De Lustige Reiziger

Cursusje

'Nu heb ik er genoeg van', lieve lezer' 

Ik heb er al dagen last van. En nu ben ik het zat ook. Wat een geklooi. Ik ben er klaar mee. Ieder mens heeft ergens een grens liggen. 
Bij de een ligt ie ergens anders dan bij de ander. En bij de ander weer ergens anders dan bij de 1. En sommige mensen leggen de lat zo hoog......dat ze er gemakkelijk onder door kunnen lopen. Die figuren heb je ook. Maar MIJN grens is nu bereikt.

Vanochtend heb ik mijn fijne naar pisgeur walmende kamer achter me gelaten. Met plezier. Dat zult u begrijpen. Als je je oogjes toe hebt gedaan. En je ligt lekker te snurken. Dan heb je er niet veel last van. Maar bij het krieken van de dag. Tijdens het kakelen van de haan. Het uit de speakers galmende ochtendgebed. En het hard openslaan van de stalen kamerdeuren om 6 uur des ochtends (jah, onze Ethiopische vrienden zijn er elke dag vroegjes bij) trok de alles doordringende geur van urine weer fijntjes in mijn neusgaten. 

En probeer dan nog maar 's je broodje omelet, met ui, tomaat en 1 fijn gesnipperdegroene peper met ondersteuning van een kopje thee met veel smaak naar binnen te werken. Toch lukt dat. Maar niet zonder dat ik dwars door een plastic tuinstoelben gezakt. Die ik maar even vergoed heb aan de dienstdoende restauranthouder.
 

Ik sla proviand voor de dag in. En ga op pad. Het beloofd de eerste van de drie loodzware dagen te worden. Ik moet over hoge bergen en door diepe dalen. Om  uiteindelijk in Debark te geraken. Debark is de toegangspoort tot het Nationale Park 'the Simien Moutains' genaamd. Met toppen die de 4000 metervoverstijgen. Ik overweeg om in Debark mijn fiets voor een dag of vijf te parkeren. En een heuse trekking te gaan doen in het Nationale Park.

Maar voor het zo ver is moet ik er nog wel zien te geraken. En dat valt voor de drommel nog niet mee. 


De eerste kilometers daal ik flink. Maar daarna moet ik dat hele daalstuk weer compenseren met het nodige klimwerk. Pff......dat valt niet mee. De stijgingspercentages zijn vanaf 7 procent. En met een fiets met volle bepakking is dat een hele tour. Ik kom in het dorpje Haidi. Het is een lange straat met aan weerszijden hutjes gebouwd met hout uit de overvloedig aanwezige Eucalyptusbossen. Het plaatsje kent een prachtige boom waar mensen onder zitten te keuvelen. Ik houd er een korte stop. In no time wordt ik vergezeld door de nodige kinderen.
(van het binnenrijden in Haida heb ik een flimpje gemaakt: 
https://youtu.be/e9NIxgXCNIQ (duur: valt best mee)
 

Na het nuttigen van een banaan en de nodige slokken water. Trek ik verder. Ik word getrakteerd op een fantastische afdaling. En dat is fijn. De benen hebben even rust. Maar tot zover het goede nieuws. Bel de feesttaart maar weer af. Berg de slingers maar weer op. Ontdoe het cadeau maar van het pakpapier. Want opnieuw wordt ik uitgenodigd om te gaan klimmen. 

Ik probeer de uitnodiging af te slaan (zoals je bij een slecht feestje ook wel 's doet, Neeh,we kunnen echt niet, want we hebben al een ander feest....). Maar toch weet ik mezelf te overreden me over deze berg heen te worstelen. Anders kom ik nooit in Debark. En zal ik de Simien Mountains nooit gaan zien.

 
Ik worstel me naar boven. Ik trek. Ik sjor. Ik schuur. Ik duw. Ik hijg. Ik loop, Ik transpireer. Harder dan ik bij kan drinken. Ik verbrand levend -onder een zon die een temperatuur van 41 klein nulletje C. produceert (en even een detail tussendoor: m'n zonnebrandcrème is op) En denk je nou dat die meuk ie hier verkrijgbaar is? Nou neuhhhh. Kortom het gaat best lekker.
 

Om 13.00 uur duw ik mijn fiets op de top van de berg. Daar zetelt serdert jaren het bergdorpje Adi Arkay. Ik zou het stil houden. Maar jongens en meisjes, wat ben ik er blij mee. 

Waar ik minder verheugd van raak is dat er een ontvangstcomité van een dozijn kinderen om me heen zwermt. Deze man is kapot. Tot op z'n schoenveters afgebrand. Helemaal aan z'n eind. Lichaam en geest branden even op een waakvlammetje. Het hart pompt nog maar met moeite het bloed rond. De aderen staan op knappen. De spieren staat op springen..... 

En dan die F*&%#@k&%$#@G kinderen. Die hard in mijn oren schreeuwen. Aan m'n fiets sjorren. Er wordt een beroep gedaan op mijn zelfbeheersing en op nog een heleeeeeeeeboel handige en noodzakelijke andere competenties. 

Jammer genoeg was ik niet in de gelegenheid om de laatst gehouden cursus 'wat-kan-ik-het-beste-doen-als-ik-steenkapot-een-dorpje-in fiets-en-12 kids-gaan-aan-mijn-fiets-hangen-en-aan-mij-sjorren-moet-ik-ze-dan-afschieten-of-toch-maar-niet. Kijk als ik die cursus had gevolgd. Dan had ik geweten wat ik nu had moeten doen. Maar ja, druk druk druk he! Die ogenschijnlijke overbodige maar achteraf toch zo ontzettende nuttige cursussen schieten er dan lellijk bij in.

Er is een soort van hotelletje waar ik een bord spaghetti bestel. Ik zit voor dood in een plastic tuinstoel. Het ziet er niet uit. Het is bijna nog erger dan die randdebielen (kutpubliek, reken ik ook goed) dat 1 keer per jaar naar de Toppers gaat. Met dat gegeven heb je  de onderkant van de samenleving aardig bij elkaar geharkt. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben er qua niveau nu niet ver van af.

 
Ik zal niet zeggen tot overmaat van ramp. Maar hier zittend voor dat hotel, wachtend op mijn dampende bord spaghetti, stopt er een bus met Griekse toeristen. Ze zijn o.l.v. een gids op een rondreis door Ethiopië. Ze vinden mij geweldig stoer. En iedereen wil (eerst apart en later als groep) met me op de foto. Of ik m'n fiets even net zo wil zetten dat het goed gaat met de zon en het foto's maken. 

Tuuuuuuuuuurlijk!!!!!!!!! No problem!!!!!! Ik ben helemaal niet moe......

Ook de cursus NEE-zeggen als het even echt niet gaat, heb ik gemist. Ik zei namelijk toen ze me vroegen of ik aan die cursus mee wilde doen wel een keer NEE. Nu nog de kwaliteit proberen te ontwikkelen om NEE te zeggen als dat echt moet........ Is daar ook een cursus voor?

