TV-meeeen!!
De Pakistanen bewegen zich op verschillende manieren voort. Lopend. Al dan niet iets voortrekkend of duwend. Fietsend. Echter, deze groep is sterk in de minderheid.
Gemotoriseerd bewegen geniet de voorkeur bij veel Pakistanen. Er rijden redelijk wat brommetjes rond. Honda's. Vooral mensen tot een jaar of dertig vinden het een prima vervoermiddel. In de steden en wat grotere plaatsen is de Riksja voor veel Pakistanen een goed alternatief voor relatief kleine afstanden. Het is goedkoop. En je hoeft je hand maar op te steken om er een te laten stoppen. Binnen tien seconden heb je een rit te pakken. Het wemelt er van. In Quetta reden er duizenden.
Pakistanen die een auto bezitten rijden in een Suzuki. Swift. Zo'n lekker vel wendbaar wagentje waar je heel fijn ternauwernood fietsers mee van de weg kunt rijden. Bij voorkeur een (1) uit Nederland. Heel leuk om te doen. Taxi's zijn ook allemaal van die kleine Suzuki's. Ze zijn er behoorlijk trots op. Op hun Suzuki.
Voor iets grotere afstanden zijn er de Suzuki-busjes. Er gaan normaal gesproken zo'n acht personen in. Maar twintig lukt hoor! (onthoud dit aantal, kan terug komen op het examen). Op het dak. Achterop hangend. Aan de zijkant bungelend. De ruimte wordt zo optimaal mogelijk benut (lijkt me overigens een prima marketingtool voor de jongens en meisjes op de marketingafdeling van Suzuki: er is plaats voor 8 maar er kunnen er makkelijk 20 in.......ik weet het, het kan pakkender.......20 voor de prijs van 8.........more room, more space with Suzuki....Suzuki, bigger than you think..........maar nu stop ik, laten die Suzuki-marketingjongens en meisjes zelf de handen ook maar 's uit de mouwen steken of zoals mijn moeder alijd zei: mooie dingen komen niet vanzelf aanwaaien).
Er zijn geen haltes. Je kunt zo'n busje zo aanhouden. Onderhandelen over de prijs. En aanhaken. Wanneer het busje langere afstanden moet afleggen (> 50 km) vertrekt het niet eerder dan dat het busje vol zit. Dat kan 5 minuten duren. Maar ik heb meegemaakt dat het ook anderhalf uur kan duren. Dan rijd het busje, continu toeterend, door het dorpje (steeds maar weer heen en weer) net zolang tot de laatste plaats bezet is. Niet vol, betekent niet vertrekken. Alle passagiers ondergaan dit zeer gelaten. Normale gang van zaken.
Voor nog grotere afstanden wordt gebruik gemaakt van een Coaster. Een bus die het midden houdt tussen een touringcar en een klein busje. Er passen ongeveer achttien personen in. Bagage gaat op het dak. Er is een vertrektijd vastgesteld maar die wordt meer dan dik overschreden. Meestal vertrekken de bussen 1,5 uur later. Ook deze coaster moet vol. Anders wordt er niet vertrokken.
Hele gekke, drukke, vrolijke mannetjes worden ingehuurd om de bus vol te krijgen. Ze zitten aanvankelijk op een stoel voor de bus. Maar wanneer het uur 'U' nadert worden ze actiever. Gaan ze bewegen. En roepen heel hard de eindbestemming (wat op zichzelf een effectieve strategie lijkt te zijn, wat zou je anders moeten roepen). En worden ze heel druk. Teneinde, maar te zorgen dat de bus volgeraakt. Met hen doe je de onderhandelingen. En reken je af.
Als alle plaatsen bezet zijn moet er nog een klein detail worden ingevuld. De chauffeur!. Die moet worden gezocht. En.....daarmee moet ook nog onderhandelt worden. Over zijn vergoeding welteverstaan. Toen ik van Gilgit naar Naran reisde duurde dit onderhandelingspel een half uur. Het werd bijna slaande ruzie. Meer dan dertig mensen bemoeiden zich er dan ook mee. Een heel chaotisch gebeuren.

hier heb je zo'n gek vrolijk mannetje voor zo'n coasterbus. Hier heeft ie nog een Ying Yang moment.
En dan zijn er nog de gewone touringcarbussen die op redelijk goede wegen rijden en grote afstanden afleggen (hoef je niet te onthouden voor het examen, is gewoon een leuk weetje).
De dag begon overigens met een flinke knal. Kort voordat ik wilde vertrekken moest het zadel van mijn fiets een ietsjepietsje lager worden gezet. Ik had 'm daags tevoren ietsjepietsje hoger gezet. En dat beviel slecht. Er begon zich iets van zadelpijn te ontwikkelen. Vandaar dat ietsjepietsje lager zetten.
Dat lukte. Maar bij het aandraaien van de moer van de zadelstangklem (de klem die de zadelstang op z'n plaats houd) brak deze. In twee stukken. Teveel kracht uitgeoefend. Een deel van de schroefdraad bleef achter in de klem. En een probleem zag het daglicht. En dit kan maar beter in Azie gebeuren dan pak 'm beet ......op zondag in Zeeland. Want hier is men behoorlijk creatief in het vinden van goedkope en handige oplossingen. En doet men niet aan zondagsrust.
Een machinebankwerker had ik vlot gevonden. En deze man had een mogelijke oplossing. Maar die oplossing werkt alleen als er stroom is. En de power is momenteel hartstikke off. Power on kan nog wel vijf uren duren. Kan ook de hele dag off blijven. Ik zit dus ietwat in de wachtkamer. Hopend op power. En hopend dat de oplossing gaat werken.
(tijdens het typen van dit stukje gaat de power on en ik snel me naar de grote oplossingenman).
Die heeft ondertussen goed nagedacht want hij heeft werkelijk een fantastsche oplossing bedacht. Hij last een draadeind op een willekeurig stuk ijzer. Last vervolgens mijn net ietsjepietsje uitstekende moer vast aan het draadeind. En draait de klem, van de moer. Niks uitfrezen. Niks nieuwe schroefdraad. Tien minuten later en twintig roepies (18,7 eurocent) lichter verlaat ik het pand. Ik kan weer fietsen.
Rond twaalven gaat de tocht beginnen. De eerste 12 kilometer doe ik geen trap. Ik glijd naar beneden. Hoef niet te remmen. Hoef niet bij te trappen. Wat kan fietsen toch leuk zijn. Enige minpunt is de onaangenaam drukke weg. Ik hoef maar drie keer mijn vege lijf te redden door behoorlijk plots uit te wijken. Lang leve mijn spiegel. Lang leve de berm. Gekken zijn het!
Ok, laat ik de clou maar vast verklappen. Ik ben sinds vandaag een tv-ster. Een beroemdheid. En ja, ik ben al begonnen met naast mijn schoenen te fietsen. Deze site wordt zeer binnenkort een betaalsite. Wachtwoord en inlogcode worden u binnenkort toegezonden. Goh Gerrit, jebentaltijdzogewoongebleven. Hoestzogekom'n mienjong?
Rond 15.00 uur stop ik bij een benzinestation. Pauze. Hard aan toe. Er staat een man die me probeert duidelijk te maken dat hij mij heeft gezien. Ik zeg dat dat aardig kan kloppen. Want ik sta momenteel recht voor 'm. En als ie niet scheel is en geen vervelende oogaandoening heeft (zo ja, oogdruppels drie maal per dag, helpt dat niet, ga dan naar de huisarts) dan ziet ie me nog staan. Want ik ben er nog.
Maar dat bedoelt deze man allemaal niet. Hij zegt dat hij mij op TV heeft gezien. Het kwartje wil nog niet vallen. Er komen meer mensen bij staan waarvan er een (1) tamelijk goed Engels spreekt. Hij zegt mij ook gezien te hebben. Gisteravond op GEO(graphic)-TV. Een Pakistaanse Nation-Wide tv-zender. En dan wordt Gerrit ook wakker. Hebben die knakkers van dat tv-station (een week of twee geleden) die mij hebben geinterviewd dat item daadwerkelijk uitgezonden?! Ik maakte tijdens de opnamen nog een grap door te stellen dat ze mij er makkelijk uit konden knippen. Niks knippen. Plakken. Dat hebben ze gedaan. Ik ben beroemd.

