De Lustige Reiziger

Stootslag

Lieve lezer,

Toen Joan en ik – na twee dagen wachttijd in het Turkse Istanbul – het vliegveld van de hoofdstad van Rwanda, Kigali, naderden, gingen mijn gedachten terug naar woensdagavond 6 april 1994.

Toen cirkelde de president van Rwanda hier ook ergens in de lucht. Aan dat cirkelen kwam om 20:23 een abrupt einde. Het vliegtuig van president Habyarimana werd met twee SAM-16-luchtdoelraketten neergeschoten door onbekenden. Alle inzittenden kwamen daarbij om het leven.

Anders dan de president toen valt ons vliegtuig wél gecontroleerd uit de lucht. Het zet voet aan vaste Rwandese bodem.
Niet veel later lopen we het houtje-touwtje-vliegveld van Kigali binnen. Het lijkt met ducttape aan elkaar geplakt en is – laat ik het zo zeggen – vrij overzichtelijk. En dat is maar goed ook.

Want een deel van onze bagage ontbreekt. De balie waar we dit moeten melden ligt drie meter, vijfentachtig centimeter en veertien millimeter van de bagagebanden af. Ik heb dat in de diepdonkere nacht even fijntjes voor u opgemeten, lieve lezer. Ik dacht: u gaat er tóch om vragen…..

Achter een wat gammelig houten tafeltje zitten drie medewerkers. Zij noteren de nummers van de ontbrekende bagage. En krijgen de boodschap: "U krijgt bericht van ons.......".

We zijn onze (fiets)reizen wel eens soepeler begonnen, lieve lezer. Maar dat is kinderspel vergeleken bij de gevolgen van het neerschieten van dat vliegtuig van de president. Dat was namelijk het startschot voor een honderd dagen durende burgeroorlog die zijn weerga niet kent.

De hoteleigenaar die ons met een pick-upbus (waar onze bagage én fietsen in zouden passen) zou komen ophalen, treffen we niet aan in het nachtelijk Kigali. We appen hem. Maar het blijft stil. Hij slaapt waarschijnlijk.

We tikken een taxi op de kop waar één persoon en één fiets in passen. Joan gaat alleen de diepe, donkere Rwandese taxinacht in. Ik wacht. En praat wat met de overgebleven taxichauffeurs die hier elke nacht staan om toeristen zoals wij voor veel te veel geld naar hun plaats van bestemming te brengen. Gelijk hebben ze.

Een half uur later komt de taxichauffeur terug en kan ik mee. Joan heeft ondertussen de eigenaar van ons onderkomen wakker gekregen (die zich duizendmaal verontschuldigt) en heeft de man – handig als ze is - tijdens het maken van de duizend-en-eerste verontschuldiging op goochelaars-achtige wijze een kamersleutel afhandig gemaakt.

We zijn volledig afgedraaid. Laten we het zo zeggen: het begin van deze (fiets)reis ging niet zonder slag of stoot.

We gaan te bed. Morgen verder.

Dood & Verderf

Lieve lezer,

Het speelde zich af in Rwanda, in 1994.
Gedoe tussen Hutu’s en Tutsi’s (spreek uit: Hoetoes en Toetsies). Ik volgde die burgeroorlog destijds via het NOS Journaal. Echt begrijpen wat zich toen in dat verre Afrikaanse land afspeelde, deed ik niet. Dat begrip kwam pas veel later.

Het neerschieten van het presidentiële regeringstoestel in 1994 vormde het startpunt van de burgeroorlog. De hoogspanning waar het land al langere tijd onder stond, kwam tot een enorme uitbarsting. Het was het begin van een van de gruwelijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw.

De kille cijfers: ongeveer één miljoen mensen werden afgeslacht. Dat zijn 10.000 doden per dag, 417 per uur, 7 per minuut — honderd dagen lang.

