De Lustige Reiziger

Bokkepootje

Lieve lezer. Bent u wel `s in een niet schoon gemaakte feestzaal geweest? Eentje waar de avond ervoor een feest heeft plaatsgevonden?

Ik wel.

Toen ik in 2000 was uitverkoren om de prachtige functie van kasteelbeheerder te vervullen nam de bijna gepensioneerde voorganger me, op mijn eerste werkdag, mee naar de Zuid-tuin. Daar stond (en staat nog steeds) een oranjerie. De oranjerie was oorspronkelijk bedoeld om subtropische tuin of kuipplanten (ook wel orangerieplanten genoemd) vorstvrij de winter door te helpen. Heden te dage worden die gebouwen veelal geexploiteerd en worden er huwelijken gesloten, concerten gegeven en feesten gevierd.

Zo ook in deze oranjerie. Bij het binnentreden waren de resten van het feest nog overduidelijk aanwezig. Wat een bende!! Wijnglazen all over the place. Wijnvlekken op de plavuizenvloer, etensresten en tafels en stoelen kris kras door de ruimte. En de geur van zure wijn. Die herinner ik me ook nog.

Ik heb vannacht heerlijk op de vloer van een dergelijke feestzaal mogen slapen. En waande me weer even op die eerste kasteelbeheerder-werkdag ergens in februari van het jaar 2000.

Met de zure wijngeur nog in mijn neus bestijg ik mijn karretje des 10.00 uur `s ochtens voor een soort van tussenetappe. Een tussenetappe, want morgen wil ik in Tiznit geraken. In Tiznit is een oude binnenstad die grotendeels ommuurd is. Dat ommuurde deel is te bezoeken en te beklimmen. Het plan is om in Tiznit een rustdag in te gelasten. De zadelpijn wat te laten wegvloeien. Mijn bezwete lijf eindelijk `s af te dochen en mijn door het transpiratievocht, met zout uitgeslagen kleren `s te laten kennis maken met iets van water en zeep. Want met de kleren in deze stinkstaat krijg ik nooit verkering. Althans, misschien behoort een snolletje voor d`r bij tot de mogelijkheden. Vaste verkering lijkt me schier onmogelijk. Tenzij ze natuurlijk nu net van een man houdt die juist........ We dwalen af.

Vandaag probeer ik dus Anezi te bereiken. En als dat lukt dan verlaat ik het Anti Atlas gebergte voor een tijdje. Eerlijk gezegd zie ik wel uit naar een paar ietwat vlakkere etappes. Ik hoop die te vinden aan de Oost-kust van Marokko. Maar voordat ik daar arriveer moet ik nog wat stevige `berg-puisten` bedwingen. Smeren met anti-acne(berg) zalf helpt niet. Dus fietsen maar.

Vanaf de start stijgt het weer. Procentje of zes! En dat is precies goed te behappen. Na een uurtje vlakt het wat af. Echter, dan steekt er een stormachtig windje op die mij van opzij omver tracht de blazen.

Het landschap is betoverend mooi. De (roodgekleurde) bergen volgen elkaar op. De vegetatie bestaat voor een belangrijk deel uit zgn Argantrees. Deze bomen komen alleen in dit deel van Marokko en delen van Algerije voor. Van de vruchten worden de noten gewonnen, vermalen tot een pasta en vervolgens met water aangelengd. Het kost circa 3 dagen om 1 liter olie te maken. Een langdurig proces dat de olie zeer kostbaar maakt. De olie wordt geexporteerd en veelal voor cosmetische doeleinden gebruikt. Ze zijn behoorlijk bepalend voor het landschap waar ik door trek. Maar ik zie ook aardbeibomen (Arbutus Unedo), cistisstruiken en heel veel uit uw bloempot gegroeide gewassen cactussen.

Na 20 km, om 12.00 uur, is het tijd voor een flinke pauze. De energie is sluipenderwijs wat weggevloeid door het zware klimwerk. Ik zoek en vind een beschut plekje. Eet goed. Leg mijn lange vermoeide lijf te rusten. Een heel uur lang. Met hernieuwde energie vervolg ik mijn weg.

Het wegdek baant zich een weg tussen de bergen en van overig verkeer is nauwelijks sprake. Dat geldt overigens voor de afgelopen drie dagen. Ik heb voor de start van mijn reis niet de gemakkelijkste weg gekozen. Flinke bergpassen. Onherbergzaam terrein. Nauwelijks verkeer en dat nauwelijks geldt ook in hoge mate voor de voorzieningen. Wanneer ik van tijd tot tijd even stop, overvalt me een oorverdovende stilte. Voor sommigen is dit misschien zelfs beangstigend stil. Ook op deze dag doe ik geen dorpjes aan. Domweg omdat ze er niet zijn. Ik spreek dan ook mijn hele watervoorraad aan.

Na een half uur durende afdaling op net aangelegd asfalt rol ik rond 15.00 uur Anezi binnen. Anizi blijkt precies op het kruispunt van een viertal wegen te liggen (nu heb je dat al snel met een kruispunt). Gelukkig vind ik er vrij snel een nogal ...eh.... basic room. Voorzieningen nul. Comfort: below zero. En nog een detail: een ongelofelijk smerig toilet (zo heb ze niet vaak gezien). Maar het geheel is in het gelukkige bezit van een dak en een deur die sluit en nog op slot kan ook. Eigenlijk ben ik geweldig in mijn nopjes met dit sobere onderkomen.

Nadat ik geinstalleerd ben slenter ik wat vermoeid rond in het dorpje. Locals kijken me na en sommigen knopen zelfs een praatje aan. Ik ga naar de kapper. Laat me scheren en ik eet een twijfelachtige maaltijd.

De twijfels zitten `m niet zozeer in het feit of de maaltijd wel een maaltijd is. Die kou kan ik wel uit de lucht halen. Het was een maaltijd! Zeker!! Er was sprake van stukken aardappel, wortel en geit. En dat alles probeerde z`n zwemdiploma te halen door te watertrappelen in een dikke laag olie. Niks aan het bokkepootje zou je zeggen. Alleen......er zijn wat twijfels mijnerzijds (niet hunniezijds) over de hygienische kwaliteit van dit culinaire hoogstandje .

Mocht ik het er tegen alle verwachtingen in het er toch levend vanaf brengen, dan rapporteer ik u morgen weer.

Naschrift: dat hele overnachten kreeg nog iets van een vervelend staartje. s`Avonds al best wel laat werd de eigenaar op het matje geroepen bij de plaatselijke politie. En ik moest mee. Naar het politiebureau. Daar kreeg ik te horen dat ik in een cafe onderdak had gevonden en dat ik daar illegaal verbleef. `Want een cafe is geen hotel meneertje de vrolijke Hollansche fietser`. En daarom zat ik nu dus tegenover de head off Police. Die stelde me allerlei vragen (zoals: wat is de voornaam van je moeder!?!) en de antwoorden schreef hij dan weer op. In mijn korte tijd in Marokko heb ik wel in de gaten dat je niet moet grappen en grollen met de politie. Is ff ietsje pietsje anders dan bij ons. Dus antwoord ik vriendelijk en beleefd op zijn vragen. Een tweetal ondergeschikten moesten de handgeschreven notities uitwerken in een document. De chef stuurde ze driemaal terug omdat er onjuistheden in het document stonden. In the mean time werden de politiechef en ik dikke vrienden. Zo weet ik dat hij al 30 jaar werkzaam is voor de politie, dat hij nu twee maanden op deze post zit (soort reorganisatieklus), dat ie drie studerende kinderen heeft in Fez en .......

