OversteekCirkel
08 sep. 2021
đ©đȘ
vanuit Duitsland
Moin (uitspraak: mojn) lieve lezer.
Want zo wordt je hier - in het Noorden van Duitsland - goedemorgen toegewenst. Dus wij wensen iedereen een welgemeend en zo accentloos mogelijk âMOINâ terug.

Na gisteren de beentjes wat rust te hebben gegeven in het best wel mooie en historische stadje GlĂŒckstadt, gaan we vandaag weer op pad.
De dag fietsdag begint met een hoogtepunt. We gaan de rivier de Elbe oversteken. Nu hoor ik U denken, nou ja, als dat een hoogtepunt is, wat zegt dat dan over de rest van jullie reis?!

Nou, nou, nouwwww zeg, wat een kritische houding houdt U er op na zeg. Dat valt me ietsje pietsje van U tegen. Ik weet wel dat uw hoogtepunten waarschijnlijk uit de watervallen van COO bestaan. Het kroonbomenpad in Drenthe. En die giftige kronkelende slang van een achtbaan van de Efteling. Maar die hebben we effe niet zo snel voorhanden. Das een klere eind fietsen van hier Om die ĂŒberhaupt binnen handbereik te krijgen.
Oversteken dus maar.
Oversteken dus maar.
Weet U. Ik houd nu eenmaal van pontjes en bootjes. Die dan gaan varen en je dan naar de overkant brengen. Vind ik leuk. Word ik geweldig blij van. Behalve als ze heel hard heen en weer gaan. Dan loopt het klamme zweet me door de bilnaad, krijg ik verkrampte bleke knuistjes en worden mijn veelal blozende wangetjes zo wit als een wit laken dat zojuist van het bleekveld is gehaald. U heeft een beeld inmiddels hoop ik.
U mag weten, lieve lezer. Ik ben groot aandeelhouder van de firma âprimatoerâ. U weet wel die producent van reistabletjes tegen wagen, vlieg- en bootziekte.
Ik krijg op de jaarlijkse primatoer-aandeelhoudersvergadering altijd een voorkeursbehandeling. Heb er een speciaal parkeerplaatsje voor mijn fiets op het VIP-dek van de parkeergarage. Mag in de zaal altijd op de voorste rij zitten. Midvoor. De toastjes met kaviaar en glazen champagnebubbels zijn niet aan te slepen. Ik krijg voet-, hoofd en schoudermassages. Het is meneer Pleijter voor. En meneer Pleijter na. Of meneer Pleijter nog wat blieft?
Heel eerlijk. Ik word er soms wat verlegen van. Anderzijds ben ik veruit de grootste sponsor van deze firma. Dan mag je ook best wat van terug verwachten.......
Afijn.
Dat oversteken van de Elbe moet dus om aan de overkant te komen. Want daar willen we naar toe. Dus oversteken lijkt het beste en meest voor de hand liggende om te doen. Vandaar de geplande oversteek. Als dat niet zo zou zijn. Dan zou oversteken voorwaar helemaal geen goed idee zijn. Want ja, als je dan gaat oversteken, dan heb je grote kans als je aan de overkant bent, dat je denkt: wat doe ik hier. En dat je dan weer terug moet. En dat lijkt al met al toch een zinloze en tijdrovende onderneming. En in dat geval loop je het risico je in een soort van vicieuze-oversteek-cirkel te bevinden.

Zoân cirkel van: Dat je steeds onderweg bent, en oversteekt naar een plek waarvan je denkt: â wat doe ik hier in Godesnaamâ. En dat je van die plek weer naar een andere plek trekt. En dat je daar ook weer denkt van: âwat moet ik hierâ. En dat je dan weer van die plek naar een andere plek trekt, en dat je denkt: âhoe ben ik hier in Godsnaam beland (en nog belangrijker) hoe kom ik hier weer vandaan.
Tot zover mijn verhuisleven in twee alineaâs samengevat. Ik zou - als ik U was - dit niet als voorbeeld nemen. Is een tip, doe er uw voordeel mee.
Prima.
Om alle eventuele onduidelijkheid bij U weg te nemen lieve lezer. Wij steken over. Gaan daar geen spijt van krijgen. Dat is zeker. Want wij willen ook oversteken. En ......roffeldepoffel.........dat gaan wij doen met een boot.
Er varen er vier. Echter, wij hebben er slechts eentje nodig. Het was keihard onderhandelen. Kostte ook even wat tijd. Maar voor 10 europegeltjes (5 de man) is de kapitein van deze boot bereid om ons veilig en zonder al teveel schommelingen naar de overkant te brengen.

We zijn zeker niet de enige die een deal met de kapitein hebben gemaakt. Een stuk of veertig vrachtautoâs en personenwagens vergezellen ons op deze riviertrip die ongeveer 20 minuten in beslag zal nemen.

De Elbe stroomt vanaf deze plek gezien, iets verder, uit in de Noordzee, zo tussen Zweden en Engeland. Er zijn vrij veel vrachtboten die op de Elbe varen. Ik vind ze indrukwekkend groot, die schepen.
Het is nog redelijk vroeg en de zon staat nog laag aan de hemel. Het geeft ons mooi de gelegenheid wat ochtendplaatjes voor U te schieten. Hierkomter1:

Na een kilometer of 25 komen we bij ÚÚn van onze beste vrienden op deze reis. De supermarkt(en) en bakkerijen. In dit geval is het een supermarkt. Joan kan er vaak een koffie scoren. Ik vaak wodka, sherry of cognac. Ik zeg altijd maar zo: âhet maakt mij niet uit, als de alcohol maar door de aderen giertâ. Liefst zo vroeg mogelijk.

