De Lustige Reiziger

Doekval

Ik heb van 1988 tot 2000 in Elburg gewerkt. Bij Biohorma BV. Bij velen bekend als Dr. Vogel.


Toen ik van Elburg naar Heerde verhuisde namen de brandstofkosten van het woon-werk-verkeer behoorlijk toe. Carpoolen was de oplossing. Ik deed dit met Jaap en Henk Wolff. Uit Wezep. Geen broers. Maar je hebt gewoon veel 'Wolven' in Wezep.


Als het 'mijn beurt was' reed ik via de doorgaande Zuiderzeestraatweg. Maar dat ging de heren niet snel genoeg. Vooral na werktijd. Er reed dan veel langzaamrijdend verkeer (van Werven) op de weg. En daarom namen ze, wanneer zij reden, de binnenweggetjes. Ze reden als gekken. Als idioten. Wegpiraten. Dat waren het. En dat allemaal om een paar minuten eerder de piepers bij moeder de vrouw te kunnen kauwen.....


Toen ik dit rijgedrag op een dag 's voorzichtig en met het nodige tact ter sprake bracht. Sprak een (1) van hen de historische woorden: 'elke twee minuten is er een (1), en dat is mooi meegenomen'.


En vandaag moest ik aan hen denken. Ik heb namelijk een enorme stommiteit begaan. Ik heb een Jaap en Henk moment gehad.



De dag begon vroeg. Ik stond om 5.30 uur naast mijn bed. En toen de dageraad zich aankondigde. Zat ik al op mijn fiets. Ambitieuze plannen dus!


Ik wil vandaag Kathmandu bereiken. Nog 75 kilometer te gaan. De afstand is op zichzelf het probleem niet. Echter, ik weet dat ik nog een kleine 700 meter zal moeten stijgen. Naar ruim 1300 meter. Want daar ligt KTM. Is niks aan te doen. Zou het momenteel graag even anders zien. Zou er ook wel wat aan willen doen. Maar dat ga ik in de beperkte tijd die ik hier doorbreng niet lukken. Is een langlopend proces. Projectmatig aanpakken. Tijd gunnen. Dan lost zich dat vanzelf wel op.


De weg gaat, net als gisteren, op en af. Het gaat fijn. Het 'op' is niet te lastig. Het 'af' is duidelijk naar beneden. En dat vergoed de pijn van het 'op'. Ondanks dat het 'de' doorgaande weg naar KTM is, valt de drukte aanvankelijk mee.


Ik neem voldoende rustpauzes. Eet wat. En drink. Liters. En geniet. Met teugen tegelijk. Ik vind het heerlijk om door de nietszeggende dorpjes te rijden. Er is zoveel te zien. Zoveel kleuren en geuren trekken aan mij voorbij. En het fijne is dat je er niet voor in de rij hoeft te staan. Geen kaartje hoeft te kopen. En er zijn geen andere toeristen. Heerlijk die uitzichten. Helemaal voor mij alleen.


Na 35 kilometer fietsen begint het klimmen weer. Ik kom er gaandeweg achter dat deze klim wel 'op' zal gaan. Maar niet meer 'af'. Deze gaat tot KTM-City duren. 35 kilometer klimmen dus. Gek genoeg wordt het wegdek steeds slechter van kwaliteit. Misschien dat het vele (zware) verkeer zijn tol eist.


Dit is zo'n berg die je kun overzien. En dat vind ik fijn. Je kunt de haardspelbochten ongeveer tellen. Helemaal bovenin zie ik het verkeer. Langzaam naar boven kruipen. Daar moet ik dus ook naar toe. Wat een klere-eind. Wat een hoogte.


onaangenaam en gevaarlijk druk....

Ik verlies langzamerhand het geloof dat ik KTM vandaag nog zal halen. En vanuit die gedachte doe ik iets doms. Iets heel doms. Iets ongelofelijk stoms!


Ik heb het in Pakistan wel 's een enkele keer gedaan. En vandaag dus ook. Ik was eerder op de dag het voortdurende klimmen even zat. En haak aan bij een passerende vrachtauto. Gaat leuk. Hij trekt me een metertje of 300 meter mee. En dan ga ik weer op eigen kracht verder. Een tweede poging, iets later, gaat precies eender. Echter, de derde niet.


Achter mij hoor ik een vrachtauto naderen. Ik schat zijn snelheid in. Echter deze gaat net een tempootje te snel. Ik ben verstandig. En haak niet aan. 'Goed zo Gerrit' Echter, de vrachtauto schakelt, precies ter hoogte van mij, net een tandje lager. En door dat schakelen vermindert zijn snelheid. Tijdelijk.


Ik reageer meteen. En haak in dit even-langzamer-moment snel aan. Mooi geregeld. Goed gedaan. Zou je zeggen. Maar de vrachtauto denkt er net even anders over. Deze versnelt. Door het schakelen. En wel precies op het moment dat ik aanhaak.


Stom. Had ik kunnen weten. En dan gebeurd 't.


Het verschil in snelheid tussen mij en de vrachtauto is te groot. Gevolg. Ik word gelanceerd. Met kracht. Ik vlieg (ik ben niet gek, ik ben een vliegtuig...). Door de lucht. Over mijn fiets. Helaas is dit 'vliegen' van tijdelijke aard. En een fijne zachte landingsbaan is even niet voorhanden. Bam. Knal. Boem. Daar lig ik. Mijn fiets moet wel verliefd op me zijn. Want het ding ligt met z'n hele hebben en houwe boven op me.


Ik blijf liggen. Even rustig voelen. Of alles het nog doet. Ongeruste passanten stoppen. Informeren of en hoe het gaat. Weet ik zelf nog niet. Maar na een tijdje lijk ik er met een ietwat pijnlijke linkerknie (die de klap heeft opgevangen) en een ontzet stuur heel goed vanaf gekomen te zijn.


Heel erg boos op mezelf pak ik mijn boeltje weer bij elkaar. Zet mijn stuur recht. En probeer weer wat te doen wat op fietsen lijkt. Dat schelden op mezelf duurt nog wel een paar uren. Ruzie met mezelf. Heb het niet vaak. Kan het nl aardig met mezelf vinden. Echter, als ik heb, ben ik er ook erg goed in. Vind mezelf een grote lul. De behanger! Wat een stomme actie!


Het meest baal ik nog voor Marleen. Want zij staat op het punt om naar Nepal te komen. Om met mij een leuke week te hebben.

En ook voor Gerda. Die met mij in Nieuw Zeeland gaat reizen. Dit had potdorie veel verkeeeeerdederder kunnen aflopen......Een eikel. Een hele grote! Dat ben ik!!


