DOOD

Mijn oude buurman Teunis, die inmiddels dood en begraven is, en ik woonden vijf jaren tegenover elkaar. In Heerde. Noord Veluwe. Nogal landelijk. En Teunis stak steevast elke dag even de Zwolse Weg over om ons een bezoek te brengen. Kort. Nooit vervelend. We verstonden elkaar. Goede buren.
Teunis had er een enorme hekel aan als de mais weer opkwam in de percelen rondom zijn en ons huis. En op een dag vroeg ik hem waarom hij dat toch zo vervelend vond. Hij zei: 'als de mais hoog staat, dan kan ik de vijand niet meer zien aankomen'.

Soms heeft een mens iets in zijn hoofd. En ik had dat gisteren. Ik wilde de jaarwisseling meemaken op Puno. Waarom? Niemand die het weet. Niemand die het wil weten. Niemand die het ooit zal weten. En ik nog het minst. 'Maatzatnoeeenmaalinmienheufd & danmutbeurenok'. Dus vertrok ik
s' ochtends vroeg uit het bergdorpje Lampa. De weg was prettig. Vlak. De uitzichten fijn. En het zonnetje had het er ook zin in.Langzaam aan ontstond bij mij de gedachte dat ik maar ontslag moest gaan nemen en van dat fietsen m'n werk zou moeten gaan maken.
Rond het middaguur kwam in Juliaca aan. Een grote stad. Veel piepeltjes dus. En dus ook veel stof, verkeer en gedoe. Ik heb ergens een Sopa naar binnen gelepeld. En toen verder. Dat was gemakkelijker gedacht dan gedaan. Het was wel een heeeeeele drukke stad en daar doorheen komen was nog een hele toer.
Maar goed. U kent mij inmiddels. Ik laat me niet zomaar kisten. Ben je mal. En met een kwartiertje of drie had ik me door het verkeersinfarct geworsteld. En zette ik koers naar Puno.
Na ongeveer 5 kilometer brak er een enorme stortregen naar beneden. Dat is overigens wat regen wel vaker doet. Naar beneden vallen. Maar dit geheel terzijde. Maar dan ook echt terzijde want ik had andere zorgen. Het begon nl ook nog 's te onweren. Gevaarlijk dichtbij!. En voor mensen die mij een beetje kennen. De top drie waar-is-Gerrit-het-meest-bang-voor-nou-hier-komt-tie: Op 1. muizen. Op 2.: vrouwen (maar daar werk ik echt hard aan) en op 3. u raad het al: ONWEERRRRRRR!!
En dit was geen gewoon onweer. Dit was van dat onweer dat gepaard ging met van die geweldige lichtflitsen met daarop meteen gevolgd door een donderklap die de aarde deed beven. Elke drie minuten ongeveer. En daar bovenop ook nog 's hagelstenen er grootte van knikkers. Ik fietste nog een kilometer of wat door. Maar dit was gekkenwerk. Ik heb een paar mensen beloofd goed op mezelf te passen. En mede daarom heb ik het wijze besluit genomen om terug te keren naar Juliaca. De Oud en nieuw viering dus niet in Puno. Maar wat zou dat ook. In Juliaca kunnen ze er vast ook wat van.
Omdat het 31 december trakteer ik mezelf op het beste hotel wat er in town Julicaca te vinden is: het Royal Inn Hotel. Het heeft een sterretje of vijf. Met van die loopjongens die met je tassen sjouwen. Drie handdoeken. Zeep. Smetteloos witte lakens. Kabel-TV (das TV met een kabel, anders doet ie het natuurlijk ook niet, zou wat zijn als een hotel zich zou aanprijzen met eh... we hebben wel TV maar zonder kabel, dastogweinig aanbevelenswaardig nietdan), en, want het belangrijkste moet nog komen: EEN DOUCHE WAAR ECHT WATER UITKOMT EN NOG WARM OOK. Voor mij mag de aarde vergaan. De heer zij geprezen!! Halleluja. Emmmmen.
Peruvianen vieren de jaarwisseling zeer! Althans de mensen in de stad die het kunnen betalen. Er wordt druk ingeslagen. Vuurwerk. Champagne. Versieringen. Heel veel taarten. Om 24.00 uur barstte in de stad een enorm geweld aan vuurwerk los. Omdat de gebouwen hoog zijn kon je weinig kleur zien. En bleef het veel en luid bij knallen. Rond een uur of 1.00 uur werd het rustiger.
Vanochtend heb ik afgescheid genomen van alle luxe en koers gezet naar Puno. Helemaal zonder slag of 'dood' ging dat niet.

Omdat het Ano Nuevo (Nieuwjaarsdag) is, is de weg naar Puno rustiger dan normaal (ik fietste gisteren immers al een stukje, toen was het een totaal gekkenhuis). Maar daar trekt de stank vanuit de bermen zich niets van aan. Overal ligt vuil. Om de zoveel honderden meters liggen dode honden te vergaan. En halverwege het traject lag een dode man. 'Gerrit, U zegt?!'. Ja, lieve mensen. Een dode man.
Ik fietste rond 9.30 uur en keek in de berm. Want ja, je moet toch ergens kijken. En daar zag ik een man. Liggen. Ik fietste door maar had er geen prettig gevoel bij. 'Die man lag daar zo raar'. Ik ben nog wel een kilometer doorgerold. En toen heb ik het stuur omgegooid. Ik moest het zeker weten. En echt: hij was harstikke overleden. En zo te zien niet helemaal uit vrije wil. Nu hebben mijn oogjes toch al heel wat gezien tijdens het reizen. Maar dit?!
Nou ja, wat te doen? Er was geen politie of zo in de nabijheid. En inmiddels is het verkeer wel redelijk op gang gekomen. Echter, iedereen kart gewoon door (de man ligt duidelijk zichtbaar voor iedereen, hij is niet te missen). Ik kar uiteindelijk ook maar door. En hoop maar dat deze man toch op een fatsoenlijke wijze wordt 'afgevoerd'. Wat een gekke Wereld!
Het stadje Puno heeft vast heel goed naar mijn oude overleden buurman Teunis geluisterd. Het ligt namelijk op 3826 meter hoogte. Kan het fijn de vijand zien aankomen. Fijn voor Puno. En zijn inwoners. Minder fijn voor deze Hollandsche fietser. Vijftien kilometer voor Puno begon de weg nl serieus te klimmen. En daar moest ik met mijn fietsje nog wel even naar toe slingeren. 'I hate it'. De haven (letterlijk en figuurlijk) bijna in 't zicht. En dan dient zo'n klote pas zich aan.......
Maar goed u had al begrepen: het is gelukt. Ik ben Puno halverwege de middag binnengerold.