Maar eerlijk gezegd nemen we veel vaker een toetje. Een plastic bak met salademeuk. Flessen water. Een cola zero. Blokjes kaas. Plakjes chorizoworst. En van die prikkertjes met zoân lullig vlaggetje om kaas en worst onlosmakelijk met elkaar te verbinden (ik lijk potdomme wel een EHBOâer met dat verbinden en iets van een âlijkâ).

We kunnen er onze geslonken voorraden verder aanvullen. Soms staat er een bankje bij de supermarkt waar wij onze pas verworven lekkernijen kunnen oppeuzelen. Verorberen. Naar binnen werken. Naar binnen slurpen.
Maar vaker is die voorziening er niet en zitten we op de trottoirband te smullen van het lekkers wat de firma Lidl, Aldi, Edeka of Netto ons te bieden heeft.
We koersen vandaag af op een wat onbestemde overnachtingsplek. Op die plek zou namelijk een jeugdherberg zijn. Niet dat ik me nog jeugdig voel. Of ben. Maar Joan wel. En die smokkelt mij vast wel via een zijraampje of achteringang naar binnen. Er zou ook iets van een camping liggen. Maar echt fijne duidelijke informatie erover krijgen we niet.

De route er naar toe is aanvankelijk prachtig. We fietsen over binnenwegen. En zo af en ook langs een drukkere weg. Maar gaandeweg worden de weggetjes minder van kwaliteit. We geraken op gravelpaden en bospaden. Vaak heel mooi. Maar daarna komen we op zandpaden terecht. Tot het moment dat we zelfs stukjes moeten lopen omdat de zandpaden echt te mul zijn en niet fietsbaar.

Ik ben niet zoân loper. Althans niet met een fiets (met volle bepakking). Een fiets kun je het best fietsend voorwaarts bewegen. Daar is ie voor gemaakt. Zo is het bedoelt. Van het duwen van dat hele gevaarte word je niet heel blij.
Ik herinner met nog een keer van een berg in Marokko. Die was te steil om te fietsten. En bovendien had ik een krachtige stormwind tegen. Het duwen van de fiets duurde uren. En ik kreeg âm bijna niet vooruit. Met vereende krachten probeerde ik met mân hele hebben en houwe boven te geraken. Eenmaal bovenaan gekomen - en aan het einde van mijn krachten - dacht ik dat de duw-ellende over was. Dat ik mijn fietsje naar beneden kon laten suizen. (En wat ik nu schrijf is waar gebeurd, al dat andere niet trouwens...). Toen ik me naar beneden wilde laten suizen, duwde de wind mij terug. Jah...lieve lezer: het woei zo hard dat ik de berg terug werd op geblazen. Moest ik alsnog (grote delen van de afdaling) mijn fiets duwend naar benenden lopen.
Kortom: een fiets duwen - U had het al begrepen - is vrij kut!
Na toch wat lastige laatste kilometers, en wat zoeken, komen we tegen vieren bij de Jeugdherberg. Die ligt er prachtig bij maar er is wel een dingetje. Een detail. Een opvallend gegeven. Een bijzonderheid. Een kleinigheid. Een .......

Het gebouw is eh.......hermetisch gesloten.
Een tijdje al, zo te zien. Elektriciteit en water zijn afgesloten. Douchebakken op slot. Het maakt al met al een wat verlaten indruk. Dat is een tegenvaller. In de nabije omgeving is namelijk niets alternativerigs qua onderdak te vinden.
We besluiten de stoute tentschoenen aan te doen en plaatsen onze tent op het grasveld naast de Herberg. We hebben alles aan boord om de avond, nacht en ochtend door te komen.
Alles! Behalve.......voldoende water.
Ik herinner me plots dat we niet ver van de herberg vandaan wat woonhuizen en een boerderij passeerden.
Daar ga we (nu) proberen wat water te bietsen. En daarna wat eetbaars in elkaar te flansen.

Gerrit
Fietsdag: 12
GlĂŒckstadt - Wustewohlde
Afstand: 57 km
GlĂŒckstadt - Wustewohlde
Afstand: 57 km
GlĂŒ(Duckstad)
06 sep. 2021
đ©đȘ
vanuit Duitsland
Ik voel me net Dagobert Duck wanneer we GlĂŒckstad zo tegen het einde van de middag binnenrijden.
Niet dat er een pakhuis stad met grote hoeveelheden geld waarin je een lekkere duik kan nemen. Althans niet dat wij weten. Zou natuurlijk best kunnen.
By the fietsway: Wanneer ik mijn gespaarde europpegeltjes in een pakhuis zou storten. Vervolgens via een wenteltrap naar boven zou lopen. De duikplank (met het zweet in de bilnaad) zou aflopen. En mijn teentjes over het einde van de duikplank zou krommen. En dan een flinke duik zou nemen. Dan had ik hoofdpijn. Flinke hoofdpijn.
We bewegen ons voort in het Noorden van Duitsland. Zeg maar ter hoogte van Hamburg. Een eindje bij Bremen vandaan. Gooi daar het dartpijltje maar. Dan zit je vrij goed. Mocht je niet geweldig bedreven zijn in het gooien van zoân dartpijltje. Een punaise werkt ook prima. Het effect is hetzelfde. Alleen zou ik daar niet mee gooien. Gewoon prikken. (Is een tip, doe er uw voordeel mee).

