De Lustige Reiziger

Huldebij

(vanwege technische problemen - mijn sd-kaartje met de laatste foto's is aan puin - zijn de hieronder getoonde foto's (deels) van internet geplukt)

Vandaag zou mijn moeder - als ze niet in 2004 haar laatste adem had uitgeblazen - 92 jaar zijn geworden.

Drie januari is voor mij elk jaar opnieuw een speciale datum. Ik hoef niet naar haar graf of zo (zou verdomme nu ook een hele omweg zijn) maar ze is er altijd in mijn gedachten bij me op de derde dag van het jaar. Ze vond het trouwens een klotedag om jarig te zijn. Drie januari. (klotedag is overigens en doorgaans niet het woord dat mijn moeder in dit soort situaties gebruikte, ik hecht er aan om dit u mede te delen).

'Waarom was dit voor haar een klotedag, Gerrit?'

Nou. Vaak was er geen gebak verkrijgbaar omdat de bakkers - we praten over de jaren zestig/zeventig - rond de jaarwisseling hunnie winkel een weekje of langer dicht deden. Mijn moeder moest dan - zeker als het weekend verkeerd viel - dagen, soms een week, van tevoren al taart kopen. En die was natuurlijk niet helemaal kakelvers meer als de visite op 3 januari zich aan de lekkernij - bij ons thuis - tegoed kwam doen. 

Ze vond dat heel vervelend. Echter, ik vermoed dat ze daar nu geen last meer van heeft. In het hiernamaals - waar ze in een heilig geloof in had en haar rotsvaste vertrouwen aan ontleende - zijn de taartenwinkels (tegenwoordig) vast toch ook wel 24 uur per dag open. Dat zal toch wel. Die moeten daar toch ook met hunnie tijd meegaan!?

Maar ik hoop echt wel dat dat hemelgaan van mijn moeder, voor haar, niet op een bittere teleurstelling is uitgelopen. 'Je hele leven in dienst van de Heer stellen, en er dan achter komen dat er helemaal geen hemelpoort of hiernamaals is'. Je loopt nog wel even te zoeken naar de ingang maar die blijkt er dan helemaal niet te zijn. Bestaat gewoon niet. Dat zou toch een dompertje zijn. Van jewelste. Ik hoop het niet voor mijn moeder. Maar ook niet voor de duizenden gelovigen die momenteel hier het stadje Gonder overlopen.
Ik val namelijk bijna met mijn neus in de religieuze boter. 

Over een weekje wordt in Gonder (maar ook in Aksum en Addis Abeba) het TIMKAT gevierd. Een religieus feest. En het stadje wordt dan nu ook al overlopen door duizenden in witte gewaden geklede gelovigen. En ondanks het feit dat ik een niet geheel overtuigd religieus mens ben, overvalt me hier, net als bij de Gouden Tempel in Amritsar (India) en op plaatsen in Nepal, een gevoel van mystieke warmte en genegenheid. De waardigheid waarmee de mensen hier de Heilige plaatsen bezoeken, de overgave waarmee de religieuze rituelen worden uitgevoerd vervullen me met warmte en respect.

Ik zit er een tijdje - op gepaste afstand - naar te kijken. En wordt er stil van. Het is mooi wat hier gebeurd.

Maar goed. Lieve volger. Ruim voordat ik het risico loop een jaarabonnement op de EO-gids af te sluiten. En voordat ik in de religieuze glimlachval trap van die EO-presentator Bert (hoe-heet-ie-verdomme-ook-al-weer) echt een toffe peer ga vinden. En voordat ik mijn agendaatje schoonveeg om in 2017 nu eindelijk 's de EO-landdag bij te gaan wonen, voor een plekje dicht bij het podium, verlaat ik de ceremonie spoorslags. Er staat vandaag nl. nog veel meer op het program.

Maar eerst even de medische rubriek aandacht geven. 

Ik heb de afgelopen anderhalve dag gestrekt op mijn bedje gelegen. Gordijntjes dicht. Niet teveel licht aan de oogjes. En gaandeweg kon ik blindelings de weg naar het toilet weten te vinden. Maar gistermiddag knapte ik ineens een ietsje op. En kon later in de middag zelfs op jacht naar een reservebinnenband voor mijn fiets. Die ik eigenlijk niet heb gevonden. Maar toch ook weer wel.

Ik heb de goede 26 inch maat gevonden. Alleen het ventiel past niet door de opening van de velg. De vriendelijke fietsenmaker wilde best even een groter gat in mijn velg boren, maar van dat fijne originele oplossingsidee heb ik 'm tijdig weten af te brengen..... Toch heb ik de band gekocht. Beter iets dat net niet past, maar wel passend te maken is. Dan helemaal geen band.

Gisteravond heb ik bij het befaamde restaurant 'the Four Sisters' gegeten. En dat werd een bijzondere avond. Door het lekkere eten aan de ene kant (en het opzwepende dansen van de vier (prachtige) zusters niet te vergeten, tjonge wat een beweging, ritme en soepelheid hebben die Afrikanen, dat doen wij ze niet na, maar ..hey....ze hebben ook meer tijd om te oefenen natuurlijk...... Deze racistische grap moest even. Voor klachten. Zoek zelf maar een loket uit, het zal me aan m'n reet roesten). Maar het werd ook een mooie avond omdat ik (de eerste) Nederlanders hier in Ethiopië ontmoette. En we hadden een fijn gesprek. Interessante leuke vrouwen.

Maar tot zover het goede nieuws. 

Ik werd gisteravond toch weer zieker en zieker. En de afgelopen nacht was van het niveautje HORROR. Echt geen oog dicht gedaan. En vandaag is het ook bagger. Toch ben ik vanochtend tegen wil en dank maar op wandelpad gegaan.

Maar eerst een klein stukje geschiedenis. 'Moet dat nu echt Gerrit?. Ja, lieve lezer, even door de zure injera doorbijten, dat moet.' Ik zal het, geheel tegen mijn gewoonte in, kort houden.

Gonder was in 1636 de hoofdstad van Ethiopië. En dat kwam omdat het strategisch ligging t.o.v. Sudan, Egypte en Massawa. De stad floreerde. En dat werd zichtbaar door de vele mooie kastelen, tuinen en plantages die de stad rijk was. In 1880 was het gedaan met de pret. Sudan viel het land binnen en verwoestte veel van de mooie gebouwen in Gonder. On top off that bombardeerden de Engelsen in 1941 de stad. Vele gebouwen werden verwoest. Tot zover het slechte nieuws. Voor Gonder.

Een aantal historische gebouwen is overeind gebleven. Onder andere het Paleis van koning Fasiladas. Nou. Eigenlijk meer een kasteel. Wat zeg ik. Zes kastelen. En die staan op een oppervlak van 7 hectare. En die kastelen zijn te bezoeken. Ik koop een kaartje en ben de eerste bezoeker deze ochtend. Veel van wat ik zie is met hulp van UNESCO weer herbouwd. Maar dat doet weinig af aan het voorstellingsvermogen van de grandeur en sfeer die hier vroeger geheerst moet hebben.

Ik ben bij lange na niet fit. Maar besluit toch naar een ander historisch bouwwerk te gaan, aan de andere kant van de stad: de kerk van Debre Berhan Selassie. 'En die kerk, die heeft me toch een geluk gehad'!!!

Toen de Sudanezen in 1880 hier de boel op stelten kwamen zetten, wilden ze ook de kerk van onze Selassie een kopje kleiner maken. Maar toen de boeven de kerk naderden werden ze aangevallen door een enorme zwerm bijen.

Schijtluizen als ze waren (of ze hadden geen anti-prikspul bij de hand, of ze waren gewoon niet zo gek op honing, dat kan ook) gingen ze er vandoor en lieten de kerk de kerk. En dat is heel fijn. Want daarom kunnen we er nu, in 2017, nog van genieten.

