De Lustige Reiziger

Doorrijklootzak

Het is 6.00 uur. Des ochtends. Dat dan wel. Dat we daar geen misverstanden over krijgen. Lieve kijkbuiskindertjes.


De televisies schreeuwen het al weer uit. De Nepalezen in mijn hotel vangen met veel geluidgeweld de dag weer aan. Gorgelend. Spugend. Douchend. Televisie kijkend. You name it. Als het maar geluid maakt. Bij voorkeur hard. En luid!


Ik volg zo geluidloos mogelijk het ritme van de Nepalezen. En sta elke ochtend rond 6.30 uur op. Jaaah, een half uurtje later. Ja. Tis vakanscie ja!!


Maar daardoor zit ik al om 8.30 uur op de fiets. Het is mistig. En rustig. Op de weg.


Gisteren heb ik een rustdag ingelast. Energie opgedaan. En ik begin kalmpjes. De etappe is vlak. Ik ben voornemens om 65 kilometer te fietsen. Dat is niet erg ambitieus. I know. Maar ik ben wat bezorgd geraakt over mijn energiepeil. Vandaar het lage ambitieniveau. Voor vandaag.


Aanvankelijk gaat het fietsen lekker. Maar na 16 kilometer fietsen zit ik er volledig door!


Ik snap er niets van. Ik heb vijf borden rijst en kip naar binnen gewerkt. Verspreid over twee dagen. Dat jullie niet denken dat ik ........Verder de nodige kilo's fruit (lijkt overdreven, is niet zo). En cola en andere meuk. Goed m'n rust gepakt. En hier sta ik dan. Na 16 kilometer. Volkomen aan de latte (is een oude Veluwse uitspraak wat zoveel betekend als, compleet naar de kloten).


Ik ben wat uit het lood geslagen. Ik trap nog wat. Vooruit. Dat dan wel. Maar het gaat voor geen meter. Ik moet opeens aan mijn moeder denken. Wat zou ze in een dergelijke situatie tegen me gezegd hebben.


Nou, ze zou gezegd hebben: 'jongen wa mutie noe toch in da varre land, en dan ok noch helemaol allenig, da hij d'r noe van, was toch tuus e bleem'n'. Voor zeker. Maar als het niet in Nepal was, maar thuis, dan had ze gezegd: 'neem eerst maar 's een bakkie thee jongen, en dan zien we wel verder'. En dat advies van mijn lieve moeder volg ik op.


Binnen een paar minuten zit ik aan een bakje melkthee. In een glazen kopje. En dat smaakt me toch een partij lekker. Ik ben al mijn energiezorgen even vergeten. Na een klein half uurtje theeen stap ik op. En verdorie. Herboren. Zo voel ik me. Het fietsen gaat weer als een speer.


Mijn moeder is er niet meer. Maar met terugwerkende kracht ben ik haar dankbaar. Voor haar thee-advies.


Beste volger. Ik ga u twee dingen meedelen:

1. ik ben geen held

2. ik rijd elke dag met veel plezier naar mijn werk


Fijn Gerrit. Gefelicteerd ermee jongen. Houwe zo. Vooral doorgaan op de ingeslagen weg. Nergens afslaan. Maar eh..... what the fuck moeten wij er mee?


Waarde volgers, niet zo ongedulidg. Ik ga het u (met veel plezier) uitleggen.


Ik rijd elke dag met buitengewoon veel plezier naar mijn werk. Echt waar. Ik heb een leuke baan. En dito collega's (ik moet dit typen, want ze lezen mee). Maar ondanks de dwangmatigheid die er toch wat inzit, is het ook de waarheid.


Echter, er is een (1) dag per jaar dat ik met minder plezier naar mijn werk rijd. Iets met pest. Iets met lijf. Combineer maar raak. Dan is het voor mij Nationale RampenDag!


Wat dan? Hoezo? De ARBO-herhaalcursus. Herhaalcursus omdat ik de voorherhaalcursus al 'in the pocket' heb. Wat een vreselijke suffe dag is dat toch. Dat gemuts met het aanleggen van verbanden, open ellebogenwerkwonden verbinden, ingegroeide teennagels er uit trekken, hoofdwonden stelpen, die vreselijke neppop nep-reanimeren. Er komt potdomme geen eind aan. Die dag.


Neeh.... nou niet beginnen te zeiken van, ja maar het is heel belangrijk Gerrit... en stel je 's voor dat er wat gebeurd Gerrit ......en .....


Jaaah, stop maar. Dat weet ik allemaal ook wel. Tuurlijk. Is belangrijk. Moet gebeuren. Maar ik houd er niet van + (en dat is een veel zwaarder wegender argument) ik ben geen held. Geen held in bloederige situaties en zo. Een vervelende constatering. Maar waar. Helaas.


En dat is wel precies waar ik rond 15.00 uur vanmiddag in beland ben. Een bloederige situatie.


Ik heb net een paar flinke klimmen voor de kiezen gekregen. En met de zoete smaak van de afdalingen nog in de mond zie ik in de verte een flinke groep schoolkinderen staan/lopen. Er is rumoer. Iets afwijkends. Ik fiets langs. Kijk om in het voorbijgaan. En zie een meisje. Ze staat wat voorover. Huilt. Hard. En bloed stoomt langs haar kuit naar beneden. Ook hard. Dat stromen. Haar kuit ligt helemaal open.


Lieve volgers, Ik zei het al. Maar herhaal het graag nogmaals. Ik ben geen held. Ik schiet dan ook dertig meter door. Denk na. En knijp hard in de remmen. Keer om. En binnen tien seconden ben ik bij het arme kind aangekomen. Gris (buitengewoon snel) mijn EHBO-koffertje onderuit de fietstas. Haal er een zwachtel uit. En verricht iets van wikkelwerk. Zonder nu precies te weten of ik iets goeds aan het doen ben. Of dat ik iets structureels aan het stuk maken ben


Echt, er zijn mensen op deze aardbol die daar echt veel en veel beter in zijn...........die het ook leuk vinden (ik noem dat een genetische afwijking).


Afin. Ondertussen probeer ik mensen te bewegen om een arts te bellen. Niemand die wat doet. Ik zie een busje. Wijs er naar. En zowaar.. Een bestuurder meldt zich. Ik commandeer 'm met het ding naderbij te komen. En dat doet ie. We tillen het meisje op de achterbank. En verder...... zal het wel goed gekomen zijn.

Licht natrillend spreek ik een docent aan. Het meisje schijnt door een jeep te zijn aangereden. Ik vraag waar de jeep is. 'Doorgereden'. Veelal rijden de bestuurders door. Bang voor de mogelijke consequenties. Zo verteld ze.


Ik hoorde laatst een verhaal van een vrachtwagenchauffeur die ook iemand had aangereden. In een dorpje. Hij was wel gestopt. En toen vervolgens door de menigte tot bloedens toe geslagen.


Wat is het geval in Nepal. Vrachtauto's, bussen, Jeeps. Het rijd hier allemaal veel en veel te hard. Ook door dorpjes. Langs dieren. En veel erger. Ook langs schoolkinderen.