En toen was die oorlog plots voorbij. Het nieuws verdween naar de achtergrond. En eerlijk is eerlijk: ook uit mijn hoofd. Later kwam de film Hotel Rwanda uit (en daarna nog twee films die ik persoonlijk beter vind). Die films openden mijn ogen.
Want hoe zat het nu precies?

Het was een oorlog tussen mensen die tot 1994 vreedzaam naast en met elkaar leefden. In een lange periode van propaganda werden ze zorgvuldig tegenover elkaar gezet. De Hutu’s en de Tutsi’s. Niet omdat ze elkaar ineens haatten, maar omdat angst, propaganda en machtspolitiek dat vuur aanwakkerden.

Het was een oorlog waarin haat werd verspreid via de media. Ongeletterden werden met cartoons en via de nationale radio opgeroepen tot geweld. In 1994 liep dat uit op een genocide die nauwelijks te bevatten is: buren die buren vermoordden, families die uit elkaar werden gerukt en uitgemoord.

Het was ook een oorlog die zich kenmerkte door het gebruik van machetes (een soort zwaarden). In korte tijd werden door Hutu’s honderden wegversperringen door het hele land opgeworpen. Iedereen die als Tutsi werd herkend, werd onthoofd en vermoord.

Sindsdien heb ik mij voorgenomen ooit naar Rwanda af te reizen en het National Genocide Centre te bezoeken. En vandaag, 24 december 2025, gebeurt dat.
Joan en ik reizen er per taxi naartoe.

We nemen een audiotour, die ook in het Nederlands beschikbaar is. De gruwelijkheden maken diepe indruk en laten zich niet gemakkelijk beschrijven. Ik heb er dan ook voor gekozen om die hier achterwege te laten.

Wat mij het meest raakt, is dat het kennelijk mogelijk is mensen zó tegen elkaar op te zetten dat zij deze gruweldaden plegen. En ook dat de wereld het zag gebeuren, maar grotendeels niets deed.

In de jaren na de genocide heeft er een vorm van rechtspraak plaatsgevonden. Mensen die aantoonbaar drie tot vijf mensen hadden vermoord, werden niet berecht. Berechting vond pas plaats bij tien slachtoffers of meer. Er was simpelweg geen capaciteit om iedereen een zorgvuldig proces te geven. Nederland heeft in die periode ontwikkelingsgeld naar Rwanda gestuurd — niet om mensen te voeden, maar om gevangenissen te bouwen. Die waren er domweg te weinig. Vermoedelijk hebben grote groepen daders hun straf ontlopen.

Waar ik zelf mee blijf zitten, is de vraag hoe een land verder kan na zo’n eruptie van geweld. Hoe kunnen buren weer met elkaar leven, als een buurman de buurvrouw heeft vermoord? Iedereen die we hier op straat zien lopen en dertig jaar of ouder is, heeft de genocide meegemaakt. Iedereen heeft één of meerdere familieleden verloren. Hoe ga je in godsnaam verder — als land, als familie, als individu? Hoe verhoud je je tot zo’n geschiedenis?

Rwanda laat als geen ander land (tot nu toe) zien hoe diep menselijk gedrag kan ontsporen, maar ook hoe groot de kracht van herstel kan zijn. Want ondanks alles is er gekozen voor verzoening in plaats van wraak (bron: tekst uit het museum).

Daarbij moet wel worden gezegd dat Rwanda allesbehalve een democratie is. Het land wordt — weliswaar ‘light’, maar toch — autoritair geleid door president Kagame, die er streng op toeziet dat er geen nieuwe spanningen ontstaan.

Aan het einde van de dag reizen we door naar Hôtel des Mille Collines. Het hotel dat centraal stond in de film Hotel Rwanda, waar hotelmanager Paul Rusesabagina honderden Tutsi’s wist te beschermen. Het gebouw staat er nog steeds, vrijwel in originele staat, en is tegenwoordig (net als toen) een luxe viersterrenhotel.