 
De Grieken vertrekken weer. En ik blijf als een dood vogeltje achter. Het lichaam is leger dan leeg. Opper dan op. Er moet nu snel iets van energie mijn lichaam in. Anders komt het niet goed. Snel eten bereiden is de Ethiopiër niet gegeven. Wachttijden van een half uur zijn gewoon. Het kan ook zomaar een uur duren.

Uiteindelijk komt het eten dan ik naar binnen schrok (en ik bedoel hier niet de verleden tijd van schrikken). Ik bedoel dat ik het bord onder een hoek van 30 graden tegen mijn kin heb gezet en de hele meuk, als ware het een trechter, zo naar binnen gelepeld heb. Ik knap er iets van op. 

Ik neem een ferm besluit. Ik trek vandaag niet verder. Ik moet herstellen van deze mega-inspanning. En me voorbereiden op de komende twee fietsdagen die nog zwaarder gaan worden. En dan zal er ook geen hotel of ander overnachtingsadres zijn. Dan zal ik een plek moeten vinden waar ik mijn tentenkamp op kan slaan. En zal ik voor de eerste keer mijn kookgerei in stelling gaan brengen. Daar zie ik wel naar uit.

Ik doe er goed aan om inkopen te doen. En me geestelijk en fysiek op te laden voor wat gaat komen. Ik vind een kamer in het dorpje. En installeer me.

O ja, potdomme. Ik was het zat. Ik was er klaar mee. Maar waar ook alweer mee? 

Nouwwwh......mijn voorband blijft leeglopen. Langzaam. Maar gestaag. Elke dag moet ik er wat lucht bij blazen om 'm op de juiste spanning te houden. En daar word ik het langzaam een beetje zat van. Ik heb de band er al drie keer af gehad. Maar ik kan geen gaatje vinden. Ik ben er heleeeemaaaal klaar mee. Nu ga ik er wat aan doen.  Met het vaste voornemen om tot een iets permanentere oplossing te komen dan de vorige herstelpogingen.

Ik demonteer mijn voorwiel. En ruil de onwillige binnenband om voor mijn reserve binnenband. Het klusje neemt een half uur in beslag. En tijdens deze werkzaamheden wordt ik gade geslagen door een flinke groepbelangstellenden die ademloos en zeer gecontreerd toekijken. Ik overweeg, na terugkomst in Nederland, de cursus te gaan geven -op-je-vingers-gekeken-worden-is-helemaal-niet-erg-als-je-er-maar-een-cursusje-bij-Gerrit-voor-best-veel-geld-voor-hebt gevolgd.

 
Als mijn fiets weer als vanouds is. Heb ik gelegenheid om te kijken hoe het nu echt met de onwillige binnenband zit. Er blijkt een miniscuul gaatje in te zitten. Ik plak de band meteen. Die kan mooi vanaf nu als een volwaardige reserve binnenband dienen.

Het was vandaag 1 van de allermooiste ritten als het om het landschap, de bergen en de bijbehorende uitzichten gaat. Zonder enige twijfel. Ik bevind me in een geweldig en prachtig stukje Ethiopie. ‘Maar wat is het zwaar om hier de trappers rond te malen.‘

Heel eerlijk. Ik heb vrees voor wat me de komende dagen te wachten staat. 

 

S(j)hov(f)el

Toen ik vanochtend vertrok uit Enda Aba Guna had ik eerst nog niet zo door.

‘Er stonden wel erg veel mensen langs de weg te kijken. Een uitzwaai comité? Allemaal en alleen voor mij?’ Dat zou toch wel heel bijzonder zijn. Ik wist 5 minuten geleden nog niet eens dat ik hier zou fietsen. Hoe konden zij dat dan weten? Maar als het niet voor mij is. Voor wie of wat dan wel. Ik infomeer wat rond. In het vierkant. Probeer nog een trapeziumvormpje. En wat blijkt: er komt hier zo een heuse wielerwedstrijd langs. 'Aha, vandaar dat iedereen zo langs de weg staat.'

Ik schaar me bij alle toekijkers. En het duurt niet lang voordat de eerste auto's met veel toeters en bellen voorbij komen. Gevolgd door een peloton renners. Nadat de hele meute gepasseerd is, stap ik ook op. Kijken of ik ze bij kan halen......

Net nadat ik Enda Aba Guna uit ben stuit ik op een gebouw van de UNHCR. Het gebouw blijkt een eerste opvang en registratiepunt te zijn voor vluchtelingen uit Eritrea (het Noordelijk gelegen buurland). Dagelijks ontvluchten zo'n 200 mensen de slechte politieke en economische situatie in hun thuisland. En wagen de oversteek. Ze komen van een land waar niets is, naar een land waar ook niets is. Maar waar ze hopen dat het net iets beter voor hen zal zijn.

Ze lopen circa 100 kilometer voordat ze hier worden opgevangen. Met onder andere geld uit ons mooie landje zijn er in deze grensregio vier vluchtingenkampen ingericht. Daar worden de Eritreers gehuisvest, krijgen ze onderwijs, en is er schoon drinkwater voorhanden.


Lieve lezer. Het beloofd een enerverende en gevarieerde dag te worden. Qua route. En die belofte wordt al snel ingelost.

De eerste kilometers zijn nog redelijk vlak. Echter, dit fijne horizontale fietsgenoegen wordt teniet gedaan door een stormachtige vlagerig waaiende wind die me schuinrecht in mijn snoet waait. Ik verbruik best veel energie om een ietsje vooruitgang te boeken.

Na een kilometer of 20 doemt er in de verte een figuur op. Ik begin er redelijk het oog op te krijgen: een andere Wereldfietser!! Het blijkt Dave uit Engeland te zijn. De begroeting is allerhartelijkst. We zijn beiden blij om een partner in Crime te ontmoeten. We praten honderduit. Verhalen over onze andere reizen. Vragen aan elkaar of we nog iets nodig hebben op onderdelen gebied. En wisselen route informatie uit. Hij doet precies de route die ik doe, maar dan in de omgekeerde richting. Na een half uurtje nemen we foto's. Wensen elkaar alle goeds toe. En trekken verder. Ieder in onze eigen richting.

Na het plaatsje Togo Ber daalt de weg spectaculair. En langdurig. Over een lengte van circa 10 kilometer gaat het in totaal ruim 600 meter naar beneden. De dalingspercentages liggen tussen 4 en 8 procent. Met mijn recente valpartij nog in het voorhoofd (en knie, elleboog en rib), en de nog steeds aanwezige stormachtige wind, daal ik behoedzaam. 'Met langzaam dalen kom ik ook wel beneden' is mijn gedachte. En zo is het maar net.

De ene haarspelbocht, volgt op de andere. En de andere volgt weer op die ene. Ik kronkel wat af. Mijn hand verkrampt van het vele pompende remmen. Na misschien wel 50 of 60 bochten kom ik uiteindelijk - heelhuids - beneden. Dit hier heet de Kloof van Tezeke.
(ik heb een filmpje gemaakt van een deel van deze specatulaire afdaling, en die is in versnelde vorm te bekijken op https://youtu.be/d0Vl7R6vl7o Duur: 3 minuten en 22 seconden)

Mijn temperatuurmeter geeft het getal van 44 graden aan. Ik geef er ‘s een klein klapje op. Het lijkt mij wat veel. Maar hij blijkt het toch bij het verzengende hete rechte eind te hebben. (ik had een foto van mijn temperatuurmetertje moeten maken....grrrrrr.......).