Na al deze fijne weetjes mocht ik het pand verlaten en gewoon de nacht doorbrengen in het oorspronkelijke pand. De eigenaar van het cafe zal er al de tijd maar wat stilletjes en onderdanig bij te zitten.

Hij was iets meer de klos.........

Etappe: Tanalt-Anezi

43 km

Jaikwil

Ja ik wil

Vijf procent gaat doorgaans prima. Zes vaak ook nog wel, Bij zeven wordt het protest spandoek lichtjes ontvouwd. Bij acht haak ik definitief af.

Lieve volgers: de voornoemde cijfers hadden gemakkelijk en zonde enige moeite deel uit kunnen maken van mijn basisschool-rapport. Althans waar het om de vijven en zesjes ging (zevens en achten hadden een bepaalde allergie voor mijn rapport ontwikkeld, die wilden er domweg niet op). U begrijpt: die periode wil ik (qua cijfers) liever achter me laten. Nee `t gaat dus ook niet over mijn rapport: Ik heb `t over stijgingspercentages.

Na een fijn ontbijt (in the open air) heb ik vanohtend afscheid genomen van mijn vriend Mohamed. Wat een gastvrije en vriendelijke man!! Ik sla wat flessen water in, koop twee broden (uiit de achterbak van een auto) die gelukkig in het dorpje te koop worden aangeboden. Ik bestijg mijn karretje en daal nog circa 100 meter. Maar tot zover het goede nieuws voor vandaag.

De weg begint te stijgen. En niet zomaar. Stijgingspercentages van 10 to 12%. Jah, da`s toch net even te gek voor mijn Hollandsche aan de Flevo Polder gewende en verwende fietsbeentjes. Potdomme, bij de eerste haarspeldbocht reeds hang ik hijgend en buiten adem (kan dat: hijgend en buiten adem????) over het stuur. Dit is met echt teveel!

Om de kou meteen maar uit de band te laten lopen: van al mijn fietsreizen was dit by far de zwaarste dag. Nog nooit heb ik vier uren gedaan over een afstand van 16 kilometer. De ene haarspeldbocht was nog maar net om het hoekje om of de volgende diende zich weer aan. Er leek geen einde aan te komen. Om 12.00 uur moest ik noodgedwongen mijn noodrantstoen aanbreken omdat de energie totaal maar dan ook totaal uit mijn lijf verdwenen was. Dit soort stigingspercentages heb ik nooit goed kunnen bolwerken. Maar na een kilometertje of zo vlakte het wegdek wel weer wat af. En dan ging het wel weer. Maar hier vlakt niets af. Het blijft maar omhoog gaan. D`r komt geen eind aan.

Het is goed dat ik enige ervaring heb in dit soort situaties want je zou er zomaar behoorlijk van in de war kunnen raken: de orientatie neem wat af, de scherpte ook en ook de bodem van de watervoorraad komt in zicht. En het eerstvolgende dorpje dient zich nog niet aan.

Kalm blijven vertel ik tegen mezelf, pak je rust, drink regelmatig kleiine beetjes, en duw de fiets stapje voor stapje naar boven. Maar komt er nog `s #@*&%* een einde aan de %^$berg!!!

Ik ben een uurtje of vier in touw als er eindelijk, eindelijk, eindelijk iets van een top in het zicht komt. Pff...... Om 14.00 uur bereik ik de (voorlopige) top. Ik heb in vier uren tijd, 16 kilometer afgelegd,, waarvan het merendeel van meters wandelend. Op de top is een winkeltje. Ik koop wat flessen water (just in time!!) en sla wat eetvoer in. Eigenlijk wil ik een punt achter deze wandeletappe zettten maar in dit kleine gehuchtje (vier huisjes) zal ik geen onderdak vinden. En voor een tent is ook geen plek.

Noodgedwongen zal ik door moeten naar het volgende dorp. Ik neem een flinke rustpauze en informeer naar het traject wat me te wachten staat. Klein beetje klimmen, een lange afdaling en dan een klein beetje klimmen. Afstand: 11 kilometer. Omdat ik weet dat de afstand klopt ontleen ik een klein beetje zekerheid aan de klim en daalinformatie. Echter, meestal klopt de gegeven informatie nl. van geen kanten.........

Ik begin met wat onzekere pijnbenen aan de etappe. Weer klimmen!! Maar nu met stijgingspercentages van 4 of 5%. Tot mijn verbazing hervindt ik mijn krachten en ga ik eigenlijk best lekker. Ik ben snel boven en suis gedurende 8 kilometer best wel hard (maar gecontroleerd) naar beneden. De laatste 2 klim-kilometer doen nog even pijn. Maar ik haal `t!

Het plaatsje ligt geisoleeerd en is klein. Naar wat rondfietsen en vragen meldt ik me bij het plaatselijke cafe. Er blijkt geen hotel of iets met een bed te vinden in het dorp. Talloze cafebezoekers gaan zich met het ik-wil-graag-onderdak-heeft-u-iets-voor-me bemoeien. Na anderhalf uur komt de daadwerkelijke eigenaar van het cafe. Hij zegt dat hij geen bed voor me heeft, echter, als ik wil, mag ik in het basement van het cafe slapen.

Hij biedt het me wat besmuikt aan. Want eigenlijk vindt hij het gebodene onvoldoende van kwaliteit. Hij wil zijn gast een beter onderikomen bieden, maar dit is alles wat hij te bieden heeft. En oh ja: hij staat er op dat ik niet betaal. Hij laat me de ruimte zien en vraag of ik hier wil overnachten.

Het is de tweede keer in mijn leven dat ik vanuit de grond van mijn hart zeg:

`JA IK WIL`

Etappe: Souk-el Had-de-Targa-n-Toucha - Tanalt

Afstand: 26 kilometer

GitaarMohamed

Woensdag 9 december 2015

Op mijn vraag of er in dit plaatsje een plek voor mij is om de nacht door te brengen peinst hij wat.

Hij kijkt me aan met een veelzeggende blik. `De tijd heeft hier stilgestaan, er is hier niets. Deze plek is niet op toeristen ingericht, hier is geen hotel! je ziet `m deze volzinnen bijna voor zich uit denken.

Het is 15.00 uur. Moe van het fietsen ben ik in Souk-el Had-de-Targa-n-Toucha gestopt bij het plaatselijke postkantoor en heb daarmee de plaatselijke administrateur Mohamed met iets van een probleem opgezadeld (om maar even in gezellige fietstermen te bljiven spreken).

Mohamed deelt mijn vraag met zijn collega`s die zich er ook allemaal mee komen bemoeien. Men komt er niet uit, zelfs niet na een half uur debateren. Uiteindelijk loopt Mohamed naar me toe en vraagt of hij me mag uitnodigen in zijn woning. Om met hem mee te eten en daar de nacht door te brengen. Ik neem zijn aanbod maar wat graag aan. De etappe van vandaag heeft me behoorlijk uitgeput. Ik ben toe aan iets van een maaltijd. Iets van een dak boven mijn kalende bolletje. En iets van een bed. Hij vraagt me om om 18.00 uur weer terug te komen. Dan zit zijn werkdag er op en kunnen we naar zijn huis gaan.

