De Lustige Reiziger

Fine

Assalam Alaikum!

Er zijn in Pakistan best mensen te vinden die de Engelse taal machtig zijn. Het is even zoeken. Maar ze zijn er. Er zijn ook Pakistanen die het Engels minder goed beheersen. Daar hoef je dan weer niet zo lang naar te zoeken. Die herken je snel. Ze vragen nl. zonder uitzondering (alleen als ze me zien, anders zou het een beetje raar zijn): 'how are you Sir?' En geven dan ook in een adem het antwoord: 'fine'. Da's makkelijk. Dan hoef je ook niet te wachten op het antwoord. Dat geeft alleen maar gedoe.


Maar helemaal 'fine' gaat het met mij niet helemaal of helemaal niet. (kies maar). Het is gelukkig al weer een heel klein stukje 'finer' dan gisteren, maar het gaat echt een stuk minder 'fine' dan eergisteren en die gisteren ervoor.


Ik het 'iets verkeerds' gegeten: een bananenmilkshake. Voor Pakistanen is dat natuurlijk helemaal niet 'iets verkeerd'. Maar juist iets lekkers. Anders zou deze milkshakeverkoper voorwaar geen goede zaken doen. En zouden als zijn klanten in het Hospital belanden. Maar voor mij dus wel. Nu is het voor een Westerling op zichzelf geen buitengewone verdienste: in Pakistan 'iets verkeerds' eten. Dus ik hoef geen medaille of lintje of zo (niet stiekum voordragen, niet aan beginnen, wordt bij de gedachte al zenuwachtig, dat dan de burgemeester van Dronten aan mijn deur komt en.........niet doen dus).


Maar goed, een beetje dom en overmoedig ben ik wel geweest. Ik heb de shake zo langs de weg genomen en ben echt kanonnenziek geworden. Maar dan ook echt kanonnenziek! Had ik al gezegd hoe ziek: kanonnnneeennnenziek!!! Wat kan een mens ziek zijn. Uit alle lichaamsopeningen...... (afin, er lezen ook kinderen mee).........ik zal u de detals besparen, u heeft een beeld. Heel graag had ik mijn moeder even in de buurt gehad: 'zo jongen, hier is een kopje lauwwarme thee en een droog beschuitje, daar knap je snel van op'. Maar moeders is in geen velden of wegen te bekennen. Ik moet het zelf opknappen. (de rest vertel ik bij thuiskomst....is flauw......heeft een reden.....zeg ik lekker niet.....zie het maar als een cliffhanger........)


Ik ben in Islamabad. Hoofdstad. In 1960 gebouwd: ordelijk, rechtlijnig en overzichtelijk. Een drukke stad met veel ambassades en overheidsgebouwen. Blikvanger is de Faisalmoskee (een van de grootste ter Wereld).


De ontvangst was hartverwarmend (met ook een beetje nadruk op verwarmend. Het is ruim 40 klein nulletje C. En de luchtvochtigheid is erg hoog.. Een heel verschil met Quetta: de stad van waaruit ik vertrokken ben. Daarbij zijn de mensen hier meer gewend aan Westerlingen. En dat maakt het verschil.


De Nationale tv-zenders hier staan momenteel volop in het teken van de overstromingen. Oorzaak is de overvloedige regenval. Het speelt zich af in het Zuiden van Pakistan: Karachi en omgeving. Zeg maar het Maastricht van Nederland, maar dan zonder zachte 'g'. In 2009 vielen er bij een overstroming (enorme hoeveelheden water uit de bergen) ruim 10 miljoen doden (en dit is geen typefout). Ik hoop maar dat het aantal slachtoffers deze keer beperkt blijft.


De Pakistanen zijn toch al behoorlijk vaak de klos. In het berggebied ten Noorden van Islamabad verwoestte in december 1974 een aardbeving vele dorpen. Duizenden slachtoffers. Op 8 oktober 2005 vond er weer een aardbeving plaats, 7,6 op de schaal van Richter: 70.000 mensen verloren hierbij het leven. Drie miljoen mensen werden dakloos. Waarom worden toch vaak/altijd de meest kwetsbare mensen getroffen?


