Mentaal dingetje
Ik heb tot een jaar of tien geleden een jaar of acht vrij fanatiek en vooral enthousiast hardgelopen (Hidde – die meeleest – weet dit vast nog goed). Van de drie wekelijkse trainingen werkten we er 2 af op de atletiekbaan van Flevo Delta in Dronten.
Onze trainer haalde van tijd tot tijd een geintje met ons uit. We moesten dan 10 x 400 meter wedstrijdtempo lopen op de atletiekbaan. Dus wat je deed was die 10 rondjes indelen voor jezelf en ervoor zorgdragen dat je het laatste rondje precies net zo snel kon lopen als het eerste rondje. Dan was de training goed uitgevoerd en geslaagd.

De eerste 6-7 rondjes waren nooit het probleem. Rondje 8 werd zwaarder, Rondje 9 pittig en met het ingaan van rondje tien verlangde je je naar een flesje cola, een familiezak Croky chips, een warme douche en vooral naar een krijtwit getrokken eindstreep.
En nu het geintje van de trainer. Honderd meter voor het einde van de trainingssessie (dus ter hoogte van rondje 9,5, 200 meter voor de eindstreep) deelde hij vrolijk mee dat je nog een rondje moest lopen. In totaal 11 rondjes dus. Zelfde tempo. Terwijl je je dus met je hele hebben en houwen had ingesteld op 10 rondjes! Ik kon ‘m wel…….
‘Werd je mentaal hard van, deelde hij ons mee’.
Allemaal prima, maar ik heb uit protest 5 jaar mijn contributie consequent te laat betaald en steeds onder protest voldaan!!

We laten vanochtend onze tropische Bounty overnachtingsbestemming achter ons en stappen op voor de allerlaatste etappe van deze vier maanden lange fietsreis.
Op 1 november vorig jaar begon het allemaal vanuit Hanoi (Vietnam). De eerste fietsdagen waren nog wat onwennig. Waar we normaal twee weken of soms een maand de tijd hebben, hadden we nu plots vier maanden. En dat besef moest even tot ons doordringen. Even een plekje in onze hoofden krijgen.

Daarnaast was het even zoeken naar de mooie en rustige fietsweggetjes in het hectische en lawaaiige Vietnam. Maar na anderhalve week - waarin ik ook nog een dag of wat ziek ben geweest - vielen de puzzelstukjes in onze bovenkamers in elkaar en kon het grote genieten beginnen.

Vandaag begint de laatste etappe dag niet anders dan anders. We smeren ons zelf in met 50+zonnebrandcrème. We hebben het niet bijgehouden maar we denken dat we er een tube of tien/twaalf doorheen gejaagd hebben. En noodzakelijk was ‘t. Want de zon scheen nagenoeg elke dag!



We pakken onze tassen voor de laatste keer in, laden onze fietsen op, zakken met een lift naar beneden (en wel graag in die volgorde, anders wordt het een bloedbad), en off we go. Er staat ons een heuvelachtige rit te wachten.

Als eerste zien we een hele lange sliert kinderen langs de weg lopen. Dat is niet zo gek want na een lange schoolvakantie zijn vorige week de scholen weer begonnen. We fietsen langs een vrij drukke weg. Op zo’n laatste fietsdag gaan we geen avonturen meer aan, door naar rustige weggetjes te zoeken. Geen polonaise. Gewoon recht toe, recht aan door fietsen.
Eind november vorig jaar staken we de grens over van Vietnam. Laos was onze nieuwe bestemming. Het bleek de meeste avontuurlijke bestemming deze reis te zijn. We trokken door mooie landschappen en moesten - van alle landen waar we doorheen zijn getrokken – daar het meest improviseren.

Joan heeft een bakbedrijfje (taartjesvantootje.com) en we passeren (toevallig!!) een aantal bakwinkels. Die worden allemaal door Joan in rap tempo geheel en al leeggekocht. We proppen een deel van de gekochte waar in de overgebleven ruimte van onze fietstassen. En huren een shovel om de rest van de gekochte boedel voor ons naar het vliegveld te transporteren. Waarom een shovel zult u denken lieve lezer?! Nou, die kan het hele zaakie in 1 keer in het ruim van het vliegtuig kieperen. Ben wel benieuwd hoeveel we bij moeten betalen voor de extra kilo’s bagage……

We slaan in Port Dickson rechtsaf en laten de zee (Straat van Malakka) - die zo’n trouwe metgezel is geweest de afgelopen weken - voorgoed achter ons.
Ergens in december (2024) staken we de grens met Thailand over. We fietsten naar het Noordelijkste puntje van het land. En zakten toen in 2 maanden tijd naar het meeste zuidelijke puntje van het land.
Wauw, Thailand is een geweldig land om met een fiets door te trekken. Je hebt er een geweldige infrastructuur met allemaal kleine landweggetjes en rustige asfaltwegen. Je fietst er tussen de rijstvelden, palmplantages en bananenbomen. De voorzieningen zijn top en de Seven Eleven (supermarkt waar je – als fietser - je voorraden kan aanvullen, tosti’s kan laten bakken, koffie kan kopen, soep kan laten warm maken, knakworstjes kan knagen) vind je overal in het land.
We hebben nog 20 kilometer te fietsen voordat we vandaag onze eindbestemming bereiken.

We passeren het voormalige Formule 1 circuit van Sepang. Hier werden de F1 races gehouden. De minister van Maleisië vond het te kostbaar worden en de F1 races stopten in 2017. Jaarlijks worden er nu nog de Grand Prix motoraces gehouden.
We fietsen inmiddels via een veel te drukke en hectische weg richting het vliegveld. We hebben namelijk ons onderdak niet ver van het vliegveld. Zodat we met onze fietsen en de hele santenkraam niet ver hoeven te reizen op de vliegmasjien-vertrek- en reisdag.

Joan ziet plots een enorme baal dun piepschuim in de berm liggen. Ideaal spul om onze fietsen mee te beschermen wanneer we die in kartonnen dozen gaan verpakken (verplichting van de vliegmasjien Kumpanie). Opladen dat spul. Het ziet er niet uit zo achterop je fiets, je krijgt er niet snel verkering mee, maar wat zou ‘t…..
Na 55 kilometer fietsen krijgen we trek.

We zien een groot winkelcentrum en denken daar wat eetbaars te kunnen vinden. Dat lukt ook. Maar we ‘vergrijpen’ ons vervolgens aan het kopen van kleiding. Op zich niet erg, want ik koop altijd in de laatste dagen van onze fietsreizen kleding, meestal een heel regiment aan broeken (Dit keer slechts 6).
Zodra we buiten komen is er iets aan de hand dat we deze hele fietsreis slechts 1x gedurende 20 minuten hebben meegemaakt: REGEN!!!
‘Je zal het toch niet meemaken. We moeten nog 4 kilometer fietsen, en…………. het REGENT’!
Het regent niet alleen, het flitst en het rommelt en bommelt. Ik ben geen liefhebber van donder en bliksem. Ik heb er zelfs de nodige schrik van. We schuilen een tijdje. Maar ja, het is nog maar 4 kilometer…….. we gokken het erop,