Vanochtend ben ik uit Ait Baha vertrokken. Voor mijn vertrek heb ik een aantal noodzakelijke spullen ingekocht. Althans, spullen waarvan ik denk dat ze wel `s noodzakelijk zouden kunnen worden. Want om een mandarijntje, twee hompen brood, een banaan en wat flessen water als vanzelfsprekend als noodzakelijk aan te merken daarmee geven wij voornoemde artikelen toch net even iets te veel eer. Hangen we er net iets teveel gewicht aan. Maken we ze toch het net ff iets belangrijker dan ze eigenlijk zijn. Gaan we niet doen. Is onverstandig. Gaan ze maar van naast hun schoenen lopen. Mijn moeder zei altijd: je moet ze niet verwennen. En zo is `t maar net!

Maar voor mijn onderneming lijken ze zeker van belang. Ik ga een ongewisse route nemen met weinig dorpjes on the road. En als er al dorpjes zijn dan zullen de voorzieningen zeer beperkt zijn zo is de verwachting en voorspelling.

Het eerste uur verloopt vrolijk (uitgelaten schoolkinderen vergezelen me), de zon doet fijn mee, het landschap is van grote schoonheid (de cactussen reiken tot grote hoogte) en het kleine beetje wind dat er is blaast lichtjes in m`n rug. Niets aan het handje.

Na een korte stop sla ik linksaf in de richting van Lezzit. Die afslag nemen is heel verstandig van me. Want Lezzit is de plaats die ik vandaag ongeveer wil halen. En ik moet u zegen: dat wordt nog een hele toer. Het wegdek begint zoetjes aan te stijgen. Helemaal negeren kan ik dat niet, want om het asfalt nu lekker een beetje eigenwijs links te laten liggen en zelf lekker horizontaal te blijven fietsen, dat is een missie die op termijn tot mislukken gedoemd is. Meeklimmen dus maar!

En dat valt dan ook nog weer net voor de drommel nog niet mee. Ik moet een flinke pas over waarvan de stijgingspercentages ergens tussen de 4 en 12% schommelen. Die 4 gaat nog wel, maar die 12, daar zit `m nu net de kneep. En als ik middels een fijne afdaling, die gek genoeg altijd korter duurt dan de benodigde klimtijd, en weer ergens beneden ben beland, begint het klimfeest weer opnieuw. En daarna nog een keer.

Echter, ik ben een stuk sterker dan gisteren. Rond 15.00 uur bereik ik via een geweldig fijne en lange afdaling het diepst gelegen dorp van deze streek: Souk-el Had-de-Targa-n-Toucha. Een oase waar een dorp omheen gebouwd is. Of een dorp waar een oase omheen is geconstrueeerd. Dat kan ook. Kijk zelf maar even welke optie voor jou het meest voor de oase-hand ligt. Ik keur beide antwoorden goed. Dus een zesje heb je sowieso te pakken. Mocht je het antwoord fijn en juist kunnen onderbouwen dan kun je je cijfer nog ophalen. Kan `t maar zo een zeven of een acht worden. Maar goed, met een zes ga je ook over, dus je kunt je de moeite ook besparen. Kijk maar even.

Afin.

Om de (Postoffice-Mohamed-wacht)tijd enigszins te doden kijk ik wat rond in het dorpje. Er sukkelt een ezeltje rond. Heel af en toe passeert een vrachtauto. De zon verwarmt het fijne asfaltzand. Tot zover mijn weergave van de ontwikkelingen van uw eigenstge correspondent vanuit het dorpsfront. Ik voel me podomme net Pauline Broekema van het acht uur Journaal. (mocht u haar niet kennen, houwe zo, Pauline wordt al jaren op pad gestuurd voor het kleine' beetje kneuterige nieuws en dat gaat ongeveer zo: `ja beste mensen: mevrouw Jansen oet Bakkeveen is over een stoeptegel gestruikeld, en daarbij heeft ze haar knie behoorlijk bezeerd, tot zover Pauline Broekema vanuit het rampgebied, over naar de studio).

In het enige cafe dat het dorpje arm is tref ik ik een perfect Engels sprekende man die zichzelf (ook) Mohamed noemt. We raken geanimeeerd aan de praat onder het genot van de onvermijdelijke Marokaanse muntthee met drie blokken suiker (ik gok 8 misschien 9 suikerklontjes in een klein frisdrankglaasje!!). De man blijkt tien jaar in New York te hebben gewoond, heeft in een band gespeeld en is twee jaren geleden naar dit dorp verhuist. Er volgt een ietwat ingewikkeld en ook wel verwarrend verhaal over hoe hij hier zo terecht is gekomen.

Hij lijkt me eerlijk gezegd iemand die onderweg wat `verkeerde afslagen` heeft genomen in z`n leven en die zich nu terug trekt in de anonimiteit. Wat hier prima kan zo lijkt me. Hij nodigt me uit bij hem thuis waar hij me wat gitaarakkoorden zal leren (ik had `m verteld van mijn poging tot gitaarspelen...).

Zijn huis heeft de afmetingen van 150 x 300 cm. Zijn bed bestaat uit een drietal lagen kartonnen dozen. Hij kookt op een gasflesje. Het benauwde hokje maakt een weinig propere indruk. Dit compenseert hij weer met een grote mate van vriendelijkheid en heel fijn gitaarspel. Hij showt me zijn schriftje met verzamelde (grotendeels) beattle-akkoorden. Tegen vijven nemen we afscheid.

Ik heb nl. een afspraak met de andere Mohamed. De Mohamed die me onderdak en eten gaat aanbieden. Stipt op tijd ontmoeten we elkaar op de afgesproken plek. Hij weet van mijn bezoek aan de gitaarMohamed. Wonderlijk met welk een snelheid het nieuws in dit dorpje de ronde doet.

Ik tuig mijn fiets af en sleep de tassen naar de eerste etage van het huis van Mohamed. We eten brood met opgewarmde vis uit blik. En kletsen wat onder het genot van drie glaasjes muntthee. Ik ben behoorlijk moe (en het moeizame converseren doet de vermoeidheid niet echt verminderen) en daarom zoek al vroeg ik mijn het door Mohamed geimproviseerde en opgemaakte bed op.

Liggend in mijn slaapzakje word ik warm. Niet zozeer van het aantal graden Celsius (al zou dat ook best gekund hebben). Maar meer van zoveel onbevooroordeelde hartelijkheid en geweldige gastvrijheid. En ik bedenk me zomaar dat ik op dit gebied nog veel van Mohamed kan opsteken.

Etappe: Ait Baha-Souk-el Had-de-Targa-n-Toucha

Afstand: 43 kilometer

Klimgeit

3e dag

Dinsdag 8 december 2015

Klimgeit

U kent vast dat wijsje wel ` t houd niet op, niet vanzelf`. U heeft het vast wel `s voorbij horen komen op uw eigenste radio of tv. Een ietwat zeurderig deuntje dat in je kop blijft zitten. Hoge attentiewaarde. Good job van de reclame-meneer of -mevrouw!

Het deuntje stelt mishandeling aan de kaak en verteld wat ons te doen als we wat denken te horen of te zien wat niet in de haak is of door de beugel kan.

Gisteren bij het inchecken in mijn hotel vroeg de eigenaar me net iets te nadrukkelijk dat er eventueel ook nog wel andere, dan de mij toegewezen kamer, beschikbaar was. En dat bleek niet voor niets. Ik heb op mijn reizen heel wat geluiden uit naburige kamers mogen aanhoren. Ik heb kinderen horen maken , althans interessante pogingen daartoe. In Bolivia draaide eens een DJ de hele nacht een set rampestamp-muziek. In Roemenie lalden twee dronken mannen me wakker om 3 uur s` nachts. En in Peru heeft er `s een dweilorkest een groot deel van de nacht onder mijn raam staan dweilen. Kortom: ik ben wel wat gewend.

