AvalanchePeak
De sneeuwlading komt met razende vaart naar beneden. Suist niets ontziend omlaag, sleurt alles op zijn weg mee . Gelukkig kan ik Gerrit nog net op tijd buiten bereik van de dodelijke massa trekken.'
Maar nee. Zo ging het niet. Want er ligt geen sneeuw. Dus ook geen lawine gevaar. En daarbij: het is niet origineel ook. Andere schrijver, dus ook een andere stijl. En een ander begin.
'Take enough water with you, and plenty of food. And remember, the food is for you, not for the Kea'. Kea (Nestor Notabilis) zijn (alpiene) bergpapegaaien, endemisch voor NZ. En hier bij Arthurs Pass komen ze frequent voor. Van orgine zijn het nieuwsgierige, onderzoekende en speelse vogels. Dat hebben ze ook wel nodig, in het onvoorspelbare en harde klimaat van het hooggebergte. Opportunisten pur sang. Maar door menselijk gezelschap zijn ze er niet beter op geworden, beetje verpest. En staan ze nu bekend als vernielzuchtige, vervelende beesten. Die eten wegkapen en auto- en tentrubbers met hun stevige snavels kapot scheuren. Schavuiten 1e klas. Maar mooi om te zien, dat wel. Met hun glanzend groene verendek, oranje onderkant en stuit.
Het advies dat de balieman van het Visitor Centre in Arthurs Pass Village (APV) geeft, kennen we inmiddels wel. Het klinkt als alle adviezen die ze in deze centra geven aan mensen die omhoog wilen. En dat willen we, naar Avalanche Peak. Een berg met de top op 1833 m; eigenlijk een topje van niets. Maar als je begint in AP village, op 730 m hoogte, wel een klim van 1100 m. En ja, ook weer omlaag. What goes up, must come down.....
Gisteren, toen we ook al even hadden rondgeneusd in het DOC centre, was het zicht boven niet meer dan 10 m volgens de balieman. “There's no point in going up”. Ik geloofde er geen snars van. Buiten was het zonnig met af en toe een wolk, en als ik naar boven keek kon ik alle toppen zien. Prima weer om er 'eentje te pakken', En vandaag is het precies hetzelfde. Dus wij gaan omhoog.
Maar we zijn gewaarschuwd. De LP 'Tramping in NZ' (supergids trouwens) geeft het al aan: een fikse klim van 3 tot 4 uur, met stukken 'rockclimbing where you will need all fours'. Nu ben ik wel wat gewend. Want elk jaar ga ik de bergen in, en huttentochten zijn mijn favoriete bezigheid. Noem het een primaire levensbehoefte, zo eentje waar je niet zonder kunt. Of wilt, want het is natuurlijk niet gelijk aan zuurstof, of water, dus het kán zonder. Maar ik wil het niet. Voeding voor lichaam en geest, dat is het. Ontspanning door Inspanning. ODI, ja, ik verzin dat ook niet zelf, er zijn sportverenigingen die zo heten, echt waar. En het klopt ook nog.
En eerlijk is eerlijk, het begin van de track valt niet mee. Door de bosjungle gaat het direct steil omhoog, en de handen en voeten komen er vaak beide aan te pas. Twee x komen er wat erg fitte types voorbij, maar gelukkig hijgen de laatste ook alsof de duvel ze op de hielen zit. Wij hebben afgesproken dat als één van beide niet meer kan of durft – het laatste stuk gaat over een smalle richel en op de top is slechts plek voor 6 personen om lekker te zitten, dus helemaal geruststellend klinkt het niet - we dan beide teruggaan. We zijn zo sterk als de zwakste schakel.
En nog eerlijker, ik twijfel na een uur of de top er wel in zit voor mij. Dit is potverdorie hartstikke zwaar, mijn shirt compleet doorweekt, en nog slechts 3 droge vezels aan mn lijf. Ik kan het eigenlijk nergens mee vergelijken, niet met de Alpen, de Dolomieten of Pyreneeen. Daar zijn ook steile bergwandel-stukken als dit, maar dan vaak niet zo lang achtereen. En 1000 m klimmen op een dag komt ook vaker voor, maar dat gaat dan geleidelijker, niet zo achterlijk steil. Het meest komt het nog overeen met de GR20, op Corsica. Ook zo´n machtige tocht met hoge pieken en diepe dalen, waar het flink afzien én enorm genieten was. Maar ja, toen ik die liep was ik wel 20 jaar jonger.......
Gelukkig zijn we na anderhalf uur het bos uit en wordt het pad beloopbaarder. Al blijft het lekker steil. Over de 'ridge' en langs een diepe afgrond, die bij regen en harde wind als ' a mere deathtrap' beschreven staat. Fijn idee is dat, maar wij hebben nauwelijks wind en een fijn zonnetje, en de uitzichten zijn fantastisch. Het grote genieten is begonnen! Na een korte pauze, een weer-droog-gewaaid-shirt, klimmen we gestaag verder. Het wordt steeds mooier.

Op een gegeven moment zien we een kluitje mensen bovenop een richel staan. Gerrit denkt/hoopt dat het de top is, maar ik denk dat die nog een stuk daarachter en hoger ligt. Maar als we dichterbij komen, blijkt het inderdaad het hoogste punt te zijn. Yo!!
Maar eerst moet er nog over flinke rotsblokken geklauterd worden. En ja, het laatste stukje richel naar de top oogt wel erg smal. Dus we doen het rustig aan. Als we bijna aan het eind van de rotsblokken zijn, wordt het Gerrit toch te gortig. Hij voelt zich niet zeker meer, en dat is altijd het teken om te stoppen. Maar nu de top zo dichtbij is, geen 10 hoogtemeters verder schat ik, besluiten we dat ik wel doorga. Gelukkig ken ik geen enkel onzeker moment , en even later sta ik er. En blijken er best 10 mensen te kunnen zitten, als je tenminste niet allemaal helemaal bovenop wilt zitten. Of op elkaar. dat is toch ook niet helemaal fijn.
En het uitzicht, ja, dat is wonderschoon. Magnifique! Oordeel zelf........