Puno ligt aan het Titicacameer. 'Wat kan mij dat nou schelen man, zoek het ff lekker uit met je Titatovenaarmeer'!'. Nou nou….. FF rustig. Wat een agressie! Potdomme. Toch teveel gedronken gisteravond? Of vallen de oliebollen verkeerd? (Moet je ook maar eerst het AD lezen, is een tip doe er volgend jaar je voordeel mee....).Het nieuwe jaar is net een dag onderweg.. Nu al alle goede voornemens overboord gegooid? FF kalmpjes aan hoor.
Het Titicacameer is niet zo maar een meer. (en nu wel ff opletten want je wordt later in de week overhoord, ja als jullie lullig beginnen te doen.....opletten dus!! Want je mag het examen maar een keer maken. En anders ben je je studiebeurs en OV kwijt).
Het meer is 8560 vierkante kilometer groot. Met een lengte van 165 km en een breedte van 60 km. En het ligt op bijna 4000 meter hoogte. Zo! Daar kan het Tjeukemeer nog een puntje aan zuigen. Of het Veluwemeer. Of elk ander meer dat kleiner is. Mocht je een ander meer kiezen dat groter is. In dat geval .... dan kan het Titicacameer daar weer een puntje aan zuigen. Maar ik zou gewoon een meer kiezen dat kleiner is, dan ist maar duidelijk wie er moet zuigen. Anders zou je alleen maar gedoe krijgen. En misverstanden. Niet doen. Maar je moet het zelf weten.
Eerlijk gezegd ben ik niet helemaal zeker van de getalletjes. Ik ga op het informatiebord af. Normaal gesproken zou ik het even voor jullie hebben nagemeten. Serieus. Had ik best willen doen. Ik ben de beroerdste niet. Maar dan ook alleen voor jullie. Had ik graag gedaan. Maar mijn meetlintje (ik heb er een op zo'n rolletje) was aan de ietwat kleine kant. En daarbij, ik heb natuurlijk ook nog wel andere dingetjes te doen deze dagen. Ik weet 't. Tis een flauwe smoes. Maar wel waar!
'Wat heb je dan te doen'?
Nou, Bijvoorbeeld morgen twee van de drie eilanden bezoeken die in het titicacameer liggen. Ze liggen op respectievelijk een half uur en drie uur vanaf Puno gerekend. Ik heb net mijn bootkaartje gekocht. Ik ga een beetje toeristje spelen. Maar voor een (1) dag he?!
Niet langer.
Adios!
(O ja, de examenvragen worden je in de loop van de week toegestuurd, dus je hebt nog ff de tijd om te blokken.......)
PATATKIP
Als kind was ik gek op rolletjes drop van een merk dat ik inmiddels vergeten ben.
Naast dat lekkere kleverige zwarte goedje hield ik ook erg vanpatat. En ikhield van kip. En samen was het 't allerlekkerst. En met appelmoes was helemaal geweldig.
Vanochtend ben ik vertrokken. Deeindbestemming wasnog ongewis. Ik kon naar Juliaca. Een grote stad. Met een fijn hotel. Dat was de meest voor de hand liggende route. Maar mijn reisgids adviseerde anders. 'Go off the beaten track', adviseerde mijn blauwe reisbijbel en sla na 20 kilometer rechtsaf. Richting Lampa. Ook wel the Pink City genoemd.

Ik weet het nog niet bij de eerste rondmalende bewegingen. Lampa betekend een flinke en enigszins ongewisse omweg en dat maakt me wat onzeker.
Net als gisteren is hetzonnig. Toen heb ik wel een enorme stomme fout gemaakt. Ik had me namelijk niet ingesmeerd. En kwam zo rood als een biet aan in het dorpje. Knetterverbrand. Handen. lippen, neus, nek, armen. De hele meuk. Ik lijk nu wel een heel slecht gelukte kruising tussen Bassie en Kabouter Plop. Dus dat ze mij als voorplaat van een kalender zouden willengebruiken, wat me alzeer onwaarschijnlijk leek, dan lijkt diekans me nu vrijwel uitgesloten.

Afin. Het twintig kilometerpunt nadert. En ik zie dat er aan de bergweg naar Lampa gewerkt wordt. Iets met egaliseren. iets met asfalt. En dat maakt me nog wat meer onzeker als ik als was. Want op de vraag of ik Lampa ooit zal kunnen halen bereiken mij sterk wisselende antwoorden.De ene wegwerker zegt dat de weg ondanks de werkzaamheden prima te doen is. Een ander raad het ten stelligste af.Helemaal duidelijk krijg ik het dus niet.
Mijn besluit staat vast. Ik ga. Er is nl altijd een weg terug.