Ik begin de verzengende hitte nu ook te voelen. Ik drink mijn bidons harder leeg dan goed voor m’n watervoorraadje is.Ik maak wat foto's. En weet dat ik nu 10 km moet klimmen. Weer terug naar een hoogte van 1300 meter. Met dezelfde stijgingspercentages waar ik zojuist mee naar beneden ben gekomen. Dat wordt hard werken.


Maar eerst fiets ik naar de brug. 

Vlak voor ik de brug over ga staan er - over een lengte van 100 meter - links en rechts van de weg krakkemikkerrige hutjes. En in 1 van die hutjes is – tot mijn verbazing - een klein soort van winkeltje te vinden. Hier weet ik een kopje thee - met een in olie gebakken krakeling- naar binnen te slurpen. Ik vul mijn watervoorraad als nooit tevoren aan. In alle hoeken en gaten prop ik een fles water. Want het is knetter heet hier. En ik moet zo een hoge bergpas bedwingen, waar halverwege vast geen water te vinden zal zijn.

Na een half uurtje stap ik op. En rijd over de brug. Waar – het inmiddels gebruikelijke - ‘kids-ontvangstcomité’ me begroetend tegemoet loopt. (daarvan heb ik een filmpje gemaakt. https://youtu.be/RFhUI0PpZwg Duur: 2 minuten en 22 seconden)

Het klimwerk kan beginnen.

Na een klein aanloopje. Gaat het vrijwel meteen flink omhoog. Ik trap energiek het kleinste verzet weg. Van de wind heb ik hier zo in de bergen geen last meer. Ik voel me sterk. Dit gaat me lukken.

Na een kilometer of drie passeert een shovel.

Met de chauffeur had ik eerder op de route al kennis gemaakt. Hij stopt. Zet zijn graafbak naar beneden. En gebaart dat ik mijn fiets er in moet zetten. Mm....... Ik twijfel even. Maar niet langer dan een paar seconden. Ik zet mijn fiets in de laadbak. En ga er zelf, in de bak, naast zitten. De chauffeur heft de bak omhoog. En hij zet de shovel in beweging. De berg op. Allemachtig! Dit is fantastisch!!

Ik heb geen idee hoe ver hij de berg op moet. Maar elke meter die ik niet hoef te klimmen is mooi meegenomen. Op een goed moment stopt hij. En ik denk dat dit het eindstation is. Niks ervan. Hij wil een foto maken. Hij vind het veel te mooi. Zo’n Wereldfietser in zijn shovelbak. Na het foto's maken gaan we verder. Helemaal tot de top. Daar aangekomen trakteer ik 'm op een biertje en bedank ‘m hartelijk. (van deze shovelrit heb ik een kort filmpje gemaakt https://youtu.be/BUwbrM4Draw Duur: net ff meer dan 2 minuten).

‘Tjonge, wat ging dat mooi zeg.’

‘Zo gemakkelijk ben ik nog nooit een berg ‘opgereden.’ Ik denk dat ik mijn volgende reis maar met een shovel maak.......
De shovelchauffeur waarschuwt me dat ik verderop de route met 'stolen people'  te maken zal krijgen. Ik begrijp niet goed wat hij zegt . Maar we zullen zien. Na een kilometer of wat wordt het me duidelijk. Ik nader een immens vluchtelingenkamp. Dat zal ie wel bedoelen. Mm......

Het vluchtelingenkamp wordt gerund door vertegenwoordigers uit Noorwegen. Die trekken daar de kar. Ik zie veel 4x4 jeeps voorbij trekken met een sticker van de Noorse UNHCR. Ik raak aan de praat met 2 voetballiefhebbers. Zoals ze zelf zeggen: vluchtelingen uit Eritrea. Ze wonen al 7 jaar in het kamp. Uitzicht op iets permanents is er voorlopig niet. We kletsen wat over voetbal. Maken foto's. Prima kerels!

Als ik verder trek wordt ik in ene vergezeld door twee fietsers. Ook zij wonen in het kamp. Aanvankelijk is het contact prettig en lachten we wat af. Maar dan komen er nog twee 'vriendjes' bij en dan slaat de sfeer geleidelijk om. Ze willen water, geld en vast nog veel meer. Op een goed moment word ik een soort van klem gereden. Ik was er ietsje op voorbereid en geef een slinger aan mijn stuur wurm ik me er tussenuit. En dan word ik 'gered' door het feit dan ik sterk ga dalen. Dat houden ze nooit bij. Dat waren geen prima kerels!!

Ik leg nog 16 kilometer af. Ik klim wat. Ik daal wat. En merk daarbij dat de sfeer hier in het Noordelijk deel van Ethiopië wat minder gemoedelijk wordt. Kinderen dringen agressiever aan. En vragen met veel bombarie en geschreeuw om mijn aandacht. Dave, die ik enige uren geleden ontmoette, vertelde dat hij is bekogeld met stenen, is geslagen met stokken en hij zou zelfs van zijn fiets geduwd zijn. Ok, ik ben dus een gewaarschuwd mens. En we zullen zien. Maar vooralsnog hanteer ik het zelfde principe: onverstoorbaar door trappen. Genieten. And then, See what Happens.

Ik vind een zeer eenvoudig onderkomen voor de nacht. Je zou het zonder enige moeite 'een beetje S(j)hov(f)el' kunnen noemen. Voor 100 BIRR (4 euro) krijg ik een bed, zonder WC en douche, maar wel met een alles overheersende en doordringende pisgeur. Kom er nog maar ' s om. Als je er om vraagt dan is het nooit beschikbaar. Dan is het er niet. Hebben ze er nooit van gehoord. Of kennen ze het niet. Of dan is die kamer net verhuurd. ‘Had u maar iets eerder moeten komen meneertje Pleijter. Dan had u een kamer gehad met een scherpe heerlijke alles doordringende pisgeur. Te laat. Jammer! Voor u!!’

En als je er net niet helemaal op zit te wachten. Ziehier. Dan krijg je het er gewoon gratis en voor niks bij. Dan is het er gewoon. Zonder enige moeite. En on top off that staan er twee speakers die verschillende soorten stampmuziek door elkaar produceren. En als extra kers op de muziektaart ook nog ‘s in geheel overstuurde vorm.

De adonissen van je konnissen (herkenbaar voor wie vroeger veel naar Curry en van Inkel luisterde op de radio) knallen zo ongeveer uit je eigenste oorschelpjes. De firma Beter Horen zou er in dit Ethiopische dorpje wel bij varen. Die kunnen hier ook wel hunnie gratis hoordagen organiseren.......

Kortom, dit hotel is een ideale plek om 's even rustig bij te komen van deze enerverende dag.

(ohhhhhh, die pisgeur is ECHT NIET te harden.........)