Mount Rolleston (2275m) met Crow Glacier naar het noorden.
Na de nodig foto's loop ik een stukje terug en zoeken we een fijne lunchplek. De kea´s zijn aanwezig, 2 paartjes cirkelen om de top. En vooral om de mensen die er op staan. Mijn rugzak ligt naast me, de bovenklep is los. Als 1 van de vogels een poging waagt om er met mijn broekspijpen (van mijn afritsbroek) die bovenop de rugzak liggen, van door te gaan, ben ik net op tijd om ze zelf te grijpen. Maar net als echte boeven, handelen ze met zijn 2-en. Dus ik zit nog niet op mn plekje, of vanachter me sneakt een Kea naar mijn rugzak en zet zijn snavel in de zak banana-chips, die er bovenin ligt. Hebbes! Snel vliegt hij er mee weg, gevolgd door de andere 3 vogels. Hebben we eindelijk voldoende voedsel me op een tocht, gaan die stomme papegaaien er mee aan de haal. Dus als er nu kea's opgroeien met een bananachip- verslaving, wat lastig voor ze is, want daar kom je niet gemakkelijk aan in NZ, dan weten jullie waar dat vandaan komt. Het zal ze leren.......

De terugtocht gaat via de iets gemakkelijker Scotts Track. En al blijft het goed opletten waar je je voeten zet en zijn er lastige stukken die 'bils-gewijs' gaan, we zijn blij dat we niet via de Avalanche Peak Track terug gaan. Het venijn zit nog in de staart, als we ons de laatste honderd meter door een bush-beekje, over gladde rotsblokken en glibberige boomwortels, een pad moeten banen. Na 6 uur netto looptijd staan we weer beneden. Een supertocht die een high-five meer dan waard is! En hoewel ik een enorme hekel heb aan lopen op asfalt, heb ik het nog nooit zo verwelkomd als nu. We lopen het dorp in en duiken de eerste en enige kroeg in. 'En zetten het op een zuipen' (zij die Gerrit kennen, weten wat ik bedoel)
berggroeten, Gerda
* De “Avalanche Peak Challenge”
Het kan altijd gekker. Mountain-running is ook in NZ hot, er zijn wel 25 van dit soort evenementen per jaar in dit fitte landje. De meest waanzinnige en uitdagende is , jawel, de Avalanche Peak Challenge. Een berg-run over 26 km, met niet alleen de beklimming van de Peak, maar ook de afdaling aan de andere kant over een smalle ridge, over een puinhelling, en een pittig blokkenterrein. Daarna door 2 flinke rivieren, en dan het laatste stuk sprinten over asfalt. Waar wij de klim in 3 uur hebben gedaan, doen de snelste runners hem in 55 min. En de gehele Challenge wordt in ruim 2, 5 uur afgelegd. Om met Hans Teeuwen te spreken 'Mafketels. Dat zijn het'.
Gerda
Bounty
Bounty
'Hij heeft er zin in'.
Heeft plezier in z'n werk. Het valt op ook. En dat is fijn. Aangenaam ook. Want waar kom je dat nog tegen. Iemand die plezier heeft in z'n werk. Wat mij betreft niet bij een gemiddeld Nederlandsche supermarkt.