En ik moet onwillekeurig aan Henk en Jaap Wolff denken. Wat maken die paar minuten nou helemaal uit......


Ik kan gelukkig verder. Met klimmen. Het wegdek is matig. En dat is van de hoeveelheid vekeer niet te zeggen. Het is druk geworden. Slierten verkeer rijgen zich aan elkaar (dat heb je vaker met slierten). Het is onaangenaam. En gevaarlijk ook. Vrachtauto's, bussen en microbusjes passeren mij. Rakelings. Ik voel de warme zijwind langs mijn lichaam waaien. Ik doe mijn helm op (had ik dus ook niet op tijdens mijn val......jah, ben lekker bezig die laatste fietsdag.....). Veiligheidshesje aan. En klim verder.


Dit avontuur loopt gelukkig (ook) goed af. Na uren zwoegen kom ik rond 16.00 uur aan op de top. Hier wordt het (vracht)verkeer gecontroleerd. Ik mag door. En zoef naar beneden. Richting Kathmandu.


Sommige (wereld)fietsers vinden dit een vreselijk iets. Een grote stad binnenrijden. Ze nemen een trein een kilometer of 25/30 voor de grote stad. En treinen dan het City Centre in. Ik niet. Ik vind dit misschien wel het leukste van al. Daarbij wordt het met een trein reizen richting KTM wel wat lastig. Er is namelijk geen treinstation. In heel Nepal liggen slechts twee hele kleine spoorbanen.....


De voorstad is niet aantrekkelijk. Zie je vaker bij metropolen. Hoe mooier de binnenstad. Hoe lelijker de buitenwijken. Heb ik in Boekarest gezien. Budapest. Lahore, Islamabad. En natuurlijk is Biddinghuizen ook zo'n treffend voorbeeld. Lelijk van buiten, maar van binnen een 'pareltje'! Kom 's kijken zou ik zeggen.


Veel industrie. Viezigheid. Olie. Metaal. Ijzer. Vonkenregende lasapparaten. Steen. Zand. Maar ook kippen. Dood. En bijna dood. Geiten. Idem. Teveel indrukken om op te nemen. Eerste indruk? What a Grazy City! Na een kilometer of acht langzaam dalen arriveer in Kathmandu. Hier maak ik mijn traditionele aankomst-foto.

finishfoto......


Ik ben moe. Uitgeput. Knie doet een beetje pijn. De schemering begint in te zetten. Ik zoek en vind het eerste en dus het beste hotel. Morgen uitgerust en met een volle ontbijtmaag op zoek naar meer definitief onderdak.


En zo eindigt mij fietsreis. Zomaar. Plots. Het doek valt. Op een zondagmiddag. Eind december. 2011. In Kathmandu. Nepal. Een fietsreis die op 7 september in Pakistan begon. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden.


En ik heb zin om iets ouderwets te doen. Iets zeggen dat je tegenwoordig niet meer zo vaak hoort.


Ik ben dankbaar.


Ik heb deze reis toch maar mooi kunnen maken. Ten eerste heb ik een fijne werkgever die me toch maar mooi in de gelegenheid heeft gesteld om er een half jaar tussenuit te knijpen. Wat heel bijzonder is.


Heb het gelukkig allemaal kunnen bekostigen.


En het belangrijkste: ik ben fit. Heb een gezond lijf. En bezit toevallig de kracht en het doorzettingsvermogen om het te volbrengen. En hoewel het geen prestatietocht is of zo. Of wedstrijd. Is het feit dat ik de reis tot een goed einde heb kunnen brengen al met al heel erg fijn om te ervaren.


Tot zover de stichtelijke woorden zo aan het eind.



'Maar natuurlijk is dit nog niet het eind van mijn reis. Welnee! Wat dacht je wat!

Het mooiste moet nog komen!!'


Met mijn vriendin 'Marleen' ga ik vanaf 24 december Kathmandu bewonderen en een leuke vier-daagse trekking doen in het Annapurna-gebergte.


En vanaf 15 januari 2012 ga ik met Gerda (die ik zeker nog zal introduceren) zeven weken door Nieuw Zeeland reizen.


Het uitzicht is wel 's minder geweest.......


Namaste



De dingen die je meemaakt. Alles wat je ziet.

Het is niet nutteloos of overbodig......


uit: Album: Marlene, Soldaat, the Scene

ToBrilorNot

To Bril or not to Bril? Jeah, that's the question.


Ik suis momenteel de 18% berg af. De berg waar ik gisteren zo moeizaam tegenop kroop. En dat suizen gaat best hard. Ik moet op tijd het stuur omgooien. Vooral als er een bocht in 't zicht komt. En af en toe de remblokjes flink aan het werk zetten. Eigenlijk ook vooral als er een bocht aan komt. En dat moet soms ook nog gecombineerd worden. En dat allemaal op de vroege ochtend.



uitzicht vanaf mijn balkonnetje.......


Eerst was er nog de zon. Maar nu fiets ik in de bewolking. Mijn bril beslaat. Ik zie geen ruk. 'Afdoen Gerrit'. Lijkt een goede strategie. Prima suggestie. Fijn advies. Goed plan. Zou je zeggen. Maar met het ding af zie ik ook geen ruk. Lastige keuze.


Ik besluit 'm toch maar af te doen. En langzaam te dalen. Langzaam betekend nog altijd dat ik in een krappe tien minuten beneden sta. Naar boven duurde gisteren ruim anderhalf uur.


Wanneer ik mijn eerste meters wegtrap richting KTM. Blijven twee blikken in elkaar haken. Mijn blik. En zijn blik. Mijn blik kent u. Zijn blik is de blik van een guide/porter die ik gedurende twee dagen even gezien heb tijdens de Annapurna-track. Hij moest halsoverkop naar huis omdat zijn zoon een ongeluk had gehad.


Wat een toeval dat we elkaar treffen. Hij blijkt hier te wonen. We drinken op zijn uitnodiging een bak melkthee. En hij verteld me hoe het met zijn zoon is. Die ligt 42 kilometer verderop in een ziekenhuis. Zijn vrouw is nu bij hem. Het gaat goed met hem. Gebroken been. Wat kneuzingen. Maar verder in orde. En dat is goed.


Minder goed gaat het met de financien. Achthonderd euro bedragen de opnamekosten. Een godsvermogen voor de gemiddelde Nepalees. Hij heeft bij vrienden geld moeten lenen. En een lening bij de bank af moeten sluiten. De komende twee maanden zit hij werkeloos thuis. Het trackingseizoen is ten einde. Begin maart begint het 'seizoen' weer. Dan pas is ie in de gelegenheid om weer wat geld te verdienen. We nemen hartelijk afscheid. Ik wens hem (en zijn zoon) het allerbeste.


