De Lustige Reiziger

Brrrrrrrrr….

Na een fijn ontbijtje neem ik afscheid van deze familie.

De familie die mijn geheel onbaatzuchtig een slaapplek heeft aangeboden. Een avondmaaltijd gaf en dus vanochtend een heerlijk ontbijtje voorschotelde.

Hartverwarmend.

De zon straalt vrij strak aan de blauwe hemel als ik na een kort vlak stukje weg, de derde klim aanvang.

Na een half uur begint het te regenen. En niet zomaar regen. Na een aarzelend begin mondt het uit in een stortregen die z’n weerga niet kent. Dat gecombineerd met een ijzige koude en stormachtige tegenwind. Maakt. Dat dit een helse tocht gaat worden.

Het gaat hier zo omhoog dat ik over de eerste 8 kilometer bijna twee uur doe. De ene slinger volgt de andere op. Er lijkt geen einde aan te komen.

Ik rol een dorpje binnen. Totaal doorweekt. IJskoud. Hier slurp een kop thee naar binnen.

Precies tijdens het theedrinken is het droog. Ik stap op. En……het begint weer te regenen. Nog harder dan daarvoor.

Onder deze omstandigheden begin ik aan een vierde fikse klim.

Het is geen feest. Ik kom maar moeizaam vooruit. Alle kleding die ik aan heb is natter dan nat. De leren schoenen zijn doorweekt. De linksdraaiende corrigerende therapeutische steunzolen trekken al het vocht ook niet meer. En glijden al watertrappelend door mijn schoenen. Mijn handen vertonen uitval verschijnselen.

De laatste kilometers gaan recht naar beneden. Door alle natte kleding is het dalen - met de koude rijwind - ook geen feest. Mijn lichaam voelt als een ijsklomp waarop de recente klimaatomstandigheden (lees: iets met smelten, iets met ijskappen) nog geen vat hebben gekregen.

Om 14 uur val ik - na slechts 25 kilometers te hebben gefietst - het dorpje Rommani binnen. Ik zou wel verder willen maar dat gaat echt niet in dit beestenweer.

Rommani heeft geen slaapvoorzieningen, dat wist ik al. Ik loop als iets wat het midden houd tot - een net ontslagen kikvorsman, wegens ondermaats presteren of een kletsnatte zombie die met enig zenuwzweet voor z’n eerste waterige filmrol opgaat - het eerste de beste theehuisje binnen. De vele aanwezigen slaan mij met met enige verbazing gade. Ik krijg een handdoek aangereikt en een brillendoekje. En of ik iets warms wil, iets van thee of zo.

Op mijn vraag of ze een slaapplaats voor me weten in dit dorpje, is het antwoord: hier niet. Fiets maar door naar Casablanca! Beproef daar je geluk maar. Daar maak je meer kans.

Ik antwoord grappend dat ik in dat geval beter een onderzeeër of een rubberboot met buitenboordmotor kan nemen, want op de fiets gaat dat vandaag niet meer lukken.

Een modern geklede vrouw stapt naar voren. Doet wat belletjes. En zegt naar verloop van tijd dat ze iemand heeft gevonden die mij een kamer wil verhuren. Voor 20 euro. Ik ben blij. Dolblij.

We gaan al wandelend op pad. Halverwege de route naar die kamer komt er toch een soort van kink in de kabel. We verleggen van koers. Ik mag in het huis van haar ouders overnachten.

Na de gebruikelijke - vrij uitgebreide - thee ceremonie - waarbij ze me eerst op het uitdruiprek op het aanrecht hebben geplaatst, betrek ik een ijskoude kamer Op de bovenste etage. Neem een ijskoude douche. En loop met blote voeten op de ijskoude vloer. Alles is hier koud.

Bibberrrrrrkoud!!

Echter, blij en dankbaar, dat ben ik met deze fijne slaapplek. En de maaltijd die ze met om 22.30 uur voorschotelen.

Hoe ik mijn kleding en schoenen droog ga krijgen, mm….daar moet ik vanaf nu maar ‘s een goed werkend DELTA plan voor gaan maken.

Of dat gelukt is, dat hoort u brrrrrr….morgen van mij.

Gerrit


DAG 13
Jemaat Moul Blad - Rommani
25 km

Omar

Ik rijd in het des Heeren geschapen maagdelijke ochtendlicht een nogal druk en bezig Khemisset uit.

De zon schijnt. De wind blaast zijn partijtje mee. Dat blazen vind ik prima. Heb jaren in de Fanfare van mijn opgroei-dorpje gespeeld. Ik houd wel van wat trompet- en bugelgeschal. Ik blaas graag mijn partituurtje mee. Ben een liefhebber.

