De Lustige Reiziger

NotreeHill

'Maar het is tegenwoordig natuurlijk gewoon een commerciele kutband. Laten we wel zijn'!


Goedendag waarde volger en vriend. Fijn dat je er weer bent. 'Dat zijn natuurlijk niet mijn woorden. Dat snap je ook wel. Zo'n woord zou ik natuurlijk nooit gebruiken. Een dergelijk woord zou nooit over mijn lippen komen. Ik kijk wel uit. Ben je mal. Die staat niet in mijn woordenboek. Een woord als 'commercieel'. Zou ik nooit zeggen. Tuurlijk niet'. Dat had je meteen al door.

Je kent me toch?!

Nee. Het is een uitspraak van die knakker van DWDD. Die op woensdagen altijd korte humoristische zinnen /gedichten uitspreekt (ik ben zijn naam even kwijt, wie bied uitkomst?).


Zijn uitspraak sneed me trouwens wel een beetje. Door mijn tere ziel. Immers, ik ben lange tijd een enorme fan van deze band geweest. Heb ze een keer of twintig zien spelen. Live. Ging naar Parijs. Belgie. Om ze maar zo vaak mogelijk te kunnen zien spelen. Heb alle platen (nog). En ook heel veel bootlegs (illegale live- en video-opnamen).


Ben zelfs in mijn jonge jaren naar Dublin (thuishaven van de band) afgereisd om de opnamestudio te bekijken. Jah, alleen van buiten he!. En dronk een biertje in de pub (O'Connel Street) waar de heren toentertijd nog wel 's kwamen. En waar hun gouden platen aan de wand hingen. Ben je dan een fan? Ik dacht het wel!


Maar helaas moest ik 'm (die knakker van DWDD) gelijk geven. Niet een beetje. Maar volledig. De laatste tien jaren is er geen fatsoenlijk nummer meer door de vier heren op een plaat gezet. Commerciele shit! Dat wel. Jammer.



Het is 2012. Maandagochtend. Negen januari. Lichaam en geest zijn weer vriendjes geworden. Tijd voor actie!


Vanochtend ben ik begonnen met de Coast to Coast wandeling. Het fijne is. Die kun je gewoon zelf doen. Je hoeft niet in een rij. Je hoef geen kaartje te kopen. Niet op tijd te zijn. Niet mee heel veel mensen tegelijkertijd hetzelfde willen zien. Of doen. Nee. Gewoon lekker zelf. Op eigen gelegenheid. Met behulp van een routebeschrijving. Beetje struinen door Auckland City.


Auckland is de enige stad ter Wereld. Waar je dwars door de stad. Van de ene. Naar de andere oceaan kan lopen. In een uurtje of drie. Kilometertje of zestien. En dat wil ik wel. Twee oceanen zien. Op een (1) dag. The Coast to Coast wandeling dus.


Een waterig zonnetje schijnt te schijnen. Maar van dat schijnen merk ik niet zoveel. Van dat waterige des te meer.



De wandeling begint aan de rand van the South Pacific Ocean. Ergens middenin beginnen werd toch wat link. Ik loop via Queen Street. Langs Winkels. En hoge gebouwen. Daarna gaat het linksaf. Ik beklim een paar trappen. Zie een standbeeld van ene John Frederique Churton. En 'kruip' zo'n beetje onder de grillige takken van een Magnolia Grandiflora door.


de bloem van deze prachtige boom


Na een half uur kom ik in de universiteitenwijk. Veel jongelui zijn op weg naar college. Er wordt wat op snelheid gecontroleerd. En vervolgens loop ik door Cornwall Park. Waar behalve prachtige grillige bomen ook een bruidspaar staat dat voornemens is te gaan trouwen. Althans dat denk ik.


Want als je in de regen in een witte jurk en een zwart pak staat te poseren voor een fotograaf die ook in de regen staat om een witte jurk en een zwart pak te fotograferen dan lijkt mij de kans vrij groot dat het hier om een voorgenomen huwelijk gaat anders lijkt het me sterk dat je in een witte jurk en een zwart pak in de regen gaat staan poseren voor een fotograaf die ook drijfnat staat te zijn tijdens het maken van fotos van een witte jurk en een zwart pak. Maar dit geheel terzijde.


In Cornwall Park lopen veel joggers te joggen. 'Die Nieuw Zeelanders zijn een actief en sportief volkje'.


Maar ik ook. Want na anderhalf uur wandelen maak ik een ommetje. Natuurlijk is deze wandeling een (1) hele grote omweg. Want uiteindelijk hoop ik weer in het backpackershotel terug te keren. Maar dat geldt eigenlijk voor mijn hele reis. Aan het einde hoop ik gewoon weer terug te kruipen in mijn fijne zachte bedje. In Biddinghuizen. Eigenlijk gekkenwerk. Zo'n omweg. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven.


