan bedanken voor zijn goedheid. Hij antwoord: `niets`. Op dit antwoord was ik voorbereid. En hoe edelmoedig en gastvrij ik dit ook van hem vind: die vlieger gaat niet op.
Het kan me niks verdommen. Ik betaal `m fiks bedrag. Hij accepteert `t. Ik ga even verschrikkelijk de toerist uithangen en we nemen op mijn verzoek een familiefoto. En hij op zijn beurt vraagt of ik die wil laten ontwikkelen en naar hem wil opsturen. `Komt voor de bakker`!!

We nemen afscheid. En ik fiets langzaam weg van deze familie. Over een stoffig pad. Op zoek naar de asfaltweg die me naar Zagora gaat brengen. Deze overnachting. Dit bezoek. Heeft wel wat los gemaakt bij mij. Onder het gehobbel en gebobbel dwalen mijn gedachten af.

Af naar hoe het toch eigenlijk in deze Wereld werkt. Waarom hebben deze mensen niets? Althans in materiele zin. En waarom hebben anderen zoveel? En wie bepaald dat? Wie of wat gaat daar over? Wie zijn die (politieke) kloothommels die aan die touwtjes trekken? En waarom wordt er op zo`n wijze aan die touwtjes getrokken dat die ongelijkheid in stand gehouden wordt? En hoe komt het toch dat mensen die weinig hebben, dat weinige zo vaak beschikbaar stellen aan anderen? En waarom zie je toch zo vaak dat mensen die veel hebben, dat nalaten?
Behoedzaam wend en keer ik over het stoffige en hobbelige pad.
Ik weet dat er mensen in ons land zijn die de mening zijn toegedaan dat iedereen vanaf zijn geboorte verantwoordelijk is voor zichzelf. Je ziet ook dat bepaalde politieke partijen in Nederland die mening bezigen. `Iedereen verantwoordelijk voor z`n eigen leven. Voor z`n eigen welzijn en geluk.` De kansen liggen voor het oprapen. Klinkt goed. Aannemelijk zelfs. Daar is eigenlijk, als je het niet al te nader, wat oppervlakkig, beschouwd, ook weinig tegen in te brengen.
Maar als je er nu eens, heel ongebruikelijk en wellicht wat kinderlijk, een voetballoep op legt.
Kijk. Niet iedereen kan topscorer van de Eredivisie worden. Zou verdikkie een mooie boel worden. Iedereen topscorer!! Te gek. `Wie heeft er deze week gescoord? ` Iedereen`. Alweer!!!` Hoeveel doelpunten? ` Allemaal 10! Alle 10 rechtsboven in de kruising. Even mooi`!! Dat gaat niet. Nog sterker. We kunnen niet allemaal goede voetballers worden. Niet allemaal Messi of Ronaldo worden (voor de voetbalanalfabeten onder u: dit zijn woestwrede goede balgoochelaars die wekelijks de mooiste kunsten met een bal vertonen). We kunnen zelfs niet allemaal in de Eredivisie spelen. Hoe graag we dat ook zouden willen.

Je hebt ook mensen die op een lager nivo acteren. Nog sterker. Er zijn mensen die heel graag zou willen kunnen voetballen. Maar die dat talent domweg niet hebben. Ik zelf reken mij hierbij tot het meest sprekende voorbeeld.
Er zijn mensen die gezegend zijn met een goed stel hersens. En ouders met een beetje studiebeursgeld. Hebben de mogelijkheid gehad om te studeren. Een goede baan verworven. Ik reken u die dit weblog zo fijn volgt, toe aan deze groep. En mezelf ook. Een felicitatie waard. Geliciteerd! Taart er bij. Kaarsjes er op. In 1 keer uitblazen. En dan lekker bunkeren (wel eerst de kaarsjes verwijderen anders krijg je zo`n kaarsvet-slagroombek).
Tot zover het goede nieuws.
Ik bedoel. Geen gezeik iedereen rijk. Is fijn bedacht. Maar dat gaat niet. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om alle kansen die voor het grijpen liggen met beide handen te pakken. Domweg omdat hun armen niet lang genoeg reiken. Ze kunnen er niet bij. Of misschien missen ze wat vingers. En kunnen ze het domweg niet vastpakken.
Door al dat gehobbel voel ik mijn ontbijtmaag lichtjes omhoog borrelen. Herkauwen maar. Lijk verdorie wel een koe. Gelukkig zie ik de asfaltweg al in de verte liggen.