Maar het aanhoudende hartverscheurende gegil van een vrouw en het geluid van krijsende kinderen, in de kamer naast me, maakte dat het snel tot me doordrong dat hier iets goed mis was. Toen de huisraad ook nog de kamer vloog vond ik het de allerhoogste tijd om de eigenaar in te seinen. Die had het ook gehoord, zei dat het al drie dagen gaande was, en dat nu voor hem de maat vol was. Hij nam maatregelen en de rust keerde gelukkig (voor een ieder) weer.

Vanochtend vertrok ik na een prima ontbijtje dat bestond uit brood, roerei en Marokaanse munthee (ik ben het maar Marokaanse Berenburger gaan noemen). Het staat stijf van de munt (wat op zichzelf voor muntthee een prima keuze is) alleen na de eerste slokken van dit goedje kunnen de kaken nog maar 1 stand aan nemen. Standje STRAK! En dan bedoel ik ook STRAKKKK!!!!. Om de kaken toch weer wat meer flexibel te maken is er een mogelijkheid om suiker toe te voegen,. In blokken van 8 suikerklontjes. Dat dan wel weer.

Dat schenken van die thee da`s ook nog een heel ritueel.

De thee wordt geserveerd in een mooie glimmende kan vergezeld met drie kleine glaasjes. Het is de bedoeling dat je de thee in de glaasjes schenkt en het dan vervolgens weer terug schenkt in de kan. En dat mag je zomaar een keer of drie doen. Wordt het lekker sterk van! Het eigenlijke inschenken van de thee geschiedt met een hoge welgemikte straal in een van de glaasjes. Ze kunnenbeter dan mij mikken want geen druppeltje van het kostbare goedje mist zijn doel.Maar, ze hebben ook meer tijd om te oefenen.....

Maar goed, after het ontbijt en de thee vertrok ik dus.

Het wegdek is vlak, de wind laat niet van zich horen en de zon begint lekker de schijnen. Om 12.00 uur bereikt de temperatuur een waarde van 27 klein nulletje C. Ik moet smeren. Iets met voorkomen en iets met zonnebrand. Het verkeer laat zich van zijn goede kant zien. Het is niet al te druk en ze wijken prima voor me uit.

Ik kom tot de nu al snelle conclusie dat Marokanen betere onderhandelaars zijn dan pak `m beet Pakistanen. Of inwoners van India. Of Bolivianen. Die hebben het nl bij de aankoop van hun automobiel niet voor elkaar gekregen om een rem bij de aankoop te bedwngen. Althans, dat moet toch de reden zijn dat ze nooit remmen maar deze Hollandsche fietser gewoon van de weg drukken. Nee dan de Marokanen. die remmen (meestal) af wanneer ze niet kunnen passeren. Wachten tot er ruimte is. En passeren dan. Een (voorlopige) verademing.

Na anderhalf uur bereik ik een klein stoffig plaatsje. Er is een Pharmacie, een cementfabriek (die lange trailers af en aan laat rijden met zakken cement, wat dan weer niet zo gek is want dat produceren ze. Zou raarder zijn als ze pampers zouden vervoeren, of baddeendjes, of lepels, and what about vissenkommen, of barkrukken, of cd`s van Nicker Simon, of schoenveters, of de Margriet, of plastic tafellakens, of pieken voor een kerstboom, of kerstbomen zelf, of sneeuw, of ......... ja, lieve lezer: verzin zelf ook `s wat potdomme!! Laat mij een beetje het zware denkwerk doen!

Okey, okey, we dwalen lichtjes af.

Het plaatsje wordt tevens bezet door een groep jollige schoolkinderen die het geweldig vinden om zo`n allien als ik te mogen begroeten. Ze zijn goedlachs en uiterst vriendeljk en beleefd. En heeeeeeel graag willen ze iets van Engels met me spreken. Berber en Frans zijn voor velen natuurlijk gesproken talen in Marokko. Bijna iedereen spreekt Frans, zeker de jongelui. Tot mijn grote verbazing wordt er ook Engels gesproken. Accentloos!! Misschien een tip voor Sander Dekker (onze staatsecretaris van Onderwijs) om hier `s een kijkje te komen nemen hoe ze dat hier klaarspelen...........

De weg begint lichtjes te stijgen en ik zet mijn bijna vastgeroeste aan de Flevo Polder verwende versnellingapparaat eindelijk `s serieus aan het werk. Ik heb er potdomme destijds toch ook goed geld voor betaald. Geen gelul aan het werk en (ver)snel een beetje! (heb ik toch mooi mijn totale opvoeding zojuist in 1 zin samengevat).

In de verte hoor ik de mij zojuist gepasseerde vrachtauto`s puffend en steunend hun weg naar boven vervolgen. En ik weet wat dat betekend: het betere klimwerk is in aantocht. De weg begint inderdaad serieus te stijgen en de eerste haarspelbochten dienen zich aan. Ik moet een paar keer van mijn fiets af. De conditie is echter nog niet van dien aard dat ik dit soort hoogteverschillen met gemak bedwing.

Na slechts 37 fietskilometers rol ik behoorlijk versleten en hongerig het kleine plaatsje Ait Baha binnen. En dat niet alleen: ik val ook het eerste (en dus de beste) eettentje binnen. Bestel een portie friet en kebab, werk `m naar binnen, en bestel er daarna nog 1 tot verbijstering van de dienstdoende friet en kebabbakker. Ik kom weer iets bij zinnen en de krachten vloeien weer ietsje terug in de benen.

Ondanks de herwonnen krachten voel ik toch dat het beter is om voor vandaag de fiets in de wilgen te hangen. De spreekwoordelijke wilgen dan. Want echte wilgen heb ik hier nog niet gezien en daarbij: ik ben ook net iets te vermoeid om de fiets helemaal hoog in de eventuele wilgen te hangen. En mocht het dan toch lukken, dan hangt ie daar te hangen. En dan zal ik `m er ook weer uit moeten halen, want ik zie u nog niet helemaal naar hiero komen om……...

Raar verhaal eigenlijk.

Maar ik kom niet als vanzelf op dit onderwerp lieve lezer. Onderweg heb ik geiten gezien, niets bijzonders zult u zeggen. Nou, bekijk onderstaande EN NIET GEPHOTSJOPDTE foto maar `s goed. Have fun!!!

Ik informeer bij een hotel naar de prijs en vind eigenlijk dat ie boven mijn beschikbare budget zit. Ik fiets verder maar vind niets wat lijkt op een onderkomen voor de nacht. En kan m`n tent ook niet ergens weg parkeren. Keer daarom terug bij het hotel en hoor daar dat dit het enige hotel in the whole town is. Ik neem een kamer en sleep fiets en tassen naar de 3e etage. En u weet inmiddels waarom.......

De komende dagen wachten een aantal flinke klimetappes op me met zonder-geen-nada-nothing- voorzieningen on the road.

Er zal ook geen onderkomen zijn die mij wil verwelkomen. Misschien is dt wel omdat ze me maar een vervelende kwast vinden. Echter, het zou ook kunnen dat er domweg onderweg niets van onderdak te vindenis. Ik denk (en hoop) dat dat dat laatste de waarheid het dichtst benaderd. Ik ga noodzakelijke inkopen doen en ga me voorbereiden.

Jippie de Pippie! Let see what happens.

