De Lustige Reiziger

Schaamspoor (dag 1)

Het is zaterdag. 21 juli 2012. Zeventigjaren en vijf dagen na dato. Op de kop af!

Het is 9.00 uur des ochtends. Ik sta in de Rue de Santionga, 26, 75003, Parijs. Nog een beetje slaapdronken. Met meer nadruk op ‘slaap' dan ‘dronken'. Veel meer zelfs. Dit om elke onduidelijkheid op dit punt meteen en hard te kop in te drukken. Dat u niet denkt dat ik .....

Ik sta voor het huis van Sarah. Zomaar. Plots. Het was even zoeken maar opeens sta ik er. Pal voor.

Het huis ligt in het 3e arrondisement (Marais) van Parijs. Sarah zou op de 2e etage gewoond hebben. Maar dat is niet zo. Sarah heeft nl in de hoedanigheid van Sarah nooit bestaan. Sarah bestaat alleen in het boek/film. Sarah staat model voor ruim 12000 Joden. En in het bijzonder voor de 4000 kinderen, in de leeftijd van 2 tot 12 jaar, die op 16 juli 1942 werden opgepakt.

Ik ben hier. In Parijs. Want ik heb besloten het spoor van Sarah te volgen. Maar eigenlijk dus het spoor dat 12000 Joden uit het 3e arrondissement hebben afgelegd voordat ze naar de gaskamers in Auschwitz werden getransporteerd.

De belangrijkste bronnen die ik geraadpleegd heb zijn het boek 'haar naam is Sarah', de film en internet. Het boek is eigenlijk in romanvorm geschreven. Het verhaal van Sarah is als een sjabloon over de historische feiten heen gelegd. Dit om het verhaal marketingwise beter aan de man of vrouw te kunnen brengen. Echter, er zijn in het boek veel historische details beschreven waar ik wat mee kan. Een van die details is het huis van Sarah. Hoewel Sarah nooit heeft bestaan en dit haar woning dus niet kan zijn geweest. staat dit huis wel in het 3e arrondissement. En dat is de wijk waar veel Joden zijn opgepakt.

Hier begint mijn zoekspoor.

Ik wandel wat rond in het 3e arrondissement. Het is nog vroeg. Toch heeft de zon er al goed zin in. Hij (of is het een zij?) staat al hoog te ploerten aan de wolkenloze, dus blauwe hemel. Ik loop langs hoge wat grijzige gebouwen. Vroege Fransen zitten hun verhemelte stuk te knagen aan een stokbrood. De straat ruikt naar Franse tenenkaas. Een verlopen* vrouw hangt aan een bar en werkt een grote pul bier naar binnen. In niets herinnerd zich hier iets aan de verdrietige gebeurtenis van toen. 69 jaren geleden.

* (en ik bedoel hier dus geen vrouw die 'ver' heeft gelopen,, dit om alle misverstanden op dit punt hierbij meteen uit de wereld te helpen)

'Mm....hier werd de Joden dus uit hun huizen gehaald'. In dit arrondissement speelde de razzia zich dus af. Tjonge.'

Nadat de Joden uit hun huizen waren gehaald werden ze te voet naar een garage gedreven. Ik heb een straatnaam en ga op zoek naar de garage.

Na wat zoekwerk vind ik de straat: Rue de Bregtagne. Maar dat is ook alles dat ik weet. Na vijf maal heen en weer lopen kan ik niets van een garage ontdekken. Winkels met schreeuwerige etalages in overvloed. Uitnodigende teksten die er op aandringen dat ik mijn geld moet laten rollen zijn er volop. Er loopt zelfs, op dit tijdstip, een vrouw die hele andere dingen met mij van plan is. Ik vraag of ze doorloopt naar een ander. Er woont iemand anders in mijn hart.

Maar iets van een herinnering aan een ruimte die gediend heeft om Joden bij elkaar te brengen: ho maar. Net als ik mijn poging wil staken trekt een verdorde bloem mijn aandacht trekt. Het bloemetje is verpakt in cellofaan en hangt wat te hangen aan een muur. Boven het bloemwerk hangt een plaquette. Gevonden! Dit is de plek. Dit is de garage! Hier werden dus een deel van de ruim 12000 Joden bijeen gepakt.

Het gebouw is omgetoverd tot parkeergarage. Helaas is ie gesloten. Dus een kijkje nemen aan de binnenzijde wordt mij niet gegund. Ik besluit na deze vondst een bak thee te nemen op een van de vele terrassen die Parijs rijk is. Genietend van de thee onder de brandende zon probeer ik me in te leven hoe dat toen gegaan moest zijn. De ontreddering, de paniek, de onwetendheid...... Het is hier in hetstekende zonnetje maar moeilijk voor te stellen.

Vanuit de garage werden de Joden in vrachtauto's gepakt en naar het grote wielerstadion 'Velodrome d' Hivers' gebracht. Afgekort: Vel d' Hive. Het stadion lag onder de rook van de Eiffeltoren. In het 15e arrondissement.

Ik probeer op mijn plattegrond/kaart de meest logische route te reconstrueren die men heeft afgelegd van de garage naar het Vel d' Hive. Gegevens over de route heb ik in noch in het boek als in defilmkunnen achterhalen. En daarom probeer ik iets te reconstrueren. Vooral door logisch na te denken.

Ik verwacht nl niet dat de Franse autoriteiten deze rit als een fijne feestrit hebben gezien. En denk om die reden dat ze de meest korte route genomen hebben. Het stratenplan van Parijs biedt tientallen mogelijkheden. Echter, ik probeer de meest logische route te volgen.

Het is een wandeling die ongeveer twee uren in beslag zal nemen. Ik loop door straten, wijken ensteekmooie pleintjes diagonaal over. Het is hartje zomer. Parijs is overbevolkt. Met toeristen. De Parijzenaars zijn ‘m gesmeerd. Alle geuren en kleuren zijn vertegenwoordigd. Daarnaast is er extra drukte omdat morgen de 99e editie van de Tour de France hier zijn Waterloo zal vinden. Voorlopig dan. Want die honderdste zal er ook wel komen. Kunnen onze spuitende, snuivende en onderwijl fietsende apothekersassistenten in opleiding gezellig hun 100e rondje weer fietsen.