Het is rustig op de weg. Richting KTM. Het is weliswaar Nationale vrije dag in Nepal. Maar zo rustig heb ik het nog niet meegemaakt. Geen tegenliggers. Geen meeliggers. Niet een (1). Dit maakt het fietsen tot een waar feest!


Voor mij. Maar voor de Nepalezen van de Nationali (politieke) Partij niet. Een van hun leiders is begin deze week opgepakt door de government. Hij is ondervraagd. En mishandeld. En gisteravond/nacht dood in zijn cel gevonden. Aldus de partijgenoten van deze overleden partijbons.



alles staat vast (kijk ook bovenin de foto naar de rij wchtenden...)


Ze zijn niet blij. In elk dorpje (Nationwide) wordt een blokkade opgeworpen. Rijen auto's. Kilometers lang. Staan te wachten. Op wat komen gaat. Toeristen mogen door (er rijden opeens wel heel veel auto's met handgeschreven bordjes 'toerist' achter de voorruit). Maar de partijleden controleren iedere toeristenauto. Bij twijfel. Geen doorgang.


Ik mag door. En heb de weg voor mij alleen. Een enkele toeristenbus en ambulance daargelaten. Doorkunnen is fijn. Maar k' vind de aanleiding te triest om er werkelijk plezier aan te beleven. Als het waar is wat deze 'gasten' zeggen, is dat voorwaar een flinke stap achterwaarts voor Nepal. Zo zet je twee stappen vooruit. Door een alliantie te sluiten. Nog maar een maand geleden. En enkele weken later wordt weer een stap achterwaarts gezet. Zo schiet het natuurlijk niet op.


Opeens moet ik aan een gesprek denken dat ik voerde met twee inteligente jongelui (in Mangan). Een van hen vertelde dat hij binnenkort weer spanning en oorlog in Nepal verwacht. 'Hoezo?, vroeg ik hem'. Hij vertelde me dat hij dat voelt. Hij kan nl. maar moeilijk geloven dat de Maoisten, die zijn land zolang hebben geterroriseerd, nu in de regering zittend, opeens zo vredelievend zijn.

(naschrift: a. de government heeft een officiele verklaring uitgegeven waarin ze aangeven dat de partijleider in de cel een gevecht begonnen is, en aan de gevolgen hiervan is overleden. b. een dag later is de gehele stad Kathmandu 'platgelegd', geen auto die meer in of uit kon, nagenoeg alle winkels waren gesloten, zie hier de inpact van het gebeurde)


Na 75 kilometer fietsen is het mooi geweest voor vandaag. Op zoek naar onderdak. Tweemaal keur ik de kamer af. De derde maal moet ik wel. Goedkeuren. Het arsenaal hotels blijft beperkt tot drie in dit dorpje. Wanneer ik de kamer inspecteer komt de geur van urine vermengd met stront en kots (sorry!) me weer tegemoet. Heel fijn. Ik was de geur (in de bergen en het toeristische Pokhara) een maandje kwijt. Uit mijn neus. Maar gelukkig. Daar is ie weer. Feest der herkenning.



Kortom. Ik ben weer in een Crapy-hotel beland. Lekker zo aan het einde van de fietsdag. Een heel smerig toilet. Een douchekraan die een pieterpeuterig klein straaltje ijskoud water geeft. Ik heb het weer lekker voor elkaar.


Maar goed. Wat zal ik zeuren. De leden van de Nepali Politieke Parij hebben een veel mindere dag vandaag.


Namaste.


MaarAcht

Waarde volgers. Wat fijn dat u er nog bent. Om mij moreel te ondersteunen. En dat is fijn. Heel fijn. Vooral vandaag!


Er is nl slecht nieuws. Maar er is ook goed nieuws. Nou, bij nader inzien. Er is eigenlijk alleen maar slecht nieuws. Voor dit moment althans.


trotse Oma......

Ik moet er namelijk af. Doe het niet snel. Eigenlijk nooit. Houd er niet van. Vind het voor watjes. Eigenlijk haat ik het. Maar het gaat niet langer zo. Ik moet er af.


Ik weet het lieve volgers. Ik hoor het u denken: een fiets is gemaakt om op te zitten. En om vervolgens al trappend op voort te bewegen. Dat laatste is wel van belang. Want als je alleen gaat zitten. Zonder te trappen. Dat schiet niet op. En Daarbij is de kans is aannemelijk dat je er binnen de kortste keren naast ligt te koekeloeren. Dus trappen is van belang. Dat voortbewegen wordt ook wel fietsen genoemd. Heb ik niet bedacht, Maar zo heet het. (voor Engelsen by the way heel verwarrend: cycling on a fiets) Maar dit terzijde.


Heb op dit moment ook helemaal geen tijd voor dit soort overwegingen. Ik loop het fietsding momenteel te duwen. Zwaar te duwen. Domme! Wat een gekloot.


vrouw in Bandipur....


Gisteren vertrok ik uit Pokhara. Voor de tocht naar Kathmandu. Een reis waarvoor ik vermoedelijk een dag of drie nodig ga hebben. Wat had ik er zin in. Fietsen. Eindelijk! Eigen tempo. Rust nemen wanneer 'ik' zin had. Eigen route bepalen. Zelf onderdak zoeken. Praatje maken met passanten. Helemaal goed!


In den beginne voelde het wat vreemd aan. Fietsen. Na ruim drie weken. En ook nog 's met bepakking. Maar wat heerlijk! Bovendien stuurde Marleen me onderweg nog wat hele fijne brandstofsms'jes. En dat is op zichzelf al fijn.

Echter , ook nog 's precies op de juiste momenten. En dat vergrootte het plezier alleen maar.


Na 55 kilometer hield ik het voor gezien. Daurmeli. Plaats van bestemming. Rustig beginnen zo'n eerste etappe. Na enig zoeken vond ik een hotel. Prima. Voor een (1) nacht. De ogen gaan toch dicht.



Vanochtend vertrok ik richting Bandipur. Niet helemaal op de route. En kilometer of acht Noordwaarts. Totale afstand: slechts 25 kilometer. Kind kan de was doen. Appeltje. Eitje.


Het was tien graden toen ik vertrok. De zon had er nog geen zin in. Frisjes dus! Een lange klim van 17 kilometer volgde. Goed te doen. Warmworden. Na 17 kilometer verliet ik de grote weg om rechtsaf te slaan naar Bandiphur. In Bandiphur staan nl een drietal tempels die de moeite van het bekijken waard zijn. Drie goede redenen dus.


Acht kilometer is voor watjes. U heeft gelijk.


