De Lustige Reiziger

LA PAZ

Ik heb een goed nachtje gedraaid.

Ondanks dat mijn buurman er een wat vreemde hobby op na houdt: I am DJ and I play real fucking hard music especially by night (en dan bedoel ik the whole night and iedereen zal het weten), heb ik een goed nachtje gedraaid.

Ik voel me een stuk beter dan gisteren. Opmerkelijk toch hoe het lichaam zich in een enkel nachtje kan herstellen. Ik voel nog wel wat hoor, van de immense inspanning van gisteren. Vooral bij het traplopen. Maar dat zieke uitgeputte gevoel is gone.

En daarom glijd ik tegen achten richting La Paz. Hoofdstad van Bolivia.

Het oude centrum van La Paz is gebouwd in een vallei. Maar omdat het inwoneraantal van de stad steeg werden de huizen en gebouwen tegen de omringende bergen aangebouwd. Resultaat daarvan is nu dag er een enorme stad is ontstaan met als laagste punt 3600 meter. En als hoogste punt 4000 meter.

Het is een niet bijster veilige stad. Je wordt van alle kanten gewaarschuwd. Van zakkenrollers tot complete gewapende berovingen. Nepagenten. Taxichauffeurs die het niet goed met je voorhebben. Het is een beetje oppassen geblazen dus.

Na een uurtje fietsen kom ik aan de rand van de stad. En .... het is een compleet gekkenhuis. Zeldzaam. Wat een chaos. Wat een getoeter. Wat een mensen die alle kanten op willen. Maar geen kant bied soelaas.

Het verkeer staat echt muurvast. Ik weet dat ik richting de vallei moet. Maar where the f%&*#k is die vallei. Ik kan het allemaal maar moeilijk overzien in dit gekkenhuis. Het is wat vragen. Wat verkeerd rijden. Wat vragen. Wat verkeerd rijden. En dan maar niet meer vragen. Maar gewoon op mijn kompas afgaan. Op een goed moment rijd ik op de autopista. Hartstikke verboden voor fietsers. Maar wel lekker in de richting die ik hebben moet. Ik neem de gok. Het ergste dat me kan gebeuren is dat ik staande wordt gehouden. Terug moet. Of beboet wordt. Who cares. Ik glijd op de autopista ruim 12 kilometer in volle vaart naar beneden. De vallei in. En ik knijp pas echt serieus in de remmen als ik binnenrol op de Plaza de San Fransico.

Precies the place to be!

Daar vind ik vrij snel een hotelletje. Met een geweldige receptie. Veel humor. Bereid tot afdingen. En daarna ook nog humor. Geweldig. Voor 11 euro per nacht heb ik een prima kamer en een WARME (waaaaaauuuuuuw) douche.

Gezien de inspanningen van gisteren en de vele bezienswaardigheden in de stad, boek ik een kamer voor 4 nachten.

Doel 1: bijkomen

Doel 2: de stad bekijken.

U hoort nader van mij. Vast en zeker!

Adios

BADDAY

Ik sta op (want dat lijkt met gewoon handig, eerst opstaan en dan andere dingetjes doen, in die volgorde, zo doe ik het meestal trouwens en dat bevalt mij het best, andersom kan wel, maar doe maar niet, is een tip, doe er je voordeel mee) en voel me niet lekker. Neeuuh! Not at all. Zelfs. De maag borrelt, het lijf voelt grieperig, gevoelig. De keel schraapt. De neus snuit alle kleuren.

Nie fijn!!

Helemaal niet fijn. En zeker vandaag niet. Want vandaag staat een ruim 80 kilometer lange rit op het program. Die me uiteindelijk moet brengen naar La Paz. Hoofdstad van Bolivia. Met 800.000 inwoners.

La Paz is ook een van de onveiligste steden van Zuid Amerika. Met name voor toeristen. Maar ik heb grote plannen. Want het is ook een mooie stad. En er is veel te doen en te bekijken. Maar goed. Eerst moet ik er nog maar zien te geraken.

Ik start rond 8.00 uur en de weg klimt wat (3-4%) en daalt ook weer wat (3-4%). Goed beschouwd is het een vrij zinloze missie van die weg. Verspilde energie ook. Als ie nou gewoon vlak blijft is er niets aan de hand. En daarbij. Het maakt het fietsleven van een Hollandsche fietser net ff ietsje easier. En de weg zelf hoeft ook niet zoveel moeite te doen. Met al dat gestijg en gedaal. Als ik weg was zou ik het wel weten. Dan ging ik er mooi vlak bij liggen. Dat adviseren ze bij Beter Bed ook. Zo vlak mogelijk blijven liggen. Maar goed. Moet ie zelf weten: die weg. Daar is ie tenslotte mooi weg voor. Of weg van. Van dat stijgen en dalen.

Afin, na een kilometer of 10 draait de weg. Ik draai mee. En zet koers naar La Paz. Helaas voor mij draait de wind niet mee. En die staat nu hard te blazen. In mijn richting. In mijn verkeerde richting dan. Recht op mijn hersenpan (overigens veel meer pan dan ...... maar dit terzijde). Drommels nog an toe. Ik heb nog 70 kilometer te weg te trappen. En de wind staat zo hard te blazen dat ik nog maar in versnellinkie 3 kan fietsen (soms moet ik naar 2 terug.....).

Ik knoert. Ik ploert, Ik zwoeg, Ik zweet. Dit wordt een ware helletocht. En ik voel me best wel ziek eigenlijk. Ik houd me voor dat elke kilometer er een (1) is. Maar ik merk ook dat het steeds langer duurt voordat ik weer een kilometerkraaltje op mijn telraampje naar rechts kan schuiven. Dit wordt, wat zeg ik, dit is een loodzware dag. Niet fijn!!

Na 30 kilometer afzien. Echt afzien. Val ik Batallas binnen. Ik ben helemaal kapot. Op het centrale plein zitten wat vrouwtjes te kokerellen. Ik eet er een smakelijke bouillon. En kauw een ondefinieerbaar goedje weg van het niveau: goed binen te houwe. Ik koop nog twee bananen, wat flessen water en een mango.