Torrent Bay
Ik zie de sollicitatiegesprekken al voor me. Wat is u motivatie om op deze kassabaan te soliciteren? 'Nou, verteld de sollicitant in kwestie. Ik zit graag op een draaistoel. Omdat je daar zo lekker op kan ronddraaien. Probeer dat in een schommelstoel maar 's..... En ik laat graag geld door mijn handen gaan. En als dat niet gaat vind ik zo'n pas door zo'n gleuf ook wel een lekker geil gezicht. En ik vind al die verschillende producten zo interessant. Als die verschillende vormpjes. En afmetingen. En groottes. En prijzen. Steeds weer anders. Afwisseling. Ben er gek op'. En met mijn voet zo'n lopende band in beweging zetten. Daar kick ik ook op'. (lijkt mij stiekum ook leuk om te doen by the way....)
En het gesprek eindigt met 'ik vind het contact met mensen zo leuk'. Steeds weer contact met iemand anders. Al die verschillende mensen. Die verschillende persoonlijkheden. Elke keer weer inspelen. Op veranderende omstandigheden. Op nieuwe gezichten.
Aha. Dat gaf de doorslag. Dat was het magic-word. 'Contact met mensen'. Daarom worden ze op geselecteerd. Op zich een fijne gedachte. Goede reden. Maar eh....dat laatste, daar merk ik zo weinig van. Dat plezier hebben in 'contact met mensen'. Nee. Als ik mijn wekelijkse boodschappen moet afrekenen in mijn plaatselijke supermarket. Want dat moet. Dat afrekenen. Gewoon hard wegrennen kan ook. Ze kunnen me toch niet bijhouden. Maar als je ze te pakken krijgen ben je met een half uur niet klaar. Op het politiebureau.
Terug naar de kassiere. Het werkplezier spat er niet echt van af. Meestal hebben ze een gezicht als een zure pruim. Oorwurmig. Onverschillig zelfs.
Ik heb overigens een hele fijne tip bij de hand om het leven van een kassiere prettiger, leuker, uitdagender en goedkoper te maken.
'Huur Mies Bouwman in'.
Voor de kleintjes onder u. Mies Bouwman is een vrouw. En presentatrice. Met het haar op 'zolder'. Heel populair in de jaren zeventig. Ze presenteerde een spelletje: Een (1) van de acht. Heel Nederland zat voor de buis. Een hit. Dat was het. Het hoogtepunt van de quiz lag aan het einde van de avond.
'De lopende band'.
Op een lopende band waren allemaal artikelen geplaatst. En die trokken in rap tempo (in 1 minuut) voorbij aan de deelnemer van de quiz. En die deelnemer. Die moest zoveel mogelijk artibuten die aan hem/haar voorbij trokken proberen te onthouden (wij deden thuis ook mee). Welke voorwerpen hij of zij onthield en genoemd konden worden, werden het eigendom van de deelnemer.
Nou, dat lijkt me echt iets voor een kassiere. In Nederland. Wat ze onthouden mogen ze houden. Is ook goed voor de geheugenhersenhelft. 'En de meesten kunnen best wat training gebruiken'. En er is een beloning. Een motivatie om mee te doen. Want als je het spelletje goed onder de knie hebt, hoef je zelf ook geen boodschappen meer te doen. Lijkt me ook een enorm tijd- en geldvoordeel.
In NZ hoeft dat niet. Mijn plan heeft hier weinig kans van slagen. De rijen in de supermarkten zijn er doorgaans best lang. En die lengte en het lange wachten ondergaan de NZ'landers ogenschijnlijk heel gelaten. En misschien komt dat wel door de kassieres. Die zijn namelijk erg vriendelijk. En hulpvaardig. De boodschappen worden voor je ingepakt. Je krijgt meestal een vriendelijk woord. En soms zelfs nog een toeristische tip. Fijn dus. Dat boodschappen doen hier.
Maar goed. Fijn dat u er nog bent na dit 'uitstapje'. Lieve volger. Misschien heeft onze 'schipper' die goede zin wel afgekeken van de kassierers.
De boot waarop wij zitten danst op het water. Soms gooien de metershoge golven ons omhoog. Want dat doen golven. Vinden ze fijn. En wat ze ook fijn vinden is, om ons nadat omhoog gooien, vervolgens in de steek te laten. En de boot een tijdje in het luchtledige te laten zweven. Vinden ze ook fijn. En dat heeft tot gevolg dat we even later met een klap op het water terrecht komen. En dat gebeurd tijdens de drie kwartier durende boottocht meerdere malen. Het zeeziekniveau bereikt grote hoogten.
En hij maakt scherpe bochten. Op plaatsen waar dat volgens mij helemaal niet hoeft. Ik voel me soms net Streuer en Snieders (oude bekenden, maar alleen voor de motorliefhebbers onder u). We draaien rondjes waar dat helemaal niet hoeft. Volgens mij. Kortom. Onze eigenste schipper heeft plezier in zijn werk. En dat wil ie weten ook. Hij zou met gemak kassiere kunnen worden....
We zijn op weg naar het Abel Tasman National Park. 'Who te fuck is Abel Tasman Gerrit?'
Ok. Een klein stukje geschiedenis. Komtie!
Abel Tasman was de eerste Europeaan die contact maakte met de Maori's. In 1642. Hij kwam. Zag. En........ging niet aan land. Nee. Ons Abeltje had Nieuw Zeeland kunnen ontdekken. Had de kans om de boeken in te gaan. Als de grote ontdekker van NZ. Maar was die dag net ongesteld of zo. Of had 'echt' hoofdpijn. En besloot in zijn onmeterlijke wijsheid dit 'eilandje' maar aan zich voorbij te laten gaan. Een beetje dom. Want 120 jaar later zetten James Cook en Jean de Surville wel voet aan wal. En zij gaan die boeken dus wel in. Nog sterker. Ze staan er in.

We worden gedropt op 'Torrent Bay'. Vandaar gaan we wandelen terug naar ons camperhome. In Marahau. De wandeling begint eh.......met het uitdoen van de schoenen. De bay bestaat nl uit brede stroken water. En die kun je alleen doorwaden. Na een kwartier vinden we de track. Die ons al wandelend in 4,5 uur zal terugbrengen naar de campground.
De wandeling is er een van het niveautje bejaardenseks. Rolstoepad. Jostiband. Zondagmiddagwandeling met het gezin. Rondje om de kerk. Of wonen in Biddinghuizen. Dat niveau. Hopelijk heeft u middels deze voorbeelden een beeld gekregen van de zwaarte van de tocht. Het schuurt nergens. Het doet nooit pijn. Niet 's even lekker 'krabben aan de korst'. Kortom. Een fijne gezellige wandeling. Niet meer. Niet minder. We transpireren. Maar alleen door de brandende zon die op onze hoofden brandt..
We lopen voortdurend door bos. Palmen. Afgewisseld met loof- en naaldbomen. Een subtropisch paradijs. Je ziet Tarzan en Jane zo door de jungle zwaaien (in gedachten, niet echt natuurlijk, dacht je echt dat ze .....). Met in hun ene hand de liaan. En in de andere een bounty. Mars, Snickers, Raider, M&M's en Twix hadden ze toen nog niet. Anders hadden dat voor zeker wel gekozen. Alhoewel het me met M&M's wel lastig lijkt om die vast te houden. Als je zo met je liaantje door het oerwoud zwaait te zwaaien. Althans, dat lijkt me. Heb het namelijk zelf nooit bij de hand gehad. En verder lijken me M&M's soswieso niet zo handig. Heb je net een fijn verstopplekje gevonden.In de jungle. Voor bv een gevaarlijke aap. Of Jane (is bijna hetzelfde). Wordt je verraden. Door die felle kleurtjes. Heb je met Twix geen last van. Met Bounty trouwens ook niet. Maar dan moet 'm niet doorbijten. Anders verrraadt het 'wit' van de kokos je alsnog.... Uitkijken dus! Met Bounty. Maar alleen als je een verstopplekje hebt. In de Jungle. Anders maakt het niets uit.