En waarom toch zoveel politieke energie gericht op het individu? Waarom richten we onze pijlen, behalve op het individu, ook niet op het collectief? Samen. Iets met schouders. En iets met er onder. Handen uit elkaars mouwen. Solidariteit. Je ziet het in organisaties weer langzaam terugkeren. Niet langer het individueel gericht werken. Maar teamgericht. Dat maakt je sterker. Als Messi en Ronaldo helemaal voor zichzelf gaan spelen, hun teamgenoten negeren, hoe zouden ze dan presteren?
Zorg voor elkaar. Maar dan anders dan dat afschuwelijke participatie-bezuinigings-denken wat ons kabinet propageert. Wat is er eigenlijk tegen op `samen`? Is het zo erg om voor je buurman en/of buurvrouw financieel ietsje bij te dragen. Als dezelfde buurman/buurvrouw dat ook voor jou doet?! Bij te dragen aan de rollator of kunstheup die hij/zij nu nodig heeft. Of die kostbare operatie. Over een jaar of twintig/dertig ben ik/zijn wij welicht aan de beurt........
Mark Rutte, onze tijdelijke hoeder des Vaderlands, en zijn partij, warm pleitbezorger van het standpunt dat ieder individu verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk, en dat beleid ook vrolijk uitdraagt. Ik zou hem heel graag iets willen vragen. Op de Markman af.
Als we in een Wereld gaan leven waar iedereen voor z`n eigen flesje water zorg draagt, waar kun je dan in nood nog wat water halen?
Of nee, laat ik het zo vragen:
Als iedereen voor zichzelf zorgt Mark, wie zorgt er dan nog voor ons allemaal?
Lieve mensen. Het is gelukt. Mijn banden voelen weer asfalt. En dat vinden ze maar wat fijn. Het is oudjaarsdag 2015. Ik zet koers naar Zagora om daar de jaarwisseling door te brengen.
Ik wens u allen tezamen een oprecht en geweldig mooi, voorspoedig en vooral gezond 2016 toe!
Gerrit Pleijter

Etappe Bourbia - Zagora
Het belang van Limburg
Ik knijp `m een beetje.
Niet echt natuurlijk. Het fietsen is zonder dat knijpen al zwaar zat. De dagafstanden van 75 km zijn precies lang genoeg. Het lichte tegenwindje in combinatie met de grove splitlaag die het asfalt bedekt maakt het fietsen al met al nog best wel pittig en zwaar. Tel daar bij op dat de zon zonder meededogen mijn lijf op onbarmhartige wijze verwarmt. En doe dat maal de keren dat de weg op en af loopt. Dat kunt u zich wel voorstellen dat ik niet echt zit te knijpen. In mijn remmen.
Maar toch knijp ik `m een beetje.
Gisterochtend ben ik vanuit Tissint vertrokken voor de 2e etappe (van vier) van de in totaal 265 kilometer lange dessertroad. In Tissint had ik mijn fiets weer volgeladen met brood, fruit, en veel, heel veel water. En wat rollen toiletpapier. Want ook deze jonge moet onderweg ook wel `s faxen. Naar darmstad.

Het landschap bleef fantastisch mooi. En rechts van me bleef de bergketen Djeble Bani me vergezelen. Dat blijft ze 265 km lang doen. Misschien moet ik `r `s uitnodigen voor een romantisch etentje. Kaarsje d`r bij. Beetje (berg)voetje vrijen. Schijnt ze fijn te vinden. Wordt ze lichtjes opgewonden van. Misschien wordt het wel wat. Vaste verkering of zo. You`l never know. `Wie gokt is niet goed wijs, wie niet gokt, wint nooit een prijs`.

Halverwege de dag voelde ik de energie wat uit mijn lichaam stromen. Moest wat vaker rusten. En besloot een lange pauze in te gelasten. Sloeg mijn kampement op in het woestijnzand. Kookte wat. At wat. En na een uur trok de Fiets-Karavaan- Gerrit-Pleijter & Co weer verder.