Ik word momenteel ook getroffen. Veel minder erg. Dat wel. Maar toch. En meteen twee keer! Ten eerste door de zoveelste stroomuitval. De mensen hier ondergaan het gelaten. Ze zijn het gewend. Voor mensen die werken met electriciteit betekent het pauze (als ze geen noodaggregaat hebben). Gelukkig heeft mijn laptop een accu. Ten tweede breekt er echt een ongelofelijk noodweer los, met wind, onweer en harde slagregens. De hele meuk komt in een keer naar beneden. Het schijnt een tot twee keer per week plaats te vinden. Nu begrijp ik waarom Islambad de groene stad wordt genoemd.


Tenslotte: in het gastenboek lees ik een heleboel leuke, grappige en bemoedigende reacties: ga door, hou vol, erg fijn om te lezen. Soms klinken er ook wat ongeruste geluiden door. En dat is ook mooi om te lezen. En dat meen ik. Zonder grappen en grollen. Oprecht. Ik denk dat ik op dezelfde wijze zou reageren als jullie zover weg zaten, en ik zo'n reisverslag zat te lezen. Ik wil graag dit zeggen: ik pas zo goed als mogelijk op mezelf. Dat beloof ik.


Ik ga nu eerst aansterken. Moet me eerst helemaal 'fine' voelen. Daarna ga ik op pad.


Bas

(dit betekend 'genoeg', een erg handig woordje in Pakistan, maar jullie hebben er verder niet heel veel aan, tenzij je een kennis hebt die Bas heet, dan zou het handig kunnen zijn, anders niet)


Gerrit

ANDERSLOPEN (vervolg)

zaterdag 10 september 2011


Assalam Alaikum!


Nashir en ik vertrekken per auto voor een ritje van iets meer dan 1 uur. Onderweg passeren we de gebruikelijke roadblocks. En rijden vandaag wel erg veel jeeps. Knetterhard!. Stoere mannen. Veel geweren. Op zichzelf een goed gekozen combinatie.


Bij 'het' roadblock aangekomen blijkt dat de Chief van gisteren kennelijk al door zijn ATV-dagen heen is. (hij zou er een paar van mij mogen lenen.....of er iets niet in de haak met zijn secundaire arbeidsvoorwaarden, slechte onderhandelaar misschien). Hoe dan ook: hij staat er weer. Nog net zo vastberaden als gisteren. Nashir gooit nog wat aas uit maar vangt hetzelfde bot als ik gisteren.

Over op plan B. Of laten we het gewoon plan A noemen. Dat vorige was eigenlijk plan B. Dit wordt vast veel beter en mooier. Tuurlijk! Nashir en ik vatten meteen de koe bij de horens en rijden meteen door naar het PIA-office in Quetta. Dit kantoor ligt in het gebied waar enkele dagen geleden twee bommen ontploft zijn (google maar, het NRC heeft er een stukje over geschreven: bomaanslag Quetta). We worden gecontroleerd en eerlijk is eerlijk: zonder Nashir was ik nooit doorgelaten. Rare gewaarwording. Lege straten met heel veel militairen en slechts enkele mensen die er iets te doen hebben. Desolaat. Er gaat ook een zekere dreiging van uit. Beklemming. Na de nodige veiligheidsmaatregelen mogen we het kantoor binnen treden. De eerst beschikbare vlucht is op 13 september. Ik stem toe en koop een ticket (fiets kan een probleem worden, what's new)!


Daarna laat Nashir mij de werkplek zien van zijn oom. Die is kantinebeheerder bij het Nationale Televisiestation van Quetta. Hij voorziet de bekende presentatoren van voedsel. Om binnen te komen moeten tal van security-maatregelen genomen worden. Het begint al iets van normaal te worden. Uiteindelijk bereik ik de kantine niet. Te gevaarlijk! Ik ontmoet de oom in een kantoortje, waarna hij ons, gastvrij als hij is, de onvermijdelijke thee laat brengen. Jammie!

Hierna krijg ik een tour in het meest luxieuze hotel van Quetta: het Serena hotel. Een kamer kost 230 dollar per nacht (incl. ontbijt, dat dan wel weer). Nashir heeft er tien jaren gewerkt. Hij kent er nog steeds veel mensen. Ook hier zijn de veiligheidsmaatregelen zeer uitgebreid. We worden viermaal binnenste en buitenste buiten gekeerd voordat we het hotel kunnen binnengaan. Eenmaal binnen krijg Ik een heel ander Pakistan te zien: marmeren vloeren, fitnesruimte, zwembad (vrouwen 's ochtends, mannen 's middags), een zeer luxe lunchbuffet, winkeltjes, westerse kindertjes, ongesluierde vrouwen, maatpakken. Het is er allemaal. Ik maak kennis met een aantal voormalige collega's van Nashir: Captain BBQ, Captain swimingpool en nog een heleboel ander Captains. Een hele grote tent wordt klaargemaakt voor een zeer luxueus diner: 250 leden van de UN hebben vanavond een feestje........