De mensen daar vinden het helemaal geweldig om mij te ontmoeten. En willen veel van me weten. Ik neem er de tijd voor. En als alle vraagbehoeften bevredigd zijn stap ik op.
Ik fiets nog een tijdje naast m'n schoenen. Maar beroemd zijn went snel. Daarbij moet een beroemdheid om vooruit te komen ook gewoon de ketting strak houden.
Rond 17.00 uur kom ik uit op de Grand Trunck Road. De weg die naar Islamabad, Lahore en uiteindelijk India leidt. Ik zoek een hotel. Het eerste is te duur (de eigenaar heeft vast geen TV gekeken, of juist wel). Het tweede vol. De derde is te duur. Maar hier pas ik de 'macht van het zwijgen' toe. Uitleggen? Cursisten, hier-komtie!
De macht van het zwijgen werkt alleen als de verkoper een onredelijk hoog bedrag van je vraagt (dus niet bij de kassa van je favoriete supermarkt de macht van het zwijgen toepassen, ziet er heel raar uit, en er is een kans dat je in een inrichting opgenomen wordt, ik kom niet, maar stuur wel een kaartje, desgewenst een ruikertje, is ook leuk al die aandacht, maar ik zou het je toch niet adviseren).
En dat doet deze eigenaar. Een onredelijk hoog bedrag noemen. Na het noemen van het bedrag schud ik met mijn hoofd en zeg verder niets. Minutenlang kan ik dat volhouden (is heel moeilijk, moet je oefenen, met je vriendin of vriend of zo, gaat het makkelijkst wanneer je ruzie hebt, heb je nooit ruzie, maak dat dan een keer, zeg maar dat je bent vreemd gegaan of zo, werkt altijd, even flink op de kast, gaat echt makkelijker, nou ja kijk zelf maar even). Oefenen dus. Succes.
Tien tegen een dat de man begint met praten. En dan heeft ie meestal verloren. Zo ook nu. Zonder een (1) woord van mijn kant zakt de prijs van 3000 roepies naar 2000 roepies. Nog teveel. Maar redelijker. Met wat bijpraten komen we uit op 1600 roepies. We geven elkaar een hand. Het is nog veel geld voor Pakistaanse begrippen. Maar het is bijna donker. En het hotel ligt maar 2 km van de Wah-Gardens die ik morgen wil bezoeken. Een compromis dus.
Goed beste cursisten. Lekker gewerkt vandaag. Sla de boeken maar dicht. Tot zover het stukje educatie van vandaag. Goed je huiswerk maken. Morgen weer een nieuw hoofdstuk.
'four wheels to move your body,
two wheels to move your soul'
Dompelaardeal
De avonden begonnen wat te korten. Schemeren. Na afloop van de training kwam een zekere WvdL (het is niet sympathiek om de naam van Wim van der Ley voluit te noemen, daar zit ie misschien helemaal niet op te wachten,vandaar de afkorting).

WvdL overhandigde op deze avond GP een klein wit pakketje. Een soort tasje. In ruil daarvoor kreeg WvdL wat geld toegestopt. Maar omdat WvdL meer geld wilde moest GP naar zijn auto om het tekort aan te vullen. Daardoor duurde het tafreeltje net iets langer dan de bedoeling was. Een schimmig schouwspel. Flevo Delta leden die deze transactie op afstand hebben waargenomen keken daarna nooit meer op dezelfde wijze naar de prestaties van WvdL en GP. Wantrouwen. Zijn er stimulerende middelen in het spel? Welk prestatieverhogend middel werd hier uitgewisseld? Wat is er voor betaald? Kan ik ook meedoen? Kortom, ene mysterieuze bedoeling.
Ik ben het gemakshalve de dompelaardeal gaan noemen.
Vandaag heb ik het rustig aan gedaan. Althans qua afstand. Gedurende 20 kilometer klom de weg met een stijgingspercentage van 4%. In Nederland heet dat al snel een flinke heuvel. Ik ben in Abbottabad. De stad waar ik precies twee weken geleden ook was. Ik moet even bijkomen van de verschrikkelijke zware dag van gisteren. De benen willen nog maar moeilijk vooruit. Rust dus!
Gerda vroeg mij per e-mail hoe mijn dagritme er uit ziet. Het is geen woest aantrekkelijk verhaal. Maar eh........komtie!
Als ik opsta neem ik eerst een dubbele wisk.......neeh...... lust ik niet. Die alcoholmeuk. Daarbij ligt dit land echt droog. Geen druppel alchol verkrijgbaar. Voor mij helemaal geen probleem. Ik drink niet. Maar Pakistanen, vooral jonge, zijn er nog wel 's op zoek naar heb ik gemerkt.

