The Great Annapurna Track – Day ten
'What a horrible night it was last night'.
We zijn gisteren aangekomen in Ledar. De zon schijnt. En de uitzichten zijn prachtig. De kamer is basic. En douche is niet voorhanden. Alleen ijskoud rivierwater. We doen het er mee. Op 4200 meter hoogte. Niet klagen.
Ik kon alleen niet bevroeden wat de avond en nacht voor mij in petto hadden.
Bij het openen van mijn tas bleek dat de inhoud iets van een kleverige massa is geworden. Mijn E-reader heeft verkering gekregen met mijn EHBO-kit. Mijn lakenzak plakt aan I-pod. En het ruikt allemaal heel lekker naar suiker. Grrr........
Mijn flesje hoestsiroop is tijdens het klimmen opengesprongen. Shit! Wat een beginnersfout. 'Doe dan ook een plastic zakje om het flesje, lul de bahanger'. Bedankt voor de tip. Lieve volger! Vooral achteraf. Heel fijn! Nogmaals dank.
Ik probeer met ijskoud water. En wat handwasmiddel. De schade enigszins te herstellen. En dat lukt niet onaardig.
En terwijl u lekker aan de pepernoten zit te knabbelen. De chocoladeletter soldaat zit te maken. En de marsepeinstaaf staat of zit op te peuzelen. Openbaart bij mij het eerste verschijnsel van hoogteziekte. Aan het begin van Sinterklaasavond. In mijn hoofd.
De druk op ruim 4000 meter is kennelijk te groot voor de binnenzijde van mijn schedeltje. Het gevolg is een aan de deur kloppende hoofdpijn.

Ik ga om 17.30 uur naar bed. En het waait dat het stormt. Het houdt de hele nacht aan. De dunne triplex-wandjes buigen door de wind. Naar binnen. En de golfplaten die het dak vormen. Waaien al kletterend op.
De hoofdpijn en het gekletter houdt me uit de slaap. Als ik continue op mijn horloge gekeken had. Dan had ik elke seconde kunnen tellen. Echt, ik ben geen seconde 'weggeweest'.
Rond weet-ik-veel hoor ik geknisper en geknasper. Er rommelt iets of iemand in mijn kamer. Het doet me denken aan mijn kleine slaapkamertje aan de Bovenheigraaf in Wezep. Toen ik nog een klein Gerritje was. Er liepen altijd muizen in mijn kamer. Wat was ik er bang voor......
Ik vind mijn zaklampje. Knip het aan. En kijk gedurende twee-drie seconden recht in de ogen van een .....rat! Een hele grote. Hij is, denk ik, op mijn koekjes afgekomen.
Doordat ik licht aanknip vlucht ie weg. Met die lange staart van 'm. Allemachtig! Dit bevorderd de nachtrust niet helemaal of helemaal niet. K'weet 't even niet.
De hoofdpijn houdt onverminderd aan. Ik neem mijn toevlucht tot een Dimox tablet. Dimox gaat hoogteziekte tegen. In zekere mate. Wanneer het echt te gek wordt met die hoofdpijn, ben je gedwongen om te dalen. Snel. Naar lagere oorden.
Uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijk, komt aan deze verschrikkelijke en lange nacht een einde. Het wordt ochtend. 6.00 uur.
Het is freezing cold. Dat merk ik wanneer ik uit mijn slaapzak schuif. En mijn kleren wil aantrekken. Gisteren heb ik de bezwete kledij in mijn kamer weggehangen. En vanochtend tref ik het in stijfe (bevroren) toestand aan. Ik kan er zo in glijden. Ik kies toch maar voor mijn reserve kostuum.

De hoofdpijn wil er niet mee ophouden. Ik overleg met Khamal (mijn guide). Wat te doen. We besluiten rustig te ontbijten. Daarna een half uurtje rustig te klimmen. En dan beslissen of we doorgaan of terugaan om te dalen.
De etappe is niet lang. Drie uren. Maar uitzonderlijk steep. Na een half uur besluit ik om mijn weg te vervolgen. Door te gaan.
Rond het middaguur komen aan in High-Camp. Versleten. Vermoeid. Aan het eind. Net als ongeveer twintig ander wandelaars. Die langzaam. En een (1) voor een (1). Binnendruppelen.