Ik ging op weg. De weg steeg. Zestien procent. Typefoutje Gerrit. Eh...dacht het niet, waarde en welgerespecteerde volger: zestien procent. Net toen ik dacht dat het misschien minder zou worden. Werd het achttien procent.


Ik moest er af. Duwen die meuk.


En dan ben ik dus nu aan het doen. Ben pas twee kilometer onderweg. En moet er nog zes. Het slingert dat het bocht. Het bocht dat het slingert. Soms kan ik een beetje trappen. Maar minder dan elf procent wordt me niet gegund. Het zweet plakt aan mijn lijf. Broek, shirt, sokken zijn doorweekt. Niveautje 'uitwringbaar' is al bereikt.


Ik moet even rusten. Neem wat slokken. En stijg weer op. Af en toe passeert een localbus. Met bewonderende blikken op mij gericht. Ik slinger en kruip omhoog.


Gelukkig! De zon breekt door. Ik moet nog 4 kilometer. En moet er weer af. De pauzes worden talrijker. En langer. Duwen is klote. Ik trap liever. Maar de berg is zo steil dat trappen onmogelijk is.


En zo gaat het door. Nog drie kilometer. Nog twee. De benen voelen als slappe was. Ik heb dringend behoeft aan energie. Ik stap af. En neem een kwartier pauze. Nog 1 kilometer te gaan. Eindelijk. Na ruim anderhalf uur. Bereik ik een slagboom. De slagboomverantwoordelijke trek aan het touw. En wat we verwachten. Gebeurd. De slagboom gaat omhoog. Ik ook nog even.


omdat ze mooi is: nog een vrouw in Bandipur....


Maar nu ben ik er toch echt. Kapot. Tot op mijn veters opgebrand. Het eerste beste winkeltje ontdoe ik van een pak pindakoekjes. De benen zijn als slappe was. En kauw een half pak in enkele minuten naar binnen..


De zoektocht naar een hotel of guesthouse kan beginnen. Twee keur ik er af. Keurig maar te duur. En duur en te smerig. In die volgorde. De derde is fijn. Ik ding af. En we komen er uit. Mijn slaapplek voor de nacht is gegarandeerd.


De tempels, kan ik u meedelen, vallen wat tegen. Daar denken ze zelf vast heel anders over. Want ze staan er toch maar mooi te staan. Echter, ze verkeren in vergaande staat van ontbinding. Een kwastje zo hier en daar zou geen kwaad kunnen. Maar dit zullen we dit armlastige land niet kwalijk nemen. Het plaatsje, de omgeving en de aanwezige zon vergoeden de telerustelling.


En. Er is toch goed nieuws! En dat is dat ik morgen die 'vreselijke' acht kilometer naar beneden mag suizen. Dat suizen brengt me dan weer op de hoofdweg naar KTM.

schoolkinderen op weg naar huis.....

Morgen ga ik dus beginnen met het wegtrappen van de laatste 152 kilometer van mijn fietsreis. Hopelijk zonder duwen.

Namaste

Getuige

Winkelen. Leuk. Echt! Maar niet als het druk is.


En daarom besluit ik de drukte te ontlopen. En ga rond etenstijd op jacht. Ik ga een sjaal en een armband kopen.


Niet voor mezelf. Zo egoistisch ben ik nu ook weer niet, lieve volgers. Maar voor Marleen. Als verrassing. Dus mondje dicht. Ssssstttt. Niet doorkleppen. Niet gaan bellen, mailen of sms'en of zo. Niet in het gastenboek allerlei vage suggesties doen. Dat jij het wel weet. En zij nog niet. Even de kaken op elkaar. K'weet dat het moeilijk is. Maar probeer maar 's.


Gewoon stil houden dus. Want ze mag er natuurlijk niets van weten. Het moet een verrassing blijven. Dat snappen jullie ook wel!


En dat is nog een verdomd lastig klusje. Met die sjaals. Ik heb me daar lelijk (met de nadruk op 'lijk') in verkeken. Ben al twee uren op pad. Ben inmiddels een kenner op het gebied van 'stofjes voelen'. Motiefjes uitzoeken. Kleurcombinaties. Kwaliteiten stof. En dat is fijn. Maar een keuze kan ik nog maar niet maken.


Ik ben verzadigd. Wat een aanbod. En besluit een pauze in te gelasten. En ga wat eten. Eten met uitzicht op het grote Pewa-meer. En dat is al heel wat. Uitzicht hebben op het meer.


Het Pewa-meer is het twee na grootste meer van Nepal. En veruit het belangrijkste meer van Pokhara. Er is alleen een iets fout gegaan. Een kleinigheidje. Een detail. Een weeffoutje. Iets onbelangrijks. 'Gerrit, je gaat toch niet de slakken op het zout strooien'. Nee, doe ik niet. Hebben zij al gedaan.


Maar eh... een klein foutje dus. Het meer is er wel. 'Maar het is niet te zien!' Dus!


Ze hebben namelijk hotels, restaurants en winkeltjes gebouwd. En daar is op zichzelf niets mis mee. Maar ze hebben deze gebouwen zo dicht tegen het meer aan gebouwd. Dat er dus geen ruk meer van het meer te zien is. Fuckerderduck!! Wat een ellende.



de hotels en guesthouses buitenlen over elkaar heen.......


Kijjk. Heb je een groot en mooi meer. Ligt toevallig ook nog aantrekkelijk gesitueerd. Een gelukje. Een meevaller. Grote kans dat daar mensen naar komen kijken. Kom, laten we deze groep 'toeristen' noemen. Snap ik maar al te goed. Ben ook een actief deelnemer van deze groep.


En wanneer die toeristen de hele dag naar het meer hebben staan kijken. Dan wilen ze natuurlijk eten. En daar moeten voorzieningen voor worden getroffen. Begrijp ik. Volkomen zelfs. En daarna willen die toeristen natuurlijk uitrusten van het de hele dag naar het meer kijken. Daar moeten ook maatregelen voor getroffen worden. In de vorm van een hotel of guesthouse of zo. Kan ik ook inkomen.


Maar waarom moet die meuk op de rand van het meer worden gezet?!.


'Ah...uitzicht op het meer, zegt u'. Maar dat hadden ze al gehad. Ze hebben er verdorie de hele dag naar kunnen kijken. Daarna eten. En dan oogjes toe. En dan hebben ze de volgende (hele) dag om weer naar het meer te kijken. En dan weer eten. En dan weer snurken. En dan kunnen ze de (hele) volgende dag weer naar het meer kijken......


En dan nog een klein dingetje. Ook een detail. Het meer was ooit 600 ha qua omvang. Momenteel is het nog 400 ha. En de verwachting is dat het meer elk komend jaar met 6 ha. inkrimpt. Why? Omdat er hotels, restaurants en andere meuk gebouwd dient te worden. Omdat er mensen naar willen komen kijken....


