De Lustige Reiziger

Rees Dart Track/Day four

'De film 'the Lord off the Rings'. U kent 'm vast wel. U heeft 'm vast gezien.


Mm...ik niet. Ik ben geloof ik de enige persoon op deze aardbol die de film

aan zich voorbij heeft laten gaan. Niet gezien heeft. Dus 'Ook geen stukjes Gerrit? Fragmenten of zo? Nee! Helemaal niks. Het gaat geloof ik over wat Lords die wat zitten te jongleren met ringen of zo (want daar houden Lords van, dat houdt ze van de straat, anders halen ze toch maar rottigheid uit). En dan raakt er tijdens dat jongleren een ring zoek. En dat is vervelend. Want dan kunnen ze niet meer jongleren. En dat willen ze wel. Want daar houden ze van. Die Lords. Jongleren. En dat ze die ringen dan gaan zoeken. In het bos. Of zoiets. Maar dat is dan ook precies wat ik er van weet. Niets dus.


Mooi op tijd gaan we op weg. Voor de vierde dag op rij. Daleys Flat Hut is ons doel voor vandaag. Een wandeling van zo'n acht uren. Een fijn stukje kuieren dus.




Het eerste deel van de wandeling lopen we door bos. Het is wat dauwig. En de bemoste bomen begroeid met baardmossen geven een wat mystiek sfeertje. En dat mystieke sfeertje komt sterk overeen met de sferen in de film 'The Lord off the Rings”. Althans volgens Gerda. Die wel stukje heeft gezien. Van die Lords. En die ringen.


Helemaal gek is dat niet. Van dat sfeertje. Want de film is 'geschoten' in NZ. Nog sterker. In het gebied waar wij nu lopen is 'Hobbit Town' (echt ik weet niet waarover ik schrijf, geen idee...) is hier als filmlocatie opgebouwd.


Na een uurtje of drie sjouwen komen we aan in een soort van grasland: Cattle Flat. We denken dat hier in vroeger tijden vee heeft gegraasd. Nu is het schraal grasland met nog niet al teveel variatie aan kruiden. Maar dat gaat hopelijk in de komende jaren veranderen. Een erg mooi gebied om doorheen te trampen.


cattleflat......


Na nog 's 2,5 uur komen we weer in een bos.


Wellicht heeft u eind jaren tachtig uw tuintje door een hovenier laten aanleggen (ja, effe een ander onderwerp, even schakelen dus). In de tijd dat de bekende Nederlandse tuinarchitect Mien Ruys (wie kent haar niet) de spoorbiels introduceerde. Heel Nederland moest opeens de NS in zijn tuin hebben. De tuin volkwakken met tuinturf. En volgeprutst met heide. En de onvermijdelijke lavendel. Omdat die zo gezellig combineert met heide DIE HELEMAAL NIET IN TUINTURF WIL GROEIEN, WANT LAVENDEL IS KALKMINNEND ... tja tuinman hoe kan het toch dat mijn lavendelstruikjes elk jaar dood gaan....). En....als klap op de vuurpijl moest er naast bovengenoemde ellendebeplanting een solitair Nothofagus-struikje a' heel veel ouderwetse Holandsche guldens in het kleine voortuinje geplant worden.


Hoe ik aan deze kennis kom? Ik werkte in die jaren als hovenier. En heb u een flinke poot uitgetrokken. Althans de baas waarvoor ik werkte dan. Nothofagus is een wat kwarrig eigenwijs groeiend struikje. En mensen vonden dat mooi. In combinatie met heide. En de hovenier ook. Want de boompjes werden schreeuwend duur verkocht. Er werd goed geld aan verdient.


Waarom dit uitstapje?


We lopen de hele dag al in een bos met slechts Nothofagus-bomen. De miniscule blaadjes van de Nothofagus liggen op de bodem. En verteren (gelijk aan beukenblad) maar matig. En daarom lopen we op een dik pakket Nothofagusblad. De spoorbielzen ontbreken. In dit bos. De tuinturf ook. En de onvermijdelijke heide en lavendel doet ook niet mee, Maar de bomen wel. Geweldig imposant.


Na acht uren komen we aan in Dalyes Flat Hut. En we zijn niet aleen. Nee.


De voertaal in de hutten is ........Israelisch. Enkele dagen al. Raar maar waar. Veel Israelische jongeren kiezenn NZ als meest favoriete vakantieland (oudere koppels gaan naar Europa). Ze bezettten zo ongeveer de hutten. Heel erg is dat niet. Want het zijn vaak leuke lui. Die bovendien de Engelse taal heel aardig onder de knie hebben.


En dat is van zes Fransen (die er ook zijn) niet de zeggen. Ze zijn niet aardig. En of ze Engels spreken, dat weet niemand. Want ze maken geen contact met de andere hutgenoten. Daarbij zijn ze ontzettend lawaaig. En dat maakt ze weinig geliefd bij alle anderen. Maar God zal hen hard straffen (zie het verhaal van Gerda van morgen, smullen maar......)


Maar het kan altijd erger. Dan die Fransen. Want er zijn ook 'echte' vrienden: Austrosimulium ungulatum en dezelfdeeerstenaam en dan australense. Die zijn er ook. Met duizenden tegelijk.