Etappe: Enda Aba Guna - Maitsebry

Km: 65


Noodtoestand

Ruim zestig procent van de Ethiopiërs hangen het (orthodox) Christelijke geloof aan. Ongeveer dertig procent de Islam. De overige 10 procent is afvallig. Of heeft een ander geloof.

Je ziet het aan het straatbeeld. Gesluierde vrouwen en meer Westers geklede vrouwen vermengen zich met elkaar. Bijna elk dorp waar ik doorheen trek heeft een Moskee en een of meerdere kerken. En ook strak om 4.30 uur schalt hier het ochtendgebed uit de speakers van de Moskee. De Ethiopiërs die ik ontmoet zijn er behoorlijk trots op dat deze twee religies vreedzaam met elkaar samenleven. En dat mogen ze zijn. Want ik nagenoeg alle landen waar ik tot nu toe ben geweest leven deze twee religies op gespannen voet. Is er gedoe. Of worden er burgeroorlogen gevoerd.

Ik heb een uitstekend nachtje gedraaid.

Of het nu komt door het flesje cola. Of de biertjes. Of de pillen die ik gisteravond in heb genomen. Of een combinatie van die drie. Ik weet het niet. Maar vanochtend voelde ik me beter dan gisteren. Nog niet helemaal top. Maar top genoeg om de etappe van zo’n 60 kilometer te voltooien.


De eerste 30 kilometer vliegen voorbij. Ik fiets door een nagenoeg vlak landschap, waar aan beide zijden van de weg volop landbouw wordt bedreven. Later wordt het landschap droger en meer dor. Mijn snelheidsmeter tikt de 46 kilometersnelheid aan. Het gaat best wel hard zo voor de wind.

Nog voor twaalven rol ik de stad Shira binnen.

Dit blijkt tot mijn verrassing een best wel grote en drukke stad te zijn. En dat is fijn. Want het is de hoogste tijd om mijn voorraden aan te vullen. Ik moet Noodlesoup zien te bemachtigen, tandpasta, benzine (voor mijn brandertje, dat u niet denkt dat ik mijn fiets heb ingeruild voor een brommert), zonnenbrandcreme en meer noodzakelijke meuk voor een Wereldfietser.

Ik bemachtig het een en ander. En scoor wat te eten op het terras van een hotel. Daar rolt ook net een groep Denen binnen. Die een groepsreis door Ethiopie maken. En dat is maar goed ook, want als ze een groepsreis door Biddinghuizen aan het maken waren (wat natuurijk een prima alternatief zou zijn), dan waren ze flink uit koers aan het geraken.

Het zijn overigens de weinige toeristen die ik tegenkom gedurende mijn reis. De reisleider verteld me dat veel mensen hun reisplannen naar Ethiopie hebben geannuleerd. De Ethiopische regering heeft enkele maanden voor mijn vertrek de noodtoestand afgekondigd. Ik weet niet of dat met mijn komst te maken had. Maar die noodtoestand. Die geldt nog steeds.

Reden hiervoor waren de onlusten in de regio van Addis Abeba en Gonder. Bij die onlusten zijn ook twee Nederlandse bedrijven (rozenkwekerijen, ja uw vaasroosje komen voor een belangrijk deel uit Afrika, als u dat nog niet wist) geplunderd. Van 1 weet ik dat die haar bedrijfsactiviteiten in Ethiopië inmiddels heeft beëindigd. Hierop heeft onze Buitenlandse Zaken het reisadvies naar Ethiopië aangepast. Het werd niet negatief maar er golden wel restricties. Dat heeft mijn voornemen om naar Ethiopië af te reizen toch nog even aan het wankelen gebracht: moet ik gaan of niet. Maar uiteindelijk heb ik besloten om toch te gaan. Maar veel toeristen en reisorganisaties hebben anders beslist. En dat maakt dat het aantal toeristen zeer gering is. Jammer voor de toeristenbranche. Fijn voor mij.

Na een kom soep en een bord rijst met vlees achter de kiezen stap ik op. En vervolg mijn weg zuidwaarts. Het blijft vlak. Ik weet niet wat me overkomt. Dit zijn de eerste echte vlakke fietsmeters in heel Ethiopië. Laat ik er nog maar van genieten. Want er staat me de komende weken nog heel wat klimwerk te wachten.

Tegen half vier rol ik (tot mijn verbazing) Enda Aba Guna binnen. Tot mijn verbazing ja. Want ik dacht in Dabauna binnen te rollen. Maar mensen verzekeren me dat dit Endapaguna is. Ik kan het moeilijk geloven want ik dacht toch echt in Dabauna binnen te rollen. Maar nee hoor. Dat dorpje moet ik dan gemist hebben. Want ik ben toch echt in Enda Aba Guna. Mijn fietskaartje verteld me dat ik Dabauna ben. Maar de inwoners van Enda Aba Guna vertellen me dat ze toch echt inwoners van het dorpje Enda Aba Guna zijn. En niet van Dabauna.

Ik zou toch zweren ......

Enda Aba Guna is een klein plattelandsdorpje. Waar een doorgaande weg doorheen trekt. En waar de armoede en eenvoud van afdruipt. Met mijn komst heeft het dorpje er een bezienswaardigheid van formaat bij. De Eifeltoren valt er bij in het niet. Het Rijks kan er niet aan tippen. Van Gogh zou er een moord voor doen. Of tenminste zich een oor afsnijden. De jeugd loopt uit. Mensen roepen. Mensen lachen. En kijken me allemaal na. Of lopen met me op.

Mooi. Het wordt tijd om er echt in te gaan geloven. Ik ben in Enda Aba Guna en ben gewoon een stukje verder op mijn wegenkaart dan ik dacht. En nauwelijks vermoeid. Ik vind een eenvoudig hotel. Met dito sanitaire voorzieningen.

Voor 2 euro mag ik er de nacht doorbrengen. Voor dat bedrag wil ik wel een poging wagen.

Etappe: Selekleka - Endapaguna

Km: 59

Lek

'Morgenstond heeft goud in de mond.' 

Dat mag dan mooi zo wezen. Maar in mijn mond schittert het goud voor alsnog niet. En dat zou zomaar, met veel gemak en zonder enige terughoudendheid met de dekking van mijn ziektenkostenverzekering te maken kunnen hebben. Die dekking heeft nl een stevige relatie met de beschikbare inhoud van mijn portemonnee lieve lezer. Dus dat had gemakkelijk gekund. Echter dat is niet de ware reden van mijn fonkel loze gebitje.

De ware reden is dat mijn dag begon met een lekke band.

Tja. Met het opladen van mijn karretje in de vroege ochtend voelde ik dat er iets niet in de haak was. De voorband stond zacht. Snel en vakkundig - u kent mij lieve lezer- heb ik het probleem natuurlijk zo maar eventjes in een wip verholpen.


'Nouuuuwwwwww, zo ging het niet helemaal.'