Als ik er ben is er beuiten net een bijeenkomst en houd me gedeist. Eenmaal binnen in de kerk neem ik plaats op een stoel. En ga een uurtje luisteren en kijken. Bewonderen is het meer. Van binnen zijn de wanden en de plafonds beschilderd. Buiten bestaat het dak uit bamboestokken. De muren zijn deels van steen, aan de binnenzijde aangesmeerd met een leem-stro-structuur. Het is een prachtige kerk. Wat goed dat ie bewaard is gebleven. Ik zeg. Hulde aan de bij.

Aan het einde van de dag bezoek ik nog het badhuis van koning Fasiladas. Voor zijn vrienden ' King Fasi'. Dat vond ie best vervelend die associatie met een vaas. Maar als zo'n bijnaam er 1 keer insluipt........

Hij gebruikte het werkelijk schitterende gelegen bouwwerk als vakantiehuis. En ging er wel 's pootje baden. Met vrienden. Beetje voetje vriijen. Enkeltje voelen. Knietje schuren. Dat werk. Maar wel stiekumpjes. Tuurlijk!

Tegenwoordig wordt het complex eenmaal per jaar gebruikt wanneer het TIMKAT gevierd wordt. Dan wordt de gracht gevuld met water. Wordt het water door de Bisschop gezegend. En dan springen er duizenden mensen in. Om zich in het gezegende water onder te dompelen. En te zwemmen. 

TIMKAT gaat over een weekje plaatsvinden. En de voorbereidingen zijn al volop aan de gang. Zo worden op de bodem van de gracht de ontbrekende stenen vervangen. En gescheurde voegen hersteld. Ik loop er een uurtje rond. Schiet wat foto's. En vind dit een hele fijne en sfeervolle plek. Je kunt onze King Fasi een goede smaak niet ontzeggen.

Wat een mooie en interessante dingen heb ik vandaag gezien!

Het wordt tijd om me op te maken voor de rit van morgen. Want ik heb besloten - ondanks mijn gebrekkige conditie t.g.v. griepgedoe - om toch mijn fietsje maar te bestijgen. Ik koop wc-rollen, water, een rol biscuit, vijf kauwgumballen, 2 ingeblikte sardientjes en maak de bank weer 's wat wat geld afhandig. Dat zal ze leren!! Die boevenbeende.

En ik ga mijn fietsje 's een echte verwenbeurt geven. Dat heeft ie wel verdiend na 1000 Ethiopische kilometers. Eerst heb ik 'm 's fijn en vriendelijk toegesproken. Daar ontspande ie wat van. En toen heb ik heel zachtjes en teder alle boutjes en moeren aangedraaid. De banden weer volgeblazen. De remmen zachtjes afgesteld. De ketting wat strakker gelegd en als beloning een drupje olie gegeven. Ik denk dat ie zich weer helemaal goed voelt. En er oor de volgende 800 km weer tegen kan.

Ik hoop dat ik een goed nachtje ga draaien. En dat ik morgen ook daadwerkelijk fit genoeg ben om de trappers weer rond te malen.

Maar voor het bed mij voor een nachtje vloert. Ga ik eerst nog even mijn bidons uitkoken.

 

Etappe: Gonder

Km: -

Acceptatie

U weet vast meer nare dingen te bedenken. Echter. Ziek worden in den vreemde is 1 van vervelende dingen die je kan overkomen.

Ziek worden is sowieso niet mijn favoriete bezigheid. Thuis niet. Maar zo ver van huis..... da's helemaal niks nie fijn. Dan wil je eigenlijk dat je eigenste Pleegzuster (of broeder) Bloedwijn met alle zorg en liefde over je heenbuigt en je een kopje bouillon aanreikt. Of een beschuitje (zonder boter) besmeerd met een dun laagje aardbeienjam. Of je een glaasje vers geperst sinaasappelsap aanbiedt. En dat hij/zij dan zo af en toe aan de rand van je bed komt staan. Je aankijkt. En dan zegt dat je er al veel beter uit ziet. Zo zou je het graag willen.

Als de Mudzahedin me niet vanaf een uurtje of 2 (s' nachts!!!) had wakker gehouden met zijn klaagzangerige gebeden - die knetterhard en overstuurd uit een luidsprekertje - dat moet zo, want de Profeet stelt prijs op een beetje Allaha-schallen net ter hoogte van mijn kamerraam - in dat geval, ja, dan had ik best een goed nachtje gedraaid.

Althans, dat zijn mijn eerste gedachten als ik mijn ogen opsla. En het daglicht dat mijn kamertje binnenstroomt aanschouw. Echter, al snel voel ik dat ik me minder fit voel dan gisteren. En toen was het al niet al te best met me gesteld. On top off wat er gisteren al aan de hand was heb ik nu ook te kampen een flinke diarree. Ik moet me haasten. Moet zoeken naar iets van een gat in de grond. Ga er boven hangen. En. Loop echt helemaal leeg. Als ware ik de 'Niagara Braun Collored Waterfall' in eigenste persoon.

Ik zou er potdomme een echte attractie van kunnen maken. Een voortdurend stromende waterval, maar nu 's niet met lekker schoon helder water, maar met een lekkere Nutella-Pindakaas achtige smurrie. Met Crunchy nootjes. Walibi zou er nog een bruin puntje aan kunnen zuigen. Kaartjes zijn (bij mij, want ik wil er goddomme wel beter van worden) te koop a' 5 Birr. Maar even wachten nog. Ik moet eerst nog even weer..........

Een ontbijtje vinden in de dorpje is niet eenvoudig. Na wat zoekwerk weet ik een kopje thee te bemachtigen. En een gefrituurde driekhoekige soort appelflap, gevuld met linzen. Ik kauw er een rechthoek uit (ik probeerde een trapeziumvorm, maar dat lukte niet, ik kwam een paar hoeken tekort). Maar ik krijg het vette ding niet helemaal weg gekauwd. Geen trek. Eetlust op het niveautje below zero. En dat is voor mijn een teken dat het een zware dag gaat worden.

Qua kilometers zou het mee moeten vallen. Omdat ik er gisteren een flinke afstand heb afgelegd, hoef ik vandaag nog maar 40 km te fietsen. Waarvan de laatste 17 kilometer zo ongeveer recht naar beneden lopen.

 

Mijn vertrek uit dit dorpje is gaat niet ongemerkt. Een flink aantal Jongeren drommen om mijn fiets. en doen me uitgeleide.

De eerste vijf kilometers zijn nagenoeg vlak. 

En ik zie op dit vroege uur al een beeld dat ik deze reis meermalen heb gezien. Een enorme rij jerrycans, en hun eigenaren, wachtend op hun beurt. Om water te tappen. In Ethiopië is stromend water een ware luxe, die alleen in de grotere steden sporadisch en op onregelmatige basis voorhanden is.

Op het platteland is men afhankelijk van 1 en 2 watertappunten per dorp. Vaak aangelegd met geld van UNICEF, UNHCR of een ander goedbedoelend clubje. Mocht u het idee hebben dat ons ontwikkelingssamenwerkingsgelden niet goed terecht komen, dan kan ik dat niet ontzenuwen, want ik ben niet opeens een deskundige geworden al fietsend door dit landje. Echter, ik heb veel voorbeelden gezien van hele mooie projecten - gefinancierd met ontwikkelingsgeld - waar de mensen hier echt heel veel baat bij hebben.

Vaak liggen de waterpunten een eindje buiten de dorpen. En er moeten vele kilometers lopend worden aangelegd om een nieuwe voorraad water te bemachtigen. Maar voor het zover is moet er veelal uren worden gewacht voor men aan de beurt is. (kleine) Kinderen en vrouwen zijn vaak de (water)klos. Zij moeten het zware draagwerk doen. Maar een reden hiervan kan natuurlijk ook zijn dat mannen van nature wat minder dorstig zijn..........Voor wie het zich kan permitteren, laat een ezel het zware werk doen.

‘Wat leven wij toch in een geweldige luxe!’

