Pruikenkoe
Vandaag is zeker geen gewone dag.
Wat zeg ik: het is een speciale dag. Een heel speciale dag! Zeker geen dag zoals andere dagen.
Op deze reis is trouwens geen enkele dag hetzelfde. Of het zou moeten zijn dat we elke ochtend om 6.30 uur opstaan. Als eerste handeling ons insmeren met zonnebrandcrème, daarna ontbijten en dan de tassen pakken, de fietsen opladen. En vertrekken. Die rituelen, die keren dagelijks terug. Zeker! Maar verder is geen dag hetzelfde.
‘Maar waarom is dit dan een speciale dag Gerrit?’

Welnu lieve lezer: ik zal de verjaardagstaart meteen maar stuk bijten. Ik ben jarig! En niet zomaar jarig. Ik ben zestig jaar geworden.
Dat had ik potdomme zestig jaar geleden ook niet kunnen denken. Dat ik dat nog ’s zou halen! Nee, en daarbij: ik dacht zestig jaar geleden sowieso nog niet zoveel. Ja, poepluiers vol schijten, daar was ik een meester in. Beetje flessenmelk over de mouw van mijn moeder uitspugen. Ja, daarin was ik een Koning. Maar heel veel verder kwam mijn denken en doen niet. En trouwens nog steeds niet….. Ja, lach maar, heb ’t zelf maar ‘s….
De verjaars-fiets-dag begon met een vrolijke wandversiering aan de wand (dat heb je al overigens al snel met een wandversiering) en een taartpunt met kaarsjes die ik vanwege de rookmelder in de hotelkamer met gezwinde spoed moest uitblazen. Anders zou mijn verjaardag op een waterballet kunnen uitlopen. En van dat water rol ik nog niet meteen ondersteboven, maar om met van die balletschoentjes op m’n tenen - in het hotel waar we verblijven - in de rondte te moeten springen: dat roept zeer waarschijnlijk en niet geheel onterecht vragen op bij de overige hotelgasten……..
Wij starten in alle vroegte met de vijfde achtereenvolgende fietsdag. We zijn wat vermoeid van de vorige vier fietsdagen. En vandaag staat er toch een fijne 80 kilometer op het program. En de kilometers zullen niet geheel en al vlak zijn….

We fietsen een drukke hoofstraat uit en ja hoor: daar staat het ontvangs-verjaardag-comité mij al toe te zingen. Helemaal onverwacht komt het niet. Ik had wel verwacht dat ze iets zouden doen.
Keurig in gelid staat ruim honderd jongens en meisjes mij – in vloeiend Thais – toe te zingen. Ik kan het niet helemaal verstaan en volgen, maar ik zie de toewijding in hunnie houding, vergezeld gaand van een vastberaden blik die ik als geen ander ken. Het is een blijk van waardering, een blijk van totale verering, een blijk van …… Afijn U heeft een beeld lieve lezer. Deze jongens en meisjes zullen deze 60 jarige Hollandsche fietser ’s flink verrassen met toespraken en gezang op de vroege ochtend.
Ik word er verlegen van. En net op het moment dat ik wat trotse blosjes op de wangen krijg, langzaam in mezelf begin te geloven en ook wat lijk te zweven, kom ik weer met beide ingegroeide teennagel klompvoetjes op de grond terecht.

Ik verneem namelijk dat dit een dagelijks ritueel is.
Kinderen van alle scholen in Thailand beginnen de schooldag met gezang. En dat dit gezang niet helemaal speciaal voor mij en mijn verjaardag is. Maar voor de Koning van Thailand. Dat was Bhumibol ( spreek uit: Boemiebol), maar Koning Bloembol keur ik ook goed. Toen deze – onder de bevolking - zeer geliefde koning op 13 oktober 2016 overleed volgde zijn nu 71 jarige zoon hem op: koning Maha Vajiralingkorn Bodindradebayavarangkun hem op. Voor vrienden: Rama X. En alleen daarom al reken ik de koning vanaf nu tot mijn vriend.
Die Koning is een stuk minder geliefd. Dat komt omdat (en dit is geen grapje) deze koning in Duitsland woont en leeft. Hij heeft 250 bedienden laten overkomen, 30 poedels en 14 vliegtuigen met kostbare schatten. Daar is in Duitsland behoorlijk wat gedoe over omdat Rama het vertikt belasting te betalen. Naar Thailand reist de koning alleen voor een handvol verplichte plechtigheden.
Er staan fikse straffen op majesteitschennis in Thailand. Wie zich negatief uitlaat over het koningshuis, kan tot 15 jaar in de gevangenis belanden. En het moet daar in die gevangenissen in Thailand helemaal geen pretje zijn, heb ik van horen zeggen. Dus dat de koning naar verluidt een ietwat klamme, wat zweterige balzak schijnt te hebben. Die – als je dichtbij hem komt - ook nog een beetje zurig schijnt te ruiken......... Ik hecht eraan: dat heb je niet van mij. Ja, ik vind ’t wel een beetje lullig om te moeten zeggen, maar ik heb ik ’t ook uit tweede hand……van wat Duitse contacten .......via via zeg maar.
Goed na al dit ceremonieel stappen wij op en komen al snel op de voor ons zo prettige kleine en rustige weggetjes.

Waar we tot gisteren door een landschap trokken dat gedomineerd werd door ‘ik ben
geen malloot maar een kokosnoot landschap' - koersten, is het vandaag rubber dat de klok slaat. En om de wijzers van de klok precies op de goede tijd de laten draaischijven: de Hevea brasiliensis boom oftewel: de rubberboom. De plantages rijgen zich gedurende onze fietsdag aaneen.

De boom heeft een gladde bast en bloedt bij verwonding een soort wit melksap, de latex. Het latexhoudende melksap wordt gewonnen door de bast van links naar rechts diagonaal aan te snijden. Het melksap loopt via een ‘gootje’ in een- aan de boom bevestigde - halve kokosnoot. Na het tappen duurt het 7 tot 8 jaar voordat de bast volledig hersteld is en er opnieuw getapt kan worden.


Van de latex wordt natuurlijk rubber gemaakt. Deze industrie staat de laatste jaren flink onder druk, en dat komt vooral omdat de Chinezen een goedkoper - minder natuurlijk - alternatief aanbieden.
Op de foto zien we een vrouw bakje voor bakje langsgaan om het opgevangen rubber sap in een emmer te verzamelen.



We realiseren ons terdege dat u – lieve lezer – zich in winterkoude omstandigheden bevindt. Wij fietsen al ruim 2,5 maand onder een lekker zonnetje met temperaturen rond de 35 graden. Tot nu was dat heel lekker omdat de luchtvochtigheid erg laag was. En tot zover dan ook het goede nieuws.
De luchtvochtigheid was ’t zat om telkenmale op de reservebank plaats te moeten nemen en blaast nu ook zijn partijtje mee. We drijven bijkans van de fiets af en kunnen aan het einde van de fietsdag baantjes trekken in onze schoenen. Kortom: het echte transpireren is begonnen.