Het voedsel valt goed. En ik krijg zowaar wat meer energie. Maar dat geldt ook voor de wind. Die heeft kennelijk tijdens mijn pauze nog 's goed nagedacht. En bedacht dat het het leven van dit Gerritje nog best wat zuurder te maken valt. En het toch al niet onaanzienlijke ochtendwinkkrachtje trekt nog maar 's gezellig een paar knopen aan.

Verdomme. Deze rit doet pijn. Ik geniet niet meer van het landschap. De omgeving. Ik let onvoldoende op het verkeer. De scherpte is er helemaal af. Alles is gericht op het halen van de eindbestemming. De ene trap, na de andere trap. Maar het doet echt pijn. En ik voel dat ik door een paar barrières aan het heen fietsen ben. Iets met pijngrens. Iets met uitputting. Iets met verzuring in het kwadraat. Pijn, pijn, pijn!

Ik stop nog maar 's en schil een mango af. En stap weer op. Het lijkt alsof ik iets van energie terugvindt. Maar 15 kilometer voor La Paz is de koek toch echt helemaal verkruimeld. Opperderpop.

Het is druk in de aan elkaar geplakte voorsteden van La Paz. Normaal geniet ik van drukte. Vooral van voorstedendrukte. Maar nu niet. Ik stop bij een benzinestation en ontmoet daar weer de onvermijdelijke toeristen uit hun aricobussen komen rollen.Voor eenplaspauze c.q. snackmoment. Ik klets wat met Koreaanse (Zuid) toeristen die, zoals gebruikelijk, weer gezellig met me op de foto willen. die foto gaat vast niet gebruikt worden voor een commercial van energiedranken of – repen. Of juist wel natuurlijk! Na tien minuten gaan ze met gezwinde spoed verder. Op naar de volgende bezienswaardigheid. En ik bestijg mijn trouwe tweewieler. Met iets minder gezwinde spoed. Op zoek naar een slaapplek.

En die is lastig te vinden. Want in deze voorsteden is veel gedoe. Verkeer. Er wordt veel met metaal gewerkt. En men is druk in de weer met andere industriedingetjes. Het wegdek is slecht. En het stof in ruime mate voorhanden stuift (want dat doet stof) in mijn neus en keel. Maar een onderkomen voor een vermoeide en uitgeputte fietser? Daar heeft men vooralsnog niet voorzien.

Ik vraag wat af. Ik bedel hier en daar. Maar overal krijg ik nul op het rekest. Na een uur zoeken en vragen kijk ik vanaf mijn fiets over een ommuurt perceel heen. En ontwaar iets van gras. Daar zou ik m'n tent kunnen opzettten.....

Over een grote zandbult (met vuilnis, karkassen en halfvergane honden) werk ik me een weg richting iets van een deur. Met een vijftal blaffende honden om me heen probeer ik het jongetje dat de deur opendoet te overtuigen van mijn vermoeidheid en dat het grasveldje een unieke mogelijkheid biedt om mijn tent neer te zetten. En.....ik wil er voor betalen. Maar hij weigert. Zijn moeder is niet thuis en hij kan niet beslissen. Helaas. Ik ga naar de buren. Maar die nemen een loopje met me. Eerst kan het wel, en dan weer niet. Veel gelach. Veel geinen. Ze steken de draak met me. Nemen me serieus. Ik neem onvriendelijk afscheid. Ik ben moe. Ik heb een alibi. Maar dat weten zij dan weer niet. En om nu in deze omstandigheden mijn boekje hoe-spel-ik-het-woord-alibi-in-het-Spaans-voor-de-dag-te-toveren.........Ik duw mijn fiets richting de hoofdweg.

Daar komt het eerdere jongetje me weer tegemoet. Hij heeft zich bedacht. En voor 4 Bolivianoos kan ik de nacht doorbrengen. Maar niet in een tent. Maar in het schuurtje. Ik vind het best. At this point: I'll find alles best.

Nadat ik mijn fiets met enige moeite weer over de vuilnis naar binnen heb gewerkt en me zo goed als geïnstalleerd heb komt er een kink in de kabel. Moeders heeft gebeld en heeft haar toestemming ingetrokken. Domme!! Ik moet m 'n hele spulletje weer in- en oppakken en het terrein verlaten.

Instortingsgevaar!! Dat punt heb ik bereikt inmiddels.

Ik fiets met een slakkengangetje verder en hoop op iets van een hostal of zo. Na een zevental vruchteloze pogingen (het is inmiddels 19.00 uur), en bijna donker, ik heb acht uren netto gefietst) ontwaar ik een hotel. Ze hebben plek. Ik betaal. sjouw m'n tassen en fiets naar de vierde verdieping. En ga liggen.

En blijf liggen. Wat een kutdag!!!!!!

Ik weet niet of u plannen had. Voor een feestje of zo. Maar haal de slingers nog maar even niet voor de dag. Laat ook dat balonnenopblaasding maar onder in de kast liggen, including the baloons. En snijd de taart nog maar even niet aan. Zet maar in het koelvak.

Voor later misschien!

Hasta Leugo.

GROTIGHEID

'For cyclistis who can cope with the challenges of cold winds,

poor road conditions, high altitudes and steep terrain.

Bolivia is a Paradise'.

Tot zover de mededeling uit de reisgids aller reisgidsen: The Lonely Planet.

Tja. Fijne mededeling. Maar eh..... I don't know if I can cope al deze omstandigheden. Dus ja, wat ik hier nu precies mee moet. Naast me neer leggen. Serieus nemen. Bewijsmateriaal verzamelen. Kweetnie! (Oh, ken je die nog van de grote meneer Cactusshow, ik vond die meneer Cactus maar een loser, en mevrouw stemband, dat vond ik een ontzettendlekker ding, maar die had al verkering,Kweetniet was mijn held, want daar kon ik me altijd goed mee identificeren op een of andere wijze, maar goed dit alles terzijde). Maar kom, ik ben er nu toch. In Bolvia. Laat ik 's een poging wagen om die omstandigheden hier te copen.

Gisteren was een transport-, weblog bijwerken-,, bankzaken afhandelen- en een beetje ziekzijn dag. Een dag die ik doorbracht op de Copacanana. Niet de Copacabana van dat vreselijke liedje. Want dat ging volgens mij over een Braziliaans strand of zo. Dat Copacanana liedje dat draaiden ze altijd op de Schapenmarktkermis in Oldebroek. Bij de botsauto's. Vreselijk vond ik dat nummer. Ik liet expres een ritje schieten als dat nummer draaide.