Ik ben inmiddels aan mijn eerste bescheiden 5% klim toe. En al snel. Val ik stil. Ik ben buiten adem. Kapot. Na een korte pauze stap ik weer op. En. Hetzelfde gebeurd weer. Ik stap af en spreek mezelf toe. Het wordt tijd om iets van acceptatie mijn breingeest in te laten vloeien. En die acceptatie is dat ik mezelf nu op dit moment ziek verklaar. Ik heb me er al dagen tegen verzet. Maar nu zie ik het onder ogen. Super vervelend! Maar het is even de feitelijke situatie.


Dit soort interpersoonlijke gesprekjes helpen me enorm. Het gegeven niet meer als een probleem zien. Maar als een feit accepteren.

En dat maakt dat ik een paar versnellingen lichter schakel. En rustigjes, op mijn gemakjes de kilometers die voor me liggen afleg. Geen haast meer. Niet liggen duwen tegen de zwakte. De vermoeidheid.  Geregeld pauzes nemen.

De uitzichten zijn bepaald niet onaardig. En tussen het ziek zijn door geniet ik van de route die ik fiets en de heerlijke temperaturen.

Ondertussen probeer ik de stenen te ontwijken die jongeren - me ongetwijfeld veel liefde en goede bedoelingen - naar me toe smijten. Uiteindelijk rol ik tegen het middaguur de stad Gonder binnen.

Als ik me niet zo hondsberoerd had gevoeld dan was ik op slag verliefd geworden op deze heerlijke stad. Het voelt meteen goed. Waar bovendien ook nog 's een prachtig paleis te bezichtigen zal zijn. Ik besluit mezelf te verwennen. Als je ziek bent kun je maar beter de omstandigheden positief naar je hand zetten. Ik zoek. En vindt. Een middenklasse hotel, voorzien van douche en toilet. Die laatste is echt noodzakelijk, die moet echt binnen handbereik zijn (dat water en elektra in de hele stad, dagenlang niet voorhanden zijn, merk ik pas later....).

Lieve lezer. Slim als u bent. U heeft het allang begrepen. Ik ben geveld. Met een rechtse directe. Ik lig gevloerd. Midden in de ring. De scheids hoeft niet eens de jury te raadplegen. Het publiek is al naar huis. Het is duidelijk zo. Ik heb deze ronde verloren.

Een geweldig bemoedigend begin van het nieuwe jaar is het niet. Het lijkt op griep. Althans ik vertoon de verschijnselen die daarbij horen. Het is even niet anders. Ik zal het moeten uitzieken. En verder forceren heeft ook geen zin. Als je aan gras gaat lopen trekken, daarvan gaat het ook niet harder groeien. Maar, kijk er maar 's opnieuw na als je terugkomt van vakantie........

En dat principe moet ik nu ook in praktijk gaan brengen. Te bed. En de tijd nemen om te herstellen. 

Maar wacht even. Ohhhhhh, ik moet weeeeerrrrrr..............

Eta

ppe: Amba Gioyorgis - Gonder
Km: 40

Pilletjes

U zit waarschijnlijk - en zeer terecht - lekker en smakelijk aan vers gebakken oliebollen zit te knagen.

Of u ligt lekker op het vloerkleed - voor de houtkachel - de appelflappen kwijlerig weg te kluiven. En tussendoor (want u kunt multitasken) doet u rekoefeningen omdat u straks lenig maar vooral tijdig moet bukken voor de vuurpijllen die uw enge buurman jaarlijks op u afvuurt.

En u neemt vast pilletjes in teneinde de oudejaarsconference van Claudia de Breij zonder braakneigingen te overleven (Jezus, wat heeft die vrouw dit jaar een kutboek - neem een Geit getiteld - geschreven, ik heb het na driekwart lezen weggelegd, is echt helemaal niks, en ook - om voor mijn totaal onbegrijpelijke redenen - nog genomineerd voor een prijs ook, en volledig terecht NIET gewonnen).

Ik vind. Ik ben van mening. Dat als je in 2016 met zo'n kutboek aan komt zetten. Dat je dan tijdens de jaarwisseling met pasgewassen, net niet helemaal droog en in een scheiding gekamde haartjes diep onder je dekentjes moet kruipen. Heel diep. En dat je daar dan heel 2017 zo onder moet blijven liggen. En dan schroef ik het bordje wel op de slaapkamerdeur met het opschrift: 'niet voerderen'.

Overigens. Hier in Ethiopie zal ik niets merken van al die oudejaarspret in Nederland. Uw vuurpijtjes halen het namelijk net niet tot in Ethiopie. Die blijven ergens halverwege steken. En uw rotjes knallen net niet hard genoeg om bovenuit het televisiekabaal van derderangs artiesten uit dit fijne landje- waar ik dit stukje dwars doorheen moet proberen zien te typen - uit te komen. Het doet me voorzichtigjes verlangen naar de zangkunsten van onze volendamse Nick en Simon vriendjes. Die zijn nl heilig bij de muziek die nu mijn oorvliezen teisteren (nooit gedacht dat ik dat nog 's zou optekenen).

En daarbij.

In Ethiopie vieren ze de jaarwisseling op 11 september. Dan moeten zij weer een nieuw kalendertje of agendaatje kopen. Het jaar telt hier trouwens 13 maanden. Waarvan de 13e maand uit vijf dagen bestaat. Bent u er nog? Fijn. Want er komt nog wat. Ethiopieers leven officieel 2 uur later dan wij. Maar de wijzers van hunnie klokje wijzen 6 uurtjes later. En daarom moet je goede afspraken maken over of het om de Ethiopie-tijd gaat of om de Faranji-tijd.

U bent inmiddels afgehaakt. Heb ik alle begrip voor. Eh.... ik weet ook niet wie dit allemaal heeft bedacht. En onder welke invloed van welke harddrug die persoon dan ook op dat moment stond. Maar het is sterk spul geweest. Want het werkt nog steeds. Heel Ethiopie vind het nl. de normaalste zaak van de Wereld.

(U gaat 't toch vragen) Ik zal 's informeren. Waar het STUFF te koop is. En of het een beetje betaalbaar is. Ik weet. U vind dat belangrijk. Puur een stukje service van mijn kant. misschien kan ik wat meesmokkelen......voor U. Ik heb het zelf niet nodig.

Na lang wikken en wegen heb ik toch besloten om mijn pakezeltje op te laden. Na vijf fietsloze dagen. En koers te zetten richting Gonder. Na lang wikken en wegen ja. De wandel- en klauterdagen in de Simien Mountains hebben hun fysieke tol geeist. Met zware wandeldagen van 8 a’ 9 uren sjouwen, klauteren en klimmen. Is mijn energiepijl recht naar beneden gericht.

Heb te weinig gegeten. En gedronken. Tijdens het wandelen. Had geen zonnebrandcrème bij de hand. Ik ben een aantal keren de uitputting nabij geweest. En ondervind daar nu de gevolgen van. Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan. Mijn neus zit dicht. En als ie dat niet zit. Dan produceert ie een oranjeachtig slijmerige vloeistof. Rond Koningsdag ideaal om ‘s lekker mee te vingerverven. Maar voor nu. Niet fijn. Dat is nog niet alles lieve volger. Mijn oren knappen. Ik heb een dikke keel. Hoest. Ril. En mijn hoofd bonkt.

Ik heb vanmorgen bij een DRUG STORE wat pilletjes gehaald. En ja, die moeten hun werk de komende dagen maar gaan doen. Maar op korte termijn kan ik daar nog geen wonderen van verwachten. Eigenlijk ben ik gewoon ziek. Maar hier - in Debark - in bed blijven liggen, van die gedachte knap ik ook niet echt op. Ik begin een beetje bij het interieur van het dorpje te horen. Ze kennen die Hollandsche fietser zo'n beetje allemaal. En als dat gebeurd dan begint het bij mij in de nabijheid van al mijn aanwezige intieme lichaamsdelen te jeuken. Wegwezen hier. Op naar nieuwe geuren en kleuren. Nieuwe landschappen. Nieuwe mensen. Nieuwe verhalen. Ziek of niet ziek.

Ik verlaat Debark pas om 10.30 uur. En trap bij een graadje of 25 - onder een staalblauwe lucht - mijn eerste glooiende kilometers weg.