Als het regent in Maleisië, dan regent het goed merken we. De regen komt met bakken tegelijk uit de hemel vallen. Binnen korte tijd ontstaan er enorme plassen op het wegdek. De weg naar het vliegveld wordt drukker en drukker. Het is allemaal net wat op het randje (als u begrijpt wat ik bedoel). Maar we halen het. Tegen vieren remmen we net voor de slagboom van ons hotel. Halleluja, de Heer zij geprezen. Einde fietsreis.
Toch?
Of toch niet?
Weet U lieve lezer. Ik heb ons de afgelopen vier maanden probleemloos via smalle paadjes tussen rijstvelden in Noordelijke platteland van Vietnam geleidt. Het navigeren over de wegen van Laos was geen probleem voor deze navigatie knakker. Het is mij gelukt om ons nagenoeg zonder fouten over de kleinste en stilste weggetjes van Thailand te leiden. En nu – op de aller- allerlaatste fietsdag van deze lange fietsreis – heb ik ons ……..ik herhaal…………na 4 maanden nagenoeg vlekkeloos genavigeerd te hebben. ………..heb ik ons …….glansrijk in het volste vertrouwen…..naar het VERKEERDEhotel geleid.
Onze echte eindbestemmingshotel blijkt ruim 10 kilometer terug te liggen.
Potdomme!
De conclusie die we in onze totaal doorweekte kleding vrij spoedig trekken is dat we door onweer, bliksem, gietende regen en het veel te drukke, hectische verkeer nog 10 kilometer terug zullen moeten fietsen…… Dat is even een mentaal dingetje. Doet me voor heel even terugdenken aan m’n trainer van Flevo Delta.
Brr………

Maar – lieve lezer – ook dit weten we tot een goed einde te brengen. Na 73 kilometer fietsen rijden we het grindpad van onze Homestay op en knijpen voor allerlaatste keer deze reis in de remmen.
We zijn er.

Er ligt een flesje cola en een familiezak chips op ons te wachten. En een warme douche is vast voorhanden.
We kunnen alleen de krijtwit getrokken eindstreep even niet zo gauw vinden.
Zou die weg geregend zijn?
Afstand: 73 kilometer
(Voordat we naar huis gaan, zullen we Kuala Lumpur bezoeken. Dat wordt onze laatste bijdrage van deze reis).
Pluizebol
Mocht u onlangs uw hart verloren hebben, en dan bedoel ik niet dat U ‘m kwijt bent of dat ie zoek is of zo. Niet dat u meteen bij de verloren voorwerpen naar dat ‘ding’ gaat lopen zoeken, lieve lezer. En mocht U zich niet kunnen beheersen en dat toch gaan doen, zoek dan tussen de fietsen, portemonnees en rugzakken naar iets dat ‘KLOPT’ en rood van kleur is. Dan maakt u de meeste kans 'm te vinden.

Maar ik bedoel dat u uw hart verloren bent aan een best wel leuke man of aan een best wel lieve karaktervolle vrouw. En dat U hem of haar binnenkort wil verrassen met een fijn reisje naar een mooie, interessante stad. Mocht U dat allemaal overwegen: ga dan nietnaar de Maleise stad Malakka.
Niet doen.
U zet daarmee namelijk uw wittebroods-hart op het spel. Er is namelijk een gerede kans dat uw lief lichtjes teleurgesteld raakt gedurende het bezoek aan deze stad. En dat wilt U lieve lezer– zeker wanneer de liefde nog zo pril is – natuurlijk uit alle macht voorkomen.
Is een tip, doe er uw voordeel mee!

Wij zijn er een dag of wat geweest en hebben Malakka wandelend bekeken. Conclusie: het UNESCO stadje mag van ons van de lijst worden afgevoerd. Te aangelegd, te aangeharkt, teveel gericht op toerisme, kortom: verkloot! Daar denken wagonladingen Aziatische toeristen trouwens ietsje pietsje anders over. Die brengen er met veel plezier hunnie vakantiedagen door.
Wat mij betreft vegen we die hele UNESCO lijst per decreet leeg en wel meteen (ik lijk – als ik dit teruglees - verdorie de heer D. TRUMP wel). Maar niet helemaal, er zijn een paar verschilletjes. Want deze clown heeft haar en ik ben geen clown. En daarbij: mijn plan gaat de UNESCO stadjes, gebouwen en monumenten WEL vooruit helpen.

Mijn reiservaring is dat zodra iets aan de UNESCO lijst wordt toegevoegd, dat het dan status en bekendheid krijgt. Dan wordt er net iets teveel geld naar toe gehengeld. En dat komt de monumenten niet altijd ten goede. Zo was ik ’s in Ethiopië en daar hadden ze een oerlelijke modern vormgegeven overkapping over een eeuwenoud monument gebouwd. Ter bescherming, dat wel. Echter het authentieke van de plek en/of gebouw wordt daarmee zoveel geweld aangedaan dat het niet mooi meer is. Het roept bij mij de vraag op: wat is erger: het middel of de kwaal.
En daarbij, die UNESCO bezienswaardigheden komen in elk reisgids te staan. Vervolgens komen er drommen toeristen op af. En waar toeristen zijn, zijn souvenirwinkeltjes, worden restaurantjes en hotels gebouwd, heb je van die nep-gidsen die je rond willen leiden en krijg je te maken met tering hoge (toegangs)prijzen.
Gewoon afschaffen die UNESCO lijst. Geef jaarlijks een gulle bijdrage om de boel te kunnen onderhouden. Toeristen moeten zelf maar uitzoeken wat ze mooi en bezienswaardig vinden.

Maar natuurlijk zijn er in de stad stille plekjes en rustige straatjes te vinden en zijn er altijd wel wat mooie plaatjes te schieten.
Zoals de Moskee. Moskeeën zijn in Maleisië niet de moeite waard om te bekijken. En dat is opvallend want in de meeste landen zijn dit juist bouwwerken waar flink wat aandacht aan is besteed. Die worden met de meest sierlijke vormen gebouwd. Wanden en vloeren worden met de meeste kleurige mozaïek-achtige tegeltjes bekleed. Zo niet in Maleisië. Vaak zijn het praktisch ingerichte gebouwen met weinig sjeu.

De Moskee van Malakka vormt hierop een uitzondering. Die is mooi. Ligt tegen de zee aangeplakt.
Tussen de vijf dagelijkse gebedssessies door wordt de Moskee kort opengesteld voor publiek. Ik moet wel wegwezen voordat de volgende gebedssessie begint, want ik denk dat Allah mij niet graag op mijn knietjes ziet gaan en mij tussen al die vrome gelovigen op de verkeerde momenten foute buigingen in een verkeerde windrichting ziet maken. Dat dat zou kunnen gebeuren acht ik niet geheel uitgesloten en zelfs zeer waarschijnlijk. Ik denk dat Allah zich een hoedje schrikt, zich verslikt of erger. Daarbij ik heb geen kleedje bij me en geen knielappen. Ik denk dat Allah mij daarvoor best 's zou kunnen straffen.
U begrijpt, ik begin wat last van haast te krijgen …..……


Als ik er rondloop zie ik dat de moskee ook voor vrouwen is opengesteld. Dat wil zeggen zij mogen in het achterste deel van de moskee (achter een lint) bidden. Voor mannen is de (veel grotere) ruimte ervoor gereserveerd.
Dat was gisteren.
Vanochtend fietsen we via drukke straten en buitenwijken de stad Malakka uit en laten deze spoedig achter ons. De rustdagen hebben ons goed gedaan en we zijn weer on the road. We zetten koers naar Kuala Lumpur, onze eindbestemming van deze reis.



Onderweg zien een aantal ganzen die er warmpjes bij zitten (of hangen zo u wilt). En we zien een bijzondere boom. Althans de bijzonderheid van de boom valt wel mee, maar de pluizenbollen die erin hangen trekken onze aandacht.

Het is de kapokboom. Die een hoogte kan bereiken van wel 70 meter. Uit de eironde vruchten steekt een flinke pluk witte watten: de kapok. Het zaadpluis wordt/werd onder meer gebruikt als vulling voor kussens en vesten.
We zijn tijdens onze reis door Vietnam, Laos, Thailand en Maleisië in totaal 7 fietsers tegengekomen die hetzelfde deden als wij. Vaak maak je even een praatje, wissel je ervaringen uit. Vandaag komt rond het middaguur ons een fietser tegemoet die wel zin heeft in een praatje.