We vertrekken om 9.00 uur des âs ochtends. Er staat ons een flinke rit van tegen de 70 km te wachten.
Er hangt - kenmerkend voor September - veel vocht in de lucht. Het duurt meestal 1,5 uur voordat dat is opgelost. Ik vind het prachtig, die mistige ochtenden. âMist verhult en verzacht de harde werkelijkheidâ. Deze uitspraak mag U rechtenvrij gebruiken om op een tegeltje te laten drukken of gewoon uitprinten en met een pritstift (ik zou geen velpon gebruiken) op de binnenzijde van uw eigenste poepdoos deur plakken. Kijk zelf maar even.

Na een half uurtje moeten we een raar doorsteekje maken. Via een graspad moeten we op een pad langs het kanaal (van Kiel) geraken. Na wat gehobbel en gebobbeld lukt dat. Kijkt U zelf maar:

Aha. EĂšn van onze favoriete bezigheden is (weer) aanstaande. We mogen dit kanaal oversteken met een pontje. Een ietwat sjagerijnige pontbaas wil ons met de gratie Gods wel naar de overkant varen. Gelukkig maar. Want zwemmend wordt zoân oversteek een hele onderneming.



We vervolgen onze weg over stroken van beton. We fietsen door bosrijk gebied. Het is hier fijn. De zon schijnt. We hebben de weinige wind die waait in de rug. Het fietsen gaat op rolletjes.

Duitsland heeft van tijd tot tijd een flinke hoeveelheid windmolens in het landschap geplaatst. Meestal in groepen. Met enige regelmaat passeren we er wat. Eergisteren sliepen we nagenoeg onder een windmolen die sâ nachts in bedrijf was. Het continue suizen van de wieken is een geluid wat je moeilijk kan negeren.......

We zetten koers van Gluckstadt. Dat is nog wel effentjes 23 kilometer doortrappen. Dat we kort daarna door Dodenkop komen bemoedigd ons niet erg.......
Maar we laten ons niet kisten.


Tegen 15.30 uur zitten we in de laatste kilometers die ons naar Gluckstad voeren. We fietsen op mooie kleine weggetjes en vermijden het doorgaande verkeer zoveel mogelijk.
We geraken in het centrum van Guckstadt. Vinden een fijn onderkomen. En daar gaan we de avond en nacht doorbrengen.
Volgers vragen ons wel âs: âwat doen jullie zo âs avonds?â
Nouwwww.....vanavond.
Vanavond gaan we op zoek naar een pakhuis met heeeeeeeeel veel geld!
Gerrit
Zondag 5 september 2021
Sieverstedt- Breiholz
Afstand: 58 km.
Maandag 6 september 2021
Breiholz - GlĂŒckstadt
Sieverstedt- Breiholz
Afstand: 58 km.
Maandag 6 september 2021
Breiholz - GlĂŒckstadt
Afstand: 68 km.
Heimat
04 sep. 2021
đ©đȘ
vanuit Duitsland
Bij het uitademen op deze mooie Septemberochtend blaas ik mijn warme adem de nog koude wijde Deense wereld in.

Er is ons wederom prachtig weer beloofd vandaag. Maar zo sâ ochtends bij het opstaan heeft de zon de strijd nog niet gewonnen van de ochtendnevel.
De zomer is nog steeds gaande. Echter. De Anememonen en andere herfstbloeiers staan volop in bloei. Het blad zit nog aan de bomen Echter de eerste verdorde bladeren waaien van de kastanjebomen af. Dahliaâs staan in bloei. De bramen zijn zo goed als rijp. De hopbellen bungelen wat in de wind.
Dan moet het wel September zijn. Heerlijk vind ik ât.


Traditioneel de mooiste maand van het jaar. Niet te warm. Niet te koud. Weinig neerslag. Echt waar: er kan geen voorjaar of sneeuwwinter tegenop.
Als ik thuis ben dan ren ik op 1 September (vaste prik) met mijn blote kont heen en weer door onze straat (die by the way 2,5 km lang is, maar dit geheel terzijde). En dan roep ik:âhet is weer Septembbbbbeeeeerrrrrrrâ. Mensen uit onze buurt weten dat en waarderen dat ook.

We nemen met enige vrolijkheid afscheid van de beheerster van de camping In Kollund. Misschien wel een van de leukste campings waar ik ooit heb gestaan. Lekker kleinschalig. Goede sfeer. Heel apart. Leuk.
De eerste vijftien fietskilometers zijn niet van de lichtste soort. We krijgen een paar flink steile korte hellingen voor de kuitenkiezen. De laatste Deense fietskilometers krijgen we niet cadeau. Die zijn niet van de goedkoopste soort. De krijgen we niet voor de laagste prijs. Daar zitten geen kortingzegeltjes op. Die zijn niet in de aanbieding. Daar zit geen bonuspunten op. Daar......
Afijn, U got the message............