De eerste 20 kilometer heb ik geen centje pijn. Daarna begint waar dit tracé bekend om staat: stenen gooiende jongeren. Met het verstrijken van de kilometers neemt de intensiteit van het lastig vallen toe. Ik word gevolgd door hele drommen kinderen die YOU YOU YOU roepen. En PEN PEN PEN! En GIVE ME MONEY of GIVE ME 100 BIRR. 

Tot zover niets aan de hand zou je zeggen. 'Dat ben je nu toch wel gewend Gerrit'. Zeker lieve lezer! Alleen beginnen ze me nu ook met stokken te slaan. En aan mijn tassen te hangen. En te rukken. En, bij het passeren proberen ze mijn stuurarm te grijpen. En soms lukt dat. En dat levert gevaarlijke situaties op. 

Ik krijg vandaag zoveel stenen om de oren gegooid dat er wel eentje een keer raak moest zijn. En dat gebeurd ook. Een stuk steen raakt me precies waar de onderrug overgaat in billen. Je kunt 'm daar hebben. Maar fijn is anders 

.

Een paar keer zet ik mijn fiets woedend op de standaard. En schreeuw en vloek dan wat af (ik zal me na afloop van deze reis bij de bond tegen het vloeken als donateur aanmelden, maar heb er begrip voor als deze club me weigert........). En dat doe ik - tot mijn verbazing - in onvervalst Wezeps dialect. Ik spreek dat sinds het overlijden van mijn moeder nooit meer. Ik ken bijna geen mensen meer die dit soort dialect spreken. Maar nu ik kennelijk geraakt wordt, nu de grenzen van mijn incasseringvermogen aan de horizon verschijnen, mijn ongecontroleerde boosheid het daglicht ziet, ik wordt uitgedaagd om mijn meest primaire reactie te voorschijn te toveren, nu komt dat dialect weer naar boven.

'Roep dan de hulp van volwassenen in Gerrit, Ethiopië bestaat toch niet alleen uit kinderen?' Dank u wel lieve lezer, voor deze gouden - wel enigszins mosterd voor de maaltijd - tip (dat moet me van het hart).

U moet weten. De meeste volwassenen hier moedigen dit stenengooien-gedrag alleen maar aan. De verklaring is dat de kinderen het juist heel fijn vinden om een witman (Firanji) te begroeten. Het zou een teken van belangstelling en liefde zijn. Fijne verklaring. Maar ik krijg die verklaring en de dagelijkse praktijk in mijn hoofd maar moeilijk aan elkaar geknoopt. Heel af en toe schiet een volwassene te hulp. En dan ben ik weer voor heel eventjes gered.

De hele fietsdag staat in het teken van deze ‘hartverwarmende’ begroetingen. Tot aan de ingang van het hotel toe. En dat hotel staat in het plaatsje Amba Giogyrios. Ik rol er binnen na 67 kilometer fietsend, kuchend, proestend, snuitend en met een ritmisch bonkend ziek hoofd. En dat komt dan weer niet van de stenen.......alhoewel dat gemakkelijk had wel gekund.

(Een klein stukje van de route is te zien op dit filmpje dat 1 minuut nog wat duurt https://youtu.be/Dag75jBn72M)

Amba Giogyrios is een stoffig dorpje. 

Het hotel onderscheid zich qua stoffigheid niet echt van het dorp. Er is een kamer. Geen douche. En er is niets dat in de verte op een toilet lijkt. Voor 50 Birr (2 eurootjes) mag ik er de nacht doorbrengen. Ik hoop maar dat het lichaam vannacht iets van herstel laat zien. Maar eerlijk gezegd - nu mijn lichaam tot stilstand komt - voelt het eerder omgekeerd. Alles slaat dicht. Het lijf doet pijn.

Ik scoor een Fanta. En een noodzakelijke Walia (is een Ethiopisch biertje). Noodzakelijk ja. Want met die drankjes probeer ik de smaak van de zeeeeer pittige sambalsaus - die meegeleverd wordt met het bord Spaghetti dat ik voorgeschoteld krijg - weg te spoelen.

Oh, wat verlang ik op dit soort momenten naar de spaghettisaus die mijn vriendin Joan op tafel kan toveren. Dat toveren duurt een uurtje of drie, want zolang moet de saus trekken of stoven of ingestraald worden (weet ik veel wat voor een magische dingen ze mee doet). Maar dan .......mmmmmm!!!

Maar goed. Joan is even niet in de buurt. En de saus laat het dus ook afweten. Ik doe het er mee. Met veel plezier en smaak.

Ik neem nog maar 's een een pilletje in. En hoop er maar het beste van vannacht. En dat hoop ik voor u ook zo rond 24.00 uur.

Maar vooral voor al die uren, minuten, seconden die 2017 daarna voor u gaat aftellen.

Etappe: Debark - Amba Giogyrios 

Km: 67

Simien Mountains






Lieve kijkbuiskindertjes!

Ik heb mijn fiets voor even vaarwel gezegd. Ik was er even zat van. 

Op mijn rug heb ik een rugzakje geknoopt. En ben op pad gegaan voor een drie daagse trektocht (27 tot en met 30 december) door HET Nationale Park van Ethiopië: the 'Simien Mountains.' 

Om er in te mogen moet je een vergunning kopen. En je moet een 'bewaker' (met geweer) huren. Zonder dit kom je het Park niet in. Dus dat huren, dat heb ik maar gedaan.

Ik heb het zware loop werk gedaan zodat u van de mooie plaatjes kunt genieten. 

Veel plezier!




Verslagen

Ik zit er als een dood vogeltje bij.

Mijn moraal is gedaald. Tot ver onder het vriespunt. Elfstedentocht temperaturen worden aangetikt. In mijn hoofd. En dat nog wel op uw eigenste 1e kerstdag (hier duurt het nog een dag of 10 voordat het kerst is).

Vorig jaar had ik ook al niet echt op 1e kerstdag. Precies op het moment dat u zich verslikte in de net niet helemaal gare kerstkalkoen (volgende keer toch even een uurtje eerder opzetten en zachtjes laten stoven). Stond ik in een vliegende storm mijn fiets tegen een Marokkaanse berg op te duwen. En dit jaar is het niet veel anders.

De dag begon ook al een beetje vreemd.

Ik had een niet al te best nachtje gedraaid. Veel liggen woelen. In het hangmatras. Vroeg klaarwakker. Net niet helemaal fijn. Er was ook geen ontbijt te regelen. Daarom zat ik de droge brokkelige broodjes van gisteren weg te kauwen. En water diende als surrogaat voor een lekker warm bakje thee.

Het plan is om aan het einde van de dag in Debark te geraken. En dat ligt maar 35 kilometer verderop. Appeltje eitje (zou mijn lieve vriendin Marleen zeggen). D'r is alleen een kleinigheidje. Eigenlijk twee kleinigheidjes.

                                                                          de sanitaire voorzieningen in mijn hotelletje

Laat ik 's beginnen met kleinigheidje nummero uno: we moeten vandaag 1300 meter omhoog. Dat is 1,3 kilometer. En dat is best wel een fuckin eind de lucht in. Mm.......omdat u blijkt geeft nog maar weinig overtuigd te zijn, wil ik in 1 adem kleinigheidje nummero twee onder uw aandacht brengen. Dat klimwerk moet verricht worden op een steenslag-puin-weg.

Potdomme, lieve lezer. 

Ik had op ietsje pietsje meer begrip gehoopt. Iets meer inlevingsvermogen. 'Ooit van het woord empathie gehoord? Iets van een steuntje in mijn rug had ik wel verwacht (of liever nog: een steuntje in de vorm van mijn fiets aanduwen). Maar ik begrijp het al. U laat het mij op eigen kracht doen. Van uw zijde hoef ik niets te verwachten. Dat ik het maar even weet. Ik hoop dat u zich dit jaar verslikt in die halfgare kalkoen..........

Afin. Ik stap op.