Maar goed. Een ommetje dus. Ik wijk een stukje van de CTC-route af. En dat doe ik met veel plezier. Want ik ga een lang gekoesterde wens inlossen.


Ik ga One Tree Hill bezoeken. Of Maungakiekie. Zoals de Marori's de heuvel noemen.


One Tree Hill is een bijzondere plaats. In het bijzonder voor de Maori. De oorspronkelijke bewoners van Nieuw Zeeland. Ze kwamen zo'n 600 jaar geleden het eiland bewonen. Ene John Logan Campbell trok zich het lot van de Maori aan. En op One Tree Hill ligt hij begraven. En omdat enigszins te laten opvallen. Staat er een enorme obelisk ter nagedachtenis aan hem. En ter ere van zijn verdienste voor de Maori's.


'Maar wat heeft die commerciele kutband er nu precies mee te maken Gerrit?. Schenk 's even klare wijn mien jong'.


Ok, ik ga het u zeggen. In 1987 maar de Ierse band U2 een album: The Joshua Tree. Een album dat je met gemak een klassieker zou kunnen noemen. Geweldige plaat. Die ik nog steeds regelmatig. En met het nodige plezier beluister.


Op deze LP staat o.a. het nummer 'One Tree Hill'. Het nummer is een (1) groot eerbetoon aan de eerder genoemde meneer John Campbell. En aan de oorspronkelijke bewoners van Nieuw Zeeland: de Maori's.


'En waarom raakte U2 zo betrokken bij dit onderwerp, beste Gerrit?'. Vertel. Vertel!


Nou, een van de roady's van de band (dat is degene die tijdens de concerten de gitaren stemt, aanreikt en de microfoonstandaard op de juiste plaats en hoogte zet en zo) was een Maori. En zo raakte de zanger van U2, Bono, in het onderwerp geinteresseerd. Zodanig, dat de band afreisde richting NZ. Alwaar men One Tree Hill bezocht. Raakten daar zo onder de indruk van de plek. Dat ze er een nummer over schreven. En dat werd dus een van de nummers op the Joshua Tree. Zodoende. Dus.


En omdat ik nu toch in de buurt ben. Wil ik One Tree Hill ook wel 's bekijken.


Kort voor ik One Tree Hill ga zien. Bezoek ik het visitor centre. Ik zie een film. Zeven minuten lang. Interessant. En daarna 'tipt' de visitor-centre-dame dat het nog een hele klim is. Naar One Tree Hill. Met een hoogte van maar liefst 182 meter. Yeah right!!


Ik vertel haar, om haar gerust te stellen, want ze is best lief, dat ik voldoende proviand voor onderweg mee zal nemen. En ook dat ik mijn picknickkleedje bij me heb. En vier liter water. Reseveveters. Vaseline voor een schurende bilnaad (dit vond ze echt een heel goed idee......). Een uitgebreide EHBO-kit. Een een rol toiletpapier voor-je-weet-maar-nooit. En een fluitje voor als ik echt ik nood kom. Ik laat haar even horen hoe het fluitje klinkt (we oefenen even). Dan weet ze nl. dat ik het ben. Want ze vind mij ook heel lief. Kan ze me mooi komen redden.....


Ze is gerustgesteld. Tien minuten later sta ik bovenop de Hill.


'But where the fuck is the bloody tree?' (is een mooie taal da Engels...nie dan.).


Cornwall Park


Het voor een groot deel uit hout bestaande gevaarte, dat toch te herkennen moet zijn als met iets van wortels. Iets van takken. Iets van bladeren. Dat dus. Dat is in geen velden, heuvels of wegen te bekennen. Wel de enorme 'pilaar' (had hier eigenlijk 'stijve lul' willen typen, maar vond dat iets te ver gaan....) van John Campbell. Die is niet te missen. Die ligt daar lekker te snurken. Sinds 1912. Slaapkop! Maar een Tree. Nou neuh! Dacht het niet.


Gelukkig zie ik een local wandelen. 'Ze moeten lachen om mijn vraag'. Verteld me dat er lange tijd twee bomen hebben gestaan. Ze heeft daar altijd om moeten lachen. Omdat de plaats One Tree Hill wordt genoemd. Twee bomen. One Tree Hill. Dus nog een keer. Twee bomen. Op een heuvel die One Tree Hill genoemd wordt. Heb je 'm al?


Die ene boom moet ook gedacht hebben dat er geen ruk van klopte. En legde waarschijnlijk om die reden het loodje. En toen klopte het. One Tree Hill. Een (1) boom.


Maar daar dacht een activische Maori toch net even anders over. In 2000 hakte hij de enige en laatste boom om. 'Potdomme, wat een teleurstelling. Had ie daar verdorie niet een jaartje of 12 mee kunnen wachten. Dan had ik er ook nog iets van plezier aan kunnen beleven'.


