De Lustige Reiziger

DAGPECH

'Zo, ik ben een kilootje of wat lichter'.

Om elk misverstand meteen maar uit de weg te ruimen: ik zelf niet. Dat zou pas echt fijn zijn. Maar mijn fietstassen wel. Die wegen sinds een uurtje of wat een ietsje minder. En dat is natuurlijk ook fijn. 'Alles wat een fietser thuis laat is immers mooi meegenomen'. Maar eerlijk gezegd is het niet geheel vrijwillig dat ik nu wat minder spulletjes heb.

En de dag begon zo mooi. Ik vertrok uit Paracas. Vriendelijk afscheid. Lekker weer. Rustige weg. Niks aan het handje. Na drie kwartier fietsen kwam ik weer op de grote Highway. En die hield zich ook opvallend rustig.

Het landschap kenmerkt zich door grote zandduinen links en rechts van de weg. Er wordt heel en af en toe een poging gedaan tot iets van landbouw. En ik zie van tijd tot tijd ook wijnbouw. Maar 99% van wat ik zie bestaat uit zand.

Mijn watervoorraad vliegt er door. Het is echt knetterwarm. Onderweg scoor ik nog een fles water en een zakje chips. Na 4,5 uur fietsen rol ik een dorpje binnen. Daar bestel ik een Sopa d' Pollo (soep) en Aroz d' Pollo (rijst met kip).

Sopa's zijn hier volop verkrijgbaar. En dat is fijn. Want ik ben er gek op. Voor ongeveer 50 eurocent krijg je een aquarium vol voorgeschoteld. Nadeeltje is dat het veelal lauwwarm geserveerd wordt. Meteen binnen lepelen dus maar die meuk.

Ik heb m'n fiets tijdens het kauwen van bovengenoemde maaltijd zo geposteerd dat ik 'm voor ¾ kan zien. U voelt 'm al aankomen........ bij het wegfietsen valt mij oog op een opstaande rechterfietstas. Het gedeelte van de fiets waar ik het oog dus niet op had. Fuckerderduck!!

Gedurende mijn carrière als kasteelbeheerder was er een periode dat er fietsen van kasteelgasten werden gestolen. Gemiddeld twee per week. De boeven wisten precies hoelang gasten 'binnen' waren en in die tijd sloegen ze hun slag.

Het viel mij op hoe de eigenaren van die fietsen vaak helemaal van slag raakten als ze bemerkten dat hun fietsen gestolen waren. De meesten waren helemaal van het pad af. Helemaal in de war. En ik vroeg mij dan af of mij dat ook zou gebeuren. Of ik ook zo ontdaan zou zijn.

Toen ik zeventien was maakte ik een fietsreisje door Belgie en Luxemburg. Op mijn Gazelle 'flying Dutchman'. Zonder met versnellingen. Ergens tijdens die reis geraakte ik in Brussel. Zo groen als gras was ik. Ik had zo'n wijde pofbroek aan met van de zakken genaaid op de zijkanten van de broek. En daar zat natuurlijk alles in: paspoort, fietssleutel, pasjes, de hele meuk. Een groep zwervende meisjes wist er wel raad mee. Dat was mij eerste beroving. En tot vandaag ook m'n laatste.

Ontdaan ben ik niet. Immers mijn fiets is ook niet gestolen, echter met een licht katterig gevoel fiets ik verder. Komt ook omdat ik nog niet precies weet wat 'de schade' is. Laptop (dus ook al mijn foto's), I pod, paspoort, bankpassen....... ? Omdat ik geen zin heb om dat allemaal op straat 's fijn te gaan inventariseren fiets ik verder. Daarbij, het spul is toch al weg. Het nu meteen uitzoeken helpt me toch niet verder.

Helemaal mee zitten (letterlijk en figuurlijk) deed het vandaag toch al niet. Ik werd namelijk gekweld door een gruwelijke vorm van zadelpijn. 'Negeren Gerrit'. Ja, k’zou wel willen, maar het gaat echt niet. Ik heb een wondje en dat wondje zit precies waar mijn zitvlak het zadel raakt. Om de zoveel kilometer stap ik af. Ik verzet het zadel gedurende de reis wel 10 x. Maar echt fijn wordt het niet.

Ik besluit vlak voor de stad Ica de afslag te nemen naar Huachina. Mijn reisgids verhaal over een spectaculaire zandverstuiving. Het 'leest' net iets te toeristisch. Maar ik neem de gok.

En dat was een goed gelukte gok.

Wat een vervreemdende plek. Rondom iets van een kunstmatige gecreëerde oase, met palmen en een heus roeivijvertje precies in het midden, liggen zandduinen. ik schat 150 meter hoog. Sommige zelfs hoger. Ze omringen de oase. Fantastisch mooi! Je kunt er met een zandcross auto naar boven gebracht worden en met een surfboard naar beneden glijden. Dan kan.

Maar een uurtje voor zonsondergang beklimt uw eigenste zandduinencorrespondent de duinen (en dat doe ik natuurlijk alleen voor U lieve volger, voor wie zou ik dit anders doen......) . De klim duurt maar liefst 20 minuten. 1 stap vooruit, halve stap terug. Dat werk. Maar boven gekomen wordt ik getrakteerd op een van de mooiste uitzichten ever.

Look at the pictures!!!

O ja, de diefstalschade: de dief kan leuk zo'n 60 Hollands talige boeken gaan lezen. En als de accu leeg is kan ie 'm mooi opladen m.b.v. mijn wereldstekkertje. Kan ie daarna fijn verder lezen. En hij/zij kan zijn water gaan zuiveren met mijn waterfilter. En mocht ie ziek worden dan hoeft dat niet meteen ten koste te gaan van zijn eigen risico qua financiën. Als ie een beetje gezond leeft kan ie de komende drie jaar vooruit met mijn medicijnvoorraad.

Allemaal vervelend. Zeker. Ik sleep die zooi natuurlijk niet voor niets mee. Maar overkomelijk.

En voordeeltje: Ik heb fijn een kilootje of wat minder mee te slepen.

