De Lustige Reiziger

Alleen maar fotootjes kijken....

Lieve kijker!

U treft het! Vandaag een bonus-bijdrage!!

En u hoeft geen lettergreepjes te kauwen. Alleen maar fotootjes kijken. Van allemaal mooie, lieve mensen. In en rond Lalibella.

Veel kijkplezier!

Rotskerken-Lallie

'Hey' 'Wie zie ik daar?!'

Een bekend gezicht. Een bekende Nederlander. Hier in Ethiopie. In Lalibella. Je zou Floortje Dessing verwachten.  En ook wel hopen. Echter, is dat niet .......eh........Antoinette Hertsenberg. Die van de TROS. Je weet wel. Die. Met die dikke reet (die angstvallig buiten beeld gehouden wordt, let er maar ‘s op). Van dat consumentenprogramma, ach hoe heet het ook al weer .........ach .......ik kom er niet op...Jah, toch!

RADAR.

Dat kleinzielige consumentenprogramma waar mevrouw Janssen (met 2 ss'en, dit omdat haar vader fout was in de oorlog) mag vertellen over de wasmachine die ze heeft gekocht. En waarvan de trommel de verkeerde kant opdraait. En nu wil die stoute leverancier helemaal haar de centjes niet teruggeven.

Dat soort onderwerpen. Dit soort kleinzielige nieuwsfeitjes. Daar gaan onze publieke belastingsflorijnen naar toe. ‘Flikker toch op. Overbodig kutprogramma.’ Afschaffen. In oplossingen denken, mevrouw Janssen'. 'Zet die wasmachine op z'n kop. Dan draait ie de goeie kant weer op.

Maar goed. Terug naar de Grande dame van onze TRO(T)S van de Nederlandse Televisie. Wat doet die hier te doen? Wat moet die hier? Maar wacht, wat loopt ze nu te doen? Waar loopt ze nu toch mee te zwaaien.

Een ......douchekop?!!

Lieve lezer.

Ik ben ongeveer 645 kilometer ten Noorden van Addis Abeba. In Lalibella. En mocht u me niet geloven. Feel free om het na te meten. Bij de IKEA hebben ze van die papieren meetlintjes. Die zou je kunnen gebruiken. Ze zijn niet geweldig handig. Maar wel gratis. Ik  denk nl. ook aan uw europegeltjesbeurs......

Ik bevindt met in een zeer bergachtig gebied. En het is niet alleen bergachtig. Het is ook nog een 1 van de belangrijkste religieuze centra van Ethiopie. U begrijpt. Ik ben hier volledig op mijn plaats. Dat ik hier ben. Dat kan geen toeval zijn. Dat ze me hebben binnengelaten wel!

En het was in dit gebied dat koning Lalibella (voor zijn vrienden: koning Lalbroek, maar wij noemen ‘m Lallie) in de 12e eeuw een Nieuw Jeruzalem wilde bouwen. Had ie zin in. Had een gekke bouwbui. Die Lallie toch.

Nouhhhh!! Helemaal uit de lucht vallen kwam die bouwdrift  van onze Lallie  niet.

Islamitische veroveringen stopten de Christelijke bedevaarten naar het Ethiopische Heilige Land. En dat kon onze Orthodox Christelijke Lallie niet op zich laten zitten. En daarom stuurde ie een medewerker naar de plaatselijke Lalibelese Gamma. Of Karwei. Daar wil ik af zijn. Daar moet u mij niet op vangen.

En die medewerker moest daar een beiteltje of duizend huren. En dat was nog een heel gekloot. Want het Gamma-Karwei-verhuurbalie-meisje had er die dag maar 999 op voorraad. Die ene was net verhuurd. Dus dat was nog een heel gekloot om aan duizend te komen. Daar moest naar gezocht worden. Maar toen dat eenmaal gelukt was. Toog ie vrolijk gebeiteld naar Koning Lallie.

God. Domme (om even in religieuze sferen blijven spreken).

Hamers vergeten’. Moest ie dat hele kloteind terug. Op z’n brommertje.  Had ie ook nog tegenwoei. Ze moesten ook altijd hem hebben. Maar toen ie het hele zaakie voor 23 jaar gehuurd had. Kon het zware werk beginnen. Koning Lallie ging lekker in z’n hangmat liggen bungelen. Had – net tevoren - nog met een wit krijtje de omtrek van de kerken op de rots getekend. En schijnt toen tegen zijn onderdanen gezegd te hebben: ‘begin hier maar, als je klaar bent dan stop ik wel met bungelen en hoor ik wel.’

En het gerucht gaat dat dat gebungel de firma ‘Primatour’ geen windeieren heeft gelegd. Want de klus duurde dus 23 jaren  En in die tussentijd schommelde Koning Lallie maar heen en weer. In z’n hangmat. Hij werd er bekant kotsmisselijk van. En hij heeft in die periode heel wat van die gele wagenziekpilletjes weg moeten kauwen.....

Maar nu even alle gekheid op een kerfstokje.

                                            Bet Giyorigis, 1 van de twaalf uitgehouwen kerken.....

Uit een aantalen rotsen werden uiteindelijk 12 kerken gebeiteld. En dan niet alleen de buitenomtrekken. Maar ook werd de rots aan de binnenzijde uitgehold. Zodanig dat je de kerk gewoon kunt binnenlopen (ik hoop dat ik het enigszins duidelijk heb uitgelegd).

Een geweldige monsterklus. En ook een geweldig fijn staaltje vakmanschap. In die kerken loop ik nu rond te dolen. Ik vraag er u namelijk niet vaak om. Maar nu wel. Even graag uw speciale aandacht voor het eindresultaat van al dit bik- en beitelwerk. Ik heb werkelijk waar nog nooit zoiets indrukwekkends, moois en bijzonders gezien.


                                 de  Bet Giyorigis vanaf de onderkant......

                             ook de binnenzijde kreeg aandacht en werd 'versierd'....

             een aantal kerken zijn d.m.v. ondergrondse gangen met elkaar verbonden......

Al dit moois en fraais heeft een twee zeer bescheiden schaduwrandjes.

Omdat de kerken werden blootgesteld aan alle weersomstandigheden. En daarbij schade opliepen. Heeft de UNESCO vrij recent een overkapping aangebracht. Begrijpelijk. Noodzakelijk ook.