Vanochtend is het ook een beetje botsen.

Ik sta goed op. De maag is niet langer overstuur. Ik voel me fit. Er zijn een paar kleinigheden. Er zijn wat spullen van mijn kamer verdwenen. En daar confronteer ik de eigenaresse mee. Die is liever lui dan moe en blijft op haar bank onder zeven dekens en voor een straalkacheltje liggen. Maar na wat aandringen gaat ze toch op zoek. En .....ra ra ..... ze vind bijna alles terug. Behalve mijn hoofdlampje. Dat is naar het land van de eeuwige jachtvelden verhuist.

Wat bepaald geen kleinigheid is, maar meer een grotigheid. Is dat het regenseizoen in dit deel van Zuid Amerika nu echt goed begonnen is. De regen komt echt met bakken uit de hemel. En dat niet alleen. Het hagelt hele vlokken Venz. En het onweert. En het is koud.

Fietsen onder deze omstandigheden kan ik wel shaken. Ik wacht tot het opklaart. En dat gebeurd rond 10.00 uur.

Vandaag word ik serieus op de proef gesteld. Vandaag staan maar liefst twee passen van ruim 4000 meter hoogte op het program.

Ik vertrek uit Copacabana en de weg heeft er zin in.

Ze stijgt meteen. En serieus ook. En dat houd ze 11 kilometer vol. Met stijgingspercentages tussen 4 en 7%. Ik moet af en toe mijn stalen ros even alleen laten. Uitrusten of bijkomen heeft dat geloof ik. Op de top staat geen massagetafel of champagne of zo. Maar er staat gewoon een streep over de weg getrokken met daarop het getal: 4253. De hoogte waarop ik me bevindt. Ik maar me op voor een lekkere lange afdaling. Maar ik heb buiten de waard gerekend. De afdaling is er wel. Maar er zijn ook weer korte klimmetjes. Shit!

Na 50 km klimmen, dalen, klimmen, dalen, klimmen en dalen. Kom ik in San Pedro de Tiquina. Dit slaperige doch pittoreske plaatsje wordt doorsneden door het meer. En met een pont moet ik oversteken. Even daarvoor werk ik nog wat rijst en vis naar binnen. En pak iets van rust.

Na de oversteek begint de weg meteen weer serieus te stijgen. Ik moet er af en toe weer ff af. Ook nu bereik is uiteindelijk de top van 3999 meter. Twintig kilometer na de top val ik het plaatsje Huatajata binnen.

Ik merk gedurende deze rit dat Bolivia aanmerkelijk armer is dan Peru. Ik merk dat vooral aan het feit dat er onderweg bijna geen mogelijkheden zijn om voorraden aan te vullen. Ik zal een voorraadje voedsel en water moeten inslaan wanneer de mogelijkheid zich ook maar voordoet. Ook het vinden van onderdak is lastiger. Veel hostals zijn er niet en die er zijn, zijn gesloten of failliet. In Huatajata is het enige hotel dat geopend is een hotel met 5 sterren. En die vijf sterren komen (heel gek!!) ook heel fijn in de factuur terug.

Ik sta er wel van te kijken dat in the middle of nothing en veel armoede opeens een hotel verrijst dat alle denkbare luxe aan boord heeft. De huisje die er omheen staan hebben helemaal niks. Geen elektriciteit. Geen gas. Geen stromend water. Je zou zeggen als al die voorzieningen bij dat hotel kunnen worden aangesloten dat het toch ook mogelijk moet zijn om ........

Nou ja. Met toch wel een behoorlijke bak tegenzin probeer ik er toch maar van te genieten: van al die luxe.

Morgen de etappe naar La Paz. De hoofdstad van Bolivia.

Adios.

HETGROTETITICACAMEEREXAMEN

Hopelijk bent u er klaar voor!

'Wat nu verrassing?, Jullie kunnen toch niet zeggen dat ik het niet tijdig aangekondigd heb'?. Het is zover hoor: het grote Titicacameerexamen!

Zet de tafeltjes even uit elkaar. Ver genoeg. Zo ja! Boeken van tafel. Telefoons uit. Klaar? Verdorie, wie moet er nu weer naar het toilet. Zal Sandra wel weer zijn, of Mariejan? Of Geesje? Of Marleen? 'Wat? Jacqueline weer!!!!!!. Altijd dezelfde. Nou, opschieten. Snel dan maar. Want ik wil nu wel 's beginnen.

Goed, iedereen op z'n plaats? Ik reik de formulieren nu uit. Het zijn 160 vragen! Nee, nu niet zeuren. U krijgt 6 uren om deze opgave te maken. Wie eerder klaar is mag het formulier (met je naam er op anders krijg je sowieso een nul) op de hoek van mijn bureau leggen. En dan mag je stilletjes (ik zeg stilletjes en als ik stilletjes zeg dan bedoel ik ook stilletjes) het lokaal verlaten. En dan mag je een joint opsteken. Of cocabladeren kauwen. Of iets anders waar je knetterstoned van wordt. Als de andere kandidaten er maar geen last van hebben.

Ik ga ondertussen het Eiland van de Zon nader onder de loep nemen. Volgens zeggen is dit het eiland, gelegen aan de Boliviaanse zijde van het Titicacameer, waar de zon geboren is. En ik wil wel 's met eigen ogen waarnemen waar de zon in de luiers gelegen heeft.

Ik ga er heen met een boot. Want dat heb je vaak met een eiland. Er zit een strookje water tussen het ei en het land. En dan is een boot een voor de hand liggend vervoermiddel. Een waterfiets kan ook. Of een onderzeeboot. Maar die kaartjes waren al uitverkocht. Jammer. Spijtig. Snorkelen had ook gekund. Maar het is een gewone boot geworden. Dus.

Welnu, die brengt me in anderhalf uur naar het eiland. Hij vaart letterlijk naar de zon. Want op het vasteland regent het. Eenmaal aangekomen vind ik snel iets van een onderkomen. Dat ik moet delen met 2 Argentijnse dames. Er zijn uitsluitend tripple rooms beschikbaar. Ik schik me in m'n lot. Ik lepel snel ergens een Sopa en iets wat op pasta lijkt naar binnen. En start rond het middaguur de wandeling. Dat is niets te vroeg. Want voor deze rondwandeling op het eiland staan maar liefst 6 uren.

