Sufi
Sufi
Lahore. Half twee, Nachtwerk. We zitten in een Riksja. Tegen elkaar aangedrukt. Geplakt eigenlijk. Kunnen geen kant op. Hoeft ook niet. We hobbelen, knoerten en bumpen. In een nauwe steeg. Over een hele slecht wegdek. Vandaar dat hobbelen, knoerten en bumpen.
We zijn: Stuart, zijn vrouw: Heather, Sajjid en ik zeg de gek. We zijn op weg. Terug. Naar het guesthouse. Helemaal stil zijn we niet maar 'We can't believe what we saw and we just expericend tonight'. En daar zou ik het dan ook eigenijk bij moeten laten. Want als je iets niet in je mind een plek kunt geven. Dan wordt het verdomde lastig om het aan het papier toe te vertrouwen. Maar kom, laat ik 's een poging wagen.
We waren door de eigenaar van het guesthouse (Sajjid) uitgenodigd om te komen kijken bij het sufi-festival. Er zou wat gezongen worden. En dat leek ons wel wat. Om 20.00 uur gingen we met een Riksja voor een rit van drie kwartier out off the City. Na flink wat zoeken en vragen kwamen we terecht in achterbuurterige sferen. Dit hadden we zelf nooit gevonden.
Na aankomst stapten we uit. En betraden het feestterrein. Onmiddellijk stormden honderden mensen op ons af (vanaf dit punt werden we geleefd, echt onvoorstelbaar). Er werd aan ons getrokken. Gesleurd. Geduwd. (en nog veel meer als het maar met een 'g' begint). Uiteindelijk kwamen we te zitten op de spiraal van een soort van bed. Nadat de schoenen waren uitgegaan. We hadden namelijk heilige grond betreden.
We kregen een bord warme spicy rijst. En kort daarna nog een bord koude zoete gele rijst. En daar moest van gegeten worden. Welkomsmaal. Het was een enorme overweldigende ontvangst. Ook ongelofelijk hectisch. De menigte drong zich zo aan ons op dat we elk moment verwachten dat we met bed en al vertrapt zouden worden. We transpireerden ons te pletter. We kwamen liters zuurstof tekort.
Allah zij geprezen. Hij kwam tussenbeide. De menigte werd uiteen gedreven. Dit gebeurde nogal hardhandig. En toen dit onvoldoende effectief bleek werden de mensen die vooraan stonden water in het gezicht gesmeten. Hierop deinsde de menige enigszins terug. Wij waren het middelpunt van het festival geworden. The main atraction.
(Sajjid vertelde later dat 95% van de aanwezigen nog nooit een westerling in levende lijve gezien had)
We werden naar een ander (min of meer afgeschermd) deel van het terrein eh.... gesleurd. En daar werden we voorgesteld aan de zangers. Ook moest er weer gegeten worden (met de handen). En chai gedronken worden. De honderden aanwezigen keken van een afstand toe. Een enkeling probeerde contact te maken. Vele handen volgden, Vele omhelzingen. Vele welcom's. We begonnen ons iets meer op ons gemak te voelen.
Na een half uur werden we naar de arena geleid. We kregen een prominente plaats toegewezen. We kwamen te zitten naast de drie belangrijkste geestelijken van het gebied. Maar niet nadat de mensen die er zaten met gepast (of ongepast, ik weet het niet.....) geweld werden verwijderd. Zo zal Allah het toch niet precies bedoeld hebben......

Daarna begon het zingen. De muziek. Sufi-muziek. Een beetje klagerig. Ritmisch. Gepassioneerd. Lange uithalen. Lage en hoge noten. Begeleiding door een harmonium (vergelijkbaar met onze trekzak) en tom-toms (met handen op trommels slaan). Het geheel versterkt door een wat krakerige geluidsinstallatie die overigens bewees dat het allemaal best hard kan (hopelijk waren de buren vooraf ingelicht, konden ze mooi een weekendje Landall doen).
Opeens komt er vanuit de omstanders een man naar het midden van de Arena. Hij maakt behoorlijk spastische bewegingen. En moet in bewang gehouden. Door zes behoorlijk sterke mannen. Als de man na twintig minuten is uitgeraasd raakt deze in een soort van trance. En valt uiteindelijk op de grond. Doodstil. Een groep mannen wikkelt de enkels in doeken. Doen er vervolgens dikke koeientouwen om. En dragen de man naar een dikke boom. Iets verderop. Daar wordt deze man ruim twintig minuten aan opgehangen. Met de voeten naar boven. Hoofd naar beneden. De man maakt bewegingen. En zwaait heen en weer. Hangend aan een tak van de boom.

'Kan niet gezond zijn Gerrit?' Weet ik, toch is het zo. 'Dat overleefd een mens toch niet'. Deze man wel. En de ruim twintig die na hem komen ook. 'Twintig?' Ja, twintig!
De hele ceremonie wordt gaandeweg heftiger en heftiger. De emoties lopen hoog op. Er wordt gedanst. Gehuild. En er wordt heel veel met geld gegooid. Een enorme berg briefpapier verzameld zich in het midden van de arena. En steeds meer mensen ondergaan de ceremonie. Wij worden inmiddels ook onderdeel gemaakt. Ons wordt geld gegeven dat wij dan weer in het midden mogen gooien. Van tijd tot tijd worden we uit onze zitstand getrokken en moeten we naar voren komen. Een heel ritueel volgt. Geld wordt over ons uitgestrooid. Handen op hoofden.......
Om 13.00 uur 's nachts komt er een soort van einde aan het festival. Maar groot en klein zijn nog niet van zins om naar huis te gaan. Wij worden (bij wijze van grote uitzondering) toegelaten in het vrouwenverblijf (de vrouwen worden nl niet toegelaten bij de ceremonie). Als enige twee mannen mogen Stuwart en ik de vrouwen ontmoeten. In een aparte ruimte. Kleurijke gewaden. rozenblaadjes. Heerlijke geuren. Mooi gezichten. Starende blikken. Een gesprek is onmogelijk. Heel bijzonder.
Even voor half twee verlaten we het terrein. Honderen mensen nemen afscheid. De meesten vinden het wel spannend drie Westerlingen (vooral een vrouw is interessant). Een aantal is geemotineerd dat niet moslims geinteresseerd zijn in moslim-gebruiken. Hun geloof. Een een ander gebruikt het om z'n Engels te improven. Zo heeft iedereen zijn eigen beweegredenen om contact met ons te maken..
Ik wist vooraf niet precies wat me te wachten stond. Maar ik heb van binnenuit kunnen ervaren wat het is om als moslim Allah te dienen. Wat het geloof betekend voor deze mensen. Hoe het beleefd wordt. Wat de gebruiken zijn. Hoe het in elkaar zit. Dit was geen braderieachtig of openluchtmuseumachtig opgezet neptoneelstukje. Wij hebben de echte ceremonie gezien. En ervaren.
Wat machtig! Dat een van de meest strikte en streng religieuze landen dit aan westerlingen toestaat. Er werd ons zelfs toegestaan om foto's te maken van de ceremonie.
Al met al een heel bijzondere ervaring.
Zaaltje
Ik heb een zaaltje afgehuurd. In Lahore. Het werd tijd ook.
Ik heb eh...pak 'm beet: 180 miljoen Pakistanen uitgenodigd. En ze zijn er allemaal. Had ik ook verwacht. Want Ik heb gratis chai en cake in het vooruitzicht gesteld. En dan komen ze wel. Zijn ze gek op. Cake.
Het is jammer dat jullie wat laat zijn, want we zijn al bij agendapunt vier aanbeland. Het eerste agendapunt bestond uit een kennismakingsrondje. Was zo klaar. Het tweede leverde meer discussie op: de probleemstelling. Als die niet helder is, hoef je met agendapunt 3 en vier niet aan te vangen. Zinloze missie. Kansloos.
De probleemstelling is het vele claxoneren. In het verkeer. Er wordt namelijk getoeterd. Vaak. Veel. En hard. Nu is op zichzelf dat toeteren een goed middel om iemand anders iets te laten weten. Opmerkzaam te maken. En gelukkig is het ook duidelijk wat. Het betekend namelijk: opzij, maak plaats, ik heb ongeloflijke haast (mag je ook drie keer heel snel opzeggen of zingen, maar zing alleen als je een beetje talent hebt, laat anders maar zitten).