De hele weg waren er geen winkeltjes, huizen of wat dan ook te vinden. Alleen een betoverend mooi landschap. Daar hoefde ik niet naar te zoeken. Rond vier uur bereikte ik Foum Zquid. Een woestijnstadje. Waar vandaan je met stoere mannen met 4x4 Jeeps naar de Sahara kunt reizen. Wat mij overigens voor die mannen een stuk leuker lijkt, dan voor de toeristen die mee moeten hobbelen. Toch zijn het die laatsen die er grof geld voor betalen. Eigenlijk zouden die chauffeurs de Dirhams (Marokaanse munteenheid) neer moeten tellen. Ik werd gedurende de avond door verschillende types benaderd om mee de woestijn in te trekken. De ene aanbieding nog mooier dan de andere. Maar ik toonde geen belangstelling. Nu niet althans.
De aanwezigheid van (enkele tientallen) toeristen in het plaatsje maakte wel dat de voorzieningen ok zijn. Er zijn een paar fatsoenlijke restaurantjes. En een paar goed gesorteerde winkeltjes waar ik inkopen kon doen. Dat laatste was wel nodig. Want de komende twee dagetappes zijn er nul komma nul zero niete knots voorzieningen onderweg.
Vanochtend, op de ene laatste dag van 2015 (wat gaat de tijd toch snel, het glijdt als Saharazand door je vingers) ben ik uit Foum Zguid vertrokken. NIet alleen. Maar met een hele vrolijke optocht van fietsende jongelui. Die op weg naar school waren. En die zo`n fietsende Hollander maar wat interessant vinden. We kletsen wat. Wisselen wat Engelse woorden uit. En ter hoogte van de afslag naar Zagora nemen we afscheid. Zij gaan rechtdoor. Naar school. Kennis opsnuiven. Voor hopelijk een fijne en mooie toekomst. Ik ga rechtsaf. Richting Zagora.
Halverwege de dag besluit ik een rustpauze in te gelasten. Ik koers af op een gebouwtje dat opgetrokken is uit leem. Net als ik mijn fiets wil aftuigen wekt een druk gebarende man in de verte mijn aandacht. Ik kan zijn bedoeling niet precies achterhalen. Maar het lijkt er op dat ik daar niet mag staan. Enigszins vermoeid en geirriteerd duw ik mijn fiets naar de overkant van de weg. En neem daar dan maar plaats..

Na 10 minuten komt dezelfde man op z`n brommer naar me toe gereden. `Allright, nu zullen we het hebben`.
De begroeting is tot mijn verbazing allerhartelijkst. Hij heeft eten voor mij warm gemaakt. In een plastic bakje (heeft misschien de avond tevoren net een tupperware-party gehad,.....) gedaan. En het nodigt me uit om dit samen met hem langs de kant van de weg lekker op te peuzelen.......Als we alles op hebben, pakt ie z`n boeltje weer in. en vertrekt. Op z`n brommer. Vlak voordat ie wegrijd valt mijn blik op de sticker aan de zijkant van zijn brommobiel:

Of het nu door de afleiding van het vrolijke fietsbegin van de dag is gekomen. Of gewoon een verlies aan concentratie. Na 35 km fietsen kom ik er achter dat ik eigenlijk onvoldoende water aan boord heb. Voor vandaag zal het net voldoende zijn. Maar niet voor twee dagen. Shit.
Eten te over. Lekkere nootjes zat. Ik heb een mandarijnenvoorraad waar het groenteschap van de AH in Biddinghuizen voorwaar nog een puntje aan kan zuigen. Een hele pot Nutella (jammie de pammie en-dan-bedoel-ik-ook-jammie-de-pammie!!) heb ik aan boord. Ook bananen, 3 platte ronde broden, vis in blik en nog meer meuk. Maar dat ene. Dat oh zo noodzakelijke. Dat onmisbare vloeibare goedje. Laat ik dat nu niet voldoende te hebben ingeslagen. Klojo de Pojo.
En daarom knijp ik `m een beetje.
Het is 14.00 uur. En ik zit nu al op rantsoen. Want ik moet nog koken (is een halve liter water), moet nog drinken , en moet morgen ook de hele dag nog zien door te komen. Fuckerderduck nog an toe.
`Houd dan een auto aan Gerrit`! Ja, zou ik wel willen, lieve adviseur der of des wasser des Lebens. Is een fijne tip uwerzijds. Ik zou er graag mijn voordeel mee willen doen. Echter. Tot nu toe hebben mij vijf auto`s gepasseerd. Het is een extreem rustige weg. Wat fietsgewijs heerlijk is. Echter. Om m`n watervoorraad aan te vullen is het net ietsje minder. Ik maak me wat zorgen. Eerlijk is eerlijk. Het is knetterheet. Ik moet drinken. En dat gaat zo niet goed komen.
Rustig blijven. De kalmte bewaren. En goed nadenken.
Ik besluit mijn wegenkaart nog `s goed te bestuderen. Ik zie op 35 kilometer van waar ik me bevindt een ieterpieterpeuterig stipje staan. Daar is een dorpje. Daar mag ik niet veel van verwachten. Daarvoor is het stipje te klein. Maar als als als als er een dorpje is. En als als als als er mensen wonen. Dan moet er water zijn. Het zijn wel veel `alsen` maar een ander alternatief heb ik zo snel niet voorhanden. Ok. Ik verdeel mijn huidige watervoorraad in denkbeeldige hoeveelheden. Ik ken mezelf elk kwartier een flinke slok toe. en gok `t er op.
Gelukkig komt er ook net een auto aan. Ik steekt mijn hand op. Hij stopt. De chauffeur heeft geen water. Maar hij bezweert me dat er inderdaad een dorpje is. En dat daar water te vinden is. Dat wordt later nog een keer bevestigd door iemand anders. Dat wil overigens nog niets alles zeggen. Want veelal geven Marokanen gewenste en beleefde antwoorden.