's Ochtends probeer ik een ontbijt bij elkaar te scharrelen. In het meest gunstige gaval bestaat dat uit Chai (mierzoete thee met melk, koffie kun je hier vergeten, no problem for me, drink ik ook niet). Twee geroosterde broodjes en twee gebakken eieren. Of gekookt. Minder soms lukt het om er wat jam bij te regelen. En nog minder soms moet ik het stellen met chips en cola.
Inmiddels heb ik zelf wel wat maatregelen genomen om wat gezonder door het leven te gaan. Ik ben in staat om zelf thee te maken. Ik heb via Bernadette (iemand met veel Pakistan fiets- en reiservaring), de tip gekregen om een dompelaar mee te nemen. Een dompelaar heeft aan de ene kant een stekker. Aan de andere zijde een verwarmingselement. En daar tussen, heel handig, een snoer. Een van de weinige winkels die nog zo'n ding verkopen is onze eigen Blokkert. Wim van der Ley, die ik ken via Flevo Delta, is bedrijfsleider van de Blokker in Emmeloord. En hij was zo ongelofelijk aardig om er een voor mij mee te nemen. Geweldig ding Wim!!
Met een dompelaar kun je dus o.a. een beker water koken. Daarnaast weet ik nu ook vaak een heerlijke yoghurt (nestle) te vinden. Die meng ik dan met cornflakes. Ik regel vaker een appel. En ik heb melkpoeder gekocht. Dan maak ik water warm, meng het met de melkpoeder en doe de cornflakes er door. Een heerlijk ontbijtje. Tekorten vul ik aan met vitaminepillen.
Daarna pak ik mijn tassen in. Is routine geworden. Knoop ze op de fiets. Smeer mijn zitvlak in. En ga op pad. Rond 16.00 uur ga ik op zoek na een slaapplek die ik meestal binnen een uur wel vind. Tot nu toe zijn dat altijd hotels of guesthouses geworden. De prijzen per nacht var. tussen 2,5 en 10 euro. Voor dat geld vind ik het net niet de moeite om mijn tent op te zetten. Komt bij dat het in Azie niet echt een geaccepteerd iets is: een tent opzetten. Het wordt geassocieerd met vluchtelingen. En je tent zo neerzetten dat niemand 'm ziet is onmogelijk in Pakistan. In Islamabad en Lahore liggen de tarieven van hotels aanmerkeljk hoger. Daar ga ik een camping zoeken.
Na aankomst douche ik me. Doe een (hand)was. Pleeg onderhoud aan mijn fiets. Maak elke avond de ketting schoon. Voorzie 'm van een drup olie. Loop alle bouten na. En eenmaal per week span ik de ketting. Daarna probeer ik wat avondeten te scoren. De Lonely Planet is daarbij een goede handleiding.
Dan begint het echt werk pas: het bijhouden van het weblog. Ik ben in het gelukkige bezit van een superklein laptopje met dito toetsenbord. Dat gegeven in combinatie met mijn grote vingers zou misschien tot wat tiepvouten kunnen leiden (u begrijpt, ik ben naarstig op zoek naar een alibi). Het ding kan 1 uur op een accu. En het dwingt me om 'het stukje' in een uur af te rammelen.
Vaak is het dan iets van 20.00 uur. Lees nog wat op mijn e-reader. Perfecte uitvinding. Luister nog wat naar muziek. Heel soms is er iets van TV (cricket, heel veel cricket). Bepaal de route voor de volgende dag. En ga meestal voor tienen naar bed.
En dat laatste lijkt me voor nu een prima idee!
Instelling
Je zie het wel 's gebeuren met topteams.
Ze moeten spelen tegen een veel mindere tegenstander. En gaan bewust of onbewust met de verkeerde instelling het veld in. Onderschatting. Wanneer de wedstrijd begint blijkt de tegenstander toch meer in z'n mars te hebben dan vooraf gedacht. Tandje erbij. Even aanzetten. Zou je zeggen. Maar dat juist lukt dan niet meer. Je draait die verkeerde instelling gedurende een wedstrijd bijna nooit meer om.
Iets dergelijks is met mij gebeurd vandaag.
Na een extreem slechte niet-slaap-nacht vertrok ik mooi vroeg uit Balakot. Ik heb de hoogste bergen gehad en maak me op voor een easy day. Lekker vlak. En de eerste 15 km klopt dat ook precies. Ik ben zo enthousiast geraakt dat ik een leuk doorsteekje ga maken. Ik ga via Muzaffarabad en Muree naar Islamabad. Ik mis dan twee dingen. De Wah-gardens. die ik als groot tuinenliefhebber op mijn lijstje heb staan. Maar ik mis ook een flink stuk van de drukke Grand Trunck Road. En dat laatste geeft de doorslag.
Ik heb een goede keus gemaakt. De ingeslagen weg is smal. Groen. Grove dennenbossen. Afgewisseld met zo hier een daar een Eucalyptusboom. Een verdwaalde Agave. Een bananenboom. Een Cipres. De weg is ontdaan van verkeer. Platteland. Bewoners in de weer met mais. Aardappelen. Schoolkinderen wandelend in de berm. Very peaceful allemaal. Daarbij schijnt de zon hoog aan de hemel. De kachel wordt flink opgepookt tot wel 33 graden. Boven nul. Alle reden om blij en tevreden te zijn. En dat ben ik ook.
De weg wordt gaandeweg iets minder van kwaliteit. Maar prima befietsbaar. Na 13 km stuit ik op een slagboom met de tekst 'STOP'. Ik besluit in de remmen te knijpen. Heb ook weinig keus. Een enorme schreeuwlelijk schreeuwt (dat heb je overigens al snel met een schreeuwlelijk, dat ie schreeuwt) bevelen naar zijn onderdanen. Die lopen net zo hard als hij schreeuwt. Laat ik het zo zeggen: het tempo zit er aardig in.
Mister screamnoise gebaart dat ik moet komen zitten. Hij wil praten. Ik liever niet. Ben niet zo'n prater. Maar neem toch plaats op het omgekeerde frisdrankkratje. Ik ben inmiddels vrij ervaren in dit soort meetings. Gebruik het vaak als een rustpauze. Eet wat. Drink wat. Het zal allemaal wel niet zo'n vaart lopen. Hij wil mijn paspoort zien. Dat kan. Na enkele ogenblikken van studie komt hij tot de conclusie dat ik niet door mag. Ik sta nl op het punt om de zelfstandige staat Kashmir te betreden. En dat gaat niet. Daarvoor heb ik niet de benodigde papieren. Kashmir is nl geen onderdeel van Pakistan.
Ik probeer de man in het Nederlands (doe of ik geen woord Engels spreek, iets dat hem tot razernij drijft) op andere gedachten te brengen. En vertel hem dat ik niet voornemens ben om de zelfstandige staat Kashmir eigenhandig de komende twintig kilometer op te willen heffen. Teneinde deze dan heel snel, voordat ik Kashmir weer verlaat, samen te voegen met Pakistan.
Weet u, wij hebben immers in Holland ook twee zelfstandige enclaves die zich willen onder- en afscheiden. De ene doet dat door met een zachte 'g' te spreken. De andere door zich totaal onverstaanbaar uit te drukken. Ik heb bij beide nog nooit pogingen ondernomen om hen op andere gedachten te brengen. Daar ben ik gewoon het type niet voor. Ik heb er op zichzelf ook geen moeite mee. Met dat afscheiden. Laat ze lekker hun gang. Maar kom, genoeg gepraat. Ik stap 's op. Dan kan ik mooi de komende twintig kilometer van uw mooie en zelfstandige Kashmir gaan genieten.
Zo gezegd. Zo gedaan. Met een sierlijke zwaai werp ik mezelf op mijn fiets. Maak gebruik van de beperkte ruimte tussen de twee slagbomen. En trap een forse negende versnelling weg. Achter mij een hoop commotie. De schreeuwlelijk verkeert vermoedelijk in alle staten. Ik word (heel snel) per auto teruggehaald. Eenmaal terug doe ik of ik het allemaal net niet helemaal begrepen heb. Hierop wordt het verhaal me nog 's haarfijn uit de doeken gedaan. Hij wint. Ik moet terug.
Fuckerderduck! Ik heb de pest in m'n lijf. Normaal onderga ik dit soort teleurstellingen erg relaxed. Maar nu niet. Ik stop in het eerste en dus het beste dorpje voor een bezinningpauze. Een aankomend advocaat spreekt me aan en houdt me een half uur aan de praat. Ietwat gestudeerde mensen vinden het verry interesting zo'n foreigner. Daarbij kunnen ze mooi hun Engels oefenen. Een pauze heb ik daardoor niet echt gehad. Maar ik ben voldoende afgeleid om mijn weg weer te vervolgen. Ik heb het vizier weer op positief staan.
Na 30 kilometer fietsen bereik ik het punt waar ik vanochtend ongeveer begonnen was. Wat ik nog niet weet is dat de fietsdag dan eigenijk nog moet beginnen.