De weg is fijn. Rustig. En klimt aanvankelijk licht. En later ook best wel serieus. Zo serieus dat ik er soms toch echt even van af moet. En dat levert mooie plaatjes op. Peru op z'n mooist. De weg wordt gaandeweg steiler en slechter. Fijne combi!! Ik kom nog maar langzaam vooruit. Op kilometerpunt 9 gebeurd iets wat me nog nooit is overkomen: een spaak knalt uit mijn achterwiel. Precies op het moment dat er iets van een beginnetje van regen is. En onweer. Daar sta ik dan; in the middle of niks. Te staan. Ik fiets nog ff door maar weet dat dat link is. Op deze manier kun je een slag in de wiel oplopen.
Ik tuig mijn fiets af. Zet 'm op de kop. Demonteer de spaak. En plaats een nieuwe. In de regen. Onder de dreiging van onweer. Het klusje neemt een half uurtje in beslag. Het wiel loopt daarna een beetje aan en moet 'gericht' worden. Maar dat kan later. Ik kan verder.

Het blijkt dat ik me bijna onder de top bevond. Want even verder fietsend glijd ik over de top naar beneden. Behoedzaam. Want de weg is echt slecht. En ik wil niet nog een spaak moeten vervangen.
Rond een uurtje of twee verblijd ik het bergdorpje met mijn aanwezigheid. Veel toeristen komen hier niet. Ik meet dat af aan de verbaasde blikken die ik toegeworpen krijg.
Een slaapplek vinden is niet gemakkelijk. Mijn reisgids vertelde dat al. Het dorpje is in geen enkel opzicht ingesteld op toeristen. Naar een uurtje zoeken lukt het dan toch.

Eenmaal geïnstalleerd bezoek ik de plaatselijke kerk. Plaatselijk leek me wel handig want om nu weer op de fiets te stappen en weer helemaal een andere kerk te koersen……plaatselijk dus. En daarna hobbel ik met een taxibrommer naar een grot. Valt al met al wat tegen. Maar de rit er naar toe was de moeite waard. En de uitzichten ook.
Morgen naar Puno. Een tocht van bijna 80 kilometer. Puno ligt bij het Titicacameer. Daar ga ik een paar dagen vertoeven.

Voor nu: op zoek naar iets anders dan kip met patat. Als kind was ik er gek op. En de Peruvianen ook. Maar zij dus ook als volwassenen. In elk restaurant staat het op de kaart. In een groot aantal restaurants is het het enge dat op de kaart staat.
Wat je krijgt is steevast een klein bord en een enorme bult patat. En daarboven op een kwart of halve kip. Mayo of sausje moet je er maar bij bedenken. Lekker voor een keer. Voor twee keer. Misschien drie. Maar gaandeweg ga je dat goedje toch wat tegeneten. En probeer je het te vermijden.
Mijn alternatieve patatkip-zoektocht gaat nu beginnen.
Adios.
MARIANNE
Geachte mevrouw Tiemme (of zullen we meteen maar jij'en en jouw'en). Ok, doen we dat!
Beste Jij (nee da's flauw), beste Marianne,
Omdat je niet tot mijn trouwe volgers behoort. Een ultra kortre inleiding. Mijn naam is Gerrit Pleijter. En ik reis momenteel op mijn fiets door Peru,
Gisteren kwam ik rond een uur of drie het dorpje Pucara binnengerold. Een plaatsje niet ver van het Titicacameer. Op zichzelf geen bijzonder plaatsje, Of het moet zijn dat er regelmatig toeristenbussen stoppen. Voor het kopen van souvenirs. Wat te eten. Of een sanitaire stop. Zeg maar gewoon pissen en poepen. Kan jij vast wel tegen. Dergelijk dierlijk taalgebruik.

Voor mij was dat wel even leuk die toeristen. Kon ik weer 's ff Engels spreken. En de nodige (fiets)complimentjes in ontvangst nemen.
Wat ook een compliment leek te zijn was dat ik binnengehaald werd door de plaatselijke fanfare. En een hele stoet mensen volgden hen. Wat een feest!
Ik dacht dat het met het ophanden zijnde jaarwisseling van doen had. En liet ze mooi begaan.
Toch bleef de feestvreugde aanhouden. En er klonk ook vuurwerk.
En daarom ging ik na een douche (het werd tijd na 4 dagen doucheloos door het leven gegaan te zijn, daar ben jij toch ook niet van?) op het geluid af. En dat bracht mij bij een soort stadion of arena. Ik wist het niet precies. Kon ook niet naar binnen kijken. Want er stond een flinke muur omheen. Welnu. Een kaartje koste 3 SOL (omgerekend 0,80 eurocent). Dus die was snel betaald.
Binnengekomen zag ik dat het stampendvol was. Mensen zaten hutje mutje. En ook op de daken van huizen werd in de arena gekeken.
Het duurde even voordat ik het me helemaal realiseerde,echter opeens had ik het door: Een arena! Stierenvechten!! Daar was ik beland.


Tja. Het duurde even voordat de eerste stier het strijdperk betrad. Er werd wat gedold met de stier. En daar ben ik ook niet van. Maar iets van bloed kwam er niet aan te pas.
Dat werd ietsjepietsje anders bij de volgende stier. Ik zal een lang en onsmakelijk verhaal flink inkorten. De stier werd gedurende een kwartier flink gedold. Daarna stak een man 2 speren in het beest. Daarop werd het dier helemaal gek. Het dier werd weer gedold. En uiteindelijk na een lijdensweg van circa drie kwartier zakte het beest door de hoeven. En werd het de keel doorgesneden en onder luid applaus afgevoerd. Een en ander gedegeslagen door 1500 wild enthousiaste Peruvianen.


En nu zit ik er een beetje mee. Ik weet namelijk dat u en uw partij: Partij voor de Dieren dit wil verbieden. En laat ik de kou even uit de lucht halen: voor mij hoeft het ook niet. Met mijn Westerse blik er naar kijkend is het wreed, dieronterend en smakeloos.
Maar ja. Dat is mijn Westerse blik. En daar hebben de mensen hier geen boodschap aan. Dat stierenvechten zit in hun genen. Is cultureel bepaald. Is een vorm van vermaak voor hen. Het is ook een heel spectakel. Met dorpoudsten die een bepaalde rol hebben. Rituelen. Tradtie's. Bier, Veel bier. Hapjes buiten en rond de Arena. En veel muziek. Het hele gezin is aanwezig. Jong en oud. Een familiegebeuren.

