WegKwijt
Na pak 'n beet: dertig jaar huwelijk. Die vriendin dus. Die net effe anders tongzoent dan je ex. Of. Je hele leven eten met stokjes. En dat in ene moeten eten met mes en vork. Of. Dertig jaar lang fietsen met zijwieltjes. En dan opeens zonder. Of. Twintig jaar in Limburg wonen. Verhuizen. Naar Friesland. En dan binnen een week leren zonder zachte 'g' spreken. Of. Vier maanden fietsen in Azie. Dan het vliegtuig nemen naar Nieuw Zeeland. En net doen of er niets verandert is.
'Probeer er maar 's aan te wennen. Of. Probeer het maar 's te veranderen'. Gefeliciteerd ermee. En succes!
Lieve lezer: ik ben zojuist aan mij derde hardlooptraining begonnen.
Gerda was zo lief om mijn nieuwe hardloopschoenen mee te nemen. Vanuit Holland. Naar het verre Nieuw Zeeland. En een paar dagen geleden heb ik mijn eerste hardloop-stappen gezet.
Na vijvenhalve maand 'niets doen'. Is het wennen. Flink wennen. Een beetje onnatuurlijk zelfs. Die hardloopbeweging. Maar ik doe niets geks. Gewoon rustig aan. Regelmatig twee minuten pauze nemen. Beetje oefeningen doen. Rekken en strekken na afloop. Dit in het kader van de rustige opbouw.
Ik ben van het Campgroundterrein vertrokken. En sla nu rechtsaf. De W. O' Harrisstreet in. Allemaal laagbouwhuizen hier. Zie je veel in Nieuw Zeeland. En keurig onderhouden tuintjes. Daar zijn er ook zat van. Een hovenier rijd net een zitmaaier van de laadbak van zijn auto. Om ergens een gazonnetje een kopje kleiner te maken. Tenminste dat denk ik. Wat moet je anders met een zitmaaier. Beetje doelloos rondkarren? Op zondagochtend? Misschien als je een slecht huwelijk hebt (bij ons gaan dat soort mensen vissen). Of. Als je een zitmaaier heb gekocht. Maar geen gazon hebt. Ja. Dan zou het kunnen. Dat rondkarren.
Navraag doen en duidelijkheid krijgen zit er niet in. Want het draven gaat door. Ik sla linksaf de O 'Connelavenu in. Hier pak ik mijn eerste rust. Twee hele minuten.
Eigenlijk is het een gewone zondag. En toch niet helemaal. Het is nl 22 januari. Op zichzelf geen opmerkelijke gebeurtenis. Ware het niet dat ik 47 jaar geleden geboren ben. Precies. Op de kop af. Kortom het is feest!
Marleen heeft mij een geweldig leuk sms'je gestuurd. Een kaart. En cadeautjes. En Gerda verrast me door de camper te versieren. Met vlaggetjes. Kortom. Ik heb
me nog nooit zo jarig gevoeld.
Tot zover het goede feestnieuws. Want de twee minuten zijn om. En ik ga weer beginnen. Sla linkslaf. En loop doodlopend. Tegen een grote groene schutting aan. En net voordat ik in onzachte aanraking geraak met het bouwwerk. Keer ik om. Maak een lus. En sla rechtsaf.
De groenstroken tussen weg en voetpad zijn keuring gemaaid. En het is doodstil.
Iedereen slaapt nog. Of is dood. Want dat heb je al snel met 'doodstil'. Dat zou dus goed kunnen. Want ik ben de enige die op dit uur op straat loopt.
Ik ren wat verder en loop de Hallowaystreet in. Probeer mijn buikspieren aan te spannen. De handen hoog te houden (die krengen zakken altijd naar beneden). En pak weer wat rust. Ik wil eigenlijk weer richting de campground. Heb ook het gevoel dat ik weer richting het beginpunt ben. Maar opeens sta ik voor een enorme plas. Water. Lake Rotorua. Het is een meer. En het ligt bij de stad Rotorua. Dus de naamgever had niet echt een briljante ingeving. c.q. een geweldig moment van creatieve bevlogenheid toen ie de naam bedacht.
Maar die plas heb ik nog niet eerder gezien. En dat is dus niet waar ik vertrokken ben vanochtend. Maar waar dan wel? Ik loop wat straten in. En uit. En in. En terug. Maar herkennen. Ho maar. Een beetje verdwaald. Dus. De weg kwijt.
Een mooi moment voor een kort verhaal.
Kort voordat mijn fietsreis naar Azie begon. Ben ik met het de hardlooptrainingen gestopt. Eind augustus 2011. Het fietsen in Pakistan, India en Nepal leek me niet te combineren met drie, vier keer per week trainen. Dat was vooraf. Een inschatting. Achteraf. Een juiste. Goede keuze dus. Vierenhalve maand niet hardlopen. Dat is een lange tijd.
En nu moet ik dus weer de draad oppakken. En nu dat toch moet, probeer ik iets te veranderen. Iets dat ik al heel lang op een bepaalde wijze doe. Iets wat ik me van jongs aan heb aangeleerd. Iets wat bij me hoort. Ik weet eigenlijk niet beter.
Ik ga mijn looptechniek proberen te wijzigen. Die moet anders.
Mijn looptechniek is nl bagger. Mijn contactmoment (voet-op-de-grond) is te lang. Het hele principe van hardlopen is terug te voeren op een (1) ding. Het grondcontact zo kort mogelijk houden. Dan ga je namelijk het snelst vooruit. En laat dat nu verdorie precies het doel zijn van mijn hardlopen. Haast. Ik heb altijd haast als ik hardloop. Andere hardlopers ook trouwens. Dat is gemeenschappelijk dingetje van hardlopers.
Ja, sorry voor de niet lopers onder u. Hardlopen is allang niet meer gezellig een blokje met de buuv of de buum. Beetje klessebessen. Twee cappucino or bessenjenever or tea or beer after behind. Neeh, let's talk about: looptechniek. Grondcontact. Dat werk.