Adios.

BERMSCHIETEN

U begrijpt dat deze hele onderneming een innige samensmelting – en werking is van mens en machine. Dus vandaag 's even aandacht voor de machine.

De dag begint vroeg. Tenminste ik vind 5.00 uur best vroeg. Zeker op vakantie. Maar iedereen staat hier rond dit tijdstip op. En ik doe dus maar mee.

Ik neem mijn fiets 's goed onderhanden. Ik reinig en smeer de ketting. Loop alle spaken na. Verhelp een irritant kraakgeluid in mijn zadel en zet het ding daarna een ietsje hoger. Ik loop alle moertjes na en vul een band met wat lucht en laat wat lucht uit een band.

Niet uit dezelfde band natuurlijk. Dat dat zou vreemd zijn. Tijdverspilling ook. Ik kan toch voor zeker mijn kostbare tijd beter besteden. Lieve lezer: U dacht toch niet........ ? Afin, ik stel mijn stuur wat bij en klaar is Kees. Er is natuurlijk geen Kees te bekennen. Laat staan dat ie klaar is. Die hele Kees is in geen velden of wegen. Ik heb nog gezocht, maar vinden ho maar. Had zeker een goed verstopplekje. Altijd als je Kees nodig hebt dan is ie 'm gesmeerd. Als ie er wel was geweest had ik ie verdorie mooi dit klusje kunnen doen. Nu stond ik er weer alleen voor. Mooi kut.

Hoe dan ook: na al die woeste arbeid kunnen we veilig zeggen: 'we are ready to go'!

Echter dat klinkt net ff leuker dan het is. Het is namelijk soepkippenweer. Warm en vochtig. Normaal gesproken ideale omstandigheden voor goeie sex. Maar daar moet ik nu heel even niet aan denken. Waar ik aan moet denken is om in hele stukken Gerrit in de stad Pisco te geraken. Slechts 40 km van hier. Maar met een gevaarlijk kantje.

Gisteren ging de P.A. Highway nl, na 300 km, over in een tweebaansweg. En daarmee verdween ook mijn vluchtheuvelfietspad. Ik hoopte dat het verkeer zich enigszins aan de nieuwe omstandigheden zou aanpassen. Echter zoals verwacht knallen ze met een gangetje van 130 km onverminderd hard door. Voorspelbare knakkers zijn het. Ik moet met het wegvallen van de vluchtheuvel op het uiterste stukje van de rijbaan fietsen.

De chauffeurs op deze weg zijn alleen bereid om te remmen voor een barierre. Een obstakel. Ik hoopte een obstakel te vormen in de ogen van deze kamikazepiloten. De werkelijkheid wil anders. Deze fietser uit Holland is een detail. Een vervelend detail. Iets dat uit de weg geruimd moet worden. Ze blazen me gewoon van de weg.

Maarrrrrrrr ze hebben buiten de waard gerekend. Ha ha!! Ik heb een geheim wapen. Een onverwacht dingetje. Iets dat ik zo uit de hoge hoed tover. Een aap uit de mouw. Iets waar ze geen rekening mee hebben gehouden. Ik lijkt potdomme Hans Klok wel. Of Tita Tovenaar, dat keur ik ook goed.

Zak zeggen wat het is? Ik heb een spiegeltje!! Ha ha!!!!!!

En. Niet onbelangrijk: ik gebruik 'm ook. Ik kijk meer in het ding gedurende 1 minuut dan in al mijn autorijlessen bij elkaar (ik ben destijds 5 x gezakt voordat men mij volledig terecht pas het felbegeerde roze papiertje in mijn handen drukte…….., kortom u heeft beeld.......).

Ik zal je verklappenhoe ik mijn tactische plan ten uitvoer breng.

Steeds als er zo'n gevaarte van achter aan komt denderen en draven, doe ik in eerste instantie net of ik 'm niet hoor. En blijf gewoon fietsen waar ik op dat moment fiets. En als het gevaarte me dan op enkele meters genaderd is, dan pas, op het allerlaatste moment, dan schiet ik de berm in. Ha ha!! Hadden ze nooit verwacht. Heb ik ze mooi tuk.

Maar ff zonder dollen. Het is wel een helse onderneming op deze wijze. Ik kom er ook achter dat ik bij de aankoop van mijn fiets een belangrijke vergissing heb begaan. Toen de verkoper aan Gerritje vroeg of de fiets ook voorzien moest worden van een kleurtje, zei Gerritje: Neeuh, doe da ma nie. Doe maar gewoon zwart. Niet te opvallend. FF later kocht ik mijn fietstassen. Vijf in getal. U raad de kleur al. En nu fietst er dus een zwart gevaarte op de weg. Lekker onopvallend Gerrit. Om die reden fiets ik met een kanariegeel shirt en een Max en Alex knaloranje jas. Ik krijg er vast geen verkering mee, althans geen vaste, maar zien zullen ze me. Verder tooi ik me met een reflecterend hesje en bij schemer draag ik een flikkerlichtbovenarmarbandofhoetthefuckinghell zo'ndingookhetenmag.

Verder ben ik retescherp de hele dag (vooral de laatste twee fietsuren!!) en ben ten allen tijde bereid om een duik in de berm te nemen. Ik noem het bermschieten. Maar eh.....no worries!!

* als ik toch dood moet dan liever zo dan eh.....achter een winkelwagentje bij de Aldi of Liddl of een eventueel andere desnoods uw favoriete supermarkt naar keuze. Kijk maar even. In principe is elke keuze ok. Maar de Aldi of de Lidll lijken mij het meest sneu. Dat lijkt me goddomme echt helemaal nix. Zitten jullie daar. Op mijn uitvaart. Een beetje te snikken en te snotteren. En daar staat dan zo'n toespraakmevrouw of nog erger -meneer die er dan nog iets van een verhaal van moet maken. Lijkt me in het geval van een winkelwagentjedood ECHT onbegonnen werk. .... 'ach lieve aanwezigen nog an toe, wat een verdriet..... onze Gerrit ...........dood.......achter een winkelwagentje.....en ook nog toen ie net de gezinsverpakking keukenrollen (in de aanbieding nog wel!!) wilde pakken....of de wc-rollen.....(maar die waren niet in de aanbieding dus dat lijkt me onwaarschijnlijk mits ik natuurlijk heel nodig moest schijten, dan weer wel) we zullen het nooit weten.........wat zullen we 'm missen........
Da's toch weinig heldhaftig of niet dan? Achter een winkelwagentje! Dan kun je toch niet echt van een heroische dood spreken toch?!