Nieuw Zeelanders noemen het beestje de 'sandflies. Engelsen: motherfuckers (mooi taal he, da Engels....). En wij kortweg: mug.


Wat een klotebeesten. Het is zo erg dat we alleen maar in de-veel-te-kleine-voor-zoveel-mensen-hut kunnen verblijven.


Ok. Ook aan deze dag zal een einde komen. En hopelijk schuift de dag van morgen ergens de gordijnen voor ons open. En zijn de sandflies als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat zou mooi zijn.


Want morgen gaan we op voor onze laatste trackdag.


No worries mug!


Gerrit

Rees Dart Track/Day three

Zingeving


Om 8 uur 's ochtends gaan we al op pad, maar niet na afscheid te hebben genomen van Mike. Op mijn aanbod om altijd te mogen mailen over zijn perikelen, noemt hij mij de 'local-agony-aunt'. Nou vind ik dat teveel eer en moet ik er hartelijk om lachen, het aanbod staat wel.


Er staat een uur of 4 om naar het zadel te lopen, en onderdeel daarvan is de fikse klim van ruim 900 m naar de Pylon, het hoogste punt. Maar in het begin volgen we de Dart river, dus vlak-flauw stijgend omhoog. Af en toe en zijrivier met wat stijgen en dalen over de oever. En nog één (1), en nog één (1). Vaak wel met stapstenen. Maar niet altijd op stapafstand.


Kijk mama: met losse handen!”

Ik kan er de vinger niet op leggen, maar ik heb het niet naar mijn zin. Het lopen gaat prima, de vermoeidheid zit niet in mn benen maar in mijn hoofd. Ik kan er niet van genieten. Ik heb me ingesteld op een lange dag, met een zware klim, met prachtig uitzicht van bovenaf op een gletser. En een zonnetje, In plaats daarvan lopen we in de oneindige riviervlakte, met alleen maar hoge, grijze rotsen om ons heen. Geen gletsjer meer te zien, laat staan de zon.


Ik maak Gerrit deelgenoot van mijn gevoelens. En dat ik betwijfel of ik het zo naar Cascade Saddle ga maken. Beetje deja-vú met Avalanche Peak. We besluiten er voor te gaan, én om na 4,5 uur 'heenweg' te stoppen en de terugtocht te aanvaarden, ongeacht waar we zijn. Dat besluit helpt. En wat ook helpt zijn Gerrit-zijn-ik-leid-je-wel-af-en-vrolijk-je-op-verhalen. Die werkelijk overal en nergens over gaan. Een pond paling op vrijdagmiddag in Harderwijk. Een naturel ijsje van de favoriete ijssalon in Oldebroek want dat is mager ijs (ja , droom lekker verder). Het werkt. Mijn gemoed verbetert.


Aan het eind van de vlakte gaan de rotswanden steil en bijna verticaal omhoog. Bovenaan zijn ze compleet glad als platen, zoals ik dat ken van de Dolomieten. Mensvijandig, zo ziet het eruit. Als we het eind van de gletsjer bereiken na bijna 3 uur lopen is het ijs onderaan zwart gekleurd, en een lang stuk van de tong is grijs van het gruis dat erop ligt. Maar als we gaan klimmen komt al snel het witte deel met sneeuw in zicht. Met al zijn scheuren en spleten, soms met poelen er bovenop, waar smeltwater zich verzamelt en niet weg kan. Af en toe piekt het zonnetje erdoor. Het plaatje wordt zoals ik dat van het plaatje op de folder herken, met prachtig uitzicht op sneeuw en ijs alom. Dart glacier, Whitbourn Glacier en delen van Snowy Range Glacier. Naar mate we hoger komen wordt het adembenemender. Ik geniet weer volop. En ik realiseer me dat ik vanochtend mijn zingeving 'kwijt was'. Iets dat ik bijna nooit heb in de bergen. Integendeel juist. Als ik daar loop voel ik vooral wat de zin van leven is. Onderdeel te zijn van een groter geheel, juist door je heel klein te voelen in een machtige en onbarmhartige omgeving. Met gedachten en dromen die alle kanten op kunnen. Overgave aan. En één zijn met je omgeving.


Na 4,5 uur is die omgeving een mooi vlak stuk, een platform achter een grote richel, een zijmorene. Er bloeien enorme plakkaten stekelnootje, in prachtig rood contrast met hun grijze ondergrond. Stekelnootjes had ik in mijn vorige tuin ook geplant, op lastige plekken, want ze kunnen wel tegen een stootje. Blijkbaar niet de goede stoot, want de krengen deden het er voor geen meter. En hier staan ze op een onmogelijke plek in vol ornaat in bloei. Maar om hier nu een tuin in te richten........


stekelnootjes en gletsjers.......


We koken er onze lunch, baggeroni uit een zakje. Het is meer genieten van het uitzicht dan van de smaak en samenstelling van het goedje, maar we doen het ermee. Ken je nog die slogan 'een beetje van mezelf en een beetje van Maggi'. Nou, de volgende keer graag zonder Maggi en alles, maar dan ook allés van mezelf.