Nashir voor het Serena Hotel

We nemen een Riksja voor 100 roepie (95 eurocent) en voor zonsondergang (18.30 uur) bereiken we het hotel.


  • even een zakelijke mededeling voor degenen die mijn reisplan hebben. Ik ga dus nu vanaf Islamabad de route oppakken.


    Insjalha (zo Allah het wil/Allah zij met u)
    ik heb wat goed te maken.........

ANDERSLOPEN

Assalam Alaikum!


Bedankt voor jullie leuke en grappige reacties.


Vanochtend ben ik uit het Gardenia Hotel vertrokken.


Ik ben voor dag en dauw opgestaan. Heb mijn pakezel volgepakt (wat dat doe je met pakezels, anders heten het geen pakezels) en met het hele zaakkie drie trappen afgedaald. Het hotel uitgeslopen. Weg. Maar ik heb buiten de waard gerekend. Het toegangshek van het hotel is nl hermetisch afgesloten. Na eerst wat zachte- en daarna wat minder zachte druk (= natuurlijk niet waar, jullie kennen me toch) uit te oefenen op de tuinman, fiets ik mijn vrijheid tegemoet.

Het is relatief rustig op de weg. De zon is op. Het fietsen gaat prima. Ik fiets richting het vliegveld en daarna een klein stukje op de enige dus doorgaande weg richting Afghanistan. En daarna de bergen in. Dat is het plan.


Gaandeweg komt het dagelijkse leven op gang. Het is nu al warm. Na 2 uren fietsen kom ik in het eerste stadje aan. Bedelaars, dode- en bijna dode geiten, vluchtelingenkampen (er is een grote overstroming in Pakistan at this moment en mensen vluchten naar veiligere plaatsen), continu toeterend verkeer, stenenbakkers: teveel prikkels om op te nemen. Veel teveel. Ondertussen moet ik regelmatig hard uitwijken voor achteromkomend verkeer, dat mij vaak rakelings passeerd. Lang leve de berm. Lang leve mijn spiegeltje.


Een kolonne hard rijdende witte jeeps passeerd mij. Ze minderen vaart en een westers gezicht lacht vanuit de auto naar mij en steekt haar duim op. Een grote spiegelreflexcamera verschijnt voor het raam. Ik word vanuit alle standen 'genomen'. Met een grote stofwolk achterlatend spuiten de jeeps weg, gefankeerd door een drietal zwaarbewapende legerjeeps. Mmm......


Tijdens een korte pauze stopt een auto en de bestuurder vraagt naar mijn bestemming: Dera Ghaza Khan. Pakistan. Hij verteld dat ik verkeerd zit. Ik ben nog maar 50 km van de Afghaanse grens verwijderd. Taliban gebied. Ik heb 7 km terug een afslag gemist. Ik keer om. Gek genoeg zijn de mensen nu meer vijandig dan op de heenweg. Ze denken waarschijnlijk dat ik uit Afghanisatan ben komen reizen. En daar win je hier geen prijzen mee.


Ik kom weer terug in het stadje en ontwaar met veel moeite warempel iets van een afslag. Ik neem mezelf niets kwalijk. Ik moet me door een ongeloflijke verkeers-, mensen- en dierenchaos heen wurmen. Het lukt maar moeilijk. Uiteindelijk heb ik de weg weer een beetje voor mezelf. Een beetje. Ik heb nl. continu gezelschap. Meefietsende brommers en meebrommende fietsers (veelal jongelui) vinden mij super interesting. Ik hen ook. Sommigen volgen me wel over een afstand van 10 km. Inmiddels is het een hele stoet geworden. Ik lach en zwaai net zoveel in een uur als onze Koningin de hele dag op 30 april. Ik probeer te sympathiseren. En dat lukt vaak. Maar het mislukt ook een keer. Dat loopt goed af. De tweede keer een stuk minder.