Ik fiets door een gebied dat in 2007 door een flinke aardbeving is getroffen. Het nieuws is wellicht aan u en zeker aan mij destijds voorbij gegaan. Grote delen van de steden die in dit gebied liggen zijn hierbij verwoest. Meer dan 200 doden waren te betreuren. De herstelwerkzaamheden zijn nog steeds in volle gang en het gaat allemaal nog wel ff duren. De stad Pisco is ook flink beschadigd. Aanvankelijk was mijn plan om de stad te gaan bekijken. Maar ik besluit om van het plan af te wijken. Want waar zijn plannen anders voor? Pisco laat ik links liggen en ik sla rechtsaf (links zou vreemd zijn nietwaar?) richting Paracas. Paracas zou aan de zee moeten liggen. Ik ben inmiddels dol op havenstadjes vooral omdat Jan Smit en zijn olijke kornuiten met plechtig hebben beloofd daar niet op te zullen duiken. Met die niet geheel onbelangrijke zekerheid maal ik de trappers met veel plezier rond.

Het is een kleine omweg. Vijventwintig kilometer. Maar wat? Deze hele reis, wat zeg ik, het hele leven is een soort van omweg. Dus dit stukkie kan er ook nog wel bij. Daarbij kan ik de drukke Highway voor even verlaten.

De temperatuur heeft inmiddels weer ´normale´ waarden aangenomen. Het is veertig graden. Ik wordt getracteerd op een desolate zeeweg. Zo'n weg met de zee rechts en verder niets. Zo'n weg die wel ergens begint maar uitloopt op niets. Je kunt me geen groter plezier doen. Heerlijk!

Het fietsen gaat hier soepeltjes en fijn. Na 60 km rol ik het plaatsje binnen en vind snel een eenvoudig doch voedzaam onderkomen.

Enne, wat zijn je plannen Gerrit? Waarheen leidt de weg mien jong?

Well, manana (morgen) neem ik afscheid van mijn grote vriend: de zee. Weliswaar is het vantongzoenen net niet helemaalgekomen maar we zijn toch een soort van vriendjes geworden. Maar de vriendschap loopt op z'n eind.

Ik ga het binnenland in. Op weg naar Ica.

Adios.

ZEEMIST

Ik mompel nog wat over drie sterren, roomservice en ontbijtbuffet, maar de eigenaar van dit hospedeja heeft er geen oren naar. En normaal gesproken zou ik 'm nog gelijk geven ook. Hij heeft mij nl net een kamer verhuurd voor 15 SOL (omgerekend is dit 4 euro) en ja, welke luxe mag je verwachten. Nouwwwwwwww ietsjepietsje meer dan dit graag. Een onsje meer zou al fijn zijn.

Ik ben rond 14.00 uur Chincha Alta binnengezogen. Lieve volger, sta mij toe een korte samenvatting te geven van het leven hier: totaaaaaale gekte!! Anarchie in het quadraat. Iedereen doet wat 'm goed dunkt en alles krioelt hier door elkaar.

En ....... heerlijk vind ik 't. Anarchie. Dat losgeslagene. Dat ieder voor zich. Dat ongestructureerde. En sinds kort weet ik ook waarom? En daar ging nog heel wat denkwerk aan vooraf lieve meelezende volger. Want het is natuurlijk helemaal niet vanzelfsprekend dat iemand het anarchistisch doen en laten zomaar en vanzelfsprekend aan gaat zitten hangen. Sommigen zijn zelfs fel tegenstander. Maar ik niet. En ik weet dus sinds vandaag, (stukje denkwerk, want je moet toch wat als je zo de trappers rondmaalt), hoe dat komt. Dat ik zo van anarchie houd.

Een kleine indruk van de fietsgekte zie je als je met mij vanaf mijn stuur mee fietst, Klik hierna:
https://www.youtube.com/edit?video_id=okvGZ_C5H_Y&video_referrer=watch

Ik denk dat dat komt omdat mijnmoeder Annegien heet. Qua naam. En maar weinig mensen weten 't. Maar Annegien is een afgeleide van ........ of andersom, dat kan ook. Afin, u heeft 'm inmiddels wel te pakken (zo niet, schrijf u snel in voor de LOI cursus van 'Annegien tot Anarchie' en na 12 lessen ben je bijgeluld).

De dag begon met een lekker ontbijtje bestaande uit stukjes varkensvlees, uien een ondefinieerbaar goedje, brood en thee. En dit allemaal rond een uurtje of zeven des 's ochtends. Het daglicht straalt hier reeds om 5.00 uur door de ramen. Rond 6 uur is iedereen wel zo'n beetje op straat. Een ontbijtje om 7.00 uur is dan ook volstrekt niet vroeg.

Om 8.00 uur maalde ik voor het eerst de trappers in de rondte. Het was warm en mistig vandaag. Het zicht bleef de hele dag berperkt tot maximaal 250 meter. De warme zeemist trok zo vanuit de zee het land op. De etappe was relatief vlak en de duinen van gisteren hebben plaats gemaakt voor iets van landbouw. En ook van iets van veeteelt (kippen en geiten).

Ik volg nog steeds de Pan Amercan Highway die gaandeweg steeds rustiger wordt. Wel passeren mij regelmatig lange afstandtouringcars die de grote steden met elkaar en Lima verbinden. De bussen zijn doorgaans van goede kwaliteit en hebben airco en catering aan boord. Voor een ritje van 24 uur (!!) betaal je circa 50 euro. Een dergelijk transport is alleen weggelegd voor de welgestelde Peruviaan of 'de' toerist.