Wie verdorie heeft dat onzalige (bouw)plan bedacht?



het meer van bovenaf gezien.........


Opsporen. Oppakken. Vastknuppen op een boot. Armen en handen loslaten. En voor straf. Gratis. De hele dag. Jaar rond. Toeristen rondvaren op het meer. Zijn of haar hele verdere leven, Een beetje als vroeger in 'de hoek' staan. Voor straf.


Maar misschien is de oplossing wel nabijer dan ik denk. Misschien komen er wel geen toeristen meer naar Pokhara. Omdat je het meer toch niet kan zien. Dan kunnen ze die voorzieningen mooi afbreken. En dan is het meer weer zichtbaar. Grote kans dat er dan weer toeristen komen.


Maar goed. Dat vergroot de kans natuurlijk wel weer op de bouw van de noodzakelijke voorzieningen. En die moeten natuurlijk wel weer gebouwd worden in de nabijheid van het meer....... Ik ben geloof ik in iets van een fiets-ie-euze cirkel beland. Ik kom er niet meer uit.


En met de keuze voor de juiste sjaal gaat het ook al niet veel beter. Niet juiste keuzes zijn er genoeg. Maar kies de juiste keuze maar 's. Drommels nog aan toe. Zoveel kleuren. Teveel stofjes. Ik word er tureluurs van.


Om 19.00 uur stap ik een zaakje binnen. En hier gebeurt iets opmerkelijks. De verkoopster blijft nl zitten waar ze zit. En dat is fijn. Kan ik lekker op mijn gemak rondneuzen. Meestal word ik na binnenkomst meteen 'aangevallen'. 'Good Quality, I give you good price'. En meer van de gerafineerde verkooptechniek-teksten.


Maar hier blijft het dus lekker rustig. Mijn oog valt op een sjaal. En ik vraag ik de verkoopster om toelichting. Ze is overduidelijk geen Nepalese. En we raken in gesprek.


Ze is Chinese. Ik vraag haar hoe ze in Nepal terecht is gekomen. Ze verteld dat ze klant in deze winkel was. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. 'Wat is er gebeurd', vraag ik.


Ze was een (1) jaar geleden op vakantie in Nepal. Met haar toenmalige vriend. Deze was zo aardig om een sjaal voor haar te kopen. En zo kwamen ze in deze winkel terecht. Nadat ze een sjaal hadden uitgekozen, startte haar vriend de onderhandelingen. Over de aanschafprijs. Met de toen aanwezige mannelijke verkoper.


De vrouw zonderde zich af omdat ze zich geneerde voor de onderhandeling-techniek van haar vriend. De onderhandelingen verliepen verre van soepel. En het duurde lang voordat de prijs bepaald was.


Toen de deal gesloten was, sloot de vrouw zich aan bij haar vriend. De verkoper was zo vriendelijk om de Chinese vrouw, kort voor het verlaten van de shop, een 'present' te geven.


De volgende dag zouden de Chinese vrouw en haar vriend met de bus naar Kathmandu gaan. Kort voor het instappen vertelde ze haar vriend dat hij maar alleen moest gaan. Ze bleef achter in Pokhara. Zonder de reden er bij te vertellen.


Ze haaste zich vervolgens terug naar de shop. En......daar was een 'hulpje' aanwezig. Ze bleef wachten. Voor de winkel. Net zolang (het duurde tot laat in de middag) tot de mannelijke verkoper (van gisteren) in de shop terugkwam.


Ze is nooit meer weggegaan. En werkt nu met haar (nieuwe) vriend in de shop.


Hij heeft haar inmiddels ten huwelijk gevraagd. En zij ......heeft nog geen 'ja' gezegd. Ze denkt er nog over.


Ik heb tegen haar vriend gezegd dat, wanneer hij wil overhalen om 'ja' te zeggen, hij beter geen sjaal kan kopen. Je weet maar nooit waar dat toe kan leiden.........


En serieus waar: (geloof het of niet). Na dit anderhalf uur durende (humorvolle) gesprek heeft 'hij' mij gevraagd om getuige te zijn. En ja. Zeg dan maar 's nee.


Waar gebeurd. Geen woord aan verzonnen. Of bijgeplakt.


Mooi verhaal. Maar geen happy end. Voor mij. Want een sjaal heeft het mij niet opgeleverd. En een armband ook niet.


Namaste.

(more) Horses for Sanne

Hey Sanne,

Hier weer wat foto's van paarden die ik zag in Nepal.

Nou ja, paarden. Het zijn eigenlijk meer pony's. Volgens mij is het een kruising tussen een ezel en een pony. Maar kijk zelf maar 's. Jij hebt er veel meer verstand van dan ik!

Pony's in Nepal moeten hard werken. Er wordt niet op gereden voor het plezier zoals in Nederland. Ze moeten hier hard werken. Ze brengen spullen (goederen) van bergdorpje naar bergdorpje. De paden waarover ze moeten lopen zijn zeer steil. Het valt dus niet mee voor ze.

In de bergdorpjes kunnen de bewoners dan de spullen kopen, als ze er geld voor hebben. Alles wordt vervoerd door de pony's: rijst, kippen, medicijnen enz enz..... En dat is natuurlijk erg belangrijk. Want winkeltjes zijn er in die dorpjes niet. De lading is wel erg zwaar. Ze hebben dus een erg zwaar leven......

Sommige hoofden van de pony's worden door de eigenaren heel mooi versierd, zoals je ziet. De muilkorf (zielig he) moet er voor zorgen dat je tijdens 'het werk' niet kunnen eten.....

Deze pony's hebben het werk er op zitten. Ze worden losgelaten en moeten
zelf op zoek naar eten en drinken. Na een paar dagen worden ze weer 'opgeladen'
en moeten ze weer spullen vervoeren....

Hier zie je een hele karavaan pony's met bepakking onderweg. De tocht kan dagen, maar ook weken duren. Alles wat ze dragen moet worden verkocht. Als dat gebeurd is keren ze terug naar het dorpje waar ze vandaan komen....

Deze pony's hebben het goed. Ze hebben een eigen weide. En worden heel goed verzorgd. Ze hebben ook voldoende te drinken.....

.......enne...... deze pony is met een vrachtje ......kippen onderweg........

Ok, dat waren de foto's. Hopelijk vond je ze leuk.

Zodra ik meer paarden of pony's zie, zet ik die meteen weer op het weblog.

Groet, your Dad!

The Great Annapurna Track – Day thirtheen t/m sixteen

donderdag 8-12-2011 (day thirtheen) t/m zondag 11-12-2011 (day sixteen)

Als Venetie zonder gondels.