Ik trap de trappers richting Manshera. En begin om 14.00 uur aan een klim. Een forse klim. Stijgingspercentages van 11, 12 en 13% zijn regel. De uitzonderingen zijn schaars. Heel schaars. De ene haarspeldbocht volgt op de andere. Ik transpireer als een bezettene. Zweetdruppels spatten onophoudelijk via mijn neus en pet uiteen. Op de stang. Er gaat meer vocht uit dan er in gaat. Het gaat maar door en door. Ik moet er regelmatig af voor een pauze. Op een bepaald moment leg ik me neder in de berm. Ik ben kapot. Helemaal aan het eind. Ik heb een kwartier nodig om op adem te komen. Pas dan ik weer door. 1 uur en drie kwartier duurt de onafgebroken klim.
Eindelijk heb ik iets van een top te pakken. Precies op dat moment stopt er een auto. Vier mannen klimmen uit de auto. Ik zweet als een otter. Ik heb geen droge vezel meer aan mijn lijf. Alles is door en door doorweekt. Zweet.
De mannen willen van alles van me weten (dit gebeurd elke dag een keer of .......vier, vijf). Dit is zo'n moment dat ik oprecht te doen heb met wielrenners van een grote koers. Tweehonderd kilometer fietsen. Over de finish komen. Zwaar naar de klote. En dan een microfoon onder je snufferd. Het overkomt mij nu ook. Geen 200 km. Geen microfoon. Maar toch.

Ditmaal zijn het vertegenwoordigers van een sigarettenmerk. We kletsen een kwartier over politiek. Pakistan. De Pakistanen. Hun werk. Mijn reis. En na de nodige kiekjes (ik kom in heel wat Pakistaanse familiealbums) vervolg ik mijn weg. Naar beneden.
Echter de afdaling is maar van korte duur. Een nieuwe klim begint. Een kleine afdaling volgt. Een nieuwe klim begint. Ik word er gek van. Het gaat dertig kilometer zo door. Ik begin langzaam aan 'aardigheid' in te boeten.
Uiteindelijk, uiteindelijk, uiteindelijk. Uiteindelijk rond 17.30 uur bereik ik het zeer drukke, zwaar chaotische en lawaaierige Manshera. Na het nodige vragen en de nodige omwegen kom ik in een hotel.
Ik ontmoet de eigenaar. En leg mijn wensen/eisenpakket meteen maar aan hem voor. Ik ben op zoek naar een wat smoezelige kamer, met een toilet dat niet werkt, bedrading die buiten de stopcontacten steekt, een gebroken wasbak, waarvan de kranen het niet doen, afbladerende muurverf, een supersmerig tapijt, niet al te frisse lakens, smerige kussens, een douche die alleen koud water geeft bij voorkeur in dunne straaltjes, en niet alle tegeltjes moeten aan de muur zitten, liefst in een motiefje (is een persoonlijk dingetje, maar mocht dat niet tot de mogelijkheden behoren, dan zal dat wat mij betreft geen breekpunt worden) er moeten wat, liefst gebroken tegeltjes, op de grond liggen en als laatste (en dit is echt een KEIHARDE eis): een doorgezakt bed*.
Wat een geweldig toeval. Laat ie die nu toevallig nog in de aanbieding hebben. Eerlijk gezegd heeft hij er nog wel meer beschikbaar die aan deze eisen voldoen. Maar ja, ik maar een (1)nodig. Wat heb ik toch weer een geluk.
*doorgezakte bedden vind je overal. Ik heb er een oplossing voor bedacht. Ik doe net of ik in een hangmat lig. In mijn dromen doe ik dan net of ik heen en weer wieg. Dat haalt een boel ergernis weg. Andersom werkt trouwens niet. Althans bij mij niet. Maar probeer het zelf maar 's uit. Misschien bij jouw wel.
De eigenaar vraagt 1200 roepies. Ik bied 600. Dat wil ie niet. Ik vertel hem dat ik op zoek ga naar een ander hotel. En loop weg. Beneden aangekomen weet iemand dat ik 600 geboden heb (ra ra hoe dat kan?). Hij zegt dat 600 akkoord is. Ik zeg ok, 'maar weet je vriend daarboven dat ook?'. Ik loop naar boven en mijn vriend is de papierwinkel al in orde aan het maken. '600 roepies', vraag ik. Yes, 600 roepies. Mystery!
Lieve volgers: dit was de zwaarste fietsdag. By Far!! Waren de bergen zo hoog? Waren de klimmen zo lang? Nou, 't was wel behoorlijk zwaar. Maar ik heb zwaarder gehad. Waarom dan toch de zwaarste dag?
Drie redenen:
1. de superslechte slaapnacht. Ik heb nl niet geslapen. Niet goed uitgerust dus!
2. ik fiets alweer een aantal dagen zonder wegenkaart. Is me onderweg door een stelletje kinderen onder de 'spin' vandaan getrokken. Ik kan me dus niet meer orienteren op afstanden, gebieden (Kashmir) en hoogten. Erugh onhandig (wegenkaarten koop je in Pakistan niet, die zijn gewoon niet verkrijgbaar, heel misschien dat ik in Islamabad in een boekenwinkel iets op de kop kan tikken)
3, tenslotte het belangrijkste. De instelling. De verkeerde. Welteverstaan. Ik had me ingesteld op een rustige, vlakke dag. En dat is het niet geworden. Gedurende de dag kreeg ik het in mijn hoofd niet meer bijgesteld. En in de benen al helemaal niet.
Resultaat: een behoorlijk versleten Gerrit. Morgen liggen er weer nieuwe kansen, met hopelijk nieuwe prijzen.
Laten we deze dag eindigen met een gedichtje:
Zij zaten bij het kampvuur,
zij zei 'wat is het warm'
Hij zei, 'dat klopt,
dat is het kampvuur
waar je in hangt met je arm'.
Bueonoiseren
Ik voel dat enige toelichting wenselijk is. Ok dan!
Ken je dat houterige TV-spotje? Van Mark Tuitert. En een jonge dame. Nee?! Je hebt ook altijd spelbrekers. Ik ga het uitleggen. Het gaat zo.
Mark Tuitert staat bij een snoepautomaat. Hij heeft trek in een bueono. Zelf heb ik nooit van deze verwennerij mogen genieten. Maar Mark zweert er bij. Haalt er zelfs medailles mee op de Olympische Spelen. Er wordt zelfs gefluisterd dat Mark zijn schaatsen voor de wedstrijd staat in te smeren met.........Eigenlijk is Mark meer van de kinderbueno. Maar dat zou volgens het reclameburo verkeerde associaties kunnen oproepen. En daarom wil Mark nu dus een gewone volwassen-bueono.
Hij staat dus bij die automaat en ....verdorie....hij heeft geen kwartjes meer. Lullig. Maar redding is nabij. Er komt een niet onaantrekkelijk uitziende dame bij de automaat staan. Leeftijd Mark. Eigenlijk iets jonger en meer meer geschikt voor de kinderbueno. Maar goed, een kleinigheid houd je altijd nietwaar. Zij heeft wel kwartjes. Jippie! Mark helemaal in zijn nopjes. Maar Mark heeft buiten de waard gerekend. Deze meer dan behoorlijk goed gelukte dame 'trekt' de laatste (wat een toeval) bueono uit de automaat. En zij is voornemens deze eens lekker in haar eentje op te gaan peuzelen.
Mark staat er wat beteuterd bij (Mark staat er wat mij betreft altijd wel wat beteuterd bij maar dit terzijde). Echter, net voordat dit ongelolijke lekkere ding die laatste bueono wil gaan verobereren herkent ze Mark en ze zegt: 'jij bent toch Mark Tuitert, die schaatster'? (het is van belang dat je de beide r'en met een hete aardappel in de keel uitspreekt, en 'm even aanhoudt, doet zij ook). Mark bevestigd dit met een ja en combineert het antwoord met een schalkse blik. Hierop deelt zij haar bueono met Mark. Niks aan het handje zou je zeggen, kind kan de was doen, kat in 't bakkie, what's the problem. Laat die jonge van z'n bueono genieten. Gerrit, what's up?
Jullie hebben 'm nog niet door dus. Ok. Hier komt mijn stelling: Als dat waanzinnige ongelofelijke lekkere stuk die zo op de voorkant van de Wehkamp kan gevraagd had: 'jij bent toch Markt Tuitert, die schaatser? En er was geantwoord: 'eh nee, ik ben die bobsleer die met de Olympische Spelen niet naar beneden durfde te glijden.... In dat geval had zij die bueono nooit met hem gedeeld. Zekers te weten!
Aha!! Zie hier het bewijs: 'succes buenoiseert'.
Ik daal al ruim 20 kilometer af. En echt, ik heb geen idee hoe lang dit nog zo doorgaat. Ik kom van erg hoog. Ik ga naar erg laag. En dan heet het al snel dalen. Ik knijp de remblokjes bijna voortdurend in de slijtagestand. Na al die klimdagen is dit echt geweldig! De ene haarspeldbocht volgt op de andere. Ik neem ze met behoorlijke snelheden. Ik baan me een weg al slingerend naar beneden. Ik moet de bochten goed 'inzetten' om met deze snelheden steeds goed uit te komen. Ik val van de ene bocht in de andere. Wat een heerlijk gevoel. Ik voel me net een bobsleeer die zich een weg naar beneden baant.