Alleen is de overkapping - zoals je op de foto hierboven kunt zien - vrij overheersend. 
Het geheel vormt een zodanige massa - waar je niet omheen kunt kijken - dat het wat mij betreft wat afbreuk doet aan de schoonheid en het mystieke van de rotskerken. En daarmee lijkt het middel wat meer pijn te doen dan de kwaal herselff.

En de Ethiopische overheid heeft enkele jaren geleden in al haar wijsheid besloten om de toegangsprijs van al dit moois met een procentje of 1000 te verhogen. Iets meer zelfs. Voor een kaartje moet sinds 2014 een bedrag van 41 euro (voor Ethiopie is dit een monsterbedrag!!) worden neergesabeld. 'We zullen ze krijgen, die toeristen', zullen ze gedacht hebben!

Maar ja. In ons eigen mooie landje kom er je Burgers Zoo nog niet voor binnen. En Walibi Flevo al helemaal niet. Al heb ik uit betrouwbare bron gehoord dat ze bij Walibil - van de rijkelijk ontvangen eurootjes -  de wielen van de achtbaankarretjes wel dagelijks van een drupje olie voorzien.

Hopelijk draagt het betaalde entreegeld hier bij tot een goede conservering van dit  fantastisch waardevolle culturele erfgoed. En anders knappen ze de wegen er maar van op. Ik betaal het bedrag – om deze redenen - met plezier!


op zondag worden in de kerken nog steeds de erediensten gehouden
(niet voor toeristen)

Maar goed. Een prijsstijging van 1000% kan onze dikke-reet-TROS-RADAR-Antoinette niet op zich laten zitten. Bedrijven of instanties die een dergelijke prijsstijging doorvoeren krijgen van haar - wekelijks op tv -  'een koude douche'.

En, dat moet ik haar nageven. Ze heeft de reis naar Ethiopie toch maar mooi gemaakt. Moest potdomme die douchekop nog apart inchecken als ‘special luggage’. De douchekop op zichzelf  was nog niet het grootste probleem. Die had ze nog wel onder haar truitje mee kunnen smokkelen. Maar die slang. Daar vielen ze over.

En daar loopt ze nu, hier in Lalibella, te zwaaien om de koude douche aan de Ethiopische overheid uit te delen.

Ze heeft alleen een probleempje. Dat zie ik. Het ongenoegen is van haar gezicht af te lezen. Wat zou er zijn? Oh shit. Het water is weer ‘s afgesloten. Kan ze geen kouwe douche geven. Klote voor onze Antoinette. Moet ze overrichterzake naar huis. Is ze dat hele eind voor niks gekomen. ‘Baaaaaahlen!’

Misschien kan ze lopend naar huis. Kan ze mooi een kilootje of wat afvallen. Wilde ze toch al een tijdje.

Kan ze daarna (toch) weer mooi helemaal in beeld.

Etappe: Lalibella

Km: -

Hobbeldebobbel

Vanochtend heb ik 33 zware kilometers afgelegd naar Woldya. Zwaar. Omdat het flink heuvel opging. En ook pittig omdat ik niet de goeie fietsbenen van gisteren had.

Hier een filmpje van the road to Woldya: https://youtu.be/U_IOG39032I (duur: 3 minuten en 27 seconden).

Tegen enen rol ik Woldya binnen.

Een niet al te fraai stinkstadje waar niets uitnodigt om langer te blijven dan strikt noodzakelijk is. En dat komt goed uit want dat wil ik ook niet. Ik wil naar Lalibella. En omdat dit stadje zo afgelegen ligt. En de weg er naar toe eigenlijk -  met goed fatsoen - niet te fietsen is. Probeer ik vanuit Woldya een stukje te bussen.

Dat valt nog helemaal niet mee.

De enkele bus die naar Woldya rijd is reeds vertrokken. Morgen nieuwe kansen. Wordt me medegedeeld op het centrale busstation. Maar zoals het in dit soort landen meestal is er altijd wel een mouw te vinden. Die weer ergens op past. En ook hier. Na veel gedoe, wachten en betalen fix ik een taxibus. Gooi mijn fiets op het dak (pardon, leg mijn fiets op het dak bovenop de bagage en verzeker me er van dat ie goed vastligt en onbeschadigd de reis zal overleven).

En vast liggen moet ie. Want we gaan vier uur karren door de bergen.

Ik wil erg graag naar Lalibella omdat hier DE bezienswaardigheid van Ethiopie te zien zijn. Hier zijn een klein dozijn kerken uit rotsen gehouwen (ik ga u hier morgen meer over vertellen). Ze  maken inmiddels deel uit van lijstje opgesteld door het Unesco Wereld Erfgoed. En u begrijpt. Dat wil ons Gerritje wel ‘s met eigen ogen aanschouwen.

Maar eerst de busrit dus. En die zal naar verwachting in totaal vier uur duren.
 

De eerste uren is er nog daglicht. En de afgeladen taxibus slingert zich een weg naar boven. Veelal gehinderd door gaten in het wegdek. Of door geiten, ezels of mensen die midden op de weg lopen. We rijden zo af en toe door een stoffig dorpje. Waar gestopt wordt. En handel gedreven wordt. En jongetjes die aan de bus gaan hangen om maar wat geld te verdienen. Of iets anders. Ik check bij die stops steeds of mijn fiets nog ligt waar die liggen moet. De laatste 2 uur gaan we slowly maar zeker en vast de hobbeldebobbel donkere nacht in.

Het wordt een memorabele rit.

Enerzijds omdat het landschap van een geweldige schoonheid is. Anderzijds omdat we regelmatig met onze bus bijna of soms helemaal vastlopen. Het was een goede keus om hier niet te gaan fietsen. Met name in de laatste 2,5 uur zou ik in grote problemen gekomen zijn.

Talrijke hachelijke situaties ontrekken aan mijn oog. We balanceren zo af en toe op randjes van steile afgronden. Maar zoals zo vaak, het gaat gelukkig allemaal goed.

In de avond komen we ongeschonden in een schaars verlicht Lalibella aan. Ik vraag of ze me af willen zetten bij een goedkoop onderkomen. Daar vind ik, na wat afdingen, onderdak voor de komende drie nachten.

Etappe:    Habru Woreda (Woldya) - Laliballa

Km: 33 fiets en 180 km bus

Anti-alimentatieschampoo

Ik heb vannacht in een bamboehut geslapen. Aan de voet van de fijne grote blote stinktenen van het meer van Hayk.  

‘Wat een fijne en (volgens zeggen) veilige plek.’