Of. Als kermis zonder botsautootjes. Walibi zonder Flevo. Als Ard zonder Keesie.

Het NOS journaal zonder Eva. Als klap zonder schaatsen. Als choco zonder lade.

Als kip zonder kop. Als New York zonder marathon. Als Ne zonder pal. Als lap zonder top. Als haantje zonder voorste Als kerst zonder mis..


En........als Annapurna zonder vallen.


Er moet tijdens de Annapurna track toch tenminste een (1) keer gevallen worden. Anders doe je niet echt mee. En dat doe ik vandaag. Meedoen. Ik val.


Tijdens een pittige, steile naar beneden lopende slippery afdaling. Want dat heb je vaak met afdalingen. Dat ze naar beneden lopen. Vinden ze fijn. Houwe ze van. Daarom dus.


Maar goed ik val dus. Vrij hard!

Ik probeer nog iets van herstel te bewerkstelligen. Tijdens het vallen. Maar mijn hele gewicht verplaatst zich naar mijn rechterzijde. Ik beland hard en ongelukkig op een rotsblok. Dat is op zichzelf geen buittengewone kwaliteit. Van daar heb je er hier best veel van. Te kust en te keur. Die rotsblokken.


Een knokkel is spontaan aan het vervellen geslagen. En mij rechterknie zeurt ook wat mee. Over dat zeuren maar ik me het meeste zorgen. Hopelijk stopt ie daar morgen mee.


Met nog een (1) dag te gaan slaat de vermoeidheid dus toe. Vrij hard. Met de nadruk op slaat. Zoveel is duidelijk. Na vijftien dagen kuieren. Over rostblokken. Ook geen wonder. Met maar een (1) rustdag.


De laatste vier dagen van de track bewandelen we de andere zijde van de Annapurna. Het is het gedeelte dat de meeste wandelaars laten voor wat het is. Ze verkiezen alternatief vervoer. Geven de benenwagen rust. En verkiezen een andere wagen. Houden het dus voor gezien. En dat is jammer.


Want heel eerlijk gezegd bevalt me deze zijde van de berg beter. De dorpjes zijn authentieker. Minder toeristisch. En het landschap is gevarieerder.


We doorkruisen de eerste dag (na de pas) een soort van desertachtig landschap. Daarna volgen de naald- en loofbossen. En de laatste twee dagen lopen van het ene dorpje naar het andere. De bananenbomen doen hun intrede. De rijstvelden worden weer zichtbaar.

De Nationale bloem van Nepal: de Rhododendron

En de Nationale bloem van Nepal dient zich aan: de Rhododendron. Is voornemens te gaan bloeien vanaf februari. Maar staat nu al te popelen. Sommige stammen hebben een omtrek van (1) meter. Geweldig imposant. En de dikke kronkelende stammen en wintergroene bladeren zorgen er voor dat wandelen door dit Rhodobos een wat spookie indruk geeft.


De ene laatste dag lopen we weer bergopwaarts. Met de nadruk op berg. En dit is de zwaarste dag van al.


Op de laatste dag staan we om 4.00 uur op. Des Ochtends. Welterverstaan. We gaan naar Poon Hill. Een klim. Fiks. Van 40 minuten. Vanaf Poon Hill is de zonsopkomst geweldig mooi waar te nemen. Als het clear is. We hebben geluk. Het is clear.

Enne....hier komen the onvermijdelijke bloody foto's:

Terug in het hotel volgt een ontbijt.


Vanaf 9.00 uur is het afdalen van 3520 m. naar 820 m. Een fikse afdaling die zeven uren in beslag neemt.


We halen het. Om 16.00 uur zetten onze voeten de laatste Annapurna-stappen.

Na zestien dagen.


We hebben we het hele cicuit gehad. Een soort van trotsheid komt over mij.


I (we) have done it!!


Nu naar Pokhara voor wat dagen rust. En dan op weg naar Kathmandu!


Namaste.

The Great Annapurna Track – Day twelve

woensdag 7-12-2011


We naderen Apple Pie City. Marpha.


Althans. Dat proberen we. Dat naderen. De stormwind probeert ons op andere gedachten te brengen. En probeert zand in onze ogen te strooien. Maar hij gaat mooi niet in zijn poging slagen. Dat kan ie mooi vergeten!


We hebben onze zinnen nl. gezet op de lekkerste Appel Pie die in Nepal geserveerd wordt. Dat zegt de LP. En dan is het waar. Wanneer we in de buurt van Marpha komen begrijp ik het. Waarom ze hier iets met appels doen. Het dorpje wordt nl. omringd door boomgaarden. Met appels.



Ja, en dan kun je wel wat gaan doen met abrikozen. Of peren. Of pruimen. Of je richten op het marktsegment van de aarbei. Of cranberry's. Of walnoten. Of mango's. Of vijgen. Of je tracht marktpenetratie te bewerkstelligen in de aspergeteelt. Of nectarines. Of perzikken. Of voor mijn part mandarijnen.


Echter, iets met appels doen ligt dan gewoon meer voor de hand. Kortom, de lokalen hebben het nog niet zo gek bekeken.


Bij het binnentrekken van Marpa zie ik veel restaurantjes die vertellen dat ze de lekkerste Appel Pie serveren. En dat kan natuurlijk niet. Er kan er maar een (1) de lekkerste zijn. Dat weten ze bij Autodrop. En dat zouden ze hier zelf toch ook moeten weten.


Ideetje! Misschien kunnen ze een wedstrijd uitschrijven. En aan de hand daarvan bepalen welk restaurant echt de lekkerste Apple Pie fabriekt. En dat die dan op z'n gevel mag zetten dat ie de allerlekkerste appelflappenpuntenmeuk in de aanbieding heeft. Dat schept duidelijkheid. Daar houd ik van.


Welke restaurant de niet lekkerste heeft. Daar is wel duidelijkheid over te geven. Uw eigenste culinaire recesent heeft nl onderzoek verricht. Voor u. Waarde volger. Alleen voor u.


Dus die wedstrijd kan achterwege blijven. Scheelt in de kosten. Er hoeft geen zaaltje te worden afgehuurd. Koffie met cake kan achterwege blijven.. En je kan die avond gewoon gezellig andere dingen doen. Een hoop voordelen dus.


We eten in het Tinbetaanse guesthouse als dessert een Apple Pie. Met custard. En deze degradeert, met stip, naar de onderste plaats. Met een vaart als ware het rotsblok dat van grote hoogte naar beneden dondert. Want dat doen rotsblokken. Soms. Dat vinden ze fijn. Daar geven ze de voorkeur aan. Daar houden ze van.