Een groep jongeren op brommers volgt me al 4 kilometer op een vervelende en hinderlijke wijze. Achter me, naast me (en dan blijft er nog een een optie over) voor me. Ze remmen. Trekken op. Komen heel dicht naast me rijden. Ik speel het spel mee. Ik lach. Maar zij steeds minder. Het wordt vervelend. Op een goed, eigenlijk verkeerd, moment slaat de stemming om. Ze passeren me en vijftig meter verderop stellen ze zich middenop de weg op. Ik fiets door en tijdens het passeren schoppen ze tegen de fietstassen. Ik stap af. Maak me groot. En verhef mijn stem. Wrong choice Gerrit. Ze pakken stenen en beginnen die massaal in mij richting te gooien. Ik heb er over gelezen (Frank van Rijn). En nu overkomt het me.


Ik spring op en trap een grotere versnelling dan goed voor me is. Grote brokstenen missen maar net hun doel. Mijn hoofd. Als ik denk ver genoeg weg te zijn, minder ik vaart. Maar de stenenregen gaat onverminderd voort. De brommers rijden weer. In mijn richting. En de stenen doen gezellig mee. Fuckerderduck! Dit gaat helemaal fout! Ik trap knoerthard en duik met fiets en al op goed geluk de eerste beste poort binnen. Ik kom met een enorme snelheid in het voorportaal van een moskee terecht. Ik moet echt heel hard remmen om niet met het hele zaakie in het heilige deel te belanden. Ik ben natuurlijk zo onrein als wat....... Verbaasde gezichten vallen mij ten deel. Ik moet ook bijkomen. Een betere plek kan ik me op dit moment niet wensen. De stenengooiers blijven gelukkig op veilige afstand van deze heilige plaats.


Ik ben net niet helemaal rustig (in de lonley planetreisgids worden deze avonturen als 'nerve-wrecking' beschreven, ik ga hierover niet me ze in discussie). Dit had zomaar vreselijk verkeerd kunnen aflopen. De brokstenen waren bij benadering 30 x 15 cm groot (jullie nemen me vast niet kwalijk dat ik niet de moeite heb genomen het ondertussen even na te meten).


Ik sleutel een uurtje aan mijn fiets ademloos gadegeslagen door een kleine schare mensen die toevallig even niets te doen hebben (zijn er best veel van in Pakistan). Na de fietsenarbeid pak ik een stoel en probeer wat te rusten. Opeens komt iemand mij een handje pistachenoten brengen. Daarna komt er iemand met een warm en vers gebakken brood. Nog weer een ander iemand bied een kop chai (Nationale drank: melkthee met heeeeeeel veeeeeel suiker) aan. En dan komt er een ander lid van de famlie Iemand met een bord vast goed bedoelde maar ondefinieerbare, niet geheel vegetarische, meuk (er zitten tientallen vliegen op). De mensen hebben hier niets en delen het weinige dat ze hebben mij mij. Ik word stil van zoveel gastvrijheid. Na de maaltijd (minus de vliegenmeuk) moet ik mijn schoenen uitdoen. Mezelf rein maken door me te wassen. En word ik uitgenodigd om de moskee binnen te gaan.


Het 'incident' is nu twee uur geleden en ik heb inmiddels voldoende moed verzameld om mijn weg te vervolgen. Ik bedank iedereen. Rijd het terrein af en vervolg mijn weg (maar niet voordat ik mijn helm heb opgezet)


Na 10 km stuit ik op het vijfde roadblock. Een roadblock bestaat uit veel prikkeldraad, een enorme hoeveelheid zandzakken, afweergeschut en een dozijn zwaarbewapende militairen. Een hele gezellige boel dus! De vorige vier roadblocks ben ik soms zonder en vaker met moeite doorgekomen. Maar hier eindigt de reis. De Chief in charge verteld me nl op behoorlijk vastberaden toon dat ik niet door mag. Ik niet. Niemand niet. Sinds enkele weken heeft de Taliban dit gebied in handen. Alleen bewoners mogen door. Ik mag wel via Aghanistan reizen. Grappenmaker!


En hier sta ik dan bij een temperatuur van veertig klein nulletje C. Van Vaste Verkering met deze Chief zie ik het nog niet meteen komen, vrees ik. En een grappenmaker lijkt hij mij ook al niet. Dus humor is zinloos.


Ik weet het even niet (meer).