Het blijkt Peter te zijn. Een Nieuw Zeelander die in de jaren 80 (crisisjaren) naar Australië is verhuist. Hij fietst in 5 weken tijd van Phuket naar Singapore. Hij is 63 jaar oud en vertelt dat hij bij sportevenementen kabels trekt en tv-camera’s op de juiste locatie plaatst. Tijdens de wereldkampioenschappen in Qatar was hij werkzaam en moesten er in elk station 48 camera’s geplaatst worden. Hij vertelt dat ze daar tien dagen van tevoren mee beginnen. Wat een werk voor een potje voetbal dat 1,5 uur duurt.....
Na een kwartiertje kletsen - met deze ontzettend aardige man - vervolgen we onze weg weer.

Van alle landen waar we deze reis doorheen zijn getrokken is Maleisië het meest rijk aan planten- en dierenleven. We raken niet uit gefotografeerd. Kijk maar 's naar de opbrengst van slechts 3 dagen fietsen:






Tegen 15 uur - en na 63 warm-hete fietskilometers fietsen - bereiken we ons onderkomen voor vandaag.
En even voor de duidelijkheid en om misverstanden te voorkomen: het is niet onderstaande foto. Overmorgen volgt (roffeldepoffel) de allerlaatste etappe van deze reis!!

Hete Teer
Lieve lezer.
Het is met schaamrood op de kaken dat ik u het volgende mededeel………nouwww……daar gaat ie: Ik houd er ontzettend van om met een warm afgestelde föhn over mij hoofd en haar te blazen. Stiekem. Dat wel.
'Zo, dat is er uit!' Dat lucht op.
Ja, lach maar! Voor die mensen die mij kennen: heel veel haar is er niet meer te vinden op mij bovenste beste kruin. Dat is waar, daar heeft U een punt lieve lezer. Maar toch vind ik dat fijn. Maakt mij niet uit of de ijspegels aan de dakgoot hangen te bungelen of de mussen dood van het dak vallen. Ik vind dat ALTIJD lekker!
Dat lekkere warme geblaas over mijn hoofd en gezicht. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Soms beperkt het zich tot een kort minuutje. Als ik wat meer tijd heb: een uur. Maar – en ik zal het eerlijk bekennen: het heeft ook wel ‘s 12 dagen, 5 uren, 37 minuten en 12 seconden geduurd. Achter elkaar. Onafgebroken. Zo lekker vind ik het.
Ik had nog wel langer gewild, was het nog lang niet zat. Echter er kwam een einde aan omdat de föhn het welletjes vond. Die was er helemaal klaar mee en gaf er de brui aan. Klote ding. Ik heb 'm het raam uit geflikkerd!! En daarna heb ik een 'm een schop na gegeven en begraven achter in de tuin..

De afgelopen dagen hebben we door de binnenlanden van Maleisië de ketting strak gefietst en koers gezet naar de stad Malakka. Een kuststad gelegen aan een vrij serieuze plas water: de ‘straat van Malakka’. Malakka is het meest zuidelijke puntje van onze fietsreis. Zuidelijker zullen wij niet gaan.


Eergisteren fietsten we pardoes een belangrijke religieus feest van Hindoes ‘binnen’. Thaipusam is een hindoeïstisch feest dat voornamelijk door Tamils wordt gevierd.


Op deze feestdag wordt er een processie / bedevaart gehouden waarbij een pot op het hoofd wordt gedragen. Toegewijde gelovigen laten hun lichaam doorboren met naalden en prikkers. In trance en als boetedoening lopen ze mee in de processie. De 'kavadi' bestaat uit een met bloemen versierd soort juk met een pot melk aan beide uiteinden. In de tempel wordt de melk voor de godheid geplaatst.
En wij mochten daar – als enige Westerlingen – een kijkje nemen. Heel erg speciaal om dat van zo dichtbij te mogen aanschouwen.

Rond het middaguur proberen we altijd iets van eten te vinden. Zo ergens langs de weg is vaak een eetstalletje te vinden die zilveren schalen heeft staan met daarin verschillende soorten groenten, vis, vlees (in meer of mindere mate voorzien van de nodige pepers….) en altijd met rijst of noedels.

Het eten is vroeg in de ochtend al bereid en wordt hier lauwwarm maar meestal koud opgegeten. Je mag zelf opscheppen en aan de hand van de hoeveelheid reken je per bord af. Voor 2 euro heb je een flink bord eten.
Maleisië is voor ons wel het land van uitersten. Of het is mooi of niet mooi. Een tussensmaak kent het land niet.


Een gezellig dorpscentrum kennen ze hier niet. De – vaak fel gekleurde - winkels zijn tegen elkaar aangeplakt, en bevinden zich vaak aan een zijde van de straat. Mensen komen met hun scooter of auto. Stappen een winkel binnen, halen hun boodschappen, en weg zijn ze weer. Een gezellig plek om boodschappen te doen of te winkelen zie je hier nauwelijks.


Gisteren brachten we een bezoek aan een fietsenmaker in Kuala Lumpur. De voor rem van Joan was kaduuk. Het binnen fietsen van deze ruim 2 miljoen inwoners tellende stad was een heftige onderneming. Ik vind in grote steden fietsen geweldig leuk, maar tijdens het binnenfietsen van KL begon ik lichtjes te twijfelen of dit nu wel zo’n goed idee was. Het drukke verkeer krioelde boven en onder ons. Dan weer van opzij. Het was al met al een heftige onderneming.

Nadat we ongeschonden en wel het adres van de fietsenmaker hadden gevonden bleek deze een vakman te zijn. Hij monteerde een geheel nieuwe hydraulische voor rem. Die mannen hier gaan allang niet meer klooien met repareren en vervangen van een enkel onderdeel. Gewoon het hele zaakie vervangen. Net zoals ze dat bij ons doen. In een uurtje was het klusje geklaard.


Onze fietsenmaker bleek ook een culinair specialist te zijn. We liepen met hem mee naar een verdieping hoger in he gebouw en liet ons allerlei lekkere Maleise lekkernijen proeven. Na wat foto’s en uitwisselen van social media adressen vervolgden wij onze weg.
Het duurde vervolgens een volle dag om deze immense stad uit te fietsen en het drukke verkeer achter ons te laten.


De vrijdag is het een belangrijk religieuze dag voor moslims. Dan vindt het belangrijke vrijdaggebed plaats. En bij de talrijke moskeeën die we onderweg passeren komen honderden (en soms duizenden) keurig geklede mensen (mannen) bijeen. Bij zo’n moskee is het dan een puinhoop met warrig geparkeerde auto’s en brommers.
We hebben inmiddels een meer dn warme relatie met Maleisië opgebouwd. Om meerdere redenen. De mensen hier zijn geweldig enthousiast en belangstellend. Hunnie enthousiasme laten ze blijken door duimen en handen naar ons op te steken. Ook slaken ze kreten als we langskomen en de ‘Welcome in Maleisie’ zijn niet van de lucht.