Ik word flink warm van de wandeling. Het temperatuurlevel loopt op tot 26 klein nulletje C. Het is moeilijk voor te stellen hoe die transporten toen zijn verlopen. Was het toen ook zo warm? Voor zeker waren er niet zoveel toeristen. En werd de Tour toen eigenlijk ook verreden?

Na twee uren wandelen kom in de buurt van het Vel d' Hive. Ik heb even tijd nodig om de juiste straat te vinden. Maar na enige tijd heb ik 'm te pakken: Rue Nelaton. Vernoemd naar een Chirurgijn die geleefd heeft van 1807 tot 1873. In 1873 heeft ie het loodje gelegd. Slechte chirurgijn dus. Ik zou er geen consult mee afspreken. Tja, beetje chirurgijn zou in dat soort levensbedreigende situaties toch raad moeten weten. Afin.

Opeens sta ik er.

De Velodrome d'Hiver was in vrolijker tijden een overdekte wielerbaan. Gebouwd door Henri Desgrange, Redacteur van L'Auto en later organisator van de Tour. Naast baanwielrennen werd de Vélodrome gebruikt voor ijshockey, worstelen, boksen, rolschaatsen, circussen, en allerhande voorstellingen en demonstraties. Het wielerstadion is in 1959 gedeeltelijk door brand verwoest en daarna geheel afgebroken. In plaats daarvan hebben de Franse autoriteiten op precies dezelfde plaats een regeringsgebouw gebouwd: het Ministerie van Binnenlandse zaken (Ministerie de L'Interieur).

Ik sta nu aan de voorzijde van het gebouw. Precies op de plaats waar de ingang van het stadion geweest moet zijn. Niets, maar dan ook niets herinnerd zich aan de vreselijke gebeurtenissen van 16 juli 1943. Geen plaquette, geen beeld, geen herdenkingsteken. Niets! Ik probeer me voor te stellen wat zich hier heeft afgespeeld.

De Vel ‘d'Hiv' had een glazen dak, dat donker blauw geschilderd was om te voorkomen dat het kon worden gezien door bommenwerper. De glazen koepel verhoogde de warmte in combinatie met ramen die dicht geschroefd waren voor de veiligheid.

De vrachtauto's werden voorgereden en 7000 Joden werden uitgeladen en naar de binnenzijde van het stadion gebracht. Ze hadden geen toiletten: van de tien die er beschikbaar waren, waren er vijf verzegeld. Er waren geen bedden voorradig. De gearresteerde joden kregen er alleen water (er was maar een waterkraan) en bijna geen voedsel. Een aantal artsen en verpleegkundigen van het Rode Kruis mochten de Vélodrome betreden. Joden die probeerden te ontsnappen werden ter plekke doodgeschoten. Door de slechte en uitzichtloze omstandigheden pleegden een honderdtal mensen zelfmoord door van de tribunes naar beneden te springen. Of stierven anderszins door ondervoeding of gebrek aan medicijnen, of stierven door ziekte........

Na vijf dagen werden de gevangenen gebracht naar de kampen in Drancy, Beaune-la-Rolande en Pithiviers en vervolgens naar de vernietigingskampen.

Ik drentel wat heen en weer. Ik loop de Rue de Nelaton uit in de richting van de Eiffeltoren. Sla aan het eind rechtsaf. En na 100 meter staat er warempel een monument. Toch nog iets dus!

Op een klein stukje, goed onderhouden, gazon is een herinneringsmonument geplaatst. met daarop een herinneringstekst:

Ik ben iets te laat (story off my life). Vijf dagen geleden werd hier de jaarlijkse herdenking gehouden, zo maak ik op uit de kransen en bloemen die hier gelegd zijn.

Ik sta even stil en mijn gedachten dwalen af. Naar het stadion, de vreselijke omstandigheden, de dood, het verderf. Ik maak wat foto's en net als ik weg wil lopen valt mijn oog op een rechthoekig stuk foam. Ik pak het op en zie dat op het foam een foto is geplakt.

Een gevoel van gepaste blijdschap maakt zich van mij meester. Zie ik het goed? Is dit niet de enige foto die van Vel d' Hive gemaakt is? Zeker wel. Natuurlijk is de foto ook via het internet beschikbaar, echter hier zie ik 'm in levende lijve. Het is de foto waarop te zien is dat de vrachtauto's voor het stadion staan en dat de Joden worden uitgeladen. Vermoedelijk gemaakt door iemand die recht tegenover het stadion woont. Pff..... Ik maak een foto van de foamafbeelding en neem een korte pauze.

Ik merk dat de zoektocht maar vooral ook de indrukken en ervaringen energie vreten. Tijd voor een bak thee en voor wat zoete Franse meuk! Al slurpend en kauwend dwalen mijn gedachten terug naar de tijd dat ik een jaar of vijftien was. En mijn eerste verliefdheid. En die vond plaatsin Parijs.

Ik ging met trein. Was tot dan toe nog nooit verder dan Zwolle geweest.....en dat is echt waar!

Buurvrouw Lieke, die meeleest en haar talen sprak, regelde telefonisch mijn eerste overnachting in de Franse hoofstad (weet je dat nog Lieke?).

Ik kwam 's ochtend om 6.00 uur aan op Gare du Nord. De eerste aanblik was ereen van negers in gifgroene overalls die het vuil, via de straatgoten waarin water stroomde, met bezemsverplaatsten.

Zonder kaart of iets van navigatie probeerde ik het jongerenhotel te vinden. Dat duurde even. Maar het lukte.Ik verbleef er drie weken. Werd aan het begin van de vakantie knetterverliefd. Op Marie. En zij op mij. Geloof ik. Of het moet een typisch gevalletje van onbedoelde dwang zijn geweest. Zou kunnen. Hoop ik niet. Voor haar dan. Voor mij maakt het nu niet veel meer uit. Is nu wel 'verjaart' mag ik hopen............

Lieve lezer: ik ga u de sappige details besparen.Dit omdat ik weet dat u er echt niet op zit te wachten en ook gesteld bent op mijnprivacy. Maar dit wil ik wel kwijt. We dronken wijn. Goedkope meuk. Meestal rood van kleur. En steevast iets teveel. Veel teveel. We hebben de Eiffeltoren, zittend op een muurtje van het Trocadero, verschillende keren zien schudden en daarna zien omvallen. En heel gek, de volgende ochtend stondhet ijzeren ding gewoon weer fier overeind. ‘Hoe die Fransen dat toch flikten......'Nog steeds als ik in Parijs loop hoop ik haar weer tegen het lijf te lopen. Marie dan! Om 's te horen hoe het met haar is. Afin.