We drinken verschillende liters water weg op een dag. En proberen steevast onze pauzes in de schaduw door te brengen. Overigens fietsen we momenteel in een gebied dat nog maar enkele weken geleden volledig onder water heeft gestaan. Daarbij zijn mensen overleden…….We zien her en daar nog zandzakken bij huizen liggen en de akkers zijn nog steeds met water gevuld. En op de lager gelegen delen staat nog steeds water. Dat moet me wat geweest zijn.


Op de route van vandaag kruisen we meermaals een spoorlijn. We steken van tijd tot tijd het spoor over. En zo soms komt een trein ons persoonlijk begroeten.
Aan het einde van de fietsdag worden we opgewacht door een koe die het niet kon laten. Ze had gehoord van mijn verjaardag en heeft zich voor de gelegenheid ’s flink opgedoft. En na bijna 80 kilometer fietsen vandaag is dat een welkome verrassing.

Een mooiere verjaardag kan ik me niet wensen.
Afstand: 78 km.
Kokosaap
Lieve lezer.
Sinds we in het zuiden van Thailand fietsen, zijn het de palmenbomen die de klok slaan.
Niet echt natuurlijk, zou wat zijn: een palmboom die een klok op z’n falie geeft. Hoe zou ie dat moeten doen? Beetje zwaaien met z'n palmbladeren?! Beetje kokosnoten werpen?! Dan kan natuurlijk helemaal niet…… Gek beeld ook! Beetje raar.......

De bananenbomen hangen nog wat aan de wijzers van de klok te slingeren. De rubberbomen blazen ook hun partijtje mee. En ook andere boomsoorten en bloemenpracht probeert een graantje mee te pikken. Maar de palmbomen winnen de ‘wie-zijn-hier-met-de-meesten-competitie’ met afstand.
En dus fietsen we al anderhalve week door palmboombossen. Dat is geweldig genieten.

By the way en overigens: wist u lieve lezer dat van de vruchten van de palmboom (er zijn best wat veel variëteiten) palmolie wordt gemaakt? We hebben geweldig veel geluk: het is oogsttijd. Precies nu wij er zijn!

De vruchten van de palmboom worden rond deze tijd gewonnen. Auto’s met laadbakken rijden af en aan om de vruchten naar de diverse verzamelplaatsen te brengen. Bij aankomst gaat de auto op de laadbrug, en wordt het gewicht gewogen. Dan wordt het zaakie met prikstokken van de laadbak gegooid en rijd de auto weer naar de weegbrug. De leveranciers worden per kilo betaald.

Daarna worden de vruchten in grote zakken gedaan en worden ze in grotere trucks naar de fabriek gebracht. Hier worden de vruchten onder grote druk gestoomd en komt de olie vrij. Nadat de olie zijn weg naar een fijne flessen-verpakking heeft gevonden, zie je ze in die hoedanigheid dan weer in de schappen van supermarkten terug.

Een heel andere toepassing is om van de kokosnoot, kokosmelk te maken.
Misschien heeft U thuis wel ’s een poging gedaan om een lekkere curry te maken. Doe ik ook wel ‘s. Gooi er vaak een kilo of wat rode pepers bij (in dat geval, wel altijd een brandblusser bij de hand houden….). Beetje rijst erbij. En smullen maar!
Afijn.
Grote kans dat het recept repte over een blikje kokosmelk. Nou, dat hebben ze hier ook. Alleen met de winning van die kokosnoten, daar is wat mee aan de hand.

Joan en ik werden de afgelopen dagen geconfronteerd met passerende brommertjes die 1 of meerdere apen in een kooi vervoerden. Ook zagen we auto’s waarop (soms wel 5 tegelijk) apen op de laadbak zaten vastgebonden. We konden het eerst niet thuisbrengen, maar een aantal dagen later viel het kokosnoten-apen-kwartje.
In Zuid Thailand zijn speciale trainingsscholen waar apen ‘geleerd’ wordt om rijpe kokosnoten uit de palmboom te halen. Dat ‘leren’ gaat niet geheel zonder dwang, zo is ons duidelijk geworden. Wanneer een aap voldoende getraind is worden ze door kokosboeren gekocht en aan het werk gezet in hunnie palmbomenbedrijf.

Vandaag mochten we een kijkje nemen. Dat mocht trouwens in alle vrijheid en blijheid, want de boeren hier zijn zich van geen kwaad bewust. Ze hebben palmbomen. Ze hebben kokosnoten. En ze hebben apen. En die apen werken voor hen. Die halen de kokosnoten hoog uit de bomen. Zij zien geen probleem.


Maar dat probleem is er wel.
Want de aap doet dit niet vrijwillig. Hij heeft een keiharde training gehad. Moet elke dag onder dwang de boom in. Moet dan draaien en schudden totdat de kokosnoot van de palm komt. Naar beneden suist en met een harde plof op de grond valt. En dan volgende. En weer de volgende. Tot wel 1000 kokosnoten per dag. Zo’n aap is eigenlijk verworden tot een heuse ‘plukmachine’.

Zo’n aap leeft voor altijd in gevangenschap. Zit 24 uur per dag gevangen, met een halsband om de nek en een ketting en/of een lang touw. Bovendien worden de apen los van elkaar gehouden.
Apen worden ingezet omdat ze een veel hogere productie hebben. Mensen kunnen 100 tot maximaal 200 kokosnoten per dag oogsten. Een mannelijke aap wel 1000. Bovendien besparen de boeren op deze wijze flink op de arbeidskosten.

Het hele ‘probleem’ zou geen probleem hoeven zijn als de palmboeren over zouden overschakelen op halfstam bomen. De hoogte van de palmboom wordt dan gehalveerd. Verder blijft alles hetzelfde,. De vruchtzetting, de grootte van de noot, er verandert hoegenaamd niets. Op die halve-hoogte kun je de kokosnoten prima met een stokzaag of een lange stok met een scherp mes oogsten. En is er geen aap meer nodig. Die omschakeling kost wel 10 tot 12 jaar. Want zolang duurt het totdat een palmboom volwaardig vruchten kan dragen en oogstbaar is.

We staan er bij te kijken, schieten wat foto’s, maken een praatje met de palmboeren (en hunnie apen) en het is – zeker met onze Westerse blik – wat ongemakkelijk aanschouwen…….
Mocht je na het lezen van bovenstaande en het zien van de foto’s geen kokosmelk meer willen kopen/eten van kokosnoten die door apen geoogst zijn. Kies dan voor kokosmelk met het fairtrade logo. Dan zit je goed.
Mocht je nieuwsgierig zijn geworden en meer willen weten: www.peta.nl



De kokosnoten worden in deze streek verder verwerkt. Hier zie je drie vrouwen de kokosnoot van z'n 'jasje' ontdoen. Ze trekken de noot over een scherpe punt, en door druk uit te oefenen laat de bast los, en houd je de kokosnoot over zoals die meesten van ons 'm in de winkel zien liggen.
En wij? Wij trekken verder zuidwaarts. Nog een dag of tien fietsen en dan hopen we de grens met Maleisië over te steken. Eens kijken welke apenstreken de komende fietsdagen nog voor ons in petto hebben.
Afstand: 88 km
Werkloze hangmat
Lieve lezer.
We fietsen inmiddels zo’n 600 kilometer ten zuiden van Bangkok. Precies waar we ons nu bevinden vernauwt de landstrook van Thailand – tussen de Golf van Thailand en de grens met Myanmar (voorheen Birma) – zich tot een kleine 20 kilometer.