Etappe: Biougra-Ait Baha

Afstand: 35 kilometer

Manfiets

Manfiets

Vanochtend ben ik vertrokken uit een buitenwijk van Agadir.Maar niet voordat ik mijn fiets in elkaar gesleuteld had. Even heb ik overwogen om eerst te vertrekken en dan mijn fiets in elkaar te sleutelen. Maar gelukkig kwam ik bijtijds bij zinnen.

Het afscheid met de familie waar ik overnachtte was warm en hartelijk. Ik moest beloven om ooit terug te keren (er zijn mensen die zich bij een dergelijke uitspraak echt helemaal niets maar dan ook niets voorstellen, maar dit geheel terzijde lieve lezer).

Het is altijd vreemd. En ook nu maakt de uitzondering op de regel geen rare bokkesprongen. De eerste fietskilometertjes zijn nl altijd wat onwennig. Alles is anders. De geuren, de geluiden, de kleuren, de planten, de temperatuur, het verkeer, de borden langs de wegen, de mensen, het gemekker van de geiten en niet te vergeten de kwaliteit van het wegdek.

Ook mijn fiets moet zich nog even `zetten`. En dat komt omdat ik de fiets tot een zo klein mogelijk pakketje heb moeten brengen om met het vliegtuig mee te mogen. Stuur naar beneden en gedraaid, zadel naar beneden en meer van dat soort aanpassingen. En ondanks dat ik de originele hoogte(maten) vooraf noteer, kost het toch altijd weer even voordat de fiets als `mijn fiets` aanvoelt.

Wat hetzelfde blijft is het ongelofelijke gevoel van vrij zijn. Een man en zijn fiets. In een onbekend oord. Bestemming onbekend. Eerstvolgende slaapplaats? Geen idee. Niets geregeld. Geen vrouw met een vlaggetje om volgzaam achteraan te kuieren. Geen reisburo die ook een graantje mee wil pikken. Niets van dit alles. Wat een geweldig fijn avontuur. Een man en zijn fiets. Niets meer. Niets minder. En eerlijk: die eerste fietsmeters emotioneren me altijd weer. Ook nu.

Ik fiets in een half uurtje richting de N1 die me naar het zuiden voert. De N1 is een vrij druk bereden weg en vandaag vind ik dat fijn. Ik moet nl brandstof (in de vorm van benzine) op de kop zien te tikken. Nee. lieve lezer: de Marokaanse muntthee is me voorwaar (nog) niet naar het hoofd gestegen. Ik heb echt benzine nodig.

Een van mijn plannen is om zoveel mogelijk in de vrije natuur(of camping) te kamperen. En een ander plan is om Marokko kennis te laten maken met mijn kookkunsten. Aha!! Now were getting somewhere lieve zoete Gerritje. Ik heb een benzinebrander die (ECHT HEEL GEK) alleen werkt als ie benzine toegestopt krijgt. En langs deze drukke N1 staan heel veel benzinepompen. En 1 en 1 opgeteld is behoorlijk twee.

Maar het is voorwaar nog geen appeltje-eitje (om mijn goede en lieve vriendin Marleen na te spreken) om die benzine daadwerkelijk te bemachtigen. De hoeveelheid is nl te weinig. Je moet minimaal 2 liter afnemen. En die heb ik niet nodig. In bijna alle oorden waar ik geweest ben is dat een probleem. Gelukkig vind ik na niet al te lang zoeken een pompman die mijn brandstoffles met een halve liter benzinemeuk wil vullen. Heel fijn.

Nu ik de brandstof aan boord heb is er geen alibi meer op om de drukke N1 te blijven koersen. Ik sla af en zet koers richting Biougra. Deze weg is meteen flink rustiger. Het wegdek is waterpasvlak en zo rol ik des 15.00 uur het -ik kan best nog wat aan schoonheid winnen - stadje binnen.

Ik zoek even en vind een hotel. Het heeft de eigenaar behaagd om de prijzen af te stemmen op de hoogte van de etages. Hoe hoger de etage, hoe lager de prijs.

U begrijpt op welke hoogte ik slaap vannacht.

Sweet dreams.

Etappe: Agadir-Biougra
Afstand: 35 km.

Meer meer meer!!!

Zondag 6 december 2015

Meer, meer, meer!

Problemen komen zelden uit de hoek waar vandaan je ze verwacht. En zo ook nu lieve lezer!

De in een strak en kameelkleurig pak gestoken douanebeambte op het vliegveld wilde toch nog even een kijkje in mijn tassen nemen. En dan moet u weten dat ik net een anderhalf uur durend onderhoud hebt gehad met een aantal van zijn collega`s die hun taak meer serieus namen dan mij lief was.

Hoe duur is u fiets? Gaat u hem hier verkopen? Waarom heeft ie zulke brede banden? Waaarom koopt u hier geen fiets? Waarom gaat u eigenlijk niet met een auto? Waar zijn de officele papieren van de fiets? En waar is uw vrouw?En nog veel meer (voor hullie) relevante en (voor mij) iets minder relevante vragen waar ik zo breed glimlachend mogelijk antwoord op heb gegeven. Met een schriftelijke aantekening rijker (dat ik zonder de fiets het land niet mag verlaten) mocht ik dit deel van de aankomsthal passeren.

Net toen ik dacht dat ik alle fietsimport-perikkelen achter mij had gelaten verscheen de eerder genoemde jongeman ten tonele. Op zijn vraag of hij in mijn tassen mocht koekeloeren, antwoorde ik ontspannen: maar natuurlijk!! Ik vervoer immers toch niets dat tegen me gebruikt kan worden.

Of toch wel?

Na grondig fietstassen-speurwerk vond hij mijn in Nederland aangeschafte wegenkaart van zijn geliefde Vaderland: Hij ontvouwde de kaart. Bestuurde het vod. En kwam tot de conclusie dat er een deel ontbrak. Met zoveel respect als ik maar kon opbrengen en zonder een spoortje van cynisme ten toon te spreiden attendeerde ik de officier in functie er op dat de kaart, naast een voorzijde, ook een achterzijde bezat. En dat daar misschien het andere deel van zijn mooie Vaderland op te zien zou kunnen zijn. Hij draaide de kaart om en .....verdraaid: daar verscheen het andere deel.

En tegen mijn verwachting in ontstond toen dus een probleem. Of liever gezegd: HET probleem!

Want op mijn kaart staat in het uiterste zuiden een dikke roze lijn. En die lijn geeft aan dat dit gebied door zijn geliefde Vaderland begeert wordt maar het geeft ook aan dat het buurland op dit mooie stukje zand aast. Op de kaart wordt in het midden gelaten wie de eigenaar is. Een stukje niemandsland dus.

En daar begon zijn prima bij het pak passende schoen toch behoorlijk te wringen. Want ik moest toch weten dat dit stukje land aan zijn Vaderland toebehoorde. `This is not a propper map meneertje de vrolijke Hollandsche fietser!!!!!`

Hij bestookte me met tal van vragen: had ik de kaart zelf gefabriekt? Nou, nee! Ik ben vrij handig met de computer en het lukt me van tijd tot tijd wel om een aardig kaartje te produceren, maar een kaart van uw zo geliefde Vaderland maken: da`s toch wel ietwat te ambitieus. Daarbij: ik heb ook nog wel `s andere dingetjes te doen. Het antwoord is dus neen.

Waar heeft u die kaart gekocht? Ik antwoorde: In Holland (het is eigenlijk een Duitse kaart en ik wilde maar al te graag de Duitsers de schuld in de schoenen schuiven en overwoog de 2e WO en onze verloren WK finale voetbal in `74 er nog bij te halen maar bedacht me gelukkig tijdig).