En na 50 meter asfalt gaat - zoals verwacht - de weg over in steenslag (maar als u hier puinbaan invult, dan reken ik dat ook goed). Na een kilometertje of 4 word ik getrakteerd op de grootste kinderen-terreur die ik in Ethiopië heb meegemaakt. Een heel peloton kinderen achtervolgd me. Het schreeuwt. Het roept. Het is bij het hysterische af. Ze van me af schudden lukt me onmogelijk. De weg loopt een ietsje omhoog. En de puinbaan nodigt alleen maar uit tot behoedzaam en zeer omzichtig voortbewegen.

En dat doe ik maar. Uiteindelijk raak ik van ze af. Maar een nieuw blik hysterische kids wordt al weer opgetrokken. En hunnie feest begint gewoon van voren af aan. Totdat ik een beetje vaart kan maken. En dan ben ik van ze af. Toch merk ik dat deze gebeurtenissen meer energie van me vragen dan goed voor me is. Daarom stop ik even voor een pauze. Maar wacht. Daar komen ze al weer.......

(ik heb een filmpje gemaakt https://youtu.be/PsZ3i0_L5rQ die u kleine indruk krijgt van de kids terreur, die me de hele reis begeleid heeft, het filmpje duurt in totaal 3 minuten en 53 seconden, op 1 minuut en 53 seconden hoort u mij ‘uit de bocht vliegen’/zelfbeheersing verliezen)

Ik fiets verder. En de puinbaan begint nu serieus - in haardspelbochten - te stijgen. Ik moet van m'n fiets af. Het betere duw werk kan beginnen.

En dan voel ik dat er iets mis is met mijn fiets. Hij trapt door. Verdorie. Heb ik gisteren - met het verwisselen van de binnenband - dan toch iets niet helemaal goed gedaan. Ik laad m'n spullen af. Zet m'n fiets op de kop. En zie dat mijn excentrische trapas (jah mense, een trapas die zichzelf excentrisch noemt, die kost een paar eurootjes, maar dan hebbie ook wat) niet goed in het frame geborgd is.


Potdomme!! 

Gisteren toch niet helemaal goed opgelet. Mm........ ik ben de laatste dagen meer aan mijn fiets aan het sleutelen dan me lief is. Het is even een klusje - die ik onder het toeziend oog van een mannetje op 10 starende mensen - uitvoer. Maar ook dit weet ik tot een goed einde te brengen. De fiets doet weer wat ie doen moet. En ik vervolg mijn duwpuinweg.

In de verte word ik opgewacht door 2 kereltjes. En ik zie/voel meteen dat ze wat anders in de zin hebben dan wat ik gewoon ben bij kinderen. Laat ik het zo zeggen: er gaat weinig vrolijkheid van deze mannetjes uit. Ik duw mijn fiets vooruit en passeer ze. Ze beginnen me op gepaste afstand te volgen. Hebben grote stokken in de hand. Waarmee ze op de keien slaan. En ze maken een snerpend hoog geluid. Opeens zijn ze verdwenen. Ik duw mij fiets de zoveelste haarspeldbocht in. En .....daar vliegen me twee echt grote keien om de oren. Ze missen hun doel. Gelukkig maar. Want als zo'n kei zijn Gerrit-doel raakt -wat hunnie bedoeling is - dan zullen er voorwaar grote gelukken gebeuren. Met mij.

Ik zie de knapen niet meer. Maar weet dat zij dit op hun geweten hebben. Na verloop van tijd vertonen ze zich weer. En de vijandigheid en brutaliteit neemt toe. Dit zou wel 's flink uit de hand kunnen gaan lopen. Ik verzin een list. Ik probeer op een iets minder steil stuk wat vaart te maken. En ik stop net na een haarspelbocht. Parkeer mijn fiets. Maak me zo groot en breed mogelijk. En loop ze tegemoet. Met een houding van 'kom maar op mannen. Ik lust jullie rauw.'

Met dat ze me opmerken geef ik een enorme brul af. En loop ze rennend en wild gebarend tegemoet. Na enkele seconden van totale bevriezing - van hunnie zijde - zetten ze het op een lopen. Maar ik houd het rennen ook vol. Ik zal ze krijgen. Godverdomme!! Inmiddels zijn ze een heuvel opgerend. En met nog wat toeroepende woede uitingen en gebalde vuisten van mijn zijde, hoop ik maar dat ze hun lesje geleerd hebben.

Ik stap op. En kijk geregeld in mijn achteruitkijkspiegel. Maar zie ze niet meer. Ik ben al uren in de weer. En heb pas 14 ongelofelijk zware kilometers afgelegd. En heel gestaag voel ik de energie mijn lichaam uitvloeien. Ik probeer nog wat energie terug te winnen door een droog broodje pindakaas, een verrotte banaan en wat slokken water naar binnen te werken. Maar echt energiek wil het lijf niet worden. De benen voelen als pap. En ook mijn doorgaans goed meewerkende hoofd, laat het vandaag afweten. Sombermans in eigenste persoon.

Ik duw. Ik sleur. De ene haarspelbocht in. de ander uit. en verdikkie. Daar is er al weer 1. En .....en daar ....iets verderop.......staan drie kerels op me te wachten. Ze maken een vijandige indruk. Het begint steeds vervelender te voelen. Deze stikverlaten puinweg dwars door de bergen.

Ik moet nog 21 kilometer afleggen. En moet nog ruim 1000 meter stijgen. Ik ..... ik.....voel dat ik dit niet ga volbrengen. De energie is er niet. De moraal heeft zijn bodem bereikt. Het is mijn dag domweg niet. En deze drie mannen, die me daar staan op te wachten, die helpen ook niet echt mee. Vlak voor ik deze mannen heb bereikt, heb ik mijn besluit genomen. Ik maak een draai. En laat me langzaam naar beneden rollen. Twee haarspelbochten naar beneden. Daar zet ik mijn fiets op de standaard. Ik ga proberen - met grote weerzin - een lift te regelen. En dat zou nog wel 's niet mee kunnen vallen. De afgelopen 2 uren is er niets gepasseerd.

Ik heb geluk. Na 10 minuutjes wachten komt er een bus.

Ik zwaai. Vraag of ik mee kan. Onderhandel over de prijs. En binnen 5 minuten liggen bagage en fiets op het dak van de bus. De afgeladen bus. Waar al 20 mensen staan. En ik prop me er bij. De bus kreunt en steunt. Krakend in haar voegen neemt ze haarspelbocht na haarspelbocht. We gaan echt waanzinnig omhoog. En af en toe knijpt uw eigenste ervaring-correspondent zijn oogjes even toe als we met de wielen van de bus een afgrond langs scheren. Het is typisch zo'n bus waarvan je wel 's in het nieuws hoort dat er ergens in een ver en vreemd land zo'n afgeladen gevaarte in een afgrond naar beneden is gerold. Resultaat: 35 doden waarvan een 1l toerist. Op een fiets heb je controle. In zo'n bus ben je overgeleverd aan de grillen van de berg. En de stuurmanskunst van de chauffeur.

Maar goed. Op het gedetailleerde feit na dat mijn portemonnee tijdens deze reis is gerold, heb ik de eindbestemming levend en wel bereikt. Ik weet wel. Dit tracé was mij op de fiets nooit, nimmer, nothing gelukt. Zo eerlijk moet ik zijn. Ook voor een Gerrit in goede doen waren deze 20 kilometers te zwaar geweest.

Ik laat me net voor Debark afzetten. Breng m'n fiets in stelling. En constateer dat ie gelukkig onbeschadigd is. Met een ronduit katterig gevoel rijd ik Debark binnen. Ik had dit stuk eigenlijk niet willen bussen maar fietsen.....grr....... !!

Met het binnenrollen in Debark merk ik ook nog 's dat dit dorpje en ik niet snel vaste verkering gaan krijgen. Het is saai. Het straalt iets vervelends uit. Het is de toegangspoort naar het Nationale Park 'the Simien Mountains' en mede daarom lopen er (te)veel op geld beluste types rond. Ze willen allemaal wat van me. En dan vooral m'n geld. Het voelt gewoon niet goed.