En het goede nieuws is dat er dan ook echt iemand aan komt. Wanneer er wordt getoeterd. Altijd. Tot zover geen probleem. Niks aan het handje. Houwe zo. Niks meer aan doen. Hoezo probleem Gerrit?
Nouh....vaak toetert er nog iemand. Soms net ietsjepietsje voor die ander. Soms er net iets na. En soms gelijktijdig. Ook nog niet zo'n geweldige ramp.
Echter, meestal (eigenlijk altijd) toeterd er nog iemand, en nog iemand, en vaak nog wel iemand. Het lijkt wel om alle 180 miljoen Pakistanen tegelijk op hun claxon drukken. Op zichzelf is daar ook nog wel mee te leven. Althans met een goede set op maat gemaakte oordoppen. Of met van die bosmaaier/kettingzaag veiligheidsoordoppen op. Niet doen in Pakistan. Je loopt voor lul. Echt waar.
Nu de probleemstelling: iedereen die toetert bedoelt hiermee te zeggen: aan de kant, ik kom er aan. En dat is wel probleem. Want ze komen er aan. En even aan de kant gaan is even niet voorhanden. Probleemstelling.

Op een paar dissidenten na(die werden de zaal uitgebonsjoerd) werden we uiteindelijk eens dat dit wel wat verwarend en chaotisch over zou kunnen komen. Op bijvoorbeeld een Hollandsche fietser. Om maar 's een volstrekt willekeurig voorbeeld bij de kop te pakken.
Agendapunt drie was de branstormronde. Je moet de deelnemers in elk geval het gevoel geven dat ze mee mogen denken. De oplossing heb je zelf allang bedacht, maar dit agendapunt is natuurijk essentieel om voldoende draagvlak te verkrijgen. En om mensen het gevoel te geven dat ze hebben kunnen bijdragen aan de oplossing. Tuurlijk. Nooit overslaan. Niet denken: tijdverspilling. Verplicht nummer. Gewoon doen. Neem ondertussen zelf een neut of gebruik het als pauze. Gewoon laten passeren. Verder niks mee doen.
En nu dus agendapunt vier: de oplossing.
Het voorstel is om uiteindeijk een (1) iemand aan te wijzen die de bevoegdheid krijgt om te claxoneren. Op het moment dat deze bestuurder claxoneert gaan alle overige deelnemers aan de kant. Zo heeft deze man een vrije doorgang en kan ie lekker op tijd bij moeder de vrouw zijn. Is een mooie afspraak. Echter er geldt een (1) uitzondering. In het geval dat deze man een fietser uit Holland tegemoet komt of passeert, heeft deze fietser altijd voorrang. Overigens ook op alle overige weggebruikers.
Voor alle overige verkeerdeelnemers is voorlopig nog geen oplossing voorhanden. Maar die problematiek behandelen we in de volgende sessie.

Probeer ook (ik weet dat dit onderdeel niet op de agenda staat maar toch) een beetje in 'je baan' te blijven. Wanneer je bijvoorbeeld bij een verkeerslicht staat. Probeer dan niet elk 'gaatje' op te vullen met je voertuig. En mocht het onverhoopt een keertje niet zo lopen als je had gedacht (iemand schuurt langs je voertuig of kruipt toch voor of snijd je op een lelijke manier de pas af), wees dan een beetje lief en begin niet meteen te schelden. Er is al zoveel ellende in de Wereld. Ok! Fijn.
Goed dit hebben we dan geregeld. Nu we toch onder elkaar zijn is het wellicht een goed idee om nog wat andere dingetjes te bespreken. Ik stel voor dat we puntsgewijs de onderwerpen kort doornemen.
1. als jullie rommel maken is dat op zichzelf niet erg. Maar neem het even even mee naar huis en gooi het in de kliko. En als je toch bezig bent, houd dan het GFT- en het overige afval even gescheiden. In mijn land is er een leus: met hetzelfde gemak gooi je het in de afvalbak. Echter, dat is bezijden de waarheid. Je moet er nl echt wel wat moeite voor doen. Eerlijk is eerlijk.
En nog een tip: let wel op dat je de kliko niet te vroeg aan 'de weg' zet, want dat kan je een boete opleveren. Te laat ophalen ook. trouwens. Kijk maar even of het je allemaal lukt.
2. wanneer jullie zo lekker aan het bakken en braden zijn (het is vaak heel lekker, echt) op straat, ververs dan zo af en toe de bakolie 's. Een keer per maand is voldoende. Ruim. Zou al een hele stap voorwaarts zijn.
3. er zijn er vast onder jullie die een hotel of guesthouse hebben. Ah... doe mij een plezier: verschoon de lakens 's. Een keer in de maand is prima (gelijk met de olie, makkelijk te onthouden, scheelt je bovendien een knoop in je zakdoek). Neem de kussens dan ook even mee.
4. en tenslotte moeten jullie gewoon blijven proberen die enkele toerist die Pakistan bezoekt flink af te zetten. Door veel meer geld te vragen dan eigenlijk gewoonlijk is. Hou vol. Er zijn er altijd wel een paar die er in trappen.
Voor het overige zijn jullie echt heel goed bezig. Behoud die vriendelijkheid. Die gastvrijheid. En behulpzaamheid. En onderhoud je berg- en bosgebieden goed. Ze zijn breathteaking!
'Nog iemand iets voor de rondvraag?' (niet te lang bedenktijd geven, is een tip) Nee? Fijn.
Ok, dit was 't voor vanmiddag. Bedankt voor jullie aandacht. En het luisterend oor. De notulen zullen jullie binnen een week ontvangen. En doe mij een plezier: lees ze effe door. Vaak worden die dingen niet gelezen. En daar worden ze natuurlijk niet voor opgesteld.
Er is nog cake over. Iemand nog een plakje?
Badwarm
Voor dat eerste (warm) hoef je hier overigens momenteel geen moeite te doen. Het is zinderend heet. Dat tweede is lastiger. Het bad zit er even niet in. Maar wel een schone kamer (het eerste in drie weken tijd en dat is fijn!!!!). Een wasautomaat. Internet. Een koud glas cola. Kookequiment. En Heather en Stewart. Die zijn er ook. Een Schot en zijn Nieuw Zeelandse vriendin. Ook de fiets. We kwamen gelijktijdig aan. Beide schept een band.
Het is bijzonder fijn om weer 's met gelijkgestemde zielen te spreken. Stewart is nog als scout in Biddinghuizen geweest. En ik was afgelopen oktober in Fort William (Schotland). En daar wonen zij dan weer. De plannen voor morgen zijn al gemaakt. Zin in!