Ze toeteren wel, teneinde te laten weten, dat ze er aan komen. Maar vaart minderen. Ho maar! Gewoon met een gangetje van 80 of 100 door de bebouwde kom. .... Tja, en zie hier een gevolg van dit roekeloze rijgedrag.


Doorrijklootzak!


Mooi scrabbelwoord trouwens! Zou je daar bonuspunten voor krijgen?



De teller staat op 65 kilometer. Ik ben in mijn doelstadje. Heb mijn vooraf opgestelde doelstelling (hartstikke SMART) meer dan gehaald voor vandaag.

Er blijkt een (1) hotel te zijn. Ik keur de kamer af. Dit is ver beneden mijn maat. Smoezeliger dan smoezelig. Maar 'smerig' wordt ook goedgekeurd. Kun je toch nog een 'tien' halen (alleen als je 9,5 stond, anders niet). Dit gaat echt niet gebeuren. Overnachten in dit hok!


Ja, eh.......fijn en stoer. Dat afkeuren. Maar de consequentie is wel dat ik er nog twintig kilometer bij aan moet knopen vandaag.


En dat is niet helemaal fijn. De laatste tien kilometer verfietsen dan ook enigszins in 'het rood'.


Maar het lukt. Ik vind een fijne kamer In Gorusinge. Internet. En eten.


Morgen op naar Butawal!


Ps. ik zal me toch maar weer aanmelden voor Nationale Rampendag nummer zoveel in 2012.......


BoehBah

'Het begint langzaam tot mij door te dringen waarom ik slechts 150 roepies hoef te betalen'. In dit hotel.


Ik zal niet alleen slapen vannacht. Zoveel is duidelijk.


Ik krijg gezelschap. Ik zal de kamer moeten delen. Het minder goede nieuws is dat ik daardoor wat minder privacy zal genieten. Maar er is ook goed nieuws. Het is een 'zij'! En eerlijk is eerlijk: ze is best wel mooi. Wat een 'natuurlijke' schoonheid!


Een geit komt me gezelschap houden. Vannacht. In my room.


En ik weet wel dat een geit in principe geen 'boeh' af 'bah' zegt. Echter, van tijd tot tijd roept ze wel 'beh'. En dat doet ze misschien ook wel op momenten dat ik geen 'boeh' of 'bah' zeg. En als ik dan wakker 'gebeht' wordt, dan zeg ik waarschijnlijk wel 'boeh' of 'bah'. Teneinde de geit te bewegen om geen 'beh' te zeggen. Maar die gaat dan waarschijnlijk weer op mijn 'boeh' of 'bah' reageren.


Dit beloofd voorwaar een hele onrustige boeh-bah-en-beh-nacht te worden.


Ik ben vanochtend vertrokken uit Nepalganj. Een digitale fotocamera rijker. Ik heb in tien minuten tijd mijn hele maandbudget er door gejaagd. Afin, ik kan weer foto's maken.


En de route is vlak en rijk aan bos. Groen. Bosrijk. En geel. Van tijd tot tijd. De komende 150 kilometer hoef ik geen voorzieningen te verwachten. Zo is mij gisteren beloofd. Ik heb me dan ook verzoend met het idee dat ik mijn tent ergens halverwege zal moeten gaan opzetten. In het bos. Honderdvijftig kilometer op een (1) dag is (vandaag) teveel.


Even voor half vijf bereik in het eerste dorpje sedert uren. Kusum. Een kilometer of tien voor het dorpje boden zich nog enkele veneinige zeven procent klimmetjes aan. Ik ging op hun voorstel in. En beklom ze. Had ook geen keus. Ja, terug gaan. Maar daar was ik al geweest. Net nog. Had ik al gezien. En bewonderd. Dus knoerten en ploeteren maar.


Kusum dus. Daar rolde ik dus binnen.


Het lijf is hard aan eten toe. En daarna. Ietsjes doorfietsen. Rustig plekje zoeken. En dan de tent opzetten. Dat is het plan.


Voor het geval-je-weet-maar-nooit vraag ik tamelijk verwachtingsloos naar iets van onderdak. Dat blijkt er waarempel te zijn. Een jongen neemt me mee naar een hut. De meest schilderachtige kamer ooit valt mij ten deel. Lemen vloer. Lemen plafond. Lemen wanden. Een bed van gevlochten mattentouw. En er is, als klap op de vuurpijl, geen electriciteit en geen water beschikbaar. En ook geen vuurpijl trouwens. Dan maar ergens anders een klap op geven.......Wat ben ik blij met mijn onderkomen voor de komende nacht..


Eten is lastiger. Althans het vinden er van. Het 'hotel' serveert wel wat. Maar dat vertrouw ik niet. Qua hygiene. Uiteindelijk vind ik een man die aardappelkoekjes aan het bakken en braden is. Ik koop er eerst een (1). En daarna nog drie. Zeer smakelijk!


Na het eten spreek ik een chauffeur aan. Hij bestuurt een jeep van het Internationale Rode Kruis. Hij verteld me dat zijn organisatie zich binnen enkele jaren gaat terugtrekken uit Nepal. Het werk zit er op. De situatie is nu voldoende gestabiliseerd. Geen werk meer voor het Rode Kruis. In Nepal. En daarmee zal ook zijn baan ten einde raken. Hij is blij voor Nepal en 'Ik vind wel weer een nieuwe baan', zo verteld hij me.


Het krioelt hier van de UN-auto's. Tientallen heb ik er al geteld de afgelopen elf dagen. Verschillende. Of het moet zijn dat er een (1) de hele tijd heen en weer zit te rijden. Om mij te 'fokken' (om in geitenjargon te blijven spreken). Maar ik denk het niet.


De UN is opgedeeld in afdelingen. Een aantal afdelingen zullen zich, net als het Rode Kruis, ook geleidelijk aan terugtrekken. De afdelingen die zich bezig houden met educatie, opbouw, medische zaken en zo, die zullen voorlopig nog in Nepal actief blijven.


Tja, die geit.


Ach, de omstandigheden zijn tamelijk schilderachtig. De mensen hier bedoelen het zo goed. Zijn zo vriendelijk. Laat ik de klachtenlijn van dit hotel nu maar niet meteen bellen. Of roomservice. Ik heb zo gauw het nummer ook niet bij de hand trouwens.


En zo'n geit heeft tenslotte ook het recht om wat onder een dak te staan. Onderdak. Weet je, 'ik geef haar een naam'. Ik noem haar Caroline. Dat schept meteen iets van een band.


Maar ik waarschuw d'r wel. Doe ik bij die andere Caroline ook altijd. Als ze me vannacht wakker 'beh't'. Dan bestel ik morgen voor het ontbijt een lekker mutton(geiten)curry.


Dat zal d'r leren!

Fijnproeven

'Zo, culinaire vrienden'. 'Stelletje fijnproevers'. 'Wat fijn en smakelijk dat jullie er weer bij zijn'.


Jullie zullen wel trek hebben. Mm.....tijd om het onderwerp 'eten' 's nader onder de loep te nemen. Niet dat ie ergens te bekennen is hoor. Die loep. Laat staan dat je hem ergens onder kunt nemen. Maar zonder zou ook moeten lukken.