Als je een geoefend stenen gooier bent dan zou je bij wijze van spreken - vanaf de Thaise kust - een steen kunnen werpen richting Myanmar. Goeie kans dat ie net tot over de grens geraakt. Aanbevelenswaardig is dat trouwens niet, dat stenen gooien naar Myanmar. Ze hebben daar al problemen zat.
‘De veiligheidssituatie in Myanmar is slecht. Sinds de staatsgreep begin 2021 is het leger aan de macht. De bevolking van Myanmar accepteert deze nieuwe politieke macht niet. Verschillende groepen vechten tegen het leger en plegen aanslagen. Het leger treedt hard op met (raket)aanvallen en bombardementen. Dagelijks vallen hierbij doden en gewonden. Miljoenen inwoners kunnen voedsel nauwelijks meer betalen. De import en export liggen stil. Onze regering heeft het totale land als een NO GO AREA aangemerkt.’
U begrijpt lieve lezer, die stenen van ons kunnen ze daar missen als kiespijn.



Wij fietsen al een kleine week langs de zee. Er is veel gedoe met water (heb je al snel met een zee), gezeul met vis, boten, iets met zand, altijd in de knoop-netten, adembenemende opblaasbare plastic dingen, romantische zonsondergangen en nog veel meer dingen die je aan de zee kan linken. Een fijne opdracht die we ons zelf hebben gegeven is om zo kort mogelijk langs de zee te fietsen. En vaak lukt dat. Zoals vandaag.

We starten de dag met een heerlijk zelf samengesteld ontbijtje. En stappen daarna op om onze eigen gecreëerde route te fietsen. Meteen rechtsaf, na 50 meter linksaf en huppakee: we fietsen al weer tussen de kokos noterige palmbomen. En koersen weer richting zee.

Van tijd tot tijd komen we in toeristisch aandoende dorpjes. We trekken door een dorpje waar bungalowparken gebouwd zijn en waar veel Scandinaviërs wonen en/of overwinteren. Er is zelfs een heus Zweeds dorpshuis gebouwd. Het zou ons ook niet verbazen als er een medische post is ingericht met een Engels of Zweeds sprekende arts. Kortom, de pensionado’s klitten hier gezellig bij elkaar en hebben het zo te zien best fijn met elkaar.
Enkele dagen geldeden waren wij in het Zandvoort van Thailand: Hua Hin. Jeetje mineetje lieve lezer, daar moest ons Gerritje oet de Veluwe toch even slikken.

Ja, wanneer in ons eigen kikkerlandje de temperaturen boven de 30 graden stijgen is dat voor veel landgenoten reden om de auto vol te knikkeren met bikini’s, zwembroeken, zwembanden en tot het
vriespunt gekoelde koelboxen. Teneinde koers te zetten naar iets van een strand. Om vervolgens in een ellenlange file te komen. Tijdens het filerijden raken de familie gemoederen oververhit en
wordt ter plaatse besloten de relatie te beëindigen en de eerste verkennende gesprekken over een alimentatie regeling vinden al plaats. Eenmaal op plaats delict aangekomen (lees: het stand) – de
zon gaat bijn onder - blijkt het strand tot het laatste zandkorreltje strand bezet te zijn. En dat gegeven vergemakkelijkt de alimentatie besprekingen niet kan ik U zeggen........
Lieve lezer, U begrijpt het al: snel zult U mij er NIET aantreffen (op die zonovergoten mensenmassa-dagen).
Nee, ik pak dan liever thuis een emmer. Vul die emmer met een laagje koel water. Ga onder een boom zitten. Slik nog effe snel twee anti zeeziek pilletjes (1 is echt nodig, de 2e voor je weet maar
nooit) en plant dan mijn voetjes in de emmer. Vervolgens gooi ik het anker uit om niet met emmer en al te ver van de wal te geraken. En hijs de zeilen. Schipper Ahoy!

Niets file. Niet de geur van gefrituurde zonnebrand lijven. En vooral ….geen zand tussen mij teentjes. Wat heb ik daar een godsgloeiende hekel aan: zand tussen m’n teentjes. Dat irritante geschuur. En je krijgt het er ook met geen mogelijkheid uit. Dan moet je eerst naar een kraan. Ja, en een kraan en een zee, da's geen fijne combi. Er zijn weinig dingen die ik meer haat dan Caroline Tensen, maar zand in m'n teentjes schuurt er toch gevaarlijk dicht tegenaan.
Afijn.
Even slikken dus in het Zandvoortse Hua Hin.
Maar eerlijk is eerlijk: de golven waren fijn, het water heerlijk koel en met lood in mijn waterschoen mag ik U meedelen dat ik er flink genoten heb (nooit gedacht dan ik dat ooit zou schrijven….).
Terug de rit van vandaag.
We knijpen in onze remmen als we langs een vrouw fietsen die in de weer is met een gedroogde palmtak. We vragen wat ze doet.

Ze snijd met een scherp mesje flinterdunne reepjes van de palmtak af. En als ze er voldoende verzameld heeft worden al die flinterdunne twijgjes samengebonden en verkocht om een bezem van te maken. Dat is haar dagelijkse bezigheid. Daar verdient ze haar inkomen mee. Niets maar dan ook niets wordt onbenut gelaten in Thailand.

Het is winter in Thailand. De mensen hebben het hier – met een gemiddelde temperatuur van 32 graden – maar wat koud. Dat vertellen ze ons, en dat zien we. Mensen hebben mutsen op. Zitten op de brommer met jassen en vesten. En echt, de temperatuur is hier toch een voor ons prettige 30+ graden. In het voorjaar en de zomer wordt het een graad of 8 tot 12 warmer. En dat vindt de gemiddelde Thai behaagelijker.



De route van vandaag buigt zo soms voor even van de zee af. Soms ligt er een Nationaal Park waar je niet omheen mag en waar we omheen moeten fietsen. Soms is het een spoorlijn die roet in de kustroute gooit. En soms een particulier of hotelketen die een stukje kust heeft opgekocht.
Echter, voor het grootste deel trekken we langs de palmbomenkust van Thailand. En daar moeten we verschillende gevaren het hoofd bieden.........




Aan het einde van de fietsdag vinden we een eenvoudig doch voedzaam verblijf dat direct langs de zee is gelegen. Het ligt nogal geïsoleerd en erg veel eetbaars is er niet te vinden in deze omgeving. Gelukkig staat er een tentje iets verderop. Daar bestellen we wat rijst met vlees.