vertrek vanuit Islamabad met z'n brede wegen
Vanochtend ben ik vertrokken uit Gujranwala. Heb vier dagen gefietst. Van Islamabad. Naar Lahore. Een kleine vierhonderd kilometer. Mattias (mijn Duitse fietsvriend) had besloten om de trein te nemen. Echter, ik wilde deze weg fietsen. De Old Grand Trunck Road. Een doorgaande, drukke weg. Vlak. En een weg waar vast weer veel te beleven zou zijn. En daar ben ik tenslotte voor gekomen.
En ik heb gelijk gekregen. De weg reed fijn. Soms was het druk. Meestal viel het mee. De uitzichten waren mooi. En van tijd tot tijd passeerde mij een dorpje. Of ik passeerde een dorpje. We zijn er nog niet uit wie wie nu eigenlijk passeert. Maakt ook niet uit. We discusieren er maar niet te lang over. Als er maar gepasseerd wordt. Anders is er sprake van stilstand. En dan komen we nergens.

uitzicht onderweg
Voor de politieposten die ik regelmatig op mijn weg tegekom hanteer ik sinds een aantal weken een iets andere tactiek. Meestal staan er twee of drie agenten zo'n beetje half op de weg druk te gebaren dat ik moet stoppen. Maar daar zit ik niet altijd op te wachten.
Dat komt omdat elk dorpje zo'n special Branch mannetje in dienst heeft. En als ie je spot, dan ben je de klos. Dan wil ie alles van je weten. Dan worden je talloze vragen gesteld. En alles wordt genoteerd. Vaak moet er kopie van je paspoort en visum gemaakt worden. Oponthoud: ongeveer een half uur tot een uur. Maakt op zichzelf niet uit. Heb geen haast of zo. Maar bij elk dorpje?!
Nu ben ik erg voor het aanpassen aan gebruiken van het land. Maar deze gifbeker laat ik graag aan mij voorbij gaan. Vandaar de aangepaste techniek.
Wanneer ik zo'n post nader maak ik wat extra vaart. Om vervolgens pas op het allerlaatste moment oogcontact te maken. En dan als reactie op hun stopgebaren: druk zwaaiend, mijn kaken ondertussen in een kramp lachend onder het roepen van de nodige HELLO'S lekker door te karren. Is al een keer of twintig goed gegaan.
Zo ging het gisteren ook nu. Echter, deze keer voelde het meteen niet goed. Iets te geforceerd. Ik verwachtte een reactie. Maar er gebeurde niets. Terwijl ik het voorval al weer een minuut of twintig vergeten was, werd ondertussen de achtervolging ingezet. En een brommer kwam naast me rijden. En de bestuurder meldde zich als iemand van de Special Branch Police. Ah, daar zijn ze weer: mijn grote vrienden.
Ik houd het Special Branch mannetje al fietsend nog een minuut of tien aan het lijntje. Maar uiteindelijk stop ik bij een benzinestation. Kan hij lekker z'n werk doen. Koop ik een cold drink. En houd ik pauze.
Maar dit keer loopt het geheel anders. Hij wil mijn paspoort zien. Waarop ik aangeef eerst zijn legitimatie te willen zien. Heeft ie niet. Dan laat ik ook mijn paspoort niet zien. Dit is het begin van een zeer hoogoplend conflict. Gadegeslagen door circa vijftig zeer ruime belangstellenden. Het hele gebeuren duurt maar liefst twee volle uren. Dan mag ik verder.
Het is heet. In Pakistan. Zinderend heet. Mijn kilometerteller die nog veel meer kan dan kilometers meten gaf vandaag als hoogste gemeten temperatuur: 41 graden. Op een of andere wijze verteer ik de hitte goed. Geniet er eigenlijk van. Alleen 's nachts heb ik er meer problemen mee. Het koelt af. Maar tot 32 graden. En in sommige hotelkamers is het bijna 40 graden. Te warm om de ogen dicht te doen.