Ik zet een zware versnelling op. Stop af en toe voor een `rantsoenslok`. En rem voor overstekend wild. En tegen 16.30 uur kom ik vermoeid en wel aan bij het dorpje. Het maakt een uitgestorven indruk. Damned. Dit ziet er niet goed uit.

Ik dwaal wat rond door het spookdorpje. Plots komt een jongeman in een stoer T-shirt me tegemoet gelopen. Ik vraag om water. Hij bied me een slaappplaats aan. Een maaltijd. En water uit een bron. En dat allemaal in 15 seconden tijd. Ik ben sprakeloos. Uit het veld geslagen. En geweldig dankbaar. Waaraan heb ik dit verdient?!
De jongeman heeft Mustaffa. Is net voorbij de twintig. Mustaffa zorgt als ware het pleegzuster bloedwijn (maar dan de mannelijke variant) in eigenste persoon voor me. Zijn zusje Esmaa (vijf jaar) en Esdihn (twee jaar) dartelen vrolijk om me heen. Ze hebben wat kippen, wat geiten. En dat is het.
Ik ben in het dorpje BouRbia. En deze familie (die uit negen personen bestaat) zijn de laatste bewoners van dit ooit zo bloeiende dorpje. Iedereen is weggetrokken. Naar grotere steden. Het was voor velen niet meer te doen om een vorm van bestaan op te bouwen in dit geisoleerde woenstijdorpje. Mustaffa geeft een rondleiding. Het doet spookachtig aan. Alle gebouwen staan leeg en zijn verpauperd.
Mustaffa geeft me thee. Heel veel thee. En dan bedoel ik ook heel veel thee. Hij blijft maar bijschenken. Brood met Emlou (is een vloeibaar spulletje dat naar pindkaas smaakt) wordt geserveerd. Je wordt geacht het brood er in te dopen en het lekker op te peuzelen. Als ik dat binnen gewerkt heb komt ie met een schaal met nootjes. Kids er bij. Wat een gezelligheid. s` Avonds komt hij mij (en zichzelf) verrassen met een geweldige schaal Couscous. Bovenop liggen kleine stukjes gebraden geit, speciaal omdat ik te gast ben. We eten er met z`n drieen van.
Na het eten komt hij me vier dekens brengen. Die we op de grond uit spreiden. Dit is mijn bed voor de nacht.
Vermoeid leg ik me neder. Ik weet niet wat met overkomen is vandaag.
Maar het is goed zo.
Etappe Tissint - Foum Zquid - Bou Rbia
Brasso
Ik ben van mijn vooraf uitgedachte en oorspronkelijk voorgenomen reisplan afgeweken. Het was geen doen meer.
Als ik de weersvooruitzichten voor deze regio voor de komende dagen mocht geloven (en waarom zou Allah mij verkeerd voorlichten?, ik ben immers een zieltje dat nog winbaar is) dan blijft de wind onverminderd van kracht. En hij waait ook nog `s de verkeerde kant op. Alothans voor mijn dan. Als je de kant op wil waar de wind ook naar toe waait dan is het alles behalve de verkeerde kant. Dan zou je het met gemak de goeie kant kunt noemen. .