En daarna? Daarna zien we een wat verlaten en werkloos uitziende hangmat bungelen.
Die gaan we ’s flink aan het werk zetten!
Afstand: 70 km
Bijspijkerles
Lieve cursisten.
Fijn dat jullie er zijn. Ga snel zitten.
'Roel jij mag meteen vooraan plaats nemen, anders leid je Hidde toch maar af. Tis potdomme altijd geklooi met jullie!!'


De afgelopen weken heb ik rijst behandelt. Banaan en de kokosnoot komen de komende weken aan bod. Gelukkig weten jullie daar al best veel van. De reden dat ik jullie op de dag des s’ Heeren naar school heb laten komen is de ananas.

Ja, over de ananas ontbreekt zo hier en daar nog wat kennis. En doen hier op school wat fabels de ronde. En daarom een bijspijkerlesje op zondagochtend. En let goed op want deze stof - samen met rijst en de kokosnoot - zal in de examenvragen terugkomen.
Eerst maar 's wat ontzenuwen: er zijn mensen die denken dat ananassen in bomen groeien. Dat is een misvatting. Ananassen groeien in agave-achtige planten, met getande langvormige bladeren en groeien dichtbij de grond. Dus de ladder of trap kun je achterwege laten. Tenzij je zin hebt om domweg op zo’n ding te gaan staan en en beetje om je heen of in de rondte te koekeloeren, omdat je toch niets beter te doen hebt, in dat geval is een trap of ladder een onmisbaar gereedschap een voorwaar een goed idee.
Afijn.


De ananas groeit in Thailand in het noorden en het zuiden van het land. In het midden van Thailand is het meer rijst, suikerriet en boe-loei-koeien die de klok slaan.
‘Ja, even opletten Rian en Anja - en jij ook Paula- kletskousen dat jullie zijn, het is potdomme ook altijd hetzelfde. Anders gaan jullie er maar uit!’

De ananas rijpt zo ongeveer in de maanden december tot en met maart. En dat rijpen is nog best een bewerkelijk proces. Want de ananas rijpt het eerst aan de bovenzijde. Als ie daar rijp is volgt het midden en de onderzijde. Alleen beschijnt de zon natuurlijk ook nog steeds de al rijp geworden bovenzijde. Daarom vouwt de kweker een krant of zakje om het inmiddels rijp geworden deel van de ananas. Zodat deze niet overrijp raakt. En laat de krant/zakje mee zakken met de rijpheid van de ananas.



Zodra de hele ananas rijp is, wordt deze geoogst. Dat gaat met een groot kapmes. Eerst wordt de ananas uit de rozet van de plant gehakt. En daarna wordt de bovenzijde ietwat gekortwiekt. De ananassen verdwijnen in een mand die op de rug hangt. Als de mand te zwaar dreigt te worden wordt deze geleegd en begint het oogstfeest opnieuw.


De rijpe ananassen worden meteen in een kraam aan de weg verkocht. De prijs wordt bepaald aan de hand van het gewicht. Je betaald 35 Bath per kilo (90 eurocent) Je kunt de ananas ter plekke laten schillen, in een zakje laten doen, meenemen en oppeuzelen.

Dat schillen gaat als volgt: eerst wordt de steel aan de onderzijde verwijdert, dan de rozet aan de bovenzijde. Daarna wordt de ananas geschild. Eenmaal geschild blijven van die bruine puntjes op de ananas achter. Die worden met een speciaal mesje - heel kunstig - diagonaal weggesneden en verwijdert. Daarna wordt de ananas in 8 delen gesneden en wordt de harde – niet eetbare – kern verwijdert.
Nou omdat jullie zo goed opgelet hebben– met name Bram – wil ik het hier voor vandaag bij laten. Hebben jullie ook nog wat aan je zondag.
Behalve nog even de mededeling dat wij inmiddels de zee (Golf van Thailand) hebben bereikt en daar nu vet fijn langs de zee en fijne haventjes fietsen. En van tijd tot tijd door fijne palmboombossen en eetrijpe bananenboom plantages trekken. En daar zo af en toe wat wat apenstreken uithalen. Hier alvast wat fijne foto’s:








Later zeker en vast meer.
Afstand: 71 km
Bridge on the river Kwai
Lieve lezer.
We zijn in Kanchanaburi. Een stad zo’n 125 kilometer ten westen van Bangkok. Niet ver van de grens van Myanmar (voorheen: Birma).
Er vielen hier rond 1943 - in tien maanden tijd - 16.000 doden. Waaronder 6300 Britten, 2800 Australiërs en 2500 Nederlanders. Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden onder bewind van Japanse machthebbers, een spoorlijn aanleggen. En overleefden dit dus niet.

De Birma spoorlijn (ook wel Doden spoorlijn genoemd) was een spoorlijn met een lengte van 415 kilometer, aangelegd door geallieerde krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeiders. Op het tracé werden 8 ijzeren bruggen en 688 (!) houten bruggen gebouwd.

De spoorlijn werd aangelegd omdat Japan een extra aanvoerroute nodig had om Singapore en Maleisië te verbinden met zijn bezittingen in Birma. De VS hadden controle over de zeeroutes over de stille oceaan en aanvoer over zee was geen optie meer voor Japan. Vandaar het belang van een spoorlijn.

Japan had al in 1939 ingenieurs naar Thailand gestuurd om een eventuele aanleg te verkennen. Die gaven aan dat het een enorme onderneming zou worden. Want de spoorlijn moest door een moeilijk begaanbare jungle worden aangelegd. En zouden grote rotsen verwijdert moeten worden en flinke hoogteverschillen zouden moeten worden overbrugd. De ingenieurs berekenden dat de totale aanleg 5 jaar zou kunnen duren.
De Japanse machthebbers vonden deze tijdsindicatie onacceptabel en bedachten toen dat ze grote groepen krijgsgevangen en lokale dwangarbeiders het werk wilden laten doen, teneinde de aanleg sneller af te ronden. Aldus geschiedde.
De bouw begon in oktober 1942 en zou uiteindelijk slechts 10 maanden in beslag nemen.
Japanners richtten honderden (concentratie)kampen op over de gehele lengte van de spoorlijn. Arbeiders/gevangenen sliepen in bamboehutten op smerige vloeren en kregen nauwelijks te eten. De spoorlijn werd gebouwd in dicht begroeide jungles waar malaria en dysenterie aan de orde van dag waren. Er moesten extreem lange werkdagen gemaakt worden en er moest gewerkt worden in verzengende hitte en tijdens moessonregens.

Sommige delen van het tracé vereisten het met de hand wegbikken van enorme grote en hardstenen rotsen. De 688 houten bruggen werden gebouwd volgens een van tevoren vastgestelde constructie. Materialen werden uit de jungle ‘gewonnen’: bamboe en teakhout werden hiervoor gebruikt.


Arbeiders werkten onder erbarmelijke omstandigheden, kregen nauwelijks te eten, konden nauwelijks slapen en kregen minimale medische zorg. Japanse bewakers stonden bekend om hun wreedheid en martelden en mishandelden hun gevangenen regelmatig. In februari 1943 werd door de Japanse machthebber het tempo opgevoerd. De spoorlijn moest sneller dan gepland in gebruik genomen worden. Arbeiders werkten zich letterlijk dood en stierven met 20 per dag.