Ik ben nu twaalf dagen in Nepal. En ik begin iets van een idee te krijgen van de eetgewoonten. Van de platteland-Nepalees. Niet volledig. Bij lange na niet. Maar toch.


We moeten wel vroeg op. Ja, sorry! Het ontbijt start voor veel Nepalezen rond 6.30 uur. Lekker op tijd!


Voor het ontbijt heb ik de Nepalezen verschillende dingen zien eten. Een scherp driekhoekig gefrtituurd geval met een zeer spicy sausje. Maar ook een omelet behoord tot de mogelijkheden. Houd er wel rekening mee dat er een groen pepertje of twee, drie door gesnipperd worden. En wat ui en paprika. Heerlijk, op de nuchtere maag. Gekookte rijst met een sausje vinden ze ook heel smakelijk. Dat wordt met de handen gegeten. Alles wordt met de handen gegeten. Er komt geen bestek aan te pas. Veelal is de basis een chapatti, een pannenkoek rond brood, dat iets steviger is dan een pannenkoek.

charlottie

Of Charlottie. Althans, zo spreek je het uit. Een gefrituurde vrij grote ronde schijf, Met een groot gat er in. Zeg maar een kleine hoepel. Smaakt als Sinterklaas. Alhoewel ik natuurlijk geen idee heb hoe Sinterklaas zelf smaakt. Jullie denken toch niet dat ik mijn spaarzame vrije tijd aan Sinterklaas zit te knabbelen. Tuurlijk niet man!! Daarbij, Sinterklaas heeft zelf ook nog wel 's andere dingetjes te doen hoor.


Nee dus. Maar ik krijg de smaak van Charlottie niet goed thuisgebracht. Maar het houd ergens het midden tussen het zoet van strooigoed en de hartigheid van een amandelstaaf. Met de letter 'G'. Natuurlijk!


En dit zijn nog maar enkele voorbeelden. Er zijn veel ontbijtvarianten. En ze worden ook moeiteloos met elkaar gecombineerd. Er wordt bijna altijd thee bij gedronken. Melkthee. Vaak heel lekker. Zoet ook. Liefhebbers van koffie komen in dit land op ......de koffie (beetje te makkelijk deze.....). Suikerhaters ook trouwens.


Tijdens de lunch en het avondeten wordt er Nepali-food gegeten. Er is het nodige denkwerk aan vooraf gegaan. Maar het moet gezegd. De naam is goed gekozen. Iets met dekken. En iets met lading. Lat ik het zo stellen. Het is food. Het is in Nepal. Zie daar de naam: Nepali-food.



Nepali-food bestaat uit een behoorlijke hoeveelheid rijst. Gekookt. Zo wit als sneeuw. Elke zilvervlies is met zorg verwijderd. Verder: dood gekookte bladgroente (soort spinazie), bloemkool (beetje spicy), een groenachtig sausje (waar je een schijfje citroen in uitknijpt) en een lepeltje groene zeer scherpe curry. En dit alles worden met de rechterhand naar binnen gelepeld (zo komt er toch nog een lepel aan te pas). Soms bestellen mensen er een chapatti bij. En dat wordt dan gebruikt om het eten naar binnen te werken. Kom je wat tekort, dan wordt dit meteen aangevuld.


Het leest vast heel gezond en lekker. Dat laatste is betrekkelijk waar (subjectieve waarneming). En dat eerste een stuk minder. Komt ook omdat het vrij eenzijdige maaltijd is. Ze eten dit nagenoeg elke dag. Je kunt het overal bestellen. Het is goedkoop. En daarme erg toegankelijk voor een grote groep mensen. Maar wel weinig afwisseling dus. Dit eten wordt vaak genuttigd met water.


Voor de meeste Nepalzen is het niet weggelegd. Maar toch maar even behandelen. Restaurants en gezelligheid. Mm....je moet wel een heel goed huwelijk hebben om wekelijks uit eten te gaan in Nepal. Echt gezellig? Nou neuh!



De restaurants bestaan uit enigszins smoezelige lokaaltjes. Het is niet fijn om te zeggen, maar zo is het wel. Wat tafels. Kaal. Stoelen. Vaak plastic. Soms hout.

Het Nepali-food wordt opgediend op RVS-schalen met van die vooringedrukte vakjes. Om de meuk nog een beetje uit elkaar te houden. Wat op zichzelf vrij zinloos is, want in het lichaam .......


Nee, je kunt beter wat bij de AfhaalNepalees halen. En het beter thuis wat gezellig maken. Een enkel kaarsje. Zodat het nog net lijkt of ze wel aantrekkelijk is. Of hij. Een bosje bloemen. Vind ze leuk. Voor hem hoeft het niet. Een muziekje. Niet te hard. Iets van achtergrond. Zal wel die vreselijke Borsato worden. Of Nick en Simon. Of nog erger: Jan S. Een vermeende crimineel die later een tamelijk succesvolle zangcarriere is begonnen. Houdt ze van. Of een enorme ruige death methal band. Standje tien. Daar houdt hij dan weer van. Wat gezellige kussens gedrappeerd .... ach ,..... kijk zelf maar even.....


Als voorafje worden schijfjes komkommer en appel gegeten. Toetjes ben ik zelden tegengekomen. Zijn ze niet goed in.


Aan de reiziger is ook gedacht. Van tijd tot tijd staan er fruitkraampjes. Langs de weg.


Momenteel is het mandarijnen-tijd. Die worden keurig als een Egyptische piramide opgestapeld en gepresenteerd. Verder hangen er trossen met overrijpe bananen. Nepalezen zijn er gek op. Dat moet wel. Met zoveel aanbod. Bananen worden hier per kilo verkocht (in Pakistan en India zijn het ook echte liefhebbers van die gele jongens in die iets te kleine verpakking, waarom trekken ze anders krom).


En appels. Soms wat sinaasappelen. En dat is 't. Vaak worden er ook rollen koekjes en kleine zakjes spicy knabbelgoed verkocht. Maar vaak is dit ver 'over de datum'. En alleen eetbaar in noodgevallen. En dat is in mijn geval al wel een aantal malen voorgekomen.........

bereiding van chowmein..........

En dan zijn er de bakken-en-braden-kraampjes. Overal staan ze. Van 's ochtends vroeg tot s' avonds laat. In Nepal zijn de gefrituurde eieren populair. Keihard gekookte eieren. Zwart. 'Precies the way I like them'. Gehalveerd. In deeg gerold. En dan gefrituurd. In niet al te frisse olie. Wordt met een aantal zeer scherpe sausjes geserveerd.


Of de aardappelmeuk. Een voorgebakken soort 'aardappelpasteitje'. Dit wordt op een grote bakplaat of wok geplet. Stukjes tomaat en een flinke hoeveelheid groene peper worden toegevoegd. En kikkererwten in een geelachtig sausje. En het geheel wordt nog 's verrijkt met de nodige spicy sausjes. Dit wordt opgediend in bladeren van een boom. Die dan weer de vorm hebben aangenomen van een bakje. Je lepelt het goedje naar binnen met zo'n houten ijsjes-lepeltje. Verrassend lekker. En prima binne te houwe.