Ik zie er erg uit naar uit om Lahore te ontdekken. Moet de mooiste stad van Pakistan zijn. Met een oud centrum. Nauwe steegjes. Historisch.
Tussendoortjes
Er passeren tijdens deze reis op een dag zoveel leuke, gekke, interessante dingen en mensen dat het niet mogelijk is om alle gebeurtenissen in het weblog vast te leggen.
Echter, er zijn een paar verhalen en gebeurtenissen 'blijven liggen' die ik jullie toch niet wil onthouden.
Komenze!
Goes Hieding
Plaats van handeling: het Madina Guesthouse. Giglit. Het bergachtige noorden van Pakistan.
Het Mandina Guesthouse is een plek waar veel wereldreizigers een tijdelijk onderdak genieten. Het staat in de Lonely Planet Gids hoog aangeschreven.
Veel reizigers gebruiken de LP. Vandaar.
Ik was daar ook. Op een goed moment kwam er een man bij de receptie. Inchecken. Het was meteen duidelijk: een heerlijke mafketel. Vrolijk. Prettig gestoord. Iemand waar je mee en vooral om kan lachen. Geweldig prettige uitstraling. Lachebek. Het plezier is van het gezicht te scheppen. Heerlijk!
Zo'n man dus!
Op een goed moment liep hij mij op het terrein tegen het lijf. Hij vertelde dat hij uit Korea kwam. Zuid. En stelde zich vervolgens keurig voor. Iets met Kim, Ying of Yang. Dat ben ik vergeten.
Ik vertelde hem dat Holland my homecountry is. En daarmee had ik precies zijn aanknop gevonden. Want toen gebeurde er iets. De man nam iets van een aanloopje en kwam met een hupje op me af. Hij nam mij in zijn grote armen. Pakte me stevig vast. Tilde me iets van de grond. En maakte een dansje. En tijdens het dansje riep hij 'Joe kum frum Holland'. 'Goes Hieding'.
Het kwartje viel niet meteen. Mede door het feit dat ik uit mijn drieentwintigjarig huwelijk me niet kan herinneren ooit zo hartstochtelijk door mijn toemalige echtgenote ben vastpakt. Althans er is geen moment in my mind dat daar aan doet herinneren. Jeetje, wat een emotie. Wat een kracht. Vastgeplakt zat ik. En dat nog wel door een man.
Ik was er helemaal beduusd van. Maar hij niet. Hij sprong. Glom. Maakte vreugededansjes. En riep maar 'Goes Hieding', 'Goes Hieding'. 'Holland is soeper'!!
Natuurlijk kwam ik uiteindelijk met beide benen op de grond. Zowel letterlijk als figuurlijk. En begreep ik het enthousiasme van deze Zuid-Koreaan.
De successen van het Zuid Koreaanse voetbalteam zitten blijkbaar diep in de Zuid-Koreaanse zielen verankerd. En die moeten van tijd tot tijd natuurlijk nog (na)gevierd worden.
Lang leve onze Guus (Hiddink).
Training
Islamabad. Avond. Mijn target is om uit eten te gaan in een pizzeria. Deze ligt in een andere sector. Circa tien autominuten verderop. Vervoermiddel: een taxi.
Deze is snel gevonden. Echter, de onderhandelingen lopen deze keer wat stroef. We komen niet echt bij elkaar. Qua prijs. En er blijft een schijnbaar onoverbrugbaar gat ontstaan (ik geloof iets van 0,30 eurocent). Ik geef niet toe. De taxichaufeur ook niet. Na veel dimdammen delen we het verschil. De rit kan beginnen.
Echter de man met wie ik de onderhandeling heb gevoerd springt achterin. En uit het niets springt een andere man achter het stuur. Dat voelt meteen niet helemaal goed. En ik spreek dat ook meteen uit. Maar de man achterin verteld meteen dat er niets aan de hand is. Geen zenuwen. Het is zijn brother. Die moet leren autorijden. 'Training'! U begrijpt, deze mededeling stelde mij meteen helemaal gerust.
Gelukkig kende ik de route. En kom dus mooi controleren of we de juiste weg reden. Het schijnt zo af en toe voor te komen dat toeristen op deze wijze naar een stil achteraf wegje worden geleid en beroofd worden. Maar nu niet. De route werd juist ingezet. En mijn aanvankelijke wantrouwen sloeg om in vrolijkheid.
De man beheerste het autorijden inderdaad nog niet helemaal in de vingers (understatement). Bij elke mishandeling (bv. fout schakelen) riep ik 'TRAINING'! Ging de auto te hard een bult over, dan riep ik 'TRAINING'. Werd een bocht iets te ruim genomen: 'TRAINING'! Sneden we een andere weggebruiker iets te ruig af: 'TRAINING'!
De twee mannen (vooral de instructeur achterin) begonnen er inmiddels ook goeie schik in te krijgen. En begonnen vrolijk mee te roepen. Kortom, het is een van de leukste taxiritten geworden die ik ooit gemaakt heb.
We kwamen uiteindelijk zonder kleerscheuren en heelhuids op de plaats van bestemming aan.
Een bijzonder vrolijk afscheid volgde. Maar eh.....k' zou 'm toch nog een paar 'TRAINING'lesjes adviseren.
Onderhandelwaar
Na 80 kilometer fietsen kwam ik rond 16.00 uur in het hotel aan. De vermoeidheid had hard toegeslagen. Ik was aan rust toe. Het goede nieuws was dat er in dit dorpje een hotel was. Het minder goede nieuws was dat er maar een (1) was. Ik zou het er mee moeten doen.
De ontvangst was koeltjes. Ik werd, op mijn verzoek, meegenomen naar een kamer. Kwaliteit: bedenkelijk. 'Onder de maat Gerrit?' Misschien wel.
Hoe dan ook: de onderhandelingen konden beginnen. '1500 roepies' wierp de eigenaar me toe. Ik was oprecht verontwaardigd. '1500 roepies is far to much'! 'No way on this planet that I gonna pay 1500 roepies for this room'!!. Zo daar kon ie het even mee doen.
Een hele hoop uitleg, toelichting en onderbouwing volgde. Van zijn kant. Maar ik was er inmiddels redelijk klaar mee. En vroeg om een alternatief. Dat had ie.
Een andere deur werd geopend. Een kamer werd getoond. Zelfde niveau. Zelfde kwaliteit. '1000 roepies'. Mijn verontwaarding was inmiddels nog verder gegroeid.
Ik liep zwijgend weg. Naar buiten. Pakte demonstratief mijn wegenkaart. Vouwde die helemaal uit. En ging 'm nauwgezet bestuderen. Zogenaamd. Ik keek daarbij op mijn horloge. Deed demonstratief mijn veiligheidshesje aan. En net toen ik aanstalten maakte om mij helm op te zetten kwam de eigenaar naar buiten zetten. '800 roepies, last offer'.
Ik zette mijn helm nu echt op en klikte de kinband vast. Gooide mijn rechterbeen over de stang en zou net de eerste trap voorwaarts gaan maken. Hoogspel! Immers er was binnen een straal van 40 km waarschijnlijk geen hotel te vinden.
'Ok, 600 roepies, riep tie'. Snel staakte ik mijn fietsaanstalten. En gaf de man een hand. Eind goed, al goed. Zou je zeggen. Is niet zo. Hoezo? Lees maar verder.
Want bij het naar binnendragen van de tassen had de eigenaar een verrassing in petto. Hij had een andere kamer voor me gevonden. De 600 roepies kamer. Zelfde niveau en kwaliteit als de andere kamer(s). Maar nu zonder douche. Tja, 600 roepies he!
Meestal weet ik dit soort bewegingen met de nodige humor te pareren. En nu lukt dat maar half. Ik vertel de man zonder omwegen dat een douche voor mij, als zwaar transpirerende fietser, een essentieel onderdeel is van een hotelkamer.
Hij houd aanvankelijk voet bij stuk en zegt dat deze kamer bij 600 roepies hoort. Maar ik houd ook voet bij stuk.
Hoe liep dit af?
Breien jullie er maar 's een mooi slot aan. Julle hebben bewezen erg leuk te kunnen schrijven en reageren. Ik ben dan ook erg benieuwd naar jullie leuke en creatieve slot aan dit verhaal. Ik lees ze graag in het gastenboek.
Benenwagendag
Ik ga Islamabad verkennen. Althans, een klein stukje. Kilometer of vijftien. Te voet. Want hoe je het ook wend of keert: wandelend zie je het meest van het minst.
Ik ben net vertrokken uit 'Sitara Market' en wandel nu Noordwaarts. Ik heb een goede dag uitgekozen. Het is vrijdag. Allah wordt geprezen. Elke vrijdag heeft het hele land vrijaf zodat iedereen naar de wekelijkse vrijdagmiddagbijeenkomst in de moskee kan gaan Zonder overdrijven kun je stellen dat op vrijdagen het halve land plat ligt. Winkels zijn dicht. En er zijn relatief weinig mensen op straat.
Het is nog vroeg wanneer ik een eerste opvallend gebouw zie. Een kerk. Normaal bepalen moskeen het straatbeeld. Maar hier staat dus dus een kerkje. Slechts drie procent van de gehele Pakistaanse bevolking is Christen. Een taxichauffeur vertrouwde mij toe dat de Christenen en moslims peaceful naast elkaar leven. Ik sprak iemand anders die dat bevestigde maar ook aangaf dat alle 'mooie baantjes' naar moslims gaan en dat het niet altijd een pretje is om Christen te zijn in Pakistan.