Beste Marianne, ik zit er een beetje mee. Met zo'n verbod. En het opleggen ervan. Ik bedoel. Het is toch hun cultuur. Hoe wreed wij dat ook vinden. Hoe vreselijk wij dat ook vinden. Dieren doden. Ogenschijnlijk voor niemendal.
Je zegt. 'Alles wat ooit cultureel bepaald is hoeft toch niet per definitie goed te zijn'. Jaha!! Heb jij een punt.
Daar hebben wij natuurlijk zelf in ons kikkerlandje de beste voorbeelden van rondlopen.
Ik noem een Nick. Ik noem een Simon. Of Jan Smit, of nog ergerdede zus van Jan Smit.Enwat te denken vanWolter Kroes, de randdebiel. Marianne Weber (kandieniedood?) ofVader Abraham. En zo kan ik nog wel een rijtje randebielen oplepelen.
En neemons Sinterklaasfeest. Dat is dan onze cultuur. Die tolereren wij toch ook. Of nog sterker: dat koesteren we. Dat laten we toch ook niet zomaar van ons afpakken.Dan staan wij toch ook op onze achterste benen. Op e barricaden.En wat dacht je van de rietmandenvlechters. Boerenkapellen. Of nog erger: klompendansers. 'Die roeien wij toch ook niet uit', terwijl we daar toch hele goede redenen voor zouden kunnenbedenken.Op dat tuig gooien wij toch ook geen clusterbommen. Da's nl onze cultuur. Zit in onze genen. Ik zeg DNA. Ik zeg Chromosomen. Ik zeg: genetisch bepaald. Tuurlijk weet ik wel dat de voorbeelden die ik aandraag geen dieren betreffen. Maar het gaat mij om het principe. Begrijp je.
Kortom, ik denk dat het tijd wordt voor een persoonlijk gesprek. Kunnen we fijn alle standpunten 's ff delen onder het sluperende genot van een fijn glaasje wortelbietensap. En gezellig een vegaburger knagen. Zelf geef ik de voorkeur aan de vegaballetjes. Heb je toch net ff meer die vleesbite. Dus als het jou niet uitmaakt..... Kijk maar even. Reserveer jij een tafeltje?
Tenslotte: ik ben (ook) voor de afschaffing van de bio-industrie.
Een lieve dierlijke groet,
Gerrit Pleijter
je kunt me desgewenst mailen op: [email protected]
EAGLES
Dat was nog helemaal geen zekerheidje dat ik vandaag mijn stalen ros zou kunnen beklimmen.
Gisteren heb ik een noodgedwongen een rustdag ingelast. Niet erg. Want het stadje was leuk en levendig. Veel te zien. Veel te beleven. Maar ik begon me gedurende de dag niet beter te voelen. Eerder slechter. Ik denk dat ik toch een tik van de hoogteziekte te pakken heb.
Maar nu ik zo opsta deze ochtend voel ik me eigenlijk behoorlijk ok. Ik zet een muziekje op en begin mijn spullen te pakken. Het zijn in totaal 5 tassen en het begint inmiddels een routineklusje te worden. Als ik echt wil ben ik met een half uurtje gepakt en gezakt op pad.

En dat lukt vandaag ook. Maar ik moet wel nog een ontbijtje (spreek uit: le dezajoenoo) scoren. Een van de leuke dingen in Peru is dat dat meestal gewoon op straat kan. Daar worden broodjes voor je gesmeerd. En er is altijd wel iets van heet water. Waar ik dan weer een zakje in kan hangen. Zo ook vanochtend. Ik zit lekker van 2 broodjes met jam te bunkeren en een bak thee te slurpen. Zo langs de straat. En ik ben niet alleen. Zeker niet.
De belangstelling is groot wanneer zo'n vreemdeling zich aankondigt. Er wordt mij van alles gevraagd. Waar ik vandaan kom? Waar ik naar toe ga? Of ik Solo ga/ben? Het gebeurd ook regelmatig dat auto's en vrachtauto's naar me toeteren en zwaaien (de bestuurders dan). Ook gebeurd het vaak dat mensen vragen of ik met ze op de foto wil. En natuurlijk wil ik dat. Ik kom vast in menig Peruviaans fotoplakboek te staan. En dat lijkt me toch geen aanbeveling voor het fotoboek in kwestie.
Mijn ontbijt zit achter te kiezen. En zakt vermoedelijk nog wel wat verder ook. Althans dat hoop ik maar. Want als dat goedje de hele dag achter mijn kiezen blijft plakken?! Daar zit deze jongen dus niet op te wachten.
Ik koop nog 2 flessen water, 5 kleine bananen en een mango. Jeetje, wat ben ik gek op die dingen. Die mango's! De redenen waarom ik me in Nederland een beetje inhoud is de prijs van die dingen. En dat ze vaak dan ook nog knetterhard zijn. Hier niet. Boterzacht. Eetklaar en -baar. En wel meteen! Dat zijn ze. En goedkoop. De Peruvianen importeren ze uit Ecuador. Ze worden hier op elke hoek van de straat te koop aangeboden.
Ik rol de stad uit. Het wegdek is slecht. Er staan grote plassen water in de diepe kuilen die door de overvloedige regenval van vannacht is veroorzaakt.

De weg klimt en daalt wat. Daarover maak ik me geen zorgen. Zorgwekkend is de pas waar ik vandaag overheen moet. De Abra la Raya. Een pas van 4312 meter hoogte. Die boezemt me voorwaar wat angst in. Mede omdat ik niet helemaal okselfrisfit ben.