Uiteindelijk komen we al hoempend en stoempend bij iets wat de grens moet zijn tussen Denemarken en Duitsland. We zijn weer een soort van thuis. Maar hola. We hoppen ook weer net zo gemakkelijk van Duitsland naar Denemarken. We willen nog geen afscheid nemen van Denemarken. En de route die we volgen helpt ons een handje. Zo fietsen we in Denemarken. En zo fietsen we in Duitsland. En zo weer in Denemarken. Niet veel later fietsen we op het oude grenspad dat beide landen van elkaar scheidt.

Bij het café in de allerlaatste Deense supermarkt knagen we nog wat aan een belegd broodje en een zoet rabarbertaartje (en Joan aan een marsepeinen boomstammetje). En slurpen we nog een koffie en warme chocolademelk naar binnen. Klaar zijn we met Denemarken. En Denemarken ongetwijfeld met ons.
We stappen op.
Niet lang daarna komen we bij een best wel serieus uitziende grenspost. Het serieuze ervan is dat er een kilometers lange file met (vracht)autoâs staat. Die worden een voor een doorgelaten. Wij - armoedzaaierige fietsters kachelen zo door zonder gecontroleerd te worden op een Corona-app of vaccinatiebewijs of zo.
Fietsers vormen veelal in de ogen van de meeste halt-in-der-naam-der-wet-veldwachters geen enkel gevaar.
In 2011 fietste ik in Islamabad (Pakistan). Bij het binnenfietsen van deze - in de jaren zeventig uit de grond gestampte stad - werd elke auto gecontroleerd. Er ging en gaat daar namelijk nog wel âs een bommetje af........
Elke auto werd minutieus bekeken met van die spiegeltjes onder de wielkassen en langs de bodemplaat. Kofferbakken moesten open. Tassen geleegd. En ik. Ik met vier fietstassen en een grote tas (die toch ruimte bood aan een bommetje of wat)- mocht gewoon doorkarren.
In het buitenland wordt een fietster doorgaans als armoedzaaier gezien. Immers, als je genoeg geld had, dan had je toch wel een auto. Dan ga je toch niet fietsen. Fietsen voor je plezier kennen ze in de meeste landen niet.
Het is een fijn ritje. De zon schijnt uitbundig. Er is geen wind. En we zijn weer in unsere Heimat. En ja, dat zullen we weten ook.
Want de enige supermarkt die we op dit traject zullen tegenkomen is .......gesloten. Fuckerderduck!! Dat is waar ook. In delen van Duitsland sluiten de supermarktenom 13 uur. En zondag de hele dag.Maandagochtendom 8.00 uurbent U weer de eerste meneertje Pleijter en mevrouwtje de Visser.
We doen vanavond een beroep op ons Globetrotter noodrantsoen (dat ik van Walter niet zo mag noemen). Onze gedroogde maaltijden - waarvan we er altijd een paar bij ons hebben - en die inderdaad prima te doen zijn. Bij een tankstation scoor ik nog een literfles Cola Zero.
Daar komen we de avond wel mee door denk ik zo.
Gerrit
Vrijdag 3 september
Rustdag in Kollund
Rustdag in Kollund
Zaterdag 4 september
Kollund - Sieverstedt
Afstand: 48 km
Gerrit
VROEM VROEM
02 sep. 2021
đ©đ°
vanuit Denemarken
Lieve lĂžzer,
âJa, zoete lieve Gerritje oet Wezep. Zomaar even hier de grens oversteken, dat had je gedacht. Dat gaat zo maar nietâ.
Weet U het nog? Mijn eerste solo fietsreis. Zevendertig jaar geleden?
Even uw wat roestige geworden geheugen opfrissen.....
Ik had het plan opgevat om naar Denemarken te fietsen. In mân eentje. De eerste meters gingen over het viaduct dat mij over A28 voerde. De A28 die niet ver van mijn ouderlijk huis lag. Vandaar zette ik koers richting Bremen. Daar aangekomen zwenkte mijn stuur richting Hamburg. En vandaar ging ik naar Flensburg. Om daar de grens over te steken.

Doel van deze fietsreis onderneming was om naar Denemarken te fietsen en hunnie daar het leven âs flink zuur te maken. Om daarna dan wel weer als de wiedeweerga snel naar huis terug te keren per fiets.
Ik kwam in Flensburg aan. Grensstad.
Net buiten Flensburg kwam ik met mijn fietsje voor een soort tolpoort te staan. Er stonden dikke rijen personenautoâs en zwaar ronkende vrachtautoâs. Die zouden - net als ik - die Denen wel âs een poepie laten ruiken.
Mijn fiets en ik sloten achter in de rij aan. Eenmaal aan de beurt werd ik te woord gestaan door een douanier. Ik herinner me nog dat ie een groene outfit had. Hij vroeg wat ik kwam doen. In vloeiend Wezeps dialect (de enige taal die ik destijds sprak) probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik zijn mooie Deense land met een bezoek wilde vereren. En dat mij deze grenspost bij uitstek geschikt leek om het Deense land binnen te dringen.
De man gaf mij te verstaan dat dat op zichzelf prima bedacht was. Echter, zo gaf hij te kennen, deze grenspost is uitsluitend en alleen voor gemotoriseerd verkeer bedoelt. Maar hoe dan meneer de douanier, komen mensen die niet op een VROEM VROEM vervoermiddel uw land dan binnen? U zult toch niet iedereen verplichten om een VROEM VROEM te kopen. Of nog erger: een VROEM VROEM geluid te maken.
Welnee. Een paar kilometer verderop was de grenspost voor wandelaars en fietsers. Grenspost âKollundâ.
Ik probeerde de man nog om te kopen met Hollandsche tulpen, drop en cannabis. Deed nog een poging om een stripboek van âSjakie en de wondersloffenâ aan hem te verpatsen. Probeerde nog iets met het maken van een VROEM VROEM geluid. Maar helaas met geen van de pogingen had ik enig succes.
Ik fietste een paar kilometer Oostwaarts en kwam aan in een klein haventje. Daar moest ik even wachten. Na een tijdje kwamen er wat luitjes bij staan. En die wisten mij te vertellen dat je met een boot naar de overkant moest. Vlak voordat je aan boord kwam was er een paspoort controle.
Aldus geschiedde.
De boot kwam. Een douanier bekeek met enige aandacht mij paspoort en plunjebaal (dankzij Roel weet ik nu na 37 jaar dat dat ding achterop mijn fiets - geleend van buurvrouw Lieke - geen legerpukkel is maar een PLUNJEBAAL, thanks Roel). Als bewijs van goed gedrag kreeg ik een stempel in mijn paspoort. Mijn allereerste paspoort stempel.
Dat paspoort heb ik speciaal voor deze reis opgeduikeld uit de toch was stoffig geworden archieven van meneertje Gerrit himselff(ie). En vandaar dat ik bewijsmateriaal NU aan U kan tonen:

En ook een fotootje - meteen de zure appel maar doorbijten - van toen ik er destijds uitzag:

Jah, lach maar!
Deze foto bewijst twee dingen:
1. Ik had ooit echt WEL haar. Echt wel.
2.Dat je er met een iets te groot BRILMONTUUR er echt wel geil kan uitzien .....
(u mag deze âplaatâ rechtenvrij inzetten bij het verdelgen van elk soort ongedierte dat uw woongenot aantast. Effectiviteit gegarandeerd.
Weet U.
Ik heb tot enkele maanden gedacht dat ik deze Denemarken-reis maakte toen ik vijftien jaren oud was. Dat heb ik heel veel mensen - inclusief Joan - al die jaren wijs gemaakt. Vond die gedachte ook best stoer. Tot mijn ontsteltenis - ik wist dat echt niet - bleek ik destijds negentien jaren oud geweest te zijn.
Waarom deel ik deze op het eerste gezicht vrij zinloze en ook wel wat saaie informatie met U.

Nou lieve lezer. Vandaag - bijna op de kop af - zevendertig jaar later ben ik in Kollund. Op dezelfde plek. Dat wil zeggen, helemaal die zelfde plek kan ik niet vinden.

Want de grensovergang bestaat in die vorm niet meer. Dat haventje / die aanlegsteiger is er niet meer. En er zal hier nog wel veel meer niet meer zo zijn als toen. Dat opgeteld bij mijn inmiddels wat gebrekkige en verwaterde herinneringen. En daar dan weer de wortel van. Dat brengt de uitkomst op een grote mate van interpretatie en aanname.

Maarrrrr.....het water dat Duitsland van Denemarken scheidt bestaat nog wel. En daar fietsen we nu langs. En heel in de verte kan ik al fietsend het gevoel oproepen van kleine Gerritje die hier toen langs het water fietste. Op weg naar grote en woeste Deense avonturen.
Het is erg leuk om hier na al die jaren weer âs terug te zijn.
Morgen houden we hier een rustdag. En overmorgen steken we de grens over naar Duitsland.
Ben erg benieuwd hoe de oversteek deze keer zal gaan.
Gerrit
Fietsdag 8
RĂždekro - Kollund
Afstand: 55 km
Fietsdag 8
RĂždekro - Kollund
Afstand: 55 km
Toni
31 aug. 2021
đ©đ°
vanuit Denemarken
Toen we vanochtend onze fietsen aan het âopzadelenâ waren bereikte ons verdrietig nieuws, dat ons zeer aangreep.
Onze buurvrouw Toni is overleden.
In de 3,5 jaar dat we Toni mochten leren kennen bouwden we een bijzondere band met haar op. Toen we elkaar nog maar net hadden leren kennen begonnen we - zoals gebruikelijk in Duitsland - Toni aan te spreken met âSieâ. Maar na enige tijd mochten we âduâ tegen haar zeggen (iets dat we eigenlijk nooit gedaan hebben, we bleven Sie zeggen, uit respect).
Toni vond je vaak in haar stoel of buiten in haar strandkorb (een soort schommel-strandstoel). Daar zat ze dan Strumpfen (sokken) te breien of maakte ze een kruiswoordpuzzel. Altijd in het bijzijn van haar hond Lucy. Toni en Lucy waren onafscheidelijk sinds de dood van Toniâs man.
Je kon goede gesprekken met haar voeren. Ze liet ons fotoboeken zien. En ging gesprekken over de oorlog niet uit de weg.
Ze was een ruimdenkende vrouw. Kon grapjes maken, had zelden een oordeel over iets of iemand en stond louter positief in het leven.
Het bleek dat Toni een voorliefde had voor balkenbrij (in het Duits: panas). Toni wist precies waar we dat konden kopen. We bakten het voor haar en aten het samen op.