Aan het einde van de weg sla ik linksaf. Tegen een woning staat een half vergane scooter. Vespa. Lichtblauw. Een opknapper. Zou leuk zijn. Maar dan kan ik mijn wandeling niet af maken. Door dus.

Iets verderop hangt was te drogen. Aan een lijn. Kleurrijk. Ik moet wel voor me blijven kijken voordat ik kleurrijk en wel ergens in een put ben verdwenen. Het voetpad is plaatselijk nl erg verzakt. Soms geheel weggeslagen. En niet alle putdeksels zijn aanwezig. Eigenlijk meer niet dan wel.
Het pad loopt geleidelijk aan sterk omhoog. Bovenaan aangekomen sla ik linksaf. Richting sector G5. Blue Area. De diplomatenwijk. Die ga ik overigens niet halen. Qua afstand.
Ik kom bij een groot winkelcentrum. De winkels bestaan uit Farmacie. Kleding. (Geld)banken. Je ziet dat hier vaker. Dat alle disciplines bij elkaar worden gebracht. De dorgisterijen bij elkaar. TV-winkels bij elkaar. Kleding-winkels bij elkaar. Je hebt dus wijken waar je kleding koopt. Terwijl je in een andere wijk moet zijn voor pak 'm beet een goed restaurant. En dan heb je ook meteen keus uit een heleboel.
Bij een beekje staat een taxichauffeur zijn auto te wassen. Dat zie je Pakistanen voortdurend doen. Bij beekjes hun auto wassen. In de bergen doen ze dat precies op de plekken waar het water vanaf de berg over de weg loopt. Er ligt dan zelfs een tuinslag met een spuitmond. Goedkoop. Efficient. Je eigenste prive wasstraat.
Even later passeer ik een sloppenwijk. Veelal bewoond door Afghaanse vluchtelingen. Maar ook Pakistanen die het minder goed getroffen hebben vinden hier onderdak. Er is veel bedrijvigheid. Mensen zijn met was in de weer. Er wordt aan een enkele auto gesleuteld. Kinderen spelen. Lopen over de daken van hun verblijven. Klimmen wat. Spelen verstoppertje. En vliegeren.

Ik kom op een open veldje. Met rondom huizen. Het veldje wordt doorkruist door spontaan ontstane en logische lopende en kruisende paadjes. Een waslijn met was kruist het veld. De zon schijnt vel. Het is benauwd. Zinderend warm. Oosters heet. Enkele geheel in het zwart gesluierde vrouwen lopen van de ene kant naar de andere kant.
Vrouwen en mannen zie je in dit land bijna nooit samen. Veelal zie je mannen in een groep van vier. Of meer. Vrouwen meestal als drietal. Veel vrouwen zijn gesluierd. In een aantal gevallen is het gezicht zichtbaar. Maar het komt ook voor dat slechts de ogen vrij' zijn. Als een man een vrouw tegemoet loop wend zij haar gezicht af. Dat gebeurd ook nu, wanneer ik de drie vrouwen passeer.
Pakistanen heb ik zelden hard zien lachen. Glimlachen wel. Maar voluit schateren. Niet een (1)! Vrouwen gedragen zich schuw. Terughoudend. Dus echte lachebekjes, nou nee. Vermoedelijk hebben ze ook weinig reden tot lachen.
De wet voor het familierecht is gebaseerd op de Islamitische wetgeving (de Sharia). Die pakt voor met name vrouwen zeer nadelig uit. Een voorbeeld: elke vrouw die aangifte komt doen van verkrachting heeft de verplichting om tenminste vier mannelijke getuigen mee te nemen. Doorgaans zijn die er niet, met als gevolg dat de vrouw die aangifte van verkrachting heeft gedaan beschuldigd wordt van overspel. Zij heeft immers zelf aangegeven dat er buitenhuwelijkse seks heeft plaatsgevonden. En ze is niet in staat aan te tonen dat het om verkrachting ging…..
(deze informatie heb ik van de voorzitster van een vrouwenbeweging die zich inzetten voor betere levensomstandigheden voor 'de' Pakistaanse vrouwen, althans voor dat deel dat betere levensomstandigheden wensen)
Ik passeer een speeltuintje. Bij de uitgang staat een taxichauffeur. Hij heeft de voorklep omhoog van zijn gele Suzuki. Pech. Ik vraag hem 'what the problem is'. Fuelproblem, vertrouwd hij me toe! Gelukkig heb ik me vandaag voorgenomen om te wandelen.

Ik ben inmiddels in de Blue Area aangekomen. Hier neem ik iets van rust. Soep. Daarna maak ik een grote lus. Terug naar het beginpunt.
Ik passeer allereerst een beek. Stuw. Een ongeloflijke klere(n)zooi maakt dat de stuw niet meer kan doen waarvoor ie in het leven geroepen is. Mensen gooien rommel overal van zich af. Dus ook in het water. Bij de stuwen verzameld de zooi zich.
Afvalbakken zijn in Pakistan dun gezaaid. In Islamabad heb ik op sommige plaatsen de eerste afvalbakken gezien. En dat na een (1) maand fietsen. Mensen gooien afval gewoonweg van zich af. Ik geef mijn afval vaak aan een verkoper van iets. Die neemt het dankbaar in ontvangst en.... gooit het vervolgens gewoon van zich af. Pakistan heeft een ontzettend groot afvalprobleem.
Ik loop voorlangs een moskee. Het is er druk. Schoenen staan voor de deur. Gelovigen die net aankomen dienen zich eerst rein te maken. Alvorens het heilige deel te betreden. Dit betekend dat het gezicht, de handen, de voeten en de geslachtsdelen gereinigd dienen te worden. Daartoe heeft mijn buiten het heilige deel van de moskee kranen en wasbakken geplaatst.
Uit de luidsprekers schalt het luide en klagerige gezang van een Priester. Ook nu begeleiden de klanken bijna mijn gehele wandeling. Oosterse klanken. Vijf maal per dag. Overal in de wijk (of als het een dorp betreft, in het hele dorp) is dit hoorbaar. De eerste prayertime is om 4.20 of 4.40 uur (k'weet het niet precies, mijn oogjes zijn nog net te klein om rond dat tijdstip op mijn horloge te kijken). Of ik moet gewoon een groter horloge kopen. Is natuurlijk ook een optie.
Bij de ingang van de moskee staat een man met een handkar. Vol met lekkere en spicy nootjes. Wil het lust mag het kopen. Ik sla rechtsaf en kom al weer aardig in de buurt van mijn hotel.