De afdaling verloopt soepeltjes, zelfs de stukken waarvan we op de heenweg dachten dat ze lastig zouden zijn, blijken goed te doen. Al is het uitkijken geblazen. Ook de riviervlakte en zijrivieren doorkruisen we lekker op ons gemak. Zelfs bij de zijrivier die iets gestegen is en waarvan bijna alle stapstenen nu onder water verdwenen zijn, houden we het droog. De gamaschen aan, stokken extra lang maken, voorzichtig doorstappen en dan ben je aan de overkant voor je het weet.


Na bijna 10 uur aan de sjouw zijn we terug in de hut. Het is mooi geweest!

En als toegift krijgen we van Danielle, de warden die net arriveert, nog 2 verse tomaten als dank voor het terugbezorgen van de hoed van haar voorganger. Die tomaten verbouwen ze zelf in de Staff Quarters. Waar ze ook een terrastuintje hebben met wat sla en kruiden in potten achter gaas. Vers, en dat op bijna 1000m hoogte! Die tomaten zijn de lekkerste die ik deze reis heb geproefd.


En zijn we nu op het zadel en bij de Pylon geweest?

We kunnen natuurlijk zeggen van wel.

En dat we er foto's hebben gemaakt van het bord 'Cascade Saddle, 1830 m', of van Mount Aspiring aan de andere kant van het Saddle. Maar dat bij het ontwikkelen van die foto's het rolletje is zoekgeraakt. Vervelend ja.


Maar jullie kennen ons, dat zouden we nooit doen.

Dat hebben wij niet nodig......


hoog(vandeberg)achtend, Gerda



Rees Dart Track/Day two

'Er mist nog een (1) persoon'.


Zo sprak de bestuurder van de bus die ons naar de begintrack zou brengen. Er ging wat dreiging uit van zijn stem. Want om half negen precies zou hij koers zetten naar het beginpunt van de Rees Dart Track. 'Laatkomers hebben pech gehad, zo voegde hij er aan toe'.


Ik zie 'm nog aankomen lopen. Op een holletje. Puffend. Zwetend. Helemaal buiten adem. Op het randje. Om half negen precies.


Mike Harridson. Zeven en vijftig lentes jong. Man uit een (1) stuk. Te zwaar. Qua gewicht. Dat hebben mannen uit een (1) stuk trouwens nogal snel. Echter. Hij heeft geluk. De bus is nog niet vetrokken. Hij kan mee. Hij neemt plaats naast de bestuurder. Duidelijk opgelucht.


Dat was gisteren.


Mike heeft zich inmiddels tijdens de track een soort van bij ons aangesloten. Wij vinden het niet erg. Integendeel. Mike is een optimistisch mens. Heeft humor. En kan verhalen. Hij is farmer in de UK. Ergens onder de rook van Hull. Vleesvee. And Crops. Een grote boer. En een slimme. We tonen interesse. Vragen naar de bedrijfsvoering. Naar zijn leven als boer. In Engeland.


Beetje bij beetje doet hij zijn verhaal. Vijf jaar geleden hebben zijn broer en hij onenigheid gekregen. Nadat ze de boerderij jarenlang samen hebben gerund. Opsplitsen werd noodzakelijk. Een beslissing die een zware wissel op Mike heeft getrokken.


Later op de dag verteld Mike dat ie momenteel op een crossroad van zijn leven staat. Zijn huwelijk bevindt zich op stormachtige wateren. Zijn vrouw en hij leven al vanaf afgelopen mei apart. Het verhaal komt er met flinke tussenpozen uit. tijdens de tussenpozen genieten we van de uitzichten. De omgeving. Maken grappen. En klimmen naar omhoog. Want dat heb je al snel met klimmen. Dat het omhoog gaat.


Eigenlijk is ie naar NZ gekomen om een meeting bij te wonen van farmers in Auckland. Maar ook om na te denken over zijn huwelijk. En om beslissingen te nemen. Maar hij verteld ook dat ie graag zijn kop in het zand steekt. De problemen niet graag onder ogen ziet.


We luisteren naar 'm.


Na vier uren wandelen, praten, foto's maken en klimmen komen we uit op Rees Saddle. Het hoogste punt dat we vandaag zullen bereiken. 1471 meter. De uitzichten zijn wonderschoon. Hier komen de onvermijdelijke foto's:



Na bovenstaande fotomomenten dalen we sterk af. Langs Snowy Creek.


snowy creek


Na in totaal negen uren in de weer te zijn geweest. En behoorlijk vermoeid zijn. Komt Dart hut in zicht. Ons onderkomen voor de nacht. 'Wat liggen die hutten toch steeds op geweldige plekken'. Slechts te bereiken te voet (of per helicopter), en daarom geweldig exclusief. En bedoelt voor een select groepje hikers.


Gelukkig komt Mike een half uurtje later aan. Respect hebben we voor 'm. Want op je 57e en met een behoorlijk zwaar lijf deze tocht doen is een prestatie (maar dat denken we alleen en zeggen we natuurlijk niet).