Want ik kon geen lek vinden. Ook met mijn fabeltastische lekzoekertje niet (dit is een klein plastic doosje met daarin kleine perpexballetjes, die gaan draaien als ze een lek detecteren erg handig als er geen emmer water voorhanden is, en ik vind het zoooooooo'n gesleep om steeds een emmer water met me mee te zeulen, dat klotsende water trek ik nog wel maar dat verdomde gezwaai van dat hengsel, en dat gaat ook nog wel maar dat kloteding dat breekt steeds af, kutemmer, daarom dus een 'lekzoeker').

Ik heb de buitenband van binnen en van buiten gecheckt. Maar ook daar waren geen oneffenheden waar te nemen. In een soort van een ten einde raad ongewisse geestestoestand heb ik tenslotte het binnenwerk van het ventiel maar vervangen. Wellicht dat daar de bron van alle ellende zit.

See what happens!

Maar voordat ik op kan stappen vragen nog wat jongeren mijn aandacht. Ze willen van alles over mijn fiets weten. Over de techniek. Maar ook over hoeveel zo'n fiets wel niet kost. Ik noem meestal een bedrag dat een fractie is van wat de fiets werkelijk heeft gekost. Ik wil nl. niemand in verlegenheid brengen. En wil ik ook niemand op 'verkeerde' gedachten brengen. 

Maar deze mannen laten zich niet met een kluitje in het spreekwoordelijke riet sturen. En daarom vertel ik hunnie maar 's echt wat ie heeft gekost. Hun ogen worden zo groot als knikkers. Het ongeloof is groot. En ik vind het maar een gênante vertoning. Daarom haast ik me er bij te vertellen dat ik er flink voor heb moeten sparen voordat ik tot aankoop van mijn vehikel over kon gaan. Ik neem afscheid (nadat ze allemaal stuk voor stuk met fiets op de foto zijn gegaan) van de mannen en neem me voor om NOOOOOOOIT maar dan ook NOOOOOOIT meer de echte prijs te noemen.

Ik vertrek uit Aksum. De meest Noordelijk gelegen stad in Ethiopië. Er staat me een redelijk vlakke etappe te wachten. Redelijk vlak in Ethiopië betekend altijd nog wel dat er klimmetjes van 4 a' 5 procent in zitten. Maar dat is te doen. Nou ja, ze zouden goed te doen moeten zijn. Want ik ben vanochtend niet geheel okselfris opgestaan. Dikke keel. Zweterig. Loopneus. Niet helemaal te pas.

Ik rijd parallel aan de grens van Eritrea. Dat ik dichterbij Eritrea zou kunnen komen, dan ik nu ben - is ondenkbaar. Eritrea en Ethiopië leven in onmin met elkaar (en dan bedoel ik de overheden). Voor de bron van deze onmin-ellende moeten we terug in de tijd. Naar november 1997. Reist u even mee?

Eritrea introduceerde toen een nieuwe munteenheid die ook de BIRR in Ethiopië zou moeten vervangen. Ethiopie zag dat niet zitten en doodde een aantal Eritreers bij de grens. Daarop bestookte Eritrea het vliegveld in Addis Abeba. En ook hier vielen doden. En zie hier. Een conflict was geboren. In februari 1999 escaleerde de boel. Het werd oorlog. Tienduizenden - aan beide zijden - verloren het leven in deze bloedige strijd. Eind 2000 werd een staakt het vuren overeengekomen. In Algiers werd dit schriftelijk bekrachtigd en daarbij werd overeen gekomen dat er over de volle lengte van de grens tussen Ethiopië en Eritrea een 25 km gedemilitariseerde zone zou worden ingesteld. En aldus geschiedde. En die zone wordt heden ten dage nog steeds in stand gehouden. Beide landen houden elkaar sindsdien - ieder vanaf hun eigen grondgebied - met het nodige militaire vertoon nauwlettend in de gaten.

Mensen uit Eritrea en Ethiopië kunnen elkaar nog steeds niet bezoeken. De grens zit potdicht. En ook met het vliegtuig is er geen rechtstreekse vlucht te boeken van en naar beide landen. Dan zou je zeggen: 'vlieg dan via een ander land.' Prima bedacht lieve lezer. Fijne oplossing. Echter u komt er met een Ethiopisch of Eritreers paspoort gewoonweg niet in.

Voor wat het waard is: in 2005 verklaarde het Hof in Den Haag Eritrea schuldig aan het beginnen van de Oorlog. Maar ja. Daar hebben al die dode mensen die nu onder grond liggen te koekeloeren natuurlijk een broertje dood aan. Enne, ff terug naar het begin. Waar is al die oorlogsellende ook al weer mee begonnen?

Midden op de dag rol ik voorzichtigjes Selekleka binnen. En dat voorzichtig rollen doe ik om twee redenen.

Ik voel dat mijn fiets van achteren wat zwabbert. En dat is niet normaal. Hij is ondanks de zware bagage normaal gesproken zo stijf als een hark. Dus er moet iets aan de hand zijn. ‘Aha, een lekke achterband!’ Een Acacia-doorn steekt door de buitenband. Twee lekke banden op 1 dag. Mm........ Er is in dit stoffige dorpje een opvallend luxe hotel. Ik stop er. En eet in het restaurant een bord pasta.

Ondanks het lekkere eten begin ik me na deze rustpauze met de 5 minuten steeds minder lekker te voelen. Ik heb het plan om nog 30 kilometer door te fietsen. Echter, helemaal zitten zie ik dat eerlijk gezegd niet. Ik informeer of ze een kamer hebben. Die hebben ze. En ik besluit zonder lang na te denken om hier te overnachten.

Ik sleep mijn boeltje – koortszweterig en wel - vier etages naar boven. Doe mijn kleren uit. Spreek mijn medicijnenkastje - voor het eerst deze reis- maar ‘s liefdevol aan. En ga liggen. Languit. Uitgeteld.

Hopelijk voel ik me morgen wat beter.


Etappe: Aksum - Selekleka

Km: 36

Zuilvorming

Ik heb een - voor mij - nogal lastig doch ferm besluit genomen.

Tja. Ik voelde me de afgelopen dagen wat opgejaagd. Ik heb nl. thuis een reisplan opgesteld. En reeds in de tweede fietsweek - hiero in Ethiopië - fiets ik al flink achter de feiten aan. Ik loop achter. Nu al dag of vijf. Ik kan gewoonweg de dag kilometers die ik wilde maken niet wegtrappen. Oorzaken: Het wegdek is minder goed van kwaliteit. Maar belangrijker nog: de bergen zijn talrijker hoger dan ik verwachtte. Met een kilometertje of 50/55 zijn mijn energiereepbenen meestal op. En ik was uitgegaan 70/75 km.

En daar komt nog bij dat de bergweg die ik van Lalibella naar Sekoto zou afleggen (130 km) momenteel door Chinezen en Turken onderhanden wordt genomen. En dat onder handen nemen zal er in de toekomst toe leiden dat deze weg prima te fietsen zal zijn. Alleen, heb ik daar nu eventjes helemaaltjes nietjes aan. Hij ligt er helemaal uit. Het is verworden tot een puinbaan. Daar kan ik met mijn fietsje niet rollend over heen.