No Tree Hill. Dat is het nu dus. Letterlijk en figuurlijk een afknapper.


aan de voet van One Tree Hill


Ik maar er wat foto's. Daal af. En vervolg mijn Coast to Coast Path.


Na heel wat gewandel. Gedraai, Gepark. Geboom. Gekeer. Gebrug. Gehuis (waar op een palmpje in de tuin meer of minder niet wordt gekeken). Kom ik aan bij de andere oceaan. The Tasman Sea. En los hier opnieuw, als beloning voor de door mij geleverde prestatie, een lang gekoesterde wens in. Het eten van Fish and Chips. 'No vinigar please'. Excuse me? 'No vinigar please'. Oh, no vinigar Maet. Ok dan. Heerlijk!



Ik loop via andere en regenachtige wegen terug. Naar mijn verblijfadres.


Mooie dag.



Moon is up

Over One Tree Hill

WeI see the sun go down

in your eyes


I'll see you again

when the stars fall from the sky

and the moon has turned red

over One Tree Hill


You run like a river.....


Nummer: One Tree Hill

Album: The Joshua Tree

U2, 1987

45B

De Chauffeur van de Airport City Bus. Die ons van het Airport naar de City brengt. Dus de naambedenker heeft goed werk verricht. Goed gekozen die naam. Die chauffeur dus. Die heet ons hartelijk welkom. In Sunny Auckland. Een deel van de passagiers (allen backpackers) grinnikt.


Ik ben in Auckland. En dat ligt in Nieuw Zeeland. En dat komt goed uit. Een geluk bij een ongeluk. Toeval bestaat. Want juist Nieuw Zeeland wilde ik heel graag 's van dichtbij bekijken. Onder de loep nemen. Bezoeken. Bereizen. Bestuderen (als het maar met een B begint). Stond al enige tijd op iets van een lijstje. En nu ben ik er dan. Zomaar. Terecht gekomen.



eerste aanblik....ik was vergeten dat die dingen bestonden.... paraplu's.....


Het regent. Het waait. Het is vies. Smerig. Herfstweer. Wat een overgang. Ik moet ernorm schakelen. Vanwege de weersomstandigheden. Maar ook toen ik het vliegveld uit wandelde. Het rook naar 'eiland'. Naar schoon. Naar fris. Naar netjes. Naar georganiseerd. En de straten waren zo rustig. En het is allemaal zo groen hier.


Bijna veertig uren heb ik gereisd. En dat is veel. En ook meer dan vooraf de bedoeling was. Maar ik ben niet kapot. Wel wat zweverig. En licht slaperig.


Het reizen verliep tot voor kort op rolletjes. Niets zat tegen. Alles ging goed. Tot gisteren.


Ik kwam 'vast' te zitten. Op het vliegveld van Hong Kong.


Ik was van Kathmandu naar Hong Kong gevlogen. En moest acht uren wachten op mijn aansluitende vlucht. Ik vermaakte me prima. Dode de tijd met wat lezen. Wat muziek. Wat internetten. Wat verbazen. Wat eten. Wat rondlopen. Wat eten. Wat vliegveld bekijken. Wat rondlopen. Wat eten. Mensen kijken. Heel wat te doen dus.


Een (1) minuut voor ik aan boord liep er een stewardes met een bordje rond waar een naam op stond. U kent ze wel. Van die bordjes die nooit voor jou bedoeld zijn. Echter, deze wel. Er stond toch echt mijn naam op. Wat wilde het geval.


De Nieuw Zeelandse immigratiedienst had gezien dat ik alleen een Nieuw Zeeland heenticket had. En dat beviel hen niet. 'Was ik van plan te blijven of zo?'


Ik legde hen telefonisch uit dat ik een retourticket had. Maar dat die in Nederland was (Gerda zou die meenemen). Dat was fijn voor mij. Maar daar gingen ze niet akkoord mee. Ze wilden bewijs. Dat kon ik wel leveren maar daarvoor moest er toch even contact gelegd worden met Nederland. En dat lukt binnen een minuut natuurlijk nooit meer.


Gevolg: het vliegtuig vertrok. Met een lege stoel. Vijvenveertig B. Daar waar ik had horen te zitten. Naar Auckland. Shit. Niet fijn.


Eerste opdracht was om het vliegticket per mail binnen te krijgen. Dat lukte gelukkig heel snel. Het bewijs was hiermee geleverd. Maar die e-ticket moest nog wel uitgeprint worden..... Nu is Hong Kong Airport een heel modern vliegveld. Echter, een internetconnectie en een printer vinden. Dat is nog een hele klus.


Maar toen ook dat gelukt was. Moest er nog een vlucht gevonden worden. De eerstvolgende was om 21.00 uur. Echter die zat vol. Of toch niet. Of toch wel. Misschien stand by staan. En hopen op een uitvaller. Of toch niet. Of toch wel. Of misschien toch nietwel. Of welniet. En dat allemaal in vloeiend HongKong's.