Ik wil, net als veel van mijn clubgenoten, op mijn midden-voorvoet landen en lopen. En niet meer afwikkelen tot en met mijn hak. Teneinde, in de nabije toekomst, de marathon in drie uur en vijftien minuutjes te kunnen voltooien. Of zo. En dat ben ik dus nu aan het oefenen. 'Man, wat ingewikkeld'. Alsof je opnieuw moeten leren spreken. Maar dan met een ander accent. Met mes en vork, in plaats van met stokjes. Schijten maar dan zonder de muziek van hoe-heet-ze-ook-al-weer.....
Het zal ongetwijfeld niet zonder slag (pijn, blessure) of stoot gaan. Maar als ik het ooit zal willen veranderen. Dan is dit het moment.
Al landend op mijn midden-voorvoet probeer ik weer naar iets herkenbaars te lopen. Gelukkig zie ik mijn gazonmaaierman net zijn gazonmaaier weer opladen. En dat is fijn. Want nu weet ik weer waar ik ben. En even later sta ik te rekken bij de ingang van de campground.
Dat waren een lekkere dertig minuten.
Gerrit
Aan hardlopen heeft men niets,
men moet op tijd vertrekken
Celinestuff
Mocht u het niet gelezen hebben. Dan moet u weten:' Celine is een van mijn favouriete artisten. Echt waar'. Wat een waanzinnige zangeres. Te laat ontdekt. Helaas. Had eerder voor het voetlicht moeten treden. Geweldige vrouw. Mooi ook. Ik heb posters boven mijn bed. Op de badkamerspiegel. Helemaal dichtgeplakt (niet fijn bij het scheren trouwens). En mijn wc-pot is alleen op de tast te vinden. Alles zit dichtgeplakt. Met de posters van Celine. Een stem als een nachtegaal. Zo mooi als ze zingt. Ze maakt van die heerlijke zwijmel-meezingnummers. Echt, Heerlijke vrouw. Heerlijke muziek. Zo knap ook. En aantrekkelijk. En ik meen dit!!!!
Marleen schreef dat ze, wanneer ik eenmaal terug ben, lekker met me wil nagnieten van de reis. Op een bank. Onder het genot van de muziek van deze ongelofelijke en door sommigen ondergewaardeerde en totaal onterecht afgezeken rasartiest. Lijkt me fijn. Vooral die bank.
Helaas heeft mijn vriendinnetje de reikwijdte van deze bekentenis niet helemaal in de gaten. Want om nu te zeggen dat het 'uit' is. Nou neuh. Daar is ze net even veel en veel en veel en VEEL te leuk voor. En dat is wel echt waar!
Maar Marleen, houd de komende tijd de reclamefoldertjes even goed in de gaten. Met name de voordeelverpakkingen.
Iets met toiletpapier!
Gerrit
Hotwater-is-cool
Zo'n fenomeen is Hot Water Beach. Waar je tussen 2 uur voor en 2 uur na eb een kuil kunt graven op het strand die dan volstroomt met warm, of zelfs heet water. Zodat je je persoonlijke spa hebt, een poel waar je lekker in kunt badderen en poedelen, met de golven van de Pacific op steenworp afstand. Ja, het klinkt weird (raar) maar het kan. En wij gaan dat meemaken, deze ochtend.
We zijn voor 9 u op het strand, en zien daar........helemaal niets. Weird. Maar we moeten toch een schep huren om een gat te graven, en we vragen aan de schepverkoper waar het is. Het blijkt toch dat kluitje mensen te zijn, dat we aan het eind van het strand waarnemen. Als we erheen lopen zien we dat er al druk gegraven en gespit wordt. Enkele pools zijn al overduilijk klaar, ondiep, maar toch: er liggen volwassenen en kinderen in die het prima naar de zin hebben. Een islamitische dame, (althans, dat denk ik, want ze zit helemaal gekleed en met hoofddoek om in het water) zit met haar baby op de arm rustig in hun familiepoel. De baby krijgt af en toe warm water over zich heen gesprenkeld. De wat serieuskijkende vader en andere kinderen zitten omheen, en vooral die laatste vermaken zich prima.


Wij (Gerrit dus, emancipatie kent ook z'n grenzen) gaan ook graven, maar poging 1 levert geen warm water. Als een jongen komt vertellen dat een hotspring echt hééél plaatselijk is, en dat we teveel aan de rand zitten, verplaatsen we richting de andere poeltjes. Maar ook poging 2 en 3 leveren niet wat we wensen. Inmiddels heeft het hele tafereel ons behoorlijk te pakken: overal zie je mensen aan het graven, en dijkjes opwerpen om de zee buiten te houden. Sommigen graven zo dicht bij de waterlijn dat een net iets langere golf hun dijkjes omver spoelt. Ze dragen water naar de zee, of draagt de zee water maar hen?! En een hele lange golf overspoelt zelfs de poeltjes waarin mensen al lekker warm lagen te bubbelen, met koud zeewater. En jaagt ze zo de stuipen en het kippenvel op het lijf.
Maar het is een mooi schouwspel, al die mensen die verwoed bezig zijn, en zij die na gedane arbeid al lekker genieten van het resultaat. Kleurrijk, ontspannen, en kneuterig ook. Een beetje zoals strandvermaak er vroeger uitzag, denk ik, zonder flitsende pakken en surfboards.

Iets verderop ontstaat een nieuwe kluwen van gravers, daar zitten ze, de hotsprings, blijkbaar ook. We lopen een beetje rond, en dan.... voelen we het zelf als we langs de waterlijn lopen: de grond – het zand - wordt letterlijk heet onder onze voeten. Té heet zelfs, er zijn plekken waar je niet eens kúnt blijven staan, want dan verbranden je voetzolen. Het is zo'n rare gewaarwording, maar ineens snap ik het helemaal. De heet waterbronnen komen gewoon naar boven, zijn direct voelbaar aan het strandoppervlak. Je hoeft er eigenlijk niet eens naar te graven, het gat is alleen bedoeld om in te gaan liggen. En het water is zó heet, dat je in je poel niet alleen een heetwaterbron moet hebben, maar ook gewoon koud (grond)water, want alleen gemengd is het te harden. Dat merk ik als een aardige stel, met wie ik een praatje aan knoop, mij uitnodigt in hun poel. Ik lig even languit te bubbelen en te genieten, en merk dat het water aan een kant veel heter is. Eigenlijk is het alleen uit te houden waar ik zit. Hoe wonderlijk!