We doen de schoenen uit. Frissen ons wat op. Rusten wat. En koken ons potje. Mike leent een lepel (die is ie vergeten) en eet een goedje dat het midden houdt tussen afwaswatersoep en iets de geel uitgeslagen urine (sorry voor deze vergelijking, maar zo zag het er echt uit). In elk geval lijkt het in niets op wat op de verpakking staat. We informeren nog even of ie toch niet iets teveel water heeft gebruikt. Maar kei als ie is, werkt ie lachend het goedje naar binnen. We maken er de nodige grappen over en hebben nog een mooie avond.


Niet al te laat ga ik we bed. Na te denken over Mike. En zijn huwelijksproblemen. Zo'n verhaal hakt er bij mij (Gerrit) behoorlijk in. Merk en ervaar ik.


Morgen vervolgt hij zijn weg. Wij ook. Maar wel een andere. We gaan die gast missen. Weten we nu al.


See you!


Gerrit


Rees Dart Track/Day one

In NZ kan je 'Great Walks' doen. Meerdaagse hikes, die hier tramps heten, op de prachtigste locaties. Verblijf in (berg)hutten, die zéér basic zijn. Maar op de Great Walks net iets minder basic omdat daar veel mensen op af komen. En de paden dientengevolge dus erg druk belopen worden. Zó druk, dat je soms dagen, weken en maanden te voren een slaapplaats in een hut moet boeken.


Ik had in 1e instantie, in de voorbereiding thuis, mijn zinnen gezet op de Routeburn, gecombineerd met de Caples Track. Totaal 5 dgn. Vanaf mijn laptopje aan de eettafel in Oosterbeek ben ik in november de beschikbare slaapplaatsen in de hutten gaan volgen. Moest lukken, in de 2e helft van februari. Maar de hamvraag was natuurlijk: ben je daar dan ook op dat moment? Natuurlijk, je kan een reis van 6 wkn helemaal 'daaromheen' plannen. Maar wij hadden besloten die 6 weken in hoofdlijnen te plannen, en niet op het detailniveau van 4 overnachtingen in 4 opeenvolgende berghutten, op locatie A-B-C-D. Het zat me niet lekker, en ik ben verder gaan shoppen. Kwam uit bij de Rees-Dart Track. Goed alternatief, hoger en alpiener (aha!) gemakkelijker te bereiken (altijd fijn), minder druk (nog fijner), dus niet nodig vooraf te boeken. Hmm, zéér aantrekkelijk. En toen ik ook nog de folder downloadde van Cascade Saddle, een zadel/top die je als dagtrip halverwege aan de RDT kunt voegen – met een beeldschoon plaatje van uitzicht op Dart Glacier – was ik verkocht. Díe zouden we gaan doen!


Dus die doen we nu.

We worden met een busje bij het beginpunt gedropt. Muddy Creek Carpark. Klinkt veelbelovend! We zijn met z? drieen. G en G en Mike, waarover later meer. Bepakt en berugzakt met voedsel voor 5 dgn, potten en pannen, slaapzak etc, etc. En jaaa, dat is zwaar. Net als de voorbereiding, ook zwaar: boodschappen doen, maaltijden samenstellen – 3x per dag, waarvan liefst 2x warm, en met de nodige energie en voedingswaarde – en dan nog inpakken. Ik zal er niet over uitwijden, maar het waren niet onze beste momenten. Maar het mooie ervan is wel: als je er eenmaal staat, aan het beginpunt, is dat alles achter de rug, en heb je geen keus meer. Lopen maar!


De riviervlakte van Rees river is zo vlak als een dubbeltje. Meestal dan. En soms wordt ie doorsneden door zijrivieren, die hun water ook naar zee willen brengen. En daar moet je dan overheen. Of doorheen, het is maar hoe je het bekijkt. Meestal is dat vrij gemakkelijk, stapstenen zijn er voor uitgevonden. Maar 25 mile Creek is van een andere orde. Breed. Hééél breed. Nee, geen 25 mile, dat is ovedreven. Maar 25 meter komt in de buurt. Geen stapstenen te zien, dus dat wordt waden. De gamaschen gaan aan. En we halen het. Nou ja, net aan. Sokrand nat, voet droog. Fijne dingen, die gamaschen. Charmant ook, onder een korte broek (nee, daar zijn geen foto's van). Gaan we nog meer plezier van krijgen.


Gerrit door 25 Mile Creek

Een deel van de vlakte is moeras. Zomp. Soms stap je erzomaar in, tot ruim over je enkels. Soms doe je moeite om droger te blijven maar stap je er evengoed zomaar middenin. Tot over je enkels. Gewoon doorbanjeren dus.


Na ruim 3 uur gaat de riviervlakte over in bos. Via de lunch bij een swingbridge (hangbrug) verde en hoger. Het bos gaat meer kale plekken vertonen en de bodem wordt rotsiger, Na 6,5 uur netto looptijd zien we Rock Shelter Hut liggen. Prachtige plek. En niet druk. Er zijn ons 3 Israelische jongens voorbij gelopen, die slapen er ook. Later komt er nog een jong Israelisch stel bij. En natuurlijk Mike. Geen 'warden' (huttenwaard) te zien, dus we blijven met zn achten.