Maar goed. Ook de temperatuur, zo is de verwachting, blijft van het leveltje: snijdend koud. Tja, we zitten op hoogte. En ik zit hier midden in de Marokaanse winter. En dat zal deze doorgaans vrolijke flierefietsfluiter weten ook. Maar goed. Winter of geen winter.Het moet natuurlijk allemaal wel leuk en fietsbaar blijven,
Tijd voor een strijdplan dus.
Ik heb mijn plannen om verder Oostwaarts te fietsen laten varen. Voorlopig. En voorlopig is dat een beetje jammer. Voorlopig jammer. Omdat ik voorlopig een paar interessante plaatsjes links van het oosten laat liggen. Maar ik hoop deze plaatsjes in het vervolg van deze reis voorlopig nog wel weer aan te doen. Voorlopig dan.
Ik heb in al mijn wijsheid heb besloten om me in twee dagen tijd af te laten zakken naar het zuiden. Richting de Algerijnse grens. Richting de Sarhara. Richting Tata.
En ik kan u zeggen: dat is gelukt. Ik ben de stad Tata binnengerold. Hier schijnt de zon weer. Hier waait het nauwelijks. En hier ga ik proberen mijn krachten en fietsplezier weer snel te hiervinden.

De afgelopen nacht heb ik doorgebracht in een Nomadentent. Op een soort van ecologische gestoelde camping. Ik mag graag overnachten op dit soort bijzondere plekken. Gewone plekken zijn er al genoeg. Daarom heten het ook gewone plekken denk ik.
Vanaf hier ben ik voornemens om de meest zuidelijke weg te nemen die er te nemen is in Marokko. Deze weg loopt langs een bergketen (Djeble Bani) over een lengte van 265 kilometer. Niet ver van de Algerijnse grens. De reden dat deze weg niet in mijn oorspronkelijke reisplan voorkwam was dat deze weg mij enige schrik aanjoeg.

Het is een lange hete weg. Met weinig voorzieningen on te way. En al teveel informatie heb ik over deze weg niet kunnen vinden. En precies aan het begin van die weg sta ik nu. Om m`n tanden in te zetten. Om de hand aan de ploeg te staan. Om aan te vallen. Om...... afin, u heeft inmiddels wel door dat ik op het punt sta om op te stappen. En deze desertroad te gaan bedwingen.
Na 35 km fietsen komen mij twee Nederlandse fietsers tegemoet gereden. We kletsen een half uurtje. Wisselen wat routeinfo uit. En nemen hartelijk afscheid. Zij hebben de weg gefietst die ik wil gaan. Het geeft me wat meer vertrouwen dat ik deze etappe`s tot een goed einde kan brengen.
De weg is werkelijk prachtig Er is nauwelijks verkeer. Een enorme bergwand vergezeld me de hele tijd. De zon schijnt naar hartelust. Het asfalt stijgt een beetje. Om daarna weer een beetje te dalen. Daarna weer te stijgen. En overmijdelijk. Ook weer te dalen. Om daarna weer een beetje te stijgen. En daarna daalt het dus weer een ietsje. Dan loopt ie weer iets op. En daarna weer een ietsje af. En eigenlijk is dat maar goed ook. Dat oppen en affen. Want als een weg alleen maar af loopt. Dan fiets je verdorie zo je eigen graf in. Hoeven ze de kist alleen nog maar dicht te spijkeren. En klaar is de Keeskist.
En wanneer een weg alleen en uitsluitend oploopt. Dan komt je voorwaar in de hemel terrecht. Voor sommigen van u is dat misschien een ultiem doel. Maar voor mij niet.
Ik heb namelijk gehoord. Er wordt gefluisterd. Ik heb horen zeggen. Vrome tongen beweren dat er in de hemel heel veel zilveren kandelaren, bestek en meer van dat blinkende spul staat. Ik ben een beetje vergeten waar het precies staat in de bijbel. Maar u bent vast meer bijbelvast dan mij. Ik hoor het graag. Maar het staat er echt.
En het lijkt me knap klote dat ik daar dan aan kom met mijn fietsje. Knettermoe en bezweet van het vele en constante klimwerrk. En dat dan een of andere profeet met een poetsdoek. En brasso. Klaar staat. En dan tegen mij zegt: `welkom Gerrit, goed dat je er bent, doe je fietshelmpie maar af, hier heb je een poetsdoek, begin maar `s lekker met poetsen. Ik kom over een jaar of tien wel kijken hoe ver je gevorderd bent`. Dat lijkt me echt helemaal niks. Altijd aan een afkeer van dat gepoets gehad. Ik ga nog liever naar de hel. Daar schijnen ze geen brasso te hebben.
En daarom vind ik het fijn dat wegen oplopen. En daarna we aflopen, en weer oplopen en .........
Afin.
Jammer genoeg is de asfaltlaag die ik mag befietsen afgewerkt met een erg grove split waardoor mijn banden niet lekker rollen. Ik heb een licht tegenwindje. En die combi maakt dat ik toch nog behoorlijk aan de bak moet.