De mensen die ik onderweg tref zijn allervriendelijkst. Ze toeteren, steken duimen op en begroeten me.

Na 40 kilometer fietswerk ontwaar ik tussen de mistflarden door iets van een dorpje (er is nl niet veel bebouwing). Ik sla een zandweg in en vind een eettentje. Ik bestel er soep (let ff op de kippentenen......) en eet 'm ook nog. Kan je nagaan.
Al te kritisch moet ik niet zijn. Het is van belang dat ik eet omdat ik veel energie verbrand. Ik let wel op dat het eten goed doorgewarmd is en verder maakt het me niet zoveel uit wat ik eet. Ik slaap er zelfs even.

Rond 14.00 uur heb ik 65 kilometer gefietst. Het is te ver om nog door te fietsen naar de volgende stad. Dat zou nachtwerk worden. Daarbij, ik ben best wel wel moe.

Hospedeja's zat in deze stad maar een goed hotel vinden is best lastig. Ik had er een gevonden maar die was 'far' te duur. En daarom neem ik maar genoegen met een meukhotel, voorzien van een meukdouche en een meukbed, en een meukstoel en een meuktafel en .....eigenlijk is alles meuk.

Misschien ga ik de eigenaar wel van ongevraagd en gratis advies voorzien. Iets met een naamwijziging.

Het 'alles-is-hier-meukhotel'.

Hasta Luego

KARAOKE

Mijn 'buurvrouw' heb ik vanochtend geadviseerd om snel een bezoekje te brengen aan de Kamer van Koophandel. Ze is namelijk buitengewoon succesvol in het de hele nacht afspelen van karaoke-muziek. Standje 10!! Buitengewoon fijn. En ook buitengewoon zuiver meegezongen. en ik kan het weten want ik heb elk zangwoord via mijn oorschelpen naar binnen gezogen. Daar moet voorwaar een flinke hoeveelheid geld mee te verdienen zijn. Ik zeg: inschrijven. KvK nummertje aanvragen, stukje marketing er tegen aan. En binnenlopen maar met dat geldschip.

Ook haar uithoudingsvermogen is van grote kwaliteit. Ze kan het volhouden tot 4.00 uur des s' Heeren ochtend. Dat ze mij de hele nacht wakker heeft gehouden is natuurlijk een detail. En omdat deze vrouw buitengewone zangkwaliteiten heeft, heb ik mijn hand over mijn hart gestreken. Maar alleen voor deze vrouw dan. Niet voor de rest.

De overige locals hadden nl het plan opgevat om precies onder mijn raam een soort van hoe-zal-ik-het-zeggen nachtfeestje te organiseren. Iets met drank. Iets met muziek. En van beide behoorlijk veel. Fijne combi.


Het is 16.30 uur en de fietsbenen geven al anderhalf uur een signaal door aan mij hersenen. Moe! Pijn!! Maar toegeven aan de vermoeidheid gaat nog niet. Er is namelijk niets hier. Ja, een weg. Een zee. En zandduinen. In overvloed zelfs. Noem dat maar niets. Maar eten, drinken laat staan een Peruviaanse schone die zeg: kom-jij-maar-'s -lekker-hier-mien-jong-dan-zal-ik-oe-benen-'s-even-lekker-masseren, ho maar. Eerlijk gezegd heb ik geen eten meer aan boord. Een beetje verwend geraakt door de regelmatige opdoemende benzinestations heb ik onvoldoende voer ingeslagen. Daarbij heb ik een zwervend zeer verwaarloosd meisje, dat rijst van het asfalt zat te schrapen (!!), wat eten gegeven. Hoe dan ook: het tekort aan benzinestations en dus aan eten en het tekort aan slaap doen inmiddels hun werk. Ik mag nog anderhalf uur door buffelen.

Ik volg nog steeds de Pan American Highway met rechts van mij de onafscheidelijke Pacific Ocean, De route zou behoorlijk vlak moeten zijn maar er zijn toch regelmatig lange klimmen variërend van 2 tot 6%. Behoudens enkele fraaie uitzichten is het landschap niet van buitengewone schoonheid. Het snel langsrazende verkeer helpt ook niet erg. Maar ik heb goeie schik en geniet volop.

Wat ook enorm helpt is dat mijn snelheidsmeter en ook temperatuurweergever (en het ding kan nog veeeuuuul meer) zijn tanden heeft gezet in een temperatuur van 33 klein nulletje C. En het is een bijtertje. Dat computertje. Daar heb ik 'm speciaal op geselecteerd. De verkoper zei nog: Moet het een bijtertje zijn? ‘Dacht het wel meneer de verkopert’. Hij laat niet los. Het blijft onverminderd warm. Die fijne koperen ploert staat hoog aan de hemel en verbrand mijn witte huid. Smeren mensen!! Pas rond vieren zakt de temperatuur naar een graadje of 27.

Het ontbijt van vanochtend (want dat is het meest gebruikelijke tijdstip om dat ding te eten) was niet om over naar huis te schrijven. Nu is elk ontbijt het in principe niet waard om over naar huis te schrijven. Want ja, wat moet je schrijven? Schat, het ontbijt was niet om over naar huis te schrijven. Als je dat schrijft, dan had je net zo goed niet kunnen schrijven. En dan nog wat: aan wie schrijf je dat dan? Wie zit op zulks een bericht te wachten? Mocht je een redelijke bestendige relatie hebben dan denk ik dat je een dergelijke brief met een bosje bloemen en/of een etentje nog wel recht geluld krijgt (mocht u vrouw zijn koop een auto voor 'm, met open dak, probleem opgelost). Risicootje, Zeker! Maar gecalculeerd. Maar als je relatie van het niveau: zo-zo is dan zou ik de gok niet wagen. Voor je het weet sta je voor de rechter: 'zo verteld u 's, wat is de reden van de echtscheiding?'. Eh ja, .......... Niet doen. Is een tip. Doe er uw voordeel mee.