Potdomme. Wat een smerige meuk. Ik eet het uit beleefdheid (bijna) op. Want zo ben ik. Maar eigenljk zit ik al behoorlijk vol.........had het eigenlijk niet moeten bestellen.......


De dag begon vroeg. In Muktbani. Voor ons. Om 8.00 uur begonnen we me kuieren. De vrieskou sloeg ons om de oren. Het pad en de aangrezende begroeiing waren wit uitgeslagen. Mijn handen en voeten voelen zo koud als steen die in de diepvries heeft gelegen. Mede omdat het ontbijt werd geserveerd in een ruimte die ver onder het vriespunt lag. Warmlopen dus maar.



Een prachtig pad volgt ons. Het daalt snel. Gaandeweg komen we in een 'desert-achtig' landschap. Alleen laag groeiende struiken (Ulex?) hebben het hier naar hun zin.


De wind trekt aan. Tot stormkracht. De stormwind waait in mijn gezicht. Er moet gezichtbescherming aan te pas komen. We banen ons een weg. Recht tegen de storm en het zand in. Het pad bestaat uit grote keien. Dat vergemakkelijkt het lopen niet. Maar de uitzichten verzachten de keipijn.


Rond enen staat Jomsom op ons te wachten. Het is 'de' plaats waar velen, die het Annapurna circuit lopen, hun eindstation vinden. Ze laten zich met een Jeep naar Pokhara vervoeren. Omdat ze moe zijn. De zin op is. Of verzadigd zijn. Of geblesseerd. Of omdat ze hun terugvlucht moeten halen. Of omdat het traject dat volgt minder spectaculair zou zijn. Kortom, een heleboel 'offen'.


Ik doe er niet aan mee. Aan dat 'offen'. Ik heb besloten om door te trekken.

Naar Pohara. En Khamal, Krishna (en Fiona) ook. (Fiona volgt ons nog drie dagen, en gaat dan haar eigen weg).


We blijven niet in stormachtig en dusty Jomsom. Maar trekken door naar Marpha. Daar komen we om 15.00 uur aan.


Marpha

Marpha blijkt het Elburg en/of Hattem van Nepal te zijn. Nauwe steegjes. Huizen opgetrokken uit opgestapelde stenen. Wit van kleur. En daken voorzien van grote stapels hout. Hoe groter de hoeveelheid hout. Des te groter de (relatieve) welvaart van de bewoners. Een werkelijk schitterend dorpje.

En de rest van de Apple Pie-story is u bekend, lieve volger.


Morgen trekken we verder!


Namaste.

The Great Annapurna Track – Day eleven

dinsdag 6-12-2011


Het voelt als kerstmis.


Het is een bitter-, bitterkoude nacht. Het is aardedonker. De sterretjes staan hoog aan de hemel. Ze glinsteren als gouden diamantjes. En ze kijken naar ons. Omlaag. En de maagdelijk witte neerdwarelende sneeuwvlokjes blijven liggen op de bevroren grond. Alleen de afdruk van voetstappen verraden de aanwezigheid van wandelaars. Er gloeien lichtjes in de verte. Misschien is er wel een herberg met vers hooi en stro. En een ezel. En een Yak (os). En wat warmte. Want het is een bitter-, bitterkoude nacht........


W.G. van der Hulst kan er voorwaar nog een puntje aan zuigen (voor de jongere lezertjes: W.G. van der Hulst was een Nederlandsche auteur die keiharde misdaadromans schreef voorzien van veel geweld en waarvan je wist dat er aan het eind altijd dooien vielen).


'Wat een topnacht was dit'!


Ik dook gisteravond mijn ijskoude slaapzak in. Om 19.00 uur al. En ik voelde me al een stuk beter. De hoofdpijn was gone. Mijn loopneus deed zijn naam niet langer eer aan. Ik ging dus als een roos slapen. Om 23.04 uur opende de roos zijn bloemblaadjes. Voor even. Om ze daarna weer te sluiten. Om 3.44 uur herhaalde de roos het rituel. En dat was mooi op tijd. Want om 4.00 uur moest ik naast mijn bedje staan.


En dat stond ik dan ook. Want ik kom graag op tijd.


Mijn ontbijt bestaat uit Potteridge. Een Brinta-achtig goedje dat ik thuis nooit door mijn keel kan krijgen (wie heeft die meuk bedacht, en dat bedenken is nog tot hier aan toe, maar wie heeft het op de markt gebracht?). Kapotschieten!! En mocht er nog iets van een vermoeden rijzen van iets van beweging: nog een keer schieten!!!

Ik moet er van overgeven. Echt waar! Maar op vakantie is alles anders. Dan ga je bv. badmintonnen. Op de camping. Met zo'n shuttle. In de lucht. Daar komt volgens mij de naam Spaceshuttle vandaan. Maar dit geheel terzijde. Of met 16 graden klein nulletje C een beetje in je korte broek lopen (het is niet koud.....we hebben het wel fijn....). Of met een toiletrol in je klauwen naar het toilet lopen, en dat iedereen dan ziet dat je gaat schijten...... Allemaal dingen die je thuis nooit doet. Althasns dat hoop ik maar.


Echter, lieve volger, mocht u zich in bovenstaande voorbeelden herkennen. En het dus wel doen. Daar zijn klinieken voor. Google maar 's op genetisch en afwijking.


Ik doe dus ook wat anders. In mijn vakantie. Ik eet die brintazooi. Want het geeft energie. En daarom eet ik het bijna elke ochtend. Met appel. Met banaan. Dit om die braaksmaak of dat behangplakselsmaakgoedje (beide worden goedgerekend) nog enigszins te verdoezelen. Zo dus ook deze ochtend.


Een hele liter warme thee met suiker laat ik daarna door mijn koude lichaam stromen. Dit om de nasmaak van die brintameuk weg te spoelen. En om warm te worden. En om aan de vier liter vocht te komen. Die 'echt' naar binnen geklokt moeten worden. Dagelijks. En hup. Ik ben er klaar voor. En Fiona ook.


Maar....eh.......onze gids en Porter niet. Ze verslapen zich. Het duurt even voordat ik er achter ben waar ze slapen. Maar dan is mijn wraak ook zoet. Mierzoet. Ik wek ze. Laten het daar op houden.


Een stief kwartiertje later vertrekken we.


In de diep donkere W.G. van der Hulst-nacht lopen we de berg op. We moeten nog 600 meter klimmen. Dan zijn we er. Op de top. Met hoofdlampjes op het hoofd (dat lijkt de beste plek voor die dingen te zijn) op banen we ons een weg. Over de kronkelende bergpaadjes. En diepe ravijnen. Het is een verdomd steile klim. Mijn adem raakt achterop. En af en toe moet ik even rusten om 'm weer op kop te doen laten lopen.