Er kwamen nog een paar notabelen bij. En die dachter er precies eender over. Potdomme!! Ik ben altijd wel voorbereid op gedoe bij het binnentreden van een nieuwe exotische bestemming, maar eerlijk is eerlijk: deze zag ik niet aankomen. In de verste verte niet.

Na een flinke partij begrip van mijn kant en door een keer of tien nadrukkeljk uit te spreken hoe dom de kaartmaker van dienst wel niet geweest is, en hem wel vijf keer verteld te hebben welk een geweldige dienst deze man zijn vaderland heeft bewezen door mij op deze dwaling te wijzen, mocht ik door. Maar niet nadat ik beloofd had het onderste stuk van mijn kaart af te scheuren. Wat ik overigens vooralsnog nog niet van plan ben te doen want dan scheur ik dus ook een stuk van de voorzijde af en precies op dat stukje voorzijde wil graag nog gaan fietsen en daarom..... ......(nou ja, u bent slim genoeg om te weten dat ik de schaar vooralsnog niet hanteer.....)

Lieve lezer, u begrijpt `t al, ik ben weer op pad. Een nieuw avontuur heeft zijn aanvang genomen. Voor sommigen van u die dit nu lezen is dit wellicht ietwat een verrassing. Ik heb mijn reisplannen nl niet echt aan de grote klok gehangen. Ik kon best wel een klok vinden maar dat gehang leek me niets. Was er eerlijk gezegd ook net een beetje te druk voor. En om dan een beetje met reisplan en al aan een klok gaan zitten hangen. Dat roept vast vragen op, en nou ja: er schiet me eigenlijk op dit moment maar 1 woord te binnen: tijdverspilling! Vandaar deze eindejaars-surprise u aangeboden door me, myselff and ik zeg de gek.

Ik ben in Agadir, en dat ligt in het zuiden van Marokko. En dat is dan weer het meest Noordelijke land op het Afrikaanse continent. En het is de bedoeling om hier gedurende ruim zes weken met fiets en al de boel `s flink op stelten zal zettten. En dat is niet mijn enige doel. Ik wil ook wel `s een kijkje nemen in het land van onze Geert. U kent `m wel. Geert Mindermans! De minder, minder, minder Geert. En die randdebielen die `m een beetje naroepen. Geert en de achterlijke mongolen (goeie bandnaam trouwens, met de hit: less is more)! Nou dat land dus. Dat land en zijn bewoners wil ik wel `s van nabij aanschouwen.

Het reisplan is om eerst af te zakken richting het Zuiden om daarna het Atlasgebergte in te trekken en vervolgens ook nog wat Sahara-zand tussen de kiezen laten knarsen. Uiteindelijk zal ik me op 20 januari 2016 in Marrakesh moeten melden omdat mijn privejet (die ik sociaal als ik ben, altijd en graag met anderden deel) dan weer klaar staat om mij weer naar ons kikkerlandje terug te brengen

Ik ben deze eerste avond te gast bij een Marokaanse familie. Dat `Marokaans` is nauwelijks toeval te noemen. Die `familie` eigenlijk wel. Het toeval wide dat ik hier terecht ben gekomen. En gezellig is het. Een paar mannen, een handvol lieftallige dochters en wat vrouwen die in huis rommelen. En mag ik dit zeggen: mocht vanavond een voorbode zijn van wat nog gaat komen, dan is mijn vertrouwen geweldig groot. Wat een hartelijkheid, wat een gastvrijdheid en wat een ongelofelijke bak eten (cous cous en een of ander goedje uit de Tajine) hebben ze me voorgezet. Ik krijg dat in geen drie dagen weg gewerkt.

Eigenlijk zou ik Geert nu moeten naroepen. Maar dat doe ik niet. `Ik zeg meer meer meer meer!!!

Spring maar achterop!

Uw dienaar ter aller stond, Gerrit Pleijter

THE END

Lieve lezer,

Hatsiekiedeja! En daar is ie dan: het langverwachte, onvermijdelijke en altijd weer te vroeg komende EIND!!

Op 20 februari 2014 hoop ik weer veilig en wel vaste voet op Hollandsche bodem te zetten. Dus houd het alarmnummer bij de hand. Blusdekens binnen handbereik. Update je evacuatieplan nog ff snel. Nooduitgang vrijhouden. Brandblusser stand by. En zeg vooral niet dat ik u (vooraf) niet gewaarschuwd heb.

De reis begon op 11 december 2013. In Lima (Peru). En mijn fiets trok me een mooi stukje door het Peruviaanse lamaland. Eerst langs de Pacific Ocean. Waar ik voornamelijk in kustplaatsjes overnachtte. En daarna door het hooggebergte (gedeeltelijk by bus), via La Paz naar Copacabana in Bolivia. Na een aantal zeer prettige Bolivia-weken brak mijn fiets. Vier dagen voor ik Uyuni zou bereiken.

Het zou bezijden de waarheid zijn als ik zou zeggen dat ik daarover niet teleurgesteld was en ben. Ik heb zeker een paar keer (hangend in bus of jeep) gedacht: 'shit, wat een lekkere fietsweg is dit'!. Maar het is niet anders. Leer voor de volgende keer, Ik ben er door deze ervaring wel achter gekomen dat reizen per fiets wel de optimale manier is om te reizen door een land. Ik heb in verschillende bussen zo vaak gedacht: 'hier wil ik even stoppen', dit wil ik even beter kunnen zien'. Maar dat ging niet. Bussen razen voort. Daar zijn voor gemaakt: Voortrazen. Fietsen hebben remmen. En daar kun je in knijpen.

Maar ondanks voorgaande heb ik met buitengewoon veel energie en plezier enkele weken als backpacker door de rest van Bolivia getrokken. Ik voelde me soms weer even achttien (en dat zonder anti-age-veel-te-dure-meuk-creme). Als ik liftend langs een weg stond te duimen. Bolivia (en Peru ook) is een buitengewoon divers en schitterend land.

Ik ga u niet lastig vallen met mijn persoonlijke conclusies, nieuw opgedane inzichten, goede voornemens en opnieuw geformuleerde persoonlijke levensdoelen.

Wel wil ik u bedanken. Bedanken voor het volgen mijn belevenissen tijdens mijn reis. Een aantal van u hebben dat zo trouw gedaan, gedurende 10 weken, dat ik er wat verlegen van wordt. Dank u wel!!

Verder hebben ook een aantal mensen het weblog gevolgd die ik absoluut voorheen niet kende. Maar die mijn weblog kennelijk zo aardig vonden dat ze mee lazen. Dank je wel!

En een aantal mensen verkozen om te communiceren via de mail. Dat was ook fijn. Thanks!

Ook dank je wel aan Arie (en Boukje) die zo aardig waren om mij, op de heenrieis, naar het station te brengen. En zorg te dragen voor mijn auto. Thanks!

Tenslotte wil ik ook mijn werkgever (Geldersch Landschap & Kasteelen) bedanken dat ze me de gelegenheid hebben geboden om een reis met een dergelijke duur te kunnen maken.

En daarmee was dit het laatste bericht op dit weblog. Ik heb het met geweldig veel plezier bijgehouden en geschreven.

En er heeft zich al weer een mooi fietsreisje in mijn hoofd genesteld. Dus tot de volgende reis.

Groet, Gerrit

MAANDAGOCHTEND

Net als veel Bolvianen ga ik vandaag vroeg op pad.