Maar deze wind denkt er vandaag heel anders over. Die blaast tegen. Eerst van opzij. Daarna recht in mijn snoet.

Vandaag beloofd een zwaar fietsdagje te worden.

Ik zit op 600 meter hoogte te fietsen. Maar zal vier keer deze dag naar een hoogte van 200 meter afdalen. Om daarna weer naar 500 meter te stijgen. En dat vier keer. Over een etappe van 80 kilometer.

En het is gek. Zodra ik een kilometer of vijf onderweg ben, weet ik al dat dat vandaag niet gaat lukken. Want los van de energie die het kost - al dat klimmen, dalen, klimmen, dalen ……kost het ook tijd. Je gaat nu eenmaal niet zo snel omhoog. Dat gaat tergend langzaam. En de winst de je haalt met het daalwerk staat in geen verhouding tot de verloren stijgtijd.

Ik ga vandaag die vier heuvels nooit niet halen.

Na de eerste heuvel bedwongen te hebben val ik het dorpje Ej Jemaa El Houdrane binnen. Ik heb al behoorlijk wat energie verbruikt. Heb iets van rust nodig. En strijk neer op een van de plastic terrasstoelen van het enige theehuisje dat het dorpje rijk is.

Ik zit net als ik wordt aangestoten. Door een man. Omar is zijn naam. Omar wil zijn Engels oefenen, en vraagt of ie mag aanschuiven.

Omar heeft de Engelse taal machtig gemaakt via YouTube filmpjes en door Google assistent te gebruiken. Hij spreekt het zo redelijk dat we een gesprek kunnen voeren.

Hij zegt dat het leven in de dorpje vrij saai is. "D’r is hier niets te doen" . Ook verteld ie me dat veel mensen in dit dorp geen baan hebben (hij zelf ook niet, hij is ‘in between jobs’ zoals ie zelf zegt) en dat mensen in deze streek in armoede leven. Er is domweg te weinig werk. Die wel werk hebben werken in de agrarische sector en verbouwen wortelen, aardappelen of artisjokken.

Omar is 26 en op zoek naar een vrouw. Wil een gezin stichten en veel kindjes ‘maken’.

Ik grap naar ‘m dat ie bij aan het verkeerde adres is en dat ik wellicht niet de beste gesprekspartner inzake dat doel ben. Hij moet om mijn grap lachen (hij wel). Nadat ie uitgelachen is verteld hij een aantal interessante dingen.

Allereerst dat er in zijn dorp veel meer mannen dan vrouwen leven. Dat maakt de spoeling dun. Maar ook dat hij pas een een gezin kan stichten als ie wat financiële armslag heeft.

Dat heeft twee redenen: allereerst kiest een vrouw voor een man die haar financieel kan onderhouden. Opdat ze niet het gevaar loopt in armoede te moeten leven. Daarnaast is het een Marokkaanse man zijn eer te na om een vrouw en kinderen in armoede te moeten laten leven. Dus voordat de jacht op een leuke vrouw geopend kan worden moeten er keiharde Dirhams in zijn portemonnee glijden.

Maar goed. Er vanuit gaande dat Omar dat gaat lukken. Hoe dan verder. Nou verteld hij: hij zal gaan werken. Zijn vrouw zal thuis blijven. Ik vertel ‘m hoe dat in onze cultuur toegaat.

Omar verteld dat het niet zozeer een kwestie is dat vrouwen in Marokko niet mogen werken. Maar een getrouwde vrouw laten werken in een omgeving met andere mannen zou best ‘s bepaalde risico’s met zich mee kunnen brengen. En dat kun je als man niet laten gebeuren……

Ik had zojuist twee winkeltjes verderop een perengebakje gekocht. En die werd verkocht door een vrouw. Omar verteld: dat mag dan wel weer. Daar werken geen mannen. En de kans dat een vrouw verliefd wordt op een perengebakje schat hij niet zo groot in….. (ik vertel hem maar niet over de liefde van mijn vriendin in relatie tot gebakjes en koeken, want dan zou ie nog wel ‘s van een koude kermis thuis kunnen komen…). Voor wie het niet weet. Google maar ‘s op Taartjes van Tootje, en verwen U zelf maar ‘s. Tot zover de commerciëleboodschappen voor vandaag.

Omar heeft zijn Engels wat op kunnen halen. Ik ben weer wat wijzer geworden over een specifiek onderdeel van de Marokkaanse cultuur. We nemen afscheid.

Ik stap op. Niet snel daarna dient de tweede heuvel zich aan. Ik ben uren bezig om het pukkelige kreng te bedwingen. Het gaat tergend langzaam omhoog. Moet ook regelmatig even stoppen om wat bij te drinken en bij te ademen.