Belangstelling tonen ze door aan ons te vragen waar we vandaan komen? Waarom we Maleisië bezoeken? Wat we van hunnie en hunnie land vinden? Hoe oud we zijn? Waar we naar toe gaan? Een keer of 15 per dag wordt een dergelijk vragenvuur op ons losgelaten. Joan en ik wisselen elkaar bij die vraaggesprekjes af, want het is zo soms wat vermoeiend om steeds opnieuw dezelfde antwoorden te geven.
En ……..het is ook op een andere wijze warm.
Het is hier namelijk verstikkend heet. We zijn er eerlijk gezegd niet eerder over begonnen, want we willen geen onrust bij thuisfront en bij U veroorzaken en/of zeurderig overkomen. Want ja, u bevindt zich al maanden in winterse omstandigheden, waarbij het nog donker is als u met een slaperig hoofd uit uw bedje rolt. En als u na een lange werkdag thuis komt is het ook donker. En uw eigenste houtkacheltje maakt vast overuren……

Nouwww…..hier is de situatie ietsje pietsje anders. We tikten vandaag de 40 graden aan. En als de zon een iets minder arbeidsvreugdevolle dag heeft, dan nog is het tussen de 36 en 38 graden.
Vanochtend bijvoorbeeld zijn we om 7.15 uur vertrokken. Toen was het 24.1 graden. Een uur later was de temperatuur met 10 graden gestegen. En nog een uur later schoten we richting de 40 graden. En dat blijft het tot ver in de avond.
Het maakt dat we meteen na opstaan ons insmeren met zonnebrand crème. We zorgen dat we tenminste 3 stuks, 1,5 liter flessen water aan boord hebben. En als er eentje op is, kopen we bij de eerste mogelijkheid meteen weer een fles bij. Probleem is dat we zo hard transpireren dat voldoende bij drinken een onmogelijke opgave is.
Ik zal heel eerlijk met U zijn lieve lezer: Ik heb in rare en warme landen gefietst en best ’s wat gekke dingen meegemaakt (Pakistan, hoog in de bergen, geen water voorhanden….Ethiopië, lange stukken met een droge bek gefietst, geen water voorhanden……samen met Joan in Senegal en Gambia gefietst waar het zinderend heet was....) echter gisteren en vandaag schuurden we qua temperatuur in combinatie met de inspanning die we moesten leveren tegen de ondergrens aan. De ondergrens van wat nog verantwoord is om te doen.
De temperatuur is nog tot hier aan toe (ik heb zelf een aantal jaren geleden in Jordanië probleemloos dagenlang in 47 graden C. gefietst). Maar de warmte hier gaat gepaard met een enorme hoge luchtvochtigheid. Alles verzengend!! Zo verzengend/verstikkend heb ik het nog nooit meegemaakt.
Maleisiërs geven zelf ook aan dat het ‘Hot as Hell is, at this very moment in Maleisië’. Iedereen die we spreken begint er over. Een afstand van 50 kilometer fietsen in deze omstandigheden gaat ons probleemloos af. Ja, we transpireren enorm, alle kleding is na 7 kilometer fietsen al geheel en al doorweekt. Maar dat lukt ons vrij goed. Echter, de laatste 30-35 kilometer doen een aanslag op lichaam en geest.
Nog maar 7 kilometer te fietsen vandaag. De stad Malakka komt in ons vizier. Maar de eerste verkeerslichten ook. We hebben ervaren dat het wachten voor verkeerslichten zomaar 7-8 minuten kan duren. We staan in de volle zon'aan te braden'. Een andere omschrijving hebben we er niet voor.
We zijn dan ook blij dat het verkeerslicht op groen springt en dat we snel een hotel vinden dat iets van een douche heeft en waar we even bij kunnen drinken. We blijven hier 3 nachten om bij te komen van de afgelopen 5 fietsdagen en de daarmee samenhangende inspanningen.
Ik heb overigens voor gebruikers van een föhn nog een fijne besparingstip. Want laten we eerlijk zijn: die krengen zijn best duur. Laat die aanbieding föhn lekker bij de Kruidvat links liggen.
Wil je hete blaaswind door je haren laten waaien?
Houd je kostbare europegeltjes dan in je broekzak. Ga in Maleise fietsen!
‘hoe heter het weer, hoe zachter de teer’
Afstand: 85 kilometer
Bengaals sop
Ruim drie maanden over smalle zanderige palmpaadjes en afgelegen bananenplantage weggetjes met gaten en drempels rijden eist z’n tol.

Boutjes en moertjes gaan rammelen, handvaten worden vies, velgen smerig, de ketting piept en kraakt vanwege tussen kruipend zand en het frame wordt bedekt met een flinke laag Maleisisch stof.
Lieve lezer, U bent slim. U heeft het allang door. U ziet ’t al van verre aankomen (en dan bedoel ik niet in gewicht): het is Nationale fietsonderhoud en -poetsdag!


Op onze rustdag in Hutn Melintang (maar het had ook gemakkelijk Mutm Geilintanm of Oegstgeest kunnen zijn, het zal u een Maleisische worst zijn, vermoed ik zo maar) rijd ik nietsvermoedend naar de plaatselijke carwash waar een vijftal mannen bezig zijn om auto’s te wassen, te poetsen en het interieur weer tip top in orde te maken.
Zodra ze mij met mijn fiets zien moeten ze lachen. Ze houden de hogedrukspuit al in de spuitstand en ik kan nog maar net voorkomen dat ze mijn fiets onder ‘vuur’ nemen.

Dat hogedrukspuiten is namelijk precies wat je niet moet hebben (Willem Lammertink kan dit bevestigen). Want de druk van die spuiten is zo groot dat je kans loopt dat het vet uit de kogellagers gespoten wordt. Dus probeer ik met alle tact en vriendelijkheid die ik bezit te regelen dat ik de hogedrukspuit zelf ter hand mag nemen. En dat lukt. Maar niet nadat de mannen de fiets lekker met zeep onder hebben gesproeid.
Ik raak aan de praat met de mannen. Ze komen uit Bangladesh. Ze verdienen in Maleisië hun geld met het schoonmaken van auto’s. Het land waar uurlonen veel hoger liggen dan in hun thuisland. Een deel van het verdiende geld sturen ze naar hun families thuis. Ze werken vaak jaren achtereen in Maleisië zonder dat ze hun geliefden zien.

Ik begin de fiets in te sponzen en sla niets over. De velgen, de spaken, het frame, de handvaten het hele zaakie moet schoon. Het is een graadje of 40. De zon staat hoog aan de hemel en strooit haar stralen met veel plezier over mij uit.
De fiets begint langzaam te glimmen. Ik ook. Met name mijn voorhoofd neemt de glans aan van een glimmende kokosnoot. Ik ben drijfnat. Het transpiratievocht stroomt van mijn lijf met een snelheid als de watervallen van COO. En – lieve lezer - dit is pas de eerste fiets……

Mijn gedachten glijden naar een moment eergisteren. Joan en ik hielden even stil bij een supermarkt. Onze watervoorraad moest aangevuld. Naast de supermarkt was een bank gevestigd. Daar stonden een groep van circa 40 mannen voor de deur. Het was ons meteen duidelijk dat het geen Maleisiërs waren.
Ik draai de fiets op z’n kop omdat ook de onderkant een schoonmaakbeurt verdient. Daar wordt ie het meest vies. De naaf moet er aan geloven, de binnenzijde van de spatborden en ook de onderzijde van het frame wordt van zand en modder ontdaan.


We maakten een praatje met de Bengalen. Een van de groep sprak goed Engels en vertelde ons dat ze gingen werken in de palmindustrie. Ze hebben een contract voor een periode van 3 jaren getekend. En gaan voor het grootste palmbedrijf in de omgeving werkzaamheden verrichten. We zien veel mensen in de palmplantages – als we onderweg zijn - met enorme lange stokzagen in de weer, om de onderste dode palmtakken af te zagen. Eenmaal gezaagd, slepen ze de takken naar een verzamelpunt. Zwaar en taai werk!
Op onze vraag wat ze nu bij de bank doen, antwoordde de man dat ze een bankrekening gingen openen. Een voor een mochten ze bij de bank naar binnen.