Ik ben vanochtend alleen vertrokken. Mattias rijd z'n eigen tempo. Waarschijnlijk zien we elkaar in Islamabad. Op de camping. Ik heb een ongeloflijke intrinsieke fietszin. Ik ben in topvorm. Neem de omgeving helemaal in me op. Reageer op alles iedereen die ook maar iets roept, fluit, met z'n tong klakt, met lichten seint, duimen opsteekt. Wil je met me op de foto? No problem. Ik vind het helemaal leuk. Alles is best. Ik heb superzin. Ik maak fotos. Ga gesprekken aan. Het is een echte feestdag.
Enige minpunt is een aanval van acute diarree. Zomaar opeens. Al heb je dat natuurlijk al snel met een acute aanval. Weet ook niet waar ik de nadruk nu precies op moeten leggen: op 'acuut' of 'aanval'. Doe beide maar. Ik weet nog net wc papier bovenuit mijn tas te grissen. Achter een rotsblok iets van beschutting te zoeken. Broek naar beneden. En huppaake! Het hele zaakie komt er in een keer uit. Het lucht op. Ik zal voortaan iets minder avontuurijk moeten zijn met het voedsel dat ik eet.
Het is vrijdag. En de Pakistanen nemen dit woord zeer letterlijk. Het is nl voor iedereen een vrije dag. Een dag om Allah te dienen en te gedenken. Het land ligt collectief plat. Geldt ook voor de zaterdagmiddag en voor de hele zondag. En daar dien je wel rekening mee te houden als je reist in dit land. Want alles is dan gesloten. Banken. Winkels. Eigenlijk alles. Natuurlijk zijn er een paar spelbrekers die hun winkeltje wel openhouden. Maar dat percentage ligt erg laag.

Ik fiets vandaag door een schitterend gebied. De ene afdaalpas nog mooier dan de andere. Het ene uitzicht nog meer breathteakinger en heartstoppinger dan het andere. Even na vieren kom ik aan op mijn einddoel voor vandaag: Balakot. Ik heb 80 kilometer op de teller staan. Netto rijtijd is 5,19 uur. En de hoogst gemeten snelheid: 54.17 km/uur.
Ik ben de bergen uit. Naar beneden gegleden. Ik wel!
Het is misschien een beetje raar, maar ik heb opeens enorme zin in een Bueno.
PechGeluk
Het wegdek was erbarmelijk slecht. Hortend, stotend, glijdend en stoempend ging het maar langzaam vooruit. En zonder enige voorwaarschuwing was het ineens over. De hele achteras aan barrels. Kogellagers er uit. Het hele zaakie vastgelopen. Klemvast. Klaar. Over. Uit. Het enige dat nog rest is het aanhouden van een auto of jeep. Liften. Terug naar het beginpunt van vanochtend. Het Mandina Guesthouse in Gilgit.
Even bijschijnen....... het is 2.27 uur. Donderdagnacht. Ochtend. Het is aardedonker. Ik zit in een busje tussen een tiental snurkende, schetenlatende, boerende, in zichzelf pratende en nogal makkelijk van zich afspugende Pakistanen. Kortom: ik voel me nogal thuis in dit gezelschap. Mattias ook. Ik doe geen oog dicht.
We zijn gistermiddag om 17.00 uur vertrokken uit Gilgit. Mattias. Ik. En een tiental Pakistanen. Met een coaster (busje). Fietsen op het dak. Bestemming Naran. Een rit van twaalf uur. Maar dat worden er met gemak zeventien.
Mattias is een Duitsende fietser. Een erg aardige gast. Ik heb hem enkele dagen geleden ontmoet. Hij wilde de route gaan fietsen die ik op de heenweg had gedaan. Na wat tips van mij begon hij daar gisterochtend vol goede moed aan. Aan het einde van de dag trof ik hem tot mijn verbazing weer in het guesthouse aan. Hij had zijn hele achteras aan barrels gereden op het slechte wegdek. En moest na 54 kilometer horten en stoten de rit staken.

een Pakistaanse collegafietser
We hebbben met flink wat sleutelwerk het wiel weer weten te bewegen (in letterlijke en figuurlijke zin gesproken). En Matias heeft zich aangesloten bij het plan dat ik al had gemaakt. Namelijk met een bus naar Naran (dit vanwege het vreselijk slechte wegdek). En van daaruit met relatief goed wegdek naar Islamabad fietsen. Daar moet hij een visum voor India regelen en kan daar hopelijk een nieuwe achteras laten monteren. Ik ga Islamabad verkennen, En fiets daarna door naar Lahore, India en later Nepal.
Maar nu zitten we dus in die bus. De bus heeft zich in de diepe donkere afgelopen zes uren met de nodige moeite voortbewogen. En er moeten tenminste nog 's zes uren worden afgelegd. Een pauze is dus wel op z'n plaats. Echter de chauffeur heeft in zijn onmetelijke wijsheid besloten om een rustpauze van (maar liefst) drie uren in te gelasten. Midden in het helemaal niets. Mensen liggen kris kras over elkaar in de bus. De twee voeten van mijn achterbuurman steken ongeveer ter hoogte van mijn reukorgaan (vraag niet hoe dit lenigheidgewijs mogelijk is, maar het kan, en ze ruiken niet echt naar dennengeur, kan ik je zeggen).