Zo moet het gegaan zijn, de ontdekking van Hot Water Beach. Lang geleden liep iemand een keer over het strand, vlak langs de waterlijn en voelde dat het heet werd onder zn voeten. En dat dat heel plaatselijk was. Op de ene plek wel, maar 2 stappen verderop weer niet. En nog weer later ontdekte iemand dat het niet altijd (het worrd continue kenden ze toen vast nog niet) was, maar alleen merkbaar op bepaalde tijdstippen. En toen ze door hadden dat er een regelmaat was in vloed en eb, bleek het fenomeen vooral voelbaar vanaf 2 uur voor dat tijdstip tot 2 uur na dat tijdstip. Zo moet het gegaan zijn. Zo werd Hot Water Beach ontdekt en werd het een toeristische attractie. En een hele leuke! Sympathiek vormgegeven ook. Geen schreeuwerige borden, geen lelijke hoogbouw hotels, of megagrote parkeerplaatsen en ellenlange files er naar toe.. Gewooon een strand, met 2 kleine winkeltjes en een kiosk. Zo als het moet, zoals het vast bedoeld is. COOL!!!*
warmegroet, Gerda
* NieuwZeelanders vinden allés cool, ge-en misbruiken het als stopwoord bij alles. En dit was nu écht cool.
Het kon minder
“ het kon minder”
Dat zou een Grunneger zeggen. Groningers hebben gevoel voor understatement, en dan druk ik me zwak uit. Want soms bedoelen ze dan dat het nog zo slecht niet is, maar ze kunnen het ook fantastisch vinden. En dat is wat ik bedoel.
Ik ben net wakker en hoor door het open raam de golven op het strand spoelen. Het water is rustig, en het weer dus ook. Als ik het gordijntje opzij schuif zie ik een bijna strak blauwe lucht boven de Firth of Thames, want zo heet het water dat ik zie. Grote inham van de Pacific Ocean, oostelijk van Auckland. Liggend op een comfortabel camperbed geniet ik hier even met volle teugen van. Zo is vakantie bedoeld! Langs de vloedlijn lopen wat scholeksters druk te doen. Strandkieviten noemt een oud-collega van me ze. Duidelijk geen vogelaar, want wie plaatst nu kieviten op het strand? Hier heten ze oystercatcher. Mooi woord, maar ook wel een vreemde naam als je het mij vraagt. Alsof oesters zich door vogels laten vangen. Dat er dan zo'n oester op de zandbodem ligt, van die rode poten aan ziet komen, en denkt “oh help, die wil me vangen, snel wegwezen hier”. En dan gauw de benen neemt. Volgens mij is het de kunst om zo'n oester te zoeken én te vinden. Oysterfinder zou dan ook een betere naam zijn. Maar ja, dat klinkt niet zo 'catchy'.
Ik sta op, schiet snel in mn spijkerbroek en slippers. Het vestje blijkt buiten al snel overbodig te zijn. In prachtig zacht ochtendlicht ga ik wat plaatjes schieten op het strand, van wat er maar te bewonderen valt. Daarna ga ik lekker in het zonnetje zitten lezen, mijn zondagochtend'treat'. Gerrit ligt binnen nog te knorren (soms letterlijk). Mijn reis kon niet beter beginnen.

Deze 1e vrije kampeerplek is een toevalstreffer; we reden er gewoon langs. Niet eens een tip van die aardige vrouw van het tankstation annex Winkel-van-Sinkel waar we gisteren een kaart kochten. Zodat we onze weg gaan vinden op het Noordereiland. Of we al wisten waar we heen gingen. “Geen idee”. Nou, zij wel! De sunday-treat van de locals was naar het strand van Kaiaua, of de hotpools in Meranda, 3 respectievelijk 4 kwartier rijden. Lekker zwemmen en poedelen, en dan 'tea' (avondmaal op z'n engels) bij de fish&chip-shop naast Bayviewhotel. Daar verkopen ze de lekkerste friet en de verste vis uit de hele omgeving, met een koud biertje erbij. Dat lijkt ons ook wel wat, en omdat het toch in de goede richting is, zitten we tegen zessen aan inderdaad heerlijk vis en friet, met uitzicht op de baai. Prima tip!
Het rijtje campers langs het strand dat we even later wat verderop zien staan, blijkt een vrij-kamperen-plek te zijn. Het bordje 'overnightcamping prohibited' ontbreekt, het mag hier gewoon. Doen dus!
Die ochtend zijn lichaam en geest al bijna weer vriendjes. Mijn jetlag-gevoeligheid, als je die scoort op een schaal van 1 tot 10, blijkt gelukkig nog altijd laag te zijn. Ergens rond de 4 schat ik 'm. Prima mee te leven.
We besluiten naar Coromandel te gaan, een schiereiland met mooie stranden. Heet water stranden! En Cathedral Cove, een rotsbrug in zee. De tocht er naar toe is prachtig, heuvelend landschap, weelderig subtropische groen en verscholen baaien. Bij de Cove is het toeristisch, maar omdat we aan het einde van de dag zijn, zijn de hordes gelukkig al verdwenen. En omdat we de volgende dag het hete water op het strand niet willen missen, kamperen we daar in de buurt. ZIJn we morgenochtend mooi op tijd.
tot morgen. Gerda
Schijten
Je kunt in Nieuw Zeeland (NZ) geen openbaar gebouw binnengaan of er klinkt iets van muziek.
Toiletgebouwen. Winkels. Postkantoren. Vliegvelden. Supermarkten. Camperverhuurbedrijfwachtruimtes, Winkelcentra. Backpackershotels. Bouwmarkten. You name it. Tot zover het goede nieuws. Beste lezer. Fijn dat u er nog bent. By the seeway.