Ik spuit de onderzijde van de fiets af en ontdoe het van zeepsop. Dan draai ik de fiets om, en spuit de hele fiets nog een keer af. En ik vraag of ik een tweede fiets (fiets van Joan) mag halen en of ik die dezelfde VIP behandeling mag geven? Dat mag!
De situatie van de Bengaalse autopoetsers en de mensen die in de palmindustrie werken is helemaal niet vrolijk, blijkt uit een vorig jarig verschenen rapport van UNITED NATIONS, HUMAN RIGHTS.
Zij schrijven:
"De situatie van Bengaalse migranten die al enkele maanden of langer in Maleisië wonen, is onhoudbaar en onwaardig", aldus de experts. "Maleisië moet dringend maatregelen nemen om de ernstige humanitaire situatie van migranten aan te pakken en hen te beschermen tegen uitbuiting, criminalisering en andere mensenrechtenschendingen."
Ze merkten op dat veel migranten bij aankomst in Maleisië merken dat ze geen werk hebben zoals beloofd en vaak gedwongen worden om langer te blijven dan hun visum toestaat. Als gevolg hiervan lopen deze migranten het risico om gearresteerd, vastgehouden, mishandeld en gedeporteerd te worden, aldus de experts van de UN.

Ik rijd mijn van water druipende – waterfiets -naar het hotel. En haal de fiets van Joan. Ook deze krijgt een zeepbeurt en ondergaat dezelfde VIP behandeling. Het normaal gesproken weinig inspannende werkje – maar nu in de volle zon en 40 graden – eist bij mij zijn tol en maakt dat ik zelf een zeepbeurt nodig ga hebben. Ik heb geen droge vezel meer aan mijn lijf. Hoe zou dat bij mijn Bengaalse ‘poetsvrienden’ zijn? Die staan een deel van de dag auto’s te poetsen uit de buurt van de overkapping, in de volle zon …….
Als ik helemaal klaar ben bedank ik de mannen uitvoerig in het Maleis (Terima Kasih) en geef hen een fijne fooi. Laten we hopen dat de omstandigheden voor deze groep mensen spoedig mag verbeteren.
En nu de fietsen opgefrist en klaar zijn, ben ik aan de beurt.
Ik vraag ze tot slot of ze nog even de hogedrukspuit ter hand willen nemen…….
Doerian-Horror-Town
‘Probeer NIET aan stront te denken, maar aan de smaak van fruit.’ Is een tip doe er uw voordeel mee.
Echt lieve lezer, ik heb het altijd goed met U voor. Dat weet U. Neem mijn tip ter harte en volg mijn advies op dit specifieke punt blindelings op. Dat is de enige kans dat het nog wat kan worden. Met u.
Afijn.
Het is een beetje als met een mooie LP of album. Als het meteen goed klinkt, lekker in het gehoor ligt, heerlijk smooth je oorschelpen binnenglijdt tijdens de eerste luistersessie. Dan ….dan gaat die muziek je veelal snel vervelen. Zo’n album moet een beetje schuren, schaven, krabben aan de korst. En langzaam begin je de muziek te doorgronden, te begrijpen en te waarderen. Dan zijn vaak de albums die het meest beklijven. Althans, zo werkt dat bij mij.

Wij karren inmiddels iets van een weekje in Maleisië rond. En we weten het (nog) niet precies. En dat is misschien wel ’s goed en mooi ook. Dat dingen niet meteen helemaal duidelijk zijn. Dat zaken niet meteen helemaal op hunnie plek vallen. Maleisië is het minst gemakkelijk te pakken/vatten land van de vier landen waar we deze reis doorheen trekken per fietskarretje. We krijgen er de vinger nog niet helemaal achter.


Het is zonder meer het meest ontwikkelde en welvarende land van de vier. De mensen spreken er doorgaans goed Engels. En niet dat ‘Tenglisch’ (Thai gemengd met Engels waar je geen reet van verstaat), maar goed verstaanbaar Engels. De mensen zijn fantastisch aardig, belangstellend, enthousiast en vrolijk. Waar er in Vietnam, Thailand en Laos veel naar ons werd gezwaaid, getoeterd en omhoog geduimd, komen we in Maleisië duimen tekort en trekken onze kaken met regelmaat in een krampstand van het vele teruglachen dat we doen. Letterlijk iedereen toont zich enthousiast als wij langskomen of wanneer zij ons passeren.

We trekken door prachtig agrarisch landschap met palmen, rijstvelden en bananenplantages. Maar van tijd van tijd trekken we ook door stedelijk gebied en buitenwijken. En ook fietsen we over grote industrieterreinen waar waanzinnig grote concerns hunnie fabrieken hebben neer geplant. En even later fietsen we langs zwaar vervuilde watergangen waar plastic en rommel in drijft. En zien we in bermen ontzaglijk veel troep liggen.


Het is best moeilijk om al die verschillende ‘werelden’ te begrijpen en daarmee de puzzel van het land zonder ontbrekende stukjes helemaal van de randen naar binnen te leggen. Moeten we dit nu mooi vinden, of niet? Voelen we ons hier thuis, of is Maleisië het net niet?!
We houden U de komende weken op de hoogte van onze Maleisië-puzzel-ontdekkingsreis.

Een aantal van u weten dat ik een groot liefhebber ben van kippen. Dat wil zeggen niet van grote kippen – daar krijg ik de bibbers van - maar van de kleinere krielkippen. In het bijzonder van de Serama kip. Het is het allerkleinste kippenras dat op onze planeet te vinden is. En laat de Serama kip zijn oorsprong nu hebben in ….. Maleisië.
Het krioelt hier van de Serama kippen en ….eerlijk….. ik kon het niet laten……ik heb 1 fietstas op z’n kop gehouden en de tas volledig leeg gekieperd. En ben toen begonnen met het ….tja….hoe zal ik het noemen ……..met het ‘verzamelen’ van Serama kippen.
De eerste vijf gingen prima. Met de daaropvolgende 5 kippen moest ik wat proppen maar kon ik de fietstas nog net dicht drukken. Met de daaropvolgende drie moest ik het hele zaakie toch echt wat aandrukken, maar het ging nog net. Maar met de daaropvolgende achttien….tja…..het kan zijn dat er een paar kipjes iets vaker TOK hebben gezegd dat goed was voor hunnie. En misschien stonden er een paar op het punt om het leven te laten.
(Dit was overigens het moment dat Joan ingreep en ik alle kippen weer vrij moest laten…..)

Over Joan gesproken. Iets preciezer: over de fiets van Joan gesproken.
Er kan je bij zo’n fietsreis onheil overkomen. Daar moet je niet elke dag bij stil gaan staan, want dat vermindert het reisplezier snel en met dat stil staan kom je ook niet meer vooruit. En ga je je reisdoel sowieso niet halen.
Maar goed: een onwillige bilspier of een puist op je bil kan roet in het fietseten gooien. Een vervelend roestige scharnierende knie kan je zomaar weken buitenspel zetten. Een pijnlijke pols kan maken dat je een weekje of wat naar de wanden en het plafond van je hotelkamer mag lopen staren….. Noem maar op. Het kan je allemaal overkomen. Gelukkig is dit soort onheil ons tot op heden bespaard gebleven.