Op kilometerpunt 28 kom ik bij Aquas Calllientes. En daar gelast ik iets van een rustpauze in. Hetblijkt een kuuroord te zijn met medicinale waterbaden. Als ik het vooraf geweten had ik een duik genomen. Ik kan voorwaar wel wat positieve medicinale invloeden gebruiken. Maar ik beperk mezelf tot het eten van kip en vis. Schijnen ook heilzaam te werken. Want die wordt hier bereid. Er staanzeven oventjesop een rijtjeopgesteld in de buitenlucht. En elk oventje wordt bevrouwd door iemand die mij maar al te graag van kip of vis wil voorzien. Tegen betaling, dat dan wel.Het eten iszo smakelijk dat ik bij eigenaresse nummer 2 ook nog maar wat bestel.Tijdens het verorberen van al dit lekker proberen tweeNepalese damesnet ff iets te opzichtig met mij aan te pappen, Ik ben niet geïnteresseerd. Want ik heb een pas te bedwingen!
Ik vertrek na eenuurtje rust.
De klim is inmiddels begonnen. Stijgingspercentages van 4-6% zijn geen uitzondering. De klim verloopt op zich geleidelijk. Maar de bochten zijn lang. En na elke bocht, u raad het al, is er weer een nieuwe bocht. De uitzichten zijn van het niveautje: wonderschoon. Ik fiets tussen besneeuwde bergtoppen van ruim 5500 meter hoogte. Enige dissonant is dat het flink is begonnen met regenen. O ja. Dasnogniealles: het is ook berekoud. Regenbroek aan. Handschoenen aan. Het regenwater striemt langs m'n gezicht. Het ademen gaat moeizaam. Ik raak regelmatig achter m'n adem. En daar is weer een nieuwe bocht. Potdomme. Dit begint serieus op werken te lijken. Ik moet er af en toe van af. Van mijn fiets. Soms voor foto's. Vaker om even op adem te komen.
Bij een tolpoort (want er moet gewoon tol betaald worden om die knoert te bedwingen, maar niet door mij) wordt mij verteld dat het nog 5 kilometer is. Dat geeft deze burger moed. Ik trap in de laagste versnelling. Rustig. Maar gestaag. Want dat is mijn geheim van bergfietsen. Zo licht mogelijk trappen. En rustig doordoen. Geen haast hebben. Geen gedachten van: 'ik zal en moet die top halen'. Gewoon doortrappen. Hij komt vanzelf.
En verdomd. Na de zoveelste bocht. Dan is ie er opeens. De top van de pas: Abra la Raya. Maar liefst 4312 meter hoog. Het enige dat er is zijn souvenirverkopers die hun handel hebben afgedekt met plastic. Ter bescherming tegen de regen.

Nu ik me zo naar boven heb geploeterd snap ik opeens waarom die gasten van de Tour de France geen fietstassen aan hun fietsen hangen. Want op zichzelf was dat toch wel logisch geweest. Lekker handig, Bidons er in. Eten. EPO,Infusen incl. naalden en bloedzakken. Lekker alles bij de hand. Maar nu snap ik het wel. Loodzwaar is het. Met zo 'n bepakte fiets.
Ik ben trots dat ik het gehaald heb. Zo hoog ben ik met een fiets nog nooit geweest. Ik maak de onvermijdelijke foto's. En maak me op voor de afdaling.
Het gaat best hard. Naar beneden. Maar het duurt maar 7 kilometer. Ik blijf steken op een hoogte van 3900 meter. Ik bevind me nu op de Altiplano. Zo heet het gebied hier. Alti staat voor hoogte. Plano voor vlak en glad. Het is dus een vlakke weg die zich enige honderden kilometers voortsleept op een hoogte van circa 3900 meter. Desolaat. Een bijzondere ervaring.

Het komt me zo voor dat het hier een stuk armoediger is dan aan de andere kant van de berg. Veel wrakkige huisjes. Ook staan veel huizen er verlaten bij. De mensen zijn ongelofelijk vriendelijk en ze groeten bijna allemaal als ik langs fiets. Foto's maken ligt hier wat gevoeliger. Ik pas me meteen aan.
Het is nog 25 kilometer naar Santa Rosa. Mijn eindbestemming. Voor vandaag dan. Het landschap is van een betoverende schoonheid. Ik rol na ruim 6 uren fietsen het dorpje binnen.
Bij het binnenfietsen moet ik aan dat nummer van the Eagles denken: There's a new Kid in Town. De inwoners bekijken me allemaal of ik een Allien ben. Nu ben ik dat misschien ook wel met m'n oranje jas, fietshelm en opgetuigde fiets. In hun ogen dan. Maar ik voel me net zo bekeken als dat ik op zondag mijn auto zou wassen ergens midden op de Veluwe.
Hoe dan ook: ik groet ze allemaal en lach veel.
Tja, het dorpje?! Je zou 't plaatsje kunnen vergelijken met pak 'm beet: Parijs. Ik zou het niet doen. Maar het kan wel. Of met Praag. Of met Londen. Kan allemaal. Maar ik zou het niet doen. Biddinghuizen komt meer in de buurt. Er is nl niet veel.
Ik vind een zeer bescheiden onderkomen. Eet in een van de weinige restaurantjes: groentesoep, kip en patat. Omdat dat dat het enige is dat op de afwezige menukaart stond.
Het was een supergeslaagde dag. Ik heb de hoogteziekte een kopje kleiner gemaakt. En de pas ook!!!
Mennnnnn wat ben ik trots!!
Adios!!
DENKOM
De gemeente Roermond had ooit een groot probleem.
Op de vele historische gebouwen in de stad werden aanplakbiljetten geplakt. Aanplakbiljetten waarop evenementen werdeen aangekondigd. Los van het feit dat dergelijke aankondigingen natuurlijk mistaan op oude gebouwen en kerken kostte het de gemeente ook vele tonnen op jaarbasis om de posters te (laten) verwijderen.
Vele oplossingen werden bedacht. Niet een werkte. Totdat men het idee kreeg aangereikt om 'mee te gaan plakken'. En zo gebeurde het dat op een dag gemeenteambtenaren aanplakbiljeten op historische gebouwen gingen plakken. Over de bestaande aanplakbiljetten heen. Met teksten als: 'evenment uitverkocht' of 'afgelast' of 'verplaatst'. Het probleem was binnen enkele maanden gereduceerd tot nivootje acceptabel.
Het is 2e kerstdag bij u. En hier ook trouwens. We leven hier zes uurtjes eerder. Maar voor de rest lopen we qua kerst gelijk. Ik vertrek. Het is vroeg. Het regent. En op het program staat een relatief korte etappe die mij gaat brengen naar Sicuani.