Voor mij hoeft het niet. Die muziek. In winkels. Vaak te hard. Niet functioneel. Veelal de smaak van het personeel. En ook de volumestand. Van het personeel. Of liederen die zijn opgelegd door de fabrikant. Zelden prettig. Ik stem voor stilte. Stilte kan nl ook heel fijn zijn.
Echter. Muziek in openbare ruimten kan ook een functie hebben.
Zo heb ik mij een tijdje geleden noodgedwongen en iets te lang mij moeten ophouden op Hong Kong Airport. Best lang eigenlijk. En daar was dat jong van Vollenweider bezig om mijn oren te verwennen. Met harpgeklingel.
Ben er geen liefhebber van. Heb ook niets van die meuk op mijn I-pod staan. Maar deze muziek deeds iets. Met de sfeer. Het maakte de ruimte heel relaxt. Het viel mij op dat niemand liep te rennen. Of een gehaaste indruk liep te maken. Fijn voorbeeld.
Minder fijn voorbeeld.
Toen ik zeventien was. Werkte ik op 'de' aardappelfabriek. In mijn dorpje. Ik verrichte daar sorteerwerkzaamheden. Staand. Achter een 'lopende band' moest ik rotte aardappelen proberen te onderscheiden van de minder rotte. En brokjes klei. En stenen. De rotte aardappelen moesten in de linkerbak. De klei en de stenen (u raad het al) in de rechterbak. Lijkt makkelijk. Zou je denken. Echter. 'T valt tegen. Om te onthouden.
Het dorpje waar deze fabriek stond (en nog steeds staat) was Christelijk. Van aard. Met de nadruk op 'Chr'. Behoorlijk zwaar op de hand. Dus. En dus werd op vrijdagochtend de muzikale fruitmand uitgezonden. Door de EO. De muzikale fruitmand was een verzoekplatenprogramma. Met Chrstelijke liederen. Drie uren lang. Tussen 9.00 en 12.00 uur. En dat gegeven was aan de oudere (Christelijke) generatie niet voorbij gegaan. Dus. Schalden de liederen uit de bundel van Joh. op hardrock-sterkte door de gehele fabriekshal. En er werd meegezongen. vol overgave. Ook dat nog. Geen ontkomen aan. Dus. Wat kunnen drie uren lang duren......
Na 12.00 uur was het programma afgelopen. En was het pay-back-time. De jongere, iets minder gelovige generatie, waar ik (sorry) toe behoorde, kon de liederen inmiddels dromen. En wij maakten van een aantal liederen onze eigen hardrockversie. En lieten die dan, tot groot ongenoegen van de ouderen, door de fabriekshal schallen. Vol overgave. De muzikale rotte aardappelenmand noemden wij het. (sorry, voor deze jeugdzonde.....daar wil ik dan met terugwerkende kracht wel mijn excusus voor aanbieden....)
Terug naar NZ. In NZ is de muziek shit. Van die klootloze risicovermijdende bagger. Net als films in een vliegtuig. Er mag niks. Geen geweld. Geen sex. Geen grove woorden. Geen horror. Niet te hard gelachen worden. Niets mag aanstootgevend zijn. 'Jah, wat blijft er dan nog over'.
'Moet toch gewoon kunnen: een gezellige vliegtuigrampenfilm zitten kijken. In het vliegtuig'. Lijkt me geweldig. Beetje neerstorten. Met wat ongedeerden een beetje op een eiland zitten. Beetje aanklooien. Beetje zitten knagen en kluiven aan de overledenen. Krijgt zo'n reis toch het avontuur dat het verdient. Waar betaal je anders dat dure ticket voor?
Maar goed. Terug naar de muziek. In NZ zijn ze gek op Celine Dion. En dat is pech. Voor mij. Want ik heb me (nog) niet aangemeld bij de fanclub van Celine. Nee. Heb het zelfs niet eens overwogen. En ook haar verzamelde werken zijn aan mij voorbij gegaan. En ook een poster aan de wand (in de kelderkast of in dat kleine hoekje waar de stofzuiger gepropt staat) haalt het niet. Bij lange na niet. Kansloos.
Celine is overal hoorbaar. Ook op het toilet. En dat is wel fijn. Voor mij. Lieve volger. Want ik moet altijd ontzettend schijten van Celine. Als ik Celine voorbij hoor komen, dan moet de broek echt naar beneden. Het loopt er vanzelf uit.... Ja, sorry voor deze priveontboezeming. Ik weet er lezen ook collega's mee. En het gaat hen wellicht wat ver. Maar ik kan er ook niets aan doen. Ik geef gewoon de feiten weer. Niets meer. Niets minder.
Nou ja, schijten. Althans. Van haar muziek. Dat wil ik even duidelijk stellen. Dat u niet de indruk krijgt dat ik alleen al van de aanblik van Celine..... Zou wel kunnen. Is op zichzelf niet eens zo onwaarschijnlijk. Maar is toch niet zo.
Celine Dione heeft de muziek voor de film 'Titanic' geschreven. Althans, de titelsong. Dat vreselijke zeiknummer. Dat jaren geleden, maandenlang, niet van de radio te slaan was. En dat zo af en toe nog wel 's voorbij komt zeilen (om even in boot-termen te spreken).
U weet. Dat de Titanic is gezonken. Ik vertel niets nieuws. Tot nu toe.
Maar ik heb een theorie. Ik denk. Het is een aanname. Maar ik denk. Dat die boot. De Titanic. Helemaal niet tegen een rots is gevaren. Nee. Ik weet dat historici deze gedachtegang aanhangen. Maar ze zitter er naast.
Let op. Hier komt mijn theorie. Ik denk dat die hit van Celine Dione op de boot te horen was. voor iedereen. Dus ook voor de boot. En ik denk dat ie (de boot dus) heeft gedacht: Fuck It. Wat een zeiknummer. Bekijk 't ook maar. Ik zak naar de kelder.....'Boten zijn het namelijk ook wel 's zat'. Is een theorie. Maar wel een zeer aannemelijke. 'Een boot heeft ook smaak'. Dus.