Een ander soort nachtmerrie voor de gemiddelde wereldfietser is dat er iets kapot gaat aan zijn/haar fiets. Een lekke band is snel geplakt. Een kapotte spaak vervang je in 30 minuten (als je reservespaken en een spaaksleuteltje bij je hebt, anders ben je de pineut). Een kapot zadel bak je met wat DUC-tape wel weer bij elkaar. En ketting die stuk gaat is met een kettingpons best te repareren. En mocht er iets van ijzer of aluminium stuk gaan, dan zoek je een smid en die lasbakt het hele zaakie wel weer voor je aan elkaar.
Maar ja, wat als een van je hydraulische remmen het af laten weten?
Dat is mij overkomen – enkele jaren geleden – toen Joan en ik van Kopenhagen naar huis fietsten. Voor rem kaduuk. Zomaar. In Noord Duitsland. De olie spoot er uit. En gedaan was het met de rem. En echt, er was in het hele Noord Duitsland geen fietsenmaker te vinden die dat kon maken. Dus maar met 1 rem naar huis gefietst en het hele zaakie daar laten vervangen.
Een kapotte voorrem dus: dat is precies wat er met Joan’s fiets is gebeurt. We moesten toen we het gisteren ontdekten even slikken en herpositioneren. Want er zijn een paar onderdelen van onze fietsen die niet kapot moeten, en hydraulische remmen is een van die onderdelen. Het is DE achilleshiel van onze fietsen. Als die stuk gaan dan heb ik in den VERRE vreemde wel iets van een probleem.
Eerste constatering is dat het niet fijn is dat ons dit overkomt, echter als het kennelijk dan toch de bedoeling is dat het gebeurt, dan liever hier – 400 kilometer van Kuala Lumpur – dan ergens in the middle of Laos of somewhere in het verre hele niks van Thailand.
Snel haalden we onze filp-over uit de fietstas (hebben we altijd bij ons) en met wat van die dikke zwarte en rode stiften hebben we wat lopen kalken. U begrijpt het al lieve lezer: het was tijd voor een goed uitgewerkt plan!

Stap 1 van ons plan: op Google Maps zoeken naar iets van een fietsenmaker. We vinden fietsenhandel ‘Ice Bike Heaven’ een geschikte kandidaat. Want ja, wie wil er nu niet – met bijna 40 graden - in ‘the IceBikeHeaven’ verkeren. Maar na 20 kilometer fietsen daar aangekomen blijkt het toch allemaal niet zo ‘Heavenly’ te zijn. Want na grondige inspectie (binnen 30 seconden werd het oordeel geveld) van de fietsenmaker – en dat dachten we al – geeft hij aan er niets mee te kunnen.
Tijd voor stap 2: onze bevriende fietsenzaak te Amsterdam (de Vakantiefietser) en tevens steun en toeverlaat in bange fietsdagen Eric gemaild of hij iemand in Kuala Lumpur kent die ons zou kunnen helpen. En dankzij zijn wereldwijde netwerk werden wij op het juiste hydraulische remspoor gezet.
Na wat heen-en-weer mailen, omschrijven, foto’s sturen, lijkt het te gaan lukken. We verleggen ons routeplan (er is eigenlijk geen routeplan) een beetje en fietsen wat sneller en rechterdoor naar het City Centre of Kuala Lumpur dan we oorspronkelijk van plan waren.
Als het goed is heeft daar een fietsenmaker de rode loper voor ons uitgerold, staat ie gereed met een dienblad met kaviaar, champagne en borrelnootjes (waar ik zoooooo van houd, maar mijn diëtiste niet…… eeuwig discussiepunt tussen ons beiden) en heeft ie - maar dat is een detail - ook een hydraulische Magura HS22 remhendel paraat die ie voor ons zal monteren.
Hopelijk lukt dat allemaal. Waaaaaant…..dan kunnen wij nog 200 kilometer zuidwaarts fietsen naar de stad Malakka. Waar het volgens zeggen heel erg fijn is om te vertoeven.
Ok. Tenslotte, terug naar mijn goedbedoelde en welgemeende tip aan U.
‘Niet aan stront denken. Maar aan fruit.’
In dit deel van de Wereld groeit de Doerian. Het wordt overal verkocht. Langs de straat, in de supermarkt, je kunt er niet omheen. Maleisiërs vinden het heerlijk!!

De Doerian is een stekelige vrucht – ter grootte van een rugbybal - die zonder ‘m open te snijden al een geur afgeeft die dichtbij de geur komt van ….ja…….u dwingt het mij om te zeggen …..van STRONT! Als je ‘m opensnijd geurt ie nog sterker en lijkt het op een drol met de kleur van een banaan.

De mensen zijn er hier - ik zei het al - gek op. Hotels niet. De Doerian is verboden mee te nemen in openbare gebouwen en dus ook hotels. De geur gaat in hunnie luchtverversingssysteem zitten en ….die geur krijgen ze er NOOIT meer uit. Er staan weinig kinderachtige boetes op het meenemen van de vrucht in hotels!!

We verblijven vanavond in een piepklein huisje in een piepklein dorpje (door Joan omgedoopt tot Doerian Horror Town). De eigenaren zijn allervriendelijkst en bieden ons de Doerian aan. Tot nu toe hebben we echt alles geprobeerd. De meest avontuurlijke vruchten, de gekst gekleurde cakejes, het meest uitdagend uitziende eten. Alles hebben we geprobeerd. En het meeste was/is erg smaakvol. Maar de Doerian hebben we – om inmiddels bekende redenen links laten liggen. Of rechts als ie rechts van ons lag…….
Maar nu proberen we ‘m. Dat wil zeggen: Joan laat de eer aan mij. Doet ze niet vaak, maar nu wel.

Ik neem een hapje en ik maak een enorme fout: ik denk tijdens het knagen aan stront. En dat is nu precies wat je NIET moet doen. Want dat trek je dus zo’n gezicht ……. Als je aan fruit denkt valt ’t mee……of toch niet……nee…..dan PROEF je stront. Gatverdamme!
Joan doet een poging. Slikt het stukje fruit nog net door. Maar gaat daarna gaat ze snel haar mond spoelen met de inhoud van drie flesjes cola.
Laat ik het zo zeggen: De Imam klinkt hier -precies op het moment dat ik dit schrijf - voor de vijfde keer vandaag door de speakers. Dat kan geen toeval zijn!


Ik hoop dat ie schietgebedjes voor ons doet om de smaak van de doerian zo snel mogelijk uit onze monden te doen laten verdwijnen. En mocht ‘m dat lukken dat rest mij maar 1 ding tegen U te zeggen, lieve lezer:
Allah is groot. Veel groter dan U denkt!
Temerloh: 76 km
Maleisië-anders
Toen ik een wereldfietser - enkele maanden voor ons vertrek - vertelde van onze plannen om vier maanden in Zuid Oost Azië te gaan fietsen, reageerde deze enthousiast. Naast het tonen van enthousiasme vroeg ie zich hardop af of het misschien niet wat teveel van hetzelfde zou zijn: fietsen in vier redelijk vergelijkbare landen.
Die opmerking dreunde een tijdje na in mijn hoofd.

Want ja, ik ben de eerste die andere fietsers adviseert om – als je langer dan een maand gaat fietsreizen – meerdere landen aan te doen. Na een maand fietsen begin je het land waar je doorheen trekt te begrijpen, te snappen. Je begint door te krijgen hoe het werkt. Je gaat ook de minder fraaie kanten van het land en haar bevolking zien. Als je niet oppast ga je je wellicht van tijd tot tijd ietsje irriteren. En DAT is het moment om weer een nieuwe landgrens over te steken.
Lieve lezer. We zijn een dag of vier aan het fietsen in Maleisië. Het land dat voor Joan en mij een - tot nu - toe ongeopend boek is. We laten ons graag en met plezier verrassen.





We fietsen veelal op smalle geasfalteerde paadjes. Die paadjes lopen als een labyrint door agrarisch gebied. Zo soms trekken we door palmboomplantages. En even later weer door waterrijk gebied, met prachtige bloemen. We kronkelen naar hartenlust naar iets wat wellicht iets van een goede richting zou kunnen zijn. De zon staat hoog aan de hemel. Het is gemiddeld 38 klein nulletje C.