Eerlijk gezegd ben ik teleurgesteld. Moe. Op. Een ook een beetje triestig. Het is een beetje schemerig in mijn hoofd. Het voelt als een enorme nederlaag dat ik deze berg niet op heb kunnen fietsen. Ik vind er niets meer aan. Kutklote reis!! Ik zoek een kamer die goed bij mijn gemoedstoestand past. Hij is basicer dan basic. Ik ding enorm af. Vandaag is het geen dag om teveel te betalen. Ik probeer wat eten te scoren. Maar allemaal fijntjes en goed zal het vandaag niet meer worden. Ik ken mezelf.

Maar ik weet ook dat morgen de vlag er weer heel anders bij zal hangen. Dit is gewoon een dipdag. Elke reis heb ik er 1. En vandaag heeft de dip als saus dag uitgekozen. Ik heb het er maar mee te doen.

Ik ga morgen een rustdag nemen. En proberen een trekking te regelen voor een dag of zes. In de - naar zeggen – fantastisch mooie Simien Mountains. Even de fiets parkeren. Even iets anders doen.

Dat zal lichaam en geest vast goed doen.

Etappe: Zarima - Debark

Km: 14 (+ 20 met bus)

Gruwelijk

Ik bestijg om 8.00 uur, des ochtends, mijn karretje.

Lekker vroeg. Ik was uitgeslapen in mijn hotelletje. Heb de rekening betaald. En wil nog graag een paar koele uurtjes meepakken. De gemiddelde Ethiopiër vindt het maar brrrrrrr-koud. Zo 's ochtends vroeg. Ze lopen nog met doeken om hun lichamen geslagen op straat. Een beetje wakker te worden.


Mijn vertrek uit het hotel in Adi Arkay is niet ongemerkt gebleven. 

Op de plek waar ik wat flessen water insla, drommen hele hordes jeugd bijeen. Wat een hectiek. Ik koop drie 1,5 liter flessen water. Want volgens de verhalen ga ik op mijn route voorlopig niets tegenkomen waar ik mijn water- en voedselvoorraad kan aanvullen. Daarom heb ik gisteravond een mango gekocht, 2 bananen en 3 sinaasappels. En vanochtend heb ik nog vier broodjes weten te bemachtigen. Daarnaast heb ik nog een behoorlijk voorraadje gedroogd voedsel aan boord. Maar dat wil ik liever alleen aanspreken in noodgevallen.

De eerste 8 kilometer heb ik geen centje pijn. Ik hoef geen trap te doen. Alleen maar bijremmen. Ik bevind met in 1 van de mooiste gebieden van Ethiopië. De afdaling is machtig. En de uitzichten zijn van een betoverende schoonheid. Niets aan het handje. Zou je zeggen. Echter, bij kilometerpaaltje nummero negen is het afgelopen met de daalpret.

De weg loopt omhoog. En niet zo'n beetje ook. De ene haarspeldbocht volgt op de andere. En als ik die andere door ben. Dan wacht daar weer een volgende. En als ik die..... Nou ja, u heeft een beeld. Het is een gruwelijke klim. Als ik een keer 4 procent omhoog mag dan is het feest op mijn fietsje. Dan slingeren de slingers naar hartenlust. Dan kan ik de taartjes niet aanslepen. Echter meestal is dat niet zo. Dan stijg ik zeven procent. Of meer. Soms gaat het naar 12 procent. Dat trek ik allang niet meer. En daarom leg ik significante meters van deze klim duwend en sleurend aan mijn fiets af.

Na anderhalf uur klim- en ruwwerk rol ik het bergdorpje Bermariyam binnen.

Mijn komst wordt al vroeg opgemerkt door een flinke groep kinderen. Ze schreeuwen en rennen met me mee. En willen natuurlijk weer MONEY en PEN. Als ze doorkrijgen dat ze bot vangen, wordt hun gedrag minder plezierig van aard. Een jongen zondert zich af van de groep. En loopt via een pad schuin omhoog. Ik zie het gebeuren en weet al wat ie van plan is. Hij wil me vanaf de heuvel met stenen gaan bekogelen. Mijn oog blijft hem volgen.

Ik zie dat ie een steen oppakt. Op dat moment geef ik een enorme oerbrul af. Waardoor het ventje de steen van schrik uit zijn handen laat vallen. Gevaar geweken zou je zeggen. Nou, lieve lezer, ik ken mijn Ethiopische Inerjaheimers. En ik blijf waakzaam. En als ik 500 meter verder fiets, vliegt me toch nog een flinke steen om de oren. Het mist zijn doel (nl mijn hoofd) op een metertje. Maar toch.

Na een kilometertje lekker horizontaal gefietst te hebben (heeeeeerlijk) ga ik een fantastische afdaling in. Ik ben ruim een kwartier aan het wenden en keren. En hoef alleen maar te remmen. Tot ik beneden bij de rivier kom. En daar begint het klimspel weer van voren af aan.

Deze klim is nog gruwelijker dan de vorige. Gelukkig is het wegdek van uitstekende kwaliteit. De weg is in september van dit jaar opgeleverd en is zo glad als een spiegel. 

Ik klim naar boven. Maar steeds vaker moet ik er af. Het is domweg te steil om de trappers nog rond te kunnen malen. Om 11.30 uur verplicht ik mezelf om tenminste 1 vol uur pauze te nemen. Ik vouw mijn stoeltje uit. Neem plaats in de schaduw van een boom (waar het 29 graden is, uit de schaduw is het 44 graden!). En neem mijn lunch. 


Heel af en toe passeert een auto. Of een bus. Maar verder is heel stil en rustig in deze contreien. Wel hoor ik aan het weinige passerende verkeer (dat in dezelfde richting als mij rijd) dat ik voorlopig nog niet op een afdaling hoef te rekenen. Het gemotoriseerde verkeer puft, steunt en kraakt in haar voegen in hunnie weg naar boven.

Na een uurtje stap ik op.

En vrij energiek trap ik een paar 9 procent haarspelbochten weg. Ik neem af en toe pauze. Praat mezelf moed in. Neem wat foto's. Praat mezelf nog meer moed in. En trek verder. Na een tijdje rijd ik het dorpje Chewber (het staat niet op mijn kaart maar het bestaat toch echt lieve wegenkaartsamensteller). En dat is mijn fijnste ontmoeting tot nu toe.


                                                                                      het bergdorpje Chewber

De kinderen zijn er lief. De volwassenen behulpzaam. En er is tegen mijn verwachting in een klein winkeltje. Waar ik mijn watervoorraad kan aanvullen. Ik koop 1 grote fles. En 1 flesje mangosap. Ik drink zoveel water uit de waterfles dat de inhoud van het mangoflesje in de waterfles past. Ik ben van  nature al niet zo'n geweldige drinker. En al dat water drinken gaat me wat tegenstaan. En toch weet ik dat ik mijn vochthuishouding op peil moet houden. En daarom meng ik het water met wat zoete meuk. Als ik het mangoflesje leeg laat lopen maak ik op het einde nog een wring-beweging. Met de bedoeling om het flesje tot de laatste druppel leeg te schenken. De menigte mensen moet hier erg om lachen. Als ik daarna mijn mango-geel-geworden waterfles omhoog houdt onder de kreet: 'ETHIOPIA BIERA' kan ik niet meer kapot. Met veel gelach en veel bedankjes van mijn kant, neem ik afscheid van dit dorpje en haar fantastische bewoners.

(een filmpje van het binnenrijden in dit dorpje is te zien op https://youtu.be/UCCHcjfoDZk Duur: 3 minuten en 57 seconden).

Ik moet nog ongeveer 15 kilometer afleggen. En die zouden volgens zeggen voor een belangrijk deel dalend moeten gaan. En dat klopt bijna. De eerste kilometer gaat het vrijwel horizontaal. En daar ik word behoorlijk op mijn huid gezeten door een groepje kinderen. Maar ditmaal speel ik een beetje me ze. Ik fiets een eind vooruit en laat dan mijn snelheid zakken. Als ze dat zien rennen ze de longen uit hun lijf om bij me in de buurt te komen. Als ze me dan tot 25 meter genaderd zijn. Geef ik weer gas. En zo gaat het een tijdje door. Tot ik de afdaling in zet.