Mijn reisgids adviseerde me om vandaag naar Canete & Cerro Zul te rijden. En daar rol ik nu binnen. Na 87 kilometertjes schoon aan de haak.

Canette & Cerro Zul is een havenstadje. Do I need to say more?

Adios

WENNIG

Normaal gesproken heb ik 't niet zo op belastingonduikende, cokesnuivende, visquotumontwijkende, smartlapkirende, klederdrachtdragende en naar vis stinkende havenstadjes veelal gevuld met fundementalische godvrezende inwoners.

Een deel van deze bevolkinggroepen tracht zich (volledig terecht) te vermommen in een soort (tja hoe leg ik u dat nu uit aan u lieve maar toch ook enigszins ontwetende volger) jurken. Een rok is het absoluut niet. En een broekpak komt niet in de buurt. Nee, een jurk. Dat komt het dichtste bij. Maar dan wel met heel veel laagjes over elkaar. Zoveel dat elke vorm van voorgenomen geslachtelijke gemeenschap tenminste 3 weken van te voren moet worden aangekondigd. Anders zou ik bij God (om even in de sfeer te blijven) niet weten hoe.........

Als slagroom op de vistaart doet men een feestmuts op en plaatst men een spiegeltje bovenop het hoofd. Ik herhaal: BOVEN op het hoofd (komt vast door het cokegebruik, zou het anders ook ff niet weten). Alleen het carnavalsuitrolfluitje ontbreekt. Dat vind men daar zelfs te ver gaan, of (optie 2) ze hebben er nog nooit van gehoord. Ik ga met volle overtuiging voor optie 2.

Die hele verkleedpartij lijkt mij een heel gedoe. Maar ik zou het ook doen als ik hunnie was. Waar heb ik het over: noem een Urk, noem een Spakenburg, noem een Volendam. Ik probeer ze te ontwijken. Er zijn potdomme niet voor niets knappe koppen die rondwegen bedacht hebben. Leg die dingen daar dan ook aan. Desnoods met Europese subsidie. Er is vast nog wel een (vis)potje te vinden in het Brusselse. Ik ben graag de eerste die het lint op feestelijke wijze doorknipt. Met een motorkettingzaag. Laat de vishapjes maar achterwege.

Beetje lange inleiding Gerrit, we hebben drommels nog an toe nog meer te doen. Ja ja, begrip. Hele viskotters vol. Wat ik zeggen wil: vandaag maak ik een uitzondering. Ik ben in Pucasana. Een havenstadje. Gelegen aan de Pacific Ocean.

Een tien miljoen tellende stad als Lima uitfietsen is normaal gesproken een hele ondeneming. Althans, als je de goede kant op wil gaan. Want in principe kun je gewoon elke kant opfietsen en dan lijkt mij de kans aannemelijk dat je vanzelf een keertje de stad uitfietst. Tenzij je rondjes blijft rijden. Dan is er een gerede kans dat het best 's lang zou kunnen duren.



Maar goed. Lastig dus. Zo'n stad uitfietsen. En vandaag vormde hierop geen uitzondering. De juiste richting was deze keer niet het probleem. Gewoon de zee volgen, Zuidwaarts (dat dan wel). En dan zou ik op de Pan America Highway moeten geraken. En ik zal meteen de kou maar uit de lucht halen, de boog kan immers niet altijd gespannen staan: het is gelukt.

Hier kun je zien hoe dat ging, datstad-uit-fietsen: https://www.youtube.com/edit?video_referrer=watch&video_id=s55r9ZQ25JE

Gisteren had ik een kort proefritje gemaakt om een beetje Peru-verkeer-gevoel te krijgen. Maar ondanks dat proefdraaien voelen de eerste kilometers toch nog wat onwennig. Een fiets met volle bepakking, vreemde verkeerregels en knetterveel en -druk verkeer. Maar ik ben de enige die zich onwennigheid voelt. Het overige verkeer voelt zich behoorlijk wennig. Het draait. Het keert. Het toetert. Het stopt. Het snijd af. Ik doe er 2,5 uur over voordat ik Lima een beetje achter me heb gelaten. 'Klinkt als een hellerit Gerrit'. Dat was het ook. Maar leuk joh!!!! Ik krijg veel opgestoken duimen en vriendelijke teksten toegeworpen.
Geeft positieve energie. en het haalt de spanning, die ik toch wat voel op zo'n eerste dag, er mooi wat vanaf.


Uiteindelijk beland ik op de Pan American Highway.

Na 70 kilometertjes vinden de benen het welletjes. Ik verlaat de PAH. En rijd richting de zee, naar het havenstadje. Het is mij aanbevolen door de Lonely Planet ('de' reisgids aller reisgidsen). Maar alleen omdat er bij staat dat dit havenstadje in niets lijkt op de eerder beschreven Hollandsche havenstadjes en vooral hunnie inwoners.

Maar het kan ook zijn dat ik dat er omwille van dit stukje heb bijbedacht of (optie 2) om mezelf een alibi te bezorgen. Ik denk allebei.

Hoe dan ook. ik ben er. En het is hier fijn.

Adios

ZOET

Toen ik vanochtend de aankomsthal van het vliegveld uitliep drong een zoete geur mijn neus binnen. Het marsepeinachtige suikerzoete goedje verspreidde zich door mijn lichaam.



Ik zou graag willen geloven (en u vast ook lieve volger, u bent immers ook de beroerdste niet) dat het de geur van de overvloedig bloeiende brugmansia' s is, of de schuttingvullende Campsis. Of de mimosa met zijn kanariegele pracht. Of de naaktbloeiende pluimvormige paarse Paulownia. Of de talloze honingbomen die de overvolle wegen en straten een beetje staan op te fleuren.

Maar het zouden natuurlijk ook de geweldige en talloze lekkernijen zijn die uitgestald liggen in de verschillende vitrines. Taartpunten, deegrolletjes gevuld met zoete meuk. koeken, koeken en nog 's koeken, complete feesttaarten, You name it. Het is er. Peruvianen zijn echt zoetekauwen. Dat moet wel.