Ik heb zojuist een zelfbereid ontbijtje veroberd dat bestond uit 4 platte ronde broodjes met jam, 1 mandarijn en 1 banaan en 5 slokken cola. Mijn vader zou zeggen: 'de Koningin heeft niet lekkerder gegeten'. En zo is het Pa!
De eerste 20 kilometer verlopen soepel. Dan weer een klimmetje en dan weer het overmijdelijke dalen. Maar echt dalen doe ik niet want vandaag kom ik weer 300 meter dichterbij de wolkenhemel.

Het wegdek doet zijn naam eer aan. Het asfalt is gedurende de hele reis al van prima kwaliteit. Ik bouw een rustpauze in en doe dat bij een kerkje. Lijkt me op 2e kerstdag wel toepasselijk. Ik wil er een kaarsje aansteken maar ze wil geen vlam vatten.
Wat ook geen vlam wil vatten zijn de sigaretten en sigaren in Peru. Ik heb gedurende mijn reis (tot nu toe) niemand zien roken. Uw eigenste verslaggever heeft geprobeerd te achterhalen over het hoe en waarom. Maar helaas. Ik moet u het antwoord schuldig blijven. Misschien past het niet in de cultuur. Misschien is rookgerei wel te kostbaar. Of de Peruvianen zijn zich zeer bewust van de gezondheidrisico's. I don't know.

Het eten dat ze verorberen is daarentegen is weer iets minder gezond. Vet. Zeer vet!! Gevolg is dan ook dat het volkje hier dan ook.....eh....gezet is, qua postuur. Jonge vrouwen worden als snel wat dikkig. Volwassenen zijn zonder uitzondering dik. En dat kan ook bijna niet anders. Er wordt ontbeten met rijst en vlees. Rond 14.00 uur wordt een voorgerecht en een hoofdgerecht gegeten. En des 's avonds doen ze dat nog 's dunnetjes over. En dat is alleen nog maar de frequentie van eten. Het eten zelf is ook vet. In de Sopa drijft doorgaans een dikke laag met vet.

Na mijn rustpauze stap ik op. Tja, ik kan wel blijven zitten in dit kerkje. Maar dan kom in nooit in Bolivia.
De regen is vertrokken. De zon schijnt overvloedig. De temperatuur stijgt en dat doet de weg gelukkig niet. Die verloopt zo vlak als de Flevopolder. En daarbij is het landschap ook nog 's van buitengewone schoonheid. Het mooiste tot nu toe op mijn reis.
Alleen denken mijn benen daar ietsjepietsje anders over. Er komt een vermoeidheid binnengeslopen die z'n weega niet kent. Ik moet er regelmatig af om even op adem te komen. Is het de hoogte? Heb ik een energietekort? What's up Gerrit? Ik weet het niet. Maar een rustdagje ingelasten morgen lijkt me een goede keuze.

En over goede keuzes gesproken: ik heb net als de gemeente Roermond ook even omgedacht. Misschien niet helemaal volgens het boekje. Maar toch.
Ik schreef u eerder over mijn zadelpijn. Ik wilde u er niet mee lastig vallen. Maar ik heb alles geprobeerd om het zadelpijnleed te verzachten. Zadel hoger. Zadel lager. Stuurstand gewijzigd. Zader zelf in andere posities gezet (wel 20!!!). Andere fietsbroek. Andere fietsonderbroek, andere fietsbroek....... Afin, u heeft een beeld.
En toen dacht: ik zet zowel stuur als zadel in de originele stand. Even terug naar nul. Qua broek dan. En ik fiets dus nu zonder broek. Mwa.....helemaal zonder zou zeer waarschijnlijk rare reacties op roepen. Maar onderbroek en fietsonderbroek zitten nu onderin mijn fietstas. En ik koers onderbroekloos door Peru. En te vroeg juichen is nooit handig. I know! Duitsers scoren immers altijd in de laatste minuut. Maar de eerste signalen zijn hoopgevend.

Het is pas 13.00 uur wanneer ik Sicunai binnenrol. Een middelgrote stad. Ik vind er een prima hotelletje. Met een lauwwarme douche.
Ik denk dat ik hier maar 's twee nachtjes blijf plakken.
Hasta Luego (tot ziens)
BEEHHHHH......
Vanochtend vroeg ben ik uit Cuzco vertrokken. Tja. De fietszin was groot en alle gezondheidseinen stonden weer op groen.

Cuzco uitfietsen bleek op zichzelf niet eens zo'n geweldige klus. Ik moest de Avenu de Cultura vinden. En die dan helemaal uitfietsen. Dat ding vinden viel nog niet mee. Maar eenmaal gevonden rolde ik in anderhalf uur zo de stad uit. En was ik ook meteen 300 metertjes afgedaald. En dat lijkt fijn. En dat is ook fijn when it happens. Tuurlijk. Beentjes in de niet bewegen stand En rollen maar (een beetje gehandicapte moet dit gevoel herkennen....).Maar ff een klein dingetje. Een detail. Ik moet dezelfde dag nog ongeveer 400 meter stijgen. Dus dat is dan nu: 300 + 400........ Dat dan wel weer. Maar goed. Een kleinigheidje houd je altijd nietwaar.