In februari 1945 bombardeerden de geallieerden de brug over de Kwai waarbij die doormidden brak. De naastgelegen houten brug werd totaal vernietigd. Op 12 september 1945 werden de overgavepapieren in Singapore getekend en was de oorlog ten einde.
De Japanners hebben de brug nooit gebruikt voor het doel waarvoor de brug gebouwd was. Delen van de Birma spoorlijn bestaan nog steeds en zijn heden te dage nog in gebruik.
‘Nou Gerrit, lekker serieus verhaal jonge’.
Ja sorry lieve lezer. Ik kan er ook niets aan doen. Ik had ook graag de geschiedenis op dit punt wat vrolijker willen herschrijven. Echter, het is wat het is. En eerlijk is eerlijk: ik had de klok in de verte over dit in-en-in verdrietige verhaal wel ’s horen klinken, en helemaal zijn de verschrikkingen die krijgsgevangenen in het Verre Oosten hebben moeten doorstaan niet aan mij voorbijgegaan. Echter, nu wordt ik pas echt met alle ins en outs geconfronteerd (Joan is beter op de hoogte).
En iets van een alibi heb ik wel, want veel van de verdrietige aandacht rond dat tijdsgewricht gaat uit naar onze eigenste 2e WO. En alle verschrikkingen die dat met zich meebracht. We hadden in het westen destijds wel iets anders aan het hoofd. Dat er op hetzelfde moment (1942-43) aan de andere kant van de Wereld ook een ramp voltrok, het is mij – ik ben zo eerlijk als ik zijn kan – enigszins ontgaan.
Goed, we gaan eerst bij brug 277 kijken.

Brug 277 is de brug die bekend staat als ‘The Bridge on the River Kwai’. Bekend geworden door een – wat mij betreft niet al te beste - film uit 1957 die ik een paar avonden terug bekeken heb. Het is een van de 8 stalen bruggen die destijds gebouwd zijn. Deze ene brug is er nog, dat wil zeggen, de geallieerden hebben er in februari 1945 een bom op laten vallen. Precies op de plek waar nu twee bogen ontbreken en waar de brug horizontale liggers heeft.
Je kunt de brug bezoeken, nog sterker, ondanks dat de brug nog gewoon in gebruik is (er rijdt 8 keer per dag een trein over) mag je gewoon op de brug lopen. Als de trein er aankomt spring je gewoon even opzij.
Het is ‘s ochtends best vroeg als wij er zijn en het aantal toeristen in beperkt. Het is moeilijk voor te stellen – tussen de souvenirstalletjes en restaurantjes – wat zich hier 80 jaar geleden heeft afgespeeld. Mensen gaan lachend midden op de brug op de foto. Maken selfies. Tja…..
Joan en ik schieten wat foto’s van de brug ( en ja, ik heb 'voor de gelegenheid de foto wat bewerkt) en fietsen daarna naar het enige echte Death Railway Museum. Daar heb ik de wijsheid opgedaan die hier boven beschreven staat. Het is mooi om te zien dat onze overheid ook zijn financiële steentje bijdraagt aan de expositie van dit museum. Het werd een indringend bezoek.

We drinken een kopje meuk in het museumrestaurant en kijken uit op de begraafplaats, waar o.a. veel Nederlanders begraven liggen.
We nemen er een kijkje. Vrolijk makend is het niet om al die rijen overledenen te zien liggen. Wat zullen die mensen geleden hebben.…


Gegrepen door deze geschiedenis en dit verhaal besluit ik de volgende dag (Joan is ziek en kan niet mee) me door een taxi 80 kilometer verderop te laten brengen. Daar is het Hellfire Pass Museum.
De Hellfire Pass is een 2,6 kilometer lang tracé van de Birma spoorlijn die het meeste heftig was om aan te leggen. Over vele honderden meters moesten er passages gemaakt worden (lees: rotsen met hamer en beitel worden verwijderd). Hier vielen de meeste doden per strekkende meter……
Het museum is modern en geweldig. Ze hebben een Nederlandstalig audiotour. En je krijgt een walkie talkie mee voor onderweg.
Elke 10 minuten ontvang ik een oproep van de receptie en wordt me gevraagd waar ik me op de route bevindt en hoe het met me gaat. Ietsje pietsje overdreven voor een niet al te inspannende wandeling van 2,6 kilometer. Ik overweeg dan ook om de grap te maken dat ze de walkie talkies 80 jaar geleden beter hadden kunnen inzetten en dat ze toen beter elke tien minuten de vraag hadden kunnen stellen hoe het met hen ging……. Maar ik slik ‘m in. Al was het alleen maar omdat gedurende de wandeling en de audiotour me de tranen in de ogen schieten en ik wat brokken in mijn keel krijg van al het leed dat zich hier heeft afgespeeld.

Ik loop precies op het tracé waar de spoorlijn heeft gelopen, waar de rotsen met hamer en beitel stukje voor stukje zijn weggehakt om ruimte te maken voor de spoorlijn. De audiotour laat ook voormalige gevangenen aan het woord die op stoppunten vertellen wat zich op die specifieke plek heeft afgespeeld. Erg indrukwekkend allemaal!

Aan het einde van de wandeling heeft de taxichauffeur die me hier na toe bracht een geweldig plan. Hij stelt voor me naar een station te brengen. Vandaar kan ik een uur met de trein over de Birma spoorlijn reizen. Voor hem ook fijn want dat is ie van mij af. Met dat voorstel stem ik in. Ik leg de laatste 45 kilometer af in een trein die rijd op de Dodenspoorlijn.



Het blijft onwerkelijk dat wij nu op deze spoorlijn kunnen reizen. Een spoorlijn die zoveel leed heeft veroorzaakt tijdens de aanleg ervan.
Bij aankomst op het miniatuurstationnetje van Kanchanaburi staat Joan me op te wachten. We slurpen in een naastgelegen overdekte hal een soepje weg en praten wat na.
We komen ‘s avonds nog een keer terug bij de brug. Alle toeristen zijn weg. De brug ligt er stil en verlaten bij. Het lijkt wel of ze even rustig ademhaalt en zich opmaakt voor de volgende dag, als de volgende hordes toeristen de brug komen ‘bezetten’ met hunnie selfies, lachende groepsfoto's en gekke gebaren……

De brug wordt s’ avonds voorzien van allerlei kekke kleurtjes.
Wij schieten een laatste foto en laten haar met rust in de hoop dat dat voor altijd zo blijft.
(Niets)bijzonders
Het zou een niets aan de hand fietsdag moeten worden, lieve lezer.

Geen bezienswaardigheden op de route, geen opvallende stopplaatsen, geen geplande attracties, geen gearrangeerde ontmoetingen. Niets bijzonders dus. En toch werd het dat wel.