Vanuit het Vel d' Hive werden de Joden getransporteerd naar Gare Austerlitz. Dat is mijn laatste stop voor vandaag. Met de metro ga ik naar het station. En daar aangekomen loop ik naar de buitenzijde van het bouwwerk. Ik probeer me een beeld te vormen van de vrachtauto's die hier gestopt zijn. De Joden hebben uitgeladen en in lange rijen naar de treinen hebben laten lopen.

Niets herinnerd hier aan de vreselijke gebeurtenissen.

In het station zit wel een Mc Donalds. Ik probeer de chef nog wat fijne verkoop- en markeringtips aan de hand te doen: 'Mac Deportatie' of een dubbele Mc gaskamer met lekker veel scherpe mustard. Of een milkshake 'ze-zeggen-wel-'s-wat-van-die-Duitsers-maar-die-Fransen-waren-ook-geen-lieverdjes. Doe maar met aardbeiensmaak. Dit om de vieze smaak wat uit m'n bek te spoelen*. Of een12000 dead Jewisch Frence Fries. Neuh, doe maar lekker veel. ‘In de oorlog keken jullie ook niet op een Jood meer of minder. O ja, doe maar met een flinke klodder mayo, anders krijg ik het zaakie niet weggekauwd.' Helaas lieve lezer moet ik u meedelen dat hetzaad van dit voorstelop droge grond viel bij deze manager.

* deze uitspraak heb ik van meneer van de Velde, mijn leraar Nederlands, heeft ie ten tijde van mijn schooltijd lekker veel kunnen oefenen, op mij. Overigens, hij gebruikte i.p.v. het woord mond i.p.v. bek, eerlijk is eerlijk: Pleijter, ga je mond spoelen......Ja, meneer! En ik ging dan ook echt naar zo'n fonteintje, nam een slok water, spoelde mijn mond en spuugde het uit....

Ik bespeur enig cynisme zo aan het einde van de dag. Bij mezelf. Kunt u niets aan doen. Ik ook niet. Maar toch excuus. Oprecht. De dag was lang. Warm. De indrukken veel. En intens. Tijd voor een break. Voor deze dag is het speurwerk ten einde. Ik ga wat eten.

Morgen gaat het spoorzoeken verder.

SCHAAMSPOOR

Parijs. 16 juli 1942. Vier uur des ochtends. Bij 12.884 joden werd hard op de deur geklopt: 4051 kinderen, 5802 vrouwen en 3031 mannen werden gearresteerd. Ze konden alleen een deken, een trui, een paar schoenen en twee hemden meenemen. Ze werden afgevoerd naar Auschwitz. Slechts dertig van hen konden het navertellen.

‘Fijne binnenkomer Gerrit. Doe je goed jonge'. Dank u lieve lezer, een complimentje is nooit weg.

U weet het ook. Elk land kent wel iets van een zwarte bladzijde.

Iets waarvoor ze zich schaamt. Een gebeurtenis die liever vergeten wordt. Een gebeuren dat bij voorkeur uit de geschiedenisboekjes wordt gehouden. Soms is de bladzijde een beetje grijzig en groezelig. Soms donkergrijs. Of een beetje zwart. Soms is ie inktzwart. En soms krullen de bladzijden van schaamte uit zichzelf omhoog. Een Nationaal schaamtemoment. Dus.

Voorbeelden? Ok, komen ze!

Onze zuiderburen en Marc Dutroux. Amerika en de oorlog in Vietnam. Onze fijne vrienden 'de Duitsers' (do I need to say more) en natuurlijk ons eigenste kikkerlandje laten we zeggen......eh..... de politionele acties, Caroline Tensen, Srebrenica en last-but-not-least het afgelopen EK!

Zomaar een handjevol voorbeelden die je gemakkelijk met tientallen andere voorbeelden zou kunnen uitbreiden. Nationale schaamtemomentjes dus!

September 2011. Ik was een fietsreisje aan het maken. Mocht u inmiddels aan een niet alles verterende vorm van dementie lijden, dan weet u dat vast nog.

Het moet ergens somewhere deep down inside Pakistan zijn geweest. Dat ik een boek las. Saraha's Key. In het Nederlands vertaald luid de titel: 'haar naam was Sarah'. Misschien heeft u het boek gelezen. Of de film gezien. Zo niet, kruip onder die steen vandaan en doe dit alsnog. Is een tip, doe er uw voordeel mee. Beide zijn prachtig!

Het boek is in romanvorm geschreven. De hoofdpersoon in het verhaal is Sarah. Dus op zichzelf is de titel fijn gekozen. Sarah is een meisje. Joods. En dat ‘Joodszijn' kon je maar moeilijk een voordeel noemen. In die dagen.

Het is een bijzonder verdrietig oorlogsverhaal. Voor Sarah en misschien nog wel meer voor haar broertje. Echter, ik ga u op voorhand geruststellen. Sarah heeft in het echt niet bestaan. En haar broertje ook niet. Nee. Maar dan tot zover dan ook echt het goede nieuws.
Minder goed nieuws is dat het meisje symbool stond voor ruim 12000 joden. Joden woonachtig in het derde arrondissement (wijk) van Parijs.

Ik hoor u denken: 'man Gerrit, verdorie, dat weten nu wel. Die oorlogsverhalen hebben we al zo vaak gehoord'. Tuurlijk erg. Zeker wel. Maar ik ben er nu wel zo'n beetje klaar mee hoor'. What the fuck wil je nu precies hiermee zeggen, ik heb nog meer te doen'. De piepers moeten nog op, ik moet nog sporten, daten, de hond uitlaten, een duurloopje doen. Kortom, zet er 's wat vaart in jong'!

Nou, nou, nou, ff rustig lieve lezer. Verdorie 'ik kan niet heksen' (uitspraak van mijn lieve moeder). Relax en lees gewoon nog ff door.

Net als veel Europese landen steunde en kreunde Frankrijk tijdens de 2e WO onder het juk van de bezetter. Ook Parijs ontkwam niet aan de bezettingsdrang van de Duitsers. Zevenduizend joden, volwassenen en vierduizend kinderen werden uit hun huizen gehaald. Bijeen gedreven. In vrachtwagens gesmeten. En afgevoerd naar het grote wielerstadion: het Vel d' Hive.