Stoere naam. High Camp. High Camp ligt op 4800 meter hoogte. En is de laatste halte voordat we de top overgaan. Morgen.
De etappe van vandaag was van het gevaarlijkste soort. Kleine afbrokkelende paadjes. Langs diepe, hele diepe, ravijnen. Ook van het steilste soort. Maar dan naar beneden. En dat met een bonkende hoofdpijn. En een snipverkouden lichaam.
Echter, het is ook de mooiste route van deze Annapurna-track. Hopelijk ondersteunen de foto's deze stelling.
Morgen ga ik dus de La Thorung La Pass over. Opstaan om 4.00 uur. Ontbijt om 4.40 uur. Vertek om 5.00 uur. Alle kleren die beschikbaar zijn (ook als ze onder de siroop zitten) moeten aan. Heel veel lagen. Het wordt koud. Erg koud. Het waait er stromachtig. En we moeten nog 600 meter omhoog. Klimmen.
Mocht ik de top halen. Dan wordt het daarna drie uren dalen. Van 5416 m (top) naar 3700 meter. Hopelijk vinden we er een douche. Bij voorkeur niet helemaal ijskoud.
'Is het nog leuk Gerrit'? Eh... ja het is betoverend mooi. Ik geniet. De koude is een echte tegenstander. Ik heb al zes dagen geen warmte mee gevoeld. En dat wreekt zich wat.
Maar ik zie erg uit om de pas over te steken. Morgen!
Namaste, en tot na de top!
The Great Annapurna Track – Day nine
Stel je een weekendtas voor.
Leg bij dat voorstellen, vooral nadruk op 'week'. En niet op 'end'. Dus een tas met een flinke omvang. En dito inhoud. Echt een grote dus. Anders doe maar twee weekendtassen. En combineer die even tot een (1). “Goed zo!' Dat komt aardig in de buurt.
Prop het ding vol. Niet met wc-papier of plastic. Maar stop er ook wat zware dingen in. Een steen of zo. Tot een kilootje of 30. Pak vervolgens de hengsels met beide handen. En werp de tas op je rug. In de lengterichting (niet in de breedte, want dan kunnen de ezeltjes er niet langs). En doe de hengsels over je hoofd. En laat ze rusten op je voorhoofd. O ja, leg je eigen rugtas (kilootje of 20) ook nog even los bovenop de weekendtas.
'Fijn. Goed gedaan. En nu lopen maar'. Neeh....niet zomaar een ommetje. Maar een....eh... dag of zestien. Over de hoogst bewandelbare pas van de Wereld.
Solliciteren naar deze functie? Mag wel. Echter u bent kansloos. Waarde volger.
Ik heb al een drager. Zijn naam is Krishna.
En Krishna is niet bepaald het prototype van de Nepalees. Integendeel. Hij is lang. Groot. Heeft schoenmaat zevenenveertig. En is net als zijn mede Nepalzen beresterk.
Mocht Krishna, mijn drager, solliciteren voor een filmrol van de Hulk (u kent hem vast nog wel). Dan maakt ie een goede kans. Maar dat is dan alleen vanwege zijn uiterlijk. Het is nl een bijzonder vriendelijke man. En dat kon je van de Hulk niet zeggen....... Engerd!
Krisha draagt een deel van mijn bagage. En eerlijk gezegd voelde ik me aanvankelijk wel wat bezwaard. Vooral toen ik zag op welke wijze hij mijn meuk zestien dagen lang over de bergen moest sleuren. Ik had er wel verhalen over gelezen. Over mistanden met dragers. Maar het zelf zien en ervaren is toch andere koek.
Volgens mijn guide heb ik nog netjes gehouden. Qua gewicht dan. En inderdaad. Ik zie gedurende onze tocht dragers lopen met driemaal het gewicht dat Krishna draagt. Ik zie eigenlijk meer bagage, dan mens. En ze worden zwaar onderbetaald. De reisorganisaties gaan voor de laagste prijzen......
Veelal lopen de porters (zo heten de dragers) op flip-flops. Bij ons beter bekend als badslippers. Stel je maar 's voor. Zestien dagen lang. Met een kilootje of zestig/tachtig op je rug. Door de bergen. Op badslippers.