Waarom deze twee mannen dan ook gewapend en wel de wacht moesten houden is mij niet helemaal duidelijk geworden. Maar ik ben met alles er op en eraan in alle veiligheid opgestaan deze ochtend. Dus ze hebben hun veiligheidstaak naar behoren uitgevoerd. Of er was gewoon niets te beveiligen. Echter, als ik naar het mij voorgeschotelde ontbijtje kijk. Dan hadden ze me beter af kunnen schieten vannacht.
 

Want ja. Dat ontbijt bestaat vandaag uit een in stukken gescheurde azijnzure pannekoek. En dit dan weer vermengd met een sambalachtige (qua kleur en pittigheid) sausje. Een serieus bord vol. 'Eet smakeliijk meneertje Gerritje. Bunker dat maar s even fijn op'.  

Lieve lezer. U die het vast goed met mij voorheeft: ik lust veel. Eigenlijk alles. Ik zeur eigenlijk nooit. Maar een pannenkoek die de zuurgraad van azijn heeft en de smaak van sambal. Ah, neemt u mij niet kwalijk. Dat vinden hunnie hier heel smakelijk. Maar dit is echt niet binnen te houwe. Zeker niet op mijn nuchtere ontbijtmaag. Mijn moeder zou zeggen: 'als je maar honger hebt jonge dan eet je alles'. Maar mam, ik weet niet of je me kunt horen daarboven: 'hungry is not echt the issue hier. Tis echt niet lekker.'

Mocht u overwegen om ONLY, ALLEEN en UITSLUITEND voor het het ETEN naar Ethiopie te gaan, doet dat dan alleen in het geval:

- als u koken de reinste tijdverspilling vind
- of als u partner, met alle goede bedoelingen van dien. Er ECHT niets van bakt
- of als u nu denkt koken, 'what the fuck is dat'
- als u aan die ‘sociale component’ (waarvan sommigen zeggen dat koken in zich
  heeft) een broertje dood heeft
- of als uw plaatselijke Chinees/patatboer/TOKO/ vul hier u eigenste lokale vette bek 
  firma in..................
/er een potje van maakt
- als de Vietnamese Loempias (of de saus) u neus uitkomen (beide worden goed
  gerekend)
- als u geen magnetron heeft
- als u wel een magnetron heeft maar dat die het niet doet (dat kloteding)
- als u wel een magnetron heeft maar de magnetronmaaltijden zijn steeds
  uitverkocht
- als u wel een magnetron heeft en dat ie het ook doet maar de 
  
magnetronmaaltijden in het naburge dorp ook zijn uitverkocht

Ik voel dat u naar aanleiding van dit laatste puntje behoefte heeft aan een voorbeeld. Prima. Komt ie:

Stel voor. U woont in Arnhem en daar zijn ze uitverkocht, en
dat u dan naar Oosterbeek rijd en dat ze daar ook uitverkocht zijn. Of bent woonachtig in Dronten, en fuck, u grijpt steeds mis, en dat u dan de step uit de garage parkeert en naar Biddinghuizen stept, en dat het daar dan ook op is. Of u woont in Nijmegen en ........ Afin, u heeft inmiddels een beeld!

Als 1 of meerder gevallen op u van toepassing zijn. Dan zou u een bezoek aan Ethiopie in overweging kunnen nemen. Anders zou ik het voor het eten niet doen. Is een tip. Doe er uw voordeel mee.


Ik heb gisteren valschade opgelopen. En de gevolgen zijn vandaag voelbaar.

Mijn knie is wat stijfjes. Maar dat fiets ik er vandaag wel uit. Mijn heup voelt wat beurs. Maar dan had ie maar geen beurs nemen. Mijn hand heeft wat schade opgelopen. Maar het lastigste is misschien wel dat 1 van mijn ribben een flinke knauw heeft gehad. Bij een diepe ademhaling heb ik best wel last. Maar even zo weinig mogelijk ademhalen dan maar.

Het fietsen gaat onwennig. En ik heb gevoel dat ik weer opnieuw moet leren fietsen. Toch wat bang geworden.

Ik druk mijn fiets omhoog tegen een steil talud dat uit gravel bestaat. Dan hobbel ik een stukje over rammelig asfalt richting het dorp. Maar net voor het dorp word ik gedwongen om mijn fiets naar boven te duwen. Gruwelijk steil. 
Van mijn vertrek uit Hayk heb ik een kort filmpje gemaakt
https://youtu.be/NbjtnZ6AKg4 (duur: 50 seconden).

In het Citycentre van Hayk aangekomen zet ik koers richting het noorden. Mijn eindbestemmingsdoel voor vandaag is het dorpje Habru Woreda. Een kilometertje of 50 verderop gelegen.
 

De etappe verloopt aanvankelijk vrij vlak.

En daardoor gaat het fietsen gladjes en soepel. De uitzichten zijn mooi. Het leven is goed. Na een kilometer of 15 doemt er een fijne berg op. En aan het overige verkeer te zien moet ik daar al haarspeldbochtend tegenop.

Na ruim een uur klimmen kom ik in het bergdorpje Wuchale. Ik neem er een welverdiende pauze. Ik vraag of er ergens zo midden op de dag een bord spaghetti te scoren is. En waarempel dat lukt. Een hele troep jongeren loopt me me mee naar een eettentje. En daar zal de vrouw des eettenthuizes mij een fijn kauwmaal bereiden.

Tijdens het wachten verzameld de plaatselijke dorpsjeugd zich om mijn fiets. En om mij. Ik raak de tel bij een mannetje of 50 kwijt. Als ze er achter komen dat ik uit Holland kom roepen een aantal GOELIET en VON BASTEN - mocht u de Wereldwijde invloed van dit balspelletje tot op heden onderschat hebben - dat kunt u deze gedachte nu voorgoed loslaten. Ook in een stoffig bergdorpje in Ethiopie kennen ze onze voormalige Hollandsche Helden. Van toch al weer een heel tijdje (1988) geleden.

En natuurlijk wil ik graag verhalen over de sportieve prestaties van deze twee vormalige voetbalkanjers. Maar tot mijn verrassing willen ze dat hier helemaal niet weten. Nee joh. Privedingetjes. Roddels. Daar zijn ze op uit. Als hunnie eigenste roddelbladverslaggever zal ik 's even van wal steken.