Nu gebeurde een verhaal als dit vaker in de tweede Wereld Oorlog. Natuurlijk. Het was oorlog. Duitsers hielden van tijd tot tijd razzia's. Ook in Parijs. Echter, met deze razzia/actie (La Rafle) was iets vreemds aan de hand. Er kwam namelijk geen Duitser aan te pas. Deze actie werd nl. niet door Duitsers uitgevoerd. Nee! Het waren de Fransen zelf. Het waren de Fransen zelf die de Joden oppakten en transporteerden. Bijna 12.884 Joden werden de dood ingejaagd. Door acties van de Fransen zelf!

‘Dit is 'het' Nationale schaamtemoment van Frankrijk!' Het staat bekend onder de naam: Vel d' Hive. Vernoemd naar het grote wielerstadion in de stad.

De schaamte zat zo diep dat pas in 1995, 52 jaar na dato, Jacques Chirac, de toenmalige Franse President, de Franse betrokkenheid publiekelijk heeft erkend en openlijk zijn excuses hiervoor heeft aangeboden. http://www.youtube.com/watch?v=tUIaOScAMOs

Een beknopte samenvatting van wat Chirac op het filmpje zegt:

Deze duistere momenten bezoedelen voor altijd onze geschiedenis, en zijn een vloek op ons verleden en onze tradities. Frankrijk, het vaderland van de verlichting en de mensenrechten, land van opvang en asiel, Frankrijk heeft op die dag het onherstelbare verricht. Zich niet aan zijn woord houdend, heeft het zijn beschermelingen aan de beulen uitgeleverd', aldus Chirac. 'Wij hebben jegens hen een schuld die nooit zal verjaren.'

Natuurlijk lieve lezer lees ik vaker boeken. En ook oorlogsboeken. En natuurlijk maken alle afzonderlijke verhalen op hun eigen wijze indruk. Soms meer. Soms minder.

Maar dit verhaal kwam knetterhard 'binnen'. Ik had er ook nog nooit van gehoord: Vel d' Hive.

Misschien speelden de omstandigheden waaronder ik het boek las een rol. Een knetterheet Pakistan. Met van alles niets. Te weinig eten, te weinig water, slechte slaapomstandigheden. Elke avond knettermoe van het dagenlang ploerten, knoerten en klimmen tegen boomloze bergen.
Misschien was het Sarah en haar verdrietige verhaal. Maar ik denk bovenal mijn totale verbijstering. De verbijstering dat het de Fransen zelf waren die hun stadgenoten oppakten en de dood injoegen.

Hoe dan ook: ik had me, toen in Pakistan, al voorgenomen, om er iets mee te gaan doen.

En aldus geschiedde. Ik ga op zoek naarSarah.

The End!!

Huppukaee! Daaristiedan! Het einde.


Niet van mij. Je weet maar nooit. Echter. Ik hoop het niet. Maar wel van mijn reis. Op 27 februari 2012 hoop ik weer vaste voet op Hollandsche bodem te zetten. U bent gewaarschuwd.


Een reis die voor mij (Gerrit) begon dat op 7 september 2011 met het fietsen door Pakistan. Daarna India. En als laatste land werd Nepal doorkruist. De laatse (bijna) twee maanden heb ik met Gerda door Nieuw Zeeland getrokken. Met een camper.


jongetje in Manang, Nepal


Ik ga u mijn conclusies, nieuw opgedane inzichten en goede voornemens besparen.


Wel wil ik u bedanken. Graag zelfs. En gemeend ook. Bedanken voor het volgen mijn belevenissen tijdens mijn reis. Een aantal van u hebben dat zo trouw gedaan, een half jaar lang, dat ik er verlegen van wordt.


vrouw in India


Het is bijna niet voor te stellen hoe geweldig aardig het is om 'gevolgd' te worden. Elke reactie was waardevol. Sommige reacties waren ontroerend. Een aantal malen zelfs hilarisch (in heel wat internetcafe's zaten mensen mij meewarig aan te kijken als ik aan het schateren was). Kortom, erugh leuk en vaak ook heel erg precies op het goede moment.


Ook heb ik wat oude bekenden mogen begroeten op het weblog. Mijn nichtje Jennifer (die ik uit het oog verloren was), Petra (van Henri), Joke Bosman. Gerda. Ik ga jullie snel mailen en/of bezoeken.


Verder hebben ook een aantal mensen leren kennen die ik absoluut voorheen niet kende. Maar die mijn weblog kennelijk zo aardig vonden dat ze meelazen. Dank je wel!


En een aantal mensen verkozen om te communiceren via de mail. Dat was ook fijn. Thanks!


Er kan er maar een (1) de snelste zijn met het reageren op de verhalen. En dat was Roel. Roel leeft met zijn computer. Slaapt met dat ding. Heeft 'm onder z'n kussen ligggen of zo. Volgens mij is zijn computer een soort van surogaatvriendin. En dat is zielig. Behoorlijk zelfs. Voor Roel. Maar vooral voor zijn vriendin.


Roel heeft mijn fijne 'oude' trackingfiets gekocht. En contant afgerekend. En alleen daarom is hij al een toffe gozer. Altijd (zonder uitzondering) was hij de allereerste die met een reactie kwam. En dan ook nog heel vaak heel grappig! Thanks men!!


jongetje in Kaghan, Pakistan


En verder waren Ewald, Geesje (mijn collega en Nepaldeskundige), Harrie, Gerda, Harriette, Karin, m'n Buuv, Karin V, Walter, Willem van A, (ijstaart)Sandra, Maurice, Willem L. (met wie ik heel wat muziek uit te wisselen heb), Ellen, Martine, Ab, Lodewijk, Rob en Gerda, Claudine, Godelieve, Nicole, Adriaan, Jos, Hidde, Ronalda, Mara, Everhard, Jacqueline en nog heel veel anderen en natuurlijk Marleen heeeeeel vaak van de partij. Thanks!


Tenslotte: een speciaal woord van dank aan Klaas en Elsa. Mijn beste vrienden. Zij hebben (met heeeeeel veeeel gedoe en stress) mijn fiets van Schiphol opgehaald, mijn dakraam dichtgedaan en verder nog mijn huis in de gaten gehouden gedurende de reis. Dank jullie wel!


zonsondergang in Nieuw Zeeland (200 km ten zuiden van Christchurch)


En daarmee was dit het laatste bericht op dit weblog. Ik heb het met geweldig veel plezier bijgehouden en geschreven.