Maar goed. Onze reisgids verhaalt dat wandelen in het Abel Tasman Park reclamefolders tot leven doet brengen. En dat willen we wel. Gerda en ik. Lopen in een levende reclamefolder.
En het moet gezegd: de uitzichten op de verschillende baaien die onder ons passeren, zijn van een hoog paradijselijk-bounty gehalte. Het lijkt soms net of er een zeemeermin zo uit de branding al borstcrawllend aan land komt.
Oh man. Dat zou geweldig fijn zijn. Zo'n fijne mooie slanke zeermeermin (vadsige zeemeerminnen mogen gewoon lekker op de bodem van de zee blijven, aan vadsige zeemeerminnen heb ik een broertje dood). Slank dus. Met zo'n geweldige vin. Want dat hebben zeemeerminnen. En zo'n prachtige lange blonde vlecht. Want dat hebben zeemeerminnen ook. Althans alleen die met blond haar en een vlecht.
Echter. Gebeurd niet. Misschien hebben ze net een ATV-dag opgenomen. Is jammer. Niks aan te doen.
Na een uurtje of vijf (inclusief pauze en beachbezoek) is onze wandeling ten einde.
Mooi Park. Fijne wandeling.
Waterballerina
With such golden quirley hair
She is gone now
like the summer
to a beach
in God knows where
Waterballerina, Luka Bloom
Gerrit
nog-een-schijtverhaal
Dat Gerrit mij heeft moeten beloven het niet meer over s......(chijten) te hebben, dat heeft hij een beetje verzonnen. Helemaal zelf verzonnen, en dat kan ie goed. Maar niet helemaal waar dus. Al moet ik eerlijk zeggen: het komt me wel goed uit. Ik vind het wel fijn dat hij het er niet meer of niet weer over heeft. En dat zal ik hier uitleggen.
Hij begon zo aardig. Door te vertellen dat hier de zon is gaan schijnen vanaf het moment dat ik voet zette in NZ. En het is nog waar ook. We hebben 1 (één) regendag gehad en de rest was fantastisch. Geweldige mazzel dus.
Maar dat hij 1 (één) dag voordat ik voet zette in NZ een schijtverhaal publiceerde, dat had ie niet moeten doen. Niet dat ik daar niet tegen kan. Ik ben welsiwaar een zeer net opgevoede dame, en alle credits daarvoor gaan uiteraard naar mijn ouders. Die hebben het gewoon heel goed gedaan, en omdat ze hier inderdaad meelezen - hai p&m! - moet dat even duidelijk gezegd zijn. En ook omdat er meer mensen (die mij ook al heel lang kennen) meelezen, laat ik dat beeld graag in tact. Netjes opgevoed ja, maar geen heilig boontje. Dus ook al zijn vieze woorden niet gebruikelijk, ik vloek ook wel eens. Altijd met reden, maar toch, het gebeurt. En woorden die Gerrit nooit zou gebruiken in zijn stukjes, zoals (U2 is een) 'kutband', tja, die rollen bij mij ook wel eens over de lippen. Ik kan er maar beter eerlijk over zijn.
Feit is dat dat schijtverhaal er voor zorgde dat ik 2 dgn na aankomst in NZ aan jawel ....... de schijt raakte. En geloof me , dat is niet fijn als je de halve wereld over bent gereist om samen NZ te gaan ontdekken. Heb je net supersnel je jetlag acher de rug, zit je helemaal in het goede ritme, krijg je dat weer.
Meestal is 'aan de dunne' helemaal niet zo erg, na 1 of 2 dgn is het vaak weer over en kan ik over tot de orde van de dag. Maar dus niet deze x. Deze bacterie, want ik denk dat die het was, was van het persistentere soort. Zo eentje die een lekker plekje zoekt in je darmen en daar fijn gaat zitten zieken. Niet dat ik er ziek of misselijk van was, maar om nou te zeggen, helemaal fit, dat ook weer niet. En op 80% van je energie een flinke huttentocht te gaan maken, dat is geen aanrader. Gelukkig kwam ook hier Gerrit op de proppen. Hij had nog wel een of ander wondermiddel uit Azie. Hij had het zelf meerdere keren gebruikt, altijd met goed resultaat na enkele pillen, dus dat moest het zijn. En omdat hij het toch had ingeslagen in bulkverpakking, ben ik dat gaan gebruiken. En jawel, voor de Tongariro-tocht begon was ik er overheen. Maar zoals al beschreven, de hutten hier zijn behoorlijk basic. En 'pit-toilets' (dwz zonder waterspoeling) en regenwater uit grote reservoirs zijn niet de beste ingredienten voor net (niet helemaal) herstelde darmen. Samen met de behoorlijke inspanning zorgden ze ervoor dat het snel na de tocht weer helemaal mis was. En dan bedoel ik ook goed mis. Mijn opvoeding belet me hier om in details te treden, maar ik schat dat jullie als lezers dat ook niet nodig hebben. Dus ik heb kuur nummer 2 van hetzelfde wondermiddel er tegen aan gegooid. En dat hielp definitief. Na wel anderhalve week was het eindelijk over. En kon ik alles weer aan toen ik voet zette op het Zuidereiland.
Maar het heeft er ook voor gezorgd dat mijn hardloopschoenen het Noordereiland niet hebben gezien. Nou ja, ze hebben het vanuit de kofferbak wel gezien, maar er geen stap gezet. Want om nou met een niet-helemaal-fit-lijf te gaan hardlopen terwijl je op reis bent, dat gaat mij wat ver. In Wellington, vlak voor de overtocht, durfde ik het bijna aan. Maar jullie hebben zelf kunnen lezen hoe Gerrit als een panter in de nacht de camper uitsloop om in de vroege ochtend daar zijn rondje te gaan lopen. Kans en moment verkeken dus.
Maar eenmaal op het Zuidereiland, na een fijne rustdag aan een prachtbaai bij de Queen Charlotte sound en een mooi ritje naar Abel Tasman National Park, was het dan zover. Beetje spannenend ook wel, want na 4 mnd stilstand door een blessure, was ik in december (2011) weer begonnen met opbouwen. En dat moest helemaal vanaf nul door de aard van de blessure, en eerlijik is eerlijk: dat viel me niet mee. Op de laatste dag voor vertrek had ik halverwege een loopje-van-niets ook nog eens enorme kramp in mn rechterkuit gerkegen, en toen dacht ik echt dat het nooit meer goed zou komen.
Maar lopend langs het strand van Tasman Bay, begon 'het' weer helemaal terug te komen. De zin en het plezier van hardlopen. Van lekker om je heen kijken en niet teveel bezig zijn met het lopen zelf, omdat juist dat dan bijna als vanzelf gaat. En toen ik zowel tijdens als nadien nergens last van had, niet van mn scheenbeen, niet van kuitspieren, was de victorie compleet. Ik loop nu weer 2 tot 3x per week volg lekker mn opbouwschema en hoop straks in Nl weer gewoon mee te kunnen trainen bij mijn clubje. Zin in!!
keep going , Gerda
Windy Welly
Gerda is nog in diepe rust. Ik sluip als een panter door een iets meer dan halfdonkere camper. En probeer mijn hardloopkleren te vinden. Op de tast. En dat lukt.
Even later loop ik op een voetpad. Beetje hard te lopen. Op een bijzondere locatie. Ik loop in het stadhoofd van Nieuw Zeeland: Wellington. Een stad waar iets meer dan vierhonderduizend mensen een plekje hebben gevonden. Inwonend zijn. Dus.
De stad is gelegen op het zuidelijkste puntje van het noordereiland. En het waait er. Altijd. Vandaar de bijnaam: 'Windy Welly'. En de wind maakt vandaag geen uitzondering. Ook nu ik er loop niet.