We zitten aan de rand van het zwembad met een vruchtensapje. Om ons heen genieten mensen van het zwemmen, massages en de spa. Je kunt er heerlijke gerechten bestellen. Er wordt gelachen. Alles oogt ontspannen.

En juist dat schuurt.
Als je beseft wat zich hier heeft afgespeeld, voelt het vreemd om hier te blijven zitten. Na een klein half uur staan we op en vertrekken.

Het voelt ongemakkelijk om hier langer te zijn.

Kettingzaagmist

Er waren vroeger — en misschien nog steeds — tv-programma’s die gestrande reizigers filmden nadat ze hun aansluitende vlucht hadden gemist. Je zag het vaak gebeuren. Verhitte discussies. Rood aangelopen hoofden. Mensen helemaal uit hun plaat gaand. Stemmen die steeds harder klonken aan de balie. Tot en met agressief handelen.

En daar stond dan een goedwillende baliemedewerker. Iemand die er niets aan kon doen dat het vliegtuig er die dag geen zin in had. Of dat de piloot ineens het idee had om wat extra rondjes te cirkelen. Te proberen er nog iets van te maken qua volgende vlucht.

Wij — lieve lezer — staan op dit moment exact in zo’n scène.

Dat we daarin zouden belanden, wisten we eigenlijk al rond het middaguur, toen ons vliegtuig anderhalf uur te laat uit Amsterdam vertrok. Door dichte mist was er maar één startbaan beschikbaar. Gevolg: een heuse vliegtuigwachtrij-file. En met een zeer geringe overstaptijd wisten we het al: dat aansluitende vliegtuig naar onze eindbestemming gaan we never nooit halen.

Tijdens het kijken naar al die boze, verontwaardigde, rood aangelopen hoofden op tv vroeg ik me wel eens af hoe ík me zou gedragen in zo’n situatie. Ik begreep namelijk nooit zo goed waarom mensen zo vreselijk van het pad raken als een vliegtuig even niet doet wat het vooraf had beloofd. Ik bedoel: je mist een vlucht… je hebt niet zojuist de boodschap gekregen dat je een ingegroeide teennagel hebt die niet meer te repareren is. Of iets veel veel ergers. Enige vorm van relativering zou geen kwaad kunnen. Maar goed, hoe zou ik (en wij) het doen?

Nou, lieve lezer. Dat viel best wat tegen. Ik moet met lood in de schoenen bekennen: dat werd toch iets van een teleurstelling in mezelf.

Ik haalde namelijk mijn kettingzaag uit de broekzak — die had ik listig door de bagagecontrole gesmokkeld — en deed het licht uit, de gordijnen toe, de ogen dicht en zwaaide vervolgens met een vol gas lopende kettingzaag 's even lekker een keer of 100 in de rondte. De hele Turkse balieboel professioneel kort en klein gekettingzaagd. Huppekee. Klaar d’r mee!

Achteraf bezien gaf dit vrij rancuneuze en vrij bloeddorstige optreden me in eerste instantie wel een fijn gevoel (heb je met drop of koekjes eten ook). Echter het leverde niet geheel en al het gewenste resultaat op. Eerlijk = eerlijk. Er bleek geen baliemedewerker meer in leven die nog iets voor Joan en mij kon betekenen. Bovendien zat er bloed op de beeldschermen, waardoor die krengen onleesbaar waren geworden. Daarnaast lagen er her en der ledematen en had het interieur plots een vrij uitgesproken karakter gekregen. Laat ik het zo zeggen: een blikje RAL 9010 en iets van een kwast had wonderen gedaan.

Maar goed.

Men stelde voor om de volgende dag via Nairobi te reizen, met een overstap in Oegstgeest (incl. overnachting) en daarna via Oman, Emiraten, Christchurch over Eelde door te vliegen naar onze eindbestemming. Totale reistijd: ongeveer een jaar.