Gisteren heb ik geprobeerd een stukje te fietsen op deze puinbaan. Maar dat ging echt niet. Ik heb geprobeerd gemotoriseerd vervoer te regelen. Maar ook met een 4x4 Jeep kom je er niet door. Ik kan niemand vinden die de 130 km wil afleggen. Er is domweg geen oplossing. Niet met de fiets. Niet met een auto. Niet over de weg. Ik kan wel terug van waar ik ben gekomen. Maar dat idee kan me weinig plezieren. Ik ben al achter op m’n schema. En dan ook nog terug moeten. Mm.........

Ik heb er eerlijk gezegd een half nachtje van wakker gelegen.

Bij het krieken van de dag meen ik een oplossing te hebben gevonden. Het schiet me te binnen dat Lalibella heeft een piepklein vliegveldje heeft (1 asfaltbaan midden tussen de bergen). Daar zou wellicht een mogelijkheid kunnen liggen. Ik informeer de volgende dag. En er blijkt - tot mijn verrassing - elke dag een vliegtuig te vertrekken. Enne,' plek zat hoor meneertje Pleijter. Zegt u maar wanneer u wilt vertrekken'.

Tot mijn grote surprise blijkt ook mijn fiets ook mee te kunnen. Ik heb er mijn bedenkingen bij - meestal is het kantoorpersoneel dat de tickets verkoop een ietsje pietsje optimistischer dan de praktijk vaak uitwijst - en daarom laat ik deze belofte maar even fijn op de ticket vermelden (en dat was een goed plan, want op het vliegveld gedoe, gedoe. gedoe.........)

Ik koop een ticket. En zal me dan ruim 200 km noordwaarts laten vliegen. Met een klein vliegtuigje van Ethiopien Airlines. Daarmee zal ik de achterstand op mijn schema in 1 klap inlopen.

Ik had nog even wat twijfel. Omdat het ook wel een beetje voelt als 'verraad'  aan mijn oorspronkelijke plan. En daarom heb ik Whatsapp-overleg met mijn vriendin Joan. Joan appt rake teksten. En text verstandige woorden. Het helpt me om mezelf definitief over de streep te trekken.

Het is ook niet helemaal zoals ik het van te voren had bedacht. Maar ja. Mijn halve leven loopt al anders dan ik ooit had bedacht. En eigenlijk is dat heel goed nieuws. Ik zou het niet (meer) anders willen. Dat is het avontuurlijke. Het overwachte ook. Ik begin me daar steeds beter in thuis te voelen. En leg me sneller neer bij de feitelijke situatie. Dit is kennelijk hoe het moet zijn.

En daarom ben ik vanochtend - na een nacht waar ik de ogen meer open dan dicht heb gehad - om 5.15 uur opgestaan. Heb m'n boeltje gepakt. Ontbeten. En heb in het schemerdonker koers gezet naar het vliegveld van Lalibella.

Ethiopie moet nog wakker worden. De mensen die wel wakker zijn lopen langs de straat met doeken om hun lichaam geslagen. Het is een graad of 10. En dat is voor de meeste Ethiopiers bitterrrrrrrrrkoud. Ik fiets in de Ethiopische winter. Kouder dan dit zal het door het jaar in Ethiopie niet snel worden.

Ik heb mijn hoofdlampje op. En de fietsverlichting is aan. En wat is het fijn dat mijn voorlamp van uitstekende kwaliteit is. Het ding produceert een lichtbundel waarmee ik het asfalt en de gaten in het asfalt kan onderscheiden. En dat is noodzakelijk ook. Na een half uur fietsen - om 7.00 uur- wordt het licht. De rit verloopt voorspoedig. De rit - in dit ochtendlicht - is van een ongekende schoonheid. Ik ploeter wat bergen over. Maar het overgrote deel van de rit daal ik. Over voornamelijk gravelwegen, afgewisseld met wat stukjes asfalt.

Hierbij wat filmpjes die een fijne impressie geven van de gereden route:
-  https://youtu.be/A_5hKcXzYug (duur:  4 minuten en 27 seconden)
-  https://youtu.be/OQPjZs71_To (duur: 2 minuten en 25 seconden)

Ik kom tijdig aan op het kleine kneuterige vliegveldje. Met 1 landings- en vertrekbaan. Het is bijna Madurodam. Zo heerlijk klein. En kneuterig.

Bij een roestige slagboom laat ik mijn paspoort aan een bewapende militair zien. Hij bekijkt 't. Ik mag door. Bij een gebouwtje moet ik via een grote deur naar binnen. Daar staat een scanpoortje. Daar moet ik door. (enkele meters naar rechts loop je zo naar binnen en naar buiten......). Mijn bagage wordt gescand. En nu ontstaat er een VET probleem. Mijn fiets moet ook door het scanapparaat. Er is alleen een klein, minuscuul, onbeduidend, nietszeggend probleempje. Een minor detail. Het scanapparaat is kleiner dan mijn fiets. Of (en dat wordt ook goed gerekend) Mijn fiets is te groot voor het scanapparaat. Tjaaaaaa.........

Er komt een mevrouw bij. Er komt een meneer bij. Er komt nog een mevrouw bij. En er komt nog een meneer bij. Er staan inmiddels een heleboel mevrouwen en meneeren bij. En die komen allemaal eensluidend tot de conclusie dat ik mijn fiets uit elkaar moet sleutelen. Want dan past ie wel. Jah, dat begrijp ik. Maar dat gaat niet, zeg ik. Alles is met elkaar verbonden (jok ik een beetje....).

'Jah, maar dat uit elkaar halen, dat zal toch moeten.'

Die fiets moet gescand worden. Er komen nog meer mensen bij. En die gaan zich er allemaal mee bemoeien. Al die tijd, zie ik het van een afstandje rustigjes aan. Ik ben het inmiddels gewend. Het gedoe met het vervoer van een fiets in een vliegtuig. Altijd hectisch. Altijd discussie. En altijd komt het - linksom of rechtsom - ook altijd wel weer goed.

 
En zo ook nu.

In alle wijsheid is besloten dat mijn fiets niet zal worden gescand (is een tip voor potentiele teroristenboeven......ga met een fiets, stop de framebuizen vol met ........ alhoewel......bij nader inzien........doe ook maar niet......).

Ik weet iemand verantwoordelijk te maken voor mijn fiets. En vraag hem eerst de bagage van alle passagiers in het ruim de proppen. En dan als laatste mijn fiets. En echt waar. Dat lukt allemaal. 'Moet je op Schiphol ‘s proberen.'

Met een uurtje of twee vertraging vertrekken we naar het Noorden van Ethiopië. Waar het toestel de banden in Aksum aan de grond zal zetten. En dat doet het ook. Ik mag mijn fiets zo ongeveer zelf uit het vliegtuig tillen. Doe mijn tassen aan de fiets. Fiets de landingsbaan af. En En negen kilometer later fiets ik zo Aksum in. Daar vind ik een eenvoudig doch voedzaam hotelletje. Tonge, wat ging dat gemakkelijk.

Zo gemakkelijk dat ik besluit meteen door te pakken.