Het eerste dat aan mijn linkerzijde verschijnt is de gevel van het Railway Station. Ik ben gek op treinen. Bij ons heet het NS. Hier heet het Kiwirail. Fijne naam. Fijn is ook dat de stootblokken worden geflankeerd door Agapanthussen. Die momenteel in volle bloei staan. Dat maakt dat het station er vriendeijker en vrolijker uitziet.

Tjonge. Wat was ik verliefd op de vrouwelijke matroos (waar me de naam maar niet van te binnen wil schieten). En die enorm nichterige matoos. Op wie ik overigens niet verliefd was. Dit even om elke onduideijkheid of suggestie op dit gebied te kop in te drukken. Gave serie. Dat deuntje waar de serie mee begon kan ik overigens nog wel dromen......
De passagiers van deze boot hebben daar geen boodschap aan. Ze staan langs de reling. En willen het aanleggen meemaken. Ik ook. Maar dat gaat niet. Ik moet door.
Ik loop langs het stadium van Wellington. Het Westpac Stadium.

Hier werden vorig jaar oktober een aantal wedstrijden gespeeld in het kader van de wereldkampioenschappen rugby. Nieuw Zeelanders zijn verzot op rugby. De mensen spreken met een rugby-accent. Het hele land geurt er na. Iedereen spreekt er over. En ze hebben een uitstekende reden.
Nieuw Zeeland is vorig jaar oktober Wereldkampioen geworden. De besten van de Wereld. De besten van de rest. Ze hebben de finale gewonnen van Frankrijk. Ook nog 's in eigen land. In het stadion van Auckland. 'En dat willen ze weten'.
Mensen lopen met t-shirts. Met daarop de uitslagen van de verschillende wedstrijden die het team gespeeld heeft. Er zijn winkels met alleen de kleding van de All Blacks. Want zo worden de rugbyers van NZ genoemd.

Ik loop nog steeds langs de haven. Rechts van me liggen honderden stammen opgestapeld. Ze zijn op gelijke lengte gezaagd. Ze liggen klaar om verscheept te worden. Even verder ligt een Chinees schip. De 'Jin Wang Ling' (dat is nummertje 33 op de menulijst van uw eigenste afhaal Koreaan, wel combineren met witte rijst, want het is een gevaarlijk goedje (o ja, geen voorgerecht nemen, de portie is ruim voldoende voor twee personen, met drie personen zou zelfs kunnen, als je zelf aan de lijn doet, is een tip, doe er je voordeel mee).
Ernaast liggen grote zeecontainers hoog opgestapeld. Klaar voor verzending. Het is nog een dooie bedoeling op het schip. Wellicht dat de bemanning nog ligt te slapen. Op dit vroege uur.

Ik loop onder de ringweg door. Die boven mijn hoofd zijn weg met een grote slinger vervolgt. En sla rechtsaf. Steek een railway over. En loop nu bij de Islander terminal voorlangs. Hier vandaan vertrekken de boten naar het zuidereiland. Elke dag een stuk of vier. En er zijn tenminste twee bootbedrijven. En wordt dus heel wat overgestoken. Ik wip even binnen om informatie in te winnen over onze overtocht van vanmiddag. Moet toch even rust pakken.