Op een hoek staat een 'open-lucht-kapper'. Hij zit, onfortuinlijk voor hem, net even zonder werk/klant. Maar alles staat klaar om de klus te klaren. Een spiegel vastgepind aan een boom. Een handdoek. Een heuse kapperstoel. En zover ik het kan waarnemen zijn alle gereedschappen voorhanden om de klant 's goed onder handen te nemen. Mijn haar zit goed. Ik ben net geschoren. Dus aan mijn heeft tie ook niet veel. ik loop verder.
Wanneer is linksaf sla zit een man. Wachtend op de bus. Te smullen van een lekkere maiskolf. Ik ga naast hem zitten. Rust. Even. Na tien minuten vervolg ik mijn tocht. Ik loop opnieuw door een speeltuintje. Hier zijn spelende kinderen. En toekijkende ouders. Een geruststellende gedachte: spelende kinderen. Zo hoort het! (tijdens mijn wandeling hebben zeker twintig kinderen aan mij gevraagd om wat geld aan hen te geven).
Een gezin even verderop onderhandelt met een taxichaufeur. Over de prijs. Ze komen er uit. En vertrekken. Ik loop ook verder. Ik kom bij een hockeyground. Er wordt gevliegerd. En cricket gespeeld.
Net als in India en Afghanistan is vliegeren een Nationale passie. De kinderen (jongens) vliegeren met een glaslijn (gemalen pasta en glas). Via allerlei manoeuvres probeert de ene vliegeraar de andere te vellen. Soms geraakt een vlieger in de electriciteitsdraden en wordt de vliegeraar geëlektrocuteerd. Ik hoop maar dat ze vanmiddag spanningsvrij blijven vliegeren.

Cricket is volksport nummer 1!. Met stip!. Twee stippen!! Iedereen beoefent het. En ze zijn er erg goed in. Pakistan is momenteel het vierde beste cricketland ter Wereld. Daar zijn ze ongelofelijk fier op. India, Engeland en weet-ik-even-niet (geloof Australie) gaan hen voor. Overal zijn veldjes waar het gespeeld kan worden. En als er geen veldjes zijn spelen ze het gewoon op straat.
Ik ben bijna terug. Van waar ik vanmorgen begonnen ben. Drie mannen genieten van een kopje Chai (mierzoete melkthee). Ze wachten op klanten. Een van de mannen heeft een bandenwisselzaakje (dat moet wel lucratief zijn, want banden verwisselen is naast cricket ook een Nationale volksport).

Aan de andere kant van de boom (want daar zijn deze ondernemingen gevestigd) is een schoenenpoets- en reparatiezaak gevestigd. Ook deze man wacht op klanten. Er dus kan er best een bakkie chai af.
Als ik de hoek om ben staan er rechts twee lesauto's te wachten op nieuwe verkeersdeelnemers. Maar potentiele kamikazepiloten reken ik ook goed.
Links van me hangen twee doodongelukkige kippen. Aan een haak. Geveld en wel. En dan ben je zowel dood als ongelukkig. Vandaar: doodongelukkig.
De overige nog levende kippen wachten in een kooi. Met uitzicht op hun inmiddels gevelde vriendjes. Voorland!
Nog een keer linksaf. En daar is dan mijn hotel.
Dit was een stukje Islamabad. Zomaar. Op een vrijdag. Rond het middaguur.
U mag de gids bedanken. Hij heeft een pet. Maar overmaken mag ook best. Geen bezwaar.
Bezienswaardigen
Wanneer je als Westerling op een fiets door Pakistan reist ben je bezienswaardig. Very zelfs! Zeker wanneer je je fiets behangt meg wat tassen. Wat bidons. Een kilometerteller. Pomp. Externa accu. Kompasfietsbel. Iedereen en alles kijkt naar je. 'Echt iedereen Gerrit?' Ja, iedereen. 'Niet eh, wel 's een (1) iemand die misschien even denkt, ik kijk niet?'Nee! iedereen!
Wanneer ik een pauze neem staan er binnen een minuut tenminste twintig mensen om me heen. Overal. Altijd. Als ik in een winkel iets koop, wordt dat door een hele groep personen gadegeslagen. Starend. Stilzwijgend. Als ik bij een benzinestation stop om wat te kopen, worden de tankwerkzaamheden meteen gestaakt. Ik ben het nieuwe doel(wit). Waar ze vandaan komen. Geen idee. Waar ze de tijd vandaan halen. Wederom. Geen idee.
Hun blikken volgen mij. Ook als ik alleen maar met een rietje sap uit een pakje zuig. Very interesting. Of wanneer ik mijn bidons vul met flessenwater. Is ook very interesting. Of wanneer ik alleen maar zit. Te rusten. Very interesting. Of weg te dommelen. Very interesting.Of wanneer ik iets uit mijn fietstassen probeer te grissen. Erugh interesting.