Het einde van het liedje was dat ik mocht kiezen tussen een stoel bij het gangpad. Of het raam. 'Nou doet u het raam maar, ik kan inmiddels wel wat frisse lucht gebruiken'......


Weird... ben ik nu in Nieuw Zeeland of.......toch.....


En toen kwam de rekening. En die was niet fijn. (ik sla nu een heel stuk over). Maar laten we het er op houden dat het continue afdingen in Azie erg in mijn voordeel was. Ik kreeg dus een nieuw ticket. En hoefde niets extra te betalen.


Geluksvolgel die ik ben.


Veertig uren later arriveer ik een nat, wet en waterig Nieuw Zeeland.


(Bijna) alles komt altijd goed!


KongHong

Toen ik een jaar of zeventien was. Maakte ik een fietsreis in Engeland. Met de fiets naar het station in Wezep. Met de trein van Wezep. Naar Vlissingen. 'Overzwemmen' naar Sheerness. En toen naar London. Met de trein. En toen. Trappen maar. Kamperen. En fietsen. Op mijn 'Flying Dutchman'. Een Gazelle. Nul versnellingen. Beetje Engeland ontdekken. Rondtrekken van plaats. Naar plaats. Elke dag weer wat nieuws.


En altijd had ik het vertrouwen dat ik onderdak zou vinden. En dat lukte ook. Altijd. Nou, op een (1) keertje na dan. Eigenlijk twee.


Maar die keer dat ik in Denemarken, tijdens een fietsreis, op een eiland, geheel geldloos, volledig vast kwam te zitten. En noodgedwongen op een politiebureau moest overnachten. Die keer dus. Dat vertel ik een andere keer.


Want op deze laatste Engelse fietsdag kwam ik in London aan. En daar is het lastig kamperen. Dat ondervond ik. Ook een hoofddak was moeilijk te vinden. De zoektocht duurde uren. Maar vinden. Ho maar. Daken zat. Maar niet voor mij. En die nacht heb ik op het Victoria-station geslapen. Het grootste en meest schitterende treinstation van London. Van heel Engeland. Gelukkig was ik niet alleen. Ik sliep tussen een heleboel zwervers. Wat honden. En mijn twee vrienden. Die ook mee waren fietsen.



De serveerster serveert (wat dat doen serveersters) mijn ontbijt met een net iets te professionele glimlach. Die ook nog 's iets te vroeg wegsterft. Niet echt. Die glimlach. Nep. Hong Kongse imitatiemeuk. Geeft niets. Heb toch al verkering. En 'die' glimlach is wel echt.


Ik ben in Hong Kong. Airport. Een slaperig vliegtuig heeft mij in het holst van de nacht naar Hong Kong getransporteerd. Aankomst vijf uur des ochtends. En zodra ik vaste voet op een ietwat zweverige bodem zette. Was het meteen 7.00 uur. Nog steeds ochtend. Dat dan wel. Bent u er nog? Fijn! Ik niet helemaal namelijk.


Een Chineze vliegvelddame wachtte alle transit-passagiers op. En we moesten haar volgen. Ik voelde me net een kleuter. Klein duimpje. Kleine Gerritje. Van vier. Hulpkind van de juf. In de rij. Een kapotte knie. En dan een pleister van de juf. En een zoen (wat had ik vaak kapotte knieeen). Maar goed. Ze was best mooi. Deze dame. En dat vergoedde een deel van de volgpijn.


Wat een overgang. Hong Kong Airport. Glitter. Glamour. Vrouwen in sjieke pakjes. Brandschone toiletten. Roltrappen. Vloerbedekking. Afgewisseld met marmeren vloertegels. Exclusieve verlichting (die het ook gewoon blijft doen). Dure parfums. Wijn. Vast van hetzelfde dure-laken-een-pak. De laatste electronica-gadgets. Fotocamera's. Zilverwerk van Zweeverovfski (of hoe die ook mag heten). Lerderen tassen. Bilboards. Laptops. Ipods. En Pads. Glossy's. En de onvermijdelijke Mc Donalds.


U zult er niet meteen van opkijken, waarde vriend. Echter mijn geest en ogen moeten flink wennen aan al deze (nieuwe) geuren en kleuren. Vier maanden niet gezien. En geroken. Ik moet flink en enorm schakelen.


Gelukkig is er rekening mee gehouden. Met dat wennen. Tien uur overstaptijd. Wentijd. Waarschijnlijk in het leven geroepen voor mensen die 'overstappen' nog een hele klus vinden. Het misschien niet zo makkelijk kunnen vinden. En vrees hebben. Om hun volgende vlucht te missen. 'Ja, die kan je maar beter voldoende tijd geven'.


Daarna nog (maar) elf uurtjes vliegen. Voor mij. En dan ben ik in Auckland. Nieuw Zeeland. En daar ligt alles voor de komende acht dagen open. Weet nog niet wat, waar en hoe. Heerlijk! Ik ga een fijn slaap- en verblijfplekje zoeken. En dat plekje zal er vast wel zijn. Daar vertrouw ik op.