Echt waar. Het gebeurd.
Krishna krijgt goed betaald. Heeft fatsoenlijke wandelschoenen. En loopt dus niet met teveel gewicht te zeulen. En heeft bovendien prima gezelschap aan Khamal. We proberen het met z'n vieren goed te hebben. Je bent toch zestien dagen op elkaar aangewezen. Maar dat gaat erg goed.
Vandaag zeult Krishna de hele meuk naar Leddar. De ene-laatste stop voordat we de hoge pas oversteken.
Het landschap veranderd tijdens deze etappe behoorlijk. De begroeiing bestaat louter nog uit Juniperus sabina (zevenboom). En de struiken komen gaandeweg steeds meer solitair te staan.

Een Yak
Sinds enkele dagen kruisen ook de Yak's onze weg. Yak's zijn de koeien die hier in de bergen leven. Ze zien er erg mooi uit. En leveren o.a. de grondstof voor de Yakkaas. Erug jammie!!
Tegen 12.00 uur bereiken we ons geusthouse. Vroeg. We zouden verder kunnen. Qua conditie. Maar zeshonderd meter stijgen op een (1) dag is genoeg. Volgens Khamal. Hij wil koste wat kost hoogteziekte voorkomen. In het meest extreme geval kan hoogteziekte je het leven kosten. En aangezien ik binnenkort nog wel wat leuke Marleen-en Nieuw zeelandplannen heb. Wacht ik daar nog mooi even mee. Met dat levenkosten.
In Leddar staan twee guesthouses. Eigenlijk bestaat Leddar maar uit twee guesthouses. De twee guesthouses zijn Leddar. We kiezen er een (1). Dat is genoeg. Voor ons.
Hier treffen we zeldzame schepselen aan. Medewandelaars genaamd. Sinds onze start, negen dagen geleden, hebben we er bijna geen gezien. Maar hier verzameld iedereen zich zo'n beetje.
Iedereen overnacht hier. Iedereen volgt de verstandige en geleidelijke weg naar de top. Waarschijnlijk gaan we elkaar de komende dagen steeds tegenkomen.
Het was weer prachtig vandaag. Het is kraakhelder weer. En daardoor zijn de uitzichten betoverend. Helaas ben ik afgelopen nacht snipverkouden geworden. En dat drukt de stemming enigszins. Maar morgen gaat het vast weer beter.
Namaste!
The Great Annapurna Track – Day eight
Het moet begin jaren negentig zijn geweest.
Ik zat op een boot. En dat was prettig. Want ik was op zee. Op weg. Van Amsterdam naar Gothenburg. En dan kan je maar beter op een boot zitten.
De reis duurde iets van 24 uren. En dat is lang. Vooral op een boot. Benedendeks werd een fim vertoond. En om de tijd wat de doden kochten mijn toenmalige vrouw en ik een ticket. Voor de bootbios.
We kwamen in een kleine ruimte waar ongeveer 20 bioscoopstoelen stonden opgesteld. We namen plaats. En het filmkijken kon beginnen. De zee had die daq een slechte bui. En produceerde akelig hoge golven. Waardoor de boot flink heen en weer werd geschud. Vrij spookie.
De film die op het program stond was 'Silent of the Lambs'. Voor wie 'm ooit gezien heeft, weet hoe spannend ie is. Ik was totaal onvoorbereid de filmzaal binnen gegaan. Niet wetend waar de flim over zou gaan........
Een heen een weer schommelde boot. Een superspannende film. Veel gillende mensen. Voorwaar een decor en een locatie om niet snel te vergeten.
En zo'n mooi (film)decor heb ik vandaag ook gehad. Anders. Dat wel.

meisje in Manang
We (we is Fiona, een reisgenote en ik) zitten nl op 3500 meter hoogte. In de Nepalese bergen. In een kleine houten hut. Op houten banken. Zittend op Yakvellen (koeievellen). Een houtkacheltje doet een poging tot verwarmen. Maar pruttelt kansloos. Achter in de bios. We zitten dus. Te kijken. Naar een film. 'Into the Wild'.