We vertrokken vanochtend. Weg van onze naar pis stinkende hotelkamer. Na 200 meter op een drukke doorgaande weg gefietst te hebben sloegen we linksaf, een betonplaten pad op. Geen verkeer, lekker rustig. Niet veel later slaan we rechtsaf en zien we een enorm waterpartij met Lotusbloemen. Een fijn bloemenveld om mee wakker te worden.


We vervolgens onze weg over – wat wij noemen – kleine stille weggetjes. Op de wegenkaart worden die veelal aangeduid met de kleur ‘wit’. Die hebben onze voorkeur. Ze zijn niet altijd het best fietsbaar maar er is doorgaans weinig verkeer en je krijgt er iets voor terug. Namelijk hoe het ‘echte’ leven van een gemiddelde Thaise man of vrouw – levend op het platteland – zich voltrekt. Je maakt gemakkelijk contact met deze doorgaans hele lieve mensen.


Zoals met deze bloemenverkoper. We stoppen op een kruising en daar staat hij zijn bloemenpracht te verkopen. 5 Bath (15 eurocent) voor een bloemenkransje. We kopen er twee en mogen een foto van hem nemen. Lieve man.



We koersen verder. En stoppen bij een akker waar een soort koolblad geoogst wordt. Het wordt in manden verzameld en afgevoerd. We weten niet precies hoe het heet maar hebben het in Thailand best vaak gegeten. Het wordt o.a. in soepen verwerkt. Naast dit veld zit een man in een soort bootje dat water opzuigt en dat water naar links en rechts laat sproeien. Daarmee bevloeit hij de akkers.

We stoppen bij een Seven Eleven supermarkt. Hier kan je alles kopen wat je maag begeert. Je kunt er tosti’s en soep warm laten maken. Yoghurtjes kopen. En (belangrijk voor Joan) koffie bestellen.

Wat ons in Thailand opvalt is dat er in de steden (en ook in supermarkten) veel wiedewiedewiet producten worden aangeboden. Als je er op een willekeurig vliegveld in Thailand mee wordt gepakt kan een je aantal jaren in een Thaise cel brommen. Maar in Thailand zelf wordt er openlijk mee geadverteerd en het spulletje wordt ook openlijk gebruikt. Vreemd!

Verder zien we op het parkeerterreinen regelmatig een bord van ‘parkeren voor vrouwen’. We begrijpen (dank je wel Ineke) dat dit is om vrouwen de gelegenheid te bieden zo kort mogelijk bij een ingang van een winkel te laten parkeren teneinde te loopafstand zo kort mogelijk te houden.

Een eind verder wordt een rijstveld gereed gemaakt om in te planten of te zaaien. Nadat het geoogste rijstveld is omgeploegd, wordt het geëgaliseerd. Dat egaliseren gebeurt met een machine die knoerthard over de modderige akker voortbeweegt en de akker glad trekt. Het lijkt mij fantastisch werk om te doen. Het is een beetje betaald crossen en scheuren in de modder. Ik overweeg om me bij te laten scholen…. De bestuurder vind het geweldig dat we interesse in zijn werk tonen en stopt ter hoogte van ons om een praatje te maken. En poseert voor de onvermijdelijke foto.

Tegen twaalven – we zijn een uurtje of vier aan het fietsen – is het tijd om de inwendige mens te versterken. We stoppen bij een stalletje langs de weg. Na wat heen en weer handgebaren en wijzen lukt het ons om een gerecht te bestellen. Het hele gezin gaat voor ons aan de slag. Het wankele tafeltje wordt gedekt. Glazen water met ijs worden aangerukt. Na tien minuten krijgen we een heerlijk noodlegerecht met ei en kip voorgeschoteld. Het smaakt echt verrukkelijk.

Ondertussen krijgen we een tros bananen mee voor onderweg. De eigenaar geeft ons tijdens het eten nog wat stukken gedroogde banaan. Hij legt ons uit dat hij verse bananen ontdoet van de schil, ze plat slaat en daarna te drogen legt op het dak van het eetstalletje. Zo blijven ze langer houdbaar. De gedroogde banaan (zonder toegevoegde conserveringsmiddelen, suiker en kleur- en smaakstoffen!) zijn heerlijk.
Het afscheid is meer dan hartelijk. Het hele gezin zwaait ons uit. Tjonge….kippenvel. Deze momenten zijn ons alles waard en vormen - samen met soortgelijke ontmoetingen - hoogtepunten van onze mooie en avontuurlijke reis.

Als we ons reisdoel van vandaag naderen stoppen we nog even om wat bij te drinken. Het is warm, en voldoende bij drinken is erg belangrijk deze reis. Een man en vrouw zien ons staan. De man pakt een grote stok met aan het uiteinde en mes. Hij loopt naar de boom waar we wat schaduw aan ontlenen en begint de vruchten met het mes uit de boom te snijden.

Die vallen op de grond en hij geeft ze aan ons. Heel eerlijk: lekker waren ze niet, maar we tonen toch ons enthousiasme over de smaak. Dit zet de man aan tot grote daden en hij snijd een halve kilo aan vruchten uit de boom en geeft die aan ons. We tonen onze grote dankbaarheid, stoppen de vruchten in onze tas en fietsen (best wel snel, voordat ie de hele boom van vruchten ontdoet en onze tassen echt gaan uitpuilen) verder.


We zijn op weg naar Kanchanaburi. We willen daar morgen de Birma spoorlijn en de ‘River Kwai brug’ bezoeken. Maar onze achteraf weggetjes route maakt dat we 10 kilometer voor het einde van de fietsdag de spoorlijn al in levende lijve te zien krijgen. Echter, voordat we ‘m echt zien moeten we eerst wachten op een hele kudde koeien en kalfjes die de spoorlijn over moeten steken om aan de overzijde te geraken. Zodra de koeien eenmaal hun oversteek gemaakt hebben, kunnen wij er ook over.

De laatste fietskilometers kiezen we er vaak voor (vandaag ook) om over de grote doorgaande weg de stad binnen te rijden. Aan deze doorgaans wat grotere wegen zitten voorzieningen zoals supermarkten en daar kunnen we eten, ontbijt voor de volgende dag inslaan.
Na 85 kilometer fietsen houden we het voor gezien en knijpen we in de remmen. Zadelen onze fietsen af. En klaar is de fiets-Kees-dag.
En zeg nu zelf lieve lezer: was dit een bijzondere en hartverwarmende fietsdag, of niet?
Kanchanaburi, Thailand
85 km
Joe
“Are you lost”?
Tijdens een drinkpauze, ergens ter hoogte van Bangkok, stopt een auto. De bestuurder draait zijn raampje naar beneden. En vraagt of we verdwaald zijn. We antwoorden dat iedereen in zekere zin verdwaald is. Dat iedereen – als het puntje bij het paaltje komt - op deze planeet een tijdje stuurloos mag rond dolen. Dat eigenlijk iedereen in zekere zin een zwervend bestaan leidt. Net zolang totdat we van de planeet af worden worden geflikkerd. Maar het wordt ons als snel duidelijk dat deze man niet geïnteresseerd is in die filosofische kant van ons antwoord.
Hij komt uit Canada en woont in Thailand. En om de saté prikker precies in het midden van het blokje jonge kaas te prikken: hij woont in het dorp waar wij onze korte stop hebben ingelast. Hij zegt dat er in dit dorp nooit toeristen komen. En dat ie daarom even stopt. Hij wil weten waar we naar toe gaan. En is benieuwd of we niet verdwaald zijn.
We vertellen de man dat we 4 maanden door Azië fietsen. Dat we op 1 november vorig jaar in Hanoi (Vietnam) zijn begonnen. Dat we daarna door de bergen van Laos zijn getrokken. En dat we toen de grens naar Thailand zijn overgestoken en vanuit het noordelijkste puntje nu naar het uiterste zuiden van Thailand aan het fietsen zijn. En dat we daarna nog verder gaan om Maleisië ‘onveilig’ te maken. En dat we van plan zijn om eind februari in Kuala Lumpur onze fietsreis te beëindigen.