En zoniet. Auckland heeft vast wel zwervers. Wat honden. En een treinstation.


#$@&*(*&%$! (is HongKongnees voor Namaste, zoek maar op, het klopt, echt!)

Maagzwaar

Maagzwaar


(Even dit vooraf: dit 'stukje' gaat over 'doodgaan'. Cremeren. Verbranden van lijken en zo. En er zijn ook foto's van. Ik snap dat niet iedereen op dit soort verhalen en/of foto's zit te wachten. Om uiteenlopende redenen. Als je geen 'trek' hebt in dit onderwerp, sla deze bijdrage dan even over).


Ik sta op anderhalve meter afstand naar een schouwspel te kijken. Vreemd. Onwerkelijk. Intiem ook. En dat met een lege ontbijtmaag. En een onvoorbereide geest. Andersom mag ook. Reken ik gewoon goed. En dat allemaal ook nog 's op de vroege ochtend. Fijne combi.


Ik ben me een partij Heilig vandaag! Meer heilig zal ik niet snel worden.

Ik wandel namelijk in Pashupatinath. Vijf kilometer ten oosten van Kathmandu. En dat is toevallig (1) van de heiligste dorpen van het land. 'Zo, daar kunnen jullie nog een puntje aan zuigen'. Het is een bedevaartsoord. Gelegen aan de oever van de Bagmati-rivier. Zeg maar de Ganges van Nepal.


Je kunt er de Golden Temple bekijken. Van buiten. Van binnen alleen toegankelijk voor Hindoes. En aangezien ik op een haar na gezakt ben (5,4) voor het spoedexamen 'Hindouche voor beginners' mag ik dus niet naar binnen.


Jah, dat was wel een beetje lullig. Voor mij. Ze stelden tijdens het examen heel veel vragen over 'heiligheid'. Precies mijn zwakke punt. Alsof ze het er om deden. Ze raakten me exact op mijn zwakke plek. Precies daar waar het pijn doet. Bij mij.


En ik had er tijdens het studeren nog wel extra aandacht aan besteed. Aan het onderwerp 'heiligheid'. Beetje Wikipediaeen. Beetje Goochelen. Wat boeken doorbladeren. En ik had rijtjes uit mijn hoofd geleerd. Had van alle eerste letters van een rijtje een woord gemaakt: hindouchegordijn(s). Jah, ik weet 't. Die 'S' is jammer. Maar die kreeg ik er echt niet in geprutst.


Maar goed. Maakt toch niet meer uit. Het mocht niet baten.

'T'is ook wel een onderwerp dat je moet liggen'. Heiligheid. Mijn klasgenootjes (bijna allemaal Tibetaanse monniken) die hadden het mooi gemakkelijk....Iets met vlag. En iets met wimpel. Ik mag ze niet. Afkijkers zijn 't. 'Ja, zo kan ik het ook'. Mocht niet eens op het 'examenfeestje' komen. Schijnt gezellig geweest te zijn. Drank. Vrouwen. Klote monniken! Met hun rode soepjurken. En hun kale koppen.

Ik hoop dat ik volgend jaar in een leuker klasje verzeild raak.


En Mrigasthali. Die kun je ook bekijken. En dat doe ik. Het is een beboste heuvel met (heilige) en vervallen gebouwen. En een aantal prachtig vormgegeven bomen. Hebben ze zelf gedaan overigens. Heb het even nagevraagd. Apen heb je er ook. Veel apen. En verliefde stelletjes vinden het er ook fijn.




En eerlijk is eerlijk. Ik was niet dus helemaal voorbereid. Op dat heilige. Nu ben ik dat nooit. Dus dat was op zichzelf niet het grootste probleem. Maar ik was ook niet voorbereid op dat andere. Wel gelezen. Maar niet gedacht dat het zo'n inpact zou hebben.


Ik kocht des ochtends een kaartje. En betrad het heilige der heiligen. Na even wandelen kwam ik op een brug over de rivier. Op de rechteroever zag ik rookpluimen. Links ook. Ik liep in de richting van de rookpluimen. En kon mijn ogen maar moeilijk geloven.



Ik zag brandstapels liggen. Op vierkante stenen. Wel zo'n vijftien achter elkaar. En op een aantal lagen .......lichamen. Dood. Dat wel. Gelukkig maar. Op elke steen een (1). De hoofden wezen naar het Noorden. In de richting van de Himalaya. De wieg van de Goden.


Ik realiseer me: 'hier worden mensen gecremeerd'. Niet een (1). Maar wel tien. Vijtien. Tegelijkertijd. Lopende bandwerk. En bij een (1) sta ik zomaar, plots op drie meter afstand te kijken. Halfverbrande en verkoolde ledematen steken uit. Ik moet even bijkomen van de schok. En neem gepaste afstand.