Ik vond het best een redelijk voorstel. Wilde Oegstgeest altijd al eens van dichtbij zien. Joan niet. Spelbreker. Die was er al eens geweest…

U begrijpt het al. Joan won. Het werd optie twee. Twee nachtjes buitenwijk Istanbul. En morgen een directe vlucht naar onze eindbestemming.

In alle eerlijkheid: we waren ook liever doorgevlogen, maar dat ging gewoon niet. Wij kwamen te laat aan en onze aansluitende vlucht was al vertrokken. En er vliegen niet zoveel vliegtuigen naar de bestemming waar wij onze fietspijlen op gericht hebben. Dus dit is gewoon part of the fietsavontuur. Rustig blijven, gewoon ondergaan en het zien als een mooie inleiding op wat komen gaat.

We zitten op de achtste verdieping, in een afschuwelijk luxe hotel. Alles is goud wat er blinkt. We komen niets tekort. Nou ja, niet helemaal waar. Onze bagage is achtergebleven op het vliegveld. We hebben, zeggen en schrijven, een rugzakje bij ons met daarin een telefoon en koptelefoon, portemonnee, pasjes, paspoort, visum en een zakje licht gezouten AH-cashewnoten (die zakken zijn – en daar wil ik het eens met U over hebben – lieve lezer - trouwens veel te groot — of, en dat acht ik waarschijnlijker, ze maken structureel fouten bij het afvullen. AH verkoopt lucht! Gezouten lucht!! Maar dit geheel terzijde).

Maar goed: we overleven die twee nachtjes Istanbul wel en geraken vast wel een keertje aan het fietsen.

U gaat vast nog meer van ons horen de komende fietsmaand.

Kevelaer

De 92 kilometer durende fietstocht van vandaag begon om 6.15 uur.

Ik had zin om de dag vroeg te beginnen. Op een moment dat de wereld nog slaapt, en je al fietsend ziet hoe alles langzaam tot leven komt. De zon die opkomt. De bakker die het brood in de oven schuift. De geiten die voor het eerst ‘bééhh’ zeggen.......

Maar het zou ook zomaar kunnen zijn – lieve lezer - dat ik het vaste voornemen heb om uiterlijk om 14.30 uur in een hotelkamer met goede WIFI achter mijn laptop ga plaatsnemen om vanuit die positie mijn cluppie in de nacompetitie van het amateurvoetbal via een livestream een hart onder de riem te steken. En heel eerlijk: ik geef die laatste optie de meeste kans.

Ik heb er de fietssokken goed in. Ik wil die wedstrijd niet missen.

De route is vandaag niet bijster inspirerend: vlak en vooral langs doorgaande wegen. Een echte 'doortrap etappe'. Elke 20 kilometer houd ik een drinkpauze. En bij kilometer nummero 60 pleeg ik een overval op een Duitse supermarkt. Daar weet ik de REWE supermarkt een belegd broodje, een flesje jus d’orange en een banaan afhandig te maken. Laat ze de klere krijgen.

Net na het middaguur rol ik Kevelaer binnen. Ik heb nog nooit 92 kilometer in zo’n korte tijd weggetrapt. Normaal gesproken is dat ook nooit mijn doel. Maar vandaag wel.

Lieve lezer. Mocht u nog nooit in Kevelaer zijn geweest: ga er eens kijken.

Joan en ik doen dat zeker één keer per jaar. Kevelaer is een katholiek pelgrimsoord in het Duitse deel van het Rijnland, net over de grens bij Limburg. En of je nou wel of niet gelooft: het stadje ademt iets bijzonders. Een mix van serene rust, devote kaarsjes en blinkende Mariabeelden.

Vandaag ben ik er niet als pelgrim. Maar wel als fietser-met-een-doel.

En als ik even later, op een hotelkamertje met uitzicht op een kerktorentje, mijn laptop openklap, weet ik dat mijn voetbal-doel voor vandaag gehaald is.