Ik heb deze reis de nodige aanvallen van honden moeten afslaan. Meestal met wat dreigende armgebaren wist ik ze met succes van me af te slaan. Maar nu is het serieus. Deze twee M&%#!*F&*%@#S zijn van een speciaal ras: de volhouders, en dan de vrij assertieve, agressieve GROM GROM bloedlijn.

Ik gooi heel wat hunebedden naar ze toe, maar ze willen van geen wijken weten. Elke keer als weer opstap en een stukje verder wil fietsen. Komen ze achter me aan en tonen ze hunnie gebit aan me. Nou dat ziet er prima onderhouden uit. Ik kan U uit betrouwbare bron meedelen lieve lezer dat het met de tandtechnische staat van hondengebitten in Marokko prima gesteld is. Meer dan prima!! No FUCKING doubt about that!!!!!

Een man die het schouwspel reeds minutenlang in stilte gade heeft geslagen, komt nu in actie. Hij gooit stenen naar de honden. Terwijl ik opstap en verder fiets. Het werkt.

Het is 16 uur. Ik heb 65 kilometer gefietst en besluit dat het mooi geweest is voor vandaag. Een derde heuvel zit er niet meer in. Qua energie niet. En qua tijd ook niet.


Ik ga onderdak zoeken. En precies op dat moment hoor ik PANG. Een PANG geluid dat zo 1 keer in de drie-vier fietsreizen klinkt. Ik weet meteen wat er aan de hand is. Een gebroken spaak.

Op een gebroken spaak zit je nooit te wachten. Maar gek genoeg breken die dingen - als ze breken - altijd als je moe bent. Of halverwege met een klim bezig bent. Of die keer toen ik in Peru fietste. Op een steile berg. Onverhard pad. Zweetdruppels parelend in de bilnaad. Einde fietsdag. Bijna. Nog maar vier kilometer voor het dorpje waar ik zou overnachten. Onder de dreiging van regen en onweer.

Kijk, dat vertellen ze je er op de fietsonderhoud cursus nooit bij. Zo’n spaak vervangen, dat is het werk niet. Maar de omstandigheden waaronder je dat moet doen, daar ligt de uitdaging.

Om een gebroken spaak te repareren zijn een aantal zaken van belang: rust (is een fijne eigenschap) het hebben van een reservespaak (noodzakelijk, anders kun je ontslag nemen). Een spaaksleutelje (zonder begin je niet veel) en ………. een uitstekend gevoel voor ……..TOONHOOGTEN!!

Ik vermoed dat U die laatste niet zag aankomen. Ga U met veel plezier uitleggen hoe dat zit.

Je draait de oude spaak eruit. Wurmt de nieuwe spaak in het wiel (is geklooi). En dan draai je met je spaaksleuteltje de spaak in de nippel van de velg.

Maar ja, hoe ver draai je de spaak aan?

Hier komt enig muzikaal talent van pas. Zet je nagel achter een nog prima functioneerde spaak. Doe net of je een gitaarsnaar beroerd en laat de spaak achter je nagel weggspringen. En luister naar de klank die het afgeeft. Doe dat bij nog een paar goede spaken. En draai dan de nieuw aangebrachte spaak net zover door totdat ie ongeveer dezelfde toonhoogte geeft. Dat maakt dat ie ongeveer op dezelfde spanning staat als alle overige spaken. En dat voorkomt een slag in je wiel.

Tot zover de muzikale spaken fruitmand voor dit jaar!

Ik rijd een dorpje binnen waar niets, maar dan ook niets aan welke voorziening dan ook te ontdekken is. Een moskee. Ja. Maar winkeltjes, restaurantjes laat staan hotelletjes. Niets van dit alles. Het ziet er zelfs wat desolaat uit.

Ik klop - op goed geluk - bij een willekeurige woning aan. Drie vrouwen komen naar buiten. Op mijn vraag of ze een slaapplaats voor me weten voor de nacht, belt een vrouw even met haar man. En nodigt me daarna uit om mijn tent op hunnie terrein op te zetten. Om precies te zijn in hunnnie kippenhok.

Zie hier de foto.

Daarna moet ik natuurlijk met iedereen op de foto. En wordt ik uitgenodigd om voetbal te kijken op tv. En een kaartspelletje te spelen. En de olijfboomgaarden te bekijken. En om de namen van alle geiten te oefenen………..Om een 21.30 uur zitten we aan de avondmaaltijd.


Met een gevoel van diepe dankbaarheid duik ik m’n slaapzakkerige tent in.

Het was een mooie en loodzware dag.

Want.