Hartverscheurende tafrelen spelen zich voor, achter en opzij van mij af. Familieleden die afscheid nemen van hun geliefde. Huilend. Ter aarde stortend. Elkaar in de armen vallend. Wat een verdriet. Ik neem nog meer afstand. Ik moet dit even tot mij laten komen.


Jeetje, wat een ervaring. En daar koop je dan een kaartje voor. Stel je voor dat bij onze begrafenis kaartjes worden verkocht. En dat dan Japanse toeristen met van die k(c)anonlenzen komen kijken bij onze ter aarde bestelling. En daar dan gezellig foto's van maken.....


Want dat gebeurd hier. Mensen (toeristen) met camera's en mobieltjes die op minder dan een (1) meter afstand gezellige foto's staan te maken. 'Een aantal mensen op deze aardkloot lijkt wel gek geworden'.


Nadat ik wat bijgekomen ben pak ik mijn fototoestel. En maak ik gebruik van mijn camera's associale zoombereik. En met dit associale stukje techniek ben ik in staat om hele 'sociale' foto's maken. Op gepaste afstand. Zonder inbreek te plegen op dit bijzonder delicate moment. Voor alle betrokkenen.


Ik kom er achter dat wanneer 'de vader' van het gezin is overleden. De oudste zoon de brandstapel aansteekt. Hij doet dit na eerst wat water in zijn mond gegoten te hebben. Is de overledende een vrouw, dan doet de jongste zoon dit.

De ghat rechts is voor de rijken. De linker Ghat (soberder uitgevoerd) is voor de minder gefortuneerden (al ben je volgens mij allemaal een behoorlijk stuk minder gefortuneerd als je daar ligt te branden, maar dit geheel terzijde).


Ik leer ook dat een enkele lijkverbranding (want zo wordt het genoemd), anderhalf uur in beslag neemt. Dan is het lichaam totaal verkoold. En worden de resten (hout) aan de heilige rivier toevertrouwd. En volgt de volgende lijkverbranding. De lijken staan zo'n beetje in rijen opgesteld.



Voordat tot verbranding wordt overgegaan, wordt het lichaam in mooie gewaden gewikkeld (is ook zichtbaar). En bovenop het lichaam worden bloemetjes gelegd. Los. Of in strengen. Ik heb ook gezien dat het dode lichaam door de familieleden een aantal malen rond de verbrandingsplaats wordt geleid. Driemaal links. Driemaal rechts.


Als deze ceremonie ten einde is. Wordt het lichaam op de verbrandingsplaats gelegd. Op een ondergrond van gestapeld hout. Kleine stammetjes. Vervolgens worden de open ruimten tussen de balkjes opgevuld met riet. En dunne houtjes. En dan wordt het geheel in brand gestoken.


dit is de verbrandplaats voor de armen

Familieleden kijken toe. Zittend. Staand. Een (1) man met een lange stok heeft als taak om het vuur brandende te houden.


De zon is na dagen afwezigheid weer terug. Ik neem een pauze. En leg mijn lijf in de zon. Opwarmen. En bijkomen. Van alle ervaringen.


Na een uurtje of vijf houd ik het voor gezien. Blij dat ik mocht kijken en (nog) niet aan de beurt ben.


Namaste!

BeeldKTM

Kathmandu. Hoofd. En stad van Nepal.


Je zult je er niet snel alleen wanen. Er wonen mensen. Veel mensen. Heel erg veel mensen. En dat is dan nog tot daar aan toe. Maar het valt ook op.

(in 2005 woonden er 1,5 miljoen mensen, en toen zijn ze de tel kwijt geraakt....en nu weten ze het niet meer zo precies, best veel dus!)


En vloeien twee rivieren samen. De Bagmati- en de Vishnumati-rivier. Zwaar vervuild. En dat samenvloeien was nog een heel gedoe. Want een (1) rivier kwam er achter dat je voor samenvloeien toch echt met z'n tweetjes moest zijn. Hij heeft het nog even solo geprobeerd. Maar dat lukte echt niet. Vandaar dat ie een maatje zocht. En vond. Konden ze lekker samenvloeien. Was dat probleem ook weer opgelost.


Over Kathmandu kun je tien weblogs volpennen. Easy. Maar dat zal ik u (en vooral mezelf) niet aandoen. Kort samengevat is Kathmandu de meest Waanzinninge Stad die ik ooit bezocht heb. Totaly Grazy! Maar ook de meest interessante. Ze is kleurrijk. Levendig. Religieus. Overvol. Smerig. Kruidig. Armoedig. Cultureel. Rumoerig. Verrassend. Afstotend. Irritant. Smaakvol en vervuild. En het toeterend naar hartelust. Volop in beweging. Elke dag. Elk uur. Elke minuut. Elke seconde. Alles beweegt. Alles veranderd. Niets blijft hetzelfde.