We vertellen hem ook dat we gisteren nog in Bangkok waren om daar de boel op stelten te zetten. Maar dat we ook tussen kerst en oud en nieuw flink veel kilometers hebben gefietst tussen rijstvelden, de Sorghum (graansoort) en voornamelijk stille rustige weggetjes kiezen om op te fietsen.
Hij is gerust gesteld. Zijn raampje glijd weer naar boven. En hij vervolgt zijn weg. En dat doen wij ook.



Ja, lieve lezer. U heeft ons even moeten missen. En wij U.
Belangrijkste reden is dat wij u niet wilden storen tijdens het tanden knagen van – het is verdorie elk jaar hetzelfde – taai geworden en net niet helemaal gare en iets te droog geworden oliebollen. En waarbij een flinke stuif poedersuiker de zaak niet helemaal meer kan redden.
Tip: probeer volgend jaar 's satésaus! Satésaus maakt alles lekker. Is een tip doe er uw voordeel mee.
Laten we eerlijk zijn: dat knagen van oliebollen is toch best een bewerkelijk klusje waar je je aandacht goed bij moet houden. Daarnaast ook nog zo’n weblog moeten lezen, leidt alleen maar af en kan gemakkelijk tot oliebol-knaag-ongelukken leiden. En met die al maar stijgende ziektekostenpremies ('daar zou onze Geert toch METEEN iets aan gaan doen?!) is zo’n ongeluk geen pretje. Wij houden graag een rekening met u lieve lezer.




Gisteren waren nog met de trein naar Bangkok gereisd en checkten we of de skyline van Bangkok nog op orde is. Liepen in smalle steegjes die volledig ten onrechte in geen enkele reisgids genoemd worden. Ontmoetten we mensen die we met een glimlach aanspraken. Bezochten slaperige achteraf marktjes. Maakten een boottocht door de watergangen van Bangkok. Bezochten we het koninklijk paleis. En maakten we een avondfietstocht door Bangkok waarbij we de wijk ‘China Town’ bezochten.





In de jaren tachtig was ik groot fan van Joe Jackson. In 1982 bracht Joe het album Night and Day uit. Wat mij betreft een van zijn beste albums. Ik heb die plaat aan alle kanten grijs gedraaid tijdens het maken van huiswerk. Hij gaf rond het uitkomen van het album ook een concerttour en deed ook Nederland aan. Om aan kaartjes te komen moest je destijds naar een VVV-kantoor. En dan eentje waar ze konden inbellen naar de ticketverkoper. Ik lag (niet gelogen, echt waar) ’s nachts in een slaapzak voor het VVV kantoor in Zwolle. En ik was niet de enige….
Iets voor negenen kwamen de medewerkers van het VVV kantoor. Die lieten ons stipt om 9 uur binnen, op volgorde van slaapzak. En begonnen dan te bellen. Dat bellen kon uren duren. Want alle VVV kantoren in Nederland belden naar hetzelfde nummer…..



Vaak had ik succes. Kaartjes voor U2, Simple Minds, Waterboys…… Ik harkte ze allemaal binnen. Ik heb wat nachten voor VVV-kantoren doorgebracht op die wijze. Deze keer kreeg ik – het zal rond het middaguur geweest zijn – en teleurstellend bericht dat de kaartjes uitverkocht waren. En dat ik onverrichterzake – met opgerolde slaapzak – naar huis mocht terugkeren. Geen kaartjes voor Joe Jackson.
Op dat album – Night and Day – stonden fantastische nummers. Maar 1 nummer sloeg ik steevast over: het tweede nummer op kant A. Zodra dat nummer zich aandiende verliet ik mijn huiswerk, liep naar de pick-up, liftte de pick-up naald naar boven, duwde de arm van de naald iets verder, en liet de naald zakken daar waar het derde nummer van de LP begon.
Dat tweede nummer – dat ik later ben gaan waarderen – heette ‘China Town’.
Gisteren fietsten Joan en ik door buzzeling ‘China Town’ van Bangkok. ‘Wat een prachtig mooie kleurrijke wijk van Bangkok is dat joh’! Terwijl we daar fietsten schoot dat nummer van Joe Jackson door mijn hoofd en kreeg ik ’t er ook de rest van de dag er niet meer uit. Ik had het in geen 25 jaar meer gehoord en opeens was het er weer.

Vanochtend hebben we onze fietsen opnieuw bestegen. We willen in twee dagen naar Kanchanaburi fietsen. Wellicht doet die naam niet meteen een belletje bij u rinkelen. Maar misschien gaat de scheepsbel bij het horen van ‘the Bridge of the river Kwai’ wat zachte klanken in uw eigenste hersenpannetje afgeven.
We gaan daar de brug, de begraafplaats en het museum bezoeken. We vertellen er u binnenkort veel meer over.
Ayutthaya - Noen Phra Pang, Thailand
Afstand: 85 km
Lijn
Terwijl U – lieve lezer – de kerstkalkoen halfdood loopt te knagen, de kerstkransen loopt af te tuigen, de rollade elastiekjes uit de tanden loopt te flossen, het mislukte voorgerecht overgiet met satésaus (satésaus maakt alles lekker…), de in de afgelopen dagen opgepeuzelde oliebollenmix loopt te herkauwen, de veel te vroeg uitvallende kerstboomnaalden uit uw hoogpolige tapijt probeert te peuteren en de vast goedbedoelde gekregen kerstcadeaus zo anoniem mogelijk op Marktplaats probeert te zetten (wat moeten we toch met die schaal….). Ja, terwijl dat de dingen zijn waar U zich mee bezighoudt – lieve lezer - trekken wij een lijn.