Op deze dag is mijn goede vriendin en tevens oud collega (ze leest als jaren mee op dit weblog) vandaag geopereerd in Amsterdam. Een operatie met de duur van 6 uren. U begrijpt. Het gaat hier niet om een vervelend ingegroeide teennagel. Een ooglid correctie of een naar binnen gegroeide oorlel. Ook vervelend.

Zeker.

Maar dit is van een andere- en zeer zorgwekkende orde. Met als dat klimwerk, die bijthonden en dat muzikale spakengedoe gingen mijn gedachten meer dat ooit naar haar uit.

Update: ik hoorde van haar zoon dat de operatie naar omstandigheden goed is verlopen. Geen uitzaaiingen ………

En dat is het mooiste nieuws van deze dag.

Gerrit


DAG 12
Khemisset- Jemaat Moul Blad
69 km

Brandblusser

Liever lezer.

Er overkomt me iets op dit moment dat me niet vaak overkomt.


Ik sta bij een graf. Kijk ernaar. Echter, ik heb geen idee wie er in ligt. Echt geen idee.

In de meeste gevallen weet ik wel wie er begraven ligt als ik een graf bezoek. Zou een beetje gek zijn als je naar een graf gaat en je geen idee zou hebben wie de overledene is. Dat zou raar zijn. Opmerkelijk ook. Dan is het wellicht een goed idee om een arts te bezoeken……

Tuurlijk, er zijn uitzonderingen.

Mijn favoriete begraafplaats - Pere de Lachaise - in Parijs (Jim Morrison, Edith Piaf, Karel Appel, Maria Callas en Frederic Chopin liggen er oa. begraven). Een prachtige sfeervolle begraafplaats gelegen op een heuvel. Het is een ‘feest’ om daar een paar uurtjes rond te mogen dwalen.

Natuurlijk loop ik daar ook langs graven van wie ik niet precies weet wie er ligt. Maar nu ga ik gericht kijken. En heb geen idee wie er ligt. Er is ook niemand die me het vertellen kan. En mijn reisgidsje - waarvan ik de inhoud zo ongeveer uit mijn hoofd ken - verhaalt er ook niet over.

Wat me wel opvalt is dat er een brandblusser (aan de rechterzijde, zie foto) naast het graf hangt. Waarom hangt dat ding daar? Wat heb je daar nou aan als overledene?

Kijk als je je voor je dood had voorgenomen dat je niet begraven maar gecremeerd wilde worden, en het moment suprême is eindelijk aangekomen, en ze stoken het vuur nog even goed op. En jij. Jij bedenkt je op het allerlaatste moment dat dat hele cremeren toch niet zo’n fijn plan is…..dat het misschien toch wel heel erg heet onder je voeten wordt………dat de betekenis van het ‘hellevuur’ nu wel heel letterlijk genomen wordt………Kijk dan, dan is handig en zinvol om een brandblusser in de buurt te hebben.

Maar als je eenmaal begraven ligt……een brandblusser …….ik zie het even niet.


Lieve lezer. Ik heb vandaag een uitstapje gemaakt. En wel naar het bergstadje: Moulay Idriss.

De stad is vernoemd naar de Emir Idriss I. Die kwam in 789 aan in het stadje en hij was het die de Islam-religie introduceerde. Goeie reden dus om dit bergstadje naar hem te vernoemen.

Ik probeer de heilige plek (want die is er) te bezoeken maar een slagboom verhinderd dat ik het heiligdom van onze Dries ook echt kan bezoeken. “Sorry meneer, U bent geen moslim“.

En eerlijk is eerlijk: daar slaat de slagboom meneer de spijker op z’n kop. Nog sterker: ik heb geen enkel voornemen om mij aan te sluiten bij de Islam en/of welke andere religieuze beweging dan ook.

Ja, dan blijft er niet veel over dan door dit bergstadje te dwalen. En laat ik dat nu juist het leukste van al vinden. Ik neem natuurlijk wel een brandblusser mee.

Gewoon. Voor de zekerheid.


DAG 10
Meknes (Moulay IdrissI)
- km

LenteFez

Kent u dat lieve lezer.Dat gevoel. Dat de lente je neus binnendringt.

Die heerlijke vroege voorjaarsgeur Dat gevoel dat het jaar nu pas ECHT gaat beginnen. Dat de natuur op uitbarsten staat. (hoewel ik me op dit moment terdege realiseer dat een lentegevoel met de huidige weersomstandigheden in ons aller Holland wat ver van u afstaat).

Natuurlijk.De azuurblauwe luchten, de temperaturen die rond de twintig graden schommelen. Het windstille weer. Hier. Het helpt allemaal mee om dat gevoel te versterken.