De maaltijd van aardappelpuree (zakje), tonijn (blikje) en broccoli (vers) is een absolute hit. En de pocketrocket-brander die ik 2,5 jr geleden in de US kocht en nu voor het eerst gebruik, is dat ook. Een appel na, daarna nog kop thee en chocola van Mike en wij kunnen niet meer stuk. Maar gaan wel om 10 uur plat, het licht gaat letterlijk en figuurlijk uit.


Fijne avond. Prachtige, heldere sterrenhemel.

nachtgroeten, Gerda



Dorstige paarden

Paardenverhaal voor Sanne

Dit is een waargebeurd paardenverhaal. Ik heb het geschreven speciaal voor mijn dochter Sanne. Die enorm paardengek is. And off course for everybody else who wants to read it.


Het gebeurde in Nepal. November 2011. Ergens in het Himalayagebergte. Waar ik een 16-daagse wandeltocht deed.


Op dag 6 gebeurde er iets heel bijzonders.


Het was een knetterwarme dag. Ik liep met Khamal (mijn gids) een hele steile heuvel op. De heuvel was zo steil dat we elke 5 minuten even moesten stoppen. Om op adem te komen. Halverwege de heuvel maakten we weer zo'n stop. We schuilden onder wat bomen. De schaduw van de bomen bood wat bescherming voor de onverbiddelijke en hete zonnestralen.


schuilende en dorstige paarden.....


En we stonden niet alleen. Er stond ook wat paarden. Ook te schuilen. In de schaduw. Onder wat bomen. Een (1) paard stond wat apart. Hij stond bij een soort fontein. De fontein werkte niet goed. Er kwam zo heel af en toe een druppel water uit. En dan weer een hele tijd niet. En dan weer wel. En dan weer een hele tijd niet. En dan weer wel. En zo druppelde het maar door.


Het paard likte elk druppeltje water met zijn grote tong weg. En wachte vervolgens geduldig totdat er weer een nieuwe druppel was gevormd. Om die vervolgens ook weer op te likken. Het beest had enorme dorst. Dat kon je zo zien.


Khamal vertelde dat de eigenaren van de paarden inmiddels hun huizen hadden verlaten. Ze 'overleven' de winter door naar beneden te trekken. Naar de vallei. Waar het minder koud is. En waar meer voedsel te vinden is. De paarden laten ze achter. Die moeten zichzelf redden. In het voorjaar (maart) komen de bewoners terug. En dan kijken ze wel welke paarden de winter overleefd hebben. Dat zijn de sterken. En die mogen dan het zware werk weer doen.


Khamal en ik maakten foto's van het paard. Omdat we dit toch een heel zielig gezicht vonden. En tijdens het maken van de foto's gebeurde er iets opmerkeljks. Khamal herinnerde zich iets. Hij ging foto's zoeken in zijn fotocamera en .....vond een foto. Van hetzelfde paard. Op dezelfde plek. Likkend aan precies dezelfde fontein. Alleen was dat drie weken eerder.....


het dorstige paard.....


Wat was het geval. Khamal had drie weken tevoren ook een groep toeristen over de Annapurna geleid. En had hetzelfde paard gezien. En gefotografeerd.

Het zou natuurlijk toeval kunnen zijn dat het paard daar nu opnieuw stond te likken. Op precies dezelfde plek. Maar Khamal denkt dat niet. Hij denkt dat het paard daar de hele tijd, al die weken, heeft gestaan. Khamal denkt dat omdat het de enige mogelijk is voor de paarden om aan water te komen. In de wijde omgeving is verder geen water te vinden.


Maar dat zou dus betekenen dat de paarden misschien meer dan drie weken op dezelfde plaats staan. Met met een paar druppeltjes water. En dat is natuurlijk behoorlijk zielig.


En toen hebben we iets gedaan.


Iets verderop lag de leiding die het water naar de fontein moest aanvoeren. En die had een kleine lekkage. Het water druppelde een ietsje naar buiten. Met een mes hebben wij de lekkage ietsje groter gemaakt. Waardoor er meteen meer water naar buiten kwam stromen.


We hebben ter hoogte van 'het lek' een kuiltje gegraven. En daar stenen omheen gelegd. We hebben eigenlijk een soort vijvertje gemaakt. Het werkte. Het kuiltje stroomde als snel vol. Het water bleef er in staan omdat de stenen het water tegenhielden.


Maar nu moesten de paarden er nog weet van krijgen. We hebben er eentje meegelokt. En die begon meteen te drinken. En of tie dorst had.....


hier likt ie weer een druppeltje weg......

En toen hebben we ze achter moeten laten. Hopelijk verteld het ene paard aan zijn vriendjes waar het water te vinden is. En hopelijk overleven ze hiermee de winter.


Tot zover mijn waar gebeurde paardenverhaal.


Your Dad!

Sissi

'Vraagje'.


Waar doet Franz Josef u aan denken, lieve lezer?


Nou?


Aan Sissi. Goed geantwoord. U gaat door naar de volgende ronde. Of te wel. De volgende vraag.


Waar doet Sissi u aan denken? Precies. Aan die buitengewoon aantrekkelijke Keizerin von Osterreich. Alweer fijn geantwoord.