En, o ja: zo soms zijn de paadjes wat uitdagender van karakter.......

We knijpen van tijd tot tijd in de remmen omdat er hele kolonies apen op de weg zitten. We hebben in vier dagen Maleisië meer apen gezien dan in de drie maanden ervoor in Thailand, Laos en Vietnam.


Er wonen 35 miljoen piepeltjes in het land. Een belangrijk verschil met Thailand, Laos en Vietnam is dat in Maleisië 63% van de bevolking de islam aanhangt (6% is Hindoe, 9% is Christen en de overige ongelovige broeders en zusters zullen vermoedelijk branden in de hel, denk ik zo maar). Dat betekent dat vrouwen gesluierd over straat gaan, en dat moskeeën – en de onlosmakelijk verbonden gebedenreeks die luidkeels hun weg vinden naar onze oren - het straatbeeld bepalen.


Het is niet te hopen dat de slager op het marktje, dat we gisteren zomaar aandeden, kwade bedoelingen heeft. In ieder geval niet met ons. Maar vermoedelijk wel met de koe die hij vakkundig een kopje kleiner heeft gemaakt en waar ie nu flink met een bijl op staat te hakken.


Er wordt vis aan de man gebracht, reuze grote grapefruits worden te koop aangeboden en er worden een soort pannenkoekjes gebakken. We kopen er twee en smikkelen de zoete waar met smaak op. We zijn een bezienswaardigheid op dit marktje. Mensen vinden het maar wat leuk dat we er zijn en we krijgen opgestoken duimen en veel lachende gezichten.


We fietsen grote delen langs de ‘straat van Malacca’, dat overigens geen straat is maar een vrij serieuze plas water, gelegen aan de westkust van Maleisië. Iets verderop knijpen we in de remmen om te zien hoe de mosselen aan land worden gebracht.


Gisteren stopten we kort voor we ons hotel bij een eettentje. Die lag pal naast een megagrote moskee. Daar stond het vrijdagmiddag gebed op het program. Zo’n duizend bezoekers kwamen (veelal op hunnie brommertjes) de moskee bezoeken. We moesten flink doorknagen want het eettentje legt hunnie commerciële activiteiten ten tijde van het gebed geheel en al stil. Uit respect voor Allah.

In hotels moeten de schoenen uit (zie je veel in Maleisië) en je mag geen doerian meenemen naar je kamer. De Doerian is een vrucht die een zeer sterke en onaangename geur afgeeft. Zo sterk en onaangenaam dat hotels huiverig zijn dat je er een mee neemt. Die geur krijgen ze nooit meer uit het beddengoed en handdoeken.
Maleisië is van de vier landen waar we doorheen trekken het meest Westers georiënteerd. Echter veel dingen in dit land zijn (net) weer anders dan in de landen waar we tot nu toe doortrokken.
Als je goed kijkt, zijn er zoveel nieuwe dingen in Maleisië te ontdekken.
Dat maakt fietsreizen zo leuk!
Weemoed
Met een gevoel van spannend verlangen - naar wat komen gaat - maar ook wel met wat weemoed stappen we vanochtend vroeg op onze fietsjes. Het is 5 kilometer door de jungle-fietsen en dan staan we op de drempelige grens van Thailand en Maleisië.



Het afscheid met Thailand is niet geheel en al uit vrije wil. Zo eerlijk moeten we zijn, lieve lezer. Ons visum had een geldigheid van maximaal 60 dagen en we hebben de geldigheid van de Thaise visum-citroen nagenoeg helemaal uitgeknepen. Als we hier vier dagen later waren aangekomen dan hadden we de geldigheid van het visum overschreden en hadden we de citroen met schil en al voor straf in 1 hap moeten wegknagen.

Wanneer je mijn lichaam neemt, en mijn kale hoofd is het Noorden van Thailand. En mijn door kalk-aangevreten grote teennagel is het zuiden van Thailand. Dan hebben we Thailand van mijn haarloze kruin tot aan de uitgroeinagel van mijn grote teen over de volledige lengte doorkruist. Daar krijgen Joan en ik wel wat kippenvel bij als we dat zo 's op Google-maps bekijken.
Ooit, best lang geleden, ben ik begonnen met dat wereldfietsen. Toen ik er in die beginperiode met ervaren fietsers over sprak gaven ze mij de tip om in ‘vreemde’, spannende fietslanden te beginnen met fietsreizen. Dat klinkt u wellicht wat vreemd in de oren – lieve lezer - en mij toen ook, echter zij gaven toen aan: je bent nog jong, redelijkerwijs bezien heb je nu geen of weinig medische zorg nodig. Bezoek en reis eerst door landen waar die zorg minimaal voorhanden is. Als je wat ouder wordt, ga dan naar landen waar de zorg goed op orde is. Ik volgde het advies op. En fietste eerst door Pakistan, Nepal, Peru, Bolivia, India, Ethiopië en nog veel meer ‘gekke’ en minder voor de hand liggende fietslanden’.
Toen ik dan ook vijf jaar geleden voor het eerst in Azië (klein stukje Thailand, Cambodja, Zuid Vietnam) ging fietsen met Joan, ging er een Wereld voor mij open. Opeens begon ik die Wereldfietsers te begrijpen die het zo naar hun zin hadden in dit deel van de fietswereld.
Thailand heeft deze reis geen dag teleurgesteld. Je kunt er fantastisch fietsen. De infrastructuur is geweldig, de voorzieningen zijn top, de landschappen zijn afwisselend en prachtig en bovenal: de mensen zijn geweldig aardig! U begrijpt – lieve lezer - met een licht weemoedig gevoel kijken we achterom.

Maar lang mag en kan dat achterom kijken niet duren. Nadat de douane van Thailand ons vakkundig en geroutineerd het land uit heeft gewerkt, wil de grenswacht van Maleisië ons met liefde een stempel in ons paspoort geven. Wat ie trouwens zonder dralen doet. Echt binnen 1 minuut staan we beiden – enigszins verbouwereerd - bij onze fietsen, maken een foto, en fietsen Maleisië in.

Helemaal alleen zijn we niet. We fietsen langs een enorme stoet auto’s waarvan de inzittenden naar Thailand willen. Het is hier Chinees Nieuwjaar en alle Maleisiërs hebben een aantal dagen verplicht vrijaf. De mensen zijn zonder uitzondering erg aardig. Ze draaien hun raampjes naar beneden en zwaaien naar ons en filmen ons met hunnie telefoon.


De eerst fietsmeters moeten we flink omhoog. We worden beloond met prachtige vergezichten. En er volgt nog meer beloning: we zakken via een heleboel haarspeldbochten vlotjes naar zeeniveau. Daarna fietsen door een vlak en groen landschap waar een fijn labyrint van smalle paadjes doorheen loopt. Weg van de snelweg.

We hebben slechts 1 probleem. We hebben de bank geen Ringgids (Maleisische munteenheid) afhandig kunnen maken. Aan onze voorbereiding heeft het niet gelegen. We hadden bivakmutsen mee. Handschoenen (i.m.v. DNA) en een koevoet. Maar er was geen beginnen aan. Of de banken waren gesloten of de geldautomaat slikte ons betaalpassen niet. Geen geld dus.
We krijgen gedurende de rit een tekort aan water. Bij een winkeltje leggen we ons vocht- en geldprobleem voor en ……. we krijgen een fles water, gratis en voor niks. Met de boodschap: ‘jullie bezoeken mijn land, en jullie zijn van harte welkom.’. Wat een gastvrijheid! Dat beloofd veel goeds voor de fietsmaand die we nog voor de boeg hebben.