Ik kijk het geheel op een afstandje nog een uurtje aan, maar iedereen wordt teruggestuurd. Ik doe nog een poging maar dit aandringen heeft geen zin. Volgens de 'lokals' kan de situatie kan nog wel weken aanhouden (al weet je dat in Pakistan nooit helemaal precies).


Hoera een probleem! (ik heb die 7 daagse cursus ooit 's gevolgd, en zou die cursusleider nu heel graag even willen spreken).


Je kunt via twee wegen Quetta verlaten. De ene weg is permanent afgesloten. En de andere weg ....afin......u heeft mijn probleem inmiddels ook tussen de oren.


Ik vloek meer (binnensmonds natuurlijk) dan de Heere Jezus goed vind, en bijt een verschrikkelijk zure appel in een beet middendoor. Terug. Ik moet terug. Het besluit valt me erg zwaar. Maar Ik besluit terug te gaan. Naar Quetta. Fuck, Fuck, FUCK! (sorry Sanne, of zeg jij die woorden ook wel 's)


De route terug verloopt rustig en vermakelijk. Veel jongeren fietsen en brommen met me mee. Ik lach en zwaai wat af. Maak de nodige vrienden en foto's. Geen stenengooiers meer. Dat zul je altijd zien. Na drie uren fietsen, en 2,5 liter water lichter, arriveer ik in het hotel van waaruit ik vanmorgen vertrokken ben. Ik heb iets uit te leggen.

niet stenengooiende reisgenoten

En dat doe ik. Eerlijk! Nashir (de hotelmanager) is oprecht blij dat ik veilig ben teruggekomen. En vraagt naar mijn nieuwe plan. Ik vraag hem mij te adviseren (kom laat ik 's verstandig doen).


Probleem is dat Nashir dit gebied op z'n duimpje kent, maar verder niet goed op de hoogte is. Ik neem een besluit. Ik vraag Nashir om morgen met mij te gaan en te kijken of het roadblock toevallig is opgeheven. Zoniet, dan ga ik een binnenlandse vlucht maken naar Islamabad en ga van daaruit de Karakoram Highway fietsen. Mijn uiteindelijke doel v.w.b. Pakistan. Ik was voornemens om een flinke aanloop te nemen (1400 km.) vanuit het Zuiden. Maar die missie gaat dus waarschijnlijk niet lukken. In dat geval: jammer, maar niet getreurd. Het nieuwe plan wordt vast nog veel mooier en beter.


Khuda Hafiz (tot ziens)

Toneelstukje

Donderdag 8 september 2011


Een fiets meenemen naar Pakistan is een avontuur. Bij mijn aankomst op het vliegveld van Lahore (gisteren) moest mijn fiets na veel gedoe, getrekt en overleg 'uit' de doos. Alle toegesnelde functionarissen (vijftien) moesten zich er van vergewissen dat het wel echt een fiets was. Nadat ik de doos met veel moeite weeer had dichtgeplakt moest hetzelfde 30 meter verderop nog een keer. (dit stukje tekst beschrijft bij lange na niet volledig wat er echt gebeurde maar u heeft een beeld, waarde volger). Bij het inchecken op de binnenlandse vlucht naar Quetta was het wanorde en chaos in het quadraat. Ik ben Amir veel dank verschuldigd. Amir is Pakistaan. Woont en werkt in Rotterdam. Amir heb ik ontmoet tijdens mijn vlucht van Amsterdaam naar Lahore. Hij heeft veel 'bemiddelingswerk' verzet. Erg veel. Lange tijd was het spannend of ik mijn reis kon vervolgen. De fiets was te groot. Of het vliegtuig te klein (kies zelf maar. Ik reken elk antwoord goed). Maar liefst 20 personen hebben zich met 'dit vraagstuk' bezig gehouden. Langdurig. Amir moest zijn vlucht halen en heeft het einde niet mee kunnen maken. Amir: I made it to Quetta!