En er dringt zich nog een vraag op. Waarom zat Kate W. op die boot (u weet wel, dat ongeloflijke lekkere di.....eh... ik bedoel die leuke vrouw met dat prettige karakter....) op die boot. Toen ie zonk. Waarom zat Celine niet op die boot? Waarom moest Kate naar de 'kelder'. En waarom Celine niet? In dat geval was ons toch een hele hoop bagger bespaard gebleven. Niet dan?!
De muziek van Celine is ook hoorbaar op het vliegveld. En dat lijkt mij dan weer niet zo'n handige keuze van de Nieuw-Zeeland-Ariport-Muziek-Samensteller.
'Want wat Celine met een boot kan. Dan kan ze ook met een vliegtuig'. Denkt u ook niet?
Ok. Tijd voor de samenvatting. Tijd voor iets van conclusies en consequenties naar aanleiding van voorgaande:
Ten eerste: de muzikale fruitmand maakt meer kapot dan je lief is.
Ten tweede: Celine maakt meer kapot dan je lief is.
Ten derde: Nieuw Zeeland is een prachtig land. Alleen met de muziek kan het effe beter. En daarom richt ik hierbij de Celine Dione- hoe-helpen-we-haar- naar-de-kelder-fanclub op.
En het gaat goed. Het eerste lid heeft zich zojuist aangemeld.
Wie volgt?
Gerrit
Vastloper
Ik sta hier. En Maria van Diemen ligt daar. Een beetje Cape te zijn. Heeft zeker niets beters te doen. Verveelt zich zeker. Neemt zeker wat ATV-dagen op. Of zo.
Ligt daar een beetje het meest noordelijke puntje van Nieuw Zeeland (NZ) te zijn. Maar helemaal ongelijk geven kan ik haar niet. Want dat wil ik ook wel. Het noordelijkste puntje van NZ zijn. Voor even dan. Tuurlijk voor even. Ik ben niet van plan om daar mijn dagtaak van te maken. Tuurlijk niet. Dacht je echt dat ik .......... Tuurlijk niet joh!!
Maar goed, hoe dan ook. Ik kom er niet bij. Met geen mogelijkheid. Mm.....

Na een extreem slechte nacht. Vol muggenleed. Matrasleed. Jeukleed. Muggenleed en matrasleed. Zo'n nacht dus. Ben ik maar vroeg op gestaan. Was toch wakker. Dus om 7.00 uur stond ik min of meer fris naast mijn bedje. Binnen tien minuten bepakt en beggezakt.
Maar er is ook iets van goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs! De zon schijnt als nooit tevoren. En het is clear. En dat gegeven zet mij aan tot nog grotere spoed. Want clear betekend dat ik misschien, wellicht, op de noordelijke cape misschien, wellicht wel 's uitzicht zou kunnen hebben. Wellicht. Misschien. En hopefully.
Dus om 7.30 uur sta ik er. Al. Op het meest noordelijke puntje. Van NZ. Ben niet de eerste. Maar een goede tweede. Een beetje de Olympische gedachte. Meedoen is belangrijker dan winnen. En zeg nou zelf. Zilver is ook mooi. Vraag dat maar aan Joop Zoetemelk. Jan Bols. Bob de Jong. Het Nederlands elftal. En aan mensen die van zilver houden.
Ik zie opeens wat ik gisteren niet zag. De Pacific Ocean en de Tasman Sea geven elkaar een een forse handdruk. De beide wateren gaan hier in elkaar over. Het lijkt me overigens dat ze het niet echt lekker met elkaar kunnen vinden. Een 'moetje' als je het mij vraagt.
De golven botsen en klotsen tegen elkaar. Of het een lieve lust is. Geweld. Geraas. Metershoog. Uiteindelijk besluiten ze om toch maar met elkaar verenigd te raken. Om verder bots-onheil te voorkomen. Het uitzicht is fraai. Hier komen wat foto's:


En aan de voet van de vuurtorren (die altijd mooi uitzicht heeft, de geluksvogeltoren) eet ik mijn ontbijt. Een pak bananenmeuk. En witte 'puntjes'. Met smoked ham. En jam. Maar die laatste twee houd ik wel strikt gescheiden (mijn vader mixte beide moeiteloos met elkaar, deed dat dan op roggebrood, en dat was dan tot daar aan toe, maar hij at het ook op.....).
En dan komt de regen aanzetten. Prachtig gezicht. Je kunt de bui zo zien aankomen. Uit de zeerichting. Geweldig imponerend. En nat. Dat ook. Ik hijs me in mijn regenbroek. En regenjas. Die ik dus gelukkig niet voor niets door heel Pakistan, India en Nepal heb gezeuld. En ook mijn gmaschen gaan om. En de trektocht naar Cape Maria van Diemen kan en gaat beginnen.
Maar nu dient zich toch ook iets van een probleem aan. Het pad is opgehouden om te bestaan. Hoe ik ook zoek. Tuur. Onderzoek. Geen pad. Ik probeer de heuvel te beklimmen. En kijk of daar iets van een pad is. Ik kom steeds hoger. Maar vinden. Ho maar. Na een uur ploeteren besluit ik terug te gaan. Een volgend (mij bekend probleem) dient zich aan.
'Klimmen is gemakkelijker dan dalen'.
Ik kom ietwat in de problemen. De heuvel is vrij steil. Het dalen gaat moeizaam. Soms glijd ik weg in diepe richels. Soms zak ik weg tot borst en kin. Een kort moment is er iets van een paniekgevoel. Ik. Alleen. Hier. Ik. Alle orientatie is weg.....
Maar gelukkig kom ik snel bij zinnen. Ik neem even rust. Neem een paar slokken water. Ga rechtop staan. Recht de schouders. En de rug. En stel mezelf de vraag: wat er eigenlijk kan gebeuren? Ik ben heel goed voorbereid. Heb alles 'aan boord'. Ik kan het hier wel drie dagen en nachten uithouden. Als het echt moet. Er kan me niets gebeuren. Dat is het antwoord op de vraag.