Ik loop nu verder langs de haven. Het ochtendlicht weerkaast prachtig in het water. Ik heb uitzicht, over het water, op de huizen die tegen de heuvels zijn gebouwd. Wellington is een prachtige stad. Met veel hoogteverschillen. En veel groen. En superschoon. En dat laatste geldt voor heel Nieuw Zeeland.
'Even zeuren over het hardlopen'. Mijn voettechniek begint heeeeeeeel langzaam in te slijten. Met de nadruk op heel. En met nog meer nadruk op langzaam. Doe beide maar. Inmiddels voelen de kuiten (met name de diepliggende) minder pijnlijk aan. En ik voer de minuten dat ik hardloop langzaam op. 1x5, 1x6, 1x7, 1x11 (pauze=2 min.). Ik weet dat ik nog een lange weg heb af te leggen voordat ik me de nieuwe looptechniek heb eigen gemaakt.......
Om 7.45 uur ben ik terug. Bij de Camper. Pak een douche. En heb weer een training afgewerkt. En een stukje Wellington gezien. Fijne combi!
Straks de oversteek naar het zuidereiland.
See you there!
Gerrit
Bermboombloemen (North Island)
We nemen bijna afscheid van het noordereiland. Maar niet voordat we je de meest in het oog springende bermboompjes en -bloempjes hebben laten zien.
Hierkomenzedan:

Monbretia

Terwijl de Agapanthus (als kuipplant) momenteel in Nederland lekker tegen de kachel aankruipt. Lekker vorstvrij. Staat ie hier (midden januari) volop in bloei. Niet in kuipen. Maar in de volle grond. In de berm. Nog wel. En niet alleen. Nee. Met tienduizenden tegelijk.
(als je deze plant echt heel mooi vind, ga dan 's kijken op kasteel Rosendael (nabij Arnhem). Mijn collega Gerard Achterstraat organseert elk jaar de Nederlandse Agapanthusdagen. Kijk voor meer info op www.mooigelderland.nl).

Phormium Tenax (Nieuw Zeelands vlas)
De Maori (eerste bewoners van NZ) gebruikten de gedroogde bladeren van deze plant om bijvoorbeeld draagtassen of buidels te maken. De bladeren hebben IJzersterke vezels. Ze kenden er ook medicinale werking aan toe. Belangrijke plant dus. De plant staat momenteel op het punt van uitbloeien. Groeit op plaatsen waar voldoende vocht voorradig is.

Kauri (Agathis australis)
Komt voor, van het noordelijkste puntje, tot Auckland (over een lengte van circa 250/300 kilometer). Niet zo bijzonder. Daar. Echter. Het exemplaar dat op de foto is afgebeeld is wel heel speciaal. Het is de grootste, dikste en oudste Kauri die op het eiland voorkomt. Hoogte: 51.5 meter. omtrek: 13.8 meter en 2000 jaar oud. Let ook even op het mannetje op de voorgrond, het geeft aan hoe dik de boom is.....

Hier zijn drie bijzondere bermbloemen fijn gecombineerd door moeder natuur herselff. Monbretis, Agpanthus en Kniphofia (vuurpijl, die geel oranje bloemen)

Dit is een Kauri tijdens een zonsondergang ergens in Auckland

Agave
Zeer regelmatig kom je 'm tegen: de Agave. Hier met fantastisch mooie en hoge bloeiwijze.

Metrosideros Exelsa in de buurt van Auckland

Metrisideros excelsa bij de entree vanCornwall Park (Auckland)
Metrosideros: net zo gewoon als een bruine boon....of een eik en een beuk bij ons. Deze boom heeft een prachtige karmijnrode bloeiwijze. En een grillige groeiwijze.
Hatzikidee. Dat waren ze.
Gerrit
Tongariro Alpine Crossing/Day three
Volgens onze kaart moet het qua zwaarte meevallen. Dus we beginnen vol goede moed. Maar niet voordat we een ontbijt hebben genomen. En dat klinkt fijn. Maar de werkelijkheid is niet even ietsjepietsje anders.
We hebben nl. iets te weinig ontbijtvoorraden mee. En dat is fijn voor het gewicht van de rugzakken. Minder fijn is het voor onze magen. Want met anderhalve boterham. En aangemaakte melkpoeder. Aangevuld met een ietsje cornflakes. Zullen we het moeten doen. Gelukkig kunnen een (1) appel en 12 crackers (en een kuipje smeerzuivel) in geval van nood uitkomst bieden. Maar dan is de bodem van onze voorraadkast dan ook echt bereikt.
Kort na ons vertrek maken we een klein cultureel uitstapje. We bezoeken namelijk de eerste berghut van Nieuw Zeeland. Tegenwoordig is het een klein museumpje. Waar je zo binnen kan lopen. Echter, in vroeger tijden werd de hut gebruikt als pleisterplaats voor rondtrekkende lieden. Daarna kreeg deze hut een recreatieve functie. Wandelaars gingen het gebouwtje 'bezetten'. En dat vormde het begin van 'tramping' (bergwandelen) in Nieuw Zeeland.