En er was veel te kiezen in deze zelf-kies-bioscoop. De film hebben we zelf uitgekozen. Het tijdstip van vertoning ook. En als klap op de vuurpijl mochten we ook zelf onze zitplaats uitkiezen.
We zijn namelijk de enige bezoekers.
De film start zodra we zijn gaan zitten. De kwaliteit van het beeld en het geluid is verrassend goed. En de film doet mooi mee. Wat een fantastisch mooie film. Vier jaar oud. Zoiets. Maar destijds volledig aan mij voorbij gegaan.
Halverwege komt de eigenaar ons een zakje popcorn brengen. En een beker hete thee. Dat eerste is grappig. En dat tweede vrij noodzakelijk!! Want het is het FFC (fucking freezing cold) in de hut.
Dit is de koudste film die ik ooit gezien heb!
Maar wat een geweldige plek om naar een film te kijken. Daar kan geen boot tegenop.
Vanochtend ben ik met een lege rugzak op pad gegaan. Hout sprokkelen. In ons guesthouse staat namelijk een houtkachel. Maar die is niet in gebruik. Het hout is domweg te duur. Er wordt dus niet gestookt. Maar ik heb gezien dat op de paden in het dorp zo hier en daar wat hout ligt. En na 25 minuten speuren en sprokkelen heb ik een rugzak vol verzameld.
En daar proviteren we mooi van tijdens het avondeten. De kachel bromt, gromt en knispert en knettert van tevredenheid. Nu ze eindelijk weer 's kan doen waarvoor ze eigenlijk in het leven is geroepen. En we kruipen er bijna bovenop. Met z'n vieren. We krijgen het lekker warm.
Ok! Dat was een fijne manier om de rustdag door te brengen.
De waterflessen zijn gevuld. Ik heb Nepal verrijkt met enkele liters inktzwart kledingafvalwaswater. De schoenen van nieuwe veters voorzien. Ik ben eigenaar van een pak meergranen koekjes. Mijn hoofdlampje gloeit weer van tevredenheid, met nieuwe batterijen. En ga vast lekker ruiken. Want ik heb wat zeep ingeslagen. En ben voornemens het ook te gaan gebruiken.....
Morgen om 7.00 uur ontbijt. Om 7.30 uur gaat etappe nummer negen beginnen.
(Bij de weg: ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de raarste/leukste/grappigste/warmste filmlocatie waar jullie ooit een film hebben zitten kijken.
Ik verneem graag van u, waarde volger)
Namaste.
The Great Annapurna Track – Day seven
Je kunt je het beste het Annapurna-Circuit voorstellen als een hoefijzer.
We zijn rechts onderin begonnen. Zeg maar op 17.00 uur. En we zijn nu redelijk in de buurt van 13.00 uur. We lopen dus tegen de klok in. Dat is verstandiger. Andersom lopen kan wel. Maar dat is ongelofelijk zwaar. Vanwege de steile klimmen. Er zijn maar weinig trekkers die dat doen.
Er zijn sowieso weinig trekkers die doen wat wij doen. Momenteel. We lopen in de late herfst van het trekkerseizoen. In oktober zijn alle hotels en guesthouses fully booked. En kun je over de koppen lopen. Nu is het quiet. De helft van de hotels is al gesloten. We zijn steeds die enige vier in het overnachtingsadres. En dat is fijn.
Een mindere zijde van dat late herstlopen is de kou.
We stoppen vaak rond 14.00 uur. Meestal neemt de zon zo rond 14.30 uur wat snipperuren op. En houdt het fijn voor gezien. De enige vlammen die warmte afgeven is de warmtebron in de keuken van het guesthouse. Daar kruipen we dan maar zo'n beetje in. Om ons lichaam nog een beetje op temperatuur te houden.
We eten elke avond om 18.00 uur. En om 19.00 uur is het in de slaapzak-kruipen-geblazen. De enige plaats waar het nog warm te krijgen is. De afgelopen nachten trek ik veel lagen over elkaar aan. Muts op. Hanschoenen aan. In bed.
Ik heb aan Khamal voorgesteld om iets later op de ochtend met het wandelen te beginnen. En daardoor ook iets later aan te komen. Dan duren de avonden minder lang. Een strategie die ik tijdens mijn fietsetappes ook hanteer. Hij vind het prima.