Tot de volgende reis.


Gerrit

Bij de strot

(door Gerda)


Ik had voor Christchurch maar 2 doelen. Nou ja, 3 eigenlijk. Als je het bekijken van de stad, beetje rondslenteren langs het centrum, meetelt. Maar jullie hebben al kunnen lezen dat er van het stadscentrum niets te zien valt. Anders dan puinhopen, restanten gebouwen, grote kranen en shovels. Helaas en vreselijk. En indrukwekkend.


Toen we erachter waren dat 'de stad zien' niet ging, bleven dus de Botanical Gardens en het Canterbury Museum over. En toevallig – of bestaat dat niet? - is onze slaapplek precies er tegenover. We lopen de deur van de YMCA uit en met het oversteken van de straat zijn we middenin de tuinen. En nog 3 stappen verder en we lopen het Canterbury Museum in. We hadden geen betere plek kunnen vinden.


De tuinen zijn mooi, als in een groot-en-zeer-goed-onderhouden-park zo mooi. Fantastisch grote en bijzondere bomen, kleurrijke vaste plantenborders, speelse watertuin, nog flink bloeiende rozentuin. En veel relaxt loslopende mensen. En minder relaxt lopende mensen, ook wel hardlopers genaamd. Hééél veel. Prima om een paar uurtjes te verblijven.


Aan het eind van de dag heb ik nog een paar uur over voor het museum. Ik begin gewoon bij het begin, het Maori-tijdperk. Het leven en jagen vanuit holen en grotten op de Canterbury Plains en langs de kust wordt er goed uitgebeeld.


Als ik een toilet ga zoeken kom ik – toeval bestaat niet -langs een kamer met de simpele tekst “Christchurch quakes”. En wat ik daar het komende anderhalf uur zie grijpt me volledig bij de strot. In feiten en getallen worden de vier (4!) opeenvolgende quakes toegelicht. Maar dat leeft niet, het is kil cijfermateriaal. Wel leef- én voelbaar zijn de verhalen, en de beelden en filmpjes van de mensen die er getoond worden.


Zo geniet ik enorm van de filmbeelden van de jonge skateboarders, die snel na de quake doorkregen dat de verwoeste stad een heel bijzondere plek is om doorheen te skaten. Met al die gaten en scheuren in het wegdek, het omgevallen materiaal dat overal de weg versperd, maar waar je heerlijk overheen kunt springen. Er zijn mensen die dat mischien ongepast vinden, maar de stad had gelukkig een wijze burgemeester die het mooie, het veerkrachtige, het positieve er van inzag. En die de filmer een goede videocamera gaf en het verzoek deed om vooral te blijven filmen, al skatend. Om de wederopbouw te filmen. Die totale film is over ene tijdje gereed. En het wordt vast een hit, kan niet anders.


Of de beelden van een beveiligingscamera, die een hoek van de straat filmt. Je ziet een vrachtwagen de hoek omrijden, aan de overkant iemand over straat aan komen lopen en een hardloper komt over het trottoir aangehold. Dan begint alles te schudden en te bewegen. Het beeld golft heen-en-weer en op-en-neer. De persoon die aan kwam lopen duikt aan de overkant het portiek van een garage binnen. Andere mensen blijven midden op straat, wat verdwaasd, staan. Je ziet ze denken: 'wat gebeurt hier, waar kan ik heen???'. Kort daarna komt de hele zijgevel, en een deel van de voorgevel van de garage naar beneden. Als de stofwolken zijn opgetrokken zie je schuilende persoon over de puinhopen ongedeerd het portiek uitstappen. Hij loopt zonder een woord te zeggen langs het groepje mensen midden op straat. Stoicijns, alsof er niets gebeurd is. Maar blijkbaar helemaal in shock. Met minder geluk was hij onder de puinhopen bedolven geraakt. Het groepje mensen verdwijnt in precies de tegenovergestelde richting. De straat is weer leeg, op de puinhopen na. Einde filmpje. (Gerrit heeft dit veelzeggende filmpje met zijn fotocamera gefilmd, voor wie het wil zien).


Heel goed gedaan, en ingetogen gefilmd, zijn de persoonlijke verhalen van wat mensen meemaakten direct vóór, tijdens en ná de quake. Van een reddingswerker, van een gevangenbewaarder in het gerechtsgebouw (wat doe je met 6 gevangen die die dag zouden worden voorgeleid, en al letterlijk vast zitten in een gebouw dat op instorten staat?), van een jonge vrouw, slachtoffer, die haar hand verloor. Of van een moeder die eerst anderen gaat helpen en dan haar dochtertje gaat zoeken. Die in het schoolgebouw, dat nog overeind staat, door de juf wordt afgeleid met een spelletje, en daarmee gewoon doorgaat als ze haar moeder ziet staan. Einde filmpje.


Ik moet het gebouw uit omdat het museum gaat sluiten. Als ik de hotelkamer binnenkom, vertel Gerrit in geuren en kleuren wat ik heb gezien en gevoeld. Hoe véél indruk dat allemaal op mij maakte. Dat het me soms volledig bij de strot greep. En dat hij het vooral zelf moet gaan zien, omdat beelden zoveel meer zeggen dan woorden. En dus gaan we de volgende ochtend terug. En het effect blijft bij hem ook niet uit......


De dode gebouwen, de restanten van een stad, dat is en naar en macaber gezicht. Maar het gaat pas écht leven als je de verhalen erachter allemaal hoort en ziet.


Naar New Zealand ga je niet voor de grote cultuurschatten. Of het eeuwenoude erfgoed. Dat hebben ze gewoon niet. Wel hebben ze musea, die dat kleine beetje wat er is, eren en in standhouden. We zijn er in 2 geweest, het Te Papa museum in Wellington en het Canterbury Museum in Cchurch. En ik vond ze beide prachtig. Indrukwekkend. Bijzonder verbeeld en tentoongesteld. Vaak ingetogen, nooit schreeuwerig. Maar heel effectief – in het raken van het publiek – en ook heel educatief. Van Te Papa hebben we maar 2 verdiepingen van de 6 gezien. Het CM is nog veel groter en veelzijdiger dan hier is beschreven. Kun je nagaan. En het meest bijzondere: ze zijn gratis. Je loopt er zo naar binnen. Publiek bezit, voor iedereen toegankelijk en dichtbij.