Het begint met een vreselijk steile klim. Die de asem maar vooral dan die van mij met enige regelmaat doet stokken. Dat moet ie niet te vaak doen want dan is het niet eiland van de zon maar ook het eiland waar ik het loodje leg. En dat zou jammer zijn want dan heet het eiland niet langer het eiland van de zon maar het eiland waar Gerrit het loodje heeft gelegd. Dat heeft natuurlijk ook alles in zich qua potentie om een publiektrekker van jewelste te worden. Maar toch net ff anders. En nog een klein dingetje: ik kan er dan niet meer van genieten.

ik wandel over de Oostflank langs het water op. Er zitten in deze wandeling 4 toppen van ruim 4000 meter. En ik krijg er al snel twee voorgeschoteld. Damned! Maar wat een geweldige wandeling. Wat een fantastische uitzichten. Wat een schoonheid. De fotorolletjes zijn niet aan te slepen.

Na drie uren sjouwen bereik in het Zuidelijkste puntje alwaar wat ruïnes te bewonderen zijn. Heel veel tijd neem ik er niet voor. Want ik wil voor de schemering terug zijn.

Langs de Westzijde wandel ik terug en bereken dat een pauze van 15 minuten haalbaar moet zijn. Ik vind in een (1) van de weinige bergdorpjes een restaurantje en slobber een banaan naar binnen en pel een bak soep af. En dan gaat de trektocht al weer verder.

Ik ben de enige die the whole loop doet (waarom moet ik in vredesnaam weer the whole loop doen?, is geen examenvraag overigens, zou wel een interessante zijn by the way). Ik weet dit omdat ik geen tegenliggers ben tegengekomen. En er zijn ook geen nabije achtervolgers. Ik sta er alleen voor. Het is knetter heet. Graadje of 35+. De zon lijkt hier niet alleen te zijn geboren. Maar is kennelijk hier ook uit de luiers gegroeid en zit nu een beetje puberachtig vervelend zijn harde ploerterige stralen op mijn kruin te richten. Ik heb me vanochtend wel ingesmeerd. Maar merk nu toch dat de zon nu toch tot diep in mijn huid doordringt. En de zonnebrandcrème ligt ............... ja ja............. goed bezig jonge.........

Na een uurtje of 5 merk ik dat ik een ....eh......beetje verdwaald ben. Tja, ik ben op een of andere wijze van the track geraakt. En bevindt me nu in de bergen waar vele hazenpaadjes lopen. Maar de track die me naar Yumani moet brengen is totaly gone.

Ik ben alleen. Het wordt langzaam aan wat schemerig. En eerlijk gezegd weet ik het niet helemaal precies meer. Ik heb ook geen oriëntatiepunt. Ik loop daarom naar een zo hoog mogelijk punt. En zie weer iets van water. Maar helemaal senang voel ik me niet.

Gelukkig tref ik een schapenhoederjongen die ik vraag waar ik nu toch ik vredesnaam naar toe moet. Het blijkt niet ver te zijn. Ik vind het pad terug maar raak er gedurende de verdere tocht toch nog weer een keertje of drie vanaf. Net niet fijn allemaal!

Net voor de duisternis invalt val ik, na zeven uren (netto) wandelen, mijn hostal binnen.

Zo, dat was een beetje spannende doch geweldig en fantastisch mooie (rust en examen) dag.

Ik ben benieuwd hoe jullie het er vanaf hebben gebracht.

Ik zie wel dat alle formulieren zijn ingeleverd. En ja hoor: iemand heeft z'n naam weer 's niet ingevuld. Dus dat is automatisch een nul. Zal Roel wel weer zijn. Of Walter. Of Willem Of Philippe. Volgende week krijgen jullie de cijfers. En tussendoor niet gaan mailen, what's-appen of wat dan ook. Het wordt volgende week.

Meester heeft deze week drommels nog an toe nog meer te doen.

Het is zeker honderd keer zo mooi

als de zon zijn gouden stralen strooit

Het is soms te mooi om waar te zijn

als ie gloedvol over 't koren schijnt

Dus bij wie moet ik in Godsnaam zijn

het zou wel leuk zijn als je zeggen kon

Dank je wel voor de zon

(Dank je wel voor de zon)
Skik

KAASBROOD

Ik ben opgewonden. Jawel, lieve lezer. U leest het goed. 'Opgewonden'!

Zo snel als mogelijk is wil ik op pad. Weg van de plakvloer in mijn hotel. Maar nog veel belangrijker: vandaag ga ik het leukste doen wat deze fietsreiziger maar kan bedenken. Want lieve kijkbuisweblogkindertjes. Ik ga ergens in de middag een grens over. En niet zomaar een grens: de Boliviaanse grens!!

Minder leuk is wel dat dit ook het afscheid van Peru betekend. Jeetje wat zijn die kilometers in Peru omgevlogen. En het is ook wel jammer dat we een aantal onderwerpen niet hebben kunnen behandelen. Zoals dat van de Lama.

En dat is jammer, want Wereldwijd lopen er toch zo’n 3,7 van die spugende viervoeters rond. En ook hiero fiets ik er geregeld eentje tegen het lama-lijf.

De lama wordt in Zuid-Amerika traditioneel gebruikt als lastdier en wol leverancier, maar hij wordt hier meer en meer vervangen door de moderne vervoermiddelen en door het schaap als leverancier van wol en vlees.

Of het onderwerp: geloof. In Peru is 83% van de populatie katholiek. Dat wordt overigens ietsje anders beleefd dan wij in de Westerse wereld gewoon zijn. Men gelooft namelijk in God. Maar ook in de bergen. En het water. Die vormen geloof technisch gezien een drie-eenheid.

Of het toiletgebruik. De gewoonte is hier om na het vegen van de billen het wc-papier niet in het toilet te gooien. Daar is het afvoersysteem niet op berekend. Naast elke toiletpot in Peru staat een afvalemmertje. Met zo'n zwiepdeksel. U kent ze wel. De Blokkert verkoopt ze. De Hema. Maar hier dus ook. Meerdere keren per dag worden die dingen geleegd. En nee. Ze doen er geen afvalzakje in .........