De zonstand (gelukkig is er zon) helpt me opnieuw om richting te bepalen. Mijn sticks gaan uit de tas. Hiermee kan ik voelen waar ik mijn voeten veilig kan plaatsen. Maar een dikke anderhalf uur heb ik toch wel nodig om weer op de Werahi beach te geraken. Ik probeer meteen het pad weer te vinden. Het lukt. Ik had langs de shore moeten lopen. En dat doe ik nu.
Na een uurtje loop ik opnieuw vast. Een vastloper. Het is springtij. En ik zie de Cape. Maria van Diemen. Niet eens meer zo ver. Maar komen kan ik er niet. Er zit wat water tussen. De Pacific Ocean. En the Tasman Sea. En ik houd wel van zwemmen. Maar om hier nu baantjes te gaan trekken....
Ik ga dus het meest noordelijke puntje van NZ niet halen. Missie niet geslaagd!

Maar heel veel tijd om de teleurstelling weg te knagen krijg ik niet. Moet zelfs (heel) snel terug. Anders sluit het water me in. En wordt ik wel gedwongen om badmeester Gijs (mijn badmeester, met baard, en buik, en vlekken t-shirt) te bewijzen dat ik het zwemmen nog niet verleerd ben. Net op tijd blaas ik de aftocht. En bereik Werahi Beach weer. Van hier is het nog een uurtje klimmen. En dan ben ik weer bij de parkeerplaats.
Ik heb te weinig gedronken. En dat moet ingehaald. 2,5 liter glijd vrij moeiteloos mijn lichaam in.
Eenmaal in de auto koers ik een kleine 200 kilometer. Zuidwaarts. Langs de oostkust. Schitterend. Groen. Het Schotland, Walesd en Ierland of het een lieve lust is.
Halverwege neem ik een afslag. Ik ga nog even een kijkje nemen op Nintey Mile Beach. Een strook zand van negentig mijl. Daar kun je dus je handoekje elke dag op een ander plekje neerleggen. Of elke dag een nieuw zandkasteeltje bouwen. Of een gezellige kuil graven. Een leven lang. Dat moet het zijn. Anders zou ik de hoeveelheid zand o0ver die afstand ook niet meteen kunnen verklaren.
By the way-beach: ik heb het nog even nagemeten. En het klopt.....niet!
Dat met die nintey is juist. Dat is goed. Correct. Een tien met een griffel. Sticker van de juf. Niks aan het handje. Niets meer aan doen. Mooi laten zo.
Maar bij de 'mile' is iets. Daar is het fout gegaan.
Ik heb met mijn meetlintje het hele zaakie even nagemeten. En ik ben er uit. 'Het moeten 'kilometers' zijn'. Was nog een heel gedoe dat meetwerk. Want de wind ging nog wel 's op de loop. Met mijn meetlintje. Was ik halverwege. Moest ik weer helemaal opnieuw beginnen. Moest regelmatig het zand uit mijn oogjes wrijven. En uit mijn slippertjes schudden ('doe dan ook bergschoenen aan'.... ja...kom je nu mee).
Maar onthoud dit wel even: ik doe het voor u. Lieve volger. Niet voor mezelf. Want eerlijk gezegd maakt het mij niet zoveel uit. Of het nu mijlen. Of kilometers zijn. Voor u dus. Dat u rustig naar NZ kunt afreizen. En onbekommerd kunt genieten van dit strand. Zonder dit helse meetwerk vooraf te hoeven verrichten.
Overigens vermeldt de Lonely Planet ook dat het 'kilometers' zijn. Dus u heeft de informatie uit tenminste 1 betrouwbare bron. En uit nog een andere bron. Maar feel free om zelf wat meetwerk te verrichten. Als u in de buurt bent. Tip: neem een meetlint van 5 meter lengte. Scheelt gedoe. Ik had deze luxe niet. En moest het per meter doen.....
Na een heerlijke en rustige rit arriveer ik aan het begin van de avond het plaatsje Opononi. En vind er een backpackersplekje. Een kamer voor vier. Maar ik heb 'm voor mezelf.
Morgen en overmorgen zal ik rustig afzakken. Zuidwaarts. Met Auckland als (voorlopige) eindbestemming. Hier zal Gerda bij me aansluiten. Met haar ga ik de rest van NZ verkennen.
See you!
Aardbolvalgevoel
Ja, lastig he. Ok. We maken er een multopogok-vraag van:
a. Lobith
b. mijn neef heet 'Rijn', maar die bedoel je zeker niet
c. ik kom m'n huis nooit uit, dus ik heb nog nooit een rivier zien stromen
d. Tolkamer
e. wat kan mij de klote rivier schelen, ik vind dit een stom spelletje
f. we hebben geen rivier die 'Rijn' heet
g. ik weet het wel, maar ik doe niet mee
h. ik weet het niet, maar ik win nooit wat, dus doe nu wel een xtje mee en gok dat 't 'd' is
(zie voor het juiste antwoord de onderzijde van dit stukje)
Goed geantwoord! Je wist het. De meeste mensen denken dat het Lobith is. Mooi niet.
Het licht rood op. Af en toe. En steeds af en toererer. En het lijkt steeds roder te worden. Normaal maak ik me niet zo druk. In Nederland. Maar hier is het toch andere koek. Ik kan mijn ogen maar moeilijk afwenden. Van al dat roods. En dat moet toch. Dat afwenden. Want ik moet op de weg letten. En het overige verkeer.
Het rode lampje dat flikkert. Heeft een relatie met de hoeveelheid brandstof die aanwezig is in mijn auto. Normaal hebben ze niets met elkaar. D.w.z. als er voldoende brandstof aanwezig is. Hoeft het lampje niets. Hebben ze geen relatie. Maar zodra het brandstoflevel beneden peil is. Wordt het lampje in ene wakker. Klaarwakker. En gaan ze een relatie aan. Zeg maar verkering. En op dit moment is het behoorlijk 'aan'. Zeg maar: 'vaste verkering'.