Ik heb ‘t al een aantal fietsdagen lang in mijn neus. Maar gisteren bij het binnenfietsen van Koningsstad Fez werd ik plots in en in gelukkig. Dat heerlijke voorjaarsgevoel stroomde via mijn neusgaten mijn lichaam binnen. En dat aangevuld met die altijd aanwezig zoete geuren (die je in dit soort landen altijd omhullen). Dat maakte me heel blij.

Ja, dat blije, gelukkige gevoel. Daar naar op zoek zijn. Dat is misschien wel een van de belangrijkste drijfveren om op een fiets door een land te reizen. Dichterbij kan je bijna niet komen. Altijd op zoek naar die geuren. Die kleuren. Dat gevoel. Dat kun je wandelend en fietsend het beste ervaren.

Vandaag ben ik een dagje door Fez gedwaald. Fez is de op een na grootste stad van Marokko.

De benaming van Fez schijnt z’n oorsprong te vinden in het Arabische woord pikhouweel. Er wordt verwezen naar een legende over Idriss I (stichter van Marokko) die een gouden pikhouweel zou hebben gebruikt om de grenzen van Fez aan te geven door ze te omlijnen.

Dat moet voorwaar een helse klus geweest zijn voor ons Idriesie.

Want Fez heeft een oppervlakte van ruim 93 ha. En als je dat met je pikhouweeltje een beetje voorover gebukt (lees: kans op rugklachten!!) moet lopen omlijnen, dan lijkt het me dat een ziektenkostenverzekeringspakket met een aanvullende verzekering geen overbodige luxe zou zijn geweest.En nog een nagekomen tip voor onze Dries. Ik zou een pakket hebben gekozen met een oneindige hoeveelheid fysio-behandelingen……….. En het is een eindje reizen, maar in Milllingen aan de Rijn weet ik nog een prima fysiotherapeut……

Maar goed. Dries lijkt me een verstandige vent. En dat zal ie allemaal wel gedaan hebben.

Er wonen ruim 1 miljoen mensen in Fez.

Ik ben vandaag even van deur tot deur gegaan om ze allemaal een boks te geven (handen geven vind ik corona-wise nog wat link). Ja, wou gewoon even kennis maken met iedereen. Ik kom hier tenslotte ook niet elke dag.

Met als dat geboks voelde ik me na verloop van tijd wel een soort van Badr Hari (of hoe die gast ook mag heten). En nog iets van een nadeeltje: ik heb meer kopjes muntthee weg moeten slurpen dat me lief is. Ik lijk verdorie wel een lopende Mentha piperita (ja, google dat maar ‘s, doe er ook maar ‘s wat voor lieve doch enigszins passieve lezer!)

Maaaaaaarrrrrrrr.

Gelukkig schoot er nog tijd over om door de Medina (oude ommuurde binnenstad, UNESCO stuff) te dwalen. En daarvan krijgt U hierna de bewijsstukken voorgeschoteld.


DAG 8
Fes
rustdag


Vendeurdespneus

Gisteren vertrok ik uit Sidi Kacem met als doel om in twee etappes in Koningsstad FES te geraken.

En helemaal vanzelf zou dat niet gaan.

Verliepen de fietsdagen tot nu toe vrij gladjes qua hoogteverschillen. Gisteren was en vandaag bleek alles anders te zijn. Werden de kaartjes net even anders geschud.

We gingen omhoog. Stijgen. En een beetje dalen. En weer een beetje boel stijgen. En weer een ietsje dalen. En weer stijgen. Kortom: het verzuurde spieren klimwerk is begonnen. Kon niet mee worden genegeerd. Stoempen. Knoerten. Ploerten. En transpiratievocht in de bilnaad. In grote hoeveelheden. De watervallen van COO zijn er niets bij………

En dit alles heeft voor u een enorme voordelen lieve lezer.

Want. Geen flauwe verhalen deze keer. Geen misplaatste grappen. Geen taalgebruik waar menigeen aanstoot aan zou kunnen nemen. En dat u zich niet door hele lappen tekst door hoeft te worstelen om een glimp van de foto’s te kunnen opvangen. Neeh…..aan dat soort schrijverij ontbreekt het me aan energie deze keer. Daarvoor waren de afgelopen klimdagen te inspannend.

Dus. In plaats daarvan: foto’s. Veel foto’s. En niet zomaar foto’s. Speciaal voor U geselecteerd>>>>>>>>DE VIJFTIEN LEKKERSTE!









DAG 6
Sidi Kacem - Prefecture de Meknes
70 km

DAG 7
Prefecture de Meknes - Fes
44 km

Onbelangrijk

In je eigenste fijne reisgidsje zul je het plaatsje niet snel tegenkomen.

Neeh.