Of chowmein. Het beste te vergelijken met onze mihoen. Iets dikkere slierten. Vaak is sla en groene peper meegebakken. En op verzoek. Kip. Of geit. Levenloos. Zeg maar dood. Dat dan weer wel. Het geheel wordt opgediend met een rood en lichtgroen sausje. Heeeel spicy!!


En zo zijn er nog heel veel varianten. Tegen de avond neemt het aantal van dit soort bakken en braden kraampjes trouwens enorm toe.


het 'rollen' van het deeg van de chapati

De bereiding van al deze verwennerijen vinden (op het platteland) plaats op een open vuur. Vaak is er een lemen bakplaats gecreeerd. Met een gat. Waarop de pannen kunnen staan. Daaronder is plaats voor het hout. Vuur er in. En bakken maar. Hoe dichter ik bij Butawal (grotere stad) kom, hoe vaker ik het gebruik van een gastoestelletje zie.


Ik doe zoveel mogelijk mee met de plaatselijke eetgewoonten. Heb vaak ook geen keus. Dus ik moet wel. Wil het ook. Heb wel 's geprobeerd de bezorgpizzerialijn te bellen. Voor de broodnodige afwisseling. En die belpoging slaagde tot mijn verbazing.


Ik bestelde nummer 19. 'Ja, die met vis'. Ben ik gek op. Maar 'het pizzabromfietsbezorgmannetje was toch wat terughoudend toe ie het bezorgadres vernam. Begon wat te stotteren over brandstofkosten. En te mompelen over slijtage van de banden (kan ie eindelijk 's een eind met het ding scheuren, is het verdorie weer niet goed.....).


En hij was bang. Bang dat de pizza tegen de tijd dat ie bezorgd zou worden wellicht wat aan de koude kant zou zijn. Was opgetekend, 'mijn' Drontense pizzabakker! Nou dan niet hoor. Het is graag of helemaal niet (zij mijn moeder altijd).


Geen pizza dus. Gewoon meedoen met de plaatselijke eetgewoonten. Voor het ontbijt probeer ik de groene peper uit de omelet te houden. Lukt soms. Mijn ontbijtmaag raakt maar niet gewend aan zoveel scherpte op de ochtend. Het is me een (1) keer gelukt een brood te kopen. Daar smeer ik dan (in Pakistan gekochte) pindakaas op. En dat is me dan toch een partij lekker joh! Jammie de pammie!!


Het Nepali-food eet ik zoveel mogelijk mee. Sommige onderdelen zijn niet lekker en die bestel ik gewoon niet mee of eet het niet op.


Tot zover de culinaire tips voor vandaag. Nu zelf maar 's aan de slag. Probeer maar 's wat uit. Mocht je twijfels hebben of het allemaal wel spicy genoeg is: gewoon een pepertje of vijf/zes extra snipperen. En de zaadjes gezellig meebakken.


Houd wel de brandblusser bij de hand. En sluit vooraf een goede verzekering af.

En kijk de polis even goed na of er een extra clausule in is opgenomen. Iets met 'binnenbrand'.


Is een tip. Doe er je voordeel mee. Eet smakelijk!

Drupneus

Op 11-11-11 weet ik het even niet meer.


Maar u misschien wel. Waarde volger. En daarom doe ik bij deze een beroep op u. Op u onmetelijke wijsheid. Uw inlevingsvermogen. En uw talent om oplossinggericht te kunnen denken en te handelen.


Bij zware lichamelijke fysieke inspanning ontstaat transpiratievocht. Het vloeibare zoute spulletje verlaat via verschillende kanalen het menselijk lichaam. Basiskennis. Hoofdstuk 1. Biologieboek. Basisschool. Kind kan de was doen. Een en een is twee. De appel valt niet rot van de boom. What's the problem. Zou je zeggen.


Vandaag was mijn minst energieke dag. So far. By far! Ik moest regelmatig mijn fiets in de steek laten. En hij mij. Voor een pauze. Rust. De benen deden pijn. En het lichaam wou maar moeilijk vooruit. De trappers slechts moeizaam rond. Kortom, een slechte dag. Dus.


En de etappe van vandaag viel ook al niet in de categorie easy and calm. Integendeel.


Vijvenvijftig kilometer vals plat. Met de nadruk op vals. En veel minder op plat. Vier. Vijf procent naar boven. Lange onduidelijke klimmen. Dat je denkt dat je er bent. Maar niets er van hoor. De weg klimt nog gewoon een stukje door. Heeft ie zin in denk ik. Doet gewoon z'n eigen zin. Volgt z'n eigen kop. Er valt verdorie ook geen afspraak mee te maken. Klote heuvels!


l

Of zou ie zelf ook twijfelen?. Die heuvel. Dat ie het zelf ook niet precies weet. Zou ook kunnen. Dat ie zelf ook in tweestrijd staat. 'Zal ik nog verder klimmen'. 'Of zal ik dalen'. En dat ie er niet uit komt. Geen besluit kan nemen. Een twijfelaarheuvel. Of een heuveltwijfelaar. In dat geval. Ook geen makkelijk leven. Voor zo'n heuvel.


En na al dat zwoegen is er gelukkig de ultieme glorie van het dalen. Ik hoor het u denken. Zou je zeggen. Is een goed verhaal. Zou een mooie beloning zijn. Echter. Is niet zo. Nee. Het afdalen van vals plat heeft niets met afdalen te maken. Hooguit iets lichter trappen. Naar beneden.


Hoe dan ook. Ik haat 't. Dat getwijfel. Ik heb toch meer behoefte aan duidelijkheid. Klimmen. Of dalen. En bij voorkeur vooraf. Die duidelijkheid.


Ik zou dan ook tegen elke heuvel die ik de komende jaren nog ga beklimmen, willen zeggen (dit is een oproep): 'bepaal wat je gaat doen'. Neem stelling in. Bepaal je klim- en daalstrategie. En heel belangrijk: handel er naar. En....laat het even weten. Maak het kenbaar. Liefst vooraf. Tenminste een (1) Hollandsche fietster doe je er een groot genoegen mee.


Nou ja, zo'n dag dus!



Ok, genoeg geluld. Tijd voor de probleemstelling. Tijdens al dat ploeterwerk transpireer ik. Als een gek. Geen droge vezel meer aan mijn lijf.


Het zweet van mijn voorhoofd heeft een route gevonden richting mijn neus. Ah....daar hebben we het probleem te pakken. In plaats van gewoon te pletter te vallen op de stang. Of nog erger (voor de druppel) op het asfalt. Blijft het onder aan mijn neus hangen.


En dat jeukt als de hel!! En cappituleren? Ho maar. De druppel houdt stug vol. Gelijk een Duitser doorvechtend in de laatste oorlogsdagen. Ik moet mijn hand over mijn neus halen om het ding te elimineren. En je zal het geloven of niet. Binnen enkele momenten hangt er weer een nieuwe te bungelen. En te jeuken.


een van de vele bazaars onderweg......