En ik vertel dat Ruud Gullit inmiddels een paar keer gescheiden is. En dat ie nu de nodige allimentatiepegels aan zijn voormalige lieftallige echtgenotes moet betalen. En -er wordt gefluisterd - dat daarvan geheel spontaan zijn rastahaar is uitgevallen. Jahaaaa!! Vervelend voor Ruud. Was toch een beetje zijn handelsmerk. Hij is er nog wel mee naar de kapper geweest. En die gaf 'm anti-alimentatieschampoo mee. Heeft ie wel geprobeerd. Drie maal daags. Zachtjes inkoppen. Maar dat werkte niet. Kut voor Ruud.

En van Basten. Die werd coach. Maar werd op een keer - door een AJAX supporter - uitgescholden voor Pannenkoek. Dat was een eiopener. Voor onze Marco. En daar is ie wat mee gaan doen. Hij bakt ze nu. Pannenkoeken. Bij de FIFA of UEFA. Dat weet ik niet zeker. Daar moet je me niet aan ophangen. Maakt ook niet uit. Alle twee zijn het boevenbendes. Hij heeft zich inmiddels niet onverdienstelijk gespecialiceerd in het bakken van pannenkoeken met heeeeeeel veeeeeeel strijkstoksmeerstroop.

Dus. Het gaat best lekker met die jongens.

 
Met al die voetbalaandacht heeft mij deze pauze niet echt veel rust verschaft. Maar ja, de benen hebben heel even stil mogen staan. Ik vervolg mijn tocht. Met klimwerk. En het gaat nog een stief uurtje recht omhoog.

Aan het einde van de dag bereik ik mijn eindbestemming voor vandaag. Een hotel voor omgerekend - iets minder dan 2 euro - sla ik vriendelijk en beheerst af. Dit onderkomen zakt zelfs door mijn ondergrens heen.

Gelukkig vind ik een beter - en duurder - hotel. En dat past me vandaag beter. 

 

Etappe:    Hayk - Habru Woreda

Km: 55

 

Boemeladidboemboem

'Je bent niet in Parijs geweest als je de Eifeltoren niet hebt gezien.'

In Londen moet je toch een keer met je klepeltje tegen the Big Ben zijn aangelopen. In Amsterdam moet je het Rijks of het Anne Frank huis toch eigenlijk wel bezocht hebben. Anders heb je Amsterdam niet ‘gedaan’. Dan ben je er niet echt geweest.

In Biddinghuizen bijvoorbeeld moet je .....eh.... jah......da's niet misschien niet het meest passende voorbeeld. Ik zou zo snel niet iets kunnen verzinnen. Maar dat doet niets af aan het feit dat je bepaalde dingen in bepaalde steden of situaties een keertje meegemaakt moet hebben. En als je een onderneming, zo als een fietsreis door Ethiopie doet, dan moet je een keertje........

Ik had deze bijdrage op verschillende manieren willen beginnen. Maar kom. Laat ik voor de verandering 's met de deur in huis vallen. De letterlijke en figuurlijke deur. Ik ben gevallen. Van mijn fiets. In een afdaling. En ik stond bepaald niet stil. Toen het gebeurde.
 

Nog maar net had ik de roetwalmende stad Dessie achter me gelaten. En terecht ook. Niets in deze stad deed me uitnodigen om langer te verblijven. Snel wat eten en water inslaan en wegwezen hier. Ik steeg nog een eindje door. De stad uit. Naar een hoogte van 2300 meter. En daarna ging het fijntjes naar beneden. Niet te gek. Een procentje of 1. Soms 2. De uitzichten waren prachtig. Het leven was goed. Maakte hier en daar een fotootje. Ik genoot met volle teugen. Misschien wel ietsje pietsje teveel.

Want met een gangetje of 53 km (vliegende vaart) kom ik met mijn voor- en achterwiel in een van de vele potholes (gaten) die het Ethiopische wegdek rijk is. Waar je maar rijk mee wil zijn by the way.

Ik voel dat ik hard aan beide remmen trek. Ik voel dat ik begin de zwabberen. En ook voel ik dat ik door het harde remmen over mijn stuur getrokken dreig te worden. Het gaat allemaal snel en hard. En er is niet meer aan te houwe. Het onvermijdelijke gebeurt dan ook. Ik schiet van m'n zadel. Verlies de controle. En met mijn hele hebben en houwen val ik van mijn fiets. En schuur het Ethiopische asfalt (of wat daar nog van over is) een beetje bij.

                                                     dit is de boosdoener...... 

Een van onze Volendamse rasartiesten (Sonja, die heb ik moeten googlen, ik had dat verdrongen....) zong het lang geleden al 's: boemeladiboemboem.

Jah!!!. Boemeladiboemboem. Kut Sonja. Als zij dat kutnummer destijds niet had gezongen. Dan lag ik hier nu niet. Fietstas er af geslingerd. De inhoud van mijn stuurtas bezaaid over het asfalt. Fiets op z'n kant. En ik lig er ook ergens tussen. Opgevouwen en wel. En ook wel geschrokken. Kan ik u meedelen.

Twee taxibusjes stoppen.

De passagiers stappen geschrokken uit. Mensen komen uit hun hutjes. En informeren bezorgd hoe het met me gaat. Iemand probeert me overeen te trekken. Maar ik heb onthouden dat je beter zelf op kunt gaan staan. Dus blijf ik nog even liggen. Ik kijk om me heen en zie als eerste een pasfoto van mijn dochter Sanne, die ik altijd bij me draagt. Ze kijkt me vanaf het asfalt recht aan in m'n gezicht. Haar raap ik als eerste op. En kom daarna voorzichtigjes, op eigen kracht, in de benen. Ik neem, na van de eerste schrik bekomen te zijn, de schade op.

Mijn knie en elleboog zijn geschaafd. Mijn linkerhand heeft lichte schade. Mijn linker borstbeen en heup doen wat pijn. Dat is het wel lichamelijk gezien wel zo’n beetje.
 

Aan de fiets is alleen het stuur beschadigd. Het voordeel van de fietstassen is dat ze een groot deel - samen met het stuur - van de klap opvangen. Verder is mijn fietsbroek stuk. En mijn horloge ligt in puin. Verdikkie. Da's allemaal niet fijn. Maar het lijkt uiteindelijk nog mee te vallen. Zeker als je de snelheid in acht neemt waarmee ik onderuit ben gegaan.

Omstanders rapen al mijn spullen bijeen. En stoppen die in mijn tas. ‘Wat leven er toch veel lieve mensen op deze aardbol’. Ik bedank hen uitvoerig (asangenalo - dat betekend: dank je wel). Ik neem een foto van plaats delict.