Gisteravond laat werd er op mijn kamerdeur geklopt. Ik kreeg bezoek van een governmentbranchofficial. 'An very important man'. Hij kwam me vertellen dat het niet veilig is om vanuit Quetta te fietsen. De route die ik voornemens ben te fietsen is te gevaarlijk en......het is te ver. Vooral dat laatste overtuigde me natuurlijk meteen. Ik vertel hem dat ik graag fiets en dat de afstand opzichzelf het probleem niet is. Maar hij houd voet bij stuk. Ik moet de bus nemen naar Dera Khaza Khan en van daar kan ik fietsen. Maar er is meer: Ik moet me morgen op zijn kantoor melden en krijg dan een bewijs dat ik beschermd zal/moet worden op mijn reis. Eigenlijk neem ik deze mededeling niet serieus maar een stemmetje in me zegt dit toch nog 's goed te overdenken. Ook de mensen aan de balie in het hotel drukken me op het hart om morgen naar zijn kantoor te gaan.

collegafietser

Als een roos, zo heb ik geslapen. Eigenlijk heb ik het plan om mijn fiets in een taxi te plaatsen. De stad uit te rijden. En dan op de fiets te stappen. Ik ben er klaar voor. Maar het hotelpersoneel niet. Ze drukken me op het hart om naar het Home Department te gaan. 'For your security', een zin die ik deze dag nog heel vaak ga horen.


Ik kan twee dingen doen: alle adviezen negeren of..... een toneelstukje* gaan spelen. Aangezien mijn lijf nog wat achterloopt bij mijn geest besluit ik voor een rustdag te kiezen. Ik ga toneel spelen. We gaan naar het Home Department (hierna HD). Ik krijg een beschermer uit het hotel aangewezen. Zijn naam is Namir. Namir regelt een riksja en we gaan des 's ochtends naar het HD. Het HD ligt in het centrum. Er volgt een rit van een half uur die ik, tot de onvermijdelijke dementiefase aanbreekt (die in mijn geval jaren geleden al voorzichtg, sommigen menen definitief, begonnen is), nooit meer zal vergeten. Chaos, narrow escapes (ik heb maar vijf keer gedacht dat ik definitief dood zou gaan), een lekkende benzinetank (riksja) en een rokende chauffeur. Halleluja! Maar we halen het.


Voordat we het HD binnen kunnen gaan moeten we ons melden. Tientallen mensen vullen de benauwde ruimte. Een draaiende plafondproppelor probeert wat verkoeling te brengen. De proppellormissie lukt maar half. Na een korte ondervraging en de nodige waarschuwingen mogen we het terrein betreden. Maar niet nadat we tientallen zwaar bewapende militairen zijn gepasseerd.


We lopen onder een dectectiepoort (die defect is) en melden ons in een kantoor. Na een half uur wachten word ik ondervraagd door een officer. Hij tekent een formulier, en klaar is Kees. Maar Kees is helemaal nog niet klaar. Er is helemaal geen Kees, laat staan dat ie klaar is. We worden een andere ruimte binnengeleidt en daar begint opnieuw het wachten. Ditmaal een uur. Daar wordt ik opnieuw ondervraagd. Wat denkt u van de moslim? Bent u religieus? Bent u op doorreis naar Iran of Afghanistan? Met welk vervoermiddel? Hoe lang blijft in Quetta? Wat denkt u van mij? Ben ik een belangrijk persoon? Dat werk! Ik ben geslaagd. Een nieuw formulier wordt ondertekend en klaar. een kind kan de was doen. Nou zou de was doen in deze ruimte doen op zichzelf geen slecht idee zijn. Echter er is geen kind, dus de was moet nog even wachten.


We worden een andere ruimte binnengeleidt. Hier zit een zeer belangrijke officer. Die leest het document vluchtig door. Ruim twintig minuten maar. We luisteren ademloos. Hij tekent en we mogen weg. Naar ......een andere ruimte. Hier wacht op ons een zeer maar dan ook zeer belangrijk man. Ik onderga een nieuwe ondervraging. Ik krijg er zowaar het nodige plezier in. Ik weet inmiddels dat het handig is om te zegggen dat ik niet naar Iran en/of Afghanistan reis. En dat benadruk ik dan ook maar. Wanneer gevraagd wordt of ik religieus ben, antwoord ik dat ik niet naar Iran en/of Afghanistan reis. Alls gevraagd wordt welke plaatsen is gan aandoen, antwoord ik dat ik niet naar Iran en/of Afghanistan reis. Heerlijk. Toneelspelen. Als de vragen meer 'dangerous' worden begin ik over cricket of hockey (Nationale sporten in Pakistan). Ik praat meer over cricket en hockey dan goed voor me is.


In de vijfde ruimte moet ik na een lange en intensieve ondervragingn mijn reisplan op papier schrijven. Gedetailieerd. Ik schrijf maar liefst vijf regels en eindig de brief met 'I thank this very important officer for his concern about my savety'.