We lopen door een soort duinlandschap. Het glooit. Het heuvelt. Het stijgt. Het daalt. Maar echt zwaar worden doet het nooit. De luchten zijn onheilspellend. Het weer is veranderlijk. Het waait koude wind. Maar gelukkig houden we het droog (een dag later worden alle wandelingen gecanceld vanweg het slechte weer....beetje geluk dus.....)
Na 2,5 uur kuieren zien we in de verte een helicopter. Eerst denken we dat ie toiletten aan het ophalen en/of brengen is. Maar gaandeweg zien we dat ie materialen aanvoert.
Het wandelpad wordt namelijk 'aangepakt'. Werkmannen zijn bezig om de sterk eroderende paden te voorzien van een stevige oppervlaktelaag. En de materialen (puin, stabilisatietegels, opsluitplanken) worden per helicopter aangevoerd. We maken een praatje met de werkmannen.
Het blijkt dat ze in opdracht van het DOC werken (een Nat. organisatie zoals Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer) en al drie maanden bezig zijn. En dit is de laatste dag. Ze verbleven in een hut. Van maandag tot vrijdag. Met elkaar. Het weekend waren ze thuis. En dat hebben ze in totaal dire maanden gedaan. Best lang dus.

De helicopter vliegt af en aan. Tussen het depot. En het werkterrein. Elke vijf minuten wordt er een verse voorraad puin gestort. Die de werkmannen precies in vijf minuten kunnen verwerken. En dan komt er weer een nieuwe lading. Spectaculair gezicht.
Rond half vier komen we aan in Whakapapa Village. Alwaar onze camper nog in ongeschonden staat (er wordt wel 's ingebroken) op de parkeerplaats staat.
Kleding wassen, koffie (voor Gerda, ik drink die meuk niet) en bijeten. Veel bijeten. Heel erg veel bijeten.
Gerrit
Travel and your world will be turned upside down
Tongariro Alpine Crossing/Day two
Made in India. Staat er op. Dus ik ga er vanuit dat het ding in India gemade is. En het zou best wel 's kunnen kloppen. Want er zitten van die gezellige Indiaase melodietjes op. Je kent ze wel. Van die lekker luide en vreselijk drukke Indiaase zangerige en klagerige melodietjes. En een (1) van die melodietjes heb ik zover gekregen dat het fungeert als 'alarm'. Het alarm op zijn beurt fungeert weer als wekker. Ik word dus gewekt met een Indiaas deuntje. Een gekkigheidje. Een gebbetje. Een leuk dingetje.
Dag lieve lezer. Fijn dat u er weer bent. U kent ze vast wel. Die momenten dat je liever even niet bestaat. Er even niet bent. Even opgaat in rook. Even 'onder' je matrasje kruipt. Even een hoekje om. Even een boodschap doen. Kort samengevat: uw eigenste schaamtemomentje!
Zo'n moment overkwam mij. This morning. Ik weet nog precies hoe laat het was. 6.30 uur. Op de kop af. 'Sommige tijdstippen vergeet je niet'. Mijn telefoon ging af. Althans het alarm. En op zichzelf was dat goed. Daar was ie op geprogrameerd. Het ding deed precies wat van hem gevraagd werd. Er was alleen een kleinigheidje. Een detail.
Dat programeren was eigenlijk voor gisteren bedoelt. En ik was het ding vergeten te deprogrammeren. Dus verbijdde mijn telefoon vanochtend vroeg maar liefst 25 hutgenoten, die nog in een diep dromenland verkeerden, met mijn drukke Indiaase alarmmelodie. Was bepaald niet fijn. Maar zelfs dit was nog tot hier aan toe lieve lezer. Want het kan nog erger.

De telefoon had zich namelijk stiekum verstopt op een onvindbare plaats. In mijn rugzak. Dus voordat ik het ding gevonden had was het alarm reeds talloze malen afgegaan. En het geluid dat ik met het overhoop halen van mijn rugzak produceerde tezamen met het geluid van mijn telefoon, maakte dat de hele hut een kwartier later nog enigszins slaapdronken en niet helemaal blij kijkend aan iets van een onbijt zat.
'En toen kwam ik binnengelopen........'En het is heel gek: 'ik hoorde niemand no worries mate tegen me zeggen'.
'Ik zeg: snel verder met dag twee'.
We vertrokken (spoorslags dus) uit de Ketetahi hut. Het eerste uur moesten we een uur terug wandelen. Vanwaar we gisteren gekomen waren. En aangezien we gisteren het laatste uur fijn afgedaald waren. Mochten we nu weer fijn omhoog. 'God straft meteen lieve lezers'. Had ik die telefoon nu maar uit..... Afin.
We zijn vroeg. Er is niets of niemand. Zo willen we het graag. Wat een rust. Wat een uitzichten. Helemaal fijn. Na een uurtje of drie komen we in Otuere Hut.
Het is graadje bloedje heet. En er staat een warm windje. Verbranden doe je hier heel gemakkelijk. Nieuw Zeelanders zijn (net als Australiers) panisch voor zonnebrand. En dat kan iets te maken hebben met de dunnere ozonlaag boven deze twee landen. Met factor 8 kom je hier niet weg. Nog sterker. Wordt hier niet eens verkocht. Het begint bij factor 30 en loop op tot factor 50. En smeren maar. Meerdere malen per dag. De zonnebrandfirma's hebben de afgelopen maanden weinig goede zaken gedaan. Het zomerweer was slecht. Maar wij hebben geluk. Sinds Gerda Nieuw Zeeland heeft bezet. Lopen de temperaturen op. En maakt de zon overuren.
In de Otuere Hut houden we een pauze. En komen tot de conclusie dat we niet teveel eten bij ons hebben. Met meer nadruk op het woordje niet dan op teveel. We moeten een beetje doseren.