En  stap wat bibberig en onwennig op. En rijdt heeeeeeeel behoedzaam verder. Mijn knie voelt wat stijfjes. Het ligt wat open. En het bloed. Ik wil er graag wat preciezer naar laten kijken. Na een kilometer of 10 is er (toevallig) een post van het Ethiopische Red Cross. Daar word ik liefdevol - met de beschikbare middelen, en dat is niet veel - verzorgd. Het lijkt allemaal mee te vallen. Pff.......

Later op de dag kom ik aan in Hayk. Hayk is het eerste plaats die beschreven staat in mijn reisgids the Lonely Planet. Op hunnie advies ga ik naar een prachtig gelegen meer dat omringd wordt door heuvels. Aan de voet van dit meer vind ik een onderkomen in een bamboehut. Hier ga ik de nacht doorbrengen.

Maar eerst bestel ik een bord spaghetti. En neem maar 's een Ethiopisch biertje. Om de boemeladiboemboem-bibberbenen weg te drinken. En ik neem er nog 1. Om Sonja van mijn hoorn- en netvlies te wissen.

En zorg ervoor dat u ook een literfles sterke drank binnen handbereik hebt als u dit fimpje gaat bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=yUqtgMVTXFk . Is een welgemeende tip. Doe er uw voordeel mee. Voor uw eigenste welbevinden. Want ja. Daar ben ik ook mee begaan. En zeg vooral niet niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.........

(Mocht u het flilmpje gezien hebben). Toen Onze Lieve Heer de mensheid schiep. Toen heeft daar toch iets van een plan aan ten grondslag gelegen. Een mooi plan. Een gedegen plan. Iets met visie. Iets met mooi. Ik bedoel. Zo kan ie het toch nooit bedoeld hebben. Onze Lieve Heer moet toch iets heel anders voor ogen hebben gehad met onze mooie aardbol. Die hele Sonja. Dat moet toch een weeffoutje zijn. En dat kutnummer helemaal. Dat moet toch op een slaapdronken maandagochtend tot stand gekomen zijn. Dat is toch geen bewusje. Dat kan toch niet anders.

Een kusje hier, een kusje daar...... weet je wat Sonja......een knal kan je krijgen.

Hier. En daar!

Etappe:   Kumbulchia - Hayk

Km: 55

Evangelie

Vanochtend was een prima ochtend om te ontwaken. De ogen op te slaan. En op te staan.

Wel in die volgorde graag. Wel even zorgvuldigheid betrachten op dit punt. Wel even het stappenplannetje in de juiste volgorde afwerken. Anders is de kans op ongelukken niet gering.

Ik vrees nl. dat mijn reisverzekeringtjemaatschappij ergens in die kleine F*&^%$king polislettertjes heeft staan dat ze in dat geval de schade niet vergoeden. Gewoon ffe de volgorde in gaten houden. Niks aan het handje. Kind kan de was doen. En de appel valt dan ook niet rot van de boom.

Vanochtend had ik enkele momenten van blijheid, lieve lezer. Twee om precies te zijn.

Momentje nummero 1: ik realiseerde me dat ik wakker werd in het prettigste hotel waarin ik tot nu toe heb verbleven. Een hotel met een binnentuin. 'Daar heb je toch geen ruk aan Gerrit, als je slaapt?' Neeh, lieve lezer dat weet ik ook wel. Maar het voorkomt wel dat er vlak bij je kamerdeur een touringcar om 3 uur 's ochtends - al een uur!! - staat warm te dieselen. En het voorkomt dat hij een keer of dertig op zijn claxon drukt teneinde zijn slaapdronken passagiers uit hunnnie bed te doen rollen. En zijn bus vol te krijgen. En het voorkomt dat ik daarna niet meer in slaap val. Zo ging het eergisteren. Dus. Hulde voor de hotels met een binnentuin.

De tweede blije gedachte kwam wel ietsje later. Eerlijk is eerlijk.

Gisteren openbaarde tijdens het fietsen een geluidje. Een kraakgeluidje. En ik ben niet gek op geluidjes. Zeker niet bij mijn fiets. In ons Hollandsche Holland en in de omgeving van Biddinghuizen - met een fietsenmaker bij de hand - kan het nog wel hebben. Maar zo ver van huis. Gekraak en gepiep. Dan houd ik er niet van. Nu had ik een redelijk vermoeden waar de kraak vandaan kwam en wat ik er moest doen. En daar had ik mijn gereedschap voor nodig. Het gereedschap dat altijd in dezelfde tas, op dezelfde plek ligt en dat zo lekker voor het grijpen ligt, dat ik zo pakken kan......

U begrijpt, rampspoed is aanstaande.

Toen ik gisteren in Kemesi aankwam, moe en wel, zou ik dat varkentje wel 's even gaan wassen. Maar potdomme, waar is dat gereedschap? En waar zijn al mijn reserveonderdelen? Waar is dat rode doorzichtige IKEA-tasje? Alles heb ik overhoop gegooid. Alles uitgepakt. Echter geen resultaat waarvan we nu 's even fijn de slingers gaan ophangen.

Wat een gekloot. Waar kan ik die spullen hebben laten liggen? In Addis, toen ik mijn fiets in elkaar sleutelde.....heb ik het daar op het grasveld laten liggen? Dat zal toch niet? Ik kan mezelf wel voor m'n kop slaan. T'is dat ik daar het gereedschap niet voor heb, anders?

Maar ja. Daaraan denken en mezelf slaan brengt me nu niet verder.

Ik moet een plan hebben. Want een lekke band - of nog erger - in the middle of nowhere kan me nu stevig in de problemen brengen. Kortom, met het mezelf verfoeien voor zoveel onzorgvuldigheid en het bedenken van een plan om de meest noodzakeijke onderdelen toch ergens in Ethiopie te verkrijgen viel ik onrustig in slaap. En net zo onrustig werd ik ook wakker.

Toch nog even met een slaapdronken kop alles nakijken en nazoeken. En verdomd.............. in dat ene tasje had ik kennelijk nog niet gekeken. Want ik steek mijn hand zo ver mogelijk in het kleine zijvakje en ......... YESSSSSSS!!!!! 