Het toneelstuk duurt nu inmiddels zo'n 2,5 uur. En....het slot is nog niet in zicht. We komen met een inmiddels lijvig geworden dossier weer terug bij de eerste officer. Die stelt dezelfde vragen en stelt eenzelfde document op. Zo doen we de hele riedel in toaal drie keer. Na vijf uren moet er nog slechts een ding gebeuren: alle (handgeschreven) informatie moet u in een brief worden getypt. Er is een zeer, zeer, zeer belangrijk man die deze taak op zich gaat nemen. Maar het is gebedstijd. Hij komt over 20 minuten terug (al weet niemand dat zeker). Namir speelt tijdens dit toneelstuk de rol van 'smeerolie'. Zonder hem draait de ketting wel maar het loopt nu allemaal net iets gesmeerder. Hij presenteert mij als zijn gast en dat maakt het allemaal wat gemakkelijker. Omdat we toch wachten moeten lopen we naar buiten en nemen een cola. Ik verneem dat de bomaanslag van gisteren slechts honderd meter plaatsvond van waar wij de cola tot ons nemen. Amir treft hier twee vrienden die zich zondermeer bij ons aansluiten. Na een uur komt de man die de brief moet opstellen. Het typen duurt anderhalf uur en het geheel beslaat iets van zeven regels. Ik heb een permit om in Pakistan te reizen. Voor wat het waard is.


De lessen van vandaag: toneelspelen is leuk, maar vijftien keer dezelfde tekst op een dag is wel wat veel. Les 2: als een Pakistaan weet heeft van je (reis)plannen, voelt hij zich verantwoordelijk voor je. Hij laat je niet meer los. Dus vertel niet teveel.


Morgen stap ik op de fiets. Dan gaat het beginnen.

* Frank van Rijn is wereldfietser van beroep. Hij bekostigd zijn fietsreizen door boeken te schrijven en die te verkopen. Ik ben een grote fan. heb al zijn boeken. Frank beschrijft regelmatig soortgelijke situaties. Ik wilde het ook wel 's meemaken. Vandaar.


Vlagvrouw

Woensdag 7 september 2011

Ok, doe even gezellig mee. Pak een emmer zo groot dat je hoofd er ruim in past Dat 'ruim' is wel van belang. Neem dus geen calve-maýonaise-emmer, tenzij je een belachelijk klein hoofd hebt. Dan volstaat het. Wel eerst de mayonaise er uit halen. Dat is een tip, doe er je voordeel mee.


Neem 2 eetlepels garam masala, 1 theelepel paprikapoeder (liefst pikant), een handje vol kerrie, piment- en zwarte (niet de witte) peperkorrels (kijk zelf maar even hoeveel), 2 theelepels koriander (bij gedroogd: 3 theelepels), 2 polepels piment (mogen ook korrels zijn), een beetje rozemarijn, tijm en komijn (want dat rijmt zo lekker) en (en dit komt echt heeeeeel precies) een mespuntje kurkuma. Ok, als je dat gedaan hebt pleur dan het hele zaakie in een emmer. Roer het gedurende 30 seconden en zorg dat het geheel goed mengt. Gelukt? Mooi. Stop nu je hoofd in de emmer en snuif het op. Fijn! Opdracht volbracht.


Ik ben in Pakistan en ik zal het weten ook. De eerste geuren die ik opsnuif kunnen maar moeilijk kiezen. Zoete geuren vermengd met een scherpe, pittige nageur of andersom. Moeilijk thuis te brengen. Kleurrijke mensen. Een waanzinnige kakafonie aan geluiden. In het verkeer heerst totale anararchie. Chaos! Wat een overweldigende en heerlijke cultuurschok.

Ik ben in Quetta. Een stad tegen de Afghaanse grens aangeplakt (bijna letterlijk en helemaal figuurlijk). Woestijnstad. De stad doet zijn naam eer aan. De hitte die ik hier ervaar is verzengend. Ik kan geen ander woord bedenken dat de lading beter dekt. Ik heb in totaal 24 uur gereisd. Ben op het vliegveld. En wil maar een (1) ding. Een vrouw met een vlaggetje. Zo'n vrouw van: kom maar hier jongen, ik weet de weg, ik zal je helpen, Snel en soepel nemen we de kortste weg naar een fijn hotel alwaar een koel biertje klaar staat. En iets van een zwembad of zo. Zo 'n vrouw dus. Het vlaggetje neem ik voor lief.