In een aantal gevallen proberen de nieuwsgierigen (of mensen met een ruime belangstelling, maak uw keuze maar en druk op de juiste knop, maar wel binnen drie seconden anders gaag de beurt naar iemand anders) iets van een gesprek aan te knopen. Dat lukt maar zo af en toe. De meeste mensen hebben geen idee waar ik mee bezig ben. Soms vraagt iemand of dit mijn werk is. En of ik dit moet doen. En waarom in vredesnaam op een fiets? 'Je hebt toch ook auto's en/of brommers'.
En dat zijn nog maar de pauze's!!
Pakistanen vinden het geweldig dat een Westerling naar hun land komt. De 'welcome's' in Pakistan' op (een) 1 dag zijn niet te tellen. De vriendelijke gesprekken. De omhoog gestoken duimen. De glimlachende gezichten. De knipperende autolampen. En de talloze gesprekken die ik (moet) voeren wanneer ik fiets (dus dit is buiten de eerder genoemde pauze's om).
Aanvankelijk komen ze wat schuw naast mij rijden (meestal brommers of fietsers, maar ook auto's, (vaart minderen, raampje naar beneden). En dan beginnen de vragen: What's your name? Where you going? What's your country? Steeds worden dezelfde soort vragen gesteld. Is het een gesprek afgelopen. Dan begint vrijwel meteen een volgende. Met dezelfde vragen. Soms wel dertig, veertig, vijfitg keer op een dag. Soms word ik er wat recalcitrant van. Ik zeg dan dat in uit China kom. En op de vraag waar ik naar going toe ga antwoord ik dan: Biddinghuizen.
En daar is natuurlijk geen woord verkeerd aan. Ik maak alleen iets van een omweg. Maar uiteindelijk is Biddinghuizen toch mijn eindbestemming. Ik had ook het graf kunnen zeggen. Daar is natuurlijk ook geen woord aan gelogen. Maar dat is wellicht iets te zwartgallig.
Ze vinden het stoer en snappen ook wel dat je geen Pakistanhater (Amerikaan) bent. Dat je geinteresseerd bent in Pakistan. En in de Pakistanen. Waarom zou je anders naar hun land komen?
Meestal breng ik mijn rustpauzes en fietsdagen op deze wijze door. En echte rustpauzes zijn het daardoor vaak niet. Echter, ik raak er zo gaandeweg wel aan gewend. Aan al die aandacht. Die starende blikken. Ik wel. Maar ik weet niet of dat voor de de Nachtwacht en al die andere beroemde schilderijen ook geldt.
Veel mannelijke Pakistanen proberen het dagelijkse leven wat draagelijker te maken door 'snuf' te kauwen.
Snuf wordt gemaakt van de tabaksplant (Nicotiana tabacum). Dezelfde plant die de basisgrondstof levert voor het vervaardigen van sigaretten. Snuf heeft qua uiterlijk en structuur het meest weg van boetseerklei. Het wordt overal in kleine plastic zakjes (met een elastiekje erom) verkocht. Er worden kleine bolletjes van gerold. En die worden onder de tong gelegd en/of gekauwd.
Ik probeer mijn eigenste dagelijkse gang momenteel enigszins te verlichten door verantwoord te eten. De maag voelt beter. Maar ik ben er nog niet. Ik hoop dat ik morgen weer verder kan trekken.
Ik ben niet aan de 'snuf' maar aan de O.R.S. Wordt mij geadviseerd door mijn persoonlijke verpleegkundige met wie jullie nog geen kennis hebben gemaakt. Komt nog. Hoe dan ook, het is een smerig goedje. Een mengsel van zout en suiker geloof ik. En het zou goed voor me zijn. En daarom neem ik het. In een (1) keer dooslikken maar. Waarom zijn dingen die goed voor je zijn toch vaak zo smerig? Of waarom moeten goede dingen zo'n pijn doen?
Vroeger moest ik van mijn moeder elke dag een eetlepel 'levertraan' slikken. Een eetlepel he! Dus niet zo'n lullig theelepeltje. (moest jij dat ook?). Smerig!!!! 'Slik nu maar snel door, het is voor je eigen bestwil', zei ze dan. (vooral het laatste deel uit deze zin....grrr........was misschien nog erger dan de levertraan zelf, maar dit geheel terzijde....).
Als kind had ik regelmatig oorontsteking. Oorontsteking (dit voor wie het nooit ervaren heeft) is: HEL! Echt waar. Heb je een kind. En heeft hij/zij oorontsteking. Heel lief voor zijn. Tip! Ik had het echt heel vaak. Mijn moeder ging (goedbedoeld) op zoek naar alternatieve oplossingen. En ze had 's ergens gelezen dat een eetlepel schapenvet (per dag) dit soort ontstekingen zou doen verminderen. Je voelt 'm aankomen.......Ik houd niet van schapenvlees, maar eet het sindsdien uit principe. Dat zal ze leren die wollige m#@$#@**&ckers.
Of iets anders: ik snap best dat 'de tandarts' op zichzelf een goede uitvinding is teneinde het voorbestaan van een gezond en fris gebit te garanderen. Tuurlijk! Ik ambieer het vak niet. Maar het is goed dat er mensen zijn die zich voor deze goede zaak geheel vrijwillig opofferen.
Maar waarom moet die klote boor dat door merg en been gaande snerpende geluid maken? Why?En waarom moet ik dat geluid in de wachtkamer al horen. Wie heeft dat bedacht? Wie is daar verantwoordelijk voor? Opsporen. Drie maal daags een nekschot!!!! (Gerda, als je dit uitprint voor je ouders, hier graag even iets van een 'doorstreepstift' gebruiken, wel zo'n een (1) waar je de tekst niet doorheen kunt lezen, beetje kwaliteit, ik heb weinig zin om mijn zorgvuldig opgebouwde imago in een keer naar de Filistijnen te helpen, dank, heel veel dank).
Het moet toch verdorie mogelijk zijn dat zo'n boor tijdens het boren een geweldig nummer van de heer J. Hendrix uitspuwt. Voor mij part de zevende van Beethoven. Of purple rain van Prince. Of beter nog: geluidsarm. Helemaal stil. Wedden voor een tientje dat dan dat hele boren ook meteen een stuk minder pijn doet.
Of nog zo iets. Heb heb je wel 's een blanco cd gekocht. Die zitten in van die plastic hoesjes. Op zichzelf niets mis mee. Vormt een goede bescherming. Niks aan het handje. Zou je zeggen. Goed bedacht. Niks meer aan doen. Houwe zo. Mee eens. Maar wie heeft bedacht dat daar omheen nog weer een plasticje moet. Geseald. Strak. En met strak bedoel ik ook strak. Wie? En waarom? Wat is de functie van dat plasticje?
Heeft de bedenker zelf wel 's geprobeerd dat plasticje te verwijderen. Ik denk het niet. Je hebt er namelijk hele lange en scherpe nagels voor nodig (shit, net geknipt). Of een vriendin met zulke nagels (is ook even niet in de buurt, heeft natuurlijk ook nog wel wat andere dingetjes te doen). Of een schaar. Of een mes. Of een voorhamer. En die heb je dan weer net niet in de buurt...... Daarom ben ik dus gaan downloaden. Illegaal ja! Eigen schuld. Dikke bult!
.....eh ja, ik heb het gevoel dat ik enigszins afdwaal. Een beetje uit de bocht vlieg. Excuses. Waar waren we gebleven. O ja, verantwoord eten en drinken.
Het kraanwater in Pakistan is voor Westerse magen killing. Alles doe ik met flessenwater. Tanden poetsen. Bidons reinigen en vullen. Fruit wassen. You name it. Flessen water zijn gelukkig overal verkrijgbaar.
Gisteren ben ik heel verantwoord in een heuse pizzeria uit eten geweest. Westers. Dus duur. Voor Pakistaanse begrippen. Maar superlekker. En verantwoord. Qua hygiene. Wel was ik meteen weer de klos. Moest met alle personeelsleden (tegelijk en apart) op de foto. Kreeg de drankjes en een spontaan geserveerd tussengerecht, helemaal gratis aangeboden.
Reden? Welcome in Pakistan! You are our Brother!
Wat een warme lieve mensen zijn het toch. Ach, bij nader inzien: laat dat nekschot ook maar zitten ook. Straks is dat boorgeluid nog door een Pakistaan bedacht.........
Tot morgen!
Traag
Hallo allemaal,
Het is geweldig om jullie reacties te lezen. Zit vaak te schateren van het lachen in het internetcafe. Leg dat maar 's uit, tussen allemaal Pakistaanse jongeren die hele andere dingen aan het bekijken zijn op het internet.........
De foto's van de afgelopen drie verhalen volgen hopelijk snel. De verbinding in Islamabad is zoooooo traag dat uploaden even niet lukt.
Groet, Gerrit
Potdeksel
......ik doe nog een soort van laatste poging: 'dit is toch een camping, een tent zou toch moeten kunnen'?!.
Kijk Jenaap (meneer). vergelijk het maar 's een paard en een wagen. Of de Eifeltoren en Parijs. Of, om nog maar 's een voorbeeld te noemen, de Theems en London. Of Lowlands en Biddinghuizen. Of, Klaas en Elsa, Geldersch Landschap en Kasteelen, Of Caroline Tensen en ....... (weet ik eigenlijk niet). Of weet u, nog beter: een potje en een deksel.
Kijk, zonder deksel is een potje van minder waarde. Je kunt er nog steeds dingen en spullen indoen. Maar wanneer je het op z'n kop houdt rollen of vallen die spullen er geheid uit. Hagelslag heel snel. Stroop en honing minder snel. Maar uiteindelijk verlaat het spulletje het potje. Wanneer er geen deksel op zit. Daarentegen boet een deksel ook behoorlijk aan waarde in wanneer er geen potje in de buurt is. Tuurlijk, je kunt 'm als schoteltje gebruiken, om bv jonge poesjes water of melk mee te geven. Of je kunt er gezellige gaten in prikken. Of je kunt 'm als frisbee gebruiken. Maar toch, een potje en een deksel hebben de meeste waarde wanneer ze in combinatie gebruikt worden. Je zou derhalve kunnen stellen dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