Ik plak mijn rugzak op m'n rug. En ga op zoek naar de 'zuilen van Aksum'. Deze zuilen zou je gemakkelijk – qua importantie - kunnen vergelijken met eh.... bijvoorbeeld de piramides in Egypte. Dus de moeite waard om te bekijken.

Maar voor ik ze vind moet ik een kaartje kopen.  In de plaatselijke VVV (een erg deprimerende omgeving) lukt dat. Een man schrijft een enorme bon uit. Dat is mijn toegangsbewijs. Daarna loop ik het stadje uit. Naar een  - met keien omzoomd – dordroog grasveldje. En daar staat ze dan: de zuilen van Aksum.

Ik maak wat foto's onder het genot van een brandend zonnetje (maar als u als antwoord: 'in een alles verzengende hitte'  geeft, dan scoort u ook een voldoende en kunt u uw boeken voor het volgende schooljaar alvast gaan kaften).

Ik keer terug naar mijn hotelletje.

Aksum is niet helemaal wat ik er van verwacht had. Het valt me een tikkie tegen. Echter. Ik vermoed dat dat meer te maken heeft met de hoogte van mijn verwachtingspatroon. Dan met de zuilen van Aksum zelf. Die kunnen er niet veel aan doen. Er valt er wel 's 1 om. Maar verder staan ze er al honderden jaren zo bij. Dus die zuilen kan ik niets verwijten.

Nee. Beter is het om mijn eigenste zuilvormige kompasje even wat nader bij te stellen. Om de  dag van morgen weer fris van geest aan te kunnen vangen.

Alleen maar fotootjes kijken....

Lieve kijker!

U treft het! Vandaag een bonus-bijdrage!!

En u hoeft geen lettergreepjes te kauwen. Alleen maar fotootjes kijken. Van allemaal mooie, lieve mensen. In en rond Lalibella.

Veel kijkplezier!

Rotskerken-Lallie

'Hey' 'Wie zie ik daar?!'

Een bekend gezicht. Een bekende Nederlander. Hier in Ethiopie. In Lalibella. Je zou Floortje Dessing verwachten.  En ook wel hopen. Echter, is dat niet .......eh........Antoinette Hertsenberg. Die van de TROS. Je weet wel. Die. Met die dikke reet (die angstvallig buiten beeld gehouden wordt, let er maar ‘s op). Van dat consumentenprogramma, ach hoe heet het ook al weer .........ach .......ik kom er niet op...Jah, toch!

RADAR.

Dat kleinzielige consumentenprogramma waar mevrouw Janssen (met 2 ss'en, dit omdat haar vader fout was in de oorlog) mag vertellen over de wasmachine die ze heeft gekocht. En waarvan de trommel de verkeerde kant opdraait. En nu wil die stoute leverancier helemaal haar de centjes niet teruggeven.

Dat soort onderwerpen. Dit soort kleinzielige nieuwsfeitjes. Daar gaan onze publieke belastingsflorijnen naar toe. ‘Flikker toch op. Overbodig kutprogramma.’ Afschaffen. In oplossingen denken, mevrouw Janssen'. 'Zet die wasmachine op z'n kop. Dan draait ie de goeie kant weer op.

Maar goed. Terug naar de Grande dame van onze TRO(T)S van de Nederlandse Televisie. Wat doet die hier te doen? Wat moet die hier? Maar wacht, wat loopt ze nu te doen? Waar loopt ze nu toch mee te zwaaien.

Een ......douchekop?!!

Lieve lezer.

Ik ben ongeveer 645 kilometer ten Noorden van Addis Abeba. In Lalibella. En mocht u me niet geloven. Feel free om het na te meten. Bij de IKEA hebben ze van die papieren meetlintjes. Die zou je kunnen gebruiken. Ze zijn niet geweldig handig. Maar wel gratis. Ik  denk nl. ook aan uw europegeltjesbeurs......

Ik bevindt met in een zeer bergachtig gebied. En het is niet alleen bergachtig. Het is ook nog een 1 van de belangrijkste religieuze centra van Ethiopie. U begrijpt. Ik ben hier volledig op mijn plaats. Dat ik hier ben. Dat kan geen toeval zijn. Dat ze me hebben binnengelaten wel!

En het was in dit gebied dat koning Lalibella (voor zijn vrienden: koning Lalbroek, maar wij noemen ‘m Lallie) in de 12e eeuw een Nieuw Jeruzalem wilde bouwen. Had ie zin in. Had een gekke bouwbui. Die Lallie toch.

Nouhhhh!! Helemaal uit de lucht vallen kwam die bouwdrift  van onze Lallie  niet.

Islamitische veroveringen stopten de Christelijke bedevaarten naar het Ethiopische Heilige Land. En dat kon onze Orthodox Christelijke Lallie niet op zich laten zitten. En daarom stuurde ie een medewerker naar de plaatselijke Lalibelese Gamma. Of Karwei. Daar wil ik af zijn. Daar moet u mij niet op vangen.

En die medewerker moest daar een beiteltje of duizend huren. En dat was nog een heel gekloot. Want het Gamma-Karwei-verhuurbalie-meisje had er die dag maar 999 op voorraad. Die ene was net verhuurd. Dus dat was nog een heel gekloot om aan duizend te komen. Daar moest naar gezocht worden. Maar toen dat eenmaal gelukt was. Toog ie vrolijk gebeiteld naar Koning Lallie.

God. Domme (om even in religieuze sferen blijven spreken).

Hamers vergeten’. Moest ie dat hele kloteind terug. Op z’n brommertje.  Had ie ook nog tegenwoei. Ze moesten ook altijd hem hebben. Maar toen ie het hele zaakie voor 23 jaar gehuurd had. Kon het zware werk beginnen. Koning Lallie ging lekker in z’n hangmat liggen bungelen. Had – net tevoren - nog met een wit krijtje de omtrek van de kerken op de rots getekend. En schijnt toen tegen zijn onderdanen gezegd te hebben: ‘begin hier maar, als je klaar bent dan stop ik wel met bungelen en hoor ik wel.’

En het gerucht gaat dat dat gebungel de firma ‘Primatour’ geen windeieren heeft gelegd. Want de klus duurde dus 23 jaren  En in die tussentijd schommelde Koning Lallie maar heen en weer. In z’n hangmat. Hij werd er bekant kotsmisselijk van. En hij heeft in die periode heel wat van die gele wagenziekpilletjes weg moeten kauwen.....

Maar nu even alle gekheid op een kerfstokje.

                                            Bet Giyorigis, 1 van de twaalf uitgehouwen kerken.....

Uit een aantalen rotsen werden uiteindelijk 12 kerken gebeiteld. En dan niet alleen de buitenomtrekken. Maar ook werd de rots aan de binnenzijde uitgehold. Zodanig dat je de kerk gewoon kunt binnenlopen (ik hoop dat ik het enigszins duidelijk heb uitgelegd).