Daar kunnen wij met al onze cultuurschatten en rijkdommen nog een puntje aan zuigen. Een hele grote!!


Gerda

185

Vandaag beeft het niet. Alles wat (nog) overeind staat blijft staan. En dat is fijn. Dus gelukkig maar. Want dat was op de kop af een jaar geleden wel anders.


We zijn in Christchurch. De grootste stad op het zuidereiland. En wel op een heel bijzondere dag. Precies een jaar geleden (22 februari 2011) schuurden de 'Australian Plate' en de 'Pacific Plate' langs elkaar. En dat veroorzaakte in de stad een geweldig zware aardbeving. 6.8 op de schaal van Richter. Het beven duurde rond een halve minuut. En toen bleef de teller op 185 steken. Honderdvijventachtig mensen verloren bij deze beving het leven. En nog 's honderden raakten ernstig gewond. Daarbij verwoestte het talloze (historische) gebouwen, parkeergarages, scholen, winkels, restaurants en de kathedraal. Met name het centrum van de stad werd zwaar getroffen.


We zijn in Christchurch omdat we een klusje te doen hebben. Namelijk een overnachtingadres zoeken voor de laatste drie nachten. Op onze zoektocht door het centrum lopen we door een winkelstraat. En lopen langs voornamelijk leegstaande winkels. Achtergelaten. Sommige met de verkoopwaar nog uitgestald. Heel af en toe is er een winkel in bedrijf. Maar de meesten staan het tamelijk desolaat bij. De deuren zijn voorzien van grote sloten. We zien afgebroken puien. Gestutte gevels. Met bouwhekken afgezette gebouwen. Leegstaande huizen, 'Gescheurde' trottoirs. En nog veel meer 'bewijsmateriaal' van deze afschuwelijke schok.


opgestapelde containers ter voorkoming van het instorten van een gevel...


We waren er een beetje op voorbereid. Op dit alles. Maar nu we de gevolgen van dit natuurgeweld met eigen ogen zien, maakt dit wel de nodige indruk.


De inwoners van Christchruch waren niet voorbereid op de 'klap'. Ze hadden de afgelopen anderhalf jaar al drie flinke bevingen te verduren gehad. Die veroorzaakten de nodige schade. Echter er waren geen slachtoffers te betreuren. Maar in februari 2011 dus wel.


Het 'echte' centrum, met de Kathedraal en de hoofdwinkelstraat krijgen we niet te zien. Het gebied (enkele vierkante kilometers groot) is afgezet met hekken. Niet toegankelijk. Het hart van de stad is totaal verwoest. Het wordt de 'red zone' genoemd. Alleen hijskranen en werkmannen hebben er toegang. En zij trachten beetje bij beetje de stad weer op de been te helpen. Sommigen denken dat het zeker 25 jaar zal duren voordat alles weer up and running is.


'Wat een verwoestingen hebben hier plaats gevonden'. Het geheel doet zelfs enigszins macaber aan. 'Een spookstad noemde Gerda het'.


Restaurants, winkels, gebouwen die in de Lonely Planet genoemd worden, bestaan gewoonweg niet meer. Totaal verwoest. Of weggevaagd. Toeristen lopen ook wat verdwaasd rond. Eigenlijk is er niets meer, wat in de Lonely Planet staat, nog te zien. 'Letterlijk, alles is weg'.



Vanochtend heeft er een memorial plaatsgevonden. Omdat de beving precies een jaar geleden plaatsvond. Hierbij zijn de tallloze slachtoffers herdacht. Veel slachtoffers zijn gevallen in het televisiegebouw. Dat compleet verwoest is. Ook in het winkelcentrum waren doden te betreuren. In een deel van het winkelcentrum (dat nu nog toegankelijk is) is een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan de slachtoffers. En in elke oranje wegwerkerspion (waarvan er heel veel staan in de stad) zijn bloemen gestoken.


Tijdens onze reis hebben we een aantal mensen gesproken die in Christchurch gewoond hebben. Maar er zijn weggetrokken vanwege het steeds terugkerende gevaar. Immers, afgelopen juni en december zijn er nog een flinke bevingen geweest. En zeer regelmatig zijn nog flinke naschokken voelbaar ( vanaf 4 september 2010 (1e aardbeving) maar liefst 9672!, en nee dit is geen typefout).



De komende drie dagen verblijven wij in deze stad. En zullen zeker nog meer gevolgen van de aardbeving te zien krijgen. Indrukwekkend. Dat is het zeker.




In September we rolled our sleeves up and dug it

In February we cursed it and dug again

but in June I sat and cried.

I couldn't dig anymore”


(uitspraak van een inwoner van Christchurch, na de derde aardbeving

de vierde moest toen nog komen.....)



Gerda en Gerrit

Versteende pinquins

Het was lang, lang geleden. Miljoenen jaren. Jurassic Periode. Zeg maar Dino-tijd. Er heerste een tropisch klimaat. Hoge bomen, boomvarens en ander tropisch hout stond zij aan zij. Vaak met de voeten en wortels in het water.

Toen kwam er een vulkaanuitbarsting. En die heb je nog wel eens in dit gedeelte van de wereld – we spreken het latere Nieuw Zeeland – want de aardkorst is hier nogal actief. Hier schuren een paar platen – zo heten delen van de aardkorst die eigenlijk drijven op het vloeibare deel – tegen elkaar aan. En dat schuren en wrijven leidt tot spanning en als die spanning te groot wordt, ontstaan er aardbevingen en aardverschuivingen. En waar de spanning te groot wordt bij een vulkaan barst hij uit zijn voegen. Tot zover een minilesje NZ geologie (en maar hopen dat mijn geologie-docent niet meeleest, want ik steek er mijn hand niet meer voor in het vuur).


Zo gebeurde het ook met de bomen. De vulkaanuitbarstingen brachten modderstromen met zich mee die veel kiezel bevatten. En omdat het snel ging, had het tropisch woud geen tijd om zich aan te passen. Ze werden overspoeld, konden geen kant op (waar hadden ze overigens ook heen gemoeten, maar dat terzijde).


De bomen en varens versteenden letterlijk. En zie hier; het petrified forest.