Maar het kunnen ook de zoetgevooisde klanken van John Lennon zijn. 'Jaha, die is dood'. Een tijdje al. Weet ik ook wel. Maar hier weten ze dat nog niet zo lang. Want in 2007 (mooi op tijd!!) hebben ze in Lima een, overigens fijn gelukt, standbeeld voor hem opgericht. Ik vermoed dat de kunstenaar in kwestie de LOI cursus 'boetseren-is-best-leuk-als-je-er-maar- oog-voor-hebt' toch al weer enige tijd geleden met goed gevolg heeft afgerond.

Even voor uw beeld. Onze John staat vol ornaat met gitaar, gestemd en wel, (want onze John heeft een broertje dood aan een slecht gestemde gitaar) een beetje voor zich uit te spelen.

Klein dingetje. Een detail. Een kleinigheidje. Maar toch. John staat met zijn rug naar het water. Niks aan het handje zou je zeggen, Maar dit is niet zomaar een watertje. Welnee. Dit is de Pacific Ocean. En noem dat maar 's een watertje. Er is er zover ik weet maar een (1)van. Dus een beetje gek is het wel. Dat John zijn klanken niet toevertrouwd aan deze Pacifitische Oceaan.

Nu wordt er gefluisterd (zachtjes, maar dat heb je al snel met fluisteren), het gerucht gaat, boze tongen beweren, ik heb van horen zeggen dat onze John een beetje watervreeshaat heeft. Jaaaaahhhhhhh!! En meer haat dan vrees. Heb ik me laten vertellen. En niet zo'n beetje ook. En dat schijnt dan weer te komen omdat onze Sjonnie pas bij de derde poging slaagde voor z'n watertrappeldiploma. Jaahhaaa! Weinig mensen weten 't. Logisch, ik zou er ook niet mee te koop lopen. Zeker niet na m'n dood.

Het schijnt dat bij de eerste poging de vingertjes net niet voldoende boven het water uitkwamen. Klote! Voor John. De tweede poging strandde omdat hij zijn keurig gekamde (dat dan wel weer) haartjes niet droog hield. Ook kut. Ik denk dat ie zich bij deze poging teveel op z'n vngertjes concentreerde, want die gingen nu wel goed......
Tijdens de derde poging ging ook niet alles volgens het boekje, maar de badmeester in kwestie schijnt het door de watertrapvingers te hebben gezien.

De afgelopen weken hebben verschillende mensen (uitsluitend lief en goedbedoelend) bij mij geinformeerd naar mij reis(plannen). En daarbij heb ik me wat terughoudend uitgelaten. Weinig enthousiast. Wat terughoudend.

Effe eerlijk Gerrit. Why?

'Reisvrees mensen'. Symptomen? Twijfel. Knopen in buiken. Zware maag. Slapeloze uurtjes. Dat werk. Waarom toch Gerrit? Ie hep dit tog al voaker edoan mien jong! Ja, u heeft gelijk. Ik weet het ook niet precies. Toch iets van spanning. Toch iets van tien weken alleen. Toch iets van die hoge bergen, Toch het grote onbekende .....Ik weet het niet precies. Zal wel een combi van factoren zijn.

Weet u. Het zou allemaal kunnen. Van die eerder beschreven oorzaken van die zoete geur. Taarten, geurende bloemen, ons Sjonnie. Zeker. Maar ik denk niet.

Ik vermoed dat het de uitlaatgassen die zich een weg banen in deze bijna 10 miljoen inwoners tellende stad. Die specifieke geur is er altijd. In een grote stad zoals Lima. Maar ook heb ik 'm in Boekarest geroken, In Lahore, Islamabad, Kathamandu. Overal. Die geur is overal hetzelfde. Ongezond. Maar herkenbaar. Het geeft een gevoel van thuiskomen.

En toen ik die geur vanochtend vroeg rook toen wist het weer. Weg twijfel. Weg knoop in de buik. Weg zwaar gevoel in de maag. Ik weet weer waarom ik dit doe.

Het wordt weer een groot avontuur. Ik voel 't. Spring maarachterop!

En snel een beetje.....!!!

EEN NIEUW BEGIN

Hallo!Wat leuk dat je mijnreislog bezoekt!

Ik ga op reis. Solo! Overigens niet helemaal solo, wantmijn fietswordt mijn beste maatje. De reis begint op 12 december2013 en eindigtmet een beetje goede wil op 20 februari 2014.

'En ja, er is iets van een plan'! We vertrekken vanuit Lima, fietsen dan een eindje langs de kust naar het Noorden, trekken danhet binnenland in en fietsen dan naar La Paz (hoofdstad van Bolvia).Hetvoorlopige eindstation isSanta Cruz de Chile. De tweede grootste stad van Bolvia.

Dit is dé plaats om op de hoogte te blijven van mijnavonturen en ervaringen tijdensdeze reis.

Vanaf nu zul je hier dan ook regelmatig nieuwe verhalen en foto's vinden, en via de kaart weet je altijd precies waar ik me bevind en waar ik ben geweest!

Wil je automatisch een mailtje ontvangen wanneer er een nieuw verhaal of een nieuwe fotoserie op deze site staat? Meld je dan aan voor mijn mailinglijst door je e-mail adres achter te laten in de rechter kolom.

Ik zie je graag terug op mijn reislog en laat gerust af en toe eens een berichtje achter!

O ja,persoonlijk getinte boodschappen kun je achterlaten op: [email protected]

Leuk dat je met me meereist!

Groetjes,

Gerrit Pleijter

SCHAAMSPOOR (dag 2)

Gisteren was hetspoorzoeken gevorderd tot station Austerlitz.

Vanuit het station werden de 12000 Joden naar drie verschillende kampen getransporteerd: Pithiviers, Drancy en Beaune la Rolande. De kampen stonden bekend onder de naam: wachtkamers van de dood.

Op de laatste dag van mijn speurtocht naar Sarah ga ik twee van de drie kampen bezoeken. Althans, wat er nog aan herinnerd.