Voor hen omdat dat gewoon is. En voor mij. Omdat het een fikse wandeling wordt. Ik wil wel 's zien wat de Bolivianen op een zomaar een maandagochtend uitvreten.

Ik heb gisteravond op de plattegrond van Santa Cruz de la Siera (de 2e grote stad van Boliva) een willekeurige route uitgestippeld. En ik heb er nog iets bijbedacht. Ik heb bedacht dat ik elke kilometer 1 foto zal maken. Een foto van iets wat er op dat kilometerpunt gebeurt.

Voordat ik met de wandeling begin. Neem ik een ontbijt. Zoals veelBolivianen wandel ik naar een willekeurige straathoek. Neem plaats. En bestel. Vandaag is dat een bak anijsthee. En een geroosterde boterham met ham. Bolivianen doen het meestal iets minder rustig aan. Die ontbijten met een bord soep met rijst en aardappel. En behoorlijk prominent drijft er een groot stuk vlees in. Of ze nemen een Salteneria. Een bolle dubbelgevouwen wat klein uitgevallen pannenkoek. Gevuld met aardappel, stukjes vlees, kikkererwten of wat er maar voorhanden is. Soms voorzien van een curry-achtige sausje.

Er zijn een soort loodsen waar ontbijt wordt gereserveerd. Maar als het mooi weer is (en dat is het meestal) dan eten ze graag buiten. Op straat.

Mijn wandeling begint in de Avenue Interradial. En ja hoor. Het is al raak. Autopech. Een kenmerkend beeld voor Bolivia. Altijd wordt er wel ergens aan een auto gesleuteld. Bolivianen houden denk ik gewoon meer van sleutelen dan van autorijden. Of er gaat gedurende het preventieve onderhoudproces iets mis. Dat zou ook kunnen.

Banden worden ook vaak verwisseld. Met de gatenstaat van de verschillende wegen is het ook geen wonder dat er wel 's ronddraaiende rubberen robbie sneuveld. Overal zijn bandenverwisselbedrijfjes langs de weg de vinden. 24 hours beschikbaar!!!!

Ik sla rechts af. Av. Tres Piscos al Frente. Dit is een dierenwinkelstraat. Je ziet het vaker in het buitenland. En in Bolivia ook dus. Overal zijn de verschillende discipline's geklusterd. Alle ziekenhuizen in een wijk. Tandartsen op een rijtje. En dus ook de dierenwinkels. En of er nog niet genoeg honden in dit land rondlopen (het land is er van vergeven!!): hier worden honden verkocht. In alle soort woef maten en woef kleuren en woef blaf geluiden. Maar ook tropische vogels. Cavia's. Kippen en duiven. Die dan weer geen woef zeggen. Maar typische tropische vogels, cavia's, kippen en duivengeluiden maken.

Ik steek rechtover. En wandel opeens een park binnen. Het Parque Urbano.

Gisteravond toen ik er (toevallig) rondliep was het een levendige boel. Met rondhangende jongeren. Veel muziek. Brommers. Een fontein die alle kleuren van de regenboog spoot. Veel reuring. Nu. Zo op maandagochtend. Is het stil. De vuilopruimers maken voorzichtig aanstalten om te zorgen dat over een uurtje of wat in niets meer herrinnerd aan de avond en nacht ervoor.

Ik kruier door. En kom op de Av. Argentina. Hier sla ik linksaf.

Hier zie ik een boomsoort die het straatbeeld van Santa Cruz inkleurt. Misschien herkent u 'm? Het is uw eigenste Ficus. De Ficus die u misschien wel in uw woonkamertje hebt staat. Hier verworden die planten tot heuse bomen.

Ik volg nu de Av El Trompielo. Een brede straat met vele rijbanen. Die gescheiden worden door een groenstrook. Na een kilometertje of wat sta ik recht tegenover het Cine Centrum.

Het Cine Centrum is vooral een grote bioscoop. Maar ook zijn er tal van kleding winkels, computershops, mobiele telefoonwinkels en fast food restaurants gevestigd. Het is recentelijk gebouwd. En het betekende de doodsteek voor veel andere kleinere bioscopen in Santa Cruz. Als je jong bent. Dan wil je er gezien worden. En wil je er films kijken. En lekker fast food eten. En rondhangen. Nu is het er stil.

In het Cine Centrum zijn ook banken gevestigd. Geldbanken. En daar zie ik iets wat ik tijdens mijn reizen veel gezien heb. Wachtenden. Rijen. Wachtenden. Bolivianen zijn gewend om te wachten. Met name bij overheidsinstellingen. Banken. Politie. Rijen lang. Ik heb wel 's een rij van 150 meter gezien. Geen klagers. Alleen wachters.

Na een tijdje sla ik rechtsaf: Av. Fjerci to Nacinol. Hier loop ik langs het grote voetbalstadion van Santa Cruz. Onder de rook van het stadion is een schoolklas een potje aan het voetballen. Misschien wel met de gedachte om ooit 's in dat mooie stadion te mogen spelen..... Of Messi te worden........

Ik laat ze lekker voetballen. Na een tijdje sla ik linksaf. En kom op een verkeerspleintje. Daar staat een naranjeverkoopster haar waar aan te prijzen. Als je een glaasje vers geperst sinaasappelsap wilt scoren: dan zit je in Bolivia goed. Heel regelmatig staat er zo'n karretje op een straathoek. Het kost je 4 Bolivianoos (0,40 eurocent). En daarvoor krijg je een volle beker. En als die halfleeg is, dan schenkt de verkoopster de beker nog 's vol. Ze hebben een zeer inginieus systeem voor het schillen van de sinaasappel. En het persen is ook in no time gebeurd. Erg lekker!

Ik loop langs het oude busstation. En zit een schoenenpoetser. Ook die kom je regelmatig op je voetpad tegen. Het is ongeveer het laagste wat je in de ogn van een Boliviaan kunt doen: schoenen poetsen. En daarom zie je soms dat de schoenenpoetsers hun gezichten bedekken. Om niet herkend te worden. Propere man als ik ben hoeven mijn schoenen niet gepoetst te worden. En ik sla de Calle Salvatierra in. En daarna loop ik richting het centrale plein van Santa Cruz: Plaza 24 de Septembre.

Voordat ik dit plein bereik maak ik de volgende twee foto's:

En dit is wat mij betreft wat Santa Cruz kenmerkt. Enerzijds is het de meest moderne stad van Bolivia. Met veel Westerse geneugten. Anderzijds heerst er onder een (groot) deel van de bevolking armoede. En dat uit zich dan weer uit mensen die uit vuilnisbakken eten. En veel. Heel veel bedelende mensen. Maar goed. Dat wordt dan allemaal weer keurig gemaskeerd door de United felle kleurtjes van megabedrijfje Beneton.

Maar natuurlijk zijn er ook andere kleurtjes te beleven. Veel mooiere kleuren dan die Betonmeuk. Zo staan deze bomen een beetje vrolijk te bloeien. Zomaar. Gratis. Zo langs de straat. United Colors van Zomaar een Boom.

Mocht u een contractje willen opstellen. En u heeft zelf de kennis of de typmachine niet. Of beide. Dan kunt u naar mannetjes of vrouwtjes gaan. Want die zitten voor u klaar. Op de stoep. In the open air. En die stellen voor uw een brief of een contractje op. Typen dit voor u uit. Tegen betaling vanzelfsprekend. En u kunt weer leuke dingen gaan doen. Ik vraag er een (1) of ie mijn belastingformulier wil invullen. Maar helaas. Van een blauwe enveloppe heeft ie nog nooit gehoord......