Jammer, dat we dat niet meer hebben kunnen behandelen.

Ik vertrek ongebruikelijk vroeg: 7.00 uur. Ik heb dan al ontbeten. Ik ben zo opgewonden dat ik de routinedingen bewust wat achterwege laat. Vergeet water in te slaan. Mijn billen in te smeren tegen zadelpijn. Dat soort dingen.

Er lang bij stilstaan doe ik overigens niet. Want meteen vanaf het hotel begint de weg met 6% te stijgen. En dat is tot hier an toe. Maar dat houdt tie een kilometertje of 3 vol. Ik zit 20 minuten op de fiets en ben al kapot (de fietsdag van gisteren zit ook nog in mijn benen). Gelukkig is er ook iets van een afdaling. En eigenlijk gaat het de hele dag zo door. Beetje stijgen. Beetje dalen. En steeds links van me mijn onafscheidelijke vriend: het Titicacameer.

Na 55 kilometer neem ik de afslag naar links. Raar zo'n afslag. Want in de kleine maand dat ik nu reis heb ik eigenlijk maar een (1) echte afslag genomen. Alle andere dagen was het steeds maar rechtdoor. Maar nu moet ik echt linksaf slaan. Ik voel meteen een harde wind recht op m'n kruin. Deze laatste 30 kilometer richting de grens worden nog zwaar....

Ik lepel nog een Sopa naar binnen in een eetlokaaltje. En fiets verder. Maar het gaat zwaar. De wind woeit dat het een lieve lust of last is. Ik weet het niet precies. En het lijf is futloos. Ik fiets in de 3e of 4e (van de 14) versnelling. Maar de kuiten voelen als pap aan. Er moet meer eten in.

Na een kilometer of wat ontwaar ik iets van een dorpje. Het slaapt. Of iedereen hier is dood. Een (1) van de tweeën. Maar veel te doen is er niet. Er is geen restaurantje. In het enige winkeltje dat het dorp arm is koop ik een flesje cola en 2 pakken koekjes. Die ik voor ¾ naar binnen werk. De energie komt langzaam terug.

Om een uurtje of 13.00 uur verwelkomd het weirde grensplaatsje 'Yunguyo' mij. Alhoewel van verwelkomen niet echt sprake is.

Ten eerste wil ik mijn energietekort nu echt aanvullen met een fatsoenlijke maaltijd. Maar die maaltijd gaat me 10 SOL kosten, althans wordt me te verstaan gegeven. En dat is een ongebruikelijke prijs. Want normaal betaal ik 3 SOL. Maar deze restaurantdame wil gebruik maken van de onwetendheid van de een speciale menssoort: de toerist.

Immers, de kans is groot dat iemand die net uit Bolivia, Peru binnen komt rollen nog niet zo op de hoogte van de prijzen en gewoonten in Peru is. Aan mij heeft ze vandaag een verkeerde. En geef haar te verstaan dat ik al een maand in Peru rondrijdt en dat ze me niet moet fucken. Ze houdt voet bij stuk. Ik ook. Til m'n fiets over vijf drempels de straat weer op. En ga op zoek naar iets anders voedzaams. En vind dat ook. Gewoon voor 3 SOL.

Daarna wil ik mijn Peruviaanse biljetten omwisselen naar Bolivianoos. Dat kan op het centrale plein. Daar zitten een tiental vrouwen ieder apart achter een desk. Ik heb me goed voorbereid want ik weet dat hier soms rare dingen gebeuren. Ik weet precies hoeveel Bolivianoos ik moet krijgen.

De omrekenkoers bij meteen al de eerste dame lijkt te mooi om waar te zijn (en dan is het ook vaak te mooi). 'Maar goed, als zij het wil betalen'. Prima! Dus ik ga akkoord. En overhandig haar de biljetten. En daar gaat het helemaal fout.

Ze wil weglopen om zgn de Bolivanoos op te halen. Maar ik houd haar tegen en zeg dat ik mijn geld terug wil. Dan kan ze de Bolivianoos gaan halen. En dan zou de daadwerkelijke transactie kunnen plaatsvinden. In die volgorde ongeveer. Zo zou ik het graag zien.

Maar teruggeven van mijn geld ho maar. Het wordt een behoorlijk onaangename situatie die er in resulteert dat ik haar duim met zachte hand ombuig teneinde mijn geld terug te krijgen. Het lukt uiteindelijk. Dan zeg ik haar dat ze de Bolivanoos op kan halen. Maar haar interesse is ineens verdwenen......

Ik probeer het nog bij een ander vrouwtje. Maar die komt met een zo'n raar bedrag (koers) aanzetten dat ik het hele omwisselen maar laat zitten.

Eigenlijk ben ik trots dat ik me in korte tijd tweemaal de kaas niet van het brood heb laten eten.... En deze ervaringen doen niets af aan de geweldige tijd die ik in Peru heb gehad.

Het is nog 2 kilometer tot de grens. Daar aangekomen moet ik eerst een stempeltje halen. Dan moet ik na het emigratiebureau van Peru. Die zet een grote stempel in mijn paspoort. En daarmee ben ik volgens deze man: Finito!!

Ik fiets door richting de Boliviaanse grens en maak daar de onvermijdelijke grensfoto's. Het is druk bij de grens. Veel mensen vinden het stoer, zo'n man op een fiets, en ze willen allemaal met me op de foto. Ik neem de tijd. Het weer is prachtig en als ik die mensen er een plezier mee kan doen. Why not.

Dan kom ik bij de Boliviaanse grens. Waar een groot, dus niet te missen, portret van meneertje de President Evo Morales aan de muur prijkt. Hij is sinds 2005 aan de macht en is de eerste gekozen leider van het land. Ik moet een papiertje invullen. Krijg een emigratieformulier. En een stempel in mijn paspoort. En ik mag Bolivia in.

Er is een (1) klein dingetje. Het visum is geldig voor 30 dagen. Maar ik blijf er nog 40. De man zegt dat ik in La Paz of een andere grote stad een extensie moet aanvragen. Dat is niet fijn. Dat geeft altijd gedoe. Omweg. Wachttijd. Zet een streep door mijn reisschema. Ik vraag hem nogmaals of hij niet gewoon .....