fiets klaar voor transport
Dit zijn de momenten tijdens een reis dat ik me afvraag waarom ik niet lekker op m'n badhanddoekje lig, aan een strand, ergens waar het zwoel en warm is, met een lekker chick aan mijn linkerzijde en een lekkere chick aan mijn rechterzijde, (waarom heeft een mens niet meer zijden) Ik zie mezelf liggen in een iets te grote hawaibroek waar dan dat net ontluikende buikje net zo iets overhangt (echt superaantrekkelijk) en dan met een ontbloot bovenlichaam lurkerend aan een rietje dat in een lekkere coole cocktail steekt met de zwoele naam 'Sex on the Beach' of 'Virgin Mary' (ja sorry, zo heten die drankjes, heb ik niet bedacht, voor klachten: ander loket.
Maar goed: de situatie is dus momenteel net even ietsje pietsje anders.
Behalve door deze rustpauze wordt de rit zo af en toe even onderbroken. Door twee lekke banden. En natuurlijk moet er een keer of wat gebeden worden (anders heeft Allah niets te doen). Alle passagiers verlaten dan de auto (behalve de twee heidenen uit het gezelschap). En een heel ritueel van buigen, knielen, aanroepen volgt. Zo langs de kant van de weg. Het zou overigens handig zijn als Allah een vrouw is want met zoveel tegelijkertijd aanroepende gelovigen lijkt het me handig als ie een beetje kan multitasken. Maar ik denk het niet. Van die vrouw.
Helaas moest ik eergisteren de conclusie trekken dat de door mij zo begeerde Karakorom Highway maar gedeeltelijk befietst kan/kon worden. Hij ligt er helemaal uit. Gereed om geasfalteerd te worden. En dat is fijn voor de Pakistanen. Zij zijn het immers die er dagelijks gebruik van moeten maken. Maar ik heb er nu even niets aan. Ik heb er ongeveer 200 km van mogen doen. Driehonderd kilometer ligt nog op mij te wachten.
En eigenlijk is dat heel fijn. Want nu heb ik een alibi om nog een keer terug te keren naar die prachtige weg en dit magnifieke gebied. Als ik alles al gedaan had had ik geen reden om terug te keren. Dan krijg je van die reacties van 'je bent toch al geweest. En nu kan ik zeggen 'ja ik ben wel geweest, maar ik heb nog wat te goed'. Nog driehonderd kilometer. Schaakmat! Zo wordt een beetje pech toch weer een enorm geluk. En er is nog meer geluk! Ik mag die prachtige doorsteek van de heenweg nu lekker terugfietsen. Dan kan ik revanche nemen op die vreselijke klimpassen. Die mag ik nl nu naar beneden fietsen. Ja, maar Gerrit als je daalt zul je toch ook moeten kli.....ja ja..... ik snap wat je bedoelt..............gewoon even niet aan denken. Kop in 't zand. Negeren.
Eindelijk zijn de drie rust-uren om. We gaan weer!
'treur niet om wat er niet (meer) is. Wees dankbaar voor wat is geweest'
Spookscholen
Op zichzelf is dat geen buitengewone prestatie. In het land wonen 180 miljoen mensen. En daarmee is Pakistan is het op zes na dichtbevolkte land. Ter Wereld.
(bevolkingsgroei: in 1961: 42,9 miljoen. In 2006: 161,2 miljoen en de prognose voor 2050 is: 304,7!!!).
Pakistanen die van een lang en gelukkig leven houden hebben wel wat pech. Ze leven nl. relatief kort. Mannen worden gemiddeld: 64 jaar, vrouwen 64,3 jaar. Pakistan is een jong volk. Meer dan de helft van de bevolking is onder de 25 jaar.
Van die 180 miljoen mensen maken naar schatting circa 20 miljoen Afghaanse vluchtelingen deel uit. Naar schatting, want niemand houd precies de tel bij...
Veel Afghanen ontvluchtten het oorlogsgeweld in hun land en komen terecht in vluchtelingenkampen of kamperen gewoon langs de weg (zoals ik al te vaak heb gezien hebben leven ze in tenten van de UNHCR en UNICEF). Beboste hellingen worden door de Afghanen volledig kaalgekapt. Veel van het hout wordt simpelweg verstookt in vuurtjes. De aanhoudende moessonregens leiden steeds vaker tot verwoestende modderstromen, doordat de berghellingen het water niet meer vasthouden. Het water komt in de rivieren terecht, en die treden regelmatig uit hun oevers. Met bijvoorbeeld de watersnood van 2010, met 10 mijoen doden tot gevolg. Ene bak ellende.
Kortom, in Pakistan voel je je dus niet snel alleen. En tegen iemand aanlopen gaat in dit land vrij gemakkelijk. Maar de man tegen wie ik gisteren aanliep was leraar. Wiskunde. En ik had de vrijheidom te vragen of ik een kijkje op zijn school mocht nemen. Dat mocht.
Na een hele zoektocht vond ik de school. Een man met een groot geweer ontving mij. Daarna nog iemand, daarna nog iemand en daarna nog iemand. Daarna schreef iemand een briefje en moest ik meelopen naar de principal (dit schijvensysteem is kenmerkend en heel normaal voor Pakistan. Iedereen heeft een rol, wacht daar de hele dag op en als het moment daar is vervult hij zijn rol.
Uiteindelijk viel ik met mijn hele hebben en houwe midden in de personeelsvergadering. Ik wil mijn tegenaanloper van gisteren enthousiast begroeten, maar dat is dus niet de bedoeling. Eerst de principal begroeten. Die steekt een welkomsspeech af van 10 minuten. Daarna krijg ik een krant. Die mag ik gaan lezen. Want de vergadering moet nog worden afgemaakt. Ik doe alsof ik lees. Ik luister. De personeelsleden (allen mannen) zitten ZEER gedwee (dat is de beste omschrijving), beentjes strak naast elkaar, vouw in de broek, voeten naast elkaar op de grond, te luisteren naar de principal. Het is eenrichtingsverkeer. Op het eind is er iets van een dialoog. Maar ik geloof dat het wel duidelijk is wie de lijnen hier uitzet.
Gek genoeg is mijn tegenaanloper niet eens zo verheugd om mij te zien. en dat is op zijn zachtst gezegd wat ....eh...genant. Hij plaatst mij nogal nadrukkelijk, na de vergadering, in de personeelskamer, en daar mag ik wachten. 40 minuten. Dat was nou niet de bedoeling. Gelukkig is de redding nabij. Een collega met twee tussenuren spreekt goed Engels en er onspint zich een fantastisch gesprek over het onderwijssysteem in Pakistan en dat van Nederland. We praatten 1,5 uur ononderbroken.
Er blijken in Pakistan zgn spookscholen te bestaan. Scholen die alleen administratief bestaan. Dus op papier. Een gebouw. Personeelsleden. Leerlingen. Maar die bestaan dus gewoon niet. De corrupte overheidsmensen krijgen wel geld van de centrale overheid. Om het gebouw te bekostigen en de persooneelsleden uit te betalen. Maar niets hoor. Ze strijken dat geld gewoon op. Schijnt op zeer uitgebreide schaal plaats te vinden.
Dan mag ik de klassen zien. Ik word rondgeleid tijdens de lessen.