Na 76 km fietsen rol ik tegen vieren het plaatsje Tissint binnen. Ik wordt meteen aangehouden door de plaatselijke politie en moet mijn paspoort afgeven. Dat doe ik nooit. Mijn paspoort afgeven. Dus geef ik aan dat ik graag met paspoort en al mee naar binnen ga om de gebruikelijke plichtplegingen zo beleefd en gedulig mogelijk af te werken. Want eh.... don`t fuck with te Maroccon Police. Of beter gezegd: De Marokaanse politie laat niet met zich fucken. Sowieso niet. Maar zeker hier niet. Zo dicht langs de Algerijnse grens.
Marokko en Algerije leven nl in onmin met elkaar. Dat is al geruime tijd aan de gang. En dat heeft er tot geleid dat het onmogelijk is om van het ene naar het andere land te reizen. De grens (over land) zit potdicht.
De oorsprong van dit grensconflict is een stuk land dat groter is dan het gehele Verenigd Koninkrijk. Het heeft een lange kustlijn. En een vijandige woestijn. Dat zit zo.
Ooit was dit stuk grond een Spaanse Kolonie. In 1975 waren de Spanjaarden het zat. Ze namen alles mee (zelfs de doden) en gaven alles aan Marokko en Mauretanie. Aleen hebben ze dat niet helemaal fijntjes geregeld.
Het gebied viel namelijk wat tussen wal en schip. De circa half miljoen inwoners noemden zich Sahawarwi`s. Ze zijn noch Mauritaans, noch Marokaans. Ze willen geen van beide zijn. ze noemden het gebied Polisario. En begonnen een guerrillaoorlog en behaalden sucessen op de Mauritaniers. Die zich daarop wijselijk uit het conflict terugtrokken. De Marokanen niet. Die bleven en bijven standvastig. De Swahari`s worden financieel en materieel ondersteund door de Algerijnse regering. En daar zit `m precies de kneep waar het gaat om de spanning die er tussen Marokko en Algerije heerst.
De VN heeft een tienjarig staaks het vuren afgekondigd. En dat wordt door beide partijen eerbiedigd. En dat is voorlopig ook het enige positieve dat er te melden valt.
U vraagt zich misschien af waarom dit stuk land zo belangrijk is. Navraag leert dat dit stuk land begeert wordt vanwege de belastinginkosten en nog belangrijker: de grote hoeveelheden fosfaat die de bodem rijk is. Fosfaat wordt gebruikt voor landbouwdoeleinden.
Grens-gedoe dus.
Hoe dichter je bij deze strook land (de Westelijke Sahara) komt. Hoe strenger de controles. De politie deinst er niet voor terug om je fototoestel in te nemen en door je foto`s te bladeren (is me al twee keer overkomen). En dan kan je maar beter geen telefoon- of tv masten hebben gefotografeerd. Of bruggen. Of militaire basissen. Of agenten in functie. Houden ze niet van.
Tijdens dit interview wordt mij wel vier keer gevraagd of ik journalist ben. Dat is een woord dat je absoluut moet vermijden: journalist. ` Nee, Monsieur ik ben designer off historical Gardens`. Je kunt er in principe het land voor uitgezet worden. Of op z`n minst wordt het leven je zuur gemaakt. En ander te vermijden woord is dus: Algerije. Daar houden ze hier helegaar niet van.
Ik ben altijd zeer beleefd tijdens deze politieinterviews. Die doorgaans een half uurtje in beslag nemen. Voetjes op de grond. Knietjes onder een hoek van 90 graden. Handen in de schoot (jah, zo zag u Gerrit nog nooit!!). Antwoord ik geduldig. Glimlach veel. Dat werkt het beste. Meestal nemen de politiechef en ik in goede harmonie afscheid. Zo ook nu.
De politiechef adviseert me een hotel. Er is er eigenlijk ook maar 1 in het hele dorpje te vinden. Ik neem er mijn intrek. Was m`n kleren. En val (zeer waarschijnlijk, want je weet het nooit helemaal zeker ) in een diepe slaap.
En droom van Brasso. En poetsdoeken. Ik heb geen idee waarom.
Etappe Tata- Tissint
75 km