Toni kon geweldig koken en bakken. De pflaumenkuchen was een soort van specialiteit van haar. Maar âkonijnâ maakte ze ook graag klaar. Joan en Toni wisselenden recepten uit en regelmatig was er een zoete uitwisseling van diverse baksels. Als onze kippen weer âs teveel hun best hadden gedaan, brachten we Toni een bakje eieren.
Helaas ging haar toch al kwetsbare gezondheid het afgelopen jaar met rasse schreden achteruit. Ze belandde in het ziekenhuis. Waar het steeds slechter met haar ging.
De zondag voordat we aan deze reis begonnen hebben we haar nog bezocht in het Krankenhaus van Kleve. Ze was verzwakt. Bij het weggaan hebben we haar hand nog even stevig vast gehouden.
Dat was de laatste keer.
Toni is 82 jaar geworden.
We hebben haar in ons hart gesloten.
Gerrit & Joan
Kollemorten - Vejen
Fietsdag: 6
Afstand: 62 km.
Voorspel
30 aug. 2021
đ©đ°
vanuit Denemarken
We draaien aan het einde van de middag de camping op van het nog niet helemaal uitgeslapen -met het slaapzand nog in de ogen - dorpje Kollemorten.
Ik heb al wat vragen in mijn hoofd die ik aan de dienstdoende receptioniste van deze camping wil stellen. Hoe laat begint het animatieprogramma? Doen er ook clowns mee? (Ik ben gek op clowns...Joan haat clowns). Mogen mannen van enigszins gevorderdere leeftijd en kalend ook aan dat programma mee doen? Wat is de kortste route naar het subtropische zwemparadijs? En waar vind ik de knuffelmuur om zo heerlijk aan vast te kunnen âkoeken?â En komt die 60 meter lange en kronkelende glijbaan daadwerkelijk in het 4 meter diepe bad uit. Of in het 30cm diepe kinderbadje.
Ik vind vooral dat laatste een vrij relevante vraag. Want dat soort informatie geven ze nooit als je bovenaan die FUCKING glijbaan staat. En eenmaal bovenaan is er vaak geen weg meer terug. Omdat er een rij van daaro naar Tokio op de trap van de glijbaan staat.
Afijn.

Lieve lezer.
Eerlijk is eerlijk. De afgelopen fietsdagen blonken niet uit in landschappelijke schoonheid. Het had zelfs de kenmerken van enige saaiheid. We moesten al fietsend een beetje doorbijten en doorknagen op de zure appel der eentonigheid.
De regen van de eerste dag, de stormwind tijdens de tweede en derde dag en de lage temperaturen (tijdens alle dagen) zullen een beetje debet zijn aan het wat teleurstellende gevoel. Zekers. Maar toch.

Nadat we gisteren een heuse rustdag hadden ingelast bestegen we- na een fijn kukelukuuuu ontbijtje - vanochtend uitgerust en wel onze tweewielers. We vertrokken uit onze meest Noordelijk gelegen bestemming van deze reis: Silkeborg.
Vanaf vandaag gaan we de Jutlandroute volgen. We bevinden ons namelijk op Jutland. En heel toevallig loopt daar een route. Dus de naam is op zichzelf beste goed gevonden. De Jutlandroute is een fietsroute van 900 kilometer. En die loopt van Skagen (Noord Denemarken) naar ....eh.....Emmen.
Jah, ik kan kan er ook niets aan doen. Ze hadden voor Tokio kunnen kiezen. Parijs was een ook beste een passende eindbestemming geweest. Of New York. Of Biddinghuizen (om nog maar âs metropool te noemen). Maar nee, Emmen dus.

Wij pakken de route op vanaf Silkeborg. En volgen âm dan ruim 600 kilometer. Vanaf het moment dat we op de route zitten wordt het meteen mooi. Een smal asfaltpaadje kronkelt door dennen- en loofbossen. We zijn nagenoeg alleen. Het fietsen gaat super. Eigenlijk waren de voorgaande dagen een soort voorspel. Een aankondiging voor wat er nog zou komen.
Het aantal voorzieningen onderweg is - hoe zullen we dit zeggen - zeer beperkt. De Jutlandroute gaat over kleine paadjes en tracht zoveel mogelijk doorgaande wegen en dorpen en steden te vermijden. En dat lukt heel aardig. Een nadeel is dat op deze route supermarkten dun gezaaid zijn.

Vandaag vonden we pas na - 46 kilometer fietsen - een eerste punt om onze voorraden aan te vullen. Eetgelegenheden zijn er helemaal niet onderwerp. Dus effe een bakje soep of zo weg knagen of een lekkere hambĂžrger weg slurpen, dat zit er niet in. Het is dus zaak om voldoende water en voer aan boord te hebben. Zoveel dat je de fietsdag goed door kan komen.
Het is inmiddels zomer geworden in Denemarken. We hebben de weergoden eens flink de waarheid verteld in een 1 op 1tje. En die zagen - na wat overredingskracht van onze zijde - zelf ook wel in dat het zo niet verder kon.
De zon schijnt inmiddels overvloedig en de temperaturen zijn zeer aangenaam. De wind laat het ook nog âs afweten. We kweken zowaar iets van een fijn zomervakantie fietsgevoel.