Die vind het vermelden van dit plaatsje niet nodig. NIet bijzonder genoeg. Geen bezienswaardigheden waar je mensen op kunt attenderen. Geen rijen voor loketten om kaartjes te kopen of websites waar je je kaartjes van tevoren moet kopen. Geen vrouwen met vlaggetjes op zo’n lang zwiepstokje waar je achter aan moet hobbelen. Geen souvenirverkopers die een graantje mee willen pikken. Geen speciale parkeerplaatsen voor touringcars.

Niets van dit alles. Te onbeduidend. Niet vermeldenswaardig genoeg. Niet de moeite van het noemen waard.

Op het eerste en oppervlakkige gezicht heeft de samensteller van uw reisgidsje ‘t bij het rechte eind. Goed besluit. Scherpe blik. Goed gezien. Geen speld tussen te krijgen. Een tien met een griffel. Sticker van de juf. Twee.

En toch….schijn bedriegt!

In Ouled Hannoune gebeurt meer in een uur, dan er in mijn straat in een heel jaar gebeurt. En misschien - lieve lezer - ook wel meer dan in uw straat. Zou zo maar ‘s kunnen.


Want ja. Na een flink mistige en ronduit koude en - deels - bumpy ride val ik zo rond 11 uur het City Centre van Ouled Hannoune binnen. Mocht U het willen plaatsen: het ligt grofweg halverwege de banaanvormig-gebogen lijn: Rabat - Fez.


Precies in het midden van het plaatsje is een rotonde.

En daar val ik - enigszins koud en door de mist flink nat geworden - het (enige) dus beste plaatselijke café binnen. Ik bestel muntthee. Normaal krijg ik muntthee niet weg geslurpt. Maar alles wat ook maar iets warm aanvoelt, glijd mijn lichaam met veel plezier binnen. Opwarmen is het devies. Hoe? Dat maakt me op dit moment niets uit.

Ik heb - vanuit het café, waar de deuren wagenwijd open staat - uitzicht op de enige rotonde die het plaatsje rijk is. Heel eerlijk: het plaatsje is zo klein dat er ook geen plaats meer is voor een eventuele tweede rotonde. Past gewoon niet meer.

Het leven van Ouled Hannoune trekt deze dinsdagochtend aan mijn voorbij.

Allereerst staat een groep meisjes klaar om met de fiets naar school te gaan. Als ik naar buiten loop en ze aanspreek willen ze allemaal - met mij - op de foto. Ze hebben veel plezier. Ik denk dat dat komt door mij reeds gevorderde leeftijd, kalende hoofd en rijzige gestalte. Maar ik hoop dat het komt omdat ze met veel plezier naar school gaan. Maar ik denk dat eerste.

Ietsje verderop staat de melkman.


Hij kletst wat met een voorbijganger. Ze staan midden op de rijbaan. Trekken zich niets aan van af en toe passerend verkeer. Zijn melkbussen zijn nu nog leeg, echter dat zal niet lang meer duren. Hij is onderweg naar de plaatselijke melkfabriek en zal daar zijn bussen met melk vullen. En terug rijden naar het kleine marktje om 1,5 liter flessen af te vullen en die te verkopen.

Een busje komt aangereden. Een groep sportieve, atletische jonge mannen springen in de bus. Ze gaan naar school. Sporten is een onderdeel van de lesdag vandaag. Ze hebben goede zin. Voor ze weg rijden geef ik ze allemaal een boks En complimenteer ze met de fantastische prestatie van het Marokkaanse voetbalelftal (voor ze er zelf over beginnen….).

Aan de andere zijde van de rondtonde laat een man een kledingstuk repareren. De kleermaker heeft meteen tijd. De man kan erop wachten. Niet veel later loopt ie met het deskundig en snel gerepareerde kledingstuk verder het dorp in.

Meteen ernaast is een groente- en fruitstalletje.

Sinaasappelen, paprika’s tomaten, pepers, aardappelen en nog veel meer kan je er kopen. Een man koopt 2 kilo wortelen. Ik doe ook een duit in het zakje en koop 2 bananen.

Aan de noordzijde van de rotonde zijn drie mannen bezig om het land te bewerken. Ze hakken - tussen de rijen - het onkruid weg.

Dan passeert een vrouw. Ze laat trots haar baby aan mij zien. Ik zeg dat het een heel knap kindje is (dat lieg ik beetje, ik vind baby'tjes doorgaans behoorlijke misvormde en vrij lelijke huilebalken….….en bij sommige baby’tjes komt dat helemaal nooooooooit meer goed ………….nee……..geen sorry, nu niet, nooit niet).

En dan zijn er nog de mensen die er gewoon zijn. Schijnbaar zonder speciaal doel of bestemming. Die wat staan te staan. Of van A naar B lopen. Zonder speciale reden.