De leerlingen hebben allen schooluniformen aan (ik geloof dat dit onderwerp momenteel in ons land nogal prominent op de kaart is gezet door die fantastische PVV, nee heel goed om daar je energie in te stoppen, het land heeft verder geen (onderwijs)problemen, ga door Geert W.! Goed bezig jonge). Sorry. Persoonlijke frustratie. Moest even.
Alle leerlingen gaan uit zichzelf en gelijktijdig staan als ik binnenkom. En ik word collectief welkom geheten. De lokalen zijn klein. Eenvoudig. Meisjes zitten rechts. Jongens links. In de hoogste klassen mag ik vertellen over mijn reis. En de kinderen mogen vragen stellen. Hoe denkt u over Pakistan? Hoe denkt u over ons Pakistanen? De mensen zijn zich zo bewust van hun imago......
ik vertel natuurlijk dat Pakistan beautiful is en dat alle Pakistanen very friendly en peacefull people zijn, maar dat ik dat van hen natuurlijk nog niet weet. En dat ik dat hun leraar nu 's even zal vragen (ze moeten erg lachen). De leraar kan natuurlijk geen kant uit en bevestigd dat het hele lieve kinderen zijn.
Wel maak ik van de gelegenheid gebruik om ze te vertellen dat als er een fietser langskomt dat die dan niet noodzakelijkerwijs meteen met stenen bekoggeld moet worden. Iets met 'baan', 'breken' en 'werk'. Tja, je moet tenslotte ergens beginnen.........
O ja, we waren ze een tijdje kwijt. Maar ze zijn er weer. Miltairen in het straatbeeld. In Gilgit. Gedoe en spanning met Soennieten is de reden. Hij schijnt dat die hommeles willen schoppen. En de militairen staan er om te voorkomen dat het hommels wordt. In elk geval zijn de rollen duidelijk voor beide partijen. Hoeven ze daar in elk geval geen ruzie over te maken. Er zijn de gebruikelijke controles en roadblocks. Maar toch heerst er geen beklemmende spanning, zoals in Quetta.
Morgen ga ik zuidwaarts. De internetloze bergen weer in. Dus waarschijnlijk gaat het weer een tijdje duren voordat jullie weer van me horen.
Don't wurrie!
Youri van Gelder-meuk
Mijn korte nacht in het kippenhok is ten einde. Ik voel me boven verwachting goed. Goh, wat een uurtje of zes slaap een mens goed doen. Ik kan eigenlijk maar moeilijk geloven dat ik me zo goed voel. Er moet wel eten in. En drinken. Echter, beide zijn niet voorradig.
Het dorpje blijkt te bestaan uit zes bouwvallige huisjes. En that's all there is. Dus veel eet- en drinkmogelijkheden zijn er niet.
Uiteindelijk krijg ik iemand zo enthousiast dat er water gekookt wordt. Hij heeft namelijk een pan, vuur en water. En dat lijkt mij een perfecte combinatie om succesvol te kunen zijn in het koken van water (en echt het duurde even voordat ik dat duidelijk kreeg....). Zelf heb ik stukjes Glyzzirhiza glabra (zoethout) mee (van Gerda gekregen, ben er dol op). En met het kokend hete water maak je daar een heerlijke thee van. Zelf scharrel ik twee eieren onder een kip vandaan (vandaar de naam: scharreleieren) en doe die in het kokende water. Een kopje zoethoutthee en twee hardgekookte eieren. Dat wordt mijn ontbijt. Jammie! Daar houd ik het wel 16 km op uit. Dan moet er weer wat te eten te vinden zijn. Hopelijk.
En nadat ik mijn eerste levensbehoeften georganiseerd heb, zie ik het pas. In de verte. Blinkend in de zon. De K2! De K2? Ja, de K2! De op een na hoogste berg die onze aardbol rijk is. 6811 meter hoog. En ik ga er vanuit dat dat klopt. Want ik mag me dan boven verwachting goed voelen, maar om dat ding op de vroege ochtend op een lege maag te gaan nameten, dat gaat iets te ver. Mij wel. Ik bedoel, mocht jij zo nodig willen: be my guest. Ik zou wel van bovenaf beginnen. Dat meet makkelijker. En vergeet niet een pen en notitieblokje mee te nemen. Zou spijtig zijn als je eenmaal boven aangekomen en er dan achter komt dat............

Bij het wegrijden merk ik aan schouders, nek, polsen, ellebogen......dat ik ze nog heb. Ook nu is het wegdek rampzalig. Eigenlijk is het niet te doen. Ik zie veel Chinese landmeters aan het werk op de route. Een (1) verteld me dat de hele KKH under construction is. 'Maar dat is ie toch altijd', werp ik hem toe. Hij verteld dat de hele weg 'er uit ligt' (500 km lang) en dat ze voornemens zijn deze te asfalteren. Da's op zichzelf fijn. Maar eh......hadden jullie daar niet een maandje of wat eerder mee kunnen beginnen?!
Na 16 km is er inderdaad iets van een oase. Eten. Drinken. Midden in het helemaal niets staat iemand wat te bakken en is er ijskoude frisdrankmeuk. Ik tank flink bij. Aan het einde van de middag kom in een door een zandstorm geteisterd Gilgit aan. Ik ga op zoek naar het Mandina Hotel. Tip uit de Loneley Planet. Vind het ook. In dit guesthouse zitten veel backpackers. Gelijkgestemde zielen. Een smeltkroes aan nationaliteiten. En, heel fijn, internet.
Er is ook een Duitse fietser met wie ik de nodige informatie deel. Duidelijk wordt wel dat we de KKH kunnen vergeten. Die is nagenoeg onbegaanbaar.
De hele dag is er geen stroom geweest in Gilgit. En ook 's avonds wil het niet vlotten met de electriciteitsvoorziening. Vanaf 18.15 uur is het dan ook donker in de stad. Enkele winkels hebben een aggregaat. Sommige een olielamp. Verder wordt de stad alleen verlicht door de koplampen van auto's. En voor het overige is het donker. Erugh spoekie!