Oh ja. Had ik Addis Abeba niet bedacht hoe handig het zou zijn om de gereedschappen en reserveonderdelen niet in dat ene gebruikelijke tasje te doen, maar deze reis in dat ene vakje. Verdikkie, ik maakte een vreugdesprong. Wat ben ik blij. Opgelucht ook. Want de meeste gereedschappen en onderdelen zijn van het nivootje: ESSENTIEEL. Die moet ik bij me hebben. Daar kan ik niet zonder.

'Wat een fijne ervaring.' En dan moet de fietsdag nog beginnen.
 

De eerste 30 kilometer zijn misschien wel de prettigste van deze hele reis. Het landschap is fraai, de uitzichten ook. En de mensen zijn allervriendelijkst. Ik stop regelmatig voor een praatje. Voor wat rust, wat ook weer een praatje betekend. En het wegdek gedraagt zich als een echte heer.

Al in het begin van de rit fiets in samenop met een leraar Engels. Hij verteld dat ie les geeft aan basischool leerlingen. Hij vindt het super om met mij op te rijden, want dan kan hij zijn Engels verbeteren. Hij zou de hele reis wel met me willen optrekken. Hij vind wat ik doe het voorbeeld van ultieme vrijheid. Dat gunt hij zijn leerlingen ook.

En dat verteld ie ze ook steeds. 'Studeer. Haal een diploma. Dat verschaft je vrijheid.' Hij gunt zijn leerlingen ook een studie in het buitenland. Dat liggen meer kansen. Waarop ik zeg dat ik hoop dat ze daarna wel terugkeren naar Ethiopie. Want dan kan Ethiopie de rijpe vruchten plukken van de geleerde koppen en hunnie opgedane kennis. Die kan Ethiopie goed gebruiken.

Na een kilometer of tien zijn we bij zijn school aangekomen. Bij het afscheid nemen fluistert ik hem nog in of hij misschien wellicht even kan aanpappen met zijn collegaatje Maatschappijleer. En als dat wil vlotten met dat aanpappen of hij dan wil vragen of die het onderwerp 'WAAROM IS HET TOCH ZO LEUK OM EEN IETWAT KALENDE MAAR TOCH VERDER GOEDBEDOELENDE HOLLANDSCHE WERELDFIETSER LASTIG TE VALLEN' op het lesrooster wil zetten.

En als die klas dan eenmaal overtuigd is dat een Hollandsche fietser lastig vallen misschien toch niet zo'n heel goed idee is, om er daarna een Nationale lesdag van te maken. Dat dan in het hele land het WERELDFIETSERS-MOET-JE-NIET-LASTIG-VALLEN-EVANGELIE- verkondigd wordt. 'Die religievorm heeft mijn zegen.' Dat zou mijn bijzonder plezieren. Dank. Mede namens alle fietsers die na mij Ethiopie gaan verkennen.

Alvorens ik met het klimwerk aanvang houd ik een fijne pauze bij een eetstalletje. Behalve een bak thee serveren ze me ook een bord vers gesneden Papayas.

Met nieuwe Papaya-energie in de benen stap ik op. De laatste 20 kilometer gaat het gestaag. Ik moet van 1200 naar 1850 meter. Omhoog. Lijf en leden worden flink getest. Tegen drie uur kom ik aan in Kumbulchia. Daar stop ik. En ik ben niet de enige.

Vanaf Addis Abeba heeft de in aanleg zijnde spoorlijn me steeds vergezeld. Soms kruisten we elkaar. Maar meestal week ie niet van mijn linkerzijde. We zijn echte vriendjes geworden.

Deze spoorlijn wordt aangelegd door Japie Marcezie, een Turkse aannemer. Gedurende de 370 km die ik heb afgelegd, reden zijn trucks af en aan om materialen aan en af te voeren. Honderden trucks, opleggers en busjes hebben mij de afgelopen fietsweek gepasseerd. Naar ik heb begrepen dat de spoorlijn binnen 1 tot 5 jaar gereed moet zijn (lekker ruime marge). Maar dan kan de trein ook echt gaan rijden.

Kumbulchia zal het eindstation van deze trein gaan worden in de toekomst. Voor mij vandaag al. Voor 1 nachtje maar.

Morgen gaat de Gerrit-trein weer verder.

 

Etappe:  Kemesi - Kumbulchia

Km: 55

DriekwartierKoot

De ingelaste rustdag van gisteren was er 1 van grote noodzaak. Ik was moe.
 

Gisterochtend  heb ik de wervelende zondagmarkt van het naburige dorpje Senbete bezocht.

'Een hele ervaring.' Allereerst omdat ik de enige NIET Afrikaan was die de markt bezocht. En daarom naast bedden, kamelen, kleding en heel veel andere spullen een bezienswaardigheid op zichzelf was.

Zelden ben ik me zo bewust geweest van mijn huidskleur. Het was verzengend heet. En ik ging ik bijna van mijn stokje van de hitte. Bij gebrek aan iets van schaduw dronk ik wat flessen water leeg. Om de vochthuishouding een ietsje tegemoet te komen. Maar jeetje: 'wat was het stoffig heet zeg!!'.

Daarbij werd ik wat lastig gevallen door jongelui die zo'n witman maar wat interessant vinden. Iets te interessant wat mij betreft. Na een anderhalf uur ronddolen had ik wel gezien. En ben ik teruggekeerd naar het hotel. En om iets preciezer te zijn. Naar mijn bed. Bijkomen. Afkoelen. Pas halverwege de middag begon ik me weer een ander mens te voelen.

 

Tijd om naar de kapper te gaan.

In Ethiopie vind je kappers in een met golfplaten bezet schuurtje (alles is hier trouwens met golfplaten aan elkaar gebakken). Ik nam plaats en ik kreeg zo'n wit boordje om mijn nek gevouwen. Net iets te strak. Of het nu door de witte-boorden-opgeknoopte-ademnood kwam. Ik weet 't niet. Echter. Hier zo zittend en naar adem happend gingen nwillekeurig mijn gedachten uit naar kapper Koot.

Al vanaf dat ik een heel klein Gerritje was werd ik gekapt door kapper Koot. Waarom? Mijn vader werd er ook geknipt. Daarom ging ik ook.

Kapper Koot zetelde in Oldebroek. En dat was toch gauw drie kwartier fietsen. Kapper Koot was van de oude stempel. Hij nam de tijd. Of je nu kaal was.  Een gereformeerde scheiding. Of een Hervormd bromfietshelmkapsel. Of een Katholieke misbruik Coupe. Of een Hollandsche bos met krullen. Zoals ik. Hij knipte je drie kwartier lang. En onder het knippen rolde het ene dorpsverhaal over het andere. En buitelde de ene roddel over de andere heen. Kapper Koot was eigenlijk meer verteller dan kapper.