Morgen staat de laatste etappe van deze reis op het programma. Daar zal geen verslag meer van komen.

Het was fijn om zo midden in het jaar een kort reisje te maken. Om even uit de dagelijkse structuur te stappen, andere landschappen te zien, te zwerven door onbekende dorpen, met mensen te praten die ik niet kende — en te fietsen, gewoon te fietsen.

En mijn team? Dat won!

Alsdorf - Kevelaer
92 km

Ontmoeten

De 102 fietskilometers van gisteren hebben mij de afgelopen nacht doen slapen als een roos.

Ik start vandaag vroeg, en dat heeft een voordeel: om weer op de route te komen, moet ik dwars door Monschau. U weet wel, dat Duitse stadje waar ik gisteren tegen het einde van de dag binnenrolde, en waar de stromen toeristen niet af te kijken waren.

Maar nu – om acht uur ’s ochtends – loopt er geen kip. En heb ik alle ruimte, rust en tijd om het stadje eens aan een diepgravend onderzoek te onderwerpen.

Monschau vormt het culturele middelpunt van de regio en ligt op een hoogte van ongeveer 420 meter. Het middeleeuwse centrum staat vol historische vakwerkhuizen, met daartussen een wirwar aan gezellige steegjes. Ook de vele andere gebouwen en de groene omgeving maken het stadje zeker de moeite waard (tot zover de informatie die ik het VVV-meisje afhandig wist te maken).

Potdomme. Waar het gisteren naar beneden liep richting het centrum, moet ik vanochtend helemaal weer omhoog. En na vijftien minuten fietsen kleeft al mijn kleding van het transpiratievocht aan mijn lijf. En dan moet de echte fietsdag nog beginnen.


Ik vervolg de Vennbahnroute. Halverwege de dag houd ik stil bij een supermarkt. Daar sla ik een beker yoghurt in, wat jus d’orange en een banaan. Ik neem plaats aan een van de tafeltjes die voor de winkel staan. Maar dat zitten duurt welgeteld: één minuut, elf seconden en 2,5 milliseconde. Want daar komt een Duitse dame van de broodjeszaak, die mij – op z’n Duits – weet te verstaan te geven dat ik daar niet mag zitten met míjn consumpties. Die zijn namelijk niet van háár winkel.

Oké, hier moet me iets van het hart.

U weet inmiddels: Joan en ik wonen in Duitsland. Weliswaar net over de grens, maar toch: je emigreert echt naar een ander land. Dat bevalt – geen misverstand daarover – maar er zijn ook een paar dingen die iets minder bevallen.

Laat ik het zo zeggen: wat zijn Nederlanders toch een leuk, grappig, open en direct volkje. Ik weet het: als je er woont, heb je dat niet altijd door. Nou, om dat wél door te krijgen: kom eens een jaar of acht in Duitsland wonen.

Wat dat met die dame van het terras te maken heeft? Nou, je kunt zoiets op z’n Hollands op veel manieren zeggen. In Duitsland kennen ze maar één manier: AGRESSIE!! Uitbraak Derde Wereldoorlog!! Afgrond van het ravijn……Op 'n Hollands de zaken 's rustig bespreken, kijken of nog ergens wat onderhandelingsruimte ligt. Niet te doen met Duitsers. Echt waar: ik moet daar nog steeds aan wennen... Pffff.

De tocht brengt me uiteindelijk in Aken. En daar hebben ze de Dom. Echt, als u ooit in de buurt bent: ga daar een kijkje nemen. Het is helemaal niet ver van de Nederlandse grens. Maar één tip: ga niet in het Hemelvaartsweekend. Dan is het daar vergeven van de ijsjes etende Hollanders...

Ik neem plaats op een bankje met uitzicht op de kerk. Naast mij zit iemand die overduidelijk een man is, maar gekleed gaat als vrouw. Wat heerlijk dat dat in deze stad gewoon hand in hand kan gaan.