entree van WAH-gardens
Nadat ik s'ochtends nog de WAH-gardens had bezocht ben ik eergisteren in Islamabad aangekomen. Hoofdstad. Jonge stad. In 1960 gebouwd. Ongeveer gelijktijdig met
Biddinghuizen. En ik weet niet wie bij wie heeft afgekeken. Maar m.u.v. de omvang zijn er wat gelijkenissen. Alle straten lopen haaks op elkaar. Ordelijk. Rechtlijnig. Overzichtelijk. Het heeft geen hart. Geen centrum. Beetje saai.
Islamabad is ingedeeld in sectoren. En die zijn weer ingedeeld in vaknummers. En die vakken hebben weer letters. Dus sector A, vak B9. Zoiets. Elke sector een een marktplaats (soort winkelcentrum). Het is een drukke stad met veel ambassades en overheidsgebouwen.
Het was even zoeken maar uiteindelijk vond ik de enige toeristencamping die Islamabad rijk is. En ik had mij er ontzettend op verheugd. Fijn om de tent weer 's op te zetten. Fijn om weer 's gelijkgestemde zielen te ontmoeten. Fijn om 's rond een kampvuur te kunnen zitten. Fijn om wat reiservaringen te kunnen uitwisselen. Fijn om zelf weer 's een potje te kunnen koken (had enorme zin in een maaltje van aardappelen en bloemkool). Kortom allemaal een heleboel fijn.
Echter de eerste campingaanblik was weinig vertrouwenwekkend. Kniehoog gras. Nauwelijks zichtbare paden. Een vervallen receptiegebouw. Een zeer ongemotiveerde campingbaas. En........ geen collegakampeerders c.q. tenten. Het vormde het startpunt van een zeer weird gesprek dat ongeveer zo verliep:
Aslaam Aleikum Jenaap, ik wil graag overnachten. 'Not possible'. Nou, u heeft een camping. Ik heb een tent. Dat lijkt me toch de perfecte match. 'Not possible!'
Maar in de Lonely Planet Gids staat toch echt dat dit een camping is en dat ik hier mijn kampement kan en mag opslaan. 'Not possible'. Ben ik misschien verkeerd? Is de camping iets verderop misschien? 'No, this is a camping, but not possible'.
En zo kabbelde dit buitengewoon interessante gesprek nog minutenlang voort. Resultaat: ik werd met zachte hand van het terrein begeleid. De onlosmakelijkheid van een camping en een tent was bij deze campingbaas nog niet helemaal doorgedrongen. Of helemaal niet. Ik weet het even niet.
Ik moet zeggen: een beetje perplex stond ik wel. Daarbij was ik moe. Ik had slechts 57 km afgelegd. Maar het energiepeil stond laag vandaag. Niet fit. Beetje maagklachten. Pap in de benen. Dus dat werkte ook niet echt mee.
Net toen ik mijn fiets over de hoge middenberm van de brede weg had getild en ik de eerste meters wegtrapte (op weg naar een youthhostel of zo) zag ik aan de andere kant van de weg een fietser. Grote tassen. Overduidelijk een tweelingbroer.
Bij nadere inspectie bleek het Mattias te zijn (de fietsende Duitser). De begroeting was allerhartelijkst. Mede omdat Mattias er nog een graadje of drie slechter aan toe was als ik. Diarree. Hij had behoefte (geen woordgrap) aan hulp. Hij was al uren op zoek naar de camping. Ik vertelde hem mijn recente ervaring. We besloten nu gezamenlijk een poging te wagen (mede omdat Mattias eigenlijk geen trap meer kon doen).
Ik ga een lang verhaal sterk inkorten. Uiteindelijk hebben we de nacht doorgebracht in een schuurtje. Op de camping. Maar niet in een tent. Streng verboden.
Koning Faisal uit Saudi Arabie moet op jonge leeftijd al meegedaan hebben aan de 'zilvervloot'. Misschien wel meerdere tegelijk (wat volgens mij verboden was, want je mocht maar een (1) rekening openen met een maximal inzet van 75 ouderwetse guldens per jaar, en dat tien jaar lang, dat waren de spelregels bij onze goede oude Rabobank.
Maar Koning Faisal had misschien zo zijn contacten..........). En bij al die rekeningen zal hij, slim als hij was, de maximale inzet hebben ingelegd.. Dat moet bijna wel. Want hij is het die het gebouw cadeau gedaan heeft. En bekostigd heeft.

Gisteren heb ik nl. de Faisalmoskee (een van de grootste ter Wereld) bezocht. Ultramodern. Er kunnen maar liefst 100.000 mensen tegelijkertijd bidden. Honderdtwintig miljoen US dollar koste het gebouw!* De bouw duurde tien jaren. In 1986 was het heel zaakie gereed voor gebruik.
Het complex bestaat o.a. uit vier minaretten van elk 88 meter hoog. Grappig weetje is dat de CIA lange tijd heeft gedacht dat in de minaretten kruisrakketten verborgen zaten. Er schijnt zelfs serieus onderzoek naar verricht te zijn.
* het schijnt dat hij, nadat hij het hele bedrag had overgemaakt, nog net een gezellig en romantisch etentje kon betalen met zijn geliefde, kaarsje erbij, misschien twee, beetje drank (?), en niet van die goedkope meuk, dus niets snelle hap bij de FEBO.......
Islamabad mag dan wel een redelijk welvarende stad lijken. Maar op een aantal plaatsen in de stad wordt de grond (steeds stukken van ongeveer 1 hectare) bewoond door poor people. Sloppenwijken. Amoede. Open riolen, Bedelende mensen. 'Huizen' bestaande uit stokken, stof, golfplaten. Kinderen gekleed in vodden. Wat een mensonterende ellende.
Ik weet dat het bestaat. Heb het vorig jaar in Roemenie ook gezien. Ik neem het waar. Verwerk het meestal op mijn harde schijf. Maar de opslagcapaciteit van mijn harde schijf had gisteren zijn grens even bereikt. Overkoken. Ik werd oprecht geemotioneerd bij het zien van zoveel ellende.
Ergens is het in deze Wereld toch vreselijk misgegaan. Scheefgegroeid. Tijd voor herorientatie. Rechttrekken. De een een beetje minder. De ander ietsje meer. Misschien een naieve gedachte....
De komende dagen ga ik Islamabad en de buurstad Rawalpindi verder verkennen. En weer een beetje op krachten komen. Om de tocht naar de Indiase grens te kunnen volbrengen (circa 400 km.).
'geen mens bevindt zich illegaal op deze wereld,
hooguit ongedocumenteerd'