Ik zie mijn einddoel voor vandaag, Zarima, beneden in het dal liggen. En ik geraak in een lange afdaling met misschien wel 70 haarspeldbochten. Misschien! Ik ben nl. afdalend bij bochtje 69 een beetje de tel kwijt geraak. En om nu weer omhoog te fietsen en opnieuw te beginnen met tellen........ dat leek mij iets teveel van het goede. U zult mij dit niet euvel duiden mag ik hopen. Ik daal behoedzaam en gecontroleerd. Maar al met al heb ik er toch nog flink de vaart in. Honderd meter voordat ik Zarima binnen zal rollen, loopt mijn achterband in 1 klap leeg. Klapband! Ik rem. En sta stil.

Oef. Lekke banden komen altijd ongelegen. Dus deze ook. Maar had ie misschien niet even 500 meter kunnen wachten. Dan had ik wellicht een mooi schaduwplekje kunnen zoeken en ....... Jah, lieve lezer: ook in Ethiopië worden geen zoete broodjes gebakken.

Ik laad mijn fiets af onder een brandende zon die 44 graden naar beneden straalt. Door het (al dagen) ontbreken van zonnebrandcrème voel ik mijn lichaam aan alle kanten verbranden. En daarom wil ik dit bandenplaklusje snel uitvoeren. Ik haal al mijn tassen van mijn fiets. Zet 'm op z'n kop. En haal de buitenband van de velg. Check of er ergens een doorn zit. Maar gek genoeg kan ik die niet vinden. De binnenband dan maar. Oeiiiii. 'Die laat zich niet eens meer volblazen.' Ai!! Ik zie het al. De binnenband is bij het ventiel gescheurd. Ik vermoed een combinatie van de hoge temperaturen en de te warm geworden velgen door het vele noodzakelijke remknijpwerk. Daar kunnen binnenbanden niet zo goed tegen.......

Mm....da's niet fijn. Want nu wordt de hersteloperatie een stuk groter. Er komen wat kinderen zeuren om MONEY en PEN. Gedecideerd gebaar ik dat ze door moeten lopen. Die 'afleiding' kan ik er nu niet bij hebben.

Een nieuwe binnenband dus. Dat betekent dat ik eerst mijn ketting slap moet leggen. En dat is bij een SANTOS fiets altijd iets van een klusje. Als dat gelukt is moet ik mijn interne versnellingsapparaat demonteren. Mijn hydraulische remsysteem moet er af worden geklikt. De achterwielborging er uit. En dan pas kan ik het achterwiel uit de as nemen. Ik verricht die werkzaamheden met precisie. FF geen gelul. Geen afleiding. Even zorgvuldig werken.

De binnenband is inderdaad naar z'n grootje. Ik leg de reserve binnenband erop. En begin alle gedemonteerde delen in omgekeerde volgorde weer terug te plaatsen. Ik doe het met grote aandacht en precisie . En dat is niet geheel zonder reden. 

In Bolivia kreeg ik ook te maken met deze klus. En dat liep verkeerd af. Flink verkeerd. Want door het fout terugplaatsen van mijn achterwiel, reed ik 1 ferme trap het interne versnellingsapparaat naar z'n grootje. En daarmee was mijn Zuid-Amerikaanse avontuur in 1 klap ten einde. En kon ik gaan backpacken. En om dat niet weer te laten gebeuren heb ik thuis flink geoefend. Maar ja, thuis oefenen OF in the middle of nowhere met een temperatuur van 44 graden. Da's toch net ff andere Wiegert-Ketelapper-binnenband-koek.

Maar na een half uur heb ik de klus geklaard. Voorzichtig maak ik een proefritje. En tot mijn vreugde functioneert alles naar behoren. Ik ben geweldig trots deze klus geklaard te hebben. Een jongetje die ik eerst had willen wegsturen, heeft me goed geholpen. Ik vind het zo lief van hem dat ik opeens de behoefte voel om hem te belonen. En dat terwijl hij er niet om vraagt. Hij is het eerste Ethiopische mannetje dat 5 BIRR van mij krijgt. Eerlijk verdient. Hij is de koning te rijk. (minder fijn was dat ie dat trots als een pauw zijn vriendjes in het dorp is gaan vertellen want toen kwamen die vriendjes .........).

Na 500 meter rol ik trots - en met een hagelnieuwe binnenband rijker - het dal-dorpje Zarima binnen.

Het blijkt er drukker en groter dan ik had verwacht. En ik word overspoeld (dat woord gebruik ik heeeeeel bewust) door een grote menigte dorpsbewoners. Mij was verteld dat hier geen overnachtingsplek te vinden zou zijn. Maar ik waag toch een poging. Met het halve dorp achter me aan. Gaan we wat uit golfplaten opgetrokken huisje langs. En vangen een paar keer bot. Uiteindelijk vind ik onderdak ik een zeer prettige omgeving. De voorzieningen zijn nihil. Zo zal k me niet kunnen douchen. Maar dat kan me niets schelen. Het voelt goed hier. De mensen zijn super aardig.

Ik raak er in gesprek met vier jongeren. 1 van hen is leraar (en ik kan de gelegenheid niet onbenut laten om te vragen of hij zijn leerlingen wil vragen om ietsje minder met stenen naar een Hollandsche fietser te gooien .........hij moet lachen......hij weet wat ik bedoel...).

De jonge kerels vinden het fijn om Engels te spreken. Het zijn ook voetballiefhebbers. Ze refereren nog even aan de goal van Robin van Persie tegen Spanje tijdens het WK in Brazilië. Ook in Ethiopië heeft men daar naar gekeken en van genoten. Ik bestel een bord pasta. En drink een biertje.

Het is een fijn plekje. Het zal me wel gaan lukken hier vanavond.

 

Etappe: Adi Arkay - Zarima

Km: 42

Cursusje

'Nu heb ik er genoeg van', lieve lezer' 

Ik heb er al dagen last van. En nu ben ik het zat ook. Wat een geklooi. Ik ben er klaar mee. Ieder mens heeft ergens een grens liggen. 
Bij de een ligt ie ergens anders dan bij de ander. En bij de ander weer ergens anders dan bij de 1. En sommige mensen leggen de lat zo hoog......dat ze er gemakkelijk onder door kunnen lopen. Die figuren heb je ook. Maar MIJN grens is nu bereikt.

Vanochtend heb ik mijn fijne naar pisgeur walmende kamer achter me gelaten. Met plezier. Dat zult u begrijpen. Als je je oogjes toe hebt gedaan. En je ligt lekker te snurken. Dan heb je er niet veel last van. Maar bij het krieken van de dag. Tijdens het kakelen van de haan. Het uit de speakers galmende ochtendgebed. En het hard openslaan van de stalen kamerdeuren om 6 uur des ochtends (jah, onze Ethiopische vrienden zijn er elke dag vroegjes bij) trok de alles doordringende geur van urine weer fijntjes in mijn neusgaten. 

En probeer dan nog maar 's je broodje omelet, met ui, tomaat en 1 fijn gesnipperdegroene peper met ondersteuning van een kopje thee met veel smaak naar binnen te werken. Toch lukt dat. Maar niet zonder dat ik dwars door een plastic tuinstoelben gezakt. Die ik maar even vergoed heb aan de dienstdoende restauranthouder.
 

Ik sla proviand voor de dag in. En ga op pad. Het beloofd de eerste van de drie loodzware dagen te worden. Ik moet over hoge bergen en door diepe dalen. Om  uiteindelijk in Debark te geraken. Debark is de toegangspoort tot het Nationale Park 'the Simien Moutains' genaamd. Met toppen die de 4000 metervoverstijgen. Ik overweeg om in Debark mijn fiets voor een dag of vijf te parkeren. En een heuse trekking te gaan doen in het Nationale Park.

Maar voor het zo ver is moet ik er nog wel zien te geraken. En dat valt voor de drommel nog niet mee. 