We staan aan een prachtige baai, einde van de wereld bijna. Dat gevoel. Rotsformaties rijzen op uit zee, maar je kunt via een platform en een trap afdalen tot op zeeniveau. Daar bevinden zich allerlei rotsplaten en poelen, waar de historie zo aan de oppervlakte komt. Ik zie er bomen in lengtedoorsnee liggen. Vaak kriskras door elkaar, soms in verband. Versteend dus. Het is bizar. En mooi. Dat het na zoveel miljoenen jaren gewoon aan je voeten ligt. En eronder.


versteende stam (lengterichting)


En..... we zijn precies op tijd. Dat klinkt raar als je naar versteend hout gaat kijken. Want dat blijft nog wel even liggen. Maar dat is niet het enige waarvoor we hier zijn. Er zijn namelijk ook andere zaken te bewonderen.......yellow-eyed-penguins!! Dat zijn zeer zeldzame pinguins, en niet omdat ze gele ogen hebben – die hebben ze nl niet, wel gele strepen bij hun ogen en op hun kop – maar gewoon omat er niet zoveel van zijn. En omdat ze maar op een beperkt aantal plaatsen voorkomen. En dat is o.a. hier bij Curio Bay.


Misschien moet ik even uitleggen waarom ik iets met pinguins heb.

Ik was er namelijk zelf eentje, voor ongeveer 10 jr lang. Jaha, daar kijken jullie vast van op.........

Waggelde ik dan op gezette tijden in een pinguinpak rond ofzo? Wees gerust, het is veel onschuldiger. De zwemclub waar ik van mijn 8e tot 18e levensjaar lid van was, heette jawel “de Pinguin”. Duidelijk toch?!


En hier zitten ze dus, in Curio Bay. Ze zijn er al als wij arriveren. Een klein clubje mensen heeft ze gespot. Ze nestelen hier, boven de rotsplaten, in het houtige gewas. De ouders zijn overdag op zee geweest om voedsel te verzamelen (inktvis – zo heette overigens de rivaliserende zwemvereniging, en dat ze gegeten worden door pinguins zegt hier genoeg – krabbetjes en vis). Tegen de avond komen ze aan land en waggelen ze naar hun nest. Om daar het voedsel op te braken en aan hun jongen te voeren. Het is een mooi gezicht, de jongen die om voedsel bedelen en roepend achter hun ouders aan gaan, tot op het nest. Je mag ze tot op 10 m naderen, maar je moet ze natuurlijk niet hinderen. En toch zijn er weer een paar die het niet kunnen laten en te dichtbij komen. Vast Fransozen.


Er staan 2 jongen, ze zijn nu 2-3 maanden oud – aan de rand van het struikgewas. Als wij ze aan het fotograferen zijn beginnen ze opeens de rotsplaten op te waggelen, richting zee. En richting ons. De afstand wordt minder dan 10 m. We gaan stil op een rotsblok zitten en blijven plaatjes schieten. Als ze bij een rotspoel komen duikt de 1e, duidelijk haantje-de voorste, half onder water. Nummer 2 volgt even later. We vragen ons af wat ze in godsnaam aan het doen zijn.


speurende pinguin-puber


Ann, de DOC-warden, duikt op en geeft uitleg. Deze jongen verlaten over 2-3 weken het nest en bereiden zich voor op hun zee-tijd. Daarom zijn ze nu aan het droog-oefenen in de rotspoelen, om te leren naar voedsel te speuren en het te vangen. Het is een komisch gezicht, die pinguin-pubers.


Maar ze maant ook iedereen om van de rotsplaten af te gaan, zodat de jongen niet gehinderd worden bij het oefenen en hun gang naar zee. Daarvoor hebben ze alle vrijheid nodig. Die krijgen ze van ons.


De volgende ochtend, na een fijne hardloop-training over het stand, zien we ook nog Hector's dolfijnen. Een soort bruinvissen, die alleen hier in NZ voorkomen. Nou ja, we zien hun vinnen boven het wateroppervlak uitkomen. Maar ze zijn er!


En wij waren er, precies op het goede moment. Prachtplek. Curio Bay. Is een tip. Doe er je ............



groet, Gerda

Twijfelaar

'Hij wist het niet zeker'. Bij lange na niet.


Of ie met zijn bootje the sound (fjord) in zou kunnen varen. Hij dacht dat ie er met wat geluk nog wel in zou kunnen varen. Maar of ie er uit zou kunnen komen. En hoe. En zo ja, wanneer dan. Kortom. Het was geen zekerheidje. Hij twijfelde.


We 'schrijven' het jaar best-lang-geleden. En 'hij' is James Cook. Ontdekkingsreiziger. Was z'n hobby. Beleefde er zoveel plezier aan. Dat ie er zijn werk van maakte. Had ook met 'treintjes' gekund. Was tie ook gek op. Maar het werden toch bootjes. Op zichzelf een goede keuze. Want met een trein kun je nu eenmaal minder makkelijk uit de voeten. Op water. Dus.


Maar goed. Hij twijfelde dus. Zijn bemanning zette hem wat onder druk om wel de fjord in te varen. Ze waren al maanden op zee. En wilden wel 's voet aan wal zetten. O.a. om wat vers voedsel in te slaan. Maar James nam een impopulaire beslissing. Want zo was James. Leer mij James kennen. Een echte 'Cook'. En met een echte Cook valt niet te spotten. Hij gaf bevel om rechtsomkeert te maken. En zijn wil was wet. En zo voer het schip weg. Van the Sound.


En aan die gebeurtenis heeft dit fjord zijn twijfelachtige naam te danken: the Doubtful Sound (hierna DS).


'Ja, fijn Gerrit, maar wat moeten wij met deze vrij zinloze licht verdraaide echter toch op waarheid berustende historische info?'


Gerda, ik en 86 bejaarden doen op dit moment wat James Cook niet durfde. Wij varen in de DS.


Niet dat we nu van die geweldige durfallen zijn hoor. Want elke dag is er een tour naar de DS. En die tours worden al sinds 1950 georganiseerd. En meestal vallen er geen dooien. Dus echt veel risico lopen we niet. Of het moeten de bejaarden zijn. Dat die ons fataal gaan worden. Zou kunnen. Is niet onwaarschijnlijk. Maar hopelijk niet.