We vormen nog steeds een viertal. Fiona is er nog steeds bij. En dat is best wel fijn. We kletsen over van alles en nog wat. Tijdens het wandelen. En 's avonds. En het geeft onze gids en porter de gelegenheid om zich tijdens de avonden wat terug te trekken.

Vanochtend vertrokken we om 8.00 uur uit het prachtige Ghyaru. Met een geweldig indrukwekkend uitzicht op de besneeuwde toppen van de Annapurna. En nog een paar andere collega-bergtoppen.
Omdat we al behoorlijk op hoogte verblijven is de zon er vanochtend snel bij. Het wordt flink warm. De jassen kunnen uit. Korte mouwen. Dat werk.
Het landschap gaat op dezelfde voet verder als gisteren. Droog. Mooie kronkelende paden. Droge begroeiing. Opvallend weinig fauna trekt aan ons oog voorbij. Ik had veel vogels verwacht te zien te krijgen, maar die laten zich vooralsnog niet zien.
We stijgen zo af en toe. En af en toe dalen we wat.. Eigenlijk dalen we vandaag ongeveer 200 meter ten opzichte van het beginpunt.
Rond 14.30 uur komen we in Manang aan. Manang staat bekend als 'de' plaats waar je kunt bijtanken. Er zijn veel dingen te koop waar een Westerse trekker behoefte aan heeft. Chocopasta. Pringles. Toblerone. En meer van die meuk. Maar ook nuttige zaken zoals kleding en zo. Reteduur. Dat wel.
Manang staat ook bekend als een plaats om het lichaam een een dagje te rust te gunnen. En te acclimatiseren. Wennen aan de hoogte. En je voor te bereiden op de grote trek over de Thorung La Pass!
Wij lasten ook zo'n dag in.
Namaste.
The Great Annapurna Track – Day six
De loofbomen houden het voor gezien. Genoeg. Klaar ermee. Laat een ander het nu maar 's opknappen. Dat moeten ze gedacht hebben.
En die anderen (Pinus. Picea. Contoneaster. Berberis en/of Rosa soort en *Juniperus) nemen de honneurs waar en verwelkomen ons. Zo maar midden op de wandeldag.
* Junipers wordt gebruikt door de Tibetanen (die leven hier veel in de bergen). Ze snijden s' ochtends enkele takjes af. Doen die in een soort kom. En dan de fik er in. De geur die het verspreid is heerlijk (zie de foto hieronder)

Tot het middaguuur liepen we in de naaldbossen. Over de bevroren grond. Na de lunch veranderde het landschap opeens. De zon kwam er bij. De jassen konden uit.
Na twaalven veranderd het landschap in ene. Het wordt, voor mij heel verrassend, droog. Kurkdroog. En warm. We lopen in de zon. Het zand stuift ons om de enkels. Heerlijk! Zon. Eindelijk kan het lichaam weer wat op temperatuur komen. De afgelopen dagen was het koud. Bitterkoud.
Niets is verwarmd in de overnachtingsadressen. De wanden zijn opgetrokken uit golfplaten. In het gunstigste geval door planken. De ijskoude wind die tocht en kiert naar hartelust naar binnen. Om de slaapzak. De koude is momenteel onze grootste vijand.
Eigenlijk zijn we om 13.00 uur al klaar voor vandaag. Echter, ik stel voor om er nog twee uurtjes bij aan te plakken. En dat doen we. En misschien had ik dat beter niet kunnen voorstellen........
Het laatste uur van onze tocht is een ramp. Zwaar. We moeten klimmen. Continue. Zigzaggend. Supersteil. Superzwaar! We klimmen 500 meter. We doen er een uur over.
En een extra handicap komt ons gezelschap houden. De adem wordt korter.
Ik begin langzamerhand een beetje in de gaten te krijgen hoe dat bergwandelen in elkaar steekt. En dat heb ik afgekeken van de Donkey's.
Donkey's zijn de ezel-pony's die we tot voor kort door de bergen zagen trekken. Opdalen doen ze behoedzaam: stapje voor stapje. En klimmen ook. En ik aap ze lekker na. Kleine stapjes. Behoedzaam. Soms even stoppen. En water drinken. Veel water drinken. Heel veel water drinken. Vier liter per dag. Minstens.