En natuurlijk. Ik weet 't. Er gebeuren ergere dingen op onze aardbol. Veel. Er zijn zaken die de mensheid meer geweld aandoen. En er vinden gebeurtenissen plaats die onze beschaving trachten een aantal lichtjaren terug te plaatsen in de tijd. Bedreigingen, noem ik ze! 'Doe 's een voorbeeld Gerrit'. Een familiespelletje op TV. Op zondagavond. Een tegen honderd. Gepresenteerd door die sloer........Om maar 's een willekeurig voorbeeld te noemen. Tuurlijk, dat is veel erger. Dan een druppel. Aan een neus.


Maar vandaag kan ik het niet goed hebben. Die druppel.


Hoe dit te voorkomen waarde volgers? Hoe dwing ik die druppel een andere route te volgen? Ik wacht u oplossing(en) met heel veel en oprechte belangstelling af.



Het is een uurtje of drie. Ik ben in Lamahi. Het stadje is net zo goed pittoresk te noemen als eh....Biddinghuizen. Of Wezep. Of Zoetermeer. Of Nieuwegein. Of Zeewolde. Of.....afin, u heeft een beeld, waarde volger. Maar wat ben ik blij dat ik er ben. En dat er een drietal guesthouses staan. En dat er iets van eten is.


Lamahi ligt honderdvijventwintig kilometer ten Westen van Butwal. Vandaar ga ik richting Tansen en Pokhora. En nog weer later richting Kathmandu. Mijn eindbestemming in Azie.


Leuk dat verder denken. Maar vandaag stopt het hele verhaal in Lamahi. Ik ben volledig afgedraaid. Tot op mijn veters. Misschien dat de vier aardappelkoekjes (van gisteravond) ook net niet helemaal voldoende waren voor bovengenoemde inspanningen met als extra handicap een jeukende snotneus...........


Ok, energie tanken. Uitrusten. Dat is het motto voor de rest van de dag.


Tot zover even.

Charger

Je hebt zo'n rijtje. Barcelona, Milaan, Madrid, Londen, Parijs, Venetie, Lissabon, Biddinghuizen. Stuk voor stuk leuke plaatsen om een weekendje of een midweekje naar toe te gaan. Die laatste in het rijtje is overigens de meeste onderschatte van het stel. Nog niet overlopen door hordes toeristen. Dus grijp u kans. Is een tip!


Nepalganj krijg ik er in dit rijtje vooralsnog niet bij ingepropt. K' zou wel willen hoor. En Nepalganj vast ook wel. Dus de wil is er wel. En ik heb het ook wel geprobeerd hoor. Om te kijken of het potentie heeft om aan het rijtje toegevoegd te worden. Maar ik zie niets. Geen hand voor ogen. En zelfs als ik de hand voor mijn ogen weghaal. Stof. Stof. En nog 's stof. Nepalganj is gehuld in een (1) grote stofwolk.


'Don't go to Nepalganj'! And when you find yourself in Nepalganj go as fast as you can from there ' Het is niet de exacte tekst uit de Lonley Planet. Maar ik heb wel iets van een strekking te pakken.


geoogste rijstvelden.......


Drie keer raden waar ik mij op dit moment bevindt? Heel fijn. Goed geraden. En nog wel in een keer. Toe maar. U glijd als een niet Hollandsche Olympische Bobsleer zo door naar de volgende ronde. Houd er wel rekening meer dat de antwoorden daar lastiger te geven zijn. Althans, de goede. Verkeerde antwoorden geven is natuurlijk helemaal niet moeilijk. Tenzij dat natuurlijk weer de bedoeling is. Dan wel. Anders niet.


Tot een uur of vier was het puur genieten geblazen. Vandaag. Met de nadruk op blazen. De temperatuur blies zichzelf op tot 38 klein nulletje C. De zon had een topdag. En de wind had een off-day. Wat wil een fietser nog meer!


'Nou, ik weet wel iets'. Een batterijcharger voor mijn fotocamera. Die wil ik van Sinterklaas. (want jullie zullen inmiddels al wel weer van die heerlijke pepernoten lopen te snoepen....ah....wil iemand van jullie een letter G kopen, melkchocolade, met hazelnoten.....geen puur .......niet met elkaar overleggen van koop jij het of ik.....en ook niet denken ......die ander doet het wel......en ook niet te lang wachten......de letter G is erg gewild......dat weet je alleen als je voornaam met een G begint......anders waarschijnlijk niet.....tenzij je een letter moet kopen voor iemand wiens voornaam met een G begint......dan waarschijnlijk weer wel.........is voor mijn zo'n leuke verrassing als ik terugkeer.....nou ja, kijk maar even......ik ben er dol op.....ook op zoet woonbootjesdrop van de Aldi, trouwens, maar nogmaals kijk maar even......je zou me er wel een groot plezier mee doen.....maar ik zal verder niet aandringen......beide mag natuurlijk ook.......ik zal het niet 'door mekaar eten' beloofd.......maar kijk maar even......o ja, pepernoten met een melkchocoladelaag.....die man of vrouw die dat bedacht heeft, die moeten ze toch ook een standbeeld geven......wat een gouden combinatie......maar kijk maar even).



Ik ben even van de hoofdweg afgeweken. Ik hoop in de grote stad Nepalganj een batterijcharger te vinden. Potdomme! Ik ben in Nepal. Ik passeer zoveel mooie fotowaardige plekjes. Ik wil foto's kunnen maken. Als mijn zoektocht niet het gewenste resultaat oplevert, dan moet ik maar investeren in een klein compactcameraatje. Het is niet anders.


Nepalganj ligt tegen de Indiaase grens aangeplakt. Maar dat moet je weten. Want dat kun je niet zien. Vanwege het vele stof. Je kunt de stad wel horen trouwens. De Indiaase invloeden zijn hier duidelijk merkbaar. Stof. Toeteren. Chaos. Vuil. Die vier componenten worden hier moeiteloos op z'n Indiaas door elkaar gehusseld. En op een dienblaadje aan mij gepresenteerd. Vandaar het advies van de LP. Don't go there. Maar ja, de LP houdt natuurlijk geen rekening met een stukke batterijcharger. I have to go there.



En. Heel fijn. Ik heb een beginnersfout gemaakt. Ik ben laat op de middag aangekomen. Te laat. En dat is nooit gunstig. Zo ook nu niet. Alle hotels zitten vol. Er is er nog een (1) die kamers heeft. Maar da's natuurlijk (is een wetmatigheid) de duurste van het stel.


Mokkend neem ik mijn intrek. Om daarna te genieten van de luxe.


Morgen ga ik op zoek naar een charger of een nieuw cameraatje.

Bardia

'Head down, and fucking you run'.

Dit is niet de eerste lesdag van de cursus: hoe-leer-ik-

-vunzige- kromme-Engelse-zinnen-componeren-of-spreken.

Ook niet een poging om het woord 'fucking' in een zin te verwerken. Omdat dat zo lekker stoer is. Had overigens wel gekund hoor. Nee. Dit is een Nepalese guide die mij toch enigszins paniekerig aanspoort om dat te doen wat in de eerste regel staat.


Ik ben in het Bardia National Park. Aangekomen. Niet qua gewicht. Maar gewoon met de fiets.