Het weemoedige gevoel is verdwenen. We zetten onze interne reis-en-ervaringen-teller weer op nul. En gaan de komende maand Maleisië ontdekken.

Aan het begin van de avond zoeken we voor het eerst in Maleisië een restaurant. Ons oog is gevallen op een enorme hal waar locals komen eten. Wij worden als enige Westerlingen met open armen ontvangen.
Drie keer raden wat we hebben gegeten?
Afstand: 60 km.
Songfestival
Als kind vond ik het leuk.
Zo met het hele gezin op de kunstlederen bank aan de Bovenheigraaf 141 in Wezep aan een zwart-wit beeldbuis gekluisterd. Al die liedjes die voorbij kwamen. En dan met het hele gezin een lijstje maken van wie zou winnen. Lekker laat opblijven ook. Ik had daar als kind best aardigheid aan.
Maar de laatste tientallen jaren is het songfestival verworden tot een politiek circus waar het merendeel van de liedjes mij het ene oor ingaan, en het andere uit. En eerlijk gezegd: het kost mij steeds meer moeite om die bagger het ene oor in te laten komen, laat staan dat er nog iets aan de andere kant uitkomt. U begrijpt lieve lezer: het songfestival is aan mij niet besteed. Ik kan goed zonder.
Tot vandaag dan. Want vanaf vandaag doe ik weer helemaal mee!
In de week dat het Thaise parlement heeft besloten dat mensen met hetzelfde geslacht met elkaar kunnen en mogen trouwen (en dat hebben ook meteen 300 stellen te Bangkok gedaan!), ga ik op de Dag des Heeren, om 7 uur des s’ ochtends, een ontbijtje scoren in het dorpje waar we de nacht hebben doorgebracht.

Op de terugweg passeer ik een begraafplaats. Het is er lekker rustig en ik kan ongestoord wat foto’s schieten.
We kauwen de gekochte yoghurtjes en banaantjes weg. We hebben vandaag een fikse etappe voor de boeg. En gaan vroeg op pad.




Na een kilometer of 20 fietsen we plots midden in een zondagsmarkt. Er wordt van alles verhandeld, van verse vis tot T-shirts. En konden de verse vis en de T-shirts tot voor kort op aandachtige belangstelling van de vele bezoekers rekenen, met de komst van twee Hollandsche fietsers gaat de aandacht plots naar ons uit en moeten verse vis en T-shirts het even zonder de aandachtige blikken, grijpgrage- en koop beluste handen van bezoekers doen.



De Thai is zachtmoedig van karakter. Als je ze respectvol, rustig, belangstellend benaderd en je lacht veel, dan krijg je veel vriendelijkheid en lachende gezichten retour. Ook vandaag krijgen we weer niet te tellen zoveel duimen vanuit passerende auto’s en brommertjes. Dat alleen al maakt het fietsen in Thailand tot een waar feest.

Het landschap van palmen en rubberbomen maakt langzaam plaats voor de ……..JUNGLE!! lieve lezer, U leest het goed: de JUNGLE!!
Net als Joan de grap wil maken dat Tarzan en Jane met een liaan zo over de weg zouden kunnen zweven............ gebeurt dat ook! We maken een praatje met Tarzan en Jane - en dat was best een onderhoudend gesprek - tot die vervelende aap erbij kwam. Vanaf dat moment was er geen fatsoenlijk gesprek meer mogelijk.
Dan zeggen ze wel dat Tarzan The King van de Apen is, maar over deze aap heeft ie weinig tot geen gezag......
We zeggen zowel Tarzan als Jane vriendelijk gedag. Die zweven voordat we 't weten alweer tussen de boomtoppen. En verkopen die aap een rot schop. Laat ‘m de tering krijgen. Kutaap!
Vandaag is het Nationale bloemen fotografeer dag. Althans, Joan en ik betrappen ons erop dat vandaag de focus ligt op alles wat groeit en bloeit. En dat zult u weten lieve lezer, want hier komen de onvermijdelijke bloemenfoto’s (o ja, iets van een waarschuwing: er kan een verdwaalde koe tussen geraken, dat U zich niet afvraagt wat in vredesnaam dat nu voor nieuwe variëteit bloem is, Tis een KOE):






Ergens bij kilometerpunt 50 knagen we wat boterhammen met Cruncy pindakaas weg. En dan begint de ellende. Na het opstappen komen we tezamen tot de conclusie dat het fietsen zwaar en stroperig gaat. Dat is niet fijn, want we moeten nog ruim dertig kilometer tot het eindpunt van vandaag. We krijgen er in eerste instantie de vinger niet helemaal achter.
Elke tien kilometer stoppen we om bij te drinken. Maar dat bij drinken is bij lange na niet voldoende om het afgevoerde transpiratievocht aan te vullen. Op kilometerpunt 70 sta ik voor het eerste deze reis met de handen op m’n knieën. Ik ben kapot! Joan is er iets beter aan toe. Ik begrijp ’t niet. We hebben deze reis veel zwaardere etappes gefietst, en toen was ik half zo moe.
Langzaam begint het tot me door te dringen. Iets met lucht, iets met vochtigheid. De luchtvochtigheid is hier zo hoog dat het als een elektrische deken - van thuis - op standje 13 aanvoelt. Ik moet eerlijk zeggen dat de thermostaat van die elektrische deken aanvankelijk maar tien standen had, maar ik ben zo’n koukleum, ik heb die thermostaatknop - met gepast geweld - net zolang doorgedraaid dat ie op standje 13 kwam te staan…...kan me niks verdommen, laat ‘m de klere krijgen die deken.
Afijn.
Die warme deken dus. Die pakt je helemaal in. Die warmte drukt je lichaam helemaal in elkaar. Trekt alle energie uit je lichaam. Ik kan hoge temperaturen best goed hebben, maar vandaag trek ik ‘t helemaal niet.
Verdikke, door dat elektrische deken verhaal vergeet ik bijna nog te vertellen over mijn hernieuwde belangstellig voor het songfestival.

Ergens midden op de dag, trok een verzameling – nogal aandachtig en serieus kijkende - mannen op een veldje onze aandacht. In dit deel van Thailand is het zangwedstrijd-songfestival seizoen aangebroken. Overal laten vogeltjes in kooitjes hun mooiste lied horen.
Er worden in deze periode in Thailand door hunnie eigenaren duizenden vogels bij elkaar gebracht om te zingen en te kwetteren. Tussen januari en juli worden zulke wedstrijden gehouden. Dat klinkt misschien alleen maar iets van grappig, maar de vogelbaasjes nemen het super serieus.

Er hangen talloze kooitjes. Onderaan elk kooitje hangt een papiertje. Binnen een vastgesteld tijd (zie de man met het oranje shirt, hij blaast elke 30 seconden op een fluitje) beoordeelt een jury de zangkunsten van de betreffende vogel. Ze letten daarbij op toonhoogte, volume en melodie. Aan het einde van de middag zal er vermoedelijk wel een winnende vogel uit de bus komen.

Grappig om te zien. En ook goed om te zien dat dit de eerste keer is dat wij nu een keer niet in het middelpunt van belangstelling staan, maar de vogels. Die wat mij betreft zo de plaats in mogen nemen van al de Songfestival zingende baggerartiesten.
Om 14.45 uur draaien we het terrein van ons hotel op. Douchen en herstellen. En als dat herstellen niet werkt kan ik me altijd nog in een kooitje laten opsluiten. En in plaats van mijn fietskunsten mijn zangkunsten vertonen.
Denk alleen dat ik weinig kans maak om te winnen.
Afstand: 82 km.