Aken is tevens het einde van de Venbhanroute. Ik vervolg mijn weg nu over kleine landweggetjes en soms fietspaden. Aan het einde van de fietsdag kom ik in Alsdorf, een midden grote plaats – niet ver van Landgraaf.

Ik heb er een zolderkamertje geboekt. De eigenaar is vriendelijk, behulpzaam en praatgraag.
Tijdens ons gesprek ontdek ik dat Alsdorf een grote Turkse gemeenschap herbergt. Dat zie ik later ook terug in de winkels, in de geur van versgebakken brood, in de vrolijke kleuren van de groentekraampjes — en in de begroetingen van de mensen.

“Asalaam aleikum,” zegt een oude man, vriendelijk knikkend.

Ik groet terug, glimlach, en stap weer op.

De benen zijn moe, de geest is vol. Van ontmoetingen, van uitzichten, van klimmetjes, van kromme vakwerkhuizen en strakke Duitse correctheid.

Monsschau - Alsdorf
iets van 87 km

Ouden-van-Dagen

Lieve lezer,

Er zijn vast dagen dat u het moet doen zonder gerookte zalm, gepocheerde eieren en gevulde champignons. Geloof me, ik ook. Maar ja, als je een iets te luxe hotel boekt, dan krijg je er ook een iets te luxe ontbijt bij.

Wat ik op dat moment nog niet weet, is dat dit ontbijt me erg goed van pas zal komen. Ik heb namelijk de nodige fietskilometers voor de klimkiezen.

De zon staat hoog aan de hemel. Gelukkig! Na tien kilometer warmdraaien – op 600 meter hoogte – pik ik de Vennbahn op. Dat zegt u misschien niets, lieve lezer, maar onder Europese fietsers is deze route wereldberoemd.

De Vennbahn was ooit een spoorlijn die de steenkoolgebieden rond Aken verbond met smelterijen in Luxemburg en Lotharingen. Nu is ze omgebouwd tot fietspad en slingert ze door Duitsland, België en Luxemburg. De hele route is zo’n 125 kilometer lang en loopt officieel van Aken naar Troisvierges. Maar ik fiets ’m in omgekeerde richting.

Ik had gedacht dat het misschien een ouden-van-dagen-ritje zou worden. Maar dat valt reuze mee. De route meandert door de Luxemburgse Ardennen en verder door België en Duitsland. Afwisselend, verrassend, en nergens saai.

Waar ik iets minder rekening mee had gehouden, is dat al dat meanderen vandaag optelt tot 102 kilometer. Die brengen me uiteindelijk in het Duitse stadje Monschau. Ongetwijfeld prachtig, ongetwijfeld mooi, ongetwijfeld het bezichtigen waard. Meer dan waard. Echter, de drommen toeristen vertroebelen mijn uitzicht op al het moois.

Ik baan me een weg door al dit mensenvolk. En vind net buiten het stadje een kleine camping, alwaar ik mijn tentje langs een water kabbelend riviertje mag opzetten.

Nadat ik vijftien europegeltjes heb neergeteld op de campingtafel van Els uit Amsterdam - die al haar heeeeeele leven op deze camping staat - verneem ik dat er géén elektriciteit is, géén stromend water en ook verder niets wat een kamperend mens misschien nog nodig zou kunnen hebben.

Gelukkig heb ik een benzinebrander aan boord, wat water en een bescheiden noodrantsoen. Dan maar een keertje niet douchen. Ik zal het er vast mee redden.

En zo niet, dan was dit mijn allerlaatste bijdrage.

Herbeleef-verwachtingen

Echt te springen om op mijn fiets te springen sta ik nog niet. Wat op zichzelf prettig is, want het plafond van mijn verblijf is wat aan de lage kant. Of ik ben te lang. Dat zou ook zomaar kunnen.