Al met al moeilijk in woorden te vatten.


En daarom, lieve kijkbuisvriendjes en vriendinnetjes. Heb ik foto's gemaakt. Speciaal voor u. Echt waar! Maar dat is nog niet alles. Welnee. Er is meer. Veel meer! Omdat de stad al zo ongelofelijk kleurrijk en levendig van zichzelf is. Heb ik, naast wat kleurenfoto's, ook enkele ouderwetse zwart-wit foto's geselecteerd.


Ik heb getracht foto's te selecteren die zo goed mogelijk de verschillende facetten van de stad weergeven.


Enjoy, verbaas en verwonder u!

Durbar Square. Het fantastisch mooie monumentale centrum van KTM. Een opeenstapeling van tempels, pagodes, paleizen en beelden. Unescomeuk. En ook duiven en koeien vinden het er heel fijn. Heel onwezenlijk....

Mondkapjes om de luchtverontreiniging enigszins 'buiten de deur' te houden. Een deel van de Nepalezen draagt deze bescherming....

Fietsriksja's: goedkoop en handig op korte afstanden. Bergop wordt lastiger. En soms nemen er vier of vijf mensen plaats. De bestuurder moet de fiets dan duwen.......

Loshangende bedrading. Overal! We wensen deze electricien veel succes...!

Ongeluksvogels. Ze worden overal verkocht. Deze waar ligt veelal buiten op een koper te wachten. Geldt ook voor buffelvlees en vis trouwens.

Aha!! Deze mag niet ontbreken. Melkthee! Nepalezen zijn erg gek op. Zwarte thee met een flinke scheut melk en nog meer flinke scheuten suiker. Mierzoet. Overal verkrijgbaar. Spotgoedkoop!

Zo kan het dus ook......

Ik realiseer me dat ik bij lange na niet volledig ben. Wellicht dat de komende dagen nog wat extra foto's volgen.

Namaste

Karshan

Hij maakt lange dagen. Werkdagen. En hij maakt structureel overuren. Teveel. Is een risico-burn-out-geval. Een verlofurenkaart houdt ie niet bij. Heeft ie niet eens. ATV-dagen daar doet ie niet aan. Krijgt ie toch niet op. Je zou 'm gerust een workaholic kunnen noemen.


Omstreeks 6.00 uur begint zijn werkdag. Dan is ie er klaar voor. Dan kunnen de klanten komen. Omstreeks 20.00 uur (of eerder, als het donker wordt) pakt ie zijn handeltje in. Dan zit de werkdag er op. En vertrekt dan naar huis. Zeven dagen per week. Dag in. Dag uit. Dag uit. Dag in.


Z'n dunne Adidasjas (waarschijnlijk gekregen van een toerist) reikt tot aan z'n knieen. Bruine puntschoenen steken onder zijn versleten broekjurk uit. Een blauw gekleurde en gebreide muts versierd en verwarmd zijn prachtig gebruinde, gerimpelde en licht bebaarde hoofd. Zijn vulloze Rob-de-Nijs-voortanden steken geelachtig naar voren. En hij heeft een ontwapende glimlach. Dat is zijn werkkloffie. Dat doet ie het mee. Noem het z'n maatpak.


Hij is verkoper. Van beroep. Salesmanager. Maar wel eentje met beide benen in de praktijk. Niks theoretische verkoopmodellen. Nee. Gewoon de straat op. In praktijk brengen. Die verkooptechnieken.


Hij heeft een vaste standplaats. Werkterrein. Een vaste straat. Een straat waar wat hotels aan liggen. Strategisch plekje. Hij draait als een zonnebloem met de zon mee. Als er zon is. Anders is het moeilijk meedraaien. In de schaduw is het (te) koud. Het dunne jasje volstaat niet. Adidas is niet warm. Maar dun. Dus koud. Ik snap ook niet dat ze het A die Das noemen. Maar dit geheel terzijde. Koud dus. Daarom laat hij zich verwarmen. Door de zon. Merkloos. Gratis. En warm.


Het verkoopassortiment is van Chinese makelij. Goedkoop ingekocht. En hij gokt niet op een (1) paard. Wijs besluit. Breed. Dat is het assortiment. Zaklampjes (in diverse kleuren). Nagelknippers (in verschillende formaten). Lipbalsem (de beste waarmee ik mijn lippen ooit heb gebalsemd). Oorstaafjes (waar je zo lekker diep en kriebelig lang in je oren mee kunt peuteren.....verslaving). Notitieboekjes (meedere formaten en kleuren). Agenda's (tot 2010). Tijgerbalsem en schoensmeer (niet verwarren die twee). Haarkammen (in vele kleurtjes en formaten). En dat ben ik de flesopener, tijgerbalsem, tandpasta nog vergeten te noemen. Bij deze dan maar.