We trekken aan het begin van de middag door een prachtig vulkanisch en glooiend landschap. Af en toe zijn de klimmetjes veneinig. Maar de uitzichten zijn geweldig.
Gaandeweg veranderd het landschap. Het lijkt wel een desert. Met lage, sterk verhoute begroeiing. Maar ook op veel plekken alleen maar zand. En stenen.

Op het laatst van de middag lopen we door een stuk bos. Schaduw. Dat is fijn. Echter, we krijgen nog een flinke klim voor de kiezen. En die 'tikt' zo aan het einde van de wandeldag behoorlijk door. Maar we halen het. En komen aan in de Waihohonu Hut. Een vrij nieuwe en ruim opgezette hut. We overnachten hier met slechts tien anderen.
We gaan vroeg slapen. Met de telefoon in de absolute crematie-urn-stand.
No Worries.
Tongariro Alpine Crossing/Day one
Drommels nog an toe. Verdikkeme. Ik moet vlug handelen. De gloeiend hete lavastromen komen nu toch wel heel snel in onze richting gestroomd. Want dat doen ze. Die lavastromen. 'Stromen'. Daar houden ze van. Dat vinden ze fijn. Enorme brokstenen vliegen ons om de oren. Keiwarm. En niets ontziend stuiteren ze naar beneden. Want daar houden ze van. Die brokstenen. Vinden ze fijn.
Kort voor Gerda tot de enkels in de gloeiend hete substantie staat te dansen, weet ik haar weg te trekken. We zetten het op een rennen. 'En echt waar: we ontkomen ternauwernood'. Op een haar na. Iets met een dubbeltje. En z'n kant. Bijna de hele vakantie naar de maan. En de enkels ook.
Zou een mooi verhaal zijn beste volger. Met een prettige afloop. Ook fijn voor de mamma van Gerda, by the way. Maar nee. Niet gebeurd. Gedroomd. Dat heb ik 't.
Gerda en ik hebben het plan opgevat om in Tongariro National Park te gaan wandelen. We willen de Tongariro Alpine Crossing and Nothern Circuit gaan doen. Waarom? Daarom! Maar daarom is geen reden. En daarom enige uitleg.
De Tongariro Alpine Crossing and Nothern Circuit maakt deel uit van the Great Walks in New Zealand. Het is wandelen in vulkanisch gebied. En het staat bekend als een unieke wandeling. Daarom dus.
Op zichzelf is dat een fijn plan. Dat wandelen van de Tongariro. Maar daarvoor moet je wel helemaal naar Nieuw Zeeland. Iets preciezer: het noorder-eiland. En dan weer ongeveer, circa, omme-nabij in het midden van het noorder-eiland. En om helemaal de rol van Pietje precies met verve te vervullen: het plaatsje Whakapapa.
En dat komt goed uit. Want daar zijn we. Aangekomen. En niet eens in gewicht. Kan je nagaan. Aangekomen dus. In Whakapapa. Maar dan ook precies. Toeval bestaat lieve lezer.
En niets staat ons dan ook in de weg. Informatie ingewonnen (o.a. weersvooruitzichten gecheckt). Rugzakken gepakt. Schoenen aan. En kuieren maar. We gaan er drie dagen over doen. Overnachten in hutten. Koken ons eigen kostje. Proberen er 's nachts de slaap te vatten. En dan maar weer kuieren. Dat werk.

We starten des 's ochtends. En we zijn niet alleen. We tellen maar liefst enkele honderden gelijkgestemden. Iets waar we niet meteen blij van worden. Maartisnietanders.
Velen van hen doen de dagwandeling. En worden aan het einde van de dag opgepikt door een bus. Ze overnachten dus niet in hutten. Vermoedelijk zijn we de meesten van hen morgen 'kwijt'.
We hebben vrijwel meteen uitzicht op 'Mount Ngauruhoe'. Een vuurspuwende berg. Wel een beetje een luie berg. In 1975 werd ie voor het laatst wakker. En moet toen gedacht hebben: 'kom laat ik 's een beetje vuurspuwen'. En op zichzelf was dat geen rare gedachte. Want daar is tie tenslotte erg goed in. Vuurspuwen. In het landschap dat toen is ontstaan lopen we nu. En de komende twee dagen.

Na vier uur zwoegen, ploeteren en knoerten (de hoogteverschillen mogen er zijn) komen we aan op de 'red crater'. En het moet gezegd: 'wat een geweldig uitzicht. De krater is geweldig mooi van kleur. En 'beneden' liggen drie geweldige mooie zwavelmeren. Wat een kleuren. En wat een geuren. Hier komen de onvermijdelijke foto's:


Na zeven uren in touw te zijn geweest. Komen we in onze hut. Die is eh......vrij basic.
Er is safe water. Een kooktoestel. Wc's (die als ze vol zijn opgehaald worden door een helicopter, spectaculair!! Vooral en in het bijzonder als je nog lekker zit te schijt...., ik heb Gerda beloofd het woord schijten niet meer te gebruiken, niet zozeer voor haar zelf maar we voor haar ouders die ook meezezen, nu heb ik haar wel meer beloofd, maar aan deze belofte zal ik me proberen te houden, ik zal het woord schijten niet meer gebruiken, d.w.z. ik zal proberen het woord schijten zoveel mogelijk te vermijden, maar eh.....u begrijpt... dat moet even wennen, inslijten, wat dan weer rijmt op.....).

Terug naar de basic hut. Er staan ook bedden. Van die bedden waar je met drie of vier naast elkaar ligt. Lekker knus. Er staan geen afvalemmers. Je wordt geacht het afval dat je produceert zelf mee naar 'beneden' te nemen. Een prima gedachte.

We koken ons potje. En gaan slapen. Fijn dromen over de dag van morgen.
No worries mate!