Een geweldige monsterklus. En ook een geweldig fijn staaltje vakmanschap. In die kerken loop ik nu rond te dolen. Ik vraag er u namelijk niet vaak om. Maar nu wel. Even graag uw speciale aandacht voor het eindresultaat van al dit bik- en beitelwerk. Ik heb werkelijk waar nog nooit zoiets indrukwekkends, moois en bijzonders gezien.


                                 de  Bet Giyorigis vanaf de onderkant......

                             ook de binnenzijde kreeg aandacht en werd 'versierd'....

             een aantal kerken zijn d.m.v. ondergrondse gangen met elkaar verbonden......

Al dit moois en fraais heeft een twee zeer bescheiden schaduwrandjes.

Omdat de kerken werden blootgesteld aan alle weersomstandigheden. En daarbij schade opliepen. Heeft de UNESCO vrij recent een overkapping aangebracht. Begrijpelijk. Noodzakelijk ook.

Alleen is de overkapping - zoals je op de foto hierboven kunt zien - vrij overheersend. 
Het geheel vormt een zodanige massa - waar je niet omheen kunt kijken - dat het wat mij betreft wat afbreuk doet aan de schoonheid en het mystieke van de rotskerken. En daarmee lijkt het middel wat meer pijn te doen dan de kwaal herselff.

En de Ethiopische overheid heeft enkele jaren geleden in al haar wijsheid besloten om de toegangsprijs van al dit moois met een procentje of 1000 te verhogen. Iets meer zelfs. Voor een kaartje moet sinds 2014 een bedrag van 41 euro (voor Ethiopie is dit een monsterbedrag!!) worden neergesabeld. 'We zullen ze krijgen, die toeristen', zullen ze gedacht hebben!

Maar ja. In ons eigen mooie landje kom er je Burgers Zoo nog niet voor binnen. En Walibi Flevo al helemaal niet. Al heb ik uit betrouwbare bron gehoord dat ze bij Walibil - van de rijkelijk ontvangen eurootjes -  de wielen van de achtbaankarretjes wel dagelijks van een drupje olie voorzien.

Hopelijk draagt het betaalde entreegeld hier bij tot een goede conservering van dit  fantastisch waardevolle culturele erfgoed. En anders knappen ze de wegen er maar van op. Ik betaal het bedrag – om deze redenen - met plezier!


op zondag worden in de kerken nog steeds de erediensten gehouden
(niet voor toeristen)

Maar goed. Een prijsstijging van 1000% kan onze dikke-reet-TROS-RADAR-Antoinette niet op zich laten zitten. Bedrijven of instanties die een dergelijke prijsstijging doorvoeren krijgen van haar - wekelijks op tv -  'een koude douche'.

En, dat moet ik haar nageven. Ze heeft de reis naar Ethiopie toch maar mooi gemaakt. Moest potdomme die douchekop nog apart inchecken als ‘special luggage’. De douchekop op zichzelf  was nog niet het grootste probleem. Die had ze nog wel onder haar truitje mee kunnen smokkelen. Maar die slang. Daar vielen ze over.

En daar loopt ze nu, hier in Lalibella, te zwaaien om de koude douche aan de Ethiopische overheid uit te delen.

Ze heeft alleen een probleempje. Dat zie ik. Het ongenoegen is van haar gezicht af te lezen. Wat zou er zijn? Oh shit. Het water is weer ‘s afgesloten. Kan ze geen kouwe douche geven. Klote voor onze Antoinette. Moet ze overrichterzake naar huis. Is ze dat hele eind voor niks gekomen. ‘Baaaaaahlen!’

Misschien kan ze lopend naar huis. Kan ze mooi een kilootje of wat afvallen. Wilde ze toch al een tijdje.

Kan ze daarna (toch) weer mooi helemaal in beeld.

Etappe: Lalibella

Km: -

Hobbeldebobbel

Vanochtend heb ik 33 zware kilometers afgelegd naar Woldya. Zwaar. Omdat het flink heuvel opging. En ook pittig omdat ik niet de goeie fietsbenen van gisteren had.

Hier een filmpje van the road to Woldya: https://youtu.be/U_IOG39032I (duur: 3 minuten en 27 seconden).

Tegen enen rol ik Woldya binnen.

Een niet al te fraai stinkstadje waar niets uitnodigt om langer te blijven dan strikt noodzakelijk is. En dat komt goed uit want dat wil ik ook niet. Ik wil naar Lalibella. En omdat dit stadje zo afgelegen ligt. En de weg er naar toe eigenlijk -  met goed fatsoen - niet te fietsen is. Probeer ik vanuit Woldya een stukje te bussen.

Dat valt nog helemaal niet mee.

De enkele bus die naar Woldya rijd is reeds vertrokken. Morgen nieuwe kansen. Wordt me medegedeeld op het centrale busstation. Maar zoals het in dit soort landen meestal is er altijd wel een mouw te vinden. Die weer ergens op past. En ook hier. Na veel gedoe, wachten en betalen fix ik een taxibus. Gooi mijn fiets op het dak (pardon, leg mijn fiets op het dak bovenop de bagage en verzeker me er van dat ie goed vastligt en onbeschadigd de reis zal overleven).

En vast liggen moet ie. Want we gaan vier uur karren door de bergen.

Ik wil erg graag naar Lalibella omdat hier DE bezienswaardigheid van Ethiopie te zien zijn. Hier zijn een klein dozijn kerken uit rotsen gehouwen (ik ga u hier morgen meer over vertellen). Ze  maken inmiddels deel uit van lijstje opgesteld door het Unesco Wereld Erfgoed. En u begrijpt. Dat wil ons Gerritje wel ‘s met eigen ogen aanschouwen.

Maar eerst de busrit dus. En die zal naar verwachting in totaal vier uur duren.
 

De eerste uren is er nog daglicht. En de afgeladen taxibus slingert zich een weg naar boven. Veelal gehinderd door gaten in het wegdek. Of door geiten, ezels of mensen die midden op de weg lopen. We rijden zo af en toe door een stoffig dorpje. Waar gestopt wordt. En handel gedreven wordt. En jongetjes die aan de bus gaan hangen om maar wat geld te verdienen. Of iets anders. Ik check bij die stops steeds of mijn fiets nog ligt waar die liggen moet. De laatste 2 uur gaan we slowly maar zeker en vast de hobbeldebobbel donkere nacht in.

Het wordt een memorabele rit.

Enerzijds omdat het landschap van een geweldige schoonheid is. Anderzijds omdat we regelmatig met onze bus bijna of soms helemaal vastlopen. Het was een goede keus om hier niet te gaan fietsen. Met name in de laatste 2,5 uur zou ik in grote problemen gekomen zijn.

Talrijke hachelijke situaties ontrekken aan mijn oog. We balanceren zo af en toe op randjes van steile afgronden. Maar zoals zo vaak, het gaat gelukkig allemaal goed.

In de avond komen we ongeschonden in een schaars verlicht Lalibella aan. Ik vraag of ze me af willen zetten bij een goedkoop onderkomen. Daar vind ik, na wat afdingen, onderdak voor de komende drie nachten.

Etappe:    Habru Woreda (Woldya) - Laliballa

Km: 33 fiets en 180 km bus