Wacht, ik moet hem motiveren. De man ziet er corrupt genoeg uit om wat geld toe te schuiven (je moet er wel voorzichtig mee zijn, kan nl ook flink averechts werken of links dat weet ik niet precies). Ik schuif hem wat Bolivianoos toe. En hup daar staan ze: 2 stempeltjes van ieder 30 dagen. Dus theoretisch zou ik nog 60 dagen kunnen blijven. Ik ben blij dat mijn corruptieantenne vandaag goed werkte.......

Ik ga op weg naar Copacabana. En klein en vriendelijk stadje gelegen aan het inmiddels onvermijdelijke Titicacameer. Het Titicacameer wordt denkbeeldig doorsneden. 'Niet echt natuurlijk. Nee, hoe zou je dat moeten doorsnijden'? 'Denk toch 's na'. Zulke lange messen heb je niet eens. Denkbeeldig dus. Het is voor de helft van Peru. En de andere helft is van Bolivia. En is ben dus nu aan de Boliviaanse zijde van het meer.

De weg naar Cocacabana stijgt flink. De zon schijnt geweldig. Het is bijna dertig graden. Het wegdek is meteen een stuk minder van kwaliteit dan in Peru. Het lijkt hier allemaal wat armoediger. Droger, schraler. Anders. Prettig anders.

Ik haal 't en ga mijn eerste nacht in Bolivia doorbrengen in dit stadje.

Morgen en overmorgen ga ik Isla del Sol (het eiland van de Zon) bezoeken. Een Boliviaans eiland in het meer. Daar kan je op eigen gelegenheid (met een boot) naar toe. En een hele leuke trekking maken. Ik ga er m'n tijd voor nemen. En blijf er overnachten.

Adios.

PLAKVLOER

Het is 16.30 uur. En ik ben in Juli. Nee. Het is Januari. Dat weet ik ook wel. Is net begonnen. Zou raar zijn als ik dat nu al vergeten zou zijn. Maar ik ben zojuist het stadje Juli binnengefietst.

Vanochtend ben ik uit Puno vertrokken. Na een stevig ontbijtje bestaande uit 2 broodjes met ei. Twee bakken anijsthee. En uno banaan. Huppekee. Allemaal naar binnengewerkt die meuk. Was ook wel nodig want er stonden vandaag maar liefst 90 kilometertjes op het program.

Ik reed een rommelig Puno uit. Er werd veel gewerkt aan de wegen. Ik volgde het Titicacameer. Dat lag een beetje links van me te liggen.

De route was aanvankelijk druk. Veel uitlaatgassen ook. Maar gaandeweg werd de weg rustiger. En waren de uitzichten van het niveau: goed gelukt.

Halverwege de dag kwam ik in Llaye aan. Hier bestelde ik in een (1) van de vele plaatselijke lokaaltjes het HOY-menu (menu van de dag). Dat bestond vandaag uit soep en witte rijst met vis. De vis komt uit het naastgelegen meer en smaakt verrukkelijk. Ik eet 't in een (1) van de vele eetlokaaltje in dit dorp. De werkmannen, en dat zijn er veel, eten hier hun middageten. Ze willen allemaal weten waar ik vandaan kom. En waar ik naar toe ga. En zo ontstaat er een levendige conversatie. Met veel gelach. En vast ook veel misverstanden.

Meestal is een pauze geen echte pauze. Er zijn altijd wel mensen die een gesprek aanknopen. En omdat mijn Spaans verre van toereikend is, wordt zo'n pauze vaak een inspannende bezigheid.

Daarna stijg ik op en kom laat in de middag aan in Juli. Zwaar versleten. Want de etappe ging bij vlagen flink op en neer. Vijf kilometer voor Juli gaat het recht naar boven. Kan zo de hemel binnenfietsen. Maar ik knijp net op tijd in de remmen. En kom tot stilstand voor Hostal 'LOS ANGLES'.

Ik ben zo moe dat ik het checken van de kamer, het toilet en de douche, iets te vluchtig doe. En dat was deze keer niet buitengewoon slim.

Want nu ik wil gaan douchen blijkt er helemaal geen water te zijn. Potdikkie. Maar er wordt mij verzekerd door de uitbater dat het nog wel gaat komen. Na een uurtje of wat is dat water er opeens wel. En ik verhuis mijn 'verse' kleren naar de doucheruimte. Eerst nog even snel naar het toilet...........en dan huppakee.....daar lig ik. Uitgegleden. Met mijn hele grote lijf ben ik pardoes over het toilet gevallen. En dat is niet zonder gevolgen. De hele toiletpot knalt van z'n plaats. En de toevoerleiding knapt precies boven de tegeltjesvloer af. Ik heb mijn eigenste fonteindouche gecreëerd.

Potdomme. De hele ruimte loopt in mum van tijd onder water. En het heeft de bovenzijde van de drempel al bereikt. Snel roep ik de eigenaar die de hoofdkraan dicht draait (en die tot diep in de nacht heeft doorgewerkt om het euvel te verhelpen).

Zelf kom ik er met wat gevoelige plekken ( die morgen wel blauw zullen zijn) vanaf.

Ik keer terug naar m'n kamer. Een vieze kamer. Met een plakvloer. Zo 'n goed doorleefde vloer. Of hij is nooit schoongemaakt. Dat zou ook kunnen.

Ik heb er zo'n hekel an. Vieze wanden kun je ontwijken. En vies plafond kun je negeren. Een vies bed (tip van Walter) kun je afdekken met je travelsheet en dan lekker slapen in je slaapzak. Maar een vieze vloer?! Wah........

Ik ga de slaap proberen te vatten. Dromen van kauwgum, lijm en snot. Lekker plakkerig.

Adios.

OVERGETOERIST

Vandaag is het op de kop af dat mijn moerder precies 90 kaarstjes had moeten uitblazen. In een (1) keer. Geen excuses. Geen alibi van ik ben oud. En behoeftig. Hup uitblazen die dingen. In een (1) keer.

Maar ik denk dat ze dat echt niet zag zitten. Dat ze 90 kaarsjes toch wat teveel van het goede vond. Dat ze er wat tegenop zag. En mede daarom heeft ze het tien jaar geleden maar bij tachtig gelaten. Tien jaar geleden overleden alweer! Tjonge. De tijd lijkt soms zo door je vingers te glippen. Ik moet sowieso elk jaarop 3 januari aan haar denken.