Water is nog steeds de koop. Al rijzen de prijzen inmiddels redelijk de pan uit. De spreekwoordelijke pan welteverstaan. Niet een echte pan natuurlijk. Dachten jullie.......
Er zijn op initiatief van Nieuw zeeland op een aantal plaatsen zgn safe-water plaatsen aangebracht. Hier kun je je fles laten vullen voor circa 50 NR. Fleswater gaat in de richting van de 2 euro (maal vier per dag.....).
Om 16.00 uur komen we redelijk buiten adem in Ghyaru aan. Het zegt u niets. Waarde volger. Maar laat ik er dit van zeggen: hoe mooi wil je het hebben. Ik hoop dat de foto hieronder iets met boek en iets met delen spreekt. Dan hoef ik dat boekdelen lekker niet meer te doen. Ben er ook niet zo goed in: dat delen.
De kamer. Het toilet. En de douche doen niet helemaal mee. Met dat fijne boekdelen. Maar snel de ogen dicht en de neus op slot.doen.
En morgen op weg naar Manang.
Namaste!
The Great Annapurna Track – Day five
De nacht was warm. Maar dat lag meer aan mijn slaapzak dan aan de buitentemperatuur. Die ligt nl zo ongeveer een aantal graden below het punt waar het vriezen begint. De ochtend is koud. Freezing cold!
Slapen lukt maar matig. Om 19.00 uur moet je wel naar bed. Niets is verwarmd hier. En alleen in de slaapzak is het warm te krijgen. Om 23.00 uur werd ik al wakker. En om 4.00 uur nog een keer. Deze keer viel ik niet meer in slaap. Lees wat. Luister wat muziek. En wacht tot het ochtendgloren door de ramen breekt. En dat is meestal zo rond 6.00 uur.
We ontbijten om 7.30 uur. Ik neem hete thee bij het ontbijt. Om weer iets op verhaal te komen. Vanochtend met, erugh lekker, Tibetaans brood.
Tibetaans brood? Ok. Try this at home!
Tibetan bread wordt gebrouwen van tarwebloem (hoeveelheid onbekend), water (naar eigen inzicht), 1 theelepel bakpoeder. snufje zout (kun je ook achterwege laten). 3 theelepels suiker + zonnebloemolie en een koekenpan. Dat is alles wat je nodig hebt.
Als je dat bij elkaar hebt verzameld, mik je het hele zaakie bij elkaar. En dan. Goed kneden. Tot een soepele bal. Dan .....rollen maar. Met een deegroller. Tot een plak van enkele milimeters dik. Diameter: circa 30 cm. Je maakt er twee groeven in (met een mes). Verwarm een koekepan met een flinke laag zonnebloemolie (de plak moet kunnen drijven). Leg het deeg in de pan. En verwarm het enkele minuten (keertje omdraaien) tot het lichtbruin wordt. Klaar is Kees. Je kunt het plain eten. Maar ook met honing en/of jam. Erg lekker!
Tot zover de culiniaire tip van vandaag!
Om 8.00 uur gaan we op pad. De zon weet zich nog goed te verstoppen (tot 11.00 uur). We gaan omhoog. Het eerste uur gaat recht omhoog. Zo af en toe stoppen we even om op adem te komen. Na een uur zijn we op hoogte. En verloopt de route verder relatief vlak. Af en toe wat stijgen. Af en toe wat dalen.
Het wordt meer bergachtig. Rauwer. Ongerepter. Mooier. Nog mooier!

En de Marsyangdi-rivier komt ons ook weer vergezellen. Het was 'm zeker goed bevallen de eerste drie dagen. Op deze vijfde dag stroomt ie en meandert ie weer vrolijk en eigenwijs met ons mee. De kleur van het ijskoude water is staalblauw. Zo af en toe gaan we een brug over. En vervolgen onze weg aan de andere zijde van de rivier.
Tijdens de middagbreak bestel ik een cornbread. Heeeeer....luk!! Een plat rond brood met een vulling van zoete mais. Dat maakt het hele zaakie lekker zoet.