Een man met een missie. Dat ben ik.
Ik ben onderweg naar Cape Reinagh. Het meest Noordelijke puntje van Nieuw Zeeland. En als ik het meest noordelijke puntje zeg dan bedoel ik ook het allermeeste noordelijke puntje. De Lonley Planet zegt dat als je hier bent. Je het gevoel krijgt dat je van de aardbol valt. En dat wil ik wel. Het gevoel krijgen om van de aardbol te vallen.

Het is een ritje van 200 kilometer. En ben al een mooi stukje onderweg. Het is niet ver meer. Ik heb nog een kwart tank. No Problem. Zou je zeggen. De weg groent. Slingerd. Heuvelt. Dat het een lieve lust is. Het is niet droog. Stabiel weer. Zouden de Kiwi's zeggen.
Het weer is nl. volledig van slag. De zomer tot nu toe is behoorlijk in het water gevallen. Het maakt ze somber. De Kiwi's. Gelijk als in ons \landje wanneer het weer niet wil deugen. Iedereen praat er over. Het geloof is weg. In herstel. Ze balen collectief. Hardop. Hoorbaar. Want het is hun zomervakantie.
Welgeteld een (1) zonnige dag hebben de Kiwi's gehad. En ik heb een verrassing. Deze dag gaat daar geen verandering in brengen. Het schijnt wel dat de zon ergens staat te schijnen. Maar veel merk ik er niet van. De ruitenwissers van de auto maken overuren. En druppelloze foto's maken valt niet mee. Onmogelijk. Eigenlijk.

Ik rijd enigszins nerveus rond. Want de bodem van mijn benzinetank is bijna in zicht. En het eerstvolgende dorpje nog (lang) niet. Schatting. Nog 45 kilometer.
Tot overmaat van ongeluk moet ik ook nog een flinke heuvel beklimmen. Kost verdorie extra brandstof. Gelukkig bereik ik de heuveltop. Hier is een parkeerplaats. En hier spreek ik een echtpaar aan. En vertel hen mijn mogelijke en potientiele probleem. Het blijken Oostenrijkers te zijn. Vrienden. Worden het. Voor het leven. Ze willen achter mij aan rijden. Voor het geval dat....
'Voor het geval dat' gebeurd gelukkig niet. Ik bereik een bezinestation. Met de Oostenrijkers in mijn kielzog. En met een 'Danke' bedank ik ze hartelijk. En neem me voor wat frequenter de tank te vullen.
Twee uren later bereik ik Cape Reinagh. Het meest Noordelijk punt(je) van Nieuw Zeeland. Grappig. Bijzonder. Apart. Om hier te zijn.
Ik krijg geen aardbolvalgevoel. Want helaas zie ik geen hand voor ogen. Het zicht beperkt zich tot nul. Zero. Nothing. Niente. Knots. Het is zo regenachtig dat het helemaal 'dicht' zit.
De Pacific Ocean en de Tasmanian Sea moeten elkaar 'daar' ergens een hand geven. Maar de handdruk blijft buiten mijn zicht. En er moeten ergens drie eilanden liggen. Maar ook dat blijft een kwestie van geloof.
En geloven moet ik ook dat Abel Tasman (wie kent 'm niet) in 1643 met z'n roeibootje om de Cape heeft gepeddeld. Hij zag drie eilanden maar vond ze van minder belang. Een niet onbelangrijke vergissing. Want als ie aan land gegaan was. Dan had ie NZ ontdekt. Als eerste Europeaan. Nu gebeurde dat door meneer Cook (een Engelsman) en meneer Surville's (een Fransman). In 1769. Opmerkelijk genoeg deden zij dit tegelijkertijd. Zonder het van elkaar te weten. Ze verbleven dus gelijktijdig op het eiland. Zonder elkaar tegen te komen.
Op mijn wandeling terug naar de parkeerplaats ontmoet ik Christine. Een Duits meisje. Achttien jaren jong. Staand in de volle stormwind. En de stormwindregen. En gebukt gaand. Onder een veel te zware rugzak. Die gedragen moeten worden door spillebeentjes. En hele dunne linnen schoentjes. Wacht ze doornat op haar vrienden. Die een driedaagse trekking doen. Mijn vaderlijke gevoelens komen boven drijven. Ik heb met haar te doen.
Ik nodig haar uit om in mijn auto te wachten. Te schuilen. Haar vrienden arriveren een half uur later. En ze besluiten om mijn lift aan te nemen. Ze willen gaan kamperen op de locatie waar ik een klein kamertje heb gehuurd.
En dus rijden we gedrieen naar onze overnachtgsadres.
Morgen treed ik in hun voetsporen. Want ik moet iets herstellen. Eerder zei ik dat Cape Reinagh het meest Noordelijke puntje van NZ is. Dat is onjuist (net als dat de Rijn niet bij Lobith binnenstroomt). Maar dat is wel iets wat mensen graag (willen) geloven. En ik denk dat dat komt omdat het een plek is die met een auto of camper goed bereikbaar is.
Echter. Het meest Noordelijke puntje van NZ is Cape Maria van Diemen. Alleen er is een kleinigheid. Een detail. Een punten. En een komma kwestie. Er wordt namelijk een kleine inspanning gevraagd. Er moet iets van moeite gedaan worden.
Je moet er nl te voet heen. Een wandeling van circa zes uren (heen en terug). En dat ga ik morgen doen.
See you!
het juiste antwoord is: (d) en/of (h)
NoWorriesMate
'Of ik toch alsjeblieft maar gewoon doorloop. Naar binnen. Om de zaak te checken. En maak het jezelf alsjeblieft ook een beetje at home and comfortable. En de hond maakt meer lawaai tijdens het blaffen. Dan tijdens het bijten. En ja. De kamer is beschikbaar. Alleen, hij is er zelf even niet. Maar komt waarschijnlijk ergens wel een keertje terug'. Today. Of zo.