De tocht is geweldig. Ik fiets over een goed geasfalteerde weg. In alle rust. Weinig verkeer. En het verkeer dat er is weet de claxon niet te vinden. En de rem wel. En dat is een fijne combinatie. Daarbij hebben bestuurders in Nepal helemaal geen behoefte om een Hollandsche fietser van de weg te rijden.

Ik fiets in alle stilte en in alle groen. Zo af en toe is er een dorpje. Verstild. Badend in het zonlicht. Voor de fietser in kwestie. Een teken. Tijd voor rust. Eten. Drinken. En zo gaat het al een tijdje. Dat ritme.

Na een kilometer of veertig sta ik vrij plots voor een opvallend moderne hangbrug: de Kaenali brug. Het is the border van het Bardia National Park. Fysiek gezien dan. Niet officeel. Er volgt een controlepost. En hierna is er tien kilometer lang geen auto meer te bekennen. Wel monkey's. En veel groen. Helemaal fijn!

'de brug', die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de gevechten tussen de government en de maoisten, er schijnen 165 kogelgaten in te zitten......

Tegen half vijf kom ik bij de 'echte' ingang van het Park aan. En daar staan de Nationaal Park-gidsen me al op te wachten. En ze willen me allemaal rondleiden. En de een (1) wil dat nog graaaager dan de ander. En de ander is nog cheaper dan de (1) een. Allergisch ben ik er voor. Dat opdringerige gedrag. Maar ik ga er niet aan ontkomen. Een gids. Ik zal wel moeten. Zonder quide is toegang tot het park niet mogelijk.


Uiteindelijk ga ik naar de minst opdringere van het stel. Dat zal ze leren! En raak in gesprek. Met een man.

Toevalligerwijs wordt juist zijn bedrijf in de LP-gids aanbevolen. Niet het goedkoopst. Wel de beste kwaliteit. We onderhandelen kort. Over geld. En we komen een bedrag overeen. Overnachten, een jungletour in het park (wandeling), onbijt, lunch. Een (1) prijs. Klaar ermee.


Ik moet nog wel dertien kilometer het park in fietsen. Daar heeft hij zijn lodge's. De rit is prachtig. Het wegdek doet niet mee. Aan prachtig. Hobbelend en stoempend kom ik net voor het donker aan. Schitterende stille plek.

meisje, woonachtig in Thakurdwara, inside the Bardia park

De volgende dag begint vroeg. 5.30 uur. Ontbijt. Op pad. Ik. En Madhu. De jongste gids die het park rijk is. Negentien.


We steken wat riviertjes over en hebben snel beet. Om 8.00 uur zien we twee neushoorns. Buiten een dierentuin om heb ik die beesten nog nooit gezien. Een bijzondere ervaring.


Rond negenen lopen we langs de waterlijn. Opeens horen we beide het geluid van een kauwende neushoorn. Madhu ziet 'm. Ik niet. En dan roept ie wat in de eerste zin staat..... We zetten het op een hollen. Op de stenige ondergrond lopen we een meter of honderd van de plek vandaan. Daar houden we ons een tijdje schuil.

Gelukkig heeft de neushoorn een snipperdag genomen. Of een ATV-dag. Of heeft even andere dingetjes te doen. Of heeft een ander dagplan in zijn hoofd. Of hij is gewoon veel te druk met kauwen van gras. Hoe dan ook: gelukkig bijt hij zijn kaken niet op ons stuk.


Maar dit gebeuren maakt wel dat ik me terdege realiseer dat ik niet in een dierentuin rondloop. Immers,ik heb ook niet in een rij gestaan of zo. Geen kaartje gekocht bij de kassa. En er zijn ook geen kooien. Tijgers, poema's, neushoorns, oflifanten en nog veel meer loopt hier gewoon los. En wij ook. Enige voorzichtigheid is dus wel geboden.


Om 10.00 uur zien we twee neushoorns en om 12.00 uur zien we opnieuw twee neushoorns, waarvan een (1) nog baby is. De laatste twee kunen we zelfs gedurende anderhalf uur aanschouwen. Weliswaar op veilige afstand.


'Gerrit, tijd voor een wilde-dieren-foto jonge!! ......eh ja......helemaal mee eens.......maar he..... batterijlader naar de klote....weet u nog.....een Spaanse jongen heeft beloofd me wat foto's te mailen.....maar niet nadat ik moest toegeven dat ze de WK-voetbalfinale terecht gewonnen hadden........hopefully, komt hij, na deze onder dwang tot stand gekomen uitspraak, (dit zult u als rechtgeaarde Hollander begrijpen) zijn belofte na! (O ja, en nu geen reacties in de trant van vuile NSB'er, ik heb het maar om een (1) reden gedaan: voor jullie!!!! Dus).


Om 14.30 uur zien we een tijger. Op veilige afstand. Een hele grote. Badend in de zon. Met op de voorgrond drie reeen. Ze lopen geen gevaar. Volgens Madhu. De tijger heeft geen honger. Een tijger met een volle maag vormt geen gevaar. Voor niemand.


Tegen vijven komen we in de buurt van het beginpunt. Daar houdt een olifant de boel op. He is very angry. Heeft z'n dag niet. We zien op korte afstand van ons een aantal bomen heen en weer schudden. Flink. En onze gids waagt het niet om er langs te lopen. Ik natuurlijk wel. Qua durven. Tuurlijk!

Maar ik stel me solidair op met de gids...... want zo ben ik!

We wachten ruim een half uur. Tot de bomen uitgeschud zijn. Dan sneaken we er langs.


Leuke ervaring. De wilde dieren zijn gaaf. Echter, ik merk dat de schoonheid van het park (de diversiteit aan planten en bomen, de kronkelende paadjes, de riviertjes en zo) me misschien nog wel meer doen dan het zien van the wild animals.


Inmiddels heb ik een prachtig plan gemaakt. Ik ga de Annapurna bewandelen. Eind november. Eerste weken van december. Vanaf morgen zet ik koers richting Pokhara.


Zin in. Heul veul!

Buitenspel

Ik weet dat het bestaat. Dat het kan. Dat het gebeurd zelfs. Sowieso elk weekend. Verschillende malen.


Twee mensen. Of meer. Die op dezelfde plaats. Precies hetzelfde zien. Op hetzelfde moment. In dezelfde situatie. En dat die twee mensen die specifieke situatie toch anders interpreteren. Daar een verschillende mening over vormen. Dat anders zien


Ik voel bij u een zekere behoefte aan enige toelichting. Dan kan.


Op zaterdagmiddag ga ik wel 's bij mijn favoriete clubje kijken. Voetbal.
De Wezeper Hattermerbroeker Combinatie. Maar omdat dat voor geen meter klinkt bij het toejuichen van 'onze' matadoren of 'gladiatoren' zo u wil, hebben we een afkorting bedacht. WHC. 'Als leeuwen die Blauwwitten'. Wat dan weer refereert aan onze fantastische clubkleuren. Maar het kan ook de kleur zijn dat ons bloed inmiddels heeft aangenomen. U begrijpt, hier spreekt een supporter!!