Cuzo uitrijdend zie ik vooral veel gedoe. Gedoe met metaal. Met hout. Met olie. Heel veel olie. Gedoe met kabels. Leidingen. Kortom veel industrie. Ook kinderen die met bussen mee moeten en staan te wachten. En mensen op weg naar hun werk. Het glijd allemaal langs mee heen.
Het fietsen gaat fijn en soepel. Ik heb vanochtend mijn ketting wat strakker gelegd en dat trapt voelbaar een stuk beter. En dat is met een Santos-fiets nog een heel karwei. Zo'n ketting strakker leggen. De verkoper vertelde het ook pas toen ik mijn koopcontract net had ondertekend. O ja, nog een klein dingetje......
HietkomttiedespoedcursushoelegikeenkettingstrakkerbijeenSantosfiets (en alleen bij een Santos fiets anders kunnen er rare dingen gebeuren):
Het vehikel moet op z'n kop. Dan moeten er aan de onderzijde van het frame twee moeren los. Dan moet de trapas gefixeerd worden en dan heb je een hamer nodig ...... eh ja..... hamer in het Spaans? ........el martillo.......(graag gedaan deze spoedcursus 'hamer' in het Spaans, altijd handig als je zelf 's een ketting strakker moet leggen of iemand de hersens wil inslaan, kijk maar even wat het beste voelt).
Na veel vijven en zessen heb ik dan zo'n ding weten te bemachtigen. Met die martillo moet ik dan met veel gevoel een paar tikken tegen mijn gefixeerde trapas geven. En dan maar voelen. Als het goed lijkt dan moet het hele zaakie in omgekeerde volgorde weer vast worden gedraaid. Nog een keer voelen. Shit. Te strak. En zo herhaalt dit hele ritueel zich drie keer. En dan zit ie goed. Tijdens een fietsreis van tien weken rekt een ketting gemiddeld 1,5 -2 cm uit. Het is bijna niet voor te stellen dat ijzer in combinatie met slijtage zoveel uitrekt.
Ik voel dat lijf en leden nog niet helemaal gewend zijn aan de hier heersende hoogten. Ik adem zwaar. En veel vaker dan normaal. Ben kortademig. En daar hebben ze in Peru een middeltje voor: Coca bladeren. Coca bladeren zien er uit als laurierbladeren. Het gebruik ervan is eigenlijk illegaal maar zelfs in hotels staat een schaaltje klaar voor algemeen gebruik. 'Peruviaans gedoogbeleid'.
Het wordt aanbevolen bij hoogteziekte. Hoogteziekte kan gevaarlijk zijn. Knallende hoofdpijn, dorst, droge mond en kortademigheid zijn de verschijnselen. Wanneer je ze allemaal tegelijkertijd hebt en het duurt langer dan 1 dag dan moet je zo snel mogelijk naar lager gelegen gebieden afreizen. Maar omdat dat niet altijd mogelijk is er een medicijn (diamox). En dus hier in Peru de Coca-bladeren.
Ik geloof er niet zo in. Coca bladeren schijnen een hallucinerende werking te hebben. En ik denk dat daarom de mensen hier dat spulletje gebruiken. Ze knallen het in de thee. Kauwen er op. Iedereen heeft wel een voorraadje op zak. En het wordt overal te koop aangeboden.

Ik fiets tot een uur of 13.00 uur. En beland op een zeer vriendelijk 'Plaza des Armes' (het centrale plein) van een slaperig stoffig dorpje. Ik eet er de lekkerste Sopa (soep) tot nu toe. En omdat ie zo lekker smaakt neem ik ook een Segundo (tweede gerecht) en laat het me best smaken.

De zon schijnt overvloedig. Het landschap bestaat uit hoge bergen. Aan de randen van de wegen zijn boeren in de weer met het bewerken van het land. Mais wordt hier geteeld. En ook luzerne. Dat weer dienst doet als voer voor het vee. En vlas. Ook staan er van tijd tot tijd grote oppervlakken Eucalyptusbomen. Natuurbeschermingsorganisaties zijn niet blij met deze begin 19 eeuw uit Australië overgewaaide boom. Ze vermeerderen zich supersnel en verdringen de inlandse bomen. Maar de houtindustrie lijkt van de nood een deugd te maken. Ik zie van tijd tot zagerijen die de zeer snel groeiende bomen verwerken tot balken en palen.

Gaandeweg wordt het weer wat minder. Ik merk dat het weer op deze hoogten vrij snel om kan slaan. En dat doet het ook. Het begint met regenen. Eindelijk kunnen mijn waterdichte fietstassen doen waarvoor ik ze ingehuurd heb.
Rond 16.00 uur en na 55 zware kilometers rol ik Urcos binnen. Een iets groter plaatsje dan de dorpjes die mij vandaag verwelkomd hebben. Ik vind er een onderkomen. Maar de naam onderkomen mag het eigenlijk niet dragen. Want het geheel is slechts ten dele overdekt. En omdat het regent valt er ook wel wat water in mijn kamertje. En moet ik mijn fietstassen en overige onmisbare meezeulmeuk strategisch opstellen.....Heel best is het niet.

Op het centrale plein in het dorp is een kerstmarkt. Ik slenter er verschillende malen vierkant rond enkoop een lekkere vers gebakken maïskoek. Steun ik de plaatselijke middenstand ook nog wat.
In de avond vind ik een restaurant en dat bleek een weinig gelukkige keuze.Daarbij is het ook nog 's flink nat en koud hier.Ik vind dat ikvoldoende alibi heb verzameld om snel onder de wol te kruipen.
Morgen weer 300 meter klimmen. Ik lijk wel een (berg)geit.....beehhhhhh!!!
Buenos dias
HEILIG
Vandaag breng ik een bezoek aan de Sacred Valley: de Heilige Vallei!
Ik ben in Cuzco. Cuzco is een geweldig mooie stad. Misschien wel de mooiste stad van Peru.. Veel historie. Gebouwen met koloniale invloeden. Een geweldig mooi Plaza des Armas (centrum). Kortom er is flink wat te genieten hier.
Cuzco ligt op 3300 meter hoogte en dat is te merken aan mijnademhaling. De meest geringe inspanning zorgt al voor asemgebrek. Zo ongeveer elke minuut raak ik even achter mijn adem en moet even bijademhalen. Zo moet een hart- of astmapatient zich dus voelen?!
Cuzco dus. Cuzco is'de' uitvalsbasis voor een bezoek aan Machu Pichu en verschillende trekkings waaronder de Incatrek. En dus ook voor een bezoek aan de geheime vallei.
Die vallei kun je vergelijk met eh.........tja leg dat 's ff uit Gerrit. Nou, neem bijvoorbeeld Lelystad. En dat dat dan Cuzco is. Dat liggen Biddinghuizen, Swifterbant, Zeewolde in de geheime vallei. Zoiets. Alleen is Biddinghuizen nog niet ontdekt. Dus wees er snel bij zou ik zeggen. Maar dat onontdekte, dat kun je van de Cuzco en de Sacred Valley niet zeggen. Want enig toeristenoverstrominggevaar is hier wel aanwezig. Alarmfase oranje!