Van tijd tot tijd worden we weggeleid van de asfaltweggetjes. En rijden we plots kilometers lang op gravelwegen. Heel mooi. Maar wel oppassen voor mogelijke valpartijen.
Vandaag hadden we te weinig proviand aan boord en dat maakte dat we de laatste kilometers wat op ons tandvlees reden. Een banaan, een appel en een energiereep is toch net even te weinig om tegen de 50 kilometer weg te fietsen in het bepaald niet vlakke Denemarken.
Nu is âvlakâ een relatief begrip. Kijk, in vergelijking met de bergen in Pakistan is Denemarken zo glad als een biljartlaken. En als je AlbaniĂ« als maatstaf neemt dan is Denemarken zo vlak als de Flevopolder. Echter, als je de Flevopolder als maatstaf neemt, dan is Denemarken heuvelachtig. Flink heuvelachtig zelfs.

Die heuvels zijn nooit van het nivootje âik-trap-me-helemaal-klem-en-buiten-adem. Maar het elke keer aanzetten voor de volgende molshoop gaat op den deur toch ietwat vermoeien. Vandaag gingen we of naar beneden. Of omhoog. Maar echt veel echte vlakke meters hebben we niet gezien.
Het is 15.30 uur.
In de supermarkt van Kollemorten eten we flink bij. En vullen we onze voorraden aan. Eigenlijk vinden we het wel mooi voor vandaag. In het dorpje is een camping. En die vinden we snel.
De slap hangende vlaggen bij de ingang beloven veel. We draaien de oprit op en..........niets. Helemaal niets. Nou ja, niet helemaal niets. Er is een heeeeeeel groot grasveld. Er staan enkele trekkershutten en er iets van een receptiegebouw. Onbemand. De eerste indruk is dat er hier nog wel een plekje is voor twee vermoeide fietser aus Holland. De tweede indruk is dat je hier niet snel overlopen zult worden door hordes piepeltjes. En de derde indruk........tja, er is eigenlijk geen derde indruk.

In het receptiegebouw ligt een formulier. Die vullen we in. We douwen 200 Deense Kronen in een enveloppe. En klaar is de Deense kÞÞshond.
Wij gaan het hier vanavond en vannacht wel rooien.
Gerrit
Zondag 29 augustus: rustdag
Maandag 30 augustus, fietsdag 5, 47 km.
Maandag 30 augustus, fietsdag 5, 47 km.
37
28 aug. 2021
đ©đ°
vanuit Denemarken
Vandaag was een fijn fietsdagje die ons aan het begin van de middag in Silkeborg bracht.

Ondanks de bewolkte hemel bleef het de hele dag krukie-purkie-droog. De regenpakken bleven ongebruikt. Onze lijven bleven droog. De sfeer was prima aan onze fietsboorden. We voelen ons prima!
De temperatuur laat het nog wel een ietsje pietsje afweten. Het is 16 graden. Boven nul. Dat dan wel. En de wind woeit ons in de rug. Kortom niets om over te klagen. En dat is eigenlijk wel verrekte jammer want ik had graag een enorme klaagzang over U heen gestort. Vooral omdat ik weet dat U best tegen een stootje kan........


Gisteren zijn we in Arhus aangekomen. Een fietsdag met een paar landschappelijke hoogtepunten en fijne onverharde weggetjes bracht ons halverwege de middag in SjĂŠllands Odde. Daaro ligt een boot. En die vaart naar de overkant. Naar Arhus. Doet ie een keer of vijf zes per dag. Dus die maak je niks meer wijs. De grote baas van de boot overigens ook niet.


De kapitein van de Express 3 verwelkomde ons persoonlijk (en nog een paar honderd andere drenkelingen). Nadat ie iedereen persoonlijk de corona hand** had geschud zette ie koers naar Arhus. De tweede grootste stad van Denemarken.
** het valt ons op dat Denen wel âklaarâ zijn met afstand houden en zo. Iedereen zit aan elkaar en op elkaar. Ook bij binnenkomst van het land was er nauwelijks controle. Bij sommige restaurants wordt om de coronacheckapp gevraagd. Maar ook dat is een wassen neus. Nergens zie je mondkapjes in het straatbeeld. Daâs effe wennen......
Aha. De naam âArhusâ is gevallen.
Het moment is aangebroken dat ik uit de kast moeten komen. U mijn excuses moet aanbieden. Op de knieën door het stof moet. Met het schaamrood op de kaken U iets moet bekennen.

U weet dat ik mijn rol als uw persoonlijke adviseur, gids en mentor heel serieus neem. En U weet vast ook dat ik U van tijd tot tijd geadviseerd heb (in principe) nooit terug te gaan naar de plek waar je ooit eerder geweest. Immers, de Wereld is te groot is om steeds naar hetzelfde plekje te gaan. Er is nog zoveel te ontdekken. En al helemaal niet om er te gaan zoeken naar herinneringen die je er destijds hebt achtergelaten. Immers, je vind er toch niet wat je zoekt.
Dat was en is nog steeds mijn tip aan U.
En die tip aan U sla ik deze reis zelf mooi in de Deense stormwind. Want dat is toch een beetje wat ik nu doe. Terug gaan naar de plek waar het ooit begon (dus hierbij mijn welgemeende excuses aan U).
Zevendertig jaar geleden (redelijk op de kop af) vond mijn eerste solo fietsreis plaats in ........roffeldepoffel................DENEMARKEN!
Jazeker, U heeft goed opgelet. Een jaar daarvoor - in 1983 - fietste ik in Engeland. Van Londen naar Nottingham. En weer terug. Dat was eigenlijk mijn allereerste fietsreis. Maar toen nog met mijn twee toenmalige vriendjes: Johnny en Marc. Hierbij de enige twee fotoâs die ik nog van die reis heb:


Tijdens die reis kregen hunnie ruzie over 1 meisje. Samantha. Ik hecht eraan U mede te delen dat als er twee meisjes waren geweest er veel minder iets van een probleem zou zijn geweest. Drie was niet nodig. Ik lag toentertijd (en nog steeds niet) helemaal niet goed in de markt bij het vrouwelijk schoon, dus ik was geen partij in dit ruzie feuilleton waarin Johnny en Marc de onbetwiste hoofdrollen speelden.
Maar goed. Na die reis dacht ik het volgende: die ruzieachtige sfeer kan me gestolen worden. Maar dat fietsen, mwah.......daâs zo gek nog niet.
Ergens aan Bovenheigraaf 141, 8091 BT (ik onthoud die postcode voor eeuwig) te Wezep moet het idee ontstaan zijn. Fietsen naar Denemarken. En weer terug.
Ik weet nog dat mijn moeder zei:âwoar goj dan in vredesnaam noar toe jonge?â Ik zei: Denemarken. Ze had geen idee waar Denemarken lag. En heel eerlijk gezegd: ik ook niet. Van buurvrouw Lieke (die vrolijk meeleest met/in dit weblog) kreeg ik een legerpukkel. Om alle spullen die mee moesten in te stouwen. Die pukkel knoopte ik achterop mijn Gazelle Flying Dutchman fiets. Met zonder versnellingen.
Ter voorbereiding op deze reis heb ik - speciaal voor U - de nodige research verricht. Ik heb vijf fotoâs gevonden die ik tijdens die reis in 1984 gemaakt heb. Met een pocketcamera die ik van mijn ouders voor mijn verjaardag had gekregen. En verder heb ik het paspoort gevonden met een entreestempel van Denemarken (daar kom ik in een later verhaal op terug). En ik heb nog wat goede herinneringen uit mijn inmiddels toch wat aan slijtage onderhevige brein weten op te diepen.
Daarvan zal ik een eerste herinnering met U delen. En die gaat over Arhus.
Ik neem U mee naar augustus 1984. Voor de jongeren onder U. Dat was een tijd dat er nog geen bankpassen, internet en mobiele telefoons waren. Maar wel ansichtkaarten (Als je niet weet wat dat is, google maar even....).
Een ansichtkaart (naar je ouders) verstuurt op de 1e vakantiedag kwam aan wanneer je alweer lang en breed thuis was. Geld kon je bij de buitenlandse bank inwisselen met vooraf in Nederland gekochte Thomas Cook Travellercheques.
Zoân tijd dus.
Ik fietsteop zaterdagmiddagin augustus 1984 het Deense stadje Kalundborg binnen. Vandaar vertrok een boot naar Arhus. Daar moest ik naar toe. Dus dat ik in Kalunborg was, was op zichzelf prima bedacht. Een goed keuze. Goed gedaan ook. Zodra ik in Arhus voet aan land zou zetten, zou ik daar een jeugdherberg zoeken om de nacht door te brengen.
Best goed bedacht allemaal voor een negentienjarige knul met zonder enige reiservaring. Nou ja, mijn vader en moeder hadden me wel âs - achterop de brommer bungelend in een kinderzitje - meegenomen naar Ponypark Slagharen (slecht voor je schoenzolen trouwens.....klote ponyâs, vroeg mij altijd af: zijn mijn benen te lang, of zijn die kutponyâs te klein, zijn we nooit lekker uitgekomen....). En naar park kasteel Rosendael. Maar daar stopte het opdoen van reiservaringen wel zoân beetje voor mij.
Maar goed. Terug naar die zaterdagmiddag in Kalundborg.
Ik wilde mijn Thomas Cook Travellercheques inwisselen. Echter op zaterdagmiddag was er geen bank meer open. Daar liep Gerritje, zo groen als gras door de stad. Niet wetend wat te doen. Ten einde raad meldde ik mij bij het politiebureau. Die overzag de schade. En op een of andere wijze (dat herinner ik mij niet meer) heb ik geld weten te bemachtigen. Toen snel op mijn fietsje naar de boot die mij naar Arhus zou varen. Ai.......die ging niet meer. De laatste boot had zojuist de kuierlatten genomen. Morgen weer een kans Gerritje oet Wezep.
Ik toog terug naar het politiebureau en trof daar de dienstdoende agent. Lang verhaal kort: die nacht mocht ik op het politiebureau doorbrengen. De volgende dag ging ik alsnog met de boot naar Arhus.
Om U (maar ook mezelf) te plezieren. Hiero een foto van mijn fiets inclusief legerpukkel, 37 jaar geleden in Denemarken:


Toen Joan en ik gisteren in Arhus aankwamen en voet aan wal zetten. Gingen mijn gedachten onwillekeurig eventjes terug naar die dag. Ergens in augustus 1984. Arhus. Denemarken. Zevendertig jaar geleden.
En het zou kunnen dat er - toen we de haven uit fietsten - een klein traantje over mijn wang biggelde. Maar goed, het zou evenzo goed het gevolg van de motregen geweest kunnen zijn.
We zuilen het nooit weten.
Gerrit
Vrijdag 27 augustus 2021
Fietsdag 3
Rorvig - RISSKOV (Arhus)
Afstand: 108 km (46 met fiets, rest met boot)
Zaterdag 28 augustus 2021
Fietsdag 4
Risskov (Arhus) - Silkeborg
Afstand: 50 km.