Lieve lezer. Het wordt tijd voor een ontboezeming van mijn zijde. Ik mag wel zeggen. De hoogste tijd! Ik word namelijk precies eenmaal per jaar verliefd op haar. Op Sissi. Kortstondig. Eenmalig. Dat dan wel weer. En altijd zo rond kerst! Want dan worden die tenenkrommende Sissi-films uitgezonden. En ik kijk. Aleen. Vanwege Sissi. Eerlijk boeit die Franz Josef me voor geen meter.


'Maar vandaag wel'.


Ik heb het natuurverschijnsel nog nooit gezien. Live. In het echt. Gerda wel. Heeft er zelfs opgestaan. En het belopen.


'Een Glacier of gletsjer'.


En die gaan we bekijken. En omdat het mijn primeur is. Gaan we er ook meteen maar twee bekijken. Op een (1) dag. Hatzikidee. We zijn nu toch in de buurt.


'En welke gletsjes gaan jullie met een bezoek vereren dan, beste Gerda en Gerrit'? De Fox en .......de Franz Jozef-gletsjer. En we beginnen met de laatste.


Om half negen des ochtends vertekken we. En vier kilometer later landen we op het parkeerterrein. Vanaf hier is het een drie-kwartier-durende wandeling.


We doen het graag. De zon schijnt. En we kuieren door een rainforest. Bemoste bomen, varens, parasolmos, palmen. Het is een (1) groot feest om hier te wandelen. Na enige tijd moeten we een rivier oversteken. Mijn Azie-wandelschoenen zijn niet helemaal waterdicht (meer). En springend bereik ik de overkant.



Opeens staan we voor een vlakte. En in de verte is de gletsjer al zichbaar. Na een kwartier staan we er recht voor. Eerst maakt het nog niet al teveel indruk op me. Maar als we een betere plek hebben. Dan wordt het tamelijk indrukwekkend. Wat een machtig vertoon van moeder natuur. Een pakket van tientallen meters ijs. Opgestuwd. Met scheuren. En reuzenpieken die naar boven uitsteken.

Je zou zelfs een een klein stukje over de gletsjer kunnen lopen. Maar dat kan alleen onder begeleiding van een gids. En die hebben we niet ingehuud.


Frans Josef Gletsjer


Een andere mogelijheid die we ook aan ons voorbij hebben laten gaan is het vliegen met een helicopter. Die dingen vliegen af en aan met toeristen (circa 400 euro per 20 minuten). De helicopters vervoeren mensen die zo'n gletsjer wel 's van boven willen zien. Mooi voor de toerist. Fijn voor de beurs van de helicopterfirma. Minder fijn voor het milieu. En voor de rust in het gebied.


Dichterbij komen zou kunnen. Maar dan moeten we over de afzetting heen. Iets dat sommige mensen doen. Niet slim. Want in 2009 hebben twee Australiers dit ook gedaan. Precies op deze plek. De onfortuinlijke mannen zijn toen bedolven onder ijsblokken zo groot als onze camper. Een vliegtuig moest een 'kraan' aanvoeren. En die moest vervolgens de ijsblokken verwijderen om de lichamen te kunnen bergen.


Hebben wij geen zin in. En blijven dus mooi op afstand van al het moois genieten.


Na de nodige fotoschietmomenten lopen we terug. En vinden onze camper. Op naar het volgende reisdoel. We reizen af naar Fox Glacier. Een kilometer of dertig verderop. Minder toeristisch. Maar zeker zo mooi. Zo is ons beloofd.


Fox gletsjer


En zo is het. Een prachtige wandeling van drie kwartier (door een waanzinnig mooi en gevarieerd regenwoud) brengt ons naar een kleine steiger. Die biedt uitzicht op de Fox-gletsjer. Om stil van te worden.


Geweldig imponerend. Dat was 't. Ik hoop dat de foto's iets van de machtigheid, die wij hebben ervaren, weergeven.



Ons volgende reisdoel is Queenstown. Een stad in het zuiden van het zuidereiland. We gaan ons er voorbereiden op een vijfdaagse- en behoorlijk intensieve track. De Rees-dart track. Beloofd erg mooi te worden.


'Goed voorbereiden dus'.


Er moeten nieuwe schoenen gekocht worden (de 11 euro Nepalese wandelschoenen (Very Good Quality Sir!) vallen nu echt uit elkaar. Verder gaan we we voedsel inslaan. En nog wat andere noodzakelijke meuk om te tocht te kunnen 'overleven'.


Als we goed werk hebben geleverd hoort u weer van ons als we terug zijn van de track. Met de onvermijdelijke verhalen. En dito foto's.


In de tussentijd wensen wij u veel schaats-, ijs- en sneeuwplezier. Hanschoenen aan. Muts op. En de handen warmblazen maar. Is een tip. Doe er u voordeel mee. En hopelijk veel (voor)pret met de mogelijk op handen zijnde elfstedentocht.