Na een uur klimmen is er een theehuis. Het is pas 6.00 uur. Des ochtends. We drinken thee. Vooral om iets van warmte te voelen. En vervolgen onze weg. Het is bitterkoud. Gezicht. Handen. Voeten. Ze hebben het zwaar te verduren. De temperatuur ligt zwaar onder het vriespunt. Er is wind. En de zon laat zich nog niet zien. Maar ik ben sterk. Vandaag. Beresterk. Ik loop op tempo. Op ritme. 'Ik ga die pas halen'.


Het wordt licht. De hoofdlampjes kunnen af. We kunnen weer zien wat we aan doen zijn. Het is nog twee uur naar de top. De top waar we al tien dagen naar op jacht zijn. En vandaag gaat het dan gebeuren.


Gisteravond in High Camp, waren zo'n twintig wandelaars verzameld. Er werd wat gegeten. Gedronken. Maar vooral gezenuwd. En gehuild. Sommigen moesten terug. Afdalen. Vanwege hoogteziekte. Barstende hoofdpijn, overgeven, duizeligheid, dorst, desorientatie. Als je die ziekteverschijnselen hebt. Of ze gezellig combineert. Dan moet je afdalen. Snel. En dat is zo dicht bij je doel natuurlijk niet fijn.


Voor alle anderen geldt dat ze morgen richting top gaan. Spookverhalen en goede tips wisselen elkaar af. Gezonde spanning en ongezonde nervositeit ook.


Ik benader het rustig. Ik neem me voor om niet zoveel anders te doen dan anders. Het wordt een gewone ongewone wandeldag. Uurtje of zes wandelen. Waarvan drie uur klimmen. En drie uur dalen. En zit alleen een top tussen. Eentje van 5416 meter hoog. Eigenlijk niets aan het handje.


Het enige dat ik wijzig is dat ik met wandelstokken ga lopen. Tijdens het afdalen. ik bedenk dat mijn knieen dat wel 's heel fijn kunnen gaan vinden.


Na anderhalf uur bereiken Khamal en ik de top. Onwaarschijnlijk! Fiona en Krishna komen een half uur later. Het is feest. Groot feest. Wel een koud feest. Maar dat mag de pret niet drukken.


Niets is teveel. En niets wordt aan het toeval overgelaten.


Op de top!


De toastjes met kaviaar worden aangerukt. Er is Champagne. En voor de geheelonthouders is er verse jus. Maar die blijft onaangeroerd staan. Er zijn augurken omhuld met boterhamworst. Met zo'n prikkertje er in. Noodzaak. Anders blijft de boterhamworst niet zitten. En er zijn weinig dingen zo irritant als dat je eerst de augurk zit te knagen, en daarna de boterhamworst naar binnen zit te werken, tegelijkertijd kauwen van het goedje is veruitt het lekkerst. Dus dat prikkertje gebruiken en er goed diep in prikken. Is een tip, doe er uw voordeel mee.


Blokjes kaas worden aangerukt. Vierkant (dat is veruit het lekkerst). Met een schijfje augurk en daarboven op een zilveruitje (wel even opletten op de volgorde, eerst het schijfje augurk, niet te dik, ook niet de dun trouwens, en dan het zilveruitje, ik weet ook niet waarom maar dat is nu eenmaal zo bedacht, kan ik ook niets aan doen).


Tenslotte volgt er, na al dit lekkers, een wilde ontstuimige polonaise. Op de klanken van Freans Weber en Marianne Bauer. Mijn favoriete muziek. Echt! Het bleef nog onrustig op de top................

Me, fiona, Khamal en Krishna

'Nou, nou, nou, Gerrit, moet dat nou? Tjonge jonge, daar zit ik nu helemaal niet op te wachten hoor. Ik wil gewoon je reisverhalen lezen. Dit soort (tekstuele) uitspattingen die hoeven van mij niet hoor. Effe dimmen Gerrit. Dit wordt me toch wat te dol. Even normaal doen nu. En snel. Want als dit zo door gaat, dan stop ik met lezen'.


Sorry Lieve volgers. Excuses. Oprecht. Dat had ik niet moeten doen. Sorry! Soms vlieg ik wat uit de bocht. Moet de hoogteziekte zijn. Of de vermoeidheid. Of een combi van beide. Ik weet het niet precies. Maar. Nogmaals sorry! Mijn welgemeende excuses. Vergeef mij a.u.b.


'Ik had die augurken met boterhamworst ook niet moeten noemen'. Dom van me! Het zal niet weer gebeuren.


Nee. Lieve volgers. De wens is de gedachte van de moeder. Niks er van. Het is stervenskoud op de top. Het is daar niet lang stil staan. We maken foto's. Kraakheldere foto's. Blauwe luchten. Geen wolkje te bekennen. We hebben heel veel geluk! Maar trekken ondanks de koude nog niet verder.


Er is nl. nog een heugelijk feit dat we mogen aanschouwen. Khamal en Krishna hebben besloten te gaan stoppen met roken. En dat moment van stoppen vind p;aats op de top. De sigaretten worden doormidden gebroken. En ik maak er een foto van (speciaal voor Geesje, dat wilde Khamal graag, overigens wel met zijn toestel, vandaar dat de foto's hier ontbreken).


Khamal is een stevige roker. En veertig jaar oud. Hij beseft dat, als hij dit werk langer wil blijven doen, hij eens zal moeten stoppen. En hij moet, zo veteld hij, dit werk langer doen om de studie van zijn kinderen te bekostigen. Hij heeft voorwaar een goede reden gevonden..........


Elf dagen klimmen zitten er op. We dalen af. En goed ook. In drie uur tijd naar een hoogte van 3700 meter. Een steile afdaling staat ons te wachten.


17/eleven/579


Het gaat zigzaggend naar beneden. Behoedzaam dat wel. Want vallen zou de feestvreugde wel 's flink doen laten drukken.


Maar we volbrengen 'm. Heelhuids. Slechts een (1) blaar rijker.


Ergens in de middag bereiken we het bergdorp Muktina. Ik ben nog goed fit. We zoeken onderdak. En vinden het ook. En ook een (warme) douche. Zowel koud als warm douchen is al een dag of vier niet gelukt.


Wat een geweldig mooie dag.


Ik ben nu elf dagen onderweg. En morgen hopen we in Jomsom aan te komen. Eigenlijk mijn aanvankelijke eindbestemming.


Maar ik voel me fit. Heb goede zin. En heb tijd genoeg. En daarom ga ik vanavond met Khamal een plan maken. Een plan hoe we de komende dagen gaan invullen. Met deze goede vorm voel ik er veel voor om helemaal terug naar Pokhara te wandelen.


Maar eerst lekker slapen.


Namaste!