Op zo'n zaterdagmiddag staan er toch al gauw .....een mannetje of duizend de wedstrijd te aanschouwen. Daarom heten het ook aanschouwers. Moet je 's opletten als het vlag- en iets later het fluitsignaal voor buitenspel klinkt. De reacties! En vooral de diversiteit van de reacties. En hoe daar dan over gediscusieerd wordt.


Opmerkelijk. Iedereen kijkt namelijk naar de dezelfde situatie. Misschien vanuit een iets ander perspectief. Maar toch. Iedereen kijkt naar hetzelfde. En toch zijn de meningen verschillend. Van meters buitenspel, tot die scheids is een eikel, moet een bril, is een rugridder, is een wijf.....(teksten heb ik niet verzonnen, dat is wat mensen roepen, voor klachten, graag in de rij van dat andere loket. wel graag achteraan aansluiten, het is er nogal druk).



De PVV heeft in zijn partijprogramma de totale afschaffing van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget neergepend.


'Overgangetje he?!'

Afschaffen. Niet meer nodig. Geldverkwisting. Ons land heeft zelf problemen zat. Nederlanders eerst. Geldkraan dicht. Stopzetten. En wel onmiddelijk!

Ik ben nu zo'n zeven fietsdagen onderweg in Nepal. Het platteland. En ik heb het gezien. En dat ik 'het' zie is geen buitengewone prestatie van mij. Je ziet het namelijk overal. En ik wil dat Geert het ook ziet. Geert W. Gezellig. Samen. Met z'n tweetjes. Geert en ik. Ik en Geert. Naar Nepal. Hoeft niet op de fiets. Gewoon vliegen. Eerste klas. En dan met een luxe fourwheel-drive bezoeken we een Nepalees dorpje. Op het platteland. Willekeurig. Niet van tevoren bedacht. Geregisseerd. Of voorbereid.


En als we dan aankomen. Dan stappen we uit. En lopen we naar een huisje. En gaan we heel dicht tegen elkaar staan. Lekker knus. Dat we de situatie nagenoeg vanuit hetzelfde perspectief kunnen waarnemen. Dit om eventuele perspectiefruis te voorkomen. En dat we dan gedurende tien minuten het leven van de bewoners waarnemen. En de omstandigheden waarin ze wonen. De uit hout opgetrokken wanden. Dichtgesmeerd met leem. Daken bestaande uit golfplaten. Of riet. Of plastic.

Met zo hier en daar wat gaten er in. En mensen die wat hout bij elkaar sprokkelen om wat vuur te maken om zich te kunnen warmen. En kinderen die zich met rivierwater moeten reinigen. Vervuild. En verder kijken naar alles wat zich binnen die tien minuten op dat moment, op die plek afspeelt.


En dat ik dan na tien minuten aan Geert vraag wat ie heeft gezien. En dat ie dan eerst nog wat tegenstibbelt. Nog wat zeurt over een poort. Een oprijlaan. Een grindpad. En bedienden. En dat die gaten in het dak net zo goed kunnen zijn voor ontluchting (want te vochtig wonen is niet zo gezond voor een mens). En dat dat hout ook best voor de open haard zou kunnen zijn, met een wijntje en wat stokbrood een beetje warmpjes tegen elkaar aan.........


En dat we dan samen gaan kijken of dat ook echt allemaal zo is. Geert en ik. Ik en Geert. Controleren. Of dit echt is.Wat Geert heeft gezien. En dat we dat dan niet kunnen vinden. Die toegangspoort. En die oprijlaan. En er wil maar geen grind onder Geerts schoenen kraken, en de openhaard is in geen velden of wegen te vinden, laat staan gebruikte wijnglazen en de kapjes van het stokbrood.......(Geert beschadigd zijn verhemelte altijd aan die verdomde 'kapjes' en snijd ze er altijd af, hij kan zich goed voorstellen dat andere mensen dat ook doen, vandaar dat ie er zo scherp op is.....)


En dat Geert dan uiteindelijk schoorvoetend toe moet geven dat we.....hetzelfde zien.


En dat we daarna weer naar Nederland afreizen. Tweede klas. Geert vind eerste klas reizen inmiddels onnodige geldverspilling. Geert is overigens wat stilletjes tijdens de reis. Dat valt op. In Nederland aangekomen grijpt Geert de eerste beste mogelijkheid aan om het ontwikkelingssamenwerkingbudget op de agenda te zetten. En Geert laat een heel ander geluid horen. Hij heeft 'het' namelijk gezien. Gezien hoe het is. Gezien wat velen zien.


Een van die velen is Jan Pronk (mijn moeder zijn altijd Jan Dronk, hij schijnt vroeger een drankprobleem te hebben gehad). Oud minister van ontwikkelingssamenwerking. En nog veel meer. Laat ik mijn bewondering voor deze man meteen maar onder de stoelen of banken vandaan steken. Die is groot. Heel groot.


Lowlands 2011. In een hele grote tent mogen vooraanstaande figuren een gastcollege verzorgen. The Lowlands University. Jan Pronk stond geprogrameerd voor de zaterdagmiddag. Ik zat vooraan. Meneer Pronk gaf een college over ontwikkelingshulp.


Een goed verhaal. Van elke emotie ontdaan. Bevlogen. Gedreven. Goed onderbouwd. Planmatige aanpak. Geweldig inspirerend. Zeventig jaren jong. En nog steeds overtuigd van het feit dat het anders kan. Anders moet. Hele globale conclusie: Wereldwijde aanpak en wat geld.


En ik heb ook een idee ontwikkeld. Minder hoogdravend. Wel praktisch. En ja, het kost ook wat geld. Daarom zamelen we geld op TV. We doen gewoon een gezellige familiequizavond, gepresenteerd door Caroliene Tensen (u begrijpt dit is potdomme een stevige concessie mijnerzijds, maar goed, het doel heiligt het middel).


En met het ingezamelde geld kopen we de marketingjongens en – meisjes van Coca Cola op. De hele afdeling. Waarom? Op mijn verschillende fietsreizen heb ik gemerkt dat je overal ter wereld, zelfs op het meest afgelegen verlaten plekje of topje van een bergpas, nog wel een lauw flesje cola te krijgen is. Als dat kan. Met Cola. Als dat mogelijk is. Als die jongens en meisje dat voor elkaar kunnen krijgen. Dan moet dat toch ook met andere zaken kunnen dan Cola. Bijvoorbeeld voedsel: rijst, groente, fruit. Of medicijnen, voorbehoedsmiddelen en nog veel meer en andere meuk. Voor mijn part leveren we het tegelijkertijd met de cola af. Scheelt in de reiskosten.


En mocht de Coca Cola Kumpenie iets teveel tegenstibbelen. Dan gaan we over op Plan B. Dan kopen we gewoon de marketingafdeling van een willekeurig Nepalees mobiel telefoniebedrijf op. Die mobiele telefoonwinkeltjes zie je namelijk ook overal hier. In het meest afgelegen stoffige dorpjes staat wel zo'n winkeltje. Als dat ze dat voor elkaar kunnen krijgen..........


Terug naar Geert. Plaats delict: de tweede kamer. Zijn pleidooi is vurig. Gedreven. Bevlogen zelfs. Tijdens het spreken verlaten straaltjes speeksel zijn mond. En hij slaat met zijn vuist op het cateder. Niks afschaffing of vermindering van de hulpgelden. 'Ben je belazerd'. 'Knettergek zijn jullie', schreeuwt Geert uit (Geert gebruikt dat soort woorden......zelfde loket......).