Ja, lieve lezer, wij trekken een lijn. Een dikke vette lijn. Het wordt potdorie de hoogste tijd. Er worden veel te weinig lijnen getrokken in deze huidige tijd. Mensen doen maar wat. Dolen maar wat doelloos rond. Klooien maar wat aan. Wij nemen het voortouw. We trekken een lijn. Iemand moet het doen!
De afgelopen dagen hebben we twee historische en belangwekkende parken bezocht: het Si Satchanalai Historical Park en het Historical Park van Sukhothai. Om daar te komen hebben we drie pittige fietsdagen achter de rug. We hebben in drie dagen 225 kilometertjes weggetrapt. Helemaal vlak was het niet en warm was het wel.
Het bezoeken van beide parken behoren tot de hoogtepunten van onze reis tot nu toe. En dat is ietsje opmerkelijk, want ik heb altijd veel verbeeldingskracht nodig om naar een stapeltje stenen te kijken en daar dan uit op te maken dat dat de ingang van een paleis is geweest waar Shiva de 35e met z’n schoenveter is blijven haken, daar toen ten val kwam en dat niet overleefde en dat toen Arnoldus van Schoenzool tot Veterstein de 37e het Paleis in handen kreeg. En dat die toen weer ruzie kreeg met Peterus van Hakkenbarus. En dat bij die ruzie het hele zaakie tot op de losse schoeveters is afgefikt. Zal best gebeurd zijn, maar ik vind dat me vaak lastig voor te stellen aan de hand van een stapel stenen. Mijn verbeeldingskracht schiet op die momenten tekort.

Maar hier heb ik minder moeite. De overblijfselen van de voormalige gebouwen zijn goed geconserveerd. Het park waar ze inliggen wordt tip top onderhouden. En er is weinig dat de aandacht afleidt van waar het om gaat (geen prullenbakken, geen woud van borden etc….)
En lieve lezer, er is nog iets dat mij bevalt. Het is erg rustig met andere bezoekers. Ik had me ingesteld op een horde aan belangstellenden. Maar een kaartje kopen was binnen 30 seconden gefikst. Geen rij. Geen oponthoud. Geen gidsen die aan je kop lopen te zeuren. Geen vrouwen met vlaggetjes waar je verplicht achteraan moet hobbelen. Niets van dit alles.
Op het gevaar af dat we u overspoelen met een tsunami van ruïne achtige foto’s waar U volledig in vast loopt, zullen we ons enigszins beperken
Hierkomeze: (de tekst loopt door onderaan de foto’s)



We hebben toen we aan deze reis begonnen geen reisdoel bepaald. Er is bijvoorbeeld (nog) geen retour vliegticket gekocht. We weten niet volgens welke lijnen onze reis zal verlopen en waar onze reis eind februari 2025 zal eindigen.
We fietsen naar daar waar het mooi lijkt te zijn. s’ Avonds kijken we waar we de volgende fietsdag naar toe willen. Die route maken we dan op onze kleine laptop. Eenmaal een route gemaakt, sturen we die naar onze mobiele telefoon en onze navigatieapp. Die telefoon zit op het stuur bevestigd. En zo navigeren wij langs s’ Heeren wegen.

De uitdaging van de dag is het vinden van een geschikte overnachtingsplek. Die kunnen we soms van tevoren reserveren, maar meestal is het op goed geluk (en met een beetje hulp van Google Maps) ter plaatse kijken of die plek daadwerkelijk bestaat, of er een plekje voor ons is en of dat plekje ons financieel niet aan de rand van de afgrond brengt. Tot nu hebben we – soms met wat zoek gedoe – altijd voor de duisternis inviel een plekje gevonden.
Nu het – einde van 2024 nadert en we nog twee volle fietsmaanden voor de boeg hebben wordt het tijd om te kijken in welk land en stad we onze mooie fietsreis willen beëindigen. Dat moet een stad zijn met een vliegveld. Want er moet natuurlijk nog wel ergens een broem broem vliegtuigje klaar staan dat ons mee wil nemen naar huis.

Joan heeft al enige tijd een woest plan in haar hoofd. Ze wil de Petronas Twin Towers (met 452 meter hoog, een van de hoogste gebouwen van de Wereld) wel ’s met haar eigen ogen aanschouwen.
U begrijpt het al, het is zo klaar als een klontje, U ziet ‘m al van verre aankomen: onze fietsreis gaat eindigen in Maleisië. Om precies te zijn in Kuala Lumpur. Want daar schijnen die hoge gebouwen te staan. En het schijnt ook een klein maar fijn vliegveldje te hebben, met een broem broem vliegtuigje.
Het hele grove fietsidee dat nu is ontstaan is om naar Bangkok te fietsen en vandaar naar het zuiden van Thailand te fietsen. Daar steken we dan de grens over naar Maleisië. En dan door Maleisië te fietsen met als eindbestemming Kuala Lumpur.

En zo komt het dat wij een lijn getrokken hebben op de kaart. Geen gedetailleerde lijn. Zeker niet. We kijken van dag tot dag waar we denken dat het mooi fietsen is en/of waar iets bezienswaardigs is. En dan maken we een fietsroute voor die dag.
Fietsen in Azië ervaren wij als een feest. De landschappen zijn mooi. De ervaringen met de lokale bevolking zijn warm. De fietsweggetjes zijn zonder uitzondering prettig om te fietsen. Wat is er nu fijner om zo af en toe te moeten bukken voor een tros bananen die over een pad bungelt. Of te moeten uitwijken voor een over de weg kronkelende slang. Of het ternauwernood kunnen ontwijken van een iets te traag overstekende slak. Of moet remmen voor een kudde overstekende koeien. En de fijne geuren die je neus opsnuiven. Allemaal heel fijn.

En wij? Wij zitten er lekker in. We hebben veel reis- en fietsplezier. Natuurlijk, er zijn wel ’s irritaties. Maar die momenten zijn op 1 hand te tellen en vaak het gevolg van vermoeidheid. Want ja, fietsreizen is geweldig leuk, maar niet altijd. Soms zijn de bergen (te) hoog. De stijgingspercentages te heftig. Soms is het te warm. Soms lopen de fietsbenen vol van vermoeidheid. Soms moeten we op het einde van de fietsdag een onverwachte kilometers lange omweg maken of staat er nog een heftige urenlange klim op ons te wachten. Onder die omstandigheden wil er wel ’s een onvertogen woord vallen. Maar ’t mag geen naam hebben.
We ervaren deze reis beiden als 1 groot cadeau en feest.
En dat cadeau en feest gunnen we U ook lieve lezer. Zeker voor degenen voor wie 2024 niet het jaar is geworden zoals vooraf gedacht of gehoopt. Een jaar dat voor sommigen van U heel anders is gelopen.
Ik moet denken aan de vader (Bram) van Joan die dit jaar plotseling overleed. En aan mijn beste vriendin (Sandra) die dit jaar haar jarenlange strijd moest opgeven. Of, aan een relatie die dit jaar heel anders liep dan je had verwacht/gehoopt. Of, als je plotseling getroffen bent door ziekte en je werk niet meer kunt doen. Of ander onheil.

Zonder dat we deze mensen en deze ingrijpende gebeurtenissen vergeten, stellen we toch voor om aan het einde van dit jaar een dikke vette lijn te trekken. Op naar een hopelijke betere en volgende episode.
Joan en ik wensen U voor 2025 alle goeds toe!
Sukhothai (Thailand)