We stoppen rond 14.00 uur in Thaleku. Een bergdorpje. Klein. Het bestaat uit slechts zeven huizen. En gelegen op een hoogte van 2720 meter. We kunnen nog eeen half uurtje van de zon genieten. En dan is ie verdwenen. En dan wordt het ook meteen flink koud. Op deze hoogte kan iedereen in dit jaargetijde dus maar enkele uren per dag van de zon genieten en profiteren (wasgoed en groenten drogen en zo).
Morgen gaan we naar Upper Pisang (Lower Pisang kan ook, maar dat is minder fraai en geschikt voor trekkers die reeds erg vermoeid zijn). Upper Pisang ligt op 3300 meter. En op vrijdag hopen we in Manang aan te komen. Manang ligt op 3540 meter.
In Manang lasten we een rustdag in, voordat we de grote pas overgaan. Hier is ook een dokterspreekuur waar je geinformeerd wordt over hoogteziekte.
Het was mijn sterkste dag tot nu toe. Ik voel me helemaal in shape. Daarbij zijn de uitzichten betoverend. Dus helemaal goed.
Morgen trekken we weer verder.
Namaste!
The Great Annapurna Track – Day four
Ja, er iets van een high five. Maar zonder veel overtuiging. Niet van harte dus. Van mijn kant dan.
We zijn er. Het Potala Guesthouse. In Danaque. Het is 14.30 uur. De etappe was niet van de zwaarste categorie. Eigenlijk pretty easy. Maar daar trok mijn lichaam zich niets van aan. Het trok zijn eigen plan.
De eerste uren gingen prima. Niks aan het handje. De etappe was relatief vlak. En mooi. Het landschap veranderde langzaam. Loofbossen maakten plaats voor naadlbossen. En het werd allemaal iets minder groen. Wat niet veranderde waren de paadjes. Ze kronkelden eigenwijs en naar hartelust om de verschillende berghellingen heen. En wij volgde hen gedwee.
Soms is het wachten op een karavaan geiten. Die afdalen naar de vallei. Hier zullen ze overwinteren. Om in maart van het volgende jaar weer naar hogere hoogten terug te keren. Ook de bergbewoners gaan met hun hele hebben en houwe (op de rug) naar vallei. Zij volgen het voorbeeld en het ritme van de geiten.

zie de'hangbrug' in het midden van de foto.
We volgen voordurend de Marsyangdi-rivier. Soms steken we via een hangbrug over. Om aan de andere zijde van de rivier onze weg te vervolgen.
Gedurende onze wandeling wordt getracht een weg langs de berghelling de verschilende dorpjes met elkaar gaat verbinden. Ze zijn er al jaren mee bezig. En de voltooiing zal vermoedelijk nog twee jaren duren. Een hele vooruitgang voor de bergbewoners. Die nu alle spullen via de smalle bergpaadjes moeten vervoeren. Af en toe zijn er grote ontploffingen hoorbaar. Het leger blaast dan een stuk rots op. Je hoort de stukken steen naar beneden storten.
Rond elf uur geeft mijn lichaam alarmsignalen af. En het klopt. Ik voel me niet helemaal top. En het wordt er niet beter op. Ik word ook duizelig. En loop niet helemaal 'vast'. Ik houd het een tijdje vol. En stel Khamal op de hoogte van mijn probleem. We lopen nog een uurtje door. En dan ga ik aan de soep. Veel zout. Veel water. The break duurt anderhalf uur. Daarna gaan we verder.
Het gaat beter. Maar helemaal goed is het nog niet. Het landschap trekt zich er niets van aan. Het blijft onverminderd mooi. We doorkruisen het ene schilderachtige bergdorpje na het andere. En uiteindelijk brengt het ons in Danaque
Om 14.30 uur stopt het voor vandaag. Tijd voor een (warme) solar-douche. Scheren. En een ginger-hot lemon tea. En maar proberen weer 'goed' te worden.
Er zit een mooie kant aan het hebben van een mindere dag. En dat is dat het vermoedelijk morgen weer beter zal zijn. En daar vertrouwen we dan maar op.
Namaste!
The Great Annapurna Track – Day three
Ontbijt at seven. Trekking at 7.45 uur. 'Alright Boss!!'