Eerlijk gezegd is de zin maar matig. De vorige dag heeft me behoorlijk uitgeput. En van het onderwerp schiet je niet als vanzelf in de lach. Dus kost het me wat moeite om weer in de mood te komen. Maar na een fijn ontbijt en met een stuk gebeten verhemelte aan dat verduiveld lekkere stokbrood. En wat bakken thee achter de kaken. Ga ik op pad.

Omdat het verkeer in en rond Parijs je zo lekker in een houtgreep kan nemen ga ik vroeg op pad. Achterlijk vroeg. Lieve lezer, u lag nog op bed. Zekerheidje! En zo niet, dan bent u gek! Mijn eerste reisdoel is Drancy.

Na een half uurtje filevrij toeren onder de rook van Parijs arriveer ik in Drancy. Drancy is een wat smerig grijs- en grauw aangeslagen voorstad van Parijs.

Het is zondagochtend. Zo hier en daar wordt een marktkraampje opgezet. Ik vermoed voor een markt die later op de dag zal plaatsvinden (ik hoor mijn moeder al zeggen: 'mut dat noe mien jonge, markt op zundag'. Ja mam, dat moet. Hier wel!

Ik heb geen idee waar ik zoeken moet. Ergens somewhere hier in deze vrij troosteloze buitenwijk moet het kamp gelegen hebben. Maar waar? Geen idee waar ik het zoeken moet.

In ene rijd ik langs een monument. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een treinwagon staan. ‘Verdorie, zou het hier zijn?' Na de auto geparkeerd te hebben, loop ik na de overkant van de straat.

Wauw, hier is het kamp dus geweest. Een groot monument met veel opschriften herinneren aan het kamp. Achter het monument ligt een spoorrails. En daar weer achter staat een wagon. Een originele wagon met daarin iets van een museumpje: het Drancy Memorial Museum. Het interneringskamp kamp Drancy werd bewaakt door Franse gendarmes. De werking van het kamp stond onder het bevel van de Gestapo.

Theodor Dannecker, de belangrijke figuur, zowel in de razzia (Raffle) alsin het leiding geven aan hetkamp'Drancy', wordt beschreven als een 'gewelddadige psychopaat' Hij was het die beval de geïnterneerden te verhongeren, hij verbood ze zich te bewegen binnen het kamp, te roken, te kaarten enz.'

De plek raakt me. Ik loop wat rond. Probeer me in te leven. Schiet wat foto's. Ik loop rond, probeer me in te leven. En schiet nog meer foto's. Hier lag het kamp dus. Vanuit station Austerlitz (Parijs) werden een deel van de 12000 Joden hier naar toe gebracht. Voor wie het kamp overleefde wachtte het transport naar Auschwitz.

Ik kan me maar moeilijk losweken van deze plek. Net als dat bijna lukt en ik weg wil lopen komt een vrouw naar me toe gelopen. Ze is oud. Grijs. Krakkemikkerig (mijn vriend Klaas zou zeggen 'reanimeren helpt niet meer', jah dat zijn zijn woorden, kan ik niets aan doen, bel hem maar op.

Ze spreekt vloeiend Frans. Echt. Zonder enige twijfel. Ik niet. Met veel meer zonder twijfel. En dat maak ik haar duidelijk. Ze vraagt me of ik weet wat hier gebeurd is. Ik antwoord dat ik dat weet, en dat ik daarom naar hier ben gekomen. Ze mompelt iets van 'verschrikkelijk' en 'tragedie'. We wisselen wat woorden, enkele blikken van verstandhouding en schudden elkaar de hand.Ervolgt een kleine maar gemeende omhelzing. Ik moet niet te hard knijpen.......

Ze wankelt verder. Ik heb tranen in de ogen. En loop naar mijn auto. Daar scheld een Fransman mij de huid vol vanwege mijn vermeende verkeerde parkeergedrag. Ik scheld terug (mijn Frans is zo slecht nog niet), maar ik verlies. Welcome in the real World Gerrit!

De laatste etappe van mijn spoorzoeken is op zoek te gaan naar het tweede kamp.

Daarvoor moet ik twee uur zuidwaarts rijden. En dat doe ik. Helemaal alleen ben ik niet. Integendeel. Hollandsche auto's met fietsendragers, doodkisten metOma op het daken sleurhutten vergezellen mij (of ik hen, beide reken ik goed) op onze tochtZuidwaarts. Op zichzelf fijn. Echter, we hebben een verschillend doel.

Dat merk ik maar al te goed als ik na 1,5 uur oostwaarts wijk. Mijn vrienden rijden rechtdoor. Op naar het Zuiden. Koene ridders, dat zijn 't. Hopelijk komen ze onderweg geen geboefte tegen en halen ze hun eindbestemming zonder door struikrovers overvallen te zijn. En anders hoop ik maar dat Dick Turpin (ons Dickie) in de buurt is en hen te hulp zal schieten. Ik kan helaas niets meer voor hen doen.

Ik rijd op een superrustige tolweg. Tussen glooiende akkers en graanvelden. Ik heb enige moeite een vakantiegevoel te onderdrukken.

Na twee uur karren rijd ik een mooi klein na stokbrood geurend Frans dorpje binnen. Beaum la Rolande.

Beaum la Rolande is eenmooi slaperige dorpje verstopt tussen glooiende akkervelden en zonnebloemen. De kerkklokken doen waar ze voor ingehuurd zijn. Geen toeristen hier. Only locals. In een cafe neem ik een bak thee en kauw wat Franse zoetigheid weg. Het barmeisje is goed gelukt. Ik mag wel zeggen; erugh goed gelukt! Het uitzicht is mooi. Ik heb geen dorst. Maar neem nog een bak. En nog een. Tja, de hormonen moeten ook wel 's naar de kermis....

Er doemt wel een probleem op. Meerdere zelfs. Om helemaal precies te zijn: vier!

1. ik wil het kamp vinden
2. het herinneringsmonument
3. de plaatselijke begraafplaats
4. en het station. Het station waar vandaan de Joden naar Auswitz zijn vervoerd.

Het moet er allemaal nog zijn. Maar waar? Daar vertellen boek en film niets over.