Ook kapper Koot vouwde een wit boordje bij me om. Vroeg hoe ik geknipt wilde worden (goed uitdunnen, ik had geen idee wat dat was, maar dat was opdracht van mijn moeder). En dan begon ie te knippen. En te vertellen.

Ik was er beducht voor om vier of vijf knipwachtenden voor me te hebben. Reken maar uit. Vijf maal drie kwartier. Plus de drie kwartier die hij met mij bezig was. Dan was je meer dan een halve zaterdag onder de knippannen. Daarom fietste ik al om 6.30 uur weg van huis. En stond ik uiterlijk 7.15 uur bij kapper Koot op de stoep. En dan was het nog drie kwartier wachten. Zomer en winter. In weer en wind. Maar IK was de eerste. Altijd! Niemand was zo gek om drie kwartier van tevoren op zijn stoep te gaan zitten.

Kapper Koot knipt nog steeds. Minder frequent. Hij heeft zijn schaapjes op het droge geknipt in al die jaren. Maar toch knipt ie nog. Enkele jaren geleden ben ik nog een keer gegaan. Gewoon omdat ik langs kwam. En omdat hij op dat moment klantloos was. En omdat mijn haar er aan toe was. En omdat ik een sentimentele ouwe lul aan het worden ben. Gewoon om herinneringen op te halen. En gewoon om het Oldebroeker dorpsleven nog ‘s door te nemen. Drie kwartier lang. Hij neemt er nog steeds de tijd voor. Slow knipping! Heerlijk!!!

Kapper Koot moet voor altijd blijven knippen. En vooral. Vertellen.

En ook nu ga ik dus netjes gekapt en met herwonnen energie op pad.

De eerste kilometers stijgen lichtjes. En daarna gaat het weer wat naar beneden. Op 10 kilometer staat een lelijke puist om me te wachten. Het duurt - ook hier weer - drie kwartier voordat ik ‘m bedwongen heb. Kapper Koot heeft er vast de hand in gehad. Zijn geest waart overal.

Maar voordat ik echt op de top ben krijg ik weer te maken met onze gezellige Ethiopische belhamels. Ze toeteren in mijn oren. En rennen kilometers met me op. En hun aantal neemt hand over hand toe. Bergop kan ik ze absoluut niet afschudden. Ik blijft stoicijns. Wordt niet boos. Ben niet blij. Ik trap gewoon door. Reageer nergens op. Maar dan ook nergens. Eenmaal boven schakel ik een tandje bij. En ben snel van ze af. Tot de volgende heuvel zich aandient. Dan wordt er weer een belhamelblik open getrokken.

Ik heb mezelf, gisteren op mijn rustdag, ‘s even vermanend toegesproken. 'Ik laat mijn fietsplezier toch niet door die kwajongens vergallen. Ben je mal.' Naarmate ik meer naar het Noorden kom zal het belhamelgehalte qua hevigheid alleen nog maar toenemen. Zelfs stenengooiende kinderen zijn daar niet uitgesloten. Ik heb mezelf beloofd niet boos te worden, maar gewoon te doen waarvoor ik gekomen ben. Fietsen en genieten van Ethiopie en alles wat het te bieden heeft. Incluis the money roepende en meerenende kids.

In deze streken noemen ze me TOERKIE!!

En dat komt omdat er paralel aan de weg die ik rijd een nieuwe spoorlijn wordt aangelegd. Die spoorlijn gaat Addis Abeba met het Noorden verbinden. Of andersom. Dat ligt er aan in welke trein je zit.

Afin. Die spoorlijn wordt aangelegd door een Turkse firma. Als de kinderen, maar ook volwassenen, een ander iemand zien dan een Afrikaan dan wordt ie automatisch geascocieerd met de Turkse aannemer. Vandaar TOERKIE!! Ik zelf kan de relatie maar lastigjes leggen tussen een Turkse aannemer die met steentrucks af en aan rijd. En ik. Simpele fietser. 'Ze zullen toch niet denken dat ik in mijn fietstassen stukken steen vervoer en die..........'!

 
Na 20 kilometer stap ik af. Vouw mijn stoeltje uit. Eet een banaan. Een sinaasappel. En een half klef wit broodje met pindakaas. En dat alles onder het toeziend oog van een toenemend aantal kwekkende vrouwen die mij geweldig interessant vinden. Echt tot rust komen doe ik niet. En daarom stap ik maar weer op.

De route glooit verder zonder echte hoogte- of dieptepunten. Qua wegdek. Ik passeer van tijd tot tijd een dorpje. Het enige dat opvalt is dat het weer wat vruchtbaarder wordt. Het is met 34 graden ook net iets minder warm dan (eer)gisteren.

 
Na 59 kilometer kom ik aan in Kemesi. Een dorpje verder dan ik vooraf had bedacht. Ik check in bij het leukste en schoonste hotel tot nu toe.

Dit was een fijn dagje.

Etappe: Ataya - Kemesi

Km: 59

 

Eventjes

Na het inmiddels gebruikelijke ontbijtje – bestaande uit twee wit gekleurde naar klef smakende broodjes. Ei. En de hiermee onlosmakelijke verbonden en onvermijdelijke groene peper -  naar binnen te hebben gewerkt. Hang ik onder een overweldigende en vooral starende menigte alle tassen weer aan mijn fiets. Stap op. En verlaat, tegen negenen, met een goed gevulde maag het dorpje Debre Sina. 

Kort voor mijn vertrek uit dit dorpje had ik een gesprek met medewerkers van de UN en Unicef. Ze hebben ook in Debre Sina overnacht. En ontbeten in hetzelfde hotel als ik. Ze vertellen over de staat van Ethiopie. En over het werk dat ze doen.

Ze werken o.a. aan een schoon drinkwater-programma, het verbeteren van educatie en het optimaliseren van een Nationaal gezondheidszorgprogramma. Ze vertellen dat ook Nederland financiele steun verleend. Ze spreken hun waardering uit en hopen dat Nederlandse overheid ook in de toekomst blijft bijdragen. En nadat ik hen heb beloofd de boodschap persoonlijk aan meneertje Wilders door te spelen, opdat die dan nog tijdig - voor de aankomende verkiezingen - zijn partijprogramma kan aanpassen neem ik afscheid. En wens ze veel geluk.