We lopen het eerste stuk in de schaduw. Maar na een uurtje klimmen komen we in de zon. Dan is het meteen lekker warm. Het gaat alleen maar omhoog.

Regelmatig komen er donkey's (een kruising tussen een pony en een ezel) naar beneden. Zwaar bepakt. Lopen ze kerug achter elkaar via de smalle bergpaden naar beneden. Ze transporteren van alles. Voedsel. Medicijnen. You name it. De karavanen trekken de bergen door. Van dorp naar dorp. Om hun waar aan de man te brengen. De donkey's hebben een zwaar leven. De last is (te) zwaar. En de berghellingen (te) steil. Zowel omhoog. Als omlaag. Daarbij worden ze voortdurend aangespoord. Met stem. Of met zweep. Ze kijken weinig gelukkig uit de ogen. En leven ook niet lang.
Als ze er aankomen. Wachten wij. Er is domweg geen ruimte voor passeren.
Het middenstuk van onze wandeling voor vandaag is very steep. Precies zoals op de kaart staat aangegeven: an very steep stone trail. Je hoopt altijd dat de kaartenmaker z'n dag niet had toen ie de kaart van tekst voorzag. Maar Meneer de kaartenmaker heeft helaas voor ons geen vergissing gemaakt. Het is superzwaar. Het zweetlevel staat tot in de bilnaad.
Fiona blijkt een iets langzamere loper te zijn. Geen probleem. Gewoon even tijd voor een short break. Niemand die er moeilijk over doet.
Behalve de donkey's hebben ook de bergbewoners een zwaar leven. De mensen die het van de toeristen moeten hebben, leven maar een beperkte tijd in de bergen. Buiten het seizoen trekken ze naar het dal. Waar ze veelal een woning hebben. Wanneer ze in het seizoen goed 'boeren', hebben ze een betrekkelijk goed leven.
Maar er zijn ook mensen die voortdurend in de bergen leven. Het jaar rond. De regen. De koude. Trotserend. Onder invloed staand van alle mogelijke weersinvloeden. Geen electriciteit. Geen gas. Geen stromend water. Geen niks. Wonend in krakkemikkerige hutjes. Opgetrokken uit leem. En afgedekt met golfplaten. Niks isolatie. Of zo. Een zwaar bestaan.
We lopen in totaal 5,5 uur. En komen om 13.30 uur in een winderig en fris 'Tal' aan. Tal ligt op een hoogte van 1700 meter. Sinds onze start, twee dagen geleden, zijn we 770 meter omhoog gedaald. Nog 3616 meter to go!
Het bergdorp 'Tal' bestaat eigenlijk alleen maar uit guesthouses. Elk guesthouses heeft rooms. En een restaurant. Het is gebruikelijk dat je eet in het guesthouse waar je overnacht.
Zo'n guesthouse is helemaal ingericht op de bergwandelaar. Het is onwaarschijnlijk wat er allemaal op de menukaart staat. Het varieert van tomatensoep tot appeltaart (eventueel met custard) en van pizza tot Dahl Bat. Maar spagetthi of macaroni kan ook. Of pompoensoep. O ja, de onvermijdelijk cola is ook voorhanden.
Khamal heeft een neusje voor guesthouses dit wel wat little buisenis kunnen gebruiken. Hij gaat zelden naar het eerste de beste aanbod. Maar kijkt even rond waar het niet zo druk is. En waar men wel wat inkomsten kan gebruiken. Een erg sympathieke manier van doen.
De tocht was weer zeer schoon. Fiona kon redelijk mee komen. En ze tekent voor een dagje bij. Voor mij wel leuk om met een Westers iemand wat heen en weer te kunnen kletsen.
Mijn vingers worden koud. En het is nog geen 18.00 uur.
Het eten zal vanavond bestaan uit tomatensoep. En voor daarna. Potato, Pumpkin, Beans, Vegtable en nog wat anders dat vast ook heel lekker is.
En daarna: snel in de slaapzak kruipen. Met mijn Nepalese muts op. En handschoenen aan. Warm worden. Slapen. In die volgorde zal het proces wel verlopen. Denk ik.
Namaste!