Het regent pijpenstelen. Het water valt met bakken tegelijk uit de hemel. En ik aanschouw het tafereel terwijl ik een eitje bak en mijn weg knaag door een bak Griekse yoghurt. Die yoghurt wist ik gisteren op de valreep nog te bemachtigen, vlak voor sluitingstijd van de plaatselijke supermarkt. Die had, met gevoel voor drama, besloten haar winkel op het hoogste punt van de stad te vestigen.

Mijn hotelletje ligt drieënhalve kilometer verderop. Ik vertrok om 19:30. Sluitingstijd was 20:00. Wat kon er misgaan? Ik verwachtte een kort ritje. Nou, lieve lezer, in Luxemburg-stad — want daar ben ik — zijn de hoogteverschillen van het serieuze soort. Ik trapte me bijkans in het zweet, dat rond 19:50 overging in paniekerig angstzweet. Nog tien minuten. Twee minuten voor acht stormde ik de winkel binnen en graaide een ontbijtje bij elkaar. Een triomf op zich.

Dat het regent, wist ik. Dat de wind hard zou waaien, en meestal in mijn richting, daarvan had ik mij vergewist. De weersvoorspellingen van vóór mijn eerste fietsdag waren bepaald niet feestelijk. Maar kijk, het goede nieuws is: het voldoet volledig aan de verwachtingen. Regenpak aan, en tóch maar naar buiten. Een feest zou ik het niet noemen, maar ik fiets met een brede glimlach door deze charmante stad.

In 1984 fietste ik hier ook. En laat ik meteen de koude uit de lucht halen, de zure peer doorbijten: ik weet daar werkelijk niets meer van. Geen foto's bewaard, geen dagboekje, geen herinnering. Nou ja, op één ding na: U2 bracht dat jaar The Unforgettable Fire uit. Ik had het op een cassettebandje, en dat bandje heb ik grijs gedraaid op mijn walkman. Dat herinner ik me nog heel goed. Die zat namelijk al fietsend permanent op mijn hoofd geplakt. Verder? Niks. Noppes. Behalve misschien dat sommige plaatsnamen hier vaag bekend voorkomen.

Het idee voor deze tocht is dan ook heel erg last minute ontstaan. Het motto is: herbeleef die oude reis. Dát was het plan. De trein bracht me – net als toen – naar Luxemburg-stad, en van daaruit fiets ik in vijf dagen naar huis. Althans, dat probeer ik. Mits de regen een beetje meewerkt, want foto's maken lukt alleen als de regen even stopt en de lucht iets opklaart. Maar een kwartier later kan het weer plenzen.


Gelukkig klaart het 's middags af en toe wat op. En dan krijg je dit soort plaatjes.


Ik heuvel en beuvel wat af. Het inspanningszweet spoelt als een waterval van mijn lijf. De weggetjes zijn mooi, het landschap ook – tenminste, dat denk ik tussen de regenstromen door te ontwaren. Af en toe moet ik een drukkere weg nemen. En daar leer ik iets over de Luxemburgers: het zijn geen geduldige zielen. Ze snijden me af, schreeuwen dat ik aan de kant moet. Die verkeerrakkers laten zich niet van hunnie beste kant zien. Ik wens ze een vrij pijnlijke kruisiging- en een spoedige hemelvaart toe en trap de ketting strak.

Na 80 natte, heuvelachtige, voornamelijk natte en vermoeiende woei-kilometers rol ik via een serie haarspeldbochten het stadje Clervaux binnen. Een lieflijk stadje, lager gelegen in het dal. Of ik hier 41 jaar geleden ook was? Geen idee. Maar het zou zomaar kunnen.

Ik boek een iets te luxe hotel – beloning voor een dag vol zweet en strijd. Daar kom ik er achter dat ik een paar dingen vergeten ben. Deze reis was iets te spontaan bedacht en de voorbereiding duurde korter dan de houdbaarheid van een banaan.