De afgelopen dagen heb ik vele voorbeelden gezien van het goede werk dat de medewerkers van deze organisatie verrichten. In dit land is hulp en ondersteuning van levensbelang.

Ethiopie scoort hoog op de lijst van armste landen. En de resultaten die verantwoordelijk zijn voor die score trekken dagelijks aan mijn ogen voorbij. Ik registreer ‘t. Sla het op. En maak vertaalslagen. Naar mijn eigen leven. En stel mezelf de vraag: wat draag ik bij om het leed van de allerarmsten te verlichten?

In ene schiet mij een songtekst te binnen van de helaas te vroeg overleden zanger van The Scene. The Lau (waarvan ik tientallen concerten heb bijgewoond, toen hij nog leefde, dit laatste detail wil ik niet onvermeldt laten). Hij beschrijft in het lied 'Rode Aarde' in een paar zinnen wat ik al dagen loop te bedenken. Het toeval of het geluk (kies zelf maar) van geboren te zijn in net dat ene fijne (Neder)landje waar de meeste dingen wel fijn georganiseerd zijn.  

Edelman of bedelman

Het zal je kind maar zijn

De sterrenhemel leert

Verschil is klein

 The Lau, Rode Aarde

De eerste 30 kilometer hoeven de trappers niet rond. Het gaat alleen maar naar beneden. Ik moet van tijd tot tijd even stoppen om de kramp uit mijn remvingers te laten vloeien. Het gaat best hard naar beneden. En ik moet opletten om niet in de flinke gaten die het wegdek rijk is terecht te komen. En als er geen gaten zijn. Waar ik voor uit moet kijken. Dan zijn er wel bulten. 

In de dorpjes zijn in het asfalt over de volle breedte van het wegdek, heuveltjes aangebracht. En daar kan je ook maar beter voor remmen. Anders word ik de eerste fietser die vanuit Ethiopie naar de maan wordt gelanceerd. En in dat geval zou onze Neil Amstrong daar, met terugwerkende ruimtepakkracht, nog een fijn maanpuntje aan zuigen.

Gisteren fietste ik nog op een hoogte van ruim 3200 meter. Ik ben nu afgedaald naar 1200 meter. En dat is te merken.

Er verandert veel. Het landschap wordt droger. En het wordt serieus warmer. Mijn temperatuurmeter tikt 35 graden aan. En daar hoeft ie verdomd weinig moeite voor te doen. Schaduw is een schaars verkrijgbaar goedje. Graanvelden maken plaats voor verdorde akkers. Kamelen beheersen het straatbeeld opeens. Ik kom zelfs in een heuse kamelenfile terecht. Daar heb ik een grappig filefilmpje van gemaakt: https://youtu.be/kNMTk-LR_18 (duur: 37 seconden).

Het ziet er hier armoediger uit. Waar er voorheen nog enkele uit beton opgetrokken huizen waren te zien, zijn er hier veelal rieten hutjes.

 

En er verandert nog wat. De jeugd wordt opdringerder. Vervelend zelfs. Tot aan aggressief toe. Als ze me zien aankomen begint het feest (voor hunnie dan, niet voor mij). Ze komen van heinde en ver aangelopen. En beginnen te roepen: YOU YOU YOU!!. GIVE ME MONEY!!!. GIVE ME PEN!!!

Ze rennen kilometers met me op. ‘Geen wonder dat die Ethiopiers zo snel zijn op de marathon.’ En dat onder voortdurend geroep en geschreeuw: YOU YOU YOU!!!! MONEY MONEY MONEY!!!! Als ik het ene groepje heb afgeschud. Dient het volgende roep-en-mee-hol-team zich al weer aan. Zo aan het begin van de dag kan ik het nog goed hebben. Maar als de krachten wegvloeien merk ik dat er een stevig beroep gedaan wordt op mijn incasseringsvermogen.

 

Na 40 km houd ik een goeie rustpauze. Eet en drink wat in de buurt van een nagenoeg drooggevallen rivier. Waar mensen hun was doen. En kleden te drogen hangen aan de brug.

En raak in gesprek met een man die werkzaam is in de Agrarische sector. Hij verteld me dat ik in het droge deel van Ethiopie verzeild ben geraakt. Hier is het minder vruchtbaar dan op de hoger gelegen gedeelten. Ook in de regentijd (die net achter de rug is) regent het hier minder. De mensen hier moeten met minder toe.

Ik zet koers naar Sembete.

Het wegdek is niet helemaal vlak en ik stijg steeds 1 a’ 2 procent. Valt plat. En daar ben ik geen groot liefhebber van. Dat je niet ziet dat je stijgt, maar het wel voelt. Daar gaan de benen juist pijn van doen. Ook de hier heersende hitte speelt me parten. Ik sla veel water (ik ben het maar Ethiopisch bier gaan noemen) naar binnen. Maar voel dat er meer vocht uitgaat dan ik er bij kan drinken.

Aan het einde van de middag bereik ik versleten en wel het dorpje Sembete. Ik ben moe, erg moe, hartstikke operderpop. En dan, dan, blijkt het plaatsje geen hotel te bezitten. Damned. Mijn tent opzetten is onmogelijk hier. Voor een hotel zal ik nog 10 km. verder moeten. Eigenlijk heb ik er de energie niet meer voor. Maar ik zal wel moeten.

De eerste 5 km gaan omhoog. De meeste van die kilometers leg ik lopend, steunend, rustend en water drinkend af. En tussendoor moet ik de opdringerige kinderen van me af zien te houden. En die combinatie van factoren vallen me zwaar. Het is afzien onder een zon die nog steeds een temparatuur van 35 graden produceert. Gelukkig gaat het na 5 km. naar beneden tot in Ataya.

In Ataya vind ik een hotel. Ik leg mijn lichaam te rusten op het bed. En kom tot een conclusie. Er is vandaag teveel van lichaam en geest gevraagd. Ik voel ‘t. En besluit ter plekke om morgen een rustdag in te gelasten. 

Even bijkomen. Even bijtanken.  Even de schrale billen van wat vettige zalf voorzien. Even wennen aan de nieuwe 30 plus temperaturen. Even de benen iets anders laten doen dan rondmalen. Even wat mangootjes en sinaasappeltjes naar binnen persen. Even lichaam en geest de ruimte geven om 1 week Ethiopie te verwerken.

'Its quit an experience my Friends!'

 Etappe: Debre Sina - Ataya

Km: 85