Ik ben vanochtend vroeg (heeeeeel vroeg) met een local bus naar Puno gehobbeld. De rit was prachtig. De zon kwam net op en we hupsten en bupsten langs het Titicacameer. Geweldig. Rond 6.30 uur stond ik weer in Puno. Alwaar een stomverbaasde hotelbaas mij aan zijn deur trof. Ik probeerde het uit te leggen. Ik stamelde iets van vrouwen en drank. En iets van een vrij dodelijke combi. Maar, hij snapt het geloof ik nog steeds niet helemaal.......

Ik wil revanche voor de dag van gisteren. Ik knap me wat op en boek meteen een tochtje naar de drijvende rieteilanden. En reeds om 8.30 uur sta ik op een (1) van die eilanden.

De drijvende rieteilanden staan hoog op het lijstje van bijna iedere toerist. Op zichzelf wel te begrijpen. De constructie van zo'n eiland is een mirakel. Er zijn stokken in de ondiepe waterbodem gestoken. Daartussen is een laag veen opgebracht. En daarop zijn kruislings rietstengels gelegd. En zo is er een dikke laag ontstaan die het mogelijk maakte om daar huisjes en dorpjes te stichten. Tot zover niets aan de hand. Kat in bakkie. Kind kan de was doen. What 's the problem then?

Nou, deze drijvende eilanden worden zo bezienswaardig dat de toeloop van belangstellenden (ook wel toeristen genoemd) zo massaal is dat ik de schoonheid en de authenticiteit ervan nog maar moeilijk kan ontdekken.

Ik vind het eigenlijk een (1) groot toneelstuk. Die drijvende eilanden. Er zullen vroeger best mensen geleefd hebben. Maar ik krijg nu sterk het gevoel dat de mensen die er nu zgn wonen, s' ochtend vroeg worden ingevlogen, een incapakje aangemeten krijgen (hopelijk wel op maat!) en dan vervolgens de opdracht krijgen om zoveel mogelijk Solles uit de zakken van die domme toeristen te trekken.

En eigenlijk had ik dat bij de dag van gisteren ook. Je moet nl wel heel precies, door die toeristenbezienswaardigdemeuklaag heen kijken om nog iets van de oude gebruiken en tradities terug te vinden. Misschien zijn mijn ogen ook wel te veel verwend. En hebben ze al teveel gezien om hier nog van te kunnen genieten. Wellicht ben ik ook wel gewoon wat te zwaar op de hand voor toeristentoneelstukjes.

Ik merk dat de toeristenplekken en die topbezienswaardigheden me steeds minder voldoening geven. Ik wil eigenlijk geen kaartje kopen. In de rij gaan staan. Achter een man of vrouw met een vlaggetje aanlopen. En ergens op tijd moeten zijn. En dan weer door.

Ik merk dat ik meer voldoening haal uit de verschillende landschapstypen die ik doorkruis. En de persoonlijke gesprekken. Bv. met de man de biezen uit het Titicacameer snijd. En die ze vervolgens met ezeltjes naar het land brengt. Of de man die tussen de aardappel rijen het onkruid staat weg te hakken. Of de vrouw die op een bus staat te wachten met haar kleinkind en mij vertelt waar ze die dag naar toen gaan. En ook waarom. En de bananenverkoopster die mij verteld dat de zaken vandaag naar wens gaan.

Daar heb ik geen kaartje voor nodig. En ik hoef er ook niet op tijd te zijn. Of verplicht ergens aan mee te doen. En misschien nog wel belangrijker: dat is echt!!

Ik kan nog een middagje doorbrengen in Puno. En dat doe ik o.a. door een bezoek te brengen aan een arts. Ik heb mij namelijk twee weken geleden lelijk laten verbranden. Door de zon. Het was op die dag dat ik erg zal te klooien met het afstellen van mijn zadel. En dat nam me zo in beslag dat ik vergat dat het 35 graden was. En dat die koperen ploert onbarmhartig op mijn bolletje scheen. En dat het daarom misschien wel verstandig was om wat zonnebrandcrème op gevoelige lichaamsdelen te smeren. En dus ook om mijn lippen te verzorgen met UV-balsem.

Welnu. ik heb mijn onderlip lelijk verbrand. En kan al twee weken moeilijk eten en drinken. En soms is de pijn niet te harden.

De arts bekijkt het slagveld. Trekt de conclusie van verbranding, uitdroging en het binnendringen van vuil. Met als gevolg een ontsteking. Ze geeft me een antibioticazalfje en cacaoboter voor de nacht. En daarmee zou het snel beter moeten gaan.

Daarna slenter nog wat over wat marktjes. Schiet wat plaatjes. En ben blij dat ik morgen mijn stalen ros weer mag bestijgen. Op naar nieuwe non-toeristische avonturen.

Vlak voor het slapen gaan blaas ik denkbeeldig negentig kaarsje in een (1) keer uit. Dan hoeft mijn moeder dat niet te doen. Kan ze mooi blijven liggen. Ze zou er vast tegenop hebben gezien.

Adios!

AUW

U gelooft het vast niet. En toch is het zo.

Ik sta momenteel in een authentiek (met toch wel met de nodigenadruk op 'AU' van authentiek.....wanttzitnogalkrapintkruus) Incakostuum..........ja hoe schrijf ik dit zonder mezelf helemaal belachelijk te maken.......eh.....een soort van ........danspasjes te maken. Ja. Wel in een groep he! Dus dat je niet denkt dat ik helemaal alleen voor *** sta.

Schijnt allemaal vrij authentiek te zijn. Dat dansje. Alleen dan niet helemaal hoe ik het sta te doen. Echt! Ik kan er helemaal niks van. Stijve hark als ik ben.
(ik had jullie ZO graag hiervan wat foto's of een filmpje laten zien, maar ongelofelijk maar waar, mijn doorgaans toch zo betrouwbare toestelletje liet het net nu precies afweten. Iets met een lekke lens, een beslagen batterij.....mijn oprechte excuses).

Er zijn overigens ook andere mensen bij die wel foto's van mij wilden maken. Maar die onverlaten heb ik gedreigd dat als ze foto's van mij maken om dan hunnie camera's in het Titicacameer te flikkeren (en u weet inmiddels hoe diep dat is, zoniet dan efffe doorstuderen). Waarop die mensen zeiden dat het wel heeeeele dure camera's zijn. Waarop ik dat weer reageeerde dat ik nooit heb geweten dat je zulke dure wegwerpcamera's hebt. Zo, dat zal ze leren!