Dat is ongeveer de strekking. En dat hangt dus een beetje op de deur te hangen. Maar dan in het Engels.
Ik ben de trotse eigenaar van een auto. Sinds vanochtend. Een witte. Tenminste tussen de roestplekken door is nog enig wit waar te nemen. Het eigenaarschap is is tijdelijk. Dat dan wel. Vier dagen.
Auckland heb ik gezien. En omdat Gerda nog enige dagen op zich laat wachten. Neem ik een besluit. Ik huur een auto. Kan ik mooi het meest Noordelijke deel van Nieuw Zeeland onder de loep nemen. Gerda en ik waren toch niet voornemens om dit deel te gaan bekijken. Dus 'schuren' doet deze beslissing niet.
Ik rijd met Claudia (een Duitse dame) naar de Botanical Garden (BG) van Auckland. We hebben elkaar in het backpackershotel ontmoet. Ze blijkt ook van planten, tuinen en bloemetjes te houden. En samen vatten we het idee op om de BG van Auckland te bezoeken. De auto komt goed van pas. Want de BG ligt een aardig eindje uit het centrum.
Na aankomst blijkt dat er geen entree geheven wordt. Ook worden er geen souvenirs en overige meukspulletjes verkocht. Sympathiek. Wel is het BG-restaurant zeer modern en professioneel opgezet. En alle bezoekers nemen daar na afloop plaats. En bestellen daar iets te eten. Naar mijn idee worden op deze wijze de gedorven entree-inkomsten dubbel en dwars terugverdient. Slim concept!

De tuin is mooi. Mij iets te gelikt. Het onderhoud verdient een 10+. En die plus die doet 't 'm nu net. Het is te. Maar het assortiment is deels onbekend. En dat is fijn. Want ik steek nog wat op.
Na dit zonnige bezoek (het is zonnig en warm) breng ik Claudia naar een plek vanwaar ze naar het centrum terug zal wandelen. Ik trek verder. Noordwaarts. Mijn doel voor vandaag is the Bay off Island. Een baai met een groot aantal eilanden. Dus je kunt lullen wat je wilt: de naam is goed gekozen. Op zichzelf. Iets met lading. Iets met dekking. Het ligt aan de oostkust. Het is een tocht van circa 200 kilometer.
Onderweg passeer ik leuke dorpjes. Reclameborden schreeuwen reclameteksten. Want dat doen reclameborden. Dat is hun kwaliteit. Daarvoor zijn ze in het leven geroepen. 'Wat schreeuwen ze dan Gerrit'. Nou moord en brand. En dat ik kopen moet. En het liefst vaak. En veel. En dat ze een verschrikkelijke goeie deal hebben. Met iets van korting. Zomerkorting. Met wel tot 60% korting (let vooral even op het woordje tot, maar dit geheel terzijde).
'En daar gaat het fout'.
Met die reclameborden. Want het zijn helemaal geen goeie deals. En zeker geen 60%. Nee. Nog geen week geleden betaalde ik in Nepal voor een soortgelijk product twintig keer minder. Dus. Weghalen die meuk. Klopt geen ruk van.
Inmddels ben ik aardig gewend geraakt aan alles wat niet Azie is. Maar wat heb ik een ongeloflijke bewondering gekregen voor mijn collega Geesje, die drie jaren in Nepal heeft gewoond. 'Hoe heb je ooit weer kunnen wennen in Nederland'. Dit is een vraag he?!.
Ik heb nog moeite met drie dingen:
1. ter bevestiging van iets 'knikschud' ik nog steeds met mijn hoofd (dat doen ze in Azie wanneer ze 'ja' zeggen of 'akkoord' zijn. Dat krijg ik er nog niet uit. Ik knik nog wat af hier.
2. de hoge prijzen hier (die natuurlijk niet veel hoger zijn dan in ons mooie landje, maar meeeeaan wat een verschil met de afgelopen vier maanden
3. verkeerslichten. In Azie loopt iedereen maar aan. Geen verkeerslicht gezien. In NZ sta je gerust minutenlang te wachten voordat je 'groen' hebt.

De weg bocht en heuvelt wat van zich af. Bovenop zo'n heuvel heb ik prachtige vergezichten op de Pacific Ocean. Maar 'k moet mijn ogen wel op de weg houden. Om een aantal redenen. Ik heb ruim vier maanden geen auto gereden. Moet links rijden. En alles in die auto zit ook nog 's links......
Rond zessen arriveer ik in Russell. Russel is een beetje het Urk, Elburg, Kampen van Nieuw Zeeland. Maar dan slaperiger. Nog slaperiger. Je komt er met een ferry. Kort overtochtje. Beetje teleurstellend plaatsje. De baai ligt er mooi maar bewolkt bij. En het plaatsje slaapt. Er zijn toeristen. Maar dat valt niet op.

Ik ga op zoek naar een slaapplek. Een goedkope. De eerste keer schiet ik mis. Wel een plek. Maar niet goedkoop. 'Probeer 't 's bij Barry'.
Ik probeer het. Vind een briefje op de deur. Ga naar binnen. Check het hele zaakie. En neem mijn intrek. Barry komt later. Hij blijkt een oud-muzikant te zijn. Er staan wat gitaren in hoeken van de kamer. Bewijsmateriaal.
Barry is type: schuinmarcheerder. Type: No Worries Mate. Hij heeft een vriendin. Haar naam is Jane. Type: van-hetzelfde-laken-een-pak. Type: is ben zestig-en-dat-kan-je-zien-ook. type: en-ik-doe-er-niet-moeilijk-over. Type: het-leven-is-er-goed-over-en-langs-geschuurd. Type: en-ik-rook-ook-nog-'s. Leuke lui dus!
We ouwehoeren wat over (oude) muziek. En over mijn fietsreis door Pakistan. En voor een matsprijs a' 25 NZ-dollar mag ik overnachten. Ik twijfel geen seconde. En sluit iets van een deal.
No Worries Mate!