De eerste kilometers daal ik flink. Maar daarna moet ik dat hele daalstuk weer compenseren met het nodige klimwerk. Pff......dat valt niet mee. De stijgingspercentages zijn vanaf 7 procent. En met een fiets met volle bepakking is dat een hele tour. Ik kom in het dorpje Haidi. Het is een lange straat met aan weerszijden hutjes gebouwd met hout uit de overvloedig aanwezige Eucalyptusbossen. Het plaatsje kent een prachtige boom waar mensen onder zitten te keuvelen. Ik houd er een korte stop. In no time wordt ik vergezeld door de nodige kinderen.
(van het binnenrijden in Haida heb ik een flimpje gemaakt: 
https://youtu.be/e9NIxgXCNIQ (duur: valt best mee)
 

Na het nuttigen van een banaan en de nodige slokken water. Trek ik verder. Ik word getrakteerd op een fantastische afdaling. En dat is fijn. De benen hebben even rust. Maar tot zover het goede nieuws. Bel de feesttaart maar weer af. Berg de slingers maar weer op. Ontdoe het cadeau maar van het pakpapier. Want opnieuw wordt ik uitgenodigd om te gaan klimmen. 

Ik probeer de uitnodiging af te slaan (zoals je bij een slecht feestje ook wel 's doet, Neeh,we kunnen echt niet, want we hebben al een ander feest....). Maar toch weet ik mezelf te overreden me over deze berg heen te worstelen. Anders kom ik nooit in Debark. En zal ik de Simien Mountains nooit gaan zien.

 
Ik worstel me naar boven. Ik trek. Ik sjor. Ik schuur. Ik duw. Ik hijg. Ik loop, Ik transpireer. Harder dan ik bij kan drinken. Ik verbrand levend -onder een zon die een temperatuur van 41 klein nulletje C. produceert (en even een detail tussendoor: m'n zonnebrandcrème is op) En denk je nou dat die meuk ie hier verkrijgbaar is? Nou neuhhhh. Kortom het gaat best lekker.
 

Om 13.00 uur duw ik mijn fiets op de top van de berg. Daar zetelt serdert jaren het bergdorpje Adi Arkay. Ik zou het stil houden. Maar jongens en meisjes, wat ben ik er blij mee. 

Waar ik minder verheugd van raak is dat er een ontvangstcomité van een dozijn kinderen om me heen zwermt. Deze man is kapot. Tot op z'n schoenveters afgebrand. Helemaal aan z'n eind. Lichaam en geest branden even op een waakvlammetje. Het hart pompt nog maar met moeite het bloed rond. De aderen staan op knappen. De spieren staat op springen..... 

En dan die F*&%#@k&%$#@G kinderen. Die hard in mijn oren schreeuwen. Aan m'n fiets sjorren. Er wordt een beroep gedaan op mijn zelfbeheersing en op nog een heleeeeeeeeboel handige en noodzakelijke andere competenties. 

Jammer genoeg was ik niet in de gelegenheid om de laatst gehouden cursus 'wat-kan-ik-het-beste-doen-als-ik-steenkapot-een-dorpje-in fiets-en-12 kids-gaan-aan-mijn-fiets-hangen-en-aan-mij-sjorren-moet-ik-ze-dan-afschieten-of-toch-maar-niet. Kijk als ik die cursus had gevolgd. Dan had ik geweten wat ik nu had moeten doen. Maar ja, druk druk druk he! Die ogenschijnlijke overbodige maar achteraf toch zo ontzettende nuttige cursussen schieten er dan lellijk bij in.

Er is een soort van hotelletje waar ik een bord spaghetti bestel. Ik zit voor dood in een plastic tuinstoel. Het ziet er niet uit. Het is bijna nog erger dan die randdebielen (kutpubliek, reken ik ook goed) dat 1 keer per jaar naar de Toppers gaat. Met dat gegeven heb je  de onderkant van de samenleving aardig bij elkaar geharkt. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben er qua niveau nu niet ver van af.

 
Ik zal niet zeggen tot overmaat van ramp. Maar hier zittend voor dat hotel, wachtend op mijn dampende bord spaghetti, stopt er een bus met Griekse toeristen. Ze zijn o.l.v. een gids op een rondreis door Ethiopië. Ze vinden mij geweldig stoer. En iedereen wil (eerst apart en later als groep) met me op de foto. Of ik m'n fiets even net zo wil zetten dat het goed gaat met de zon en het foto's maken. 

Tuuuuuuuuuurlijk!!!!!!!!! No problem!!!!!! Ik ben helemaal niet moe......

Ook de cursus NEE-zeggen als het even echt niet gaat, heb ik gemist. Ik zei namelijk toen ze me vroegen of ik aan die cursus mee wilde doen wel een keer NEE. Nu nog de kwaliteit proberen te ontwikkelen om NEE te zeggen als dat echt moet........ Is daar ook een cursus voor?

 
De Grieken vertrekken weer. En ik blijf als een dood vogeltje achter. Het lichaam is leger dan leeg. Opper dan op. Er moet nu snel iets van energie mijn lichaam in. Anders komt het niet goed. Snel eten bereiden is de Ethiopiër niet gegeven. Wachttijden van een half uur zijn gewoon. Het kan ook zomaar een uur duren.

Uiteindelijk komt het eten dan ik naar binnen schrok (en ik bedoel hier niet de verleden tijd van schrikken). Ik bedoel dat ik het bord onder een hoek van 30 graden tegen mijn kin heb gezet en de hele meuk, als ware het een trechter, zo naar binnen gelepeld heb. Ik knap er iets van op. 

Ik neem een ferm besluit. Ik trek vandaag niet verder. Ik moet herstellen van deze mega-inspanning. En me voorbereiden op de komende twee fietsdagen die nog zwaarder gaan worden. En dan zal er ook geen hotel of ander overnachtingsadres zijn. Dan zal ik een plek moeten vinden waar ik mijn tentenkamp op kan slaan. En zal ik voor de eerste keer mijn kookgerei in stelling gaan brengen. Daar zie ik wel naar uit.

Ik doe er goed aan om inkopen te doen. En me geestelijk en fysiek op te laden voor wat gaat komen. Ik vind een kamer in het dorpje. En installeer me.

O ja, potdomme. Ik was het zat. Ik was er klaar mee. Maar waar ook alweer mee? 

Nouwwwh......mijn voorband blijft leeglopen. Langzaam. Maar gestaag. Elke dag moet ik er wat lucht bij blazen om 'm op de juiste spanning te houden. En daar word ik het langzaam een beetje zat van. Ik heb de band er al drie keer af gehad. Maar ik kan geen gaatje vinden. Ik ben er heleeeemaaaal klaar mee. Nu ga ik er wat aan doen.  Met het vaste voornemen om tot een iets permanentere oplossing te komen dan de vorige herstelpogingen.

Ik demonteer mijn voorwiel. En ruil de onwillige binnenband om voor mijn reserve binnenband. Het klusje neemt een half uur in beslag. En tijdens deze werkzaamheden wordt ik gade geslagen door een flinke groepbelangstellenden die ademloos en zeer gecontreerd toekijken. Ik overweeg, na terugkomst in Nederland, de cursus te gaan geven -op-je-vingers-gekeken-worden-is-helemaal-niet-erg-als-je-er-maar-een-cursusje-bij-Gerrit-voor-best-veel-geld-voor-hebt gevolgd.

 
Als mijn fiets weer als vanouds is. Heb ik gelegenheid om te kijken hoe het nu echt met de onwillige binnenband zit. Er blijkt een miniscuul gaatje in te zitten. Ik plak de band meteen. Die kan mooi vanaf nu als een volwaardige reserve binnenband dienen.

Het was vandaag 1 van de allermooiste ritten als het om het landschap, de bergen en de bijbehorende uitzichten gaat. Zonder enige twijfel. Ik bevind me in een geweldig en prachtig stukje Ethiopie. ‘Maar wat is het zwaar om hier de trappers rond te malen.‘

Heel eerlijk. Ik heb vrees voor wat me de komende dagen te wachten staat.