Tja, en dat gebeurt allemaal in een uurtje. Stel je toch ‘s voor dat ik een hele dag was gebleven……

Super gaaf toch.

Maar ik moet die knakker van die reisgids - bij nader inzien - toch wel een ietsje pietsje gelijk geven. Als je al die geweldige en fantastische ‘bewegingen’ en gebeurtenissen allemaal zou moeten beschrijven in je reisgidsje. Dan heb je aan 1 gids natuurlijk niet genoeg. Bij lange na niet. Dan moet je potdikke een hele encyclopedie samenstellen.

En erger nog: ook met je meezeulen op reis. Dan kom ik voor zeker een heel regiment aan fietstassen tekort. Dan gaat mijn fietsframe aan het gewicht van de reisgidsen alleen al ten onder. Mijn spaken zouden uit de wielen springen. De velgen zouden het begeven.

En dat - live lezer - zou weer betekenen dat ik helemaal niet meer op reis zou kunnen. En dat ik aan een reisgids helemaal niets meer zou hebben. Dat ie overbodig zou zijn. Die reisgids. En dat………

Ik begin me zoetjes aan te realiseren dat ik in dit verhaal helemaal vast begin te lopen lieve lezer. En ik merk ook dat U mij niet te hulp schiet om mij de goede kant op te gidsen.

Hoogste tijd om er een einde aan te breien voor deze fietsdag.

Happy New Year en een gelukkig uiteinde. Ik neem nog een glaasje muntthee. Misschien wel met iets alcoholisch erin.

tirreG


DAG 5
Siri Yahia Gharb - Sidi Kacem
71 km

Luxemburg

Ik moet een jaar of 19 jaar geweest zijn.

Op mijn derde fietsreis ooit (na Engeland en Denemarken) zette ik koers naar België en Luxemburg.

Daar ontmoette ik in de hoofdstad van Luxemburg een groep jongeren waaronder een Marokkaan. We trokken wat dagen met elkaar op en bij het afscheid nodigde hij me uit om een keer de stad - waar hij woonde - te bezoeken.


Lieve lezer. Gisteren heb ik mijn anker uitgegooid in Rabat.

Was nog een heel gedoe. Want zo’n anker is best zwaar. En het gooien van zo’n ding (in m’n eentje, want Joan is niet mee deze reis) valt voor de drommel nog niet mee.
Daarbij neemt het gevaarte best veel ruimte in. De fietstassen zijn best wel ruim maar ze kennen hunnie beperkingen qua capaciteit. Mede daarom heb ik de ketting (die aan het anker vast hoort te zitten) achterwege gelaten. Daarbij: die dingen raken trouwens en by the way ook altijd in de knoop…..is altijd geklooi om ze uit de wierewar te halen….

Maar goed, alleen het anker. Geen ketting dus.

Wat ook weer een probleem met zich meebrengt. Want wanneer ik het anker uitgooi, krijg ik het weerhakerige ijzerwerk met geen mogelijkheid weer naar binnen gehengeld. Kortom: ik moet steeds op zoek naar een nieuw anker. Gekloot dus. Tijdrovende bezigheid en knap irritant. Hier langs de Atlantische kust in Rabat zal ik nog wel slagen in mijn zoekpogingen. Maar meer landinwaarts zou het wel ‘s een helse zoektocht kunnen worden……

Afijn.

Ik ben in Rabat dus. Geen gelul meer. Hier komen de foto’s van een fijne dagwandeling die voerde door de ommuurde medina, de oude Kasbah en de grootste begraafplaats van Marokko (met 25000 graven):


O ja, ‘mijn’ Luxemburgse Marokkaan. Die me dus 38 jaar geleden heeft uitgenodigd om ‘s naar zijn stad te komen zou hier dus ergens kunnen rondlopen. Ik ben wat aan de late kant. Maar kzou zo bij ‘m binnen kunnen lopen. En een gezellig glaasje muntthee binnenslurpen. Zou leuk zijn om nog ‘s wat herinneringen op te halen. Maar ja. Geen idee waar ie woont. Ik geloof dat ie Mohammed heette.

Ik ga ‘s kijken of er bij iemand een (scheeps)belletje gaat rinkelen als ik die naam hier op straat ‘s laat vallen……


Gerrit

DAG 2
Zaterdag 7 januari
Mohammedia - Rabat
70 km

DAG 3
Zondag 8 januari
Rabat
- km

Watervalneus

Ik heb er niet zo veel mee. Eigenlijk niets.

De grootste. De breedste. De langste. De kleurrijkste. De kortste. De mooiste. De lelijkste. Het zwaarste. De gekste. Het grappigste. De lichtste. De dikste. De meest ronde. De natste. De droogste. De groenste. De beste. De slimste.