Het begon gisteren al in Nijmegen, op weg naar het station. Daar kwam ik er achter dat ik mijn telefoonhouder (op het stuur) vergeten was. Maar die kon ik een Nijmegense fietsenhandelaar nog snel afhandig maken. In Luxemburg kwam ik er achter dat ik het oplaadkabeltje voor mijn telefoonaccu vergeten was. Die kon ik vanochtend bij een Action kopen. En nu: scheerschuim! Ook vergeten! Maar daar kom ik pas achter als ik met het scheermes in de aanslag sta. Gelukkig heb ik zonnebloemolie bij me – bedoeld om mee te bakken. Maar ach, nood breekt wet: dan maar op m’n gezicht. Ik verwachtte er niet veel van. Maar geloof het of niet: zonnebloemolie is een prima vervanger.

Of het andersom ook werkt, dat laat ik graag aan u culinaire kunsten over, lieve lezer.

Ik spreek u vast spoedig weer.

Luxemburg (stad) – Clervaux
woensdag 28 mei 2025
80 km

Op grote hoogte

Lieve Lezer.

U hebt er inmiddels meer dan genoeg van. Wij kunnen ons dat heel goed voorstellen. Wij kunnen ons heel goed in U verplaatsen.

Om al die berichten te lezen en al die foto's te bekijken. Want U weet ook wel, U heeft ook wel zien aankomen, er volgt natuurlijk een overhoring. En we zijn streng: met een 5,5 heb je het met de hakken over de sloot gered en krijg je een sticker van de juf. Maar een 5,4 of lager - en tijdens mijn basisschool heb ik hiermee redelijk wat ervaring mee opgedaan - meer dan me lief was - (ja lach maar, heb 't zelf maar 's....) dan ben je de pineut. HEREXAMEN!

We gaan beginnen met het proefwerk:

Vraag 1: Wat was de eerste .............ach, lieve lezer laat ik U ook niet lastig vallen met allerhande ingewikkelde vragen. Ik zou ze nog wel kunnen bedenken, echter ik weet zelf de antwoorden ook (nog) niet. Zo'n reis en alle opgedane ervaringen moeten eerst nog wat indalen en verwerkt worden.

Dus laat dat proefwerk maar zitten ook. Kunt U ook wat ontspannen. Net als wij.

Want de laatste dagen hebben we op grote hoogte doorgebracht in de hoofdstad van Maleisië: Kuala Lumpur (Maleisiërs) korten het af naar: KEE EL). Op grote hoogte dus. Joan heeft onderdak geregeld in een van de hoogste gebouwen (hotels) die in deze stad te vinden is. Kuala Lumpur is een stad met grote en waanzinnig hoge gebouwen. Nog sterker: De Petronas Twin Towers staan in KL. En dat is nu het hoogste gebouw (met twee torens) ter Wereld.

We verbleven op de 40e verdieping op ongeveer 140 meter hoogte! De foto's die u hieronder van de stad ziet zijn voor een belangrijk deel vanaf ons bedje in onze hotelkamer gemaakt. Graag uw bijzondere aandacht voor de allerlaatste foto. Wij hebben nog nooit op zo'n hoogte baantjes getrokken...... (ga maar kijken).

Hoe Joan een en ander bekostigd heeft lieve lezer? Ik weet het niet. Hoeveel banken ze daarvoor geld afhandig heeft moeten maken.? Ik wil het geloof ik niet weten. Hoeveel uren nachtelijke slaap ze heeft moeten opofferen om des s' nachts op rovers pad te gaan teneinde de nodige roebels te verzamelen? Het is beter dat ik daar geen weet van heb.

We willen iedereen heel heel hartelijk bedanken voor het vier maanden lang geduldig en enthousiast meereizen en -lezen. Ook waren de reacties altijd weer geweldig fijn om te lezen. Nogmaals heel veel dank daarvoor.

Joan en Gerrit

En nu dan de (allerlaatste) KL-foto's:

The End.