Maar het zwembad is in geen velden of wegen te bekennen. Laat staan iets van een rand. Koel bier is niet voorhanden. En de vlagvrouw heeft vandaag een ATV-dag genomen. Had ze nog over denk ik. (tip: wel op tijd opmaken-anders-ben-je-ze-kwijt). Kortom ik mag het lekker zelf uitzoeken. En dat is dan meteen ook niet helemaal waar. Ik ben op de parkeerplaats van het vliegveld. Want terwijl het warme woenstijdzand in mijn ogen blaast ben ik bepaald niet alleen. Om mij heen staan juist een heleboel mensen. Heel druk te doen. Een Westering met een flatscreen-tv (want daar wordt mijn fietsdoos voor aangezien) trekt de aandacht. Alle aandacht.


Net voor mijn aankomst in Quetta ?ijn er in het centrum twee zware bommen ontploft. Veel slachtoffers. 28!! Waaronder officials van de regering. Het centrum is geheel afgesloten. Het leger is alom aanwezig en in de hoogste (en zeer gespannen) paraatheid. Ik heb nog nooit een echt geweer (of hoe heten die dingen) gezien. Maar nu binnen een minuut, tenminste vijftig. Ze prijken op de borst van zeer waakzaam uitziende militairen. Het vliegveld wordt bewaakt. Een zeer gespannen functionaris, die uit het niets opduikt, wil veel van me weten: waar ik naar toe ga, mijn telefoonnummer, wat ik kom doen (en dit is buiten op de parkeerplaats). Nog meer mensen verzamelen zich om mij heen. Ali, een Afghaanse Belg, (tijdens de vlucht ontmoet) probeert te bemiddelen. Hij is bezorgd om mij. Het bemiddelen lukt half. Uiteindelijk (met de nadruk op uiteindelijk) beland mijn fietsdoos op een taxi (ja, daar zijn foto's van) en word ik naar een Hotel gereden. Een hotel dat de funtionaris aanbeveelt (met de nadruk op beveelt).

De weg naar het hotel wordt bepaald door roadblocks. Het leger checkt alles. Elke tweehonderd meter. De fietsdoos zit met een dun sisaltouwtje bevestigd op de dakdrager. Het waait, zeg maar storm. Ik probeer de fietsdoos tijdens het rijden te overreden niet van de taxi te waaien. Dat valt niet mee. De doos wijst nl. aan de voorzijde schuin omhoog. De wind komt er vol onder. Met een hand uit het raam houd ik de doos min of meer in bedwang. Met de andere hand maan ik de taxichauffeur voortdurend om langzamer te rijden. Dat lukt maar half. Gelukkig komen we heel aan. Het hotel (Gardenia Hotel) heeft een kamer. Fijn. Het is mooi geweest voor vandaag.

Welkom op mijn Reislog!

Hallo!Wat leuk dat je mijnreislog bezoekt!

Ik ga op reis. Solo! Overigens niet helemaal solo, wantmijn fietswordt mijn beste maatje. De reis begint op 6 september 2011 en eindigtbegin maart 2012.

'En ja, er is iets van een plan'! We vertrekken vanuit het Westen vanPakistanen fietsen dantot de Chinese grens. Dantrekken we doorNoord-India met als voorlopig einddoel Kathmandu (Nepal). En daar zien we wel verder.De laatste twee maanden van mijn reishoop ik (zonder fiets)door tebrengen in Nieuw Zeeland.

Dit is dé plaats om op de hoogte te blijven van mijnavonturen en ervaringen tijdensdeze reis.

Vanaf nu zul je hier dan ook regelmatig nieuwe verhalen en foto's vinden, en via de kaart weet je altijd precies waar ik me bevind en waar ik ben geweest!

Wil je automatisch een mailtje ontvangen wanneer er een nieuw verhaal of een nieuwe fotoserie op deze site staat? Meld je dan aan voor mijn mailinglijst door je e-mail adres achter te laten in de rechter kolom.

Ik zie je graag terug op mijn reislog en laat gerust af en toe eens een berichtje achter!

O ja,persoonlijk getinte boodschappen kun je achterlaten op: [email protected]

Leuk dat je met me meereist!

Groetjes,

Gerrit Pleijter

ps: de foto (boven) is gemaakt tijdens een fietsreis die ik in 2010 in Roemenie maakte.