Ik ben ondertussen een uurtje of drie onderweg. En ben op het Plaza aangekomen. Op het Plaza staat de grote Basillica. Voluit heeft het ding: Basillica Menor de San Lorenzo. Ik heb 'm van binnen bekeken en..... ik zou er de lange reis vanuit Holland niet voor ondernemen. Spaar uw zorgvuldig gespaarde eurocentjes maar voor iets anders leuks. Is een tip. Doe er uw voordeel mee.

Op het Plaza houd ik een pitsstop. Drink. En eet wat. En val in slaap.

Na deze onderbreking Volg ik de Avenue 24 de Septiembre verder. En na drie blokken sla ik rechtsaf. En ik kom aan in een park: Parque el Arenal. Een geinig stadspark met veel water. En omheind door een lelijk hek. Omdat je er 's avonds maar beter niet kan komen. Blijf ik niet hangen. Want voor je het weet valt de avond in. En loop ik verder.

De Av. Monsieur Rivero in.

Daar is een Boliviaanse stratenmaker de laatste hand aan het leggen aan het herstelwerk van een stoep. Stoepen bestaan veelal uit tegels. En die tegels hebben meestal een kleur. En een motief. Maar ook stoepen van gewapend beton komen mijn voeten hier vaak tegen. En ook stoeploze stoepen. Die nog het meest eigenlijk. Dus hulde aan deze stratenmaker!

Opeens sta ik oog in oog met El Cristo. Jawel. Daar staat ie. Nogal prominent ook. Met de handen ten hemel geheven. Alsof ie zeggen wil: ik weet het ook niet meer!! Ik weet het niet meer met deze Wereld en z'n bewonertjes!!

En gelijk heeft ie. Ik zou het ook niet weten. Waar het met deze Wereld heen zou moeten. Welke kant we op moeten gaan. moet. Als ik zijn allmachtige rol zou moeten vervullen. Nee.

Nou.......?!

Nououw...........??!!

Nou, misschien toch ff. Mocht ik die rol in de toekomst .........zou ik de kans krijgen om........zou ik in de gelegenheid gesteld worden om de Almachtige Vader van uw allen te worden. Als!!!! Dan eh.........schieten me toch wel een paar dingetjes te binnen. Dan weet ik wel een paar kleinigheden waar ik een draai aan zou willen geven.

Ik zou beginnen met het ellimeneren van Volendamse muzikanten. Dat staat op 1! En op zondagavond zou tegen een uur of negen de beeldbuis op zwart gaan (en u weet wel waarom lieve volger). Dat is 2.

En als ik dan nog 1 dingetje zou mogen doen. Dan zou ik het plan om de Rotterdamse Kuip te (ver)bouwen door de papiervernietiger halen. En een nieuw plan schrijven. Kort. En krachtig. Hierkomtie:

1. stel eerst 's een fatsoenlijk elftal samen dat WEL kan voetballen
(en als aan die voorwaarde voldaan is, dan mag je naar stap 2, niet eerder)
2. bouw daar dan een leuk stadionnetje met een groen grasmatje omheen
EN NIET ANDERSOM SUKKELS!!

Maar goed. Ik heb geloof ik ff op genoeg tenen getrapt. Snel verder. Voor ze me komen halen.

Bij Jezus ga ik rechtsaf. En ga nu een hele tijd de Av. Cristobal de Mendoza volgen. Een rondweg. Santa Cruz is namelijk in een ringvorm gebouwd. Grofweg zijn er 3 ringen. En ik bevind me nu tussen de 2e en 3e ring.

De scholen hebben na een vakantieperiode van circa 3 maanden (!) onlangs de lessen weer hervat. En daarom zijn de leerlingen weer in het straatbeeld terug. Hier een meisje gehuld in schooluniform. En gewapend met de ook hier onvermijdelijke mobiele telefoon. En een flesje water. Want warm is ´t!!. Ze wacht op een microbus. Op de achtergrond een van de vele straatverkopers. Deze verkoopt sierraden.

In ene passeer ik een man die een reclameuiting op een rolluik aan het schilderen is. All made by hand! Staat er nu 'QUEENBURGER?' Gaat deze man een offensief starten tegen BURGER KING?

Ik zou ´t ´m kunnen vragen. Maar ik zal ´m niet storen bij dit concentratiewerkje. Overigens is Bolivia een van de weinige landen waar Burger King en Mac Donalds geen voet aan de grond hebben gekregen. Burger King heeft 2 vestigingen in het hele land. En Mac D heeft na een aantal vruchteloze pogingen het land verlaten. Redenen van het mislukken: te duur. En de kwaliteit van het vlees wordt door de Boliviann als minder beschouwd dan hunnie eigenste rund en vooral kip.

Iets verder loop ik tegen een meubelherstebedrijfje aan. Die zie je hier ook veel. Bedrijfjes die vullingen van stoelen en banken herstellen. Want ja. Wat zou je ook je oude stoel weggooien, als opvullen ook kan!! Het herstellen van autostoelen (dat hier gebeurd) had ik nog niet eerder gezien.

Natuurlijk wordt er in deze stad ook gebouwd. Al valt de mate waarin dat gebeurd valt me erg mee. Maar hier wordt een gebouw opgetrokken. En de verschillende verdiepingen worden gestut met houten palen.....

Straatvegers bepalen ook een deel van het straatbeeld. Met vuilcontainer en stoffer en een blik aan een steel gewapend gaan zij het straatvuil te lijf. Een schier onbegonnen klusje. Want iedereen flikkert hier alle, voor hem of haar, overbodige zooi zo van zich af......

Een man in blote bast (want het is hier warmmmmmmmmmm) in een werkplaats. Met onderdelen. En vooral. Veel olie. En vet. En de voor monteurs kennelijk zo onvermijdelijke kalender (op de achtergrond).

En al die tijd volg ik de Av. Cristobal de Mendoza. Maar nu sla ik dan eindelijk (want het is een wat saaie weg) de Av Brasil Prolong San Pablo in. Op weg naar mijn eindstation. De Terminal Nuevo. Het grote bus- en treinstation van Santa Cruz.

Maar niet voordat ik dit menneke op de gevoelige plaat heb vastgelegd. Hij kan z'n oogjes nog maar net (net niet eigenlijk......) openhouden.

En ook niet voordat ik een kermisattractie in opbouw passeer. En deze jongen wilde heel graag op de foto. En ging er ´s goed voor staan. Okey then. Jij je zin.

Maar dan toch. Na iets van zes uren sjouwen. Bereik ik moe doch voldaanmijn einddoel. De Terminal.

De Terminal waar je treinkaartjes kunt kopen. Maar het is vooral het vertrekpunt van de vele lange afstandbussen.

Het is er altijd een drukte van belang. Schreeuwende kaartjesverkopers die je al van ver buiten het station er op attent willen maken dat zij de beste bus hebben. En de goedkoopste kaartjes. Bij hen moet je zijn. Bij hen moet je wezen. Ze roepen de eindbestemming hard. En snel. De eindbestemming 'La Paz' kan vijf keer in anderhalve seconde geroepen worden. En dan niet door 1 persoon. Nee. Er roepen er tenminste 50 tegelijk. Een cacafonie van geluid.

s' Avonds rond achten al wordt het hele station 'schoongeveegd' en moeten alle mensen het gebouw verlaten. De hekken gaan dicht. En de hele zaak gaat op slot.

En daarmee gaat het zomaar-een-maandagochtend-verslag van deze wandeling ook op slot.

Adios!