Onze grote ziener, zanger, volksmenner (hij wordt vast nog 's de grootste Nederlander ooit) wie kent 'm niet? Wie heeft z'n cd's niet in het mp3-meubel staan: onze eigenste Fransje Bauer (wie gooit er 's een bom op deze sympathieke...........Ik bedoel als Hirosjima ooit een goede reden was om een bommetje of wat op te ..........dan lijkt mij Fra…………... maar goed dit terzijde.

Onze vrolijke Frans zong ooit: 'Het is ook altijd wat, dan weer dit en dan weer dat'. Briljant!!! Hoe bedenkt iemand 't. Wat een tekst. En het rijmt nog ook. En!!! Het is een waarheid als een koe. Zeker voor mij. Op deze dag.

Het wordt nogal een lang verhaal. Zeg niet dat ik u vooraf niet gewaarschuwd heb..... (geen gemiep halverwege van: nou tis wel een lang verhaal!!). Even de tandjes op elkaar. Even doorzetten zei mijn moeder altijd.

Gisteren stond een bezoek aan een (1) van de eilanden gelegen in het Titicacameer: het Taquila-island. Ik had de dag tevoren keurig een kaartje gekocht. 'Stukje voorbereiding mensse'. En was vanzelfsprekend keurig op tijd om op de boot te stappen. Althans, keurig op MIJN tijd. Mijn klokje had zich nl een uur vergist. Laten we het daar op houden. De boot was already gone. Wel getreurd natuurlijk. Maar een uurtje later ging er gelukkig nog een andere boot. En ik kon als verstekeling mee. Met een groepje jongelui. En het werd nog gezellig ook!

Het eiland was op zichzelf de reis van drie uur wel waard (maar morgen meer daarover).

Om 14.00 uur stond de terugreis naar Puno gepland. Omdat ik nog wat leuke plaatjes wilde schieten, was ik de groep ietwat uit het oog verloren. En zij mij. Maar geen probleem. Ik wist waar de boot lag aangemeerd. En een beetje projectleider zorgt dat ie om 14.00 uur knifesharp in het haventje staat. En dat stond ik ook.

Maar heel misschien voelt u 'm al een ietsepietsje aankomen.

Het werd 14.15 uur. Het werd 14.30 uur (inmiddels vertrokken er allerlei andere boten). Het werd 14.45 uur. En mijn groep was nog niet in zicht. En toen begon ik toch wat nattigheid te voelen. En deed maar iets van navraag. Jah!! lieve lezer. Er bleek op het eiland NOG een haven te zijn. Laten we die gemakshalve haventje nummer 2 noemen. En mijn boot had ons in haven 1 afgezet. En was naar haventje noemero 2 gevaren. Om ons daar op te pikken. En dat zal mij ongetwijfeld in vloeiend Spaans te verstaan zijn gegeven. Maar dat is ook in behoorlijk vloeiend Spaans aan mij voorbij gegaan.

Kortom: daar stond Gerritje. Bij haventje nummertje OENO (met de nadruk op .....afin.....u hebt 'm al.....). Alle boten weg. In z'n eentje. Op het eiland. Ik voelde met net Robinson Crusoe. Of hoe heette die knakker en z'n kannibaal ook al weer. Of was het Roodkapje en de negen dwergen met de gelaarsde muiltjes die uit een waterkraan....... Ik kweet het niet meer precies.

Hoe dan ook. Fijn was anders. Nu bleek er in haven 2 nog een (1) boot te liggen. En die zou volgens zeggen nog moeten vertrekken. En ik vond echt alles goed, als het maar niet de Titanic was. Dat gedonder met dat zinken. Daar had ik ff geen zin in. Met dat amateurorkestje. Dat dan een beetje nummers van Frans Bauer staat te spelen. Tijdens het afzinken. Je zal potdomme de laatste zijn die het schip verlaat. Heb je het hele oeuvre van onze sympathieke volksheld moeten aanhoren of ondergaan (om in de sfeer te blijven). 'Ik zou springen'. Echt waar. Tis drommels nog an toe ook geen wonder dat die boot dacht: 'naar de kelder met die meuk'.

Maar goed dit allemaal terzijde. Terug naar de rode draad in dit overigens waargebeurde verhaal. Dat u niet denk van eh.......

Na een uurtje kwamen drie lieftallige damens (2 Australische, 1 Zuid Koreaanse) en hun gids aan gekuierd. Mijn verhaal gedaan. Ik mocht mee. Superlief! Er was alleen 1 dingetje. De boot ging niet waar ik naar toe moest. Dit kleine groepje was bezig met een tour. Een programma. En vanavond stond een housestay op het programma. ik wist het ook niet. Maar een housestay bleek een verblijf bij locals te zijn. Op het vasteland.

Het was mijn enige mogelijkheid om van het eiland af te komen. Dus ja, ik wil zo'n housestay wel 's meemaken. Graag zelfs!! Tuurlijk!!!

Welnu. Lieve lezer. Hier sta ik dus nu. Mijn danspasjes te maken. Ja, we werden zojuist door het hele dorp opgewacht toen we aanmeerden. Die mensen droegen dus die authentieke Incakledij. Met muziek en trommels werden we de heuvel op, door de akkers, naar een veldje, gedirigeerd. En Ja. Toen werden wij (en ik dus ook) in die authentieke Incakledij gehesen. Tja. Daar sta ik dan nu!! Voor LUL!!!!!!!!!

Maar goed. Een beetje afzien hoort er bij. En daarbij. Ik heb een dak boven mijn hoofd. Een bed. Ik ga straks lekker eten bij de mensen thuus (hopelijk heb'n ze UNOX worst, dan krei tog een bietie da tuusgeveul). En morgenochtend om 4.50 uur (ja, u leest het goed), hobbel ik met de eerste lokale bus naar Puno.

Puno. Daar waar het avontuur vanochtend allemaal begonnen is.

Maar eerst moet ik me even wat danspasjes eigen maken.....en ondertussen die verduivelde Incabroek uit m'n kruis proberen te purken........

AdiAUWs!!!!!