Gerrit (en Gerda)

Lepra

In Nepal worden per jaar ongeveer 3500 nieuwe gevallen van lepra ontdekt. De ziekte kan nog steeds slachtoffers maken omdat er een groot taboe rust op lepra. Mensen blijven soms tientallen jaren met klachten doorlopen, voordat ze hulp zoeken. Al die tijd zijn ze besmettelijk voor hun omgeving (bron: EO-Metterdaad)


Marleen. Mijn vriendin. Was zo lief om mij te komen opzoeken. In Nepal. Kort na mijn fietsreis die mij voerde door Pakistan, India en Nepal. Ze was er tijdens de kerst van het vorige jaar. Als vaste volger heeft u dit vast meegekregen.


We hebben in die week iets meegemaakt dat nog niet in het weblog te lezen is geweest. Maar wat het vermelden zeker waard is.


Op onze voorlaatste wandeldag kwamen we aan in het zeer mooi gelegen guesthouse (door Marleen gevonden). We raakten in gesprek met een Engelse arts en zijn vrouw. Zij waren er een lang weekendje 'uitgebroken'. Even bijkomen. Zij bleken heel wat jaren geleden een hospital te hebben opgezet. Een hospital voor Lepra-patienten. In de stad Pokhara.


Omdat we beiden belangstellend waren naar hun werkzaamheden nodigden zij ons uit om een kijkje te komen nemen in dat hospital. Omdat we in een vrij strak tijdschema zaten, zou dat bezoek de volgende dag al moeten zijn.


Nadat we de volgende dag uitgewandeld waren zetten we per taxi koers naar het hospital.

Na een hobbelige rit van bijna twee uur kwamen we iets na zessen aan in Pokhara. De electriciteit was uitgevallen. En het was pikkedonker in de stad. De taxichauffeurs (2) hadden moeite met het vinden van het hospital. Het lag nogal achteraf. Maar na veel zoeken, vragen, en wenden en keren vonden we het hospital. Het Green Pastures Hospital. Maar daar was de directeur (die ons zou ontvangen) reeds vertrokken. Zijn werkdag zat er op.


Bijna waren we onverrichterzake weer vertrokken, toen we een telefoonnummer in ons handen gedrukt kregen. Dat moesten we maar bellen. En zo kregen we de directeur te spreken. Die lekker thuis was. Hij zegde toe dat ie binnen vijf minuten ter plaatse zou zijn. En die belofte kwam ie na.


De directeur verontschuldigde zich eerst. En hij vond het jammer dat we zo laat waren gekomen. Want nu konden we zijn hospital niet 'in bedrijf' zien. Wij gaven aan dat niet erg te vinden. Daarna gaf hij ons een korte rondleiding. En we kregen in (in)kijkje in de verschillende zalen. Waar de patienten lagen. Omdat we geen 'aapjes' wilden kijken, bleef het kijken beperkt door het turen door ramen en kieren.


De directeur vertelde dat dit het enige hospital was in de wijde omgeving. Met de nadruk op 'wijd'. De gemiddelde behandelingsduur bedraagt 5 a'6 maanden. En dat komt omdat de mensen in een veel te laat stadium naar dit hospital toe komen. En dat komt weer omdat de dokters in de dorpjes de mensen niet of erg laat doorverwijzen. Verder rust er een enorm taboe op de ziekte. De opnamekosten per patient zijn dus erg hoog. En de bijdrage van de Nepalese regering is nul. Niets.


Het is dan ook niet vreemd dat de hoofdtaak van de directeur is om gelden te verwerven. Al het geld dat hij werft komt uit het buitenland. Vanuit ons land doet de EO leterlijk en figuurlijk een duit in het zakje. Het programma 'EO Metterdaad' heeft midden vorig jaar nog aandacht aan het hospital besteed. En er worden gewoon elk jaar harde euro's door deze omroep naar dit hospital gestuurd.


Daarnaast is het de opdracht van de directeur om de communicatie met de lokale dokters in de kleine dorpjes te verbeteren. Het doel is dat deze artsen leprapatienten sneller doorverwijzen naar het hospital.


Wat mooi is, is dat het al is gelukt om de lokale Nepalezen in te zetten bij de behandeling van lepra. Zo bestaat de gehele staf (fysiotherapeuten, adminstratief personeel, artsen etc.) uit Nepalezen. De 'Europeanen zijn er alleen nog om beleidsfuncties uit te voeren. En om leiding en sturing te geven.


Marleen en ik waren onder de indruk van wat we zagen. Eenvoudige bedden. Slaapzalen met soms tien bedden. Kale gangen. En de geur van zieke mensen. Niets van wat we zagen lijkt op hoe wij het hebben geregeld in onze gezondheidszorg. Toch was het ook mooi om te zien hoe men zich inzette om er echt iets van te maken. Zo was er een mooie 'groene' binnentuin gemaakt voor de patienten.


Na een uurtje regelde de directeur een taxi voor ons. En die reed ons naar ons comfortabele hotel. Waar gewoon een (1) bed in de kamer stond.....


In de stad aangekomen bleek dat er 'het' jaarlijkse eindejaarsfeest gaande op straat. En we hebben ons maar voorzichtig in het feestgedruis ondergedompeld.


Misschien dat daarom deze ervaring even 'uit beeld' is gebleven.