O ja, haal de balonnen maar weer te voorschijn, hang de slingers maar weer op, en koop maar iets van een taart, met veel slagroom, of iets van hazelnoot. Is ook lekker. En snijd 'm maar vast in stukjes.
Ik ben nl weer een aardig eind bovenJan (wie of wat dat dan ook maar mag zijn)
Zorgdeken
Met Ina, de vrouw met wie ik 23 jaar vrolijk getrouwd bent geweest, heb ik 's een boerderijtje gekocht. Op de Veluwe. We vielen voor de plek. En kochten het huisje. Het werd bewoond door twee hele oude mensjes. Voorzieningen waren er nauwelijks. Er viel heel veel op te knappen. Was ook de bedoeling. Toen we de handtekening bij de notaris hadden gezet gingen we ons stulpje onderzoeken en het terrein ontdekken. Nu viel er veel te ontdekken want het boerderijtje stond op 1 ha grond. Op een goed moment kwamen we bij het kippenhok. Een van hout opgetrokken bouwvallig hok. Het schilderwerk was in een afbladderende staat. De deur hing nog in een (1) schanier. Het geheel was afgedekt met asbesthoudende golfplaten. Sfeervol. Gereed om in te storten.
Het is niet elke dag feest. Kan ook niet. Is normaal. Je hebt nu eenmaal mindere dagen nodig om weer een mooiere en betere dag te kunnen hebben. Maar vandaag is het echt geen feestdag. En dat, terwijl de dag zo goed begon.
Vanochtend vertrok ik uit Chilas. Kort na mijn vertrek passeerde mij een wat vrolijkgekke man op een fiets. Die hij helemaal versierd had met plastic bloemen. Ik had hem niet opgemerkt. Had goede zin. En floot wat voor me uit. Toen hij mij passeerde zat hij kaarsrecht op zijn fiets. Als een plank. Floot. En met een big smile en schalkse blik reed hij mij voorbij. Ik herkende het spelletje snel. Ik besloot het mee te spelen. Ik ging kaarsrecht op mijn fiets zitten. Floot ietsje harder. Schakelde een versnelling groter. En passeerde hem. Met een big smile. Toen was hij weer aan de beurt. En daarna ik weer. Zo ging het een keer of zeven. Toen we inmiddels respectabele snelheden bereikt hadden en ik kramp in mijn kaken had van het fluiten vond hij het wel mooi geweest. Ik ook.

mijn kaarsrechtzittende fluitende fietser
Ik had goede zin. Het was zinderend warm. De uitzichten prachtig. Het wegdek was van goede kwaliteit. Kortom: niets aan het handje. Na 10 km hield ik mijn eerste stop. Een stop waar ik de kans kreeg om mijn drie bidons (totaal 2,5 liter) geheel met water af te vullen. Dat doe ik altijd: de bidons zo vol mogelijk houden. Eten had ik niet ingeslagen omdag ik er vanuit ging dat ik dat voldoende eten tegen zou komen onderweg. Misvatting.
Inmiddels is het ver na het middaguur. Ik fiets al 30 km in het helemaal lege niets. Nou ja niets. Er is een weg (of wat daar nog van over is, het wegdek is na 10 km vreselijk slecht geworden). Er is een tegenstromende rivier. Er zijn kale rotsten. En de onverbiddelijke schijnende zon. Het is heet. Gloeiend heet. Je zou zeggen: meer heeft een mens in principe niet nodig. In principe.
Na 40 km kom ik in een dorpje. Uitgestorven. Ik heb nog een liter water in de bidon. Daar moet ik het mee doen. Een pak half aangebroken koekjes. En vier verkuimelde zoete tuc-koekjes. Die gaan er aan. Het lichaam wil energie. Het is half vier. Wil eigenlijk op zoek naar iets van een slaapplek. Maar er is niets. Een weg. Bergen. Mezelf en ik. Mijn fiets. En 1 liter water. Het volgende dorpje is ruim 20 km verderop. Als de kaart klopt. En als die klopt, bestaat het dorpje dan ook? En als dat zo is, is er dan een slaapplek?

Ik word wat onrustig. De omgeving waar ik normaal zo van kan genieten begint zich tegen me te werken. Elke haardspeldbocht, elke klim begint me te irriteren. Een deken van zorg begint me te omhullen. Kan maar een (1) ding doen. Rustig blijven. Ritme houden. Doorfietsen.
Het is 17.00 uur. Ik heb nog 1 uur en 15 minuten en dan moet ik 'binnen' zijn. Dan wordt het aardedonker. In Pakistan is dat ook echt aardedonker.
Ik ben inmiddels uitgeput. Versleten. Zwaar aan de 'latten' (Veluwse uitdruiking). Ik heb nog drie slokken water in de bidon. En een verschrikkelijk slechte weg ligt voor me. Ik hots. Ik knots. Ik knoert. Mens en materiaal .......slijtageslag. Ik kom eigenlijk nog maar heel langzaam vooruit. Door de vermoeidheid begin ik zelfs kleine stukjes te lopen. 'Houd dan een auto aan Gerrit'. Ik zou wel willen. Er is niets. Helemaal niets. Ik ben alleen. Fiets. Bergen. Haarspelbochten. Weer een klim. Drie slokken water. Gloeiend hete zon. Verder helemaal niets.
Ik maak me echt zorgen. Als dit maar goed komt. Ik heb wel een tent, maar heb zojuist mijn laatste slok water genomen. Dat ga ik niet trekken: een hele nacht zonder water. Niet eten houd ik echt wel een tijdje vol. Maar drinken. Tot overmaat van (relatieve) ramp, (er gebeuren nl ergerere dingen), worden de laatste 20 km me niet cadeau gedaan. De kwaliteit van het wegdek is het allerslechtste dat ik tot nog toe heb meegemaakt. Wat kan een mens naar asfalt verlangen. En het gaat alleen maar omhoog. Leuk als je op de terugweg bent. Maar ik ga heen. En dan is het meteen een stuk minder.
Het is 18.00 uur. Nog een kwartier. Zit al bijna een uur zonder water. Ik heb een droge mond. Uitgedroogde lippen. Opeens ontwaar ik in de verte iets van een gebouw. Verdorie. Het zal toch niet. Uitgeput als ik ben, moet ik ook nog wat lastige kinderen van me afschudden. Ik trap harder dan goed voor me is. Maar uiteindelijk bereik ik om 18.10 uur, na ruim 70 kilometer fietsen, een bouwvallig hokje. Het blijkt het enige 'hotel' in de wijde omtrek te zijn. Nou ja, je hebt er ook maar een (1) nodig. Eerste vraag: cold drink. Please! Dat 'cold' zit er helaas niet in. Maar na zeven flesjes douchewarme fanta's, cola's en sprite's (er moest eerst vijf minuten naar een blikopener gezocht worden......) is mijn dorst enigszins gelesd (enigszins want gedurende de avond kachel ik er nog vier achterover).
De omstandigheden in dit 'hotel' zijn vergelijkbaar met het kippenhok wat ik zoeven beschreef. Minder. Een stuk minder. Verder: geen licht. Geen douche. En ook geen eten. Ik ben versleten (vergelijkbaar met mijn toestand na de marathon van Rotterdam. Iets minder erg. Maar k'zit een heel eind in de richting). En toen waren Adriaan, Karin, Hariette en Walter er om zich over mijn te ontfermen. Maar ja, die zijn nu in geen velden of wegen te bekennen.
Ik rol mijn slaapzak uit over het vreseijk smerige matras (zie ik gelukkig pas de volgende morgen) En ga drie uren lang liggen. Doodstil. Dat is het enige dat ik nl nog kan. Tegen ziek aan. Don't move Gerrit. Ik heb teveel van mezelf gevraagd. Zoveel is duidelijk. Na drie uren doe ik een poging tot opstaan. Alles doet pijn. Zeg dan 's Gerrit, waar doet het pijn?: Alles!! De enorme hoeveelheden frisdrank op een lege koekjesmaag werken ook niet echt ten positieve.
'Ga slapen jongen'! Lukt niet. Ik graai mijn I-pod uit mijn tas en luister tot 1.00 uur (nachtwerk) allemaal nummers die ik in geen tien jaren heb beluisterd (???).
Tenslotte val ik in slaap.
Haal de slingers maar weg. Prik de balonnen maar door. Blaas de kaarsjes maar uit. Geen feestdag vandaag.
'als de haven van bestemming onbekend is, is elke wind ongunstig'