Ik heb er niet veel mee. Kijk er nooit naar. Ga er nooit naar toe. Bezoek ik zelden.

Maar nu sta ik toch mooi oog in oog met de op één na grootste Moskee ter Wereld. Binnen bied het plaats aan 25000 gelovigen. En voor de 85000 laatkomers is er buiten ook nog een plekje te vinden.

De moskee ligt aan de kust en bied uitzicht over de Atlantische Oceaan. Het architectonische religieuze hoogstandje werd in opdracht van Koning Hassan de tweede gebouwd. Hij gaf in 1986 opdracht om maar ‘s wat stenen te te gaan stapelen. Precies op dit plekje langs de zee. In 1993 werd een hoogte van 210 meter bereikt en wilde men nog wel door stapelen (ze hadden de smaak net te pakken, kregen er net handigheid in). Maar oh jammer: de stenen waren op.

De moskee kon in gebruik genomen worden. Maar niet voor de rekeningen werden voldaan. Het gerucht gaat, boze tongen beweren, er wordt gefluisterd dat koning Hassan een bedrag moest aftikken dat ergens tussen de 400 en 700 miljoen lag.

Was nog een heel gedoe dat ‘aftikken’, want z’n creditcard deed ‘t die dag ff niet. IDEAL lag er uit. En toen het weer werkte was ie z’n pincode vergeten. Hij kon er met de beste wil van de moskee wereld niet opkomen. En na drie pogingen………

De koers van de bitcoin stond net ff niet lekker. En Tikkies bestonden nog niet. Dat bezorgde onze Hassan twee zweterige handpalmpjes. Een klamme balzak. En zurig ruikende harige okseltjes….. Het gerucht gaat dat de anti klamme balzak zeep & oksel-deo in het hele land in 1 klap waren uitverkocht….

Hoogtepuntje die Moskee. En dat al na 30 fietskilometers.

Dat fietsreizen niet louter uit hoogtepunten bestaan bewijzen de volgende 36 kilometer.

Ik manoeuvreer al een tijdje door het heftig drukke City Centre van Casablanca. En daarna stuur ik door veel haven gedoe. Grote vrachtauto’s met dito containers. Gedoe met gas en olie. Kortom veel drukke bedrijvigheid. Weinig inspirerende fietskilometers. Zou een mooie reden zijn om er ‘s flink de sokken er in te zetten. Toch doe ik het rustigjes aan.

Een gouden reisregel is dat ik mezelf voorhoudt om NOOIT ziek of slapjes op reis te gaan. Ziek worden tijdens je reis, dat kan, daar kun je niets aan doen. Maar ik wil niet ziek op reis gaan. Ook niet half ziek.

Enkele weken voordat ik deze reis aanving kreeg ik corona. Potverdikkie. Ik was tot nu toe gevrijwaard gebleven. Maar nu had het virus ook mij in de houdgreep genomen. En ik denk dat het virus de zwarte judoband band heeft. Want hij had me flink te pakken.

Het hield me anderhalve week onder de wol. Gelukkig kon ik nog anderhalve week werken voordat ik op reis ging (anders zou ik me heel schuldig gevoeld hebben, opvoeding dingetje, niets meer aan te doen).

Maar een vervelende diepe schraap hoest en een loopneus (de watervallen van COO verbleken erbij) heb ik er vooralsnog aan over gehouden.

Toch heb ik mijn eigen gezondheid-regel gebroken. En ben op reis gegaan. Maar wel met de plechtige belofte aan mezelf om gedoseerd met m’n fietsenergie om te gaan. Gezond te eten. En voldoende rust te pakken.

Tegen drie uur arriveer ik in Mohammedia. Gelegen langs de kust van de Atlantische Oceaan. Ik vind er een eenvoudige en weinig voedzame kamer. De verhuurder en medebewoner is Omar.

Omar begint net zijn woning te verhuren en heeft (nog) niet veel huurders. Hij probeert in razende vaart mijn kamer gereed te maken. Het toilet en bad maakt ie schoon met WC-eend. Het niet al te witte emaille slaat azuurblauw uit. En …….. helemaal fijn schoon wordt het niet.

Het beddengoed moet nog naar de wasserette gebracht in de hoop dat het weer maagdelijk- en hagelwit retour komt. Enorm veel vertrouwen heb ik er niet in. Gezien de staat waarin het goedje verkeert voor het koers zette naar de wasserette. Kortom: een ideale plek.

Hier ga ik mijn eerste Marokkaanse winternacht doorbrengen.


Gerrit

DAG 1
Vrijdag 6 januari
Casablanca - Mohammedia
66 km