Ik durf het mooie barmeisje er niet naar te vragen. En alle andere locals ook niet. Op deze vredige zondagochtend vragen naar Vel d' Hive..... dat is toch een beetje hetzelfde als een Pakistaan vragen in Abbottabad waar Osama Bin Laden is geliquideerd. En er dan in een adem bij zeggen dat je Amerikaan bent. Of in het overbevolkte F-sidevak van Feyenoord zeggen dat je AJAX supporter bent. Het lijkt me gewoon geen goed idee. Ik durf het niet. Dat is het eigenlijk.

En daarom ga ik maar wat rondrijden. Daar waar het kamp was moet nu een technische school gevestigd zijn. In de nabijheid van de school moet een watertoren staan. Dat moet dan maar het richtpunt zijn. Na vele malen van keren en draaien vind ik de school.

Het is zondag. En vakantie. Dus is het uitgestorven. En het hek is hermetisch afgesloten. Maar hier moet het dus geweest zijn. De school ligt aan de Rue des Desportes (Deportatielaan). Fijn dat ze een passende naam hebben gevonden. En dat ze niet gekozen hebben voor ‘Rue de Republique' of ‘Rue Vive le France'. Met die Fransen weet je het maar nooit. Gelukkig had de plaatselijke-met-straatnamen-belaste-ambtenaar-voldoende historisch besef toen ie de naam op het bordje schilderde.

Slechts honderd meter richting het dorp staat een monument. Een zwart marmeren steen met daarop goudkleurige letters. Een monument met daarop alle namen van de Joden die in het kamp hebben gezeten. Indrukwekkend. Rillingen. Kippenvel. Ondanks de hitte.

Na een half uurtje zijn de rillingen wel verdwenen en zoek ik naar de begraafplaats. Op deze begraafplaats liggen Joden. Waaronder vier kinderen. Zij hebben de ontberingen in het kamp niet overleefd. Zij hoefden niet meer naar Auschwitz......




Het is knoertheet. En de begraafplaats is best wel groot. Ik loop alle stenen af. En nog een keer. En nog een keer. Maar na een vol uur zoeken slenteren en speuren vind ik ‘de' steen niet. Het zweet gust van mijn voorhoofd en op een of andere wijze loopt het zoute vocht via mijn bilspleet naar beneden. Jah...beetje rare lichaamsbouw! Dank u lieve lezer. Ik weet ‘t. Ben me er bewust van. Je krijgt er ook heel lastig vaste verkering mee.... ja lach maar ....heb 't zelf maar 's.....!

Ik keer terug naar mijn auto en pak mijn aantekeningen er nog een keertje bij.

Ik lees dat het een steen is die ingelegd is met kiezelstenen. Een Joods gebruik. Ik loop nog eenmaal terug. En zoek nu gericht. En vindt de steen in vijf minuten.

Ik heb wat bloemen gekocht bij de plaatselijke bloemenzaak (want dat leek me het handigst om ze daar te kopen) en die leg ik bij de steen.

Mijn laatste zoekspoor is het vinden van het treinstation. Het treinstation waarvan de Joden naar Auswitz vervoerd werden.

Ondanks het kleine formaat van het dorp, vind ik het pas na een zoektocht die ongeveer drie kwartier in beslag neemt. Overal geweest maar net niet daar...... en ja daar nu net precies .......daar ligt het station.

Het ziet er nog uit als een station. Maar nu is het een....... kinderdagverblijf. Strange. Very strange! Een kleine plaquette rechts boven de ingang herinnerd aan het verschrikkelijke gebeuren. Ik denk niet dat veel moeders als ze hun kroost elke ochtend brengen er veel aandacht voor zullen hebben....

Ik loop naar de achterzijde van het stationen daar liggen de rails nog. Ongebruikt. Aangetast door de tijd. De weersinvloeden. De tand des tijds. Die hebben hunverwoestende werk gedaan. Maar het ligt er nog. De koude rillingen lopen me bij 28 graden klein nulletje C over armen en rug.

Ik probeer de route te reconstrueren die men vanuit het kamp naar het station heeft afgelegd. Ze moeten dwars door het stadje zijn gelopen. Via Rue de Roland. En toen over de Avenue de la Gare. Die loopt uit op het station. Het kan niet anders.

Op 5 augustus 1942 vertrokken van hier de treinen naar Auschwitz. Het werd konvooi nummer 5 genoemd.


Het is 16.30 uur. Ongeveer op dit tijdstip komt meneertje, in z'n vrije tijd lekker in de weer met pilletjes en drankjes maar nu serieus fietsende,Wiggens aan op de Champ Elysees. Als winnaar (als is dat natuurlijk nooit helemaal zeker.....iets met pillen, iets met bloedtransfusies....)

Ik realiseer medatmijn zoektocht ten einde is. Opeens is het over. En uit. Ik maak nog wat foto's. En eet wat in het tegenover gelegen café met uitzicht op het station.

Ik mijmer nog wat na en laat alle ervaringen nog 's de revu passeren. Ik heb zoveel mogelijk het spoor van Sarah gevolgd. De inktzwarte bladzijde van de recente Franse geschiedenis met eigen ogen aanschouwd.

Maar helemaal ten einde is mijn zoektocht niet realiseer ik me. Ik heb de afgelopen jaren best een aantal van die vreselijke kampen bezocht. Maar Auschwitz nog nooit. Verplichte kost eigenlijk. Dus dat ga ik binnenkort maar 's doen.

Lieve mensen. Bedankt voor het meelezen!

Gerrit Pleijter

Het is 4 uur in de ochtend. Ze zijn ons komen halen.
Ik zeg u vaarwel, ik heb spijt van alle pijn die ik u kon
aandoen en alle problemen die ik u heb gebracht.
Weet dat ik van u heb gehouden ofschoon ik het nooit
aan u heb kunnen bewijzen.
Mijn lieve vrienden, ik omhels u allen. Bid voor mij.
Tot spoedig. Uw Edith

(gedicht van een Joodse vrouw die is opgepakt tijdens Vel d'Hive)