* foto's ontbreken omdat Marleen en ik het niet 'kies' vonden om foto's te maken van deze patienten en de omstandigheden waarin ze leven.


Een link naar een EO-artikel over dit hospital is: http://www.nederlandhelpt.nl/project-detail/eo-metterdaad-nepal-1. En hier vind je ook een gironummer om eventueel wat geld te doneren.

Want donaties zijn van harte welkom!

Wij hebben gezien dat het geld goed terecht komt!



Gerrit (en Marleen vind het vast wel goed dat haar naam hier ook onder staat)

Missen

'Vanavond baantraining. Je tempo heb je op de mail kunnen lezen'.


We beginnen met 4 x 400. Rustig inlopen. Daarna wat losmaakoefeningen. En loopscholing. Daarna begint het hoofdprogramma: 10 rondjes van 800. P10. (P10= 10 sec rust na elke 2 ronden). Ok. Beginnen maar.


Lieve lezer. En willekeurige dinsdagavond. Of donderdag. Begint zo. Ongeveer. Plaats delict: Atletiekvereniging Flevo Delta. Dronten. En ik kan je zeggen dat je voorgaande alinea gemakkelijker opschrijft. Dan uitvoert.


De 'beul' die dit bedenkt is Adriaan. Onze trainer. Adriaan is achter in de dertig. Veertig. Maar meer waarschijnlijk. Vijftig. Echter. Daar daar zie je niets van. Het valt niet op. Je merkt er niets van.


Adriaan is lang. Slank. Superfit. Zeer altletisch. En Adriaan loopt 'ons' hele zaakie nog met twee vingers in de neus er uit. Toegegeven. Het ziet er wat raar uit. Dat lopen met die vingers. Maar kan je nagaan hoe het moet zijn als ie de vingers uit de neus haalt.


Laat ik de kou meteen maar uit de lucht halen. De spanning er af halen. De veer niet langer op spanning laten staan. Wat 'lucht' uit de band laten ontsnappen. De druk niet onnodig lang opvoeren.


'Wat heb ik ze gemist'.


Hidde, Adriaan, Harriette, Karin en Karin. Bert en Bert. Marie. Lody. Walter. Robin. Jos, Johan, Ewald. Erik. Hans. Gerard. Frans. Valerie. Rene, Ron, Vincent, Dick en Martine. En zo zijn er meer. Loopgekken zijn het. Superfit. Stuk voor stuk. En ze komen. Door weer en wind. Trainen. Hardlopen. Je moet wel gek zijn. En dat is juist. Want dat zijn ze ook. Stuk voor stuk. Echt, neem dit van mij aan. Er loopt geen gewone of normale bij. Nou, misschien een (1) dan........


Baantjes trekken. Op de baan (wat op zichzelf een goede plek is om baantjes te trekken, maar dit geheel terzijde). Of gewoon in Dronten. Of in het bos. Op zaterdag.


Als het sneeuwt. Of regent. Of als het heeft gesneeuwd. Of als het geregend heeft. Of wanneer het gaat sneeuwen tijdens de training. Of regenen. In het donker. In de kou. In de brandende zon. De hitte. Wind mee. Of wind tegen. Of geen wind. Het maakt ze niet uit. Heuveltraining (ja, het kan echt in Flevoland, ik wilde het eerst ook niet geloven, maar het bestaat). Knallen tegen viaducten. Heuvels in het bos. Geef ze de opdracht. En ze doen het. Het maakt ze niks uit. Ze doen het gewoon.


'Kanjers zijn het' ('Gerrit'-Eric-Terpstra). En ik mag er ook tussen lopen. Jah, dat willen zeggen: ze staan het oogluikend toe. Ik word gedoogd. Bij de gratie van de groep. En dat is heel fijn!


Het gaat nog even duren voordat ik ze weer zie. Begin maart. 2012. Maar dan staan ze ook klaar met taartjes. Slingers. Balonnen. Chocoladeletters (melk met nootjes). Gevulde koeken met een pinda (precies) in het midden. En zo'n harde-krokante buitenkantkorst. Ze weten nl precies waar ik van houd. Zo zijn ze.


En wat heb ik het gemist.


Vijf en een halve maand lang. In het begin voelde het als een prettig rustmoment. Even bijkomen van alle vermoeienissen. De kleine blessures even iets van herstel geven. Even iets anders doen. Een andere beweging maken. Fijn gevoel. Was dat.


Maar de laatste weken borrelt het. En dan bedoel ik niet de vulkanische gesteenten hier in NZ. En ook niet de alcoholische borrel. Op ook geen opkomend maagzuur-geborrel. Nee, Borrelen. Van binnen.


Maar ik ben ook wel wat gespannen. Oh man. Wat heb ik die eerste meters al vaak gelopen. In gedachten. Zou ik er nog 'iets' van kunnen? Zou het nog gaan? Hoe zullen de eerste stappen zijn?


Naschrift: inmiddels heb ik de eerste stappen achter me gelaten. Enne of u het nu leuk vind of niet: ik ga u op de hoogte houden van mijn vorderingen (als daar tenminste enige aanleiding toe is).


Gerrit