Niks ervan. Andere richting uit. Opschalen. Elke Nederlandse belastingbetaler gewoon een knaak extra. Op jaarbasis. En dat komt dan ten goede aan Nepal. Of aan deel van de Pakistaanse bevolking. 'En zo niet, dan leggen we een bom onder het kabinet', dreigt Geert.


M. Rutte en zijn vriendjes zijn het er helemaal niet mee eens. En stribbelen nog wat tegen. Mompelen nog iets over een druppel en een gloeiende plaat. Maar buigen het moede gedooghoofd. 'Als Geert het wil......'


'Ja. Dat zou wat zijn'.


Maar ik denk het niet. Geert zal het wel anders zien. Iets met buitenspel of zo.



'een druppel op een gloeiende plaat geeft ook stoom'

Ben

Ik ben er nog lang niet. En als ik er ben, dan ben ik er nog niet.


Typisch gevalletje dronkenschap Gerrit'? Nou, dacht het niet beste veroordelaar. Alcohol, in grote hoeveelheden, is aan mij niet besteed. 'Iets eh...met sponsering door onze mobiele telefonie-vriend BEN misschien'?

Dacht, het ook niet. Ik heb een hoofdsponsor. En die heet gewoon Stichting Geldersch Landschap en Kasteelen.


Had overigens wel gekund: die sponsering door een telefoniebedrijf. Iedereen hier heeft zo'n mobielding. Maar 'had gekund' betekend dat het dus niet zo is.


Ik ben vanochtend vertrokken uit Dhangahdi. Een stadje dicht tegen de Indiaase grens..Maar niet nadat ik een telefooncharger heb besteld. Ik ben een aantal winkels langs geweest. De verwachtingen varieerden van 'overmorgen in huis' tot 'niet leverbaar in Nepal'. Ik geloof de laatste. Maar heb mijn hoop gevestigd op de eerste. Daar heb ik dan ook mijn order geplaatst. Ik wordt gebeld als het ding gearriveerd is. Ik reis terug om 'm te halen. Dat is de afspraak.


Ik besloot vanochtend om de secondary road te nemen. Omweg. Die loopt parallel aan de Indiaase grens. Wat een goede keus! Een fantastische route. Dwars door het groen slingert de weg. Het doet dorpjes aan. Om die na korte tijd ook weer te verlaten. En vervolgens weer aan te doen. En weer te verlaten. Wat een schoonheid. Genieten in het quadraat.


Er is slechts een (1) maar. Het wegdek doet zijn naam eer aan. Er is namelijk geen wegdek. Er is zand. Dat vormt het wegdek. Dus eigenlijk is er wel wegdek. Het doet zijn naam helemaal geen eer aan. Wat lul ik toch. 'Gerrit, schep 's duidelijkheid in deze netelige kwestie jong!!'


Ik denk dat het zo zit: het zand heeft zijn kans waargenomen en heeft meteen de plaats van het asfalt ingenomen toen het asfakt even niet oplette. Opgestaan. Plaats vergaan. Dat moet het zand gedacht hebben. Medogenloos spulletje. Dat zand.


En die zandsituatie blijft volgens een landmeter de komende 61 kilometer zo. Het landschap om de zandweg heen veranderd. Bos wordt akkerbouw. Er stroomt een rivier, Geoogste rietvelden. Vrouwen die het rijstkaf van het rijstkoren scheiden. Het land wordt bewerkt. Kleurrijk. Echt machtig mooi. Het roept bij mij de sfeer op van de Weerribben. De Wieden. In wintertijd.

Na dertig kilometer fietsen steek ik via een gammele brug een rivier over. Na de 'oversteek' moet ik een tijdje mijn fiets duwen. Door het mulle niet fietsbare zand. Maar na verloop van tijd verbeterd de situatie en kan ik weer trappen.

Het is inmiddels al half drie. Ik zet mijn tocht, die een beetje bar aan het worden is voort. Bar omdat het zand plaatselijk erg mul is. En het zand maakt steeds meer plaats voor grote keien. En daardoor gaat het fietsen zwaar. Ik ga maar moeizaam voorwaarts.


Een zorg is dat ik hier zeker geen slaapplaats zal gaan vinden. En het is al midden op de middag. Om 18.00 uur is het hier aardedonker. Ik wijzig mijn reisplan en Ik besluit koers te zetten naar het Noorden, up to the Nepali (doorgaande) Highway. Asfalt. En meer kans op een slaapplek.


Maar daar ben ik nog lang niet. Aha. Ben. Daar is tie. Ik moet nog wel 15 km oostwaarts en daarna misschien nog wel zo'n 25 km noordwaarts. Ik ben er dus nog lang niet. En als ik asfalt heb bereikt moet ik nog maar zien of er onderdak te regelen is. Mm.....


Ik bevind me midden in een prachtig labyrinth van schitterende kronkelende zand-keipaadjes. Ik passeer kleine buurschapjes. Kippen scharrelen wat. De kuikentjes doen mee. Varkens en geiten lopen naar eten te zoeken. Mensen rommelen wat. Of zijn aan het werk. Soms alleen, soms met een heleboel tegelijk. En ze staken allemaal hun werkzaamheden als ik langskom.

met z'n alleen in de weer met de rijstoogst

Uiteindelijk. Uiteindelijk. Uiteindelijk...... rond 17.00 uur bereik ik asfalt. Ik ben behoorlijk versleten van het hobbelen, knoerten en ploeteren op de zandkeiwegen. Dit duurde eigenlijk net 15 kilometer te lang. Mens en materiaal hebben het flink voor de kiezen gekregen.

Maar nu ben ik er nog niet. Ik moet op zoek naar een slaapplaats.


Na wat vragen veteld iemand me dat na 2-3 kilometer fietsen onderdak te vinden is. Het duurt langer. Tien kilometer (mensen hebben slechts een vaag idee van afstanden). Ik geraak daar. Net voor de duisternis invalt.


Het is een klein hokje. Op het dak van het huis. Knus. Redelijk schoon. Geen douche. Geen toilet. ik doe het er mee.


Gelukkig zit de dikke laag vuiligheid goed aan mijn lichaam vastgeplakt. Het plakspul bestaat uit zweet. Plakkracht: niveautje velpon. Dus die vuiligheid blijft lekker op z'n plaats vannacht. Dat is in elk geval een zorg minder.


Ik eet mee met de bewoners. Nepali-food. Witte rijst, een mengsel van bloemkool en aardappelen. Wat sausjes. Beetje spicy. Precies waar deze bezwete en vermoeide fietser behoefte aan heeft. Om 19.30 uur zoek ik mijn bed op. Vind het. En ......(waarschijnlijk zal ik wel in slaap gevallen zijn, niets van gemerkt.....)


De route van vandaag was een werkelijk betoverend mooie ettape. Het gaat 'mijn' boeken in als een (1) van de mooiste die ik ooit gefietst heb.


'waar een wil is, is een omweg'