Het centrum van Cuzco is volgestouwd met bergsportwinkeltjes. Er zijn zefls winkeltjes waar je nutella kunt kopen en andere producten waar toeristen ECHT niet twee weekjes zonder kunnen.
Er zijn honderden hotels in deze stad.. En natuurlijk ook honderden restaurants waar je alles kunt eten wat de toeristensmaakpupillenmaag zich maar kan wensen. Met dito prijzen uiteraard. Het is het soort plekken waar ik me niet geweldig thuis voel. Je geeft al gauw teveel geld uit en meestal wil ik graag weer verder trekken. Verder trekken naar plekken waar niets gebeurt. Waar minder toeristen zijn. En meer locals. En waar geen nutella is. Nutella kan ik in Biddinghuizen ook wel kauwen.
Maar ik moet nog ietsje bijkomen van mijn recente ziekzijn. En dat kan mooi hier. Vroeg in de ochtend vertrok ik naar de Sacred Valey en om een lang verhaal kort te maken: hier zijn de foto's.......





VVV
'Ie bent zo wit als een laken jong'. (uitspraak van mijn moeder)
Ziek zijn is nooit fijn. Zeker niet als je in den vreemde bent. En al helemaal niet als je alleen bent. Dan zou het fijn zijn als pleegzuster bloedwijn 's ff langs kwam om te kijken hoe het met de patiënt ging. Maar de pleegzuster heeft denk ik een paar ATV dagen opgenomen. 'De dagen moeten op zo tegen het einde van het jaar'. Dus dat ze mij een glaasje bloedwijn komt brengen......vergeet het maar.

U bent even verstoken gebleven van berichtgeving uit het verre Peru. Fijn voor u. Kon u mooi 's ff wat voorbereidingen treffen voor het kerstdiner. De kalkoen killen. Een haas schieten. Een Cavia de nek ...... Nou ja, kijk maar even wat uw voorkeur heeft. Ik zou voor de Cavia gaan.
Waarom toch de Cavia?
Nou! Behalve mijn persoonlijke aversie tegen deze toch enigszins gemankeerde mislukte en aan de evolutiewaarderingcommissieaandacht doorgeglipte, ontsnapte viervoeter die, mocht u hem (nog) niet kennen, het is dat dier dat in zo'n kooiwieltje een beetje vicieuze cirkeltjes loopt te lopen. Ja, die dus!!
Welnu,het dier is het in Peru een Nationaal gerecht. Het staat in elk restaurant op de kaart. En ik heb het al gegeten. En ik weet het niet. Je weet het immers nooit. Maar misschien heeft deze Cavia mijn wel gekild. En dacht het dier: Gerrit Pleijter uit Olanda. It's paybacktime!!!

Ik ben dus ziek geworden. En ik ben geen arts maar dat het maag- en darmklachten betrof dat is een zekerheidje. En ik weet niet of er veel geld mee te verdienen is maar ik ga binnenkort mooi een VVV kantoor-tourtje op starten: hoe-kom-ik-zo-snel-mogelijk-van-mijn-bed-naar-het-toilet. En ook nog op de meest onverwachte momenten. En ook heel vaak. Ik weet inmiddels precies de route: bij het dertiende vloertegeltje rechts, precies waar de voeg ontbreekt, en dan in rechte lijn naar het toilet...... Wat een gekloot. Gelukkig was er een 19- jarig Engels meisje die zich om mij bekommerde. (waar waren die meisjes toen ik 19 was? (Ja lach maar, heb 't zelf maar 's....)
Ik zal u de verdere details besparen. Maar alle lichaamsopeningen zijn ten volle benut. Inmiddels ben ik als weer voor 70% de oude. En dan zijn er natuurlijk weer onder u dat dat weer spijtig vinden.....

Wel dreigde met dit ziek zijn mijn reisschema enigszins in de Periviaanse Sopa te lopen. Maar dat heb ik opgelost door het trace Hucacina – Cuzco te fietsen en van tijd tot tijd een lift te nemen met een busje. Fiets d'rop en karren maar. Voelt wel een beetje als valsspelen, maar benen en lijf waren echt te slap om dit loodzware (van zeeniveau naar ruim 3300 meter) traject fietsend te volbrengen.

Vlak voor ik vertrok heb ik in kader; kom Gerrit geef je leven 's wat diepgang jong' een bezoek gebracht aan het Ica Regional Museum. Heb ik mooi wat opgestoken waarom die zandduinen zich hier vormen en hoe de oorspronkelijke bewoners zich in leven wisten te houden. Je hebt er op zichzelf niets aan, maar tis leuk om te weten.

Uiteindelijk na veel vijven en zessen en een fantastisch mooie rit rolde ik met deze gecombineerde bus-fiets-reis op zondag de 22e in Cuzco binnen.
Dit tracé had ik heel graag helemaal fietsend gedaan maar dat moet ik maar bewaren voor een volgende gelegenheid.
Er liggen nog massa's mooie fietskilometers voor me.
Adios