De goederen liggen uitgestald in een kistje. Veertig bij vijftig centimeter. Plusminus. Bruin van kleur. Opstaande rand. Welcome in Nepal. Opschrift. En dit kistje staat op de stoeprand. Je kijkt er van bovenaf zo in.


Hij heeft een specifieke verkoophouding. Hij zit op z'n hurken. En draait regelmatig met z'n hoofd. Turend. Zoekend. Speurend. Naar potientiele klanten.


Meuk verkopen is grofweg zijn Core Buissenis. Als kleine bijverdienste probeert hij 'de' toerist het gemak van een taxi voor te stellen. Wanneer het hem lukt iemand in een taxi te krijgen, krijgt hij van de chauffeur een kleine provisie.

Ook haalt ie melkthee voor de verschillende winkeliers. Ook zij geven hem een kleinigheid voor het aanreiken van deze verwennerij.



'Hij' en 'ie' is Karshan. Dat is zijn naam. Zo heet ie. Hoe oud hij is, dat weet hij niet. Onbekend. Karshan heeft zeven kinderen. Twee zijn inmiddels getrouwd. En dan blijven er nog vijf over. Om te voeden. Zijn gezin woont in het Westen. Tegen de Indiaase grens aan. Hij woont en werkt in Kathmandu. Geld verdienen.


Als hij me 's ochtends ziet, springt ie op als door een wesp gestoken. Hij brengt zijn handen bij elkaar. Een klein knikje. En een hartelijk Namaste volgt. Allemaal binnen een seconde. En al snel volgt de vraag of ik iets van 'm wil kopen. Dat doe ik. Maar niet nadat ik heb gevoeld of ie het nog een beetje warm heeft.



Ik koop, om de dag, een (1) of meerdere artikelen. Ding een beetje af. Speel het spel. Maar niet hard. Boterzacht. Eigenlijk. Betaal teveel. Bewust. En ben dus om de dag weer wat Chinese gadgets rijker. Zonder precies te weten wat ik met die meuk moet.


Maar afin. Mijn goede vriend heeft weer een beetje handel. En een beetje geld. En dat is fijn.

Voor hem. En zijn gezin.


Namaste!

Marleen

(24 t/m 31 december 2011)


En voor je het weet zitten de acht dagen er weer op.


De vliegtuigmaatschappij dulde geen uitstel. Ik heb nog een omkooppoging gedaan. Maar mijn (bank)saldo was niet toereikend. En daarbij. Het vliegtuig stond te trappelen van ongeduld. Het wilde naar Nederland. En omdat Marleen nu net een ticket had voor dit vliegtuig, bracht ik haar een uurtje geleden, op oudjaarsdag, naar het vliegveld. Van Kathmandu. Uitzoenen. En zwaaien maar.

guesthouse

'Wat een geweldige tijd hebben we gehad. Een stukje Kathmandu bekeken. Daarna naar Pokhara. By plane. Tweehonderderdvijventwintig kilometer verderop. Pokhara is 'het' vertrekpunt van veel trekkings in de Annapurna Conservation Area (bergen).

En omdat we er toch waren. Hebben wij dat ook maar gedaan. Een trekking. Vier dagen. Geen guide. Geen drager. Gewoon met z'n tweeen. Vier dagen sjouwen. Klimmen. Heisteren (Veluwse uitspraak, zei mijn vader vaak). Kaartlezen. Dalen. En weer klimmen. Wild stromende rivieren oversteken. Gammel brugje. Foto's maken. Verbazen. Verwonderen. Foto's maken. Gezellig kletsen. Transpireren. Foto's maken. En weer klimmen en dalen.

uitzicht vanaf de veranda van ons guesthouse.....

Volop zon. Graadje of plus 20. (sorry, kunnen wij ook niets doen). Clear Sky. Waanzinnige uitzichten. Geweldige route. Schilderachtige dorpjes. Karavanen met ezeltjes. Fijne uitzichten. Bijna geen toeristen. Lekker eten. Leuke slaapplekken. Koude douche. Kortom, helemaal fijn.

Terug in KTM op de laatste dag de Monkeytempel bezocht. En de tempels in Patan. Een schitterend stadje. Zes kilometer ten Noorden van Kathmandu. Gelegen.

'Jah....., fijn verhaal.Leuke foto's. Maar eh....in jouw zijn we totaal niet geinteresseerd. We hebben inmiddels wel genoeg van je. We willen eigenlijk maar een (1) ding weten: hoe ziet Marleen er uit?'.


Ok, ok! Rustig maar. En bedankt nog...... Ok, hier komen ze dan!

Namaste!

Jaareinde

Hallo lieve volgers,

Graag wil ik jullie bedanken voor alle lieve, grappige, snelle, enthousiaste, ondersteunende, lachwekkende en ontroerende reacties van de afgelopen tijd. Echt, geweldig!

Tongue out

Hele fijne feestdagen en een spetterende jaarwisseling toegewenst.

Gerrit