50 minuten met een boot. Dan 35 minuten met een bus. En dan 3 uur varen op de sound. En dan het hele circus omgekeerd. Van half 10 tot half zes onder de pannen. Van de firma Real Journeys en Co (organisatoren van het 'echte' avontuur, yeah right). Een net iets te vriendelijk lachende en goed bedoelende bemanning (pas op voor het afstapje, pas op, de trap kan glad zijn, uw rollator loopt 'aan') valt ons ten deel. En 86 incontinente bejaarden. Die ons gezelschap houden.


U die ons een beetje kent, weet dat dit niet helemaal onze stijl van reizen is. Echter. Het kan niet anders. De DS is alleen op deze wijze te bezoeken. En de firma Real Journeys (what's in a name) vervoert ons graag. Tegen betaling. Dat dan wel. Iets met monopolie. Iets met positie. En iets met bankpasslijtage. U heeft een beeld van onze gemoedstoestand.


Afin. We varen. En we zien hoge bergen. Diepe zeeen. Prachtige vergezichten. Wolkentoppen. Dolfijnen (het lijkt potdomme het dolfinarium wel, het moet niet gekker worden). Zeehonden(puppy's)kolonie. En .....incontinente bejaarden (of had ik dat al gezegd?). Het is fijn. Het is mooi. Het is bijkans betoverend. Wat een geweldig natuurgebied.


'Ok Gerrit, ophouden met lullen. Waar blijven potdomme die foto's:'



'Fijne plaatjes he!'

'En al dat moois heeft 'onze' James toch maar mooi gemist. Destijds. Had ie maar niet terug moeten varen. De sukkel'.


Maar misschien was onze James zo gek nog niet. Wellicht had ie een vooruitziende blik. Dat ie het allemaal al lang door had. Het al had voorzien. Of dat ie allergisch was.

'Voor bejaarden. Incontinente bejaarden'.


En dan snap ik zijn beslissing opeens veel beter. Dan had ie toch maar mooi gelijk ook. Toen. Die James.


Ik zeg: licht het anker. Hijs de zeilen. En wegwezen. Snel wegwezen.


Met behoorlijk wat nadruppelende (of sta ik nu gewoon in m'n broek te pissen) worries.


Gerrit

Rees Dart Track/Day five

De-dag-die-niet-had-gehoeven. En-die-we-voor-geen-goud-hadden-willen-missen!


En waarom had die 5e dag dan niet gehoeven, Gerda?”


Nou, qua landschap voegde hij niet zoveel toe. Nog meer Nothofagus-bos, nog meer vlaktes zoals Cattle Flat, nog meer rivier, nog meer rotsen etc etc. En vrij vlak, en das best saai.


Echt alles vlak?”


Nou, nee. Sandy's Bluff is een grote rotsformatie waar je omheen moet. Eerst 80 m steil klimmen en dan weer 200 m scherp afdalen met inderdaad, best wel ijzingwekkende afgronden. Kabels erlangs gespannen, af en toe een ijzeren trapje. Dat was beetje spannend en nieuw. Niet eerder gedaan.


En nog iets niet-eerder-gedaan?”


Nou, nu je het zegt. Tijdens de laatste zijrivier-oversteek konden we geen goede stapstenen vinden, beetje zoeken naar een goed ford (=doorwaadbare plaats). En toen bleken de stenen erg glad. Gerrit ging eerst, die gleed weg, en stond er opeens midden in. Maar die had z'n gamaschen aan, dus bleef droog. En ik gleed ook uit, en ik viel ook nog eens. Achterover ja. Gelukkig werkte mijn rugzak als buffer en had ik alleen 1 natte voet en 2 natte billen. Hoeven we het verder niet over te hebben. De vieze man – ken je die nog, Koot en Bie, toen hij bonbons gingen proeven – zei het precies goed “ik voel het nat”.


En dat was het dan, die hele dag 5?”


Ja, zo ongeveer wel. We kwamen tegen half 1 aan bij Chinamans Flat, waar de bus ons om 2 uur zou oppikken. Dus konden we lekker languit in het zonnetje gaan liggen, beetje de spieren strekken, kletsen met de 2 Australiers die even na ons aankwamen.


Es ist vollbracht.......?

Eigenlijk heel relaxed dus. Vooral omdat er geen muggen waren. Héél fijn. En ohja, de Fransozen waren er ook al. Maar die hadden het iets minder fijn.


Oh, hoezo dan?”


Zij hadden er een auto staan. En zouden dus zo weg kunnen rijden. Als, ja als..... de accu niet leeg was. Direct toen we aan kwamen lopen sprongen ze ons al in de nek met de vraag of wij een auto hadden en startkabels. Diezelfde Fransozen, bij wie er 's ochtends in de hut geen goedemorgen af kon, die hadden ons nu opeens hard nodig. En toen konden ze opeens wel contact maken. Wij houden daar niet zo van. En al helemaal niet nadat ze zich die ochtend in Daleys Flat echt hadden misdragen. Terwijl driekwart van de hut nog in diepe rust was, gingen zij luidkeels pratend en lachend ontbijten. Sterke verhalen vertellen, grote gebaren erbij. Kortom, de hele hut was in 1 klap wakker.


En wat maakte nou dat je dag 5 niet had willen missen?”


Nou, het leukste komt nog. Toen onze bus arriveerde sprongen ze ook die in de nek. Maar Clara, de driver, had ook geen startkabels. Ze beginnen een beetje wanhopig te worden, die Fransen. Inmiddels zaten wij, en de 2 Ossies, al in de bus. Op een gegeven moment komt Clara met de vraag of wij de Fransen willen helpen met aanduwen. Met wat sterke mannen moet het dan lukken om de auto te starten. Er wisselen wat blikken in de bus. En het blijft stil. Héél eensgezind.


Ook heel eensgezind en geinteresseerd kijken we even later toe hoe de Fransozen, met ene paar Israeli's, hun auto aanduwen. En hoe die niet aanslaat. Jammer en helaas. Achter me klinkt het droog met een Ossie-accent “there is a God after all”. We hebben erg veel schik. Het hele stuk terug naar Glenorchy komt het beeld weer langs. Zelfs dagen erna vragen we ons nog wel eens af of ze nog steeds aan het duwen zijn. Erg vermakelijk.


Nou, dat klinkt wel erg als leedvermaak”


Klopt als een bus! Leuker vermaak is er niet.

En-daarom-hadden-we-die-dag-voor-geen-goud-willen-